Inloggen
GEMMA - ID 2429

In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:0000-00-00 / 0000-00-00

Identification Data

Bouwjaar: 1944
Classification Register: Lloyd's Register of Shipping (LR)
Nat. Official Number: 2577 Z AMST 1951
Categorie: Tanker
Voorstuwing: Motor Vessel
Type: Tanker, Bitumen
Standaard scheepstype: 'Chant' tanker
Type Dek: Trunk deck
Material Hull: Steel
Dekken: 1
Construction Data

Scheepsbouwer: Goole Shipbuilding & Repairing Company Ltd, Goole, Great Britain
Werfnummer: 436
Launch Date: 1944-05-00
Delivery Date: 1944-06-00
Technical Data

Engine Manufacturer: Crossley Bros. Ltd, Manchester, Great Britain
Motor Type: Motor, Oil, 2-stroke single-acting
Number of Cylinders: 4
Power: 240
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Crossley diesel, 10 1/2-13 1/2
Speed in knots: 9
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 400.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 194.00 Net tonnage
Deadweight: 450.00 tonnes deadweight (1000 kg)
 
Length 2: 45.19 Meters Registered
Beam: 8.24 Meters Breadth, moulded
Depth: 3.07 Meters Depth, moulded
Configuration Changes

Datum 1951-02-17
Type: Rebuilt
Omschrijving: Aangekocht en in maart bij de Plaatwellerij te Velsen verbouwd tot zwavelzuurtanker.

Datum 1951-04-02
Type: Remeasurement
Omschrijving: Als GEMMA, zijnde een stalen motorschip, groot 1133.09 m3 bruto inhoud volgens meetbrief afgegeven te 's Gravenhage no. 8402 d.d. 30-03-1951, liggende te Velzen, door W.R. Boerrigter, scheepsmeter te Amsterdam, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 2577 Z AMST 1951 op het achterschip aan S.B. zijde in achterkant dekhuis machinist, 10.75 m. uit hekplaat, 2.30 m. uit lengteas en 1.41 m. boven dek.

Ship History Data

Date/Name Ship 1944-06-00 CHANT 51
Manager: F.T. Everard & Sons Ltd., Colchester, Great Britain
Eigenaar: Ministry of (War) Transport, London, Great Britain
Shareholder:
Homeport / Flag: London / Great Britain

Date/Name Ship 1945-08-00 CHANT 51
Manager: The Admiralty, London, Great Britain
Eigenaar: The Admiralty, London, Great Britain
Shareholder:
Homeport / Flag: London / Great Britain

Date/Name Ship 1946-06-00 DOLLIE
Manager: Tore W. Ulff A/B, Stockholm, Sweden
Eigenaar: Rederi A/B Diana, Stockholm, Sweden
Shareholder:
Homeport / Flag: Stockholm / Sweden
Callsign: SLID

Date/Name Ship 1951-04-02 GEMMA
Manager: N.V. Teerbedrijf Uithoorn (TEBU), Uithoorn, Noord-Holland, Netherlands
Eigenaar: N.V. Teerbedrijf Uithoorn (TEBU), Uithoorn, Noord-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Uithoorn / Netherlands
Callsign: PEHH

Date/Name Ship 1951-12-28 GEMMA
Manager: N.V. Teerbedrijf Uithoorn (TEBU), Uithoorn, Noord-Holland, Netherlands
Eigenaar: N.V. Rederij Theodora & N.V. Rederij Frans, Uithoorn, Noord-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Uithoorn / Netherlands
Callsign: PEHH
Additional info: Elk 1/2 deel.

Ship Events Data

1951-12-27: Final Fate:
Onderweg van Bilbao (26 dec. vertrokken) naar Londen met 300 ton zwavelzuur, op 27 december om 08.30 motorstoring en langzaam teruggevaren naar Bilbao. Om 14.15 seinde men dat men zich op 15 mijl noord-noordoost van Bilbao bevond en dat de motor weigerde en niet meer op gang was te krijgen. Op 28 december op 3 mijl ten noorden van Cape Machiichaco op sleeptouw genomen door drie Spaanse trawlers en richting Bilbao gesleept. Tijdens een zware noordwester storm is de sleeptros op 20 mijl noord van San Sebastian gebroken en op 29 december is het schip op de rotsen tussen St. Jean de Luz en Guethary bij Senix geslagen en vergaan. Het schip lag met de bodem naar boven op de rotsen. Een tros was om de schroef gewonden. De gehele bemanning van 7 personen kwam hierbij om het leven. De 'Gemma' voer sinds april 1951 in timecharter van een Britse zeepfabriek. De ramp gebeurde te gelijkertijd met het vergaan van de "Flying Enterprise" (Amerikaans vrachtschip), welke destijds zeer veel aandacht had.
1951-12-28: Het Vrije Volk 28-12-1951. Storm beukt GEMMA in Golf van Biscaye. Donderdag en in de afgelopen nacht hebben felle stormen vooral Engeland en Ierland geteisterd. In sommige plaatsen bereikte de wind een snelheid van 150 kilometer per uur. Ook in de Golf van Biscaye is het allerminst kalm weer. Een Nederlands schip, de „Gemma" van deN.V. Teerbedrijf uit Uithoorn, verkeert daar in moeilijkheden. Spaanse trawlers zijn op zoek naar de „Gemma", die noodseinen blijft uitgeven. Andere Spaanse schepen hebben radiografisch contact met de „Gemma", die 400 ton meet, kunnen opnemen.De kapitein van de „Gemma" seinde: „Wij kunnen niet ankeren. Er staat twee km. water. De kust is rotsachtig en er is geen radiostation in de buurt. De reikwijdte van mijn zender is klein, aangezien de kust hier bergachtig is. En even later meldde hij: Wij hebben machineschade. Kunnen motor niet meer op gang brengen. Wij drijven 1 mijl per uur in oostelijke richting af. Positie is 15 mijl Noord- Noord-Oost van Bilbao." Zware stormen maken het onmogelijk langszij van het scheepje te komen. Het Spaanse s.s. „Campas" heeft zijn koers gewijzigd en begeeft zich naar de „Gemma".

