Inloggen
Zoek in kronieken
Aanwezig jaargangen:
Start - 1813 - 1814 - 1815 - 1816 - 1817 - 1818 - 1819 - 1820 - 1821 - 1822 - 1823 - 1824 - 1825 - 1826 - 1827 - 1828 - 1829 - 1830 - 1831 - 1832 - 1833 - 1834 - 1835 - 1836 - 1837 - 1838 - 1839 - 1840 - 1841 - 1842 - 1843 - 1844 - 1845 - 1846 - 1847 - 1848 - 1849 - 1850


Bevat   Exact
 

Kronieken uit 1849


01 januari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 30 december. Het schip (opm: tjalk) VROUW JOHANNA, kapt. G.H. Drewes, van Bremen op hier bestemd, is volgens brief van Dokkum van de 26e dezer, aldaar wegens tegenwind en ijsgang binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 27 december. Het schip (opm: kof) KAAPSTAD, kapt. J. van Hall, van Amsterdam naar Kaap de Goede Hoop, is alhier met verlies van stengen, watervaten, boten, zeilen, enz. binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Fowey, 26 december. Het schip (opm: kof) EENDRAGT, kapt. M. Priebée, van Amsterdam naar Marseille, is alhier zwaar lek en met verstopte pompen binnengelopen. Het moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Bij notarieel contract op de 30e december 1848 te Rotterdam gepasseerd, is tussen de ondergetekenden, Casper Vlierboom, Coenraad Vlierboom Casperszoon, en Arie Vlierboom, allen kooplieden, scheepsreders en assuradeuren, wonende te Rotterdam, overeengekomen om de tussen hen bestaande vennootschap, omtrent de voortzetting hunner handelszaken, bepaaldelijk ten doel hebbende de uitoefening van het bedrijf van reders en boekhouders van schepen, het uitrusten derzelve, het doen of bezorgen van verzekeringen, zo op schepen als op goederen, en het doen van ondernemingen en drijven van handel in zodanige goederen en artikelen in het algemeen als de ondergetekende vennoten met gemeen overleg en onderling goedvinden zullen bepalen, te continueren en zulks voor een tijdvak van zes jaren, aanvang nemende met de eerste januari 1849 en mitsdien zullende eindigen op de laatste december 1854, onder de firma van C. Vlierboom & Zonen, tot tekening waarvan ieder der vennoten gerechtigd zijn zal, edoch niet anders dan in zaken tot de vennootschap rechtstreeks behorende, zonder dat die zal mogen worden gebezigd tot het tekenen van promessen, schuldbekentenissen of garantiën, zullende, wanneer enige opneming van gelden of het aangaan van enige andere geldelijke verbintenissen, van welke aard ook, nodig mochten bevonden worden die niet anders mogen geschieden, dan onder de particuliere handtekeningen van alle vennoten gezamenlijk.
Rotterdam, 30 december 1848
C. Vlierboom, C. Vlierboom Czn, A. Vlierboom.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 24 december. De kof ALIDA, kapt. Top, te Groningen te huis behorende, van Dantzig met tarwe naar Amsterdam bestemd, is hier heden binnengelopen. Kapt. Top is ¼ mijl bezuiden de haven over boord gevallen en verdronken. (opm: vergelijk met PGC 050149)


02 januari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 januari. Gisteren morgen werd het barkschip NAGASAKI, kapt. F.A. Bunnemeijer, van de Nieuwesluis gesleept door de stoomboot BROUWERSHAVEN, en kwam op de middag bij Charlois onder de Visscherij ten anker, daar hetzelve door de lage waterstand toen niet over de droge kon komen. ’s Avonds werd hetzelve, ofschoon er zeer veel drijfijs in de rivier was, echter door diezelfde stoomboot er over gesleept en behouden voor deze stad ten anker gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 1 januari. Volgens brief van kapt. Van Duijn, voerende het schip DANIEL, van Liverpool op hier bestemd, in dato Holyhead 29 december, was hij aldaar de 26e dito in een zware storm uit het zuid-zuid-westen met verlies van fokkera, voorsteng en stagzeil, doch overigens in goede staat, binnengelopen en zou hij met de eerste gunstige gelegenheid de reis voortzetten. Verder rapporteert kapt. Van Duijn, dat tussen de 26e en 27e december aldaar veel schepen in de nabijheid waren verongelukt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen datum of plaats) Lijst van Nederlandse schepen welke gedurende het jaar 1848 verongelukt, vermist, gesloopt of buiten de vaart gesteld zijn.
Naam kapitein Kroniek 1848
ABEL TASMAN (gesloopt) L. van Haften NRC 130748, 240748, 120848
ANNA CATHARINA Post NRC 220248
ANNA CATHARINA (vermist) Dijk NRC 090348
ANNA MARIA (vermist) Middel NRC 050548
ANNEGINA Lodewijks NRC 301048
ANNEGIENA LUCIA Van Dijk NRC 041048
ANTONIA (afgekeurd) Houtsaager niet in Kroniek 1848
BONJOL (vermist) Mulder (opm: Muller?) NRC 160848
CATHARINA Braam NRC 161248
CATHARINA ELISABETH Boiten NRC 131148
CORNELIA Kwint NRC 091048
ELMINA (gesloopt) J. Baak Ezn AH 230248, NRC 240548, 050948
FORTUNA T.S. Taaij NRC 070448, 080448
FORTUNA Hansen NRC 161048
GEERTRUIDA Mellema niet in Kroniek 1848
HENDRINA Buiten NRC 080748
HERCULES (vermist) Van Wattum NRC 050548
HOOP VAN ALBLASSERDAM Pronk niet in Kroniek 1848
(gesloopt)
JACOBA MARIA Cramer NRC 020548
JACOBINA Bontekoe NRC 030648
JAN WILLEM Niels Andersen NRC 030148, 280248, 010348
JANTINA Vos NRC 221148
JONGE CHARLES Loef niet in Kroniek 1848
JONGE JAN Rentes NRC 021248
JONGE JANTINA Hazewinkel NRC 140448
KLEINKINDEREN Vink NRC 190648
LIEFDADIGHEID Lukje niet in Kroniek 1848
MARIA ANNA (afgekeurd) Klasen NRC 160848, 210948, 051048
NIESSINA Lukkien NRC 241148, 251148
ONDERNEMING Gort NRC 260248
OOIJEVAAR A.G. Eeftingh NRC 120148
REBECCA Prins NRC 141148
ROELINA Pronk NRC 251148, 071248
TJAARDINA CORNELIA Addens NRC 291148
VESTA G.W. Loman NRC 071148
VIGILANTIA De Ruyter NRC 020948
VROUW MARTJE Ludolphie NRC 280648
WELDAAD Pott NRC 081248, 161248
WILHELMINA CATHARINA Smit NRC 160848
(vermist)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. G.J. Roland Holst, H. Salm, en D. Beth, makelaars, presenteren als lasthebbende van hun principalen, door de notaris F.W. Fabius op maandag de 22e januari 1849 des avonds ten 6 ure, ten huize van J. Meijerink, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, te verkopen:
- Een extra ordinair welbezeild galjootschip, genaamd NIEUWLAND, gevoerd door kapt. H.D. Visser, groot volgens meetbrief lang 19 el 60 duim, wijd 3 el 90 duim, en hol 2 el 92 duim, en alzo geijkt op 99 tonnen of 52 lasten.
- 1/20e part in het fregatschip STAATSRAAD BAUD, kapt. T.M. Carsjens, groot volgens meetbrief 617 tonnen, onder boekhouderschap van de heren Otter & Van der Voort.
- 1/20e part in het barkschip ANNA PAULOWNA, kapt. W. Bek, groot volgens meetbrief 615 tonnen, onder boekhouderschap van de heren Van Baggen & Co.
N.B. Het galjootschip is met gegalvaniseerd ijzer beslagen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

(geen datum of plaats vermeld) Het schip DIANA, kapt. Visser, van Norden naar Hull is in de Leij op een zandbank gestrand, doch met adsistentie weder afgebracht en ligt wegens het ijs zeer gevaarlijk.


  DC - Dordtsche Courant

In het afgelopen jaar zijn aan deze stad (opm: Dordrecht) aangekomen 278 schepen, zijnde 61 minder dan in het jaar te voren. Dezelve kwamen, te weten: van Liverpool met zout en stukgoederen 94; van Lissabon met zout 1; van Torre-Vecchia met zout 1; van St. Ubes met zout 2; van Sunderland en Newcastle met kolen 43; van Grangemouth en Swansea met ijzer 48; van Riga met hout 1; van Memel met hout 1; van Nerva met hout 9; van Noorwegen met hout 17; van Riga met lijnzaad 1; van Odessa met lijnzaad 1; van Falmouth met ballast 1; van Batavia met suiker 11; van Bergen met vis en traan 8; van Tromsoe met vis en traan 2; van Lubeck met teer 1; van Bordeaux met wijn 1; van Messina met zwavel 1; van Palermo met zwavel 3; van Licata met zwavel 3; van Catania met zwavel 1; van Marseille met meekrap 2; van Charlestown met porseleinaarde 2; van Fowey met porseleinaarde 1; van Rostock met rogge 1; van Rostock met zaad 1; van Stockholm met teer en ijzer 9; van Archangel met teer 3, van Koningsbergen met tarwe 2; van Londen met ijzer 1; van Kiel met zaad 2; van Gioja met olie 1; van Petersburg met hennip 1, van Heiligenhafen met zaad 1.


  DC - Dordtsche Courant

Gedurende het jaar 1848 zijn te Schiedam uit zee aangekomen 341 schepen, zijnde 19 meer dan in 1847, en uitgezeild 341 schepen, waaronder 4 naar Batavia. De voornaamste aanvoeren hebben bestaan uit 14.891 last rogge; 12.104 last garst; 797 last tarwe; 234 last boekweit; 36 last erwten, 41 last haver; 113 last en 200 vaatjes lijnzaad, 4.075 balen rijst.


  DC - Dordtsche Courant

Gedurende het jaar 1848 hebben zich te Antwerpen 11.073 landverhuizers aan boord van 66 schepen naar Noord-Amerika ingescheept. In 1847 waren 102 schepen met 15.730 landverhuizers vertrokken.


  DC - Dordtsche Courant

In dit jaar zijn te Amsterdam uit zee aangekomen 1.972 schepen, zijnde 782 minder dan 1847, grotendeels ter oorzaak van de gestremde handel met de Oostzeehavens ten gevolge van de Deense oorlog.


  DC - Dordtsche Courant

Holyhead, 27 december. In de afgelopen nacht heeft alhier een hevige storm gewoed, waardoor het schip HARMONIE, kapt. Schabeling, van Rotterdam naar Liverpool, aan de grond heeft vastgezeten; na gehouden inspectie is echter bevonden, dat hetzelve geen belangrijke schade heeft bekomen.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Aan de respectieve deelhebbers in de Maatschappij van Dordrechtsche Scheepsreederij wordt kennis gegeven, dat door heren commissarissen, met en benevens de commissie van zes heren deelhebbers, daartoe volgens art. 19 der statuten benoemd, de rekeningen en balance, door directeuren overgelegd, goedgekeurd, gesloten en ten hunnen decharge getekend zijnde, van nu af aan gedurende veertien dagen ter visie van alle de leden zullen liggen, ten kantore van heren Klerk en Voogd, op de Kuipershaven, alhier, en verder, dat ingevolge art. 20 der gemelde statuten, het dividend door directeuren en commissarissen bepaald zijnde op vijfentwintig gulden voor ieder aandeel, deze uitdeling ontvangbaar is van heden tot de 10 januari 1849 ingesloten, bij de mede-directeur F.C. Déking Dura, alhier, bij wien de kwitanties in blanco verkrijgbaar zijn.
Dordrecht, 30 december 1848.


