Inloggen
Gezagvoerder

Bruinius, Hindrik Jans

Naam: Bruinius, Hindrik Jans
Schepen waarop deze gezagvoerder heeft gevaren

Aantal gevonden schepen: 2
Naam Bouwjaar Type Voortstuwing Ship id
JONGE ALBERT 1826 Tjalk Sailing Vessel 10128 Bekijk schip
GEZIENA JANTIENA 1849 Kof Sailing Vessel 14194 Bekijk schip

Overige informatie van deze gezagvoerder:

OOK VERMELD ALS BRUNIUS

Familiegegevens en opleiding

Hindrik Jans Bruinius werd geboren ca 1791 te Oostwold gem. Midwolda als zoon van de zijlwaarder Jan Bruinius en Wupke Hindriks.

Hij trouwde op 14 augustus 1813 te Beerta als dagloner met de dienstmeid Geesien Suines Reinders, geboren ca 1791 te Nieuw-Beerta gem. Beerta als dochter van de arbeider Suino Ontje Reinders en Jantje Hindriks. Zij overleed te Farmsum op 18 juli 1867, 76 jaar.

In een huwelijksakte van dochter Johanna Gesina op 22 februari 1844 te Delfzijl wordt vader Hindrik Jans Bruinius

aageduid als “schipper”.allegroningers

In de huwelijksakte van dochter Suinia op 10 april 1851 te Delfzijl staat dat deze werd geboren te Uithoorn als dochter van de scheepskapitein Hendrik Johannes Brunius.

 

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

H.J.Bruinius was effectief lid van het zeemanscollege “De Vereeniging” te Delfzijl met vlagnummer 33 in de periode 1841 t/m 1851

Opmerkingen in verband met Zeemanscollege(s)

Geen

De schepen van de kapitein

Bouma025 vermeldt H.J.Brunius als gezagvoerder gedurende:

  • 1830 t/m 1846 van de tjalk “Vrouw Geziena”, gebouwd in 1821, 77 ton o.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Groningen;

(zie voor nadere informatie hierna bij de opmerking van Mulder, waaruit blijkt dat de voorgeschiedenis van het schip anders is, dan Bouma opgeeft.)

  • 1832 van de koftjalk “Vrouw Catharina”, gebouwd in 1815, bouwplaats niet vermeld, 64 ton o.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Groningen;
  • 1841 t/m 1847 van de tjalk “de Vos” ex Jonge Albert, gebouwd in 1826 te Groningen, 60 ton o.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Farmsum. Het schip werd 1 keer te Harlingen geregistreerd komend met klaphout van Memel.

Bouma025 vermeldt kapitein Brunius (geen initialen) als gezagvoerder gedurende:

  • 1850 van de kof “Geziena Jantina”, gebouwd in 1849 te Farmsum, 65 ton o.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Farmsum. Het schip is in 1850 verongelukt, naar een bericht uit Tonningen.

 

Monsterrollen in het Gemeentearchief van Delfzijl

Monsterrol 1849-51, 03 juli 1849, kof “Gezina Jantina”, kapitein Hindrik Jans Brunius, 58 jaar, geen woonplaats verrmeld;

Monsterrol 1849-79, 18 augustus 1849, schip niet met naam genoemd, kapitein Hindrik J. Bruinius, geen leeftijd en woonplaats vermeld. Voorts 2 bemanningsleden;

Overige bijzonderheden

Mulder083a vermeldt:

“Vrouw Catharina’    overdekte tweemast tjalk, b.j. 1815 52 ton, K/E J.B. Mulder te Vd 3/1817-1831; 3/1832-? K/E H.J. Brunius te Gn.

“In 1815 moet Jan Berents Mulder, geen aantoonbare familie en getrouwd met Trijntje Everts Zoutman, eigenaar geworden zijn van de nieuwgebouwde overdekte tweemast tjalk ‘Vrouw Catharina’, ook wel geschreven als ‘Vrouw Chatarina’, en genoemd naar zijn vrouw. De tjalk had de afmetingen 19,20 x 3,45 x 1,78 meter en was 52 ton groot.

Op 12 maart 1817 vinden wij deze Jan Berents Mulder als schipper, wanneer hij als zodanig op de monsterrol staat. De stuurman was Hindrik Gezinus Mulder; een familierelatie is ook hier niet bekend.

Jan Berents moet tot het voorjaar van 1831 met zijn ‘Vrouw Catharina’ hebben gevaren, waarna hij de helft van het eigendom overdroeg aan Jacob Jans Pik, scheepsbouwer in Veendam, mogelijk als aanbetaling op het schip dat Pik in aanbouw had en hij zou kopen. Pik kalefaterde het casco van de tjalk op zijn helling waarschijnlijk op speculatie voor beider rekening op, om het schip daarna weer te verkopen. In maart 1832 had Pik in schipper Hendrik Jans Brunius uit Groningen een koper gevonden, die de tjalk in het vervolg ‘Vrouw Geziena’ zou noemen. Op 19 maart 1832 werd het schip ten overstaan van notaris M.J. Tuuk uit Veendam door Pik mede namens Mulder overgedragen aan Brunius; de verkoopprijs bedroeg f 600. Het verdere lot van dit schip is niet bekend.”

Amsterdamsche Courant 31 augustus 1844114

Delfzijl, 28 augustus. Het schip DE VOS, kapt. Brunius, van Dantzig naar Amsterdam, is alhier met schade binnengelopen.

 

NRC 11maart 1850114

Tonningen, 5 maart. Het schip GEZIENA JANTINA, kapt. Brunius, van Amsterdam met stukgoederen naar Hamburg gedestineerd, is in de nabijheid van Büsum gestrand. Het schip is door de strandvonders aldaar ontdekt, zijnde van de bemanning verlaten, van welker lot men tot nu toe nog niets weet. Van de lading heeft men alreeds een aanzienlijke partij gered en naar Büsum vervoerd. De strandvonderij is nu voornemens om het schip met de nog aan boord zijnde lading in vlot water en mede naar voornoemde plaats te brengen, een poging, die, wanneer wind en weder dienen willen, aller waarschijnlijkst gelukken zal.

 

Algemeen Handelsblad 11 maart 1850114

Tonningen, 5 maart. Het schip GEZINA JANTINA, kapt. Brunius, van Amsterdam naar Hamburg, is op de Bushland polders gestrand en verlaten door het volk gevonden. De equipage heeft men niet gevonden, de ledige scheepsboot is aangedreven. Het schip is wrak.