Het Vrije Volk 29-12-1951: Gemma drijft nog rond. De Nederlandse kustvaarder Gemma (395 brt.), een teertanker van het N.V. Teerbedrijf te Uithoorn, die Donderdag om assistentie had verzocht wegens opgelopen machineschade, bevond zich Vrijdag bij Guertaria in de buurt van San Sebastian. Twee Spaanse trawlers zijn in de nabijheid van de tanker. Door het ruwe weer is het tot nu toe niet gelukt contact met de Gemma te krijgen. De bemanning bestaat uit zeven personen. Vanmorgen om 8.35 uur seinde de kapitein te verwachten, dat het schip een uur later op de rotsen zou worden geslagen. Hij vroeg zeer dringend om assistentie.

Het Vrije Volk 31-12-1951: Orkaan smijt teertanker Gemma op naakte rotsen. Zeven doden bij ramp in Golf van Biscaye. De Nederlandse teertanker Gemma van de N.V. Teerbedrijf Uithoorn, die zich sinds Zaterdag wegens machineschade bij San Sebastiaan in de Golf van Biscaye in een orkaan in moeilijkheden bevond en een bemanning van zeven koppen aan boord heeft, is ten zuiden van Guethary bij Sint-Jean-de- Luz op de rotsen geslagen. Personeel van de douane en de zeepolitie, dat het wrak zo dicht mogelijk is genaderd, heeft geen enkel teken van leven waargenomen. Men heeft slechts weinig hoop de leden van de bemanning levend terug te zullen vinden. Het schip bleek ondersteboven te liggen. Inmiddels is het nog niet geïdentificeerde lijk van een man op het strand aangespoeld. Men acht het mogelijk, dat dit een der opvarenden van de Gemma is. Toen de Gemma tien mijl ten oosten van San Sebastian in de Golf van Biscaye ronddreef, hebben een Spaanse sleepboot en enkele vissersboten reddinglijnen overgeschoten. Drie lijnen braken af, later kwamen twee lijnen op het dek van de Gemma, doch er was toen niemand aan dek om de lijnen vast te maken. Men nam aan, dat de uitgeputte bemanning benedendeks was gegaan om te rusten. De Gemma had de sloepen reeds verspeeld. Het N.V. Teerbedrijf te Uithoorn heeft vanmorgen telegrafisch de mededeling ontvangen, dat de beide sloepen van de Nederlandse teertanker „Gemma” onbemand op het strand zijn, aangespoeld. De bemanning van de “Gemma" was als volgt samengesteld: Kapitein H. Borg, Groningen; kok P. Doedens, Groningen; matroos L. Dukel, IJmuiden; tweede machinist A. L. Klap, Nieuw Scheemda; stuurm. P. Langer, Scheveningen; matroos M. Plugge, Scheveningen; eerste machinist P.A. Rolvink, Utrecht.

Nieuwsblad van het Noorden 02-01-1952: Gekanteld in twee meter water. De „Gemma", die Zondag op de rotsen van Zuidwest-Frankrijk bij de Golf van Biscaye is geworpen, ligt gekanteld in ongeveer twee meter water, zo meldt United Press. De kiel steekt boven water, men wachtte Maandag op laag water om het wrak nauwkeurig te onderzoeken. Alle hoop dat er nog overlevenden zijn, heeft men moeten laten varen. Het wrak zit vast in een zandplaat ter hoogte van Guetary nabij Bayonne. Twee lijken zijn Maandag aangespoeld. Een der lichamen kon door de Nederlandse consul geïdentificeerd worden als dat van de 42-jarige eerste machinist A. Rolink uit Utrecht. Het andere lichaam kon niet geïdentificeerd worden. Eerder op de dag had de consul kunnen vaststellen dat een op de rotsen van Bidart aangespoeld lichaam Was van de 30-jarige P. Lanser uit Scheveningen, de waarnemend gezagvoerder van de Gemma. De kapitein van het schip vertoefde met vacantie te Rotterdam. United Press meldt nog uit Bayonne, dat de lichamen der vier nog vermiste leden der bemanning op enkele honderden meters van de kust zijn waargenomen, doch dat deze wegens het opkomend getij niet konden worden bereikt. Zo mag thans definitief worden aangenomen, dat de bemanning de Gemma heeft verlaten toen de dreigende schipbreuk duidelijk werd. Wanneer dat in een sloep is geschied, dan hebben zij deze sloep in de hevige storm, die de Golf van Biscaye in zijn greep had, niet drijvende weten te houden. Hoewel in feite dus alle hoop is opgegeven, waren de vertegenwoordigers van het Teerbedrijf uit Uithoorn van plan zich opnieuw naar het wrak te begeven ten einde een gat in de kiel te laten zagen en zo zekerheid te krijgen of zich nog iemand in het wrak bevindt.