03 januari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Volgens een algemene staat, uitgegeven bij de heren Van Meurs & Co, bestaat de Nederlandse koopvaardijvloot op 1 januari 1849 uit 434 fregat-, bark-, brik- en schoenerschepen, als 199 van Amsterdam, 126 van Rotterdam, 26 van Dordrecht, 9 van Middelburg, 16 van Schiedam, 10 van Alblasserdam, 4 van Zaandam, 6 van Harlingen, 7 van ’s Gravenhage, 7 van Zierikzee, 5 van de Kinderdijk, 1 van Tiel, 1 van Alkmaar, 2 van Batavia, 1 van Den Briel, 2 van Edam, 1 van Oosthuizen, 2 van Purmerend, 2 van Veendam, 1 van Vlaardingen, 1 van Vlissingen, 3 van Wormerveer en 2 van Zwolle. Terwijl het getal galjoot-, kof-, tjalk- en smakschepen bestond uit 846.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 2 januari. Het schip (opm: kof) JOANNA JACOBA, kapt. K.G. Sap, van Cardiff op hier bestemd, met schade binnengelopen, was volgens brief van Torbay Brixham (opm: zie Kroniek 1848, NRC 211148) van de 28e december weder gereed om met de eerste gunstige gelegenheid de reis voort te zetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 29 december 1848. Het schip (opm: kof) VROUW MARTHA, kapt. Witkop, van Osterrisöer naar Delfzijl, met schade te Cuxhaven binnengelopen, is aldaar afgekeurd en zal de 2e januari verkocht worden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 2 januari. Het schip ROELF GIEZEN JR., kapt. Hazewinkel, van Stettin op hier bestemd, was gisteren in goede staat bij Kijkduin ten anker liggende; aan boord was alles wel.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 31 december. Heden zijn hier aangekomen het Nederlandse schip FORMOSA, kapt. H. Reiniersen, de 17e september vertrokken van Rotterdam, het dito schip CASTOR, kapt. J.J.C. Noodt, de 13e september vertrokken van Amsterdam, het dito schip BANKA, kapt. B.C. ten Ham, met een aantal passagiers, de 18e september vertrokken van Rotterdam, het dito schip NEDERWAARD, kapt. P. Wieriks, de 21e september vertrokken van Rotterdam, het dito schip VRIENDSCHAP, kapt. F.W.E. Schuchard, de 17e september vertrokken van Rotterdam, en het dito schip GEERTRUIDA MARIA, kapt. C. Spiegelberg, met een passagier, de 22e september vertrokken van Amsterdam.


04 januari 1849


  DC - Dordtsche Courant

Gedurende het jaar 1848 zijn 251 schepen van deze stad (opm: Dordrecht) naar zee gegaan, als: 4 met lijnzaad, 4 met haver en tarwe, 27 met schors, 8 met beenderen, 4 met vlas, 1 met aardnootkoeken, 1 met biezen, 1 met lompen en 127 met ballast, naar Groot-Brittannië; 8 met ballast en 3 met stokvis, wijn, vloerstenen, boter, enz., naar Oost-Indië; 2 met ballast naar Amerika; 1 met suiker, naar Oost-Friesland; 2 met hout en 1 met ballast , naar Frankrijk; 1 met suiker en 1 met ballast, naar de Middellandse Zee; 1 met suiker, 1 met ijzer, 1 met hoepen en 3 met ballast, naar Pruissen; 1 met ballast, naar Rostock; 8 met ballast en 1 met hout, naar Rusland; 1 met hout en 2 met ballast, naar Sicilië; 1 met ijzer en 1 met ballast, naar Genua; 2 met ballast, naar de Oostzee; 5 met hoepen, naar Bremen; 15 met ballast, 4 met hoepen en 1 met dakpannen, naar Noorwegen; 5 met ballast en 1 met hoepen, naar Zweden. In het vorige jaar zijn uitgevaren 340, zijnde dus 89 minder dan in dat jaar.


  DC - Dordtsche Courant

Gedurende het jaar 1848 zijn van de rede van Maassluis in zee gezeild 245 koopvaardijschepen en binnengekomen 12, behalve de haring- en visschepen.


  DC - Dordtsche Courant

Volgens een algemene staat, uitgegeven bij de heren van Meurs en Co., bestond de Nederlandse zeemacht op 1 januari 1849 als volgt: 2 schepen van 84 stukken, 5 van 74, 2 van 60, 1 van 54, 11 van 44, 2 van 38, 2 van 28, 2 van 26, 5 van 28, 5 van 26, 2 van 22, 1 van 20, 10 van 18, 9 van 14, 7 van 12, 1 van 8, 5 van 6, 7 van 5, 4 van 4, 3 van 3, 13 stoomschepen, waarvan 1 van 8 en 12 van 7 stukken; 4 ijzeren stoomboten, waaronder 2 van 11 stukken, benevens 3 transportschepen, 10 gaffel-kanonneerboten van 1 mortier en 3 stukken, 35 gaffel-kanonneerboten groot en 30 gaffel-kanonneerboten klein model.


05 januari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 4 januari. Volgens brief van Rendsburg van de 31e december overwinteren aldaar onder meer andere schepen, EENDRAGT, kapt. Douwes, DE HOPENDE ZEEMAN, kapt. Pronk, VROUW MAAIKE, kapt. Visser, HINDERIKA, kapt. Pruim, ALIDA, kapt. Dade, en HEIDEWIKA, kapt. Pekelder, en overwintert te Kiel CATHARINA, kapt. Mulder, en BROEDERLIEFDE, kapt. van Sluis.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 4 januari. Het schip (opm: kof) GEERDINA, kapt. H.W. Stuit, van Pernau naar Schiedam, is volgens brief van Flekkefjord van de 18e december lek te Rasvaag (opm: nabij Flekkefjord) binnengelopen en moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 1 januari. Heden begint zich hier meer en meer drijfijs te vertonen zonder nochtans in het minste de scheepvaart te hinderen, dewijl het ijs door de zuidoostelijke wind om de Noord gedreven wordt. Mocht echter de wind naar het oosten of noord-oosten toelopen, dan zullen wij ogenblikkelijk het vaarwater vol ijs hebben. De volgende Nederlandse schepen liggen hier nog in de haven: de tjalk GEBROEDERS, kapt. Kemper, van Memel en de kof (VROUW) MARTHA, kapt. Witkop, van Osterrisöer naar Delfzijl; de laatste is afgekeurd en zal de 2e verkocht worden. In reparatie bevindt zich hier de Nederlandse smak de JONGE GERRIT, kapt. Gerdesma, van Kiel naar Dordrecht.


  AH - Algemeen Handelsblad

Fowey, 30 december. Het schip EENDRAGT, kapt. Priebee, van Amsterdam naar Marseille, is alhier lek binnengelopen. Het is bezig de lading te lossen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

(geen plaats en datum) Het schip ALIDA, wijlen kapt. Scholtens (opm: tjalk ALIEDA, kapt. Klaas Hans Scholtens), van Dantzig naar Amsterdam, is, volgens brief van Elseneur van de 24e december, die dag wegens het verongelukken van de kapitein, die een vierde mijl bezuiden Elseneur over boord gevallen is, aldaar binnengelopen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip TWEE GEZUSTERS, kapt. Brouwer, van Tonningen met raapzaad naar Amsterdam, is de 23e december met zware lekkage, gebroken mast en stag op de buitengronden te Terschelling gestrand, vol water gelopen en zal vermoedelijk weg zijn; de equipage heeft zich met de boot gered en een groot gedeelte der tuigage is bereids geborgen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Verkoop van scheepstuigage. Op woensdag de 10e januari 184 des voormiddags te 11 uur, zal bij de Zijlvester Venne te Delfzijl publiek bij kavelingen à contant worden verkocht de geborgen tuigage van het gestrande kofschip CONCORDIA, kapt. J.L. Janssen, bestaande in 15 zeilen, ankerkettingen, ankertouw, zo goed als nieuw, lopend touwwerk, trossen, blokken, werpanker, boot, lier, koksgereedschappen en wat verder zal worden gepresenteerd. Nader informatie te bekomen bij de heren P. Stratingh en Comp., scheepsmakelaar te Delfzijl en bij de ondergetekende.
Mr. H.J. Offerhaus, notaris


06 januari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 5 januari. Volgens brief van Texel van de 3e dezer was de 30e december tussen Texel en Wieringen op de Westwal vast en zeer gevaarlijk in het ijs geraakt een éénmast-tjalk, vermoedelijk de MARIA, kapt. Visser, van Newcastle. Door het vele drijfijs kon men het schip niet bereiken, doch veronderstelde men dat het volk op Wieringen zou zijn aangekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harwich, 2 januari. Het schip HUGO, kapt. Bender, van Stettin naar Londen, is hedenmorgen op het Gunfleet-Sand totaal verongelukt, doch het volk gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Verkoop van een stoomschiphol op maandag avond 8 januari 1849 ten zes ure. D. Beth en G.J. Boelen, makelaars, zullen op maandag de 8e januari des avonds ten zes ure te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ verkopen het hol van het gekoperd Nederlands stoomschip de BEURS VAN AMSTERDAM, gediend hebbende in de vaart van Amsterdam op Hamburg, volgens Nederlandse meetbrief lang 40 ellen 30 duimen, wijd 5 ellen 73 duimen, hol 3 ellen 43 duimen en alzo gemeten op 352 tonnen, liggende aan de werf Vredenhof op de Kadijk no. 95. Nadere inlichtingen bij bovengemelde makelaars.
(opm: gebouwd Amsterdam 1827; zie ook NRC 250149 en 040649)


