Inloggen
Gezagvoerder

Meer Bz, Willem van der

Naam: Meer Bz, Willem van der
Schepen waarop deze gezagvoerder heeft gevaren

Aantal gevonden schepen: 3
Naam Bouwjaar Type Voortstuwing Ship id
ANNA ALEIDA 1886 Bark Sailing Vessel 468 Bekijk schip
AMICITIA 1885 Bark Sailing Vessel 346 Bekijk schip
MARGUERITE LOUISE REGINE 1863 Bark Sailing Vessel 18125 Bekijk schip

Overige informatie van deze gezagvoerder:

Familiegegevens en opleiding

Willem van der Meer werd geboren op 15 april 1844 te Harlingen als zoon van Bartele Willems van der Meer en Catharina Esveld.

Hij trouwde op 11 december 1873 te Harlingen met TTitia Susanna Feenstra, geboren te Leeuwarden op 09 februari 1842 als dochter van Wybe Hilles Feenstra en Johanna de Vries.. Zij overleed op 26 januari 1899 te Harlingen, oud 56 jaar en gehuwd.

Willem overleed te Soerabaya op 4 februari 1901.

 

Zie ook bij “Overige bijzonderheden”

 

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

  1. van der Meer Bz werd per 01 januari 1874 met vlagnummer H55 ingeschreven als lid van het Harlinger zeemanscollege "Zeemansvoorzorg". Zijn schip was de "Marquerite Louise Regine", boekhouder J.Foekens. De contributie werd voldaan door zijn vrouw Titia Suzanna Feenstra028-fol.138.

W.van der Meer was met vlagnummer 55 lid van het “Zeemansvoorzorg” in de periode 1874-1899034.

 

Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)

Op 15 december 1893 adresseerde het College een rappel inzake contributiebetaling aan W.van der Meer te Amsterdam033. Vanwege de datering lijkt W.van der Meer Bz de meest voor de hand te liggen.

 

De schepen van de kapitein

lid van het college Zeemansvoorzorg te Harlingen036

vlagnummer    periode      type           naam van het schip                                          boekhouder/reder

     H55             1872-1888 bark           Marguérite Louise Regine                                      Jan Foekens, Harlingen

                           1889-1897 bark(ijz)    Amicitia                                                                    P.van der Hoog, Krimpen a/d Lek

                              1898        bark(ijz)    Anna Alida                                                               P.van der Hoog, Krimpen a/d Lek

 

W.B.van der Meer was van 1896-1901 kapitein van de ijzeren bark “Anna Aleida”, gebouwd in 1886/87 op de werf van J.& K.Smit te Krimpen aan de IJssel, laadvermogen c. 1700 ton, varend voor reder P.van der Hoog te Krimpen aan de IJssel052.

 

Bouma025 vermeldt W.B.v/d Meer als gezagvoerder gedurende:

*    1873 t/m 1889 van de bark “Marguerite Louise Regine” ex Nyanza, gebouwd in 1863 te Bathurst, New England, 418 ton o.m., varend voor J.Foekens te Harlingen. Het schip voer in 1890 voor Repko & Co te Harlingen en was herdoopt in “Geertruida Albertine”;

*    1890 t/m 1896 van de ijzeren bark “Amicitia”, gebouwd in 1885 te Rotterdam, 1088 ton n.m., varend voor P.v/d Hoog te Krimpen aan de Lek;

*    1896 (dus volgens Pronker052 t/m 1901) van de ijzeren bark “Anna Aleida”, gebouwd in 1886 te Krimpen aan de IJssel, 1100 ton o.m., varend voor P.v/d Hoog te Krimpen aan de Lek.

 

Overige bijzonderheden

Willem van der Meer werd geboren te Harlingen in 1844 als zoon van beurtschipper Bartel van der Meer en Catharina van Esveld. Hij stond officieel ingeschreven als Willem maar voegde zelf de naam van zijn vader, Bartel, toe omdat er in Harlingen meer gezagvoerders waren met de naam van der Meer. Hij was al als 12 jarige jongen vanuit Harlingen op de Oostzeevaart gegaan. Hij verkreeg het stuurmansdiploma aan de Harlinger School voor Wis- en Zeevaartkunde.

Hij was in 1869 en volgende jaren 2de stuurman op de in 1856 gebouwde 512 tons houten bark “Friso” van de reederij Zeilmaker & Co te Harlingen. Het was een reis met stukgoed naar Soerabaya, gevolgd door koelvervoer tussen China (anoy) en Malakka. De gezagvoerder was J.S.Mulder en de 1ste stuurman Jacob Willem Schippers, getrouwd met een zuster van W.B. van der Meer.

Hij was getrouwd met Titia Susanne Feenstra en het echtpaar kreeg 6 kinderen. In 1873 werd hij op 29-jarige leeftijd kapitein op de 389 tons houten bark “Marguerite Louise Regina” van Repko & Co  te Harlingen. “Met dat schip maakte hij in de jaren 1873-1888 reizen naar de Oostzee met hout terug naar Harlingen. In 1888 benoemde Reederij van der Hoog hem tot gezagvoerder op de “Amicitia”.”