Leeuwarder courant 31-12-1951: Teertanker „Gemma" verongelukt De zeven opvarenden omgekomen? De Nederlandse teertanker „Gemma" van een dochteronderneming van de N.V. Teerbedrijf te Uithoorn, die zich sinds Donderdag wegens machineschade bij San Sebastian in de Golf van Biscaye in een orkaan in moeilijkheden bevond en een bemanning van zeven personen aan boord had, is ten zuiden van Guethary bij St. Jean de Luz op de rotsen geslagen. Men meent, dat de zeven opvarenden in een sloep zijn gegaan, voordat het schip te pletter sloeg doch de sloep zou zijn omgeslagen en door de golven zijn meegesleurd. Op de Zuid-Franse kust, waar het schip te pletter sloeg, is inmiddels het lijk van een onbekende aangespoeld Twee Spaanse treilers, die hadden bemerkt, dat het schip zich in moeilijkheden bevond, hebben nog getracht de „Gemma" op sleeptouw te nemen. Zij moesten de pogingen evenwel opgeven, nadat vier trossen gebroken waren. De bemanning van de „Gemma" was als volgt samengesteld: kapitein H. Borg, Groningen; kok P. Doedens, Groningen: matroos L. Dukel, IJrnuiden: tweede machinist A. L. Klap, Nieuw Scheemda; stuurman P. Lanser. Scheveningen: matroos M. Plugge, Scheveningen: eerste machinist P. A. Rolvink, Utrecht.

De Telegraaf 31-12-1951: „Gemma” op rotsen met kiel omhoog. (Van onze speciale verslaggever) Uithoorn, 31 Dec. — De wanhopige worsteling van een murw gebeukt dapper schip en zijn uitgeputte bemanning van zeven koppen is ten einde. Ergens tussen de rotsen ten Zuiden van Guéthary onder de Franse badplaats St. Jean-de-Luz ligt de kleine Nederlandse coaster „Gemma" met de kiel omhoog. Alle pogingen om kapitein Hendrik Borg en zijn mannen te redden, hebben gefaald. Het lijk van een man spoelde aan. Men weet niet of het van één der opvarenden van de „Gemma" is.
Zaterdagmiddag — 12 uur nadat de „Gemma" in moeilijkheden raakte — veegden hoge stortzeeën het dek van de 395-tonner, die stuurloos rondslingerde op ongeveer 12 mijlen dwars van. San Sebastiaan. De Spaanse kanonneerboot „Pinzon" bleef urenlang in de buurt. Een Spaanse sleepboot en enkele vissersboten probeerden, toen de wind even luwde dichter bij de „Gemma" te komen. Men schoot drie lijnen over het dek van de coaster. De lijnen braken. Nog twee lijnen volgden. Gezagvoerder Borg, een Groninger. verscheen niet meer aan dek. Geen der andere opvarenden, een stuurman, twee machinisten, de kok, twee matrozen, was toen op het schip te zien. In de nacht van Zaterdag op Zondag dreef de „Gemma" weer zee in. Een verloren schip. Een kustwachter en douaniers, die het wrak van de „Gemma" zo dicht mogelijk hebben benaderd, bemerkten geen enkel teken van leven. Heeft de ongelukkige bemanning voordat het schip de rotskust bereikte, nog geprobeerd een boot uit te zetten?
De „Gemma" was een der vier coasters van de N.V. „Teerbedrijf Uithoorn". Twee der opvarenden, o.w. de gezagvoerder, waren gehuwd.

De waarheid 04-01-1952: Wrak van „Gemma” ongevaarlijk. Het wrak van de Nederlandse tankboot „Gemma", die met 400 ton zwavelzuur op weg naar Bilbao was, kan geen gevaar meer opleveren. Het schip dat ter hoogte van Guethary is vergaan kan niet worden vlotgesleept. Men zal echter wel pogingen in het werk stellen het te slopen.

NvhN 04-01-1952: Gemma wordt gesloopt. Niet meer van Franse rotsen te halen.
De Gemma — de Nederlandse tankboot die met zeven man aan boord dezer dagen op de rotsen van de Franse Zuidkust is gelopen — kan niet meer worden vlot gesleept. Men zal pogen het schip te slopen, aldus wordt uit Bayonne gemeld. United Press bericht uit deze Zuid- Franse stad, dat een onderzoek heeft uitgewezen dat de ruimen van het schip ledig zijn. Toen het 400 ton metende schip op de rotsen bij Guéthary liep, bevond zich in de ruimen een lading zwavelzuur, maar bij een onderzoek door deskundigen is komen vast te staan dat deze gehele lading weggespoeld is nadat het schip gekanteld was. Als bekend bevinden zich onder de zeven omgekomen bemanningsleden drie Groningers.

Overijsselsche dagblad 05-01-1952: Bemanning “Gemma” nog niet gevonden.
Vrijdagmiddag heeft men in de romp van het Zondag j.l. bij Guethary gestrande Nederlandse tankschip „Gemma” een gat gemaakt en in het binnenste van het schip een onderzoek ingesteld. Men heeft echter niet de lijken van de vijf nog vermiste bemanningsleden gevonden. Zoals gemeld zijn tot nog toe de lijken van twee leden der bemanning aangespoeld.