  JC - Javasche Courant

Batavia, 5 januari. In de ochtend van de 22e december, om half vier, is het Nederlands koopvaardijschip LOUISE, gezagvoerder J.T. Verschuur, gestrand op een van de Boompjes Eilanden (het middelste rif).- Volgens verklaring van de gezagvoerder aan de resident van Cheribon, op de 24e december afgelegd, had hij des namiddags om één uur van de 22e december het vaartuig verlaten toen het laatste gedeelte van de bemanning in de ochtend van de 23e december van boord ging, het tussendeks reeds half vol water stond en het water door de kajuitspoorten naar binnen sloeg. Het schip zat vast op een koraalrif en was met hoog water op strand geraakt, zodat geen gevaar voor zinken bestond, doch wel dat het door de golven uiteen zou worden geslagen.
De LOUISE had, toen het schipbreuk leed, slechts 450 pikols tin en 100 pikols rottan als lading in en was bestemd te Soerabaja verder beladen te worden. De bemanning, bestaande uit de gezagvoerder, drie stuurlieden, een geneesheer en drieëntwintig matrozen, is behouden te Cheribon aangekomen. Van daar zijn onverwijld de kruisboot No. 37 en twee praauwen maijang met een gedeelte van de equipage naar het gestrande vaartuig gezonden, teneinde van lading en schip, zo veel nog mogelijk zou zijn, te redden en is de assistent-resident van Indramaijoe aangeschreven om mede derwaarts te zenden de kruisboot No. 24 benevens 2 of 4 goede maijangs, allen voorzien van een toereikende hoeveelheid levensmiddelen en drinkwater, om gedurende minstens veertien dagen in de nabijheid van de Boompjes Eilanden te kunnen vertoeven, en van de nodige bamboe en allang-allang om aan de wal hutten en bergplaatsen te kunnen opslaan.
Volgens nadere berichten waren de pogingen om het wrak te bereiken mislukt; doch ging men zo van Cheribon als Indramaijoe voort, tot dat einde alles in het werk te stellen wat mogelijk was, daar het onstuimige weer het zenden van hulp van de zijde van Batavia niet waarschijnlijk maakte.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 5 januari. Nadat het gedurende zeven dagen te Menado aanhoudend hevig gewaaid had, is het op de 18e november aldaar een storm uit het Noord-Westen losgebarsten, welke, na de gehele dag met een hevigheid te hebben gewoed, in de ochtend van de 19e november tot een orkaan is overgegaan, zodat vele huizen zwaar beschadigd zijn; de woningen van de politie dienaren zijn ingestort; het nooddak boven het oude residentiehuis binnen het fort Amsterdam is afgeworpen; het aldaar ter rede liggend barkschip MENADO is op het strand gezet en door de hoge en zware branding geheel verbrijzeld; de schepelingen zijn niet als met levensgevaar, en na het uitloven van premiën van het wrak gered.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 2 januari. Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse bark EENSGEZINDHEID, kapt. A. van der Bent, de 14e september vertrokken van Amsterdam, en het dito schip AART VAN NES, kapt. J. Noback, met een passagier, de 5e september vertrokken van Texel.


07 januari 1849


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 5 januari. Het schip PETRUS, kapt. Stokvliet,van Pangool op hier bestemd, is, volgens brief van het Nieuwe Diep, van 4 dezer, na drie dagen voor de wal gelegen en om de stoomboot geseind te hebben, door de stoomboot CAMILLA, welke kapt. Brondless, beleefdelijk daartoe had aangeboden, van buiten in de haven van het Nieuwe Diep gesleept. Aan de schepen SURINAME, kapt. Van der Meij en ABAGUN, kapt. Dingley, van Baltimore, beide op hier bestemd en in het gat ten anker, ook voor de stoomboot seinende, is door de agent der stoomboot contra-sein gedaan,dat de stoomboten niet uitkwamen, zijnde dezelven wegens het ijs in het sluisgat gehaald. Beide schepen zijn alzo buiten moeten blijven liggen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Volgens brief van Texel van 3 dezer, was 30 december tussen Texel en Wieringen op de westwal vast en zeer gevaarlijk in het ijs geraakt, een eenmast tjalk, vermoedelijk de MARIA, kapt. Visser, van Newcasle; door het vele drijfijs kon men het schip niet bereiken, doch veronderstelde men, dat het volk op Wieringen zou zijn aangekomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De notaris A.R. van Voorst, te Gorredijk, zal, op woensdag de 10e januari 1849, des middags 4 ure, in het Logement De Korenbeurs, bij F. van der Wal aldaar, publiek te presenteren te verkopen zeker bevaren tjalkschip, genaamd de VROUW PIERTJE, lang 19 ellen 9 duimen, wijd 3 el 5 palmen en 2 duimen, hol 1 el 7 palmen en 7 duimen, groot 79 tonnen, voorzien van een best inventaris, zo als hetzelve door Jeen G. de Jong is bevaren. Zijnde inmiddels uit de hand te koop en informatiën te bekomen bij de eigenaar H.H. van Dam, te Gorredijk.
(opm: zie AH 270249; deze verkoping bracht kennelijk niet het gewenste resultaat)


08 januari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) Ten gevolge van de gestremde vaart op de rivieren is sedert 3 dezer het op vracht varen van pinken van Scheveningen begonnen, zijnde één van de reder F. Varkevisser, geladen met bokking en zoute vis naar Ostende, één van reder A. Mos met boter en schapen en één van de reder en stuurman A. Beekhuyzen met koeien en schapen naar Londen afgevaren, terwijl nog een vierde pink van de reder A. Mos zeilvaardig is om mede schapen en boter naar Londen over te brengen. Op 4 dezer is de mailstoompacket the GIRAFFE, kapt. Stranack van de Engelse Steam Navigation Company van Londen te Scheveningen met passagiers en de brievenmalen (opm: de post) aangekomen en is thans bezig een lading koeien en schapen in te nemen om heden te vertrekken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Verkoop van een stoomschiphol te Amsterdam. De op heden, maandag 8 dezer, aangekondigde verkoop van dit hol zal geen voortgang hebben. (opm: was inmiddels uit de hand verkocht)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 7 januari. Het schip CERES, kapt. Vernis, van Liverpool naar Dordrecht, is de 4e dezer lek te Vlissingen binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 7 januari. Volgens brief uit Zierikzee is het schip (opm: kof) MARINUS EN GEERTRUIDA, kapt. Kamminga, van Dantzig naar Zierikzee, de 26e dezer te Middlesbrough binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Katwijk aan Zee, 7 januari. Dezer dagen zijn van hier naar Engeland vertrokken vier bomschepen geladen met vee en kaas, behorende aan de reders Van Beeftingh & Co, Taat & Cazaux en F.E. Meerburg, terwijl nog een viertal schepen met gelijke bevrachting tot vertrek gereed liggen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een gaffelschip genaamd de VROUW CHRISTINA, groot volgens meetbrief 95 ton, voorzien van een complete inventaris, tot nu toe gebruikt geweest in het veer tussen Amsterdam en Zwolle. Hetzelve is thans, liggende te Amsterdam bij de Oude Brug, aldaar te bezien en informatiën dienaangaande te bekomen bij de eigenaar Hk. Aarsen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Volgens brief uit Zierikzee is het schip MARINUS EN GEERTRUIDA, kapt. Kamminga, van Dantzig naar Zierikzee, de 26e december te Middlesborough binnengelopen.


09 januari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. B. Bakker Wzn, D. Beth en P. Blom, makelaars, presenteren als lasthebbende van hun principalen, op maandag de 5e februari 1849 des avonds ten zes ure precies in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, ten overstaan van de notarissen Houtman en Franke, aan de meestbiedenden of hoogstmijnenden te verkopen een extra ordinair, welbezeild, kopervast en gekoperd barkschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd MARIA, gevoerd door kapt. T. Hagen, volgens Nederlandse meetbrief lang 29 ellen 86 duimen, wijd 5 ellen 97 duimen, hol 4 ellen 63 duimen en alzo gemeten op 367 tonnen of 194 lasten. En dat verder met al deszelfs rondhouten, opstaand en lopend want, ankers, touwen, zeilen en andere scheepsbehoeften, als breder bij inventaris is vermeld.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Ieder, die iets te vorderen heeft ten laste van het schoener-kofschip WIEA GESIENA, kapt. M.H. van Emmen, wordt verzocht de rekening daarvan in te zenden voor of op de 12e januari 1849, aan de ondergetekende te Eexta, zullende na die tijd geen rekeningen meer worden aangenomen of betaling geschieden.
E.J. Zelling


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. S.C.H. Piccardt, notaris te Pekela, zal ten verzoeke van de heer W.W. Pott op vrijdag de 19e dezer maand, des avonds om zes uur, te Nieuwe Pekela ten huize van R.G. Koops publiek te koop presenteren het snelzeilend kofschip PETRONELLA, met deszelfs inventaris, laatst gevoerd door kapt. Jan Abr. Schuring, groot 94 tonnen, liggende aan de werf St. Joris, van de heer G. Broerse, te Amsterdam. De inventaris der opgoederen ligt voor de gegadigden ter lezing ten verkoophuize, bij de Wedw. J.A. Schuring en ten kantore van de voorgenoemde notaris.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het tjalkschip VROUW WOBBEGIEN, kapt. De Vries, van Antwerpen naar Leer, is volgens brief van Antwerpen van de 4e januari te Terneuzen binnengelopen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip ENGBERDINA SCHURINGA, kapt. Orsel, van Dantzig naar Amsterdam, is volgens brief van Rendsburg van de 31e december, de vorige dag te Holtenau binnengelopen, zijnde door het ijs verhinderd de reis voort te zetten.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip GEERDINA, kapt. Stuit, van Pernau naar Schiedam, is, volgens brief van Flekkefjord van de 18e december, te Rasvaag lek binnengelopen. Het moest lossen om te repareren.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip ANNA CLARA, kapt. Ekamp, van Koningsbergen naar Schiedam, laatst van Cuxhaven, is de 23e december ter rede van Grimsby binnengelopen.


10 januari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) Het schip REINTJE, kapt. Teensma, van Stettin naar Amsterdam bestemd, is, volgens brief van de Zoltkamp van de 7e dezer, in het Friesche Gat op de hoek van de band in het ijs vastgeraakt en zit zeer gevaarlijk.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 5 januari. Alhier overwinteren de volgende Nederlandse schepen: ALIDA MARIA, kapt. Steffens, ALKANNA HENDRIKA, kapt. Westerbrink, ANNECHINA, kapt. Patje, AVONTUUR, kapt. Hoveling, BARBARA, kapt. Jonker, CATHARINA, kapt. Dik, CATHARINA CORNELIA, kapt. De Jonge, CATHARINA FREDERIKA, kapt. Duintjer, ENGBERDINA ANNAGINA (opm: vermoedelijk ENGBERDINA ANNECHIENA), kapt. Drent, ELISABETH, kapt. Kramer, ELSJE, kapt. Potjer, FENNEGINA, kapt. Peper, VREDE, kapt. Hazewinkel, TWEE GEBROEDERS, kapt. Slangenberg, GEERDINA BEERTA, kapt. Flik, GESINA CATHARINA, kapt. Evers, GOEDE HOOP, kapt. Greven, AFINA HILLECHIENA, kapt. Drewes, VROUW HENDRIKA, kapt. Stuurman, JOHANNA MULDER, kapt. Faber, JOHANNA SARA, kapt. Botje, JONGE HENDRIK, kapt. Wever, JONGE HERO, kapt. Van Calker, JONGE PIETER, kapt. De Jonge, JONGE WICHER, kapt. Kuitze, VROUW MARGARETHA, kapt. Gust, MARGARETHA HENDRIKA, kapt. Munneke, MARIA, kapt. Dik, VROUW MARTHA, kapt. De Jonge, MENSCHLIEVENDHEID, kapt. Van der Zwaag, NEPTUNUS, kapt. Koning, NIJVERHEID, kapt. Puister, SOPHIA, kapt. Hansen, TJALLINGA AURELIA, kapt. Fekkes, TIESSINA, kapt. Mooij, VRIENDSCHAP, kapt. Wijbus en FROUWINA STEENHUYZEN, kapt. Zuininga.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 6 januari. Gisteren is hier aangekomen de Nederlandse bark MERCURIUS, kapt. W. Veeneman, de 5e september vertrokken van Middelburg.
Heden is hier aangekomen het dito schip JACOBA HELENA, kapt. L. van Haften, met zes passagiers, de 13e september vertrokken van Nieuwediep.