Kapitein W.B.van der Meer nam in Falmouth of Leith in begin januari 1888 het gezag over van kapitein van Baalen op de bark “Amicitia”. Het schip kwam van Indië en ging weer met een lading kolen uit Cardiff op 24 april 1888 terug naar Indië waar het op 21 juli te Batavia arriveerde. Het vertrok weer op 25 september met suiker en koffie voor Sandy Hook, bij New York, USA, en arriveerde op 18 februari 1889. Nauwelijks een maand later vertrok het weer met een lading petroleum in blik terug naar Java, arriveerde op 08 juli 1889 en loste op 26 juli te Soerabaya de lading.. Daarna werd  met een volle lading suiker de terugreis op 12 oktober vanaf Semarang aanvaard. Via Falmouth wordt de lading op 12 maart 1890 te Antwerpen gelost en daarna zeilde men naar Rotterdam, waar het schip in dok ging.

Op 21 mei 1890 vertrekt men weer uit Rotterdam en arriveerde 07 september in Soerabaya. Terug gaat zhet schip via Falmouth naar Liverpool (28 april 1891) en lost de lading suiker. Men kwam wederom te Rotterdam op 25 mei 1891. Op de volgende reis onder kapitein van der Meer kwam Teunis Pronker als 1ste stuurman aan boord.

Op 4 augustus 1891 vertrekt het schip vanuit Rotterdam naar Batavia, Semarang en Banjoewangi met aan boord als 1ste stuurman Teunis Pronker (zie aldaar). Ze komen op 07 juni 1892 te Stockholm terug beladen met suiker. Na het innemen van hout in enige Zweedse havens ging het terug naar Melbourne waar men op 19 januari 1893 aankwam. In Australië werd graan geladen dat op op 03 juli 1893 te Leith (Edinburgh) werd gelost.

Deze terugreis werd zeer gedenkwaardig omdat stuurman Pronker genoodzaakt was zijn kapitein op non-actief te stellen. Van der Meer was nl. nogal zwaar aan de jenever, hetgeen soms gevaarlijke situaties op het gebied van navigatie met zich meebracht. Zo dreigde, vanwege een verkeerde order, het schip in de nacht van 18 op 19 februari 1893 in de Bass Street aan de Australische zuidkust op de rotsen te lopen. Stuurman Pronker wist het gevaar te keren. “De volgende morgen toen hij uitgeslapen en nuchter was ging ik naar de kajuit en heb hem alles onder ’t oog gebragt, gevaar voor schip en lading met equipage waar wij in verkeerd hadden en hem met strenge middelen gedreigd, dat als hij nog weer eens zijn toevlucht tot de jeneverflesch zou nemen, ik zonder pardon handelend zou optreden en niets zou ontzien; …”. Dat handelend optreden bestond eruit dat hij het gezag over het schip overnam en kapitein van der Meer de opdracht gaf de jeneverfles niet meer aan te raken. Toen van der Meer zich de rest van de reis hieraan hield droeg Pronker in Falmouth het gezag weer over.(Pronker heeft dit voorval nimmer aan de reder meegedeeld en het pas na 50 jaar aan zijn kleinzoon verteld.)

Van Leith ging het weer terug naar Melbourne na ten zuiden van Kaap de Goede Hoop nog enige bange momenten door de vele ijsbergen te hebben meegemaakt. Ze arriveren op 01 februari 1894. In Sydney werd wol geladen  en via Kaap Hoorn werd op 12 september 1894 Londen bereikt. Van 1892-1894 voer van der Meer dus grotendeels op de Australiëvaart. Eindelijk werd op 17 oktober 1894 Amsterdam aangedaan In december 1894 - januari 1896 wordt nog een reis gemaakt naar Java met als Hamburg als eindbestemming. Het schip heeft op die terugreis in de Indische Oceaan met uitzonderlijk zwaar weer te kampen. In Hamburg werd kapitein van der Meer naar Rotterdam terug geroepen en nam Pronker het gezag over de “Amicitia”over. Van der Meer kreeg het gezag over de “Anna Aleida”, ook van reder van der Hoog.

 “Naar ik van mijn grootvader begrepen heb was van der Meer een bekwaam kapitein …”. Maar diens loopbaan werd meer en meer door de drank beïnvloed en het liep uiteindelijk slecht met hem af. “Als kapitein van de “Anna Aleida”, is hij, nog geen 57 jaar oud, op de reede van Soerabaya met teveel drank op, overboord gevallen; Hij is nog wel opgevist, maar in het ziekenhuis van Soerabaya heeft men op 4 Februari 1901 slechts de dood kunnen constateren052

 

De bark “Amicitia” onder kapitein W.B. van der Meer vertrok op 18 februari 1893 van Melbourne en voer via Kaap Hoorn naar Falmouth op 25 juni en te Leith op 03 juli 1893, dus via Kaap Hoorn.

Hetzelfde schip en kapitein vertrokken op 25 april 1894 vanuit Sydney, vermoedelijk oostwaarts naar de Zuid-Amerikaanse westkust en bereikten, via Kaap Hoorn, op 12 september Londen.121

 

Harlinger Courant dd 05 december 1874, Scheepstijdingen.

Binnengekomen:

Harlingen 4 Dec. Marguerite Louise Regine,  W.v.d.Meer,  Abo.”

 

Handelsblad 3 april 1874:

“Harlingen 1 april 1874. Het hier tehuis behorende Barkschip MARGERITA LOUISA REGINA”(zoogenaamd groene bark), kapitein v.d. Meer van Harlingen naar Riga bestemd, heeft op die reis het scheepsvolk gered van een Noorsche bark bestaande uit 12 man en deze te Elseneur aangebracht.” 038