Leeuwarder courant 27-08-1952: De Gemma vergaan doordat tros in de schroef raakte? Voorzichtig met opbergen en sjorren van touwwerk! De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren het vergaan van het 400 brt. metende motortankschip “Gemma" op 29 December 1951 in de Golf van Biscaje behandeld. Bij deze ramp kwamen de uit zeven personen bestaande bemanning en een Spaanse matroos — bij de reddingspogingen — om het leven. De “Gemma" vertrok in de avond van de 26ste December geladen met 300 ton zwavelzuur uit Bilbao naar Londen, hoewel de kapitein voor het vertrek was gewaarschuwd voor het slechte weer. De 27ste meldde hij, dat een koppeling warm was gelopen en dat hij van plan was terug te keren naar Bilbao. Later echter vroeg hij om sleepboothulp. De twee volgende dagen, toen het weer steeds slechter werd, was het schip voortdurend in moeilijkheden. De „Gemma" is nog voor anker gegaan, maar dreef af. Spaanse trawlers hebben nog gepoogd het schip te slepen en naar de dichtstbijzijnde haven te brengen, maar de kapitein achtte het, gezien de geringe sleepkracht en het slechte weer, niet verantwoord een poging tot het binnenvallen van een haven te wagen. De tweede dag was het schip volkomen onbestuurbaar. Die avond stak een orkaan op en in de vooravond van de 29ste is de “Gemma" omgekeerd met de kop op de rotsen geslagen. Een dunne manilla-tros zat, toen men later hij het wrak kwam, muurvast om de schroef en as gewikkeld. Men acht het mogelijk, dat het warmlopen het gevolg van de tros in de schroef is geweest. De inspecteur-generaal voor de scheepvaart onderschreef de beslissing van de kapitein om niet een poging te wagen onder dergelijke omstandigheden een haven binnen te lopen. Ook hij was van oordeel, dat de twee koppelingsplaten hebben geslipt. De kapitein heeft vermoedelijk niet opgemerkt, dat de tros in de schroef de reden van het warmlopen moet zijn geweest. Met deze ramp valt de lering te trekken, dat men aan boord zeer voorzichtig moet zijn met het opbergen en sjorren van touwwerk, want dit wordt nog wel eens nagelaten. „Geenszins wil ik hiermede zeggen, dat dit het geval op de „Gemma'' is geweest." aldus de inspecteur-generaal. De raad zal later schriftelijk uitspraak doen.

Algemeen Dagblad 18-10-1952: Waardering voor kapitein en bemanning van de Gemma. Raad voor de Scheepvaart. Nieuwsdienst Algemeen Dagblad
Amsterdam. — In zijn schriftelijke uitspraak inzake het vergaan van het Nederlandse motor- tankschip Gemma in de Golf van Biscaje bij de Frans-Spaanse grens verleden jaar eind December, spreekt de Raad voor de Scheepvaart zijn grote waardering uit voor het gedrag van kapitein en bemanning van de Gemma. Alle zeven opvarenden kwamen bij deze scheepsramp om het leven. De raad is van mening, dat het verantwoord was het vertrek uit Bilbao niet uit te stellen, hoewel gewaarschuwd was voor zwaar weer. Het lag niet aan de weersomstandigheden, maar aan het weigeren van de motor, toen de Gemma om sleepboothulp vroeg. Het is niet komen vast te staan, hoe de tros is gekomen in de schroef zoals later werd ontdekt. De raad is van mening, dat het meest in aanmerking komt de veronderstelling, dat een loper of een vanglijn van een der op het achterschip aanwezige boten reeds op de eerste dag in de schroef is gekomen. Zij zou des middags zo vastgeraakt zijn, dat de motor geen dienst meer kon doen. Het is moeilijk, aldus de Raad voor de Scheepvaart, om achteraf te oordelen, of de bemanning in het zware weer nog gelegenheid heeft gehad over te stappen op de te hulp gekomen treilers, zoals rapporten meedelen uit Spanje. Hij begrijpt en waardeert echter, dat kapitein Borg, die zijn eerste reis maakte als gezagvoerder op dit schip, slechts in uiterste noodzaak zijn schip heeft willen verlaten. De raad is er van overtuigd, dat de Spaanse vissers en autoriteiten lofwaardige en harnekkige pogingen hebben gedaan om de Gemma te behouden.