11 januari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 januari. Wij vinden in het Handelsblad van heden een leading artikel, waarvan wij de strekking in allen dele kunnen beamen. Er is echter een zinsnede, welke wij niet onopgemerkt kunnen doen voorbijgaan: ‘Het is waar, de Oostelijke kusten van Amerika worden zo schaars door Nederlandse schepen bezocht, dat onze vlag daar bijna onbekend is te noemen’.
Dit is niet naar waarheid en de handel van Zuid-Holland ten minste verdient dat verwijt niet. In een zeer kort tijdvak, voor verreweg het grootste gedeelte in het afgelopen jaar, vertrokken voor rekening van onze handel de volgende schepen, alle aan de Maas thuisbehorende, naar de havens van Chili: de driemaster LOOPUYT, kapt. Van Wijk Jurriaanse, de nieuwe ijzeren schoenerbrik INDUSTRIE, kapt. De Boer, de nieuwe schoenerbrik DIANA, kapt. Teengs, de nieuwe schoenerbrik PIO NONO, kapt. Van der Meijden, de nieuwe hoeker OCEAAN, kapt. Van Duffelen, de driemaster DRIE GEBROEDERS, kapt. K.J. Swart, terwijl met open water wederom daarheen zal vertrekken het driemastschip CLARA ANNA MARIA, kapt. Bakema. Men ziet hieruit, dat het meer dan onjuist is te willen doen voorkomen dat de Nederlandse vlag in het Oostelijk gedeelte onbekend zou zijn.
(opm: op dit bericht volgt later een correctie, waarin de redactie schrijft, dat Chili natuurlijk aan de Westkust ligt.)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scilly St. Mary’s, 5 januari. De RAPHAEL, kapt. Visser, van Amsterdam naar Syra, is heden morgen met adsistentie in deze haven gebracht, hebbende averij aan zijn masten en boegspriet bekomen en zijnde lek. Het schip heeft zeer slecht weder van de 27e op de 28e december op de hoogte van Kaap Finisterre doorgestaan.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Verkoop van het Nederlandse schip de JONGE JOHANNES te Stettin.
De 3e februari 1849 wordt het Nederlandse schip de JONGE JOHANNES (opm: koftjalk, bouwjaar 1842), kapt. O.K. Beerta, door het Koninklijke Zee- en Handelsgerecht publiek te Stettin verkocht.
(opm: de kof, bouwjaar 1842, werd verkocht binnen Stettin, kreeg de nieuwe naam BERTHA en L. Haubuss als kapitein tevens mede-eigenaar; op 29 maart 1859 is de BERTHA, kapt. Haubuss, bij Falsterbo vergaan)


  DC - Dordtsche Courant

In het jaar 1848 zijn te Antwerpen aangekomen 1.143 schepen (779 minder dan het jaar te voren), metende 208.543 tonnen, als 416 onder Engelse, 65 onder Amerikaanse, 6 onder Oostenrijkse, 238 onder Belgische, 19 onder Bremer, 1 onder Braziliaanse, 1 onder Chileense, 61 onder Deense, 12 onder Spaanse, 58 onder Franse, 1 onder Griekse, 28 onder Hannoverse, 74 onder Nederlandse, 4 onder Kniphuizer, 1 onder Lübecker, 9 onder Mecklenburger, 3 onder Napolitaanse, 40 onder Noorse, 5 onder Olderburgse, 24 onder Pruissische, 21 onder Russische en 46 onder Zweedse vlag. In het jaar 1847 waren 109 schepen onder Nederlandse vlag aangekomen.


12 januari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 8 januari. Heden arriveerde hier met zijn ijssloep schipper Allers, en deze bericht, dat de op de 6e op de Scharhörn Rif gestrande schepen een kof en een galjas zijn. De kof is waarschijnlijk het Nederlandse schip TWEE GEBROEDERS met een lading steenkolen. Dezelve is geheel masteloos, zit half onder water en is overigens geheel ontramponeerd. Van de galjas was slechts de steng, ra en reef weggeslagen. Naar zijn mening zijn beide schepen als verloren te beschouwen, Van de equipagiën is nog niets vernomen en schipper Allers gelooft zeker, dat zij verdronken zijn. Hij zag nog een ledige boot drijven, doch zonder enige kentekenen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. J.C. van Slooten, notaris te Veendam, gedenkt op donderdag de 18e januari 1849 des avonds om 7 uur, ten huizr van de logementhouder E.J. Duintjer, te Veendam, namens zijn principalen publiek te verkopen:
- zes 1/30 en 1/60 aandelen in het kofschip NIESSINA SCHURINGA gevoerd door kapt. H.O. Engelsman
- twee 1/30 aandelen in het kofschip BEERTA SCHURINGA, gevoerd door kapt. H.G. de Vries.


13 januari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brake, 1 januari. Alhier zijn in de haven liggende de navolgende Nederlandse schepen: ALIDA, kapt. Sprik, GEBKELINA LUCRETIA, kapt. Dommering, TWEE ZUSTERS, kapt. Huisman, AFINA, kapt. Post, KLASINA, kapt. G.R. Kars, VRIENDSCHAP, kapt. Karsijns en GESINA, kapt. Bekkering.


  JC - Javasche Courant

Het Nederlands koopvaardijschip DELFSHAVEN, gezagvoerder J.D. Nordlohne, hetwelk op de 4e januari de rede van Batavia had verlaten teneinde naar Nederland terug te keren, is kort daarna, nabij Poeloe Dapoer gestrand. Nadat in de avond van de 5e januari de tijding van dit ongeval te Batavia was aangebracht, zijn nog in de daarop volgende nacht verscheidene praauwen tot het verlenen van hulp naar het gestrande vaartuig gezonden, en is Zr.Ms. stoomschip ONRUST in de vroege morgen van de 6e januari mede derwaarts vertrokken. In weerwil van deze maatregelen, in het niet gelukt het vaartuig te behouden, zijnde hetzelve door de hevige golfslag uiteen geslagen en verbrijzeld; slechts een gering gedeelte van de lading, benevens de bemanning, bestaande, behalve de gezagvoerder, uit twaalf personen, zijn gered. Voor het lot van dezen, die sedert alhier aangebracht zijn, bestaande uit de gezagvoerder, zijn stuurlieden en tien manschappen, wordt op gebruikelijke wijze gezorgd.


  JC - Javasche Courant

De 10e dezer maand zijn aan boord van het ter rede Batavia liggende wachtschip Zr.Ms. korvet ARGO met drie sloepen aangekomen zeventien schepelingen en vier passagiers, afkomstig van het bij Billiton gestrande Spaanse schip GEERRISA, gezagvoerder Pedro de Gococheal, komende van Manilla en bestemd naar Cadix.
De vier passagiers zijn genaamd Ceferino Hermandez, koopman, oud 60 jaren, met zijn zoon Juan Hermandez, oud 7 jaren, alsmede Pablo Roderiquez en Jaoquin Lopez. Deze passagiers zijn met de gezagvoerder en diens zoon Justo de Gococheal en een stuurman, met name Augustin de Ortubiage, des morgens van de 11e van deze maand te Batavia aan wal gekomen; terwijl de overige schipbreukelingen, ten getale van veertien, aan boord van het wachtschip zijn achtergebleven en aldaar op de gewone wijze verpleegd worden. Opmerkelijk is het, dat de schipbreukelingen de reis van Billiton naar Batavia met hun drie sloepen in de korte tijd van vijf dagen hebben afgelegd.


  JC - Javasche Courant

Vendu-departement op woensdag de 17e januari 1849, tegen 4 % vendu-salaris, door E.S. Voute & Co. in een der lokalen van het entrepôt om 10 ure, voor rekening van wie zulks zoude mogen aangaan, van de gedeeltelijk geborgen lading en inventaris van het op Poeloe Dapoer gestrande Nederlands schip DELFSHAVEN, gevoerd geweest door kapt. Nordlohne, bestaande in 196 zakken rijst, zeilen, touwwerken, twee sloepen, een goede chronometer, enz., en daarna het wrak zo als hetzelve aldaar is of niet is liggende.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 11 januari. Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse bark ZORGVLIET, kapt. J.G. Appel, de 26e september vertrokken van Rotterdam, en het dito schip DILIGENCE, kapt. L. Smit, de 22e september vertrokken van Amsterdam.


14 januari 1849


  AH - Algemeen Handelsblad

Scilly, 8 januari. Het schip RAFAEL, kapt. Visser, van Amsterdam naar Syra, alhier in schade binnen, zal heden geïnspecteerd worden.


15 januari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 13 januari. Volgens brief van kapt. Teensma, voerende het schip REINTJE, van Stettin op hier bestemd, in dato Oostmahorn 10 januari, was hij de 6e dito, na gedurende acht dagen bij de Zoltkamp in het ijs gezeten te hebben, aldaar met adsistentie van 25 man achter het Stenenhoofd in veiligheid ingeijsd. Het schip had niets geleden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ameland, 3 januari. Het schip de JONGE DIRK, kapt. Matroos, van Hamburg naar Amsterdam, is bij het dorp Nes in het ijs vastgeraakt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 9 januari. Het schip KAAPSTAD, kapt. van Hall, van Amsterdam naar Kaap de Goede Hoop, alhier met schade binnengelopen (zie NRC 010149), heeft de lading gelost.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 13 januari. Het schip MARIA, kapt. Visser, van Newcastle, tussen Texel en Wieringen in het ijs bezet geraakt, is de 12e dezer met adsistentie van 4 man met gebroken roer in het Nieuwe Diep gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Holyhead, 11 januari. De ANNA MARIA (opm: kof), kapt. D. Lovius, van Liverpool naar Dordrecht, is gisteren nacht op de rotsen ten zuiden van onze haven geheel verongelukt. Twee man der equipage zijn verdronken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Limerick, 10 januari. Gisteren nacht heerste hier een zware storm, waardoor het Nederlandse schip (opm: brik) WITTE LEEUW, kapt. J. Heres, op de kust bij de New Docks is geworpen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 13 januari. Het schip DOGGERSBANK, kapt. Kerkhoven, van Batavia op hier bestemd, was,volgens brief van het Nieuwe Diep van de 12e dezer,aldaar voorgaats ten anker liggende; de stoomboot had uithoofde van het ijs niet kunnen uitlopen om het schip binnen te slepen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Volgens brief van kapt. Teensma, voerende het schip REINTJE, van Stettin op hier bestemd, in dato Oostmahorn 10 januari, was hij de 6e dito, na gedurende 8 dagen bij de Zoltkamp in het ijs gezeten te hebben, aldaar met adsistentie van 25 man achter het Steenenhoofd in veiligheid ingeijsd; het schip had niets geleden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Het schip de JONGE DIRK, kapt. Matroos, van Hamburg maar Amsterdam, is de 3e januari nabij het dorp Nes in het ijs vastgeraakt.


