Inloggen

De omvang en mutaties van de Nederlandse Koopvaardijvloot

MARHISDATA gebruikt voor haar gegevens onder andere gegevens met betrekking tot uitgegeven zeebrieven. Deze methode werd een kleine 200 jaar geleden al voorgesteld.

In 1829 publiceerde Jacob Arnold Drieling zijn “Bijdragen tot een Vergelijkend Overzigt van Nederlands Zeevaart en Handel” met hierin een schatting van de omvang van de Nederlandse Koopvaardijvloot in 1827. Hij kwam tot een totaal van maar liefst 2.770 schepen waarvan 834 boven de 100 tonnen en 1.936 onder de 100 tonnen:

 

 

Als basis voor deze inschatting gebruikte Drieling, die sinds 1824 belast was met de directie van een “statistiek-Bureau der Commercie” en die ingesteld was tot het opmaken van nauwkeurige staten van in- uit- en doorvoer, de basis gegevens deze staten. Over een periode van 3 rubriceerde hij alle laad- en losbrieven van Nederlandse schepen in alfabetische lijsten op scheepsnaam en scheepssoort met tonnenmaat.  Rekening houdend met het gemiddeld aantal reizen dacht hij zo een betrouwbare inschatting te kunnen geven. Deze schatting werd al snel publiekelijk bekritiseerd. Zo verscheen er in het Algemeen Handelsblad van 30 december 1829 (bron Delpher) een ingezonden brief waarin de schrijver zich afvroeg waarom J.A. Drieling zich niet baseerde op het register voor uitgegeven Zeebrieven voor het maken van een schatting van de omvang van de Nederlandse Koopvaardijvloot. De sterkte van de Nederlandse Koopvaardijvloot werd door deskundigen nml. nog niet op de helft ingeschat dan het aantal door Drieling berekend. De schrijver van deze ingezonden brief zat er niet ver naast.

Ultimo december 1826 bedroeg het aantal schepen volgens het register van uitgegeven Zeebrieven 1.176 schepen waarvan gebouwd in Nederland 978 en buitenlands gebouwd 198 schepen.

Gegevens over de omvang van en mutaties met betrekking tot de Nederlandse Koopvaardijvloot zijn vanaf 1824 terug te vinden in het archief van de "Algemene Staatssecretarie en het Kabinet des Konings" alsmede  het "Ministerie van Binnenlandse Zaken "Afdeling Nijverheid en Voorgangers". Koning willem I liet zich in 1827 uitvoerig informeren over de omvang en samenstelling van de Koopvaardijvloot, de schepen die al dan niet op stapel stonden en gebouwd waren met behulp van een premie die volgens het Koninklijk Besluit van 3 oktober 1823 was ingesteld. De informatie die Koning Willem I kreeg bevatte o.a. een compleet overzicht van de Nederlandse Koopvaardijvloot ultimo 1826 op scheepsnaam , lasten en type schip met vermelding of voor betreffende schepen Turksche Passen waren uitgegeven.
Vanaf 1827 tot 1876 ontving Koning Willem I en zijn opvolgers jaarlijks de volgende staten:
- Schepen die voor het eerst een zeebrief kregen uitgereikt,
- Schepen waarvan door verongelukking, verkoop naar het buitenland of sloop de Zeebrief werd ingetrokken en
- Een vergelijkende staat van de omvang van de vloot ultimo december.

Staten omvang Nederlandse Koopvaardijvloot
Hieronder kunt u voor 1826 en een aantal jaren de vergelijkende staat m.b.t. de omvang staat Nederlandse Koopvaardijvloot downloaden:

1826   1826-1828  

Schepen die voor het eerst een Nederlandse Zeebrief uitgereikt kregen
Uit de staten dien jaarlijks naar de Koning werden gestuurd is een samenvatting gemaakt op scheepstype over de periode 1824-1875 op totaal niveau en opgesplitst in schepen die in Nederland en iin het buitenland zijn gebouwd. De staat over 1876 ontbreekt momenteel nog.  

Overzicht van het aantal schepen dat in de periode 1824 - 1875 voor het eerst een Nederlandse zeebrief uitgereikt kregen

Idem voor de schepen gebouwd in Nederland

Idem voor de schepen gebouwd in het Buitenland