Bijvoegsel van de Nederlandse Staatscourant van Woensdag 22 October 1952, no.206.
No 95 Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart in zake het vergaan van het motortankschip „Gemma" in de Golf van Biscaye bij de FransSpaanse grens. Op 29 December 1951 is het motortankschip „Gemma", op de reis van Bilbao naar Londen, tijdens zwaar stormweer vergaan nabij de Frans-Spaanse grens en als wrak op de kust bij Senix geslagen. Alle opvarenden verloren bij deze ramp hun leven. In overeenstemming met het voorstel van de inspecteurgeneraal voor de scheepvaart besliste een commissie uit de Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij artikel 29 der Schepenwet, dat de Raad een onderzoek zou instellen naar de oorzaak van deze ramp. Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 26 Augustus 1952, in tegenwoordigheid van de inspecteur voor de scheepvaart J. Metz en de expert A. Hoogerwerf. De Raad nam kennis van de stukken van het voorlopig onderzoek der Scheepvaartinspectie, waarbij een proces-verbaal van een verhoor van de vroegere kapitein D. Z. Jol, zomede van een afschrift van de telegrammen, welke de Spaanse marine over de ramp heeft gewisseld, een afschrift van het rapport van de militair adjudant van de marine te Pasajes, een afschrift van het rapport van het consulaat der Nederlanden te San Sebastian, een afschrift brief van B. A. Moran, een afschrift schrijven 153/33 van 14 Januari 1952, van schrijven 512-59 Inv. van 31 December 1951, een afschrift schrijven van het consulaat der Nederlanden te Bayonne dd. 3 Januari 1952, een afschrift van de telegrammen en de handelingen betreffende de ramp, drie foto's van het wrak en een rapport van de expert bij de Scheepvaart- inspectie te Amsterdam, en hoorde op 26 Augustus als getuigen onder ede M. van der Post, directeur der rederij, en K. Ekhart, walmachinist, terwijl op 28 Augustus D. Z. Jol, de voormalige kapitein van de „Gemma", werd gehoord door een commissie uit de Raad, als bedoeld in artikel 12 van het Koninklijk besluit van 17 December 1932, Stb. 621, bestaande uit de voorzitter en een lid. Uit de verklaringen en bescheiden is de Raad het volgende gebleken: Het motortankschip „Gemma" was een Nederlands schip, toebehorende aan de N.V. Rederij Theodora, te Uithoorn. Het mat 400 bruto-registerton en werd voortbewogen door een 240 pk 2-tact 4-cylinder Crossley motor HRL4. Nadat de „Gemma' te Bilbao 300 ton zwavelzuur in haar tanks had geladen, vertrok zij op 26 December 1951 te 22.00 uur vandaar met bestemming Londen. De bemanning bestond, inclusief de kapitein, uit zeven personen. Het was op dat moment reeds slecht weer en in de haven zou de kapitein zijn geadviseerd niet uit te varen. Op 27 December te 8.30 uur deelde de kapitein radiotelefonisch mee, dat de koppeling vast of warm was gelopen en dat de ,,Gemma" langzaam naar Bilbao terugvoer. Te 9.30 uur werd meegedeeld, dat de „Gemma'' te 16.00 uur te Bilbao verwachtte aan te komen. Te 14.15 uur seinde de kapitein, dat de „Gemma" zich toen 15 mijl N.N.O. van Bilbao bevond en dat de motor weigerde en niet meer op gang was te krijgen. Het schip dreef 1 mijl per uur om de oost; sleepboothulp werd gevraagd. Te 17.00 uur deelde de kapitein mee, dat de „Gemma" zich drie mijl noord van Michichaco bevond en naar de rotsen dreef. De toestand was kritiek, daar wegens de grote diepte niet geankerd kon worden. Sleepboothulp was dringend nodig. Te 21.10 uur deelde de kapitein via Radio Scheveningen radiotelefonisch mee, dat de „Gemma" ten anker lag in 40 vadem water, 2½ mijl uit de rotsen. Het was slecht weer met ruwe zee. Een groot schip was in de buurt geweest, maar kon niet dicht genoeg bijkomen en is daarom doorgevaren. Op 28 December te 10.30 uur deelde de kapitein mede, dat de „Gemma" naar het oosten was afgedreven en zich 15 mijl ten noorden van San Sebastian bevond. Het anker stond uit met 100 vaam ketting; drie trawlers waren in de buurt om te trachten verbinding te maken. Te 15.40 uur was de positie van de „Gemma" 10 mijl N.W. van San Sebastian. Reeds vier trossen van de trawlers waren gebroken bij de sleeppogingen. Te 22.00 uur deelde de kapitein via Radio Scheveningen mee, dat de „Gemma" zeer langzaam zeewaarts gesleept werd door twee trawlers en zich 20 mijl noord van San Sebastian bevond. Men had het anker met ketting moeten kappen. Op 29 December te 8.30 uur had Radio Scheveningen het laatste gesprek met de kapitein. Deze deelde mede, dat de sleeptrossen gebroken waren en er geen schip meer te zien was. Het was zware N.W.- storm. De „Gemma" bevond zich nog 2½ mijl van de rotsen. De kapitein achtte alles verloren. De „Gemma" is gestrand tussen St. Jean de Luz en Guethary bij Senix. Dit moet geschied zijn op 29 December 1951 te omstreeks 20.00 uur. Het schip lag met de bodem naar boven op de rotsen. Eerst op 4 Januari 1952 kon men bij en in het wrak komen. De vroegere kapitein Jol was reeds op 29 December naar San Sebastian vertrokken. Hij heeft het schip doorzocht, doch niemand gevonden. De lijken van de stuurman en de lste-motordrijver zijn aangespoeld. Het blijkt, dat een vijftal Spaanse trawlers ondanks het zware stormweer pogingen heeft gedaan om de „Gemma" te assisteren. Hierbij is een opvarende van één der schepen overboord geslagen en verdronken. Twee trawlers hebben gedurende enige tijd de „Gemma" gesleept; zij hebben toen de opvarenden voorgesteld