16 januari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Limerick, 11 januari. Nadere berichten omtrent het schip de WITTE LEEUW, kapt. Heres, luiden, dat hetzelve door een zware storm uit het noord-noord-oosten op de palen van de nieuwe haven is geworpen en dadelijk gezonken. De lading, bestaande uit tarwe, zal, hoewel in zeer slechte staat, nog gelost worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremerhaven, 1 januari. Alhier zijn in de haven liggende de Nederlandse schepen GOEDE HOOP, kapt. De Jonge en TWEE GEBROEDERS, kapt. Woltman.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Pillau, 1 januari. Het schip AMICITIA, kapt. Bossinga, overwintert te Koningsbergen.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 14 januari. De RHIJN, kapt. C. Brandligt, heeft bij het binnenkomen in het ijs zijn anker en ketting verloren. Er drijft weinig ijs op de stroom. De wind West.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. S.C.H. Piccardt, notaris te Pekela, zal ten verzoeke van Hindrik Berends Vrij te Nieuwe Pekela op zaterdag de 20e van deze maand, des namiddags om vier uur, ten huize van kastelein G.J. Kramer aldaar publiek verkopen een bevaren tjalkschip genoemd DE JONGE JAN, groot 49 tonnen, met daarbij behorende opgoederen zo thans is liggende te Groningen bij het Maagdenboogje en gevoerd is door schipper Meerten Berends de Jonge, ten wiens laste hetzelve uit kracht der grosse ener notariële koopactie van de 5e juli 1841 is in beslag genomen bij exploit in dato de 9e deze maand, van de deurwaarder P. Hekkema te Groningen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Volgens een opgave van de voornaamste artikelen, welke gedurende het jaar 1848 rechtstreeks van en naar zee te Harlingen in- en uitgevoerd zijn, blijkt o.a. dat uit die haven in dat jaar uitgevoerd zijn: 550.500 Nederlandse ponden afgekookte beenderen, 8.459.250 Nederlandse ponden boter, 833.950 Nederlandse ponden gedroogde cichorei, 2.055.300 stuks dakpannen, 50.000 stuks eieren, 35.350 mud tarwe, 22.890 mud gerst, 190.380 mud haver, 19.165 mud bonen, 200 mud koolzaad, 1.410.000 Nederlandse ponden kanter kaas, 471.220 Nederlandse ponden zoetemelkse kaas, 125 stuks paarden, 391.000 stuks kalveren, 5 varkens, 19.998 stuks schapen en lammeren, 731.700 Nederlandse ponden ruw vlas, voor 2.800 NLG waarde aan wild en gevogelte enz. In het geheel zijn in genoemde haven binnengekomen 450 schepen, inhoudende 83.936 tonnen, en uitgezeild 48 schepen, inhoudende 87.635 tonnen.
(opm: het getal van 48 uitgezeilde schepen is, gelet op de bijbehorende totale tonnage, onjuist; dat getal zal eerder rond de 480 uitgezeilde schepen moeten liggen)


17 januari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 12 januari. Aangaande het schip MARTHA, kapt. Mugge, van Tonningen naar Amsterdam, in de bocht van Ballum bij Ameland in het ijs bezet geraakt, wordt gemeld, dat men bezig was de lading te lossen en naar Ballum te vervoeren, ten einde het schip hoger op strand te brengen.
(opm: zie ook NRC 240149)


  JC - Javasche Courant

Batavia, 15 januari. De 12e dezer is hier aangekomen de Nederlandse bark GERARDINA, kapt. M.J. Witsch, de 4e september vertrokken van Rotterdam.
De 13e dezer zijn hier aangekomen het dito schip GENERAAL CHASSÉ, kapt. J.M. de Winter, de 18e september vertrokken van Rotterdam, de dito bark DRIE MARIA’S, kapt. L.G. Verbeek, de 18e september vertrokken van Rotterdam, het dito schip SARA LYDIA, kapt. B. van der Tak, met een aantal passagiers, de 8e oktober vertrokken van Rotterdam, en de dito bark de ZWIJGER, kapt. J.H.. Mugge, de 23e september vertrokken van Dordrecht.
Gisteren is hier aangekomen de dito brik HENRICA, kapt. J.R. de Boer, de 13e oktober vertrokken van Rotterdam.
Heden zijn hier aangekomen de dito bark STAD ZIERIKZEE, kapt. D. Ochtman, met een passagier, de 28e september vertrokken van Zierikzee, en de dito bark de DRIE VRIENDEN, kapt. H. de Wijn, met enige passagiers, de 26e september vertrokken van Amsterdam.


18 januari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 17 januari. Volgens brief van kapt. W. Kiers Kok, voerende het schip (opm: brik) de HOOP, van hier naar Syra en Konstantinopel, in dato Syra 25 december, was hij de 19e dito aldaar aangekomen, doch, na gedaan onderzoek naar een gezondheidspas, afgewezen en met een bewaker aan boord buiten de haven gebracht ten einde 16 dagen quarantaine te houden. Van de 22e tot en met de 25e december had aldaar een hevige storm uit het noord-oosten gewoed, welke het schip voor twee ankers en kettingen gelukkig had uitgereden, terwijl een Rostocker brik in de morgen van de 24e december in de nabijheid aldaar voor deszelfs ankers weggeslagen en op strand was gedreven – vermoedelijk de brik DORIS, kapt. Ehlert.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 17 januari. Het schip (opm: kof) JUFFER ALIDA, kapt. E.J. Schrage, van hier naar Bayonne, is te Texel met gebroken fokke-ra, overgeworpen lading en meer andere schade uit zee teruggekomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De notaris A.R. van Voorst, te Gorredijk zal op woensdag de 24e januari 1849, des namiddags ten 4 ure, ten huize van de Logementhouder J.J. Oosterbaan, aldaar, bij finale toewijzing, publiek presenteren te verkopen: Zeker bevaren tjalkschip, genaamd de VROUW PIERTJE, lang 19 ellen, 9 duimen, wijd 3 ellen, 5 palmen, 2 duimen, hol 1 el, 7 palmen en 7 duimen, groot 79 tonnen, voorzien van een beste inventaris, zodanig als hetzelve door Jeen Geeukes de Jong is bevaren en de 10e dezer maand in veiling gebracht, waarop geboden is de zeer geringe som van NLG 2.300,-. Zijnde dadelijk te aanvaarden, inmiddels uit de hand te koop, en informatie te bekomen bij de eigenaar H.H. van Dam, te Gorredijk.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 16 januari. Door de ijssloep VROUW NEELTJE, stuurman W. Zwartvelt, is alhier aangebracht de door hem geredde equipage van het Hannoverse kofschip de VROUW JOHANNA, kapt. J.L. de Vries, van Dantzig naar de Ems bestemd, welke is moeten verlaten worden in het gezicht van Terschelling. Het ijs op de stroom is geheel verdwenen, terwijl het kanaal door Voorne thans voor de commercie opengemaakt is en alzo hetzelve spoedig voor de uit zee komende schepen bevaarbaar zal wezen. De wind ZW.


  DC - Dordtsche Courant

Christinestad, 9 december. Het schip ALEXANDRA, kapt. Roosgren, van Amsterdam alhier aangekomen, heeft gedurende de reis zware stormen doorgestaan, waardoor de mast gebroken is, en hetzelve de boten en verschillende andere voorwerpen verloren heeft. Bovendien is er gedurende een hevige storm, die het schip dreigde omver te werpen, brand in de kajuit ontstaan, waardoor een groot gedeelte van de zeilen verloren gegaan is, terwijl eindelijk, ten gevolge van zware ijsgang, waardoor het schipniet naar het roer wilde luisteren, hetzelve voor deze haven aan de grond geraakt is. Een inspectie van het schip heeft nog kunnen plaats hebben, uit hoofde het ijs te zwak is.


  DC - Dordtsche Courant

Gedurende het jaar 1848 zijn van de rede van Maassluis in zee gezeild 245 koopvaardijschepen en binnengekomen 12, behalve de haring- en visschepen.
Gedurende het jaar 1848 zijn te Brouwershaven binnengekomen 144 schepen, waaronder 62 van Java.
Gedurende het jaar 1848 zijn te Zierikzee ingeklaard 16 zeeschepen (2 meerder dan in 1847) waaronder 5 van Batavia naar Middelburg bestemd; en uitgezeild 21 schepen (2 meerder dan in het jaar te voren).
Gedurende het laatstvorige jaar zijn te Vlissingen ingeklaard 115, en uitgeklaard 45 schepen. Van de ingeklaarde waren 46 voor Vlissingen, 1 voor Dordrecht, 3 voor Middelburg, 4 voor Rotterdam, 61 als bijleggers, onder de navolgende vlaggen: 52 Nederlandse, 19
Engelse, 10 Hannoverse, 8 Belgische, 6 Deense, 4 Amerikaanse, 4 Franse, 3 Noorse, 2 Russische, 2 Zweedse, 2 Mecklenburgse, 1 Pruissische, 1 Rostockse en 1 Hamburgse. Van de uitgeklaarde waren 42 naar Engeland, 2 naar Spanje en 1 naar België bestemd, waaronder 30 Nederlandse, 13 Engelse, 1 Frans en 1 Hannovers.
In hetzelfde jaar zijn te Veere binnengekomen 32 schepen, metende 4.002 tonnen, en uitgevaren 30 schepen, metende 4.110 tonnen.


19 januari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Holyhead, 15 januari. De ANNA MARIA, kapt. D. Lovius, van Liverpool naar Dordrecht, welks stranding wij hebben medegedeeld, is door de golfslag verbrijzeld. Het geredde zal verkocht worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) Te Lübeck overwinteren de Nederlandse schepen ALIDA SCHURINGA, kapt. J.F. Kuipers en MEINSINA, kapt. H.T. Kuiper.


  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 17 januari. Volgens particulier bericht is te Brouwershaven gearriveerd het fregatschip DELFT, kapt. B.J.Muller, van Java op hier bestemd. Deze bodem heeft de reis heen en terug afgelegd in de tijd van 7 maanden en 22 dagen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Deal, 14 januari. Het barkschip JOHANNES MARINUS, kapt. Van Delft, van Batavia naar Rotterdam, is gisteren alhier binnengelopen en van anker en ketting voorzien; hetzelve is lek, hebbende bij Dungeness op strand gezeten.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Van Cuxhaven wordt van de 12e januari gemeld, dat het bericht wegens het verongelukken van het Nederlandse schip de TWEE GEBROEDERS zich bevestigd had, terwijl men vermoedde, dat het mede op Scharhörn verongelukte schip ook een Nederlands zoude zijn. Van de equipagiën was niets bekend.


20 januari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dover, 16 januari. De CELERITAS, kapt. Hansen, van New York naar Amsterdam, is gisteren alhier binnengelopen met schade aan zijn zeilen, tuigage, enz.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scilly St. Mary’s, 15 januari. De RAPHAEL (opm: schoener), kapt. T. Visser, van Amsterdam naar Syra, met schade alhier binnengelopen, is in de haven gebracht. De lading suiker zal gelost moeten worden om de nodige reparatiën te bewerkstelligen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Havre voor goederen en passagiers het Nederlands stoom-schroefschip ADMIRAAL VER-HUELL, kapt. A. van Volkom, om, mits open water, de 15e februari te vertrekken. Adres ten kantore van Kuyper, Van Dam & Smeer. (opm: dit is de eerste vermelding in de NRC van dit toen nieuwe Nederlandse stoomschip).