hun schip te verlaten, maar dit werd geweigerd. Toen de trossen weer braken, verloren de trawlers de „Gemma" uit zicht. Van het wrak zijn verschillende motoronderdelen naar Uithoorn gezonden. Hier zijn deze onderdelen door de expert W. H. Vogelenzang onderzocht. Daarbij bleek, dat alles in goede staat verkeerde, ook de keerkoppeling. Uit de van het op de rotsen liggende wrak genomen foto's blijkt, dat een tros stijf om de schroef was gewonden. Getuige M. van der Post deelde ter zitting mee, dat de „Gemma" sinds April 1951 in time-charter voer voor een Engelse zeepfabriek. De rederij wist echter, dat de „Gemma" op 26 December uit Bilbao zou vertrekken naar Londen. De kapitein was geheel vrij zelf te beslissen of hij zou vertrekken en getuige is van mening, dat er geen bezwaar was om de reis aan te vangen. Het was bij vertrek nog behoorlijk weer, eerst op 28 December is een zware storm op komen zetten. De kapitein, die enige maanden als stuurman bij de rederij had gevaren, maakte zijn eerste reis als gezagvoerder. Hij loste half December kapitein Jol af, die met verlof ging. De rederij was op de hoogte van de berichten, die de kapitein heeft uitgezonden. Aanvankelijk meldde hij op 27 December, dat de koppeling slipte en dat hij terug wilde keren naar Bilbao; later vernam men, dat de motor weigerde. Getuige heeft zijn agenten opdracht gegeven om vanuit een Franse of Spaanse haven een sleepboot ter assistentie uit te sturen. Er bleken geen sleepboten beschikbaar te zijn. Op 28 December te 20.00 uur heeft kapitein Jol radiotelefonisch gesproken met kapitein Borg van de „Gemma" en heeft de kapitein de opdracht van getuige gemeld, te denken aan het lijfsbehoud der opvarenden. Van de twee sloepen van de „Gemma" was één weggeslagen; de andere kon niet te water worden gelaten. Getuige gaf kapitein Jol de volgende dag order naar San Sebastian te gaan. Getuige is zelf half Januari naar het wrak gegaan en is daarna nog vier keer daarheen gereisd. Getuige heeft gezien, dat een vrij dunne manillatros van ongeveer drie duim om de schroef was gewikkeld en zeer stijf gedraaid zat tussen de schroef en de achtergland van de schroefaskoker. Getuige betwijfelt of deze tros behoorde tot de uitrusting van de „Gemma". De tros is losgesneden en weggeworpen. Verschillende onderdelen zijn uit het wrak gesloopt en naar Uithoorn gebracht. De koppeling bleek in orde te zijn, maar het was merkbaar, dat de klemplaten hadden geschuurd. Getuige acht het mogelijk, dat de motor heeft geweigerd door vastlopen van de schroef; hij acht het ook mogelijk, dat daarvóór door dezelfde oorzaak de koppeling heeft geslipt en warm is geworden. Een vorige reis was de koppeling nagezien en daarna heeft ze geen last meer veroorzaakt. Getuige Ekhart verklaarde, dat hij in Maart naar Senix is gegaan en heeft geassisteerd bij het demonteren van de koppeling en de hulpmotoren. Alles in de motorkamer bleek intact te zijn, ook het drukblok was in orde. Bij het losmaken van de koppeling viel er roet uit, hetgeen er op wijst, dat ze warmgelopen is. Getuige heeft de tros in de schroef gezien; deze was van nieuw manilla en vrij dun, zeker geen sleeptros. Hij zat muurvast tussen de schroef en de achtergland. Nadat de tros was losgesneden en de koppeling verwijderd, kon de schroef met de hand worden gedraaid. De expert bij de Scheepvaartinspectie A. Hoogerwerf deelde de Raad mee, dat het zeer goed mogelijk is geweest, dat, nadat een tros in de schroef is gekomen, de koppeling is gaan slippen en warm is geworden. De machine kan, doordat de schroef vastliep, eerst langzamer zijn gaan lopen, waarbij de koppeling slipte, en tenslotte zijn gestopt. De inspecteur voor de scheepvaart voerde ter zitting van 26 Augustus aan, dat de „Gemma" korte tijd nadat zij de haven van Bilbao had verlaten, met bestemming Londen, moeilijkheden in de motorkamer ondervond. Er is gesproken van warmlopen van de koppeling, maar verder is niets bekend. Het schip vroeg sleepboothulp en weldra voeren enige vissersvaartuigen naar de „Gemma" om hulp te bieden. Deze vissers hebben de kapitein voorgesteld de „Gemma" naar een kleine haven te slepen, maar daar het weer slechter was geworden, wilde de kapitein verder naar buiten worden gebracht. Na enige tijd zijn de sleeptrossen gebroken en tijdens zwaar stormweer op 29 December is de „Gemma" gekenterd en op het strand geslagen. De inspecteur acht de beslissing van de kapitein om zich niet naar een haven te laten slepen, maar zee te houden, goed genomen. Onder de bestaande omstandigheden zouden de vissersschepen er niet in zijn geslaagd de ,,Gemma" behouden binnen te brengen. Wat de oorzaak van het stilvallen van de motor betreft, deelt de inspecteur mede, dat de expert heeft gerapporteerd, dat de onderzochte motoronderdelen in orde waren, ook de koppeling; de platen hiervan hadden geslipt. Men kan gissingen maken over de oorzaak van dit slippen. De kapitein dacht, dat het een gebrek van de koppeling zelf was, en heeft blijkbaar niet aan de schroef gedacht. De inspecteur acht het het meest waarschijnlijk, dat een tros in de schroef is gekomen en dat de motor daarna de schroef niet kon draaien en de koppeling slipte. De kapitein heeft dit blijkbaar niet juist geïnterpreteerd. Het is echter mogelijk, dat er een andere oorzaak voor is. Men moet zeer voorzichtig zijn met het sjorren van trossen, vooral bij slecht weer. Het is echter niet zeker, dat de tros behoorde aan het schip; het kan echter ook de tros van een sleepboot zijn geweest of een drijvend eind touw. De inspecteur merkt vervolgens op, dat het beter is om een koppeling, die voor het bedrijf niet meer nodig is, te vervangen door een vaste verbinding. Technische installaties moeten niet ingewikkelder worden gemaakt dan nodig is. Kapitein Jol zou misschien kunnen verklaren of de tros aan de ,,Gemma' behoorde, maar hij kan niets meedelen over het tijdstip, waarop de tros in de schroef is geraakt. De inspecteur is daarom van mening, dat het niet nodig is kapitein Jol nog te horen. De inspecteur spreekt hierna uit hoe ieder geschokt was door de zware ramp, die de „Gemma" heeft getroffen, en spreekt zijn deernis uit zowel over de omgekomen opvarenden van dit schip als met de Spaanse visser, die gedurende de reddingpogingen is omgekomen. In raadkamer besliste de Raad, alvorens uitspraak te doen, kapitein D. Z. Jol te horen. Op 29 Augustus werd deze oud kapitein van de „Gemma" gehoord door een commissie uit de Raad, bestaande uit de voorzitter en het lid, de heer K. Visser. Getuige verklaarde, dat hij vanaf April 1951 tot half December 1951 als kapitein op de „Gemma" heeft gevaren. Hij heeft op 28 December te 20.00 uur een telefonisch onderhoud gehad met kapitein Borg. Deze was toen opgewekt, de „Gemma" werd toen gesleept. Getuige heeft hem er op gewezen op lijfsbehoud bedacht te zijn en desnoods het schip te verlaten. De volgende morgen hoorde getuige op het kantoor, dat men had vernomen, dat de toestand zeer moeilijk was; de sleeptrossen waren gebroken, het schip dreef naar de kust. Men had gepoogd een sloep te strijken, maar deze was verloren gegaan, 's Avonds is getuige op order van de rederij naar San Sebastian gegaan om bij eventuele binnenkomst de kapitein te helpen. Op 30 December kwam hij aldaar aan en hoorde te 16.00 uur, dat het wrak op de kust was gevonden. Getuige ging naar Bayonne en sprak 31 December met de agent. Die zelfde dag identificeerde hij een aangespoeld lijk als dat van de stuurman. Eerst na enige dagen was men in staat een gat in het schip te branden, waardoor hij naar binnen kon gaan; hij vond echter niets. B.B.-anker zat nog in de kluis. Getuige heeft gezien, dat er een eind manilla touw in de schroef zat van circa 2Yi duim; hij is niet bij de schroef geklommen, maar herkende het end als een deel van een sloepsloper of vanglijn. Het was gewoonte, dat lopers en vanglijn in de twee sloepen werden opgeschoten en de sloepen werden afgedekt met een bootskleed. De scheepstrossen waren van staaldraad en werden op zee op de roosters gesjord. De vissersschepen aldaar gebruiken altijd cocostrossen. Getuige heeft aan boord nooit last gehad van de koppeling; deze werd soms gebruikt, als het nodig was de motor onbelast te laten draaien; de machinist was zeer bekwaam voor zijn werk. De verklaring van deze getuige is vervolgens aan de inspecteur voor de scheepvaart meegedeeld. Deze berichtte, dat deze verklaring voor hem geen aanleiding is tot het aanvullen van zijn requisitoir, behoudens de opmerking, dat tot de trossen, die in de schroef kunnen geraken, tevens behoren sloepslopers en vanglijnen en dat aan het opbergen daarvan eveneens alle zorg moet worden besteed. Het oordeel van de Raad luidt als volgt: Bij de droevige ramp, die het motorschip „Gemma" is overkomen, zijn alle opvarenden omgekomen. Het is dan ook onmogelijk, de toedracht en de oorzaak van het vergaan van het schip met volkomen zekerheid vast te stellen. Men moet afgaan op rapporten van plaatselijke autoriteiten, radiotelefonische berichten van het schip en enkele foto's, aangevuld door verklaringen van de vertegenwoordiger der rederij en wn de vorige kapitein, die tijdens deze reis juist met verlof was. Het schip is op 26 December 1951 's avonds in goede toestand uit Bilbao vertrokken en, hoewel men waarschuwde voor zwaar weer, was het verantwoord, met vertrek niet te wachten. Het weer is geleidelijk slechter geworden. Dat in de namiddag van 27 December sleepboothulp werd gevraagd, lag niet aan de weersomstandigheden, maar aan het weigeren van de motor. Toen de situatie was verergerd, hebben twee van de reeds eerder te hulp gekomen trawlers können vastmaken in de avond van 28 December; de trossen zijn gebroken in een verschrikkelijke storm, zodat de toestand in de ochtend van 29 December hopeloos was en het schip, waarschijnlijk laat op die dag, is vergaan. De kapitein had te 8.30 uur van 27 December radiotelefonisch bericht, dat de koppeling warm- of vastgelopen was en dat men langzaam terugvoer. Na de ramp is een tros aangetroffen, die tussen de schroef en de achtergland muurvast gedraaid Ziat. Het is te betreuren, dat deze niet, zoals enige motoronderdelen, voor onderzoek naar Nederland is medegenomen. Vaststaat, dat het een manillatros was, maar de getuigen verschillen van mening over de herkomst. De Raad acht het zeer onwaarschijnlijk, dat het een lijn van een der trawlers geweest is, omdat de schroef al niet meer draaide, toen deze vaartuigen te hulp kwamen en omdat aan boord daarvan andere trossen gebruikt plegen te worden. Evenmin aanvaardt de Raad de veronderstelling, dat bij het uitzetten van een der beide reddingboten een loper of een vanglijn daarvan in de schroef is gekomen, want ook toen draaide de schroef niet meer en kapitein Borg heeft geen veronderstelling