  AH - Algemeen Handelsblad

Holyhead, 15 januari. De ANNA MARIA, kapt Lovius, van Liverpool naar Dordrecht, is op de rotsen bezuiden deze haven verbrijzeld. Het geredde zal verkocht worden.


  DC - Dordtsche Courant

Te Ramsgate is binnengelopen op 12 januari de PAULINA, kapt. De Boer, van Newcastle naar Gibraltar, met verlies van stengen.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 17 januari. Heden zijn hier aangekomen Zr.Ms. fregat PRINS VAN ORANJE, kapt.t.zee J.T.D. Bouricius, met 150 vrijwilligers, de 12e oktober vertrokken van Nieuwediep, en het Nederlandse schip MENADO, kapt. R.J. Rijken, met Zr.Ms. troepen, de 13e oktober vertrokken van Rotterdam.


22 januari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gibraltar, 6 januari. Het schip (opm: kof) de KOOPHANDEL, kapt. Hoeksma (opm: C.E. Hoeksema), van Livorno naar Londen, is alhier met verlies der fokkemast binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 25 november. Scheepsvrachten. In de loop dezer maand werden successievelijk de volgende bevrachtingen gesloten. De ERFPRINSES VAN ORANJE tot NLG 92,50 voor rijst en NLG 95 voor suiker, beiden zonder meer, om alhier en te Soerabaija te laden. De KONING WILLEM II bedong NLG 90 voor 10/m pikols rijst, NLG 85 voor koffij en NLG 120 voor tabak, alles zonder meer. De brik ABEONA, een scheepje van slechts 4.000 pikols, werd tot NLG 97,50 zonder meer genomen voor een lading suiker en rijst, te Pamanoekan te laden. Bovendien werd nog door de Factorij (opm: der Ned. Handel Maatschappij) gecharterd de ANNA EN ELIZE en de DUIVELAND voor een lading suiker en tabak, respectievelijk tot NLG 95 en NLG 120 per last zonder meer, en heeft de JAN PIETERSZ KOEN heden nog van diversen lading bekomen tot NLG 95 voor suiker, NLG 90 voor rijst, NLG 85 voor koffij en NLG 125 voor tabak. De AMSTEL en de HARMONIE, laatstgenoemde van een reis naar Banka en terug, laden suiker en rijst voor eigen rekening. Op dit moment ligt nog onbevracht de CATHARINA MARIA en dewijl eerstdaags nog meerdere schepen, zo van tussenreizen als uit Nederland hier verwacht worden, is het te vrezen, dat de tegenwoordige vrachten zich moeilijk zullen kunnen staande houden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Scilly, 15 januari. Het schip RAFAEL, kapt. Visser, van Amsterdam naar Syra, alhier met schade binnengelopen, is in de haven gehaald om de lading suiker te lossen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. B. Bakker, Wz., D. Beth en P. Blom, makelaars, presenteren als last hebbende van hun principalen op maandag de 5e februari 1849, des avonds ten zes ure precies, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, ten overstaan van de notarissen Houtman en Franke, aan de meestbiedenden of hoogstmijnenden te verkopen: Een extra ordinair welbezeild kopervast en gekoperd barkschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd MARIA, gevoerd door kapt. T. Hagen, volgens Nederlandse meetbrief lang 29 ellen 86 duimen, wijd 5 ellen 97 duimen, hol 4 ellen 63 duimen, en alzo gemeten op 367 tonnen, of 194 lasten. En dat verder met al deszelfs rondhouten, opstaand en lopend want, ankers, touwen, zeilen en andere scheepbehoeften, als breder bij inventaris is vermeld.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie De notaris Waubert de Puiseau, in de Lemmer, zal op donderdag de 15e februari 1849, des morgens ten 11 ure, ten huize van A.T. Teitsma, in het Heren Logement, veilen, en des avonds ten 7 ure, ten huize van W.H. Korenstra, in het Logement “De Wildeman”, aldaar finaal verkopen: Een sedert ruim twee jaren nieuw gebouwd overdekt en gewegerd hek-tjalkschip, genaamd de JONGE KLAVERS, lang 12 ellen, 4 palmen en 4 duimen; wijd 3 ellen, 6 palmen, 4 duimen en hol 1 el, 8 palmen, 3 duimen; geijkt op 82 tonnen en groot 29 lasten; thans liggende in de Binnenhaven van de Lemmer, en laatst bevaren geweest door nu wijlen Teunis Harkes Klaver, uitmuntend geconditioneerd, met zeil en treil, staand en lopend want en verder complete inventaris. Breder omschreven in de daarvan uitgegeven biljetten; zullen de koper verplicht zijn, om de boot met aanbehoren voor de som van NLG 100,- bij de koop over te nemen. Tot strijkgeld wordt uitgeloofd NLG 75,-.
Eigendomsbewijzen en verkoopsvoorwaarden liggen ter inzage ten kantore van de genoemde notaris, bij wie zowel als bij de heer P. Schotsman Dz., in de Lemmer, andere informatiën kunnen worden genomen.


23 januari 1849


  DC - Dordtsche Courant

Het schip EMMA EN LOUISE, kapt. Haesloop, van Batavia naar Amsterdam, zou volgens brief van het Nieuwe Diep van den 18 dezer, op het Goodwinsand verongelukt zijn; de kapitein en de passagiers waren in de kajuit verdronken, doch de overige equipage gered. (opm: een onjuist bericht, zie DC 270149)


  DC - Dordtsche Courant

Het schip JOHANNES MARINUS, kapt. J. van Delft Czn., van Batavia naar Rotterdam, is de 13e ter rede van Deal lek binnengelopen, hebbende bij Dungeness op het strand gezeten. Het is van een anker en ketting voorzien geworden.


24 januari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zwolle, 21 januari. Men verneemt, dat hier het plan bestaat om de nieuw gebouwde schoener SARAMACCA voor Californië te bevrachten. De kosten op zodanig een reis, die wel twee jaar kan duren, zullen wel bedragen voor de bemanning, proviandering, havengelden, etc. NLG 20.000 en al spoedig beloopt de lading zelve NLG 50.000. Het schip kost buitendien ca. NLG 30.000, en wanneer een en ander werd geassureerd, zou de assurantie misschien wel NLG 10.000 vereisen. Of men er hier in zal slagen die som van NLG 110.000 bij actiën te verkrijgen, kan nog betwijfeld worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 23 januari. Het schip SIRIUS, kapt. Mulder, de 12e november van Batavia naar hier vertrokken, is de 17e dito aldaar uit zee teruggekomen, hebbende de stengen, bramstengen en al de bovenzeilen over boord verloren en gekapt. Het schip is echter dicht gebleven. De kapitein zou de geleden schade herstellen, doch vreesde daardoor een oponthoud van zes weken te hebben.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ameland, 13 januari. Aangaande het schip MARTHA, kapt. Mugge, van Tonningen naar Amsterdam, in de bocht van Ballum in het ijs bezet geraakt (opm: zie NRC 170149), wordt gemeld, dat de lading raapzaad gelost en te Ballum was opgeslagen. Een klein gedeelte is beschadigd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 23 januari. Volgens brief uit Batavia van de 29e november was het schip NIEUW LEKKERLAND, kapt. Kramer, van Pamanoekan derwaarts verzeild, met schade te Samarang binnengelopen, doch had na twee dagen oponthoud de reis weder voortgezet.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 23 januari. Het schip PIETER FLORISZ, van Batavia op hier bestemd, is volgens particulier bericht, gisteren op de rede van Texel gearriveerd; de stoomboot, welke was uitgelopen, had wegens harde wind hetzelve nog niet kunnen binnenslepen.


  JC - Javasche Courant

Het is aan de schoener ALCINOE welke, zo als in een vroeger nummer van de Javasche Courant is medegedeeld, benevens twee kruisboten door de resident van Banka gezonden was, naar de plaats alwaar het Engelse koopvaardijschip THE OCEAN QUEEN strandde, niet gelukt die plaats te bereiken na gedurende twee dagen in zee te zijn geweest, zonder veel te hebben kunnen vorderen, zijn de schoener en de beide kruisboten door de onstuimigheid van de zee en hevige tegenwind genoodzaakt terug te keren.
De OCEAN QUEEN was, volgens verzekering van de gezagvoerder van dit schip, toen hij hetzelve verliet, reeds in vier vadem water gezonken; zodat van hetzelve bijna niets meer te zien was, en naar zijn oordeel was het nagenoeg zeker dat van het schip of lading niets meer te redden zou zijn op de tijd welke de tot hulp afgezonden vaartuigen hetzelfve zouden kunnen bereiken.
Men berekende, dat de ALCINOE, na van alles voor een tweede tocht voorzien te hebben, ongeveer veertien dagen nodig zou hebben, om aldaar te komen; voor de kruisboten werd die tocht bij het onstuimige weer ondoenlijk geacht. Onder die omstandigheden is van het zenden dier vaartuigen afgezien en heeft men zich bepaald tot een kennisgave van het voorgevallene aan de kommandant van Zr.Ms. stoomschip BATAVIA, hetwelk op deszelfs reis naar Singapoera de plaats van het onheil zou moeten voorbij stevenen.
De kommandant van het stoomschip heeft van het voorgevallene kennis gegeven aan de autoriteiten te Singapoera, zo mede aan het resident van Riouw en aan laatstgenoemde in overweging gegeven, om de te zijner beschikking zijnde kruisboten naar de aanliggende eilanden te zenden teneinde te onderzoeken om mogelijk aldaar enige goederen afkomstig van de OCEAN QUEEN mochten zijn aangespoeld; kunnen die plaatsen van Riouw gemakkelijker dan van Banka worden bereikt.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 21 januari. De 18e dezer zijn hier aangekomen de Nederlandse bark HONGKONG, kapt. P. Andersson, met een passagier, de 5e november vertrokken van de Golf van Perzië, de dito brik MARCO BOZZARIS, kapt. P. de Boer, de 5e september vertrokken van Amsterdam, de dito bark ELISE SUSANNE, kapt. N. Dijkama, vier passagiers en 120 man militairen, de 13e oktober vertrokken van Rotterdam, en de dito bark SPHYNX, kapt. G. Wegman, de 14e augustus vertrokken van Dordrecht.
Heden zijn hier aangekomen de dito bark NIJVERHEID, kapt. G.J. van der Mey, de 11e oktober vertrokken van Amsterdam, en het dito schip ANNA PAULOWNA, kapt. W. Bik Wzn., drie passagiers, de 28e september vertrokken van Amsterdam.


25 januari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit de hand te koop het beschietwerk met mahoniehout, afkomstig van de stoomboot de BEURS VAN AMSTERDAM, daargesteld voor 50 passagiers, uitmuntend geschikt voor een bodem, welke naar Californië bestemd is of voor een schip in aanbouw. Deze betimmering zal nog staande (opm: dus in het schip) tot de 6e februari aanstaande te bezichtigen zijn en is te bevragen op de Buitenkant bij de Schipperstraat no. 2583 en aan de Werf Vredenhof op de Kadijk te Amsterdam.
(opm: het stoomschip BEURS VAN AMSTERDAM was verkocht en werd ingericht tot zeilschip voor de vrachtvaart; zie ook NRC 060149 en 040649)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De notaris J.J. de Blécourt, te Wildervank, zal namens zijn principalen, op woensdag de 31e januari 1849, des avonds ten zes ure, ten huize van de logementhouder E.D. Everts, te Veendam, publiek veilen en verkopen het welbezeild kofschip, genaamd TJARK GIEZEN, groot plm. 70 roggelasten, in den jare 1840 nieuw uitgehaald, met complete inventaris, zo en invoege hetzelve tot dus verre door de kapt. S.J. Jaski is bevaren en thans is liggende te Delfzijl. Zullende het inventaris in tijds ten huize van verkoop en verder alom ter lezing liggen.


26 januari 1849


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Aangaande het schip MAGRIETHA, gevoerd door kapt. J.F. Rasker (opm: mogelijk kapt. G.F. Rasker), van Demmien op Schiedam bestemd, de 11e november laatstleden uit Tonningen vertrokken, is sedert die tijd niets weer vernomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. De ondergetekende, curator in het faillissement van Hendrik Kornelis Hangelbroek, scheepsbouwmeester te Leek, heeft, overeenkomstig artikel 864 van het Wetboek van Koophandel, de rangschikking met de bewijzen ter griffie der Arrondissements Rechtbank te Groningen nedergelegd, ten einde aldaar gedurende 14 dagen te verblijven ter inzage van een ieder.
Mr. R.IJ. Muller, advocaat


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Ieder, die iets te vorderen heeft of verschuldigd is aan de onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaarde nalatenschap van wijlen L.J. Bol, in leven schipper te Zoltkamp en aldaar overleden, wordt verzocht daarvan vrachtvrije opgave of betaling te doen voor de 7e februari 1849 aan J.A. de Boer te Zoltkamp.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Ten overstaan van Mr. J.W. Quintus, notaris te Groningen, zullen op maandag de 5e fabruari 1849, des avonds te 7 uren, ten huize van de erven E.J. Tiddens in het huis De Beurs aldaar publiek worden verkocht:
- 1/30e aandeel in het kofschip genoemd ELISABETH MACHTELINA, bevaren door kapt. Wessels.
- 3/30e aandeel in het kofschip genoemd SIEKE VAN DER WEST, bevaren door kapt. Luken.
Alles toebehorende aan mej. de weduwe en erven van wijlen de heer R. Heeres. Om te aanvaarden dadelijk na de toeslag.


27 januari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 26 januari. Het schip IKINA, kapt. Pronk, van Tonningen laatst van Yarmouth op hier bestemd, is volgens brief van Delfzijl van de 24e dezer aldaar lek en met meer andere schade binnengelopen. Het moet waarschijnlijk lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 26 januari. Het Nederlandse kofschip JOHANNA, kapt. E.H. Oldenburger, van Newcastle bestemd naar Harlingen, de 19e dezer des morgens om 11 ure voor Stortemelk gekomen zijnde met zuid-westen wind, vlak water en goed tonzicht, te vergeefs seinende om een loods, was aldaar geen loodsboot te vinden. Er werd dus besloten naar binnen te zetten. In het zeegat vond men enige tonnen ongeregeld liggen en daardoor was het binnenkomen uiterst gevaarlijk. Alleen op het lood af kwam men binnen tussen de sloot en de Ree van ’t Vlie, toen eerst kwamen twee loodsen van het Vlie, die het schip naar Terschelling hebben geloodst, zonder ijsgang, terwijl in het vaarwater geen ijs te zien was. Intussen lagen alle de loodsboten in de haven van Terschelling en scheen men zich aldaar weinig te bekommeren om de schepen die buitengaats naar loodsen zochten. Door het ongeregeld laten liggen der tonnen verkeren de binnenkomende schepen in het grootste gevaar.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 26 januari. Aangaande het schip JOHANNA MARIA, kapt. Lupcke, van Batavia op hier bestemd, met schade aan de Kaap de Goede Hoop binnengelopen, wordt volgens bericht van daar van de 30e november gemeld, dat het binnen enige dagen de reis zou voortzetten.


  DC - Dordtsche Courant

Amsterdam, 24 januari. Het bericht van het verongelukken van het schip EMMA EN LOUISA, kapt. Haesloop, van Batavia op hier bestemd, is gebleken onwaar te zijn.


29 januari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sheerness, 24 januari. Het Nederlandse schip JOHANNES MARINUS, kapt. Van Delft Czn, van Batavia naar Rotterdam, is in de haven gehaald, zijnde zwaar lek. Men zal moeten lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 januari. Men verneemt, dat dezer dagen ook aan het station Delft de electro-magnetische telegraaf is geregeld, zo dat thans van de gehele telegrafische lijn langs de Hollandse spoorweg van Amsterdam tot Rotterdam gebruik kan worden gemaakt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hull, 24 januari. De stoomboot UNICORN, van hier naar Antwerpen, is de 21e dezer bij West Capelle gezonken, doch het volk gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hull, 24 januari. De stoomboot ROB ROY, van Antwerpen, is hier heden binnengelopen met verlies van galjoen, boegspriet, enz. Zij was in de nacht van j.l. maandag op ongeveer 60 mijlen van de Nederlandse kust tegen de Engelse stoomboot UNICORN gestoten, die naar Antwerpen bestemd was. Twee uren na dat voorval zonk dit laatstgenoemde vaartuig. De equipage en de passagiers werden door de ROB ROY gered. De UNICORN was eerst voor vier maanden nieuw gebouwd.


30 januari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Fowey, 25 januari. De EENDRAGT, kapt. Priebee, van Amsterdam naar Marseille, heeft zijn reparatiën geëindigd en zal zijn lading weder innemen.


  DC - Dordtsche Courant

Deal, 23 januari. Het barkschip JOHANNES MARINUS, kapt. J. van Delft Cz., van Batavia naar Rotterdam, lek zijnde, is heden naar Ramsgate gezeild, doch teruggekomen en naar de rivier gesleept.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Op vrijdag de 2e februari 1849, des morgens te half tien, zal ter rolle van de Arrondissements Rechtbank, te Groningen, zitting houdende te Groningen, openlijk verkocht en aan de meestbiedende of hoogst afmijnende worden toegewezen een overdekt tjalkschip, genaamd DE JONGE HENDRIK, liggende thans zuidzijde in het Hoofddiep te Hoogezand, geijkt op 59 tonnen, alles met daarbij gearresteerde goederen. Gemeld tjalkschip is ten verzoeke van de heer Siebrand Tjallingii, zoutzieder, wonende te Harlingen, gearresteerd ten laste van Hendrik Hendriks de Groot, turfschipper, wonende aan boord van zijn schip, liggende thans zuidzijde in het Hoofddiep te Hoogezand en wordt door hem als schipper bevaren.
Mr. H. van Giffen, procureur.
(opm: vergelijk met PGC 270349)


31 januari 1849


  JB - Javabode

Advertentie. De 10e februari e.k. zal te Indramaijoe voor rekening van wien zulks zouden mogen aangaan, vendutie worden gehouden, van het aldaar aanwezig gedeelte van de geborgen lading en inventaris van het op de Boompjes Eilanden gestrande Nederlandse schip LOUISE, gevoerd geweest door kapt. J.T. Verschuur, bestaande uit 101 of meerder schuitjes tin, zeilen, touwwerk, koper, sloepen enz. en daarna het wrak, met inhebbende restant lading, zo als een en ander alsdan op de Boompjes Eilanden is liggende.


  JB - Javabode

Advertentie. De 12e februari e.k. zal te Cheribon voor rekening van wien zulks zouden mogen aangaan, vendutie worden gehouden van het aldaar aanwezig gedeelte van de geborgen inventaris van het op de Boompjes Eilanden gestrande schip LOUISE, gevoerd geweest door kapt. J.T. Verschuur, bestaande uit een grote boot met toebehoren, 2 chronometers, zeilen, touwwerk enz.


  JB - Javabode

Op de 5e maart 1849, zal te Grissee publiek worden verkocht het schip genaamd WADIATOOL RACHMAN, met diens inventaris, toebehorende aan de Arabieren Sech Awal bin Mohamat Boep Said, Sech Achmat bin Salim Banama en Mohamat bin Salim Banama en de Arabische vrouwen Seha Mariam bintie Sech Salim bin Achmat Banama en Seha Fatima bintie Sech Salim bin Achmat Banama.


01 februari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 januari. Op de 23e januari is van de nieuw aangelegde scheepstimmerwerf van de heren Viëtor en De Wijk te Oude Zijl, nabij het fort Nieuwe Schans, het eerste schip van stapel gelopen, zijnde een kofschip groot 130 lasten, genaamd ZWANETTA GERHARDINA, zullende worden bevaren door de zeekapitein F.H.K. van Ingen.
Ook zal binnen kort van dezelfde scheepstimmerwerf van stapel lopen een schoenerschip, groot 135 lasten, zullende worden bevaren door de scheepskapitein H. Eefting.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 januari. De 23e dezer is te Delfzijl binnengelopen het Nederlandse tjalkschip de VROUW IKIENA , gevoerd door kapt. D.L. Knoop, met een lading raapzaad, komende van Denemarken en bestemd voor Amsterdam. Weinigen hadden kunnen denken, dat de schepelingen, welke deze winter gelukkig de gevaren der zee hadden getrotseerd, in genoemde haven aan nog grotere gevaren onderworpen zouden zijn. Men ontdekte nog bij tijds, dat des nachts met een zogenaamde centerboor twee à drie gaten in het schip waren geboord. De daders zijn nog niet ontdekt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sheerness, 28 januari. De JOHANNES MARINUS, kapt. Van Delft, van Batavia naar Rotterdam, is in het droge dok gehaald zonder zijn lading te lossen. Het blijkt, dat zijn loze kiel, het koper en het roer beschadigd zijn. Maandag (opm: 29 januari) zal het schip nagezien worden.


  RC - Rotterdamsche Courant

Uittreksel van de Lloydslijst.
De schepen ALETTA CHARLOTTA (opm: kof), kapt. J.J. Lupkes, van St. Valéry op avontuur, en de GUSTAVE (opm: Belgische ex-Nederlandse brik), kapt. B.C. Ketelsen, van Antwerpen naar Cadix, beiden te Brixham (Torbay) binnen, hebben den 26ste dezer hun reis voortgezet.


  DC - Dordtsche Courant

Sheerness, 24 januari. Het schip JOHANNES MARINUS, kapt. Van Delft, van Batavia naar Rotterdam, is alhier zwaar lek binnengelopen; de lading zal in de admiraliteits-pakhuizen gelost worden om te repareren.


02 februari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zierikzee, 30 januari. De ingezetenen dezer stad genoten een verrassend schouwspel, toen zij op zondag de 28e dezer in de namiddag de haven dezer stad zagen binnenkomen de hier gebouwde schoener MARIA SOPHIA, kapt. Mento van Gijzel, groot 170 Java-lasten, toebehorende aan de heren M.C. de Crane & Zoon, geladen met rijst, peper, huiden en rotting, komende van Batavia, zijnde bij mensengeheugen het eerste schip, dat rechtstreeks uit Oost-Indië met ongebroken lading hier binnenkomt.