in deze zin geuit, toen hij berichtte, dat een der sloepen was weggeslagen. Bovendien zou in deze veronderstelling het warm- of vastlopen van de koppeling een andere oorzaak moeten hebben, hetgeen niet dadelijk voor de hand ligt, nu vóór en na aan de koppeling zelf niets mankeerde. Het meest komt in aanmerking te denken, dat een loper of een vanglijn van een der op het achterschip aanwezige boten reeds op de eerste dag in de sèhroef is gekomen en daarin 's middags zo vastgeraakt is, dat de motor geen dienst meer kon doen. Bij gebreke van nadere gegevens kan niet gezegd worden, hoe, reeds op die dag, een van deze lijnen is losgeraakt. In elk geval sluit de Raad zich aan bij de aanbeveling van de inspecteur, dat het zaak is al het touwwerk zorgvuldig te sjorren. Kapitein Borg heeft in zijn berichten alleen over de koppeling gesproken, zodat de Raad zich heeft afgevraagd of hij wel aan een hindernis bij de schroef heeft gedacht; het is echter mogelijk, dat hij van een tros in de schroef heeft geweten of deze mogelijkheid heeft overwogen, zonder er over te berichten. Volgens rapporten uit Spanje zou de bemanning in het zware weer nog de gelegenheid hebben gehad, op de trawlers over te stappen; het is moeilijk, daarover achteraf te oordelen en in elk geval begrijpt en waardeert de Raad, dat kapitein Borg, die zijn eerste reis als gezagvoerder op dit schip maakte, niet dan in de uiterste noodzaak het schip heeft willen verlaten. De Spaanse vissers en de autoriteiten hebben lofwaardige en hardnekkige pogingen gedaan om de „Gemma" te behouden, waarbij helaas een opvarende van een trawler overboord is geslagen en verdronken. De Raad uit zijn grote waardering voor het gedrag van kapitein en bemanning en herhaalt zijn ook ter zitting uitgesproken deelneming met hun nabestaanden. Aldus gedaan door de heren prof. mr. }. Offerhaus, voorzitter, C. H. Brouwer, K. Visser en L. Meulman, leden, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris, mr. A. Boosman, en uitgesproken ter openbare zitting van de Raad van 15 October 1952. (Get.) J. Offerhaus; A. Boosman.
1952-08-26: Het Vrije Volk 26-08-1952: Alle opvarenden verdronken. Verging GEMMA door tros in de schroef? Meer dan twee uur is de Raad voor de Scheepvaart bezig geweest met een poging om de scheepsramp te reconstrueren, die de kustvaarder „Gemma" met man en muis deed vergaan in de Golf van Biscaje. Het gebeurde in de stormnacht van 29 op 30 December tijdens een orkaan, die het 400 ton metende motortankschip omgekeerd op het strand wierp van de Frans-Spaanse kust bij St. Jean de Luz. De kapitein H. Borg uit Groningen en de zes opvarenden kwamen om het leven. De voorzitter van de raad, prof. mr Offerhaus, kon de gang van zaken slechts nagaan aan de hand van afschriften van radio-telefoongesprekken en de verklaringen van twee getuigen, die ter zitting werden gehoord. De eerste getuige, machinist E., werkzaam bij de N.V. Rederij Teerbedrijf te Uithoorn, een dochteronderneming van de Rederij Theodora, waarvan de directeur, de heer M. v. d. P., eveneens verschenen was, legde verklaringen af over het slopen van het wrak. Daarbij bleek, dat de tros muurvast in de schroef was geraakt. Ook getuige v. d. P. legde een dergelijke verklaring af. Beiden vertelden ook, dat de koppeling warm was gelopen en een uitvoerig dispuut ontstond over de vraag of een en ander in verband stond met elkaar. Trawlers hielpen. In ieder geval verkeerde de Gemma in moeilijkheden. Daar er in de buurt van de gevaarlijke Golf van Biscaje geen groot sleepvaartbedrijf is gevestigd, was de Gemma aangewezen op de hulp van trawlers. Twee er van wisten contact te krijgen, maar hoewel zij de Gemma twintig mijl uit de kust wisten te slepen, werd de verbinding verbroken en was het schip — dat geladen was met 300 ton zwavelzuur voor een Engelse zeepfabriek — aan zijn lot overgelaten. Bij de hulpverlening verdronk een Spaanse matroos. Getuige v. d. P. verklaarde nog, dat van de twee schroeven van de Gemma, er één was weggeslagen. De Inspecteur voor de Scheepvaart, de heer Metz, de verklaringen samenvattend, concludeerde, dat in ieder geval deze lering uit de ramp getrokken moet worden, dat bij stormweer touwwerk uit de nabijheid van de schroef moet worden gehouden. Hij achtte het moeilijk een conclusie te trekken.
De raad zal later zijn mening geven.
1952-10-18: De Telegraaf 18-10-1952: „GEMMA”-bemanning hulde gebracht. Amsterdam. 17 Oct. — Waarschijnlijk is, dat een loper of vanglijn van een der op het achterschip van de „Gemma" aanwezige boten in de schroef is gekomen, zodat de motor geen dienst meer kon doen. Dit is het oordeel van de Raad van Scheepvaart over de ramp van de Nederlandse kustvaarder „Gemma", die op 29 December van het vorige jaar bij de Frans-Spaanse grens is vergaan, waarbij de gehele bemanning is omgekomen. De verongelukte kapitein Borg heeft in zijn berichten alleen over de koppeling gesproken, zodat de Raad zich heeft afgevraagd, of hij wel aan een hindernis bij de schroef heeft gedacht. Het is echter mogelijk, dat hij van een tros in de schroef heeft afgeweten, zonder er over te berichten. De Raad uit zijn grote waardering voor het gedrag van kapitein en bemanning en herhaalt ook zijn ter zitting uitgesproken deelneming met hun nabestaanden.

Afbeeldingen


Omschrijving: GEMMA
Gemaakt door: Clarkson, J. (John)

Omschrijving: GEMMA
Gemaakt door: Unknown