03 februari 1849


  DC - Dordtsche Courant

Havana, 29 november. Te beginnen met de 1e januari 1849 zal de vreemde scheepvaart een vermindering genieten op de bestaande quarantaine kosten, zullende het recht van 1/3 van een reaal (ruim 10 centen Nederlands), dat ieder vaartuig per ton moest betalen, verminderd worden tot 3 cents van een piaster, gelijkstaande met 8½ cent Nederlands.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 30 januari. Heden is hier aangekomen Zr.Ms. stoomschip PHOENIX, luit.t.zee 1e klasse J. Maij, met een passagier, de 25e september 1848 vertrokken van Nederland.


05 februari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sheerness, 1 februari. De visitatie van de JOHANNES MARINUS, kapt. Van Delft, heeft de mogelijkheid aangetoond, dat deze bodem voorlopig genoegzaam kan gerepareerd worden om naar Rotterdam te komen. De loze kiel, het roer, enz. zullen herstelling ondergaan en de kiel gekalefaterd, maar niet nieuw gekoperd worden omdat het schip een nieuw onderzoek te Rotterdam zal ondergaan.


06 februari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 2 februari. Het Nederlandse schip ZEELAND, kapt. J. Noord, van Passaroean naar Amsterdam, is gisteren alhier met schade aan het roer binnengelopen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Uit Rendsburg wordt geschreven, dat het schip HEIDEWIKA, kapt. Pekelder, van Amsterdam naar Rostock, hetwelk te Rendsburg overwinterd heeft, de 30e januari, daar de Eider en het kanaal bijna geheel vrij van ijs zijn, de reis weder heeft voortgezet.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip LAMMEGINA, kapt. Greven, van Lynn naar Hartlepool, is de 27e januari met gescheurde zeilen en verlies van een anker te Bridlington binnengelopen.


07 februari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 februari. Aan de koopvaardijschepen van alle natiën, die van Konstantinopel komen en naar de Middellandse Zee bestemd zijn, wordt onder dagtekening van 16 januari j.l. de bepaling herinnerd, dat zij aan het kasteel der Dardanellen de firmans of passen moeten afgeven, die zij in de hoofdstad ontvangen hebben. Op deze bepaling wordt door de gouverneur op last der Turkse regering nauwlettend acht gegeven, en komt men haar niet na, dan heeft men het lot te wachten dat in de laatste tijd verscheiden schepen getroffen heeft, namelijk dat men op hen vuurde uit de forten en zij meerder of minder beschadigd werden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verkoping van schepen in de Nieuwe Stads Herberg te Amsterdam op maandag 5 februari.
- het welbezeild, met gegalvaniseerd ijzer beslagen, galjootschip NIEUWLAND, gevoerd door kapt. H.D. Visser, groot volgens meetbrief lang 19 el 60 duim, wijd 3 el 20 duim en hol 2 el 92 duim, en alzo geijkt op 99 tonnen of 52 lasten: NLG 3350, in slag NLG 450. Koper Ch. Ament.
- het welbezeild, kopervast en gekoperd barkschip MARIA, gevoerd door kapt. T. Hagen, groot volgens Nederlandse meetbrief lang 29 el 86 duim, wijd 5 el 97 duim en hol 4 el 63 duim, en alzo gemeten op 367 tonnen of 194 lasten: NLG15100, in slag NLG 150. Koper B.D. Bosscher.
- 1/20e part in het fregatschip STAATSRAAD BAUD, kapt. T.M. Carsjens, groot volgens meetbrief 617 tonnen, onder boekhouderschap van de heren Otter & Van der Voort: NLG 3000, in slag NLG 400. Koper H. Salm.
- 1/20e part in het barkschip ANNA PAULOWNA, kapt. W. Bek, groot volgens meetbrief 615 tonnen, onder boekhouderschap van de heren Van Baggen & Co, NLG 2800, in slag NLG 200. Opgehouden.
- 1/30e part in het gekoperd barkschip JAN HENDRIK, kapt. H. de Jong, groot 323 gemeten lasten NLG 3500 (alleen bij opbod). Opgehouden.
- 2/40 part in het gekoperd barkschip GRAAF VAN NASSAU, kapt. E.A. Niehoff, groot 370 gemeten lasten, thans op reis naar Java. Eerst elk 1/40e afzonderlijk: ieder NLG 1800, in slag NLG 25. Koper G.J. Boelen. Te zamen in slag NLG 125, koper F. der Kinderen.
- 2/60e part in het gekoperd barkschip VICE ADMIRAAL RIJK, kapt. S. Lammerts, groot 262 gemeten lasten, NLG 1.400 (alleen bij opbod). Opgehouden.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 5 februari. De 2e dezer is hier aangekomen de Nederlandse bark VAN DER PALM, kapt. J.J. Muntendam, met 77 Chinezen, de 17e januari vertrokken van Macao.
De 3e dezer zijn hier aangekomen de dito bark MARGARETHA IDA, kapt. D.H. Kramer, met twee officieren en 165 man militairen, de 12e november vertrokken van Rotterdam, en het dito schip ZUID HOLLAND, kapt. O. Lindeman, met vier passagiers, de 10e november vertrokken van Hellevoetsluis.
Gisteren is hier aangekomen de dito bark JAVA, kapt. L. Tuk, met vier passagiers, de 10e november vertrokken van Amsterdam.
Heden is hier aangekomen Zr.Ms. fregat SAMBRE, kapt.t.zee H. Ferguson, met 100 militairen, de 12e oktober vertrokken van Texel.


08 februari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sheerness, 5 februari. De Nederlandse bark JOHANNES MARINUS, kapt. Van Delft, van Batavia naar Rotterdam, is heden uit het dok gehaald en ligt thans in onze haven voor anker.


09 februari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 8 februari. Het schip MARINUS EN GEERTRUIDA, kapt. Kamminga, van Koningsbergen, laatst van Middlesbrough, naar Zierikzee, in Texel binnengelopen, heeft veel storm en tegenwind doorgestaan en daardoor sloepen, watervaten enz. verloren. Het zal vermoedelijk moeten lossen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Op de 6e december 1848 overleed, op de reis van Batavia naar Amsterdam, te St, Helena mijn geliefde echtgenoot F.A. Begeman Sietses, voerende het barkschip PIETER FLORIS, in de ouderdom van 42 jaren, mij nalatende vier kinderen, welke het zwaar treffend verlies niet beseffen.
Amsterdam, de 6e februari 1849, A. Sietses, geboren Vogel.


10 februari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 februari. Als een bijzonderheid kunnen wij mededelen, dat men hier ter stede het bericht heeft ontvangen van de behouden aankomst te Valparaiso in de aanvang van november Aº.Pº. (opm: anno passato, verleden jaar) na een voorspoedige reis, van het hier te lande door de heer scheepsbouwmeester Fop Smit aan de Kinderdijk vervaardigde ijzeren schoener brikschip INDUSTRIE, gevoerd door kapt. De Boer, bijna geheel met Nederlandse voortbrengselen beladen en varende voor rekening van de heer W. Ruys J.Dzn, reder alhier. Hetzelve is het eerste Nederlandse vaartuig van dien aard, geheel van ijzer gebouwd, hetwelk Kaap Hoorn rondzeilt en is dubbel der belangstelling waardig, omdat daardoor het problema voor allen is opgelost, of dergelijke vaartuigen geschikt zijn om zonder gevaar voor zulke reizen te worden gebezigd.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 8 februari. Heden zijn hier aangekomen het Nederlandse schip SARA JOHANNA, kapt. H. Sweijs, met twee passagiers, de 10e november vertrokken van Amsterdam, en het dito schip MARGARETHA JOHANNA, kapt. M. Schouw, de 1e september vertrokken van Amsterdam.


12 februari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 februari. Als een voorbeeld van een voorspoedige reis verdient vermelding de overtocht van het schoener brikschip DIANA, kapt. P.C. Teengs, toebehorende aan de heren C. Vlierboom & Zonen alhier en gebouwd door de scheepsbouwmeesters De Jong, Korteland & Anthony. Dit schip is 84 dagen na zijn vertrek van Rotterdam te Valparaiso aangekomen, terwijl andere schepen op dat zelfde tijdstip daartoe nagenoeg de dubbele tijd hebben nodig gehad.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Thisted, 27 januari. Men zegt, dat bij Svineklöv, circa 7 mijlen van hier, een Nederlands of Engels schip, met timmerhout geladen, is aangedreven. Nader is niets bekend.


13 februari 1849


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 12 februari. Het goud van Californië is reeds aanleiding geweest tot een verschrikkelijke misdaad, waarvan in een te Londen ontvangen particuliere brief gewag wordt gemaakt: Het schip AMELIA was van San Francisco vertrokken met een aanzienlijke hoeveelheid goud, bestemd tot de aankoop ener lading zijde in China. Enige dagen na het vertrek, vielen drie mannen van de equipage, die des nachts de wacht hadden, op de bottelier aan, vermoorden hem en wierpen zijn lijk in zee; vervolgens lieten zij de kapitein, de supercarga en een Engelse passagier, met name Cook, hetzelfde lot ondergaan. Daarop maakten de booswichten zich meester van het goud, waarop zij de andere matrozen wekten, om hen mede hun deel van de buit te geven. De moordenaars die tijdens hun verrichtingen zo veel sterke drank gebruikt hadden, dat zij beschonken geworden waren, legden zich te slapen, maar werden toen door de andere schepelingen, die geen deel aan de moord genomen hadden, gegrepen en gebonden. De timmerman van het vaartuig werd belast hen te onthoofden, welk vonnis hij dan ook door middel van een bijl aan de drie booswichten ten uitvoer legde; de lijken werden in zee geworpen. Daarna bracht de equipage het schip naar Honolulu terug en stelde het in handen van de Engelse consul.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. De notaris J.J. de Blécourt te Wildervank zal namens zijn principaal publiek veilen en verkopen het tjalkschip, DE VROUW ALIDA genaamd, groot volgens meetbrief 84 tonnen, en zulks met al deszelfs opgoederen en toebehoren zo en invoege hetzelve tot dus verre door Willem Eilts Stuut als schipper is bevaren, en thans liggende bij het Beneden Verlaat te Veendam. Deze verkoop zal gehouden worden ten huize van de verlaatmeester R.H. Dokman te Veendam, op maandag de 19e februari 1949, des avonds om zes uur.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Volgens brief van Suriname van de 30e december zouden van daar in het begin van januari vertrekken de schepen JACOBA, kapt. De Groot, SUSANNA, kapt. Visser, en AMICITIA, kapt. Wijgers.


14 februari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bergen, 29 januari. Het schip NAPOLEON, kapt. Rogge, van Sicilië naar Stettin, is in de nabijheid van Eggersund omgeslagen en de kapitein en twee matrozen zijn daarbij verdronken.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 12 februari. De 10e dezer zijn hier aangekomen de Nederlandse schoenerbrik AMBON, kapt. G. Dibbetz, de 12e oktober vertrokken van Nederland, het dito schip JEANNETTE PHILIPPINE, kapt. N. Rademaker, met 102 militairen, de 10e oktober vertrokken van Amsterdam, de dito bark VIER GEBROEDERS, kapt. H. Nolte, de 10e november vertrokken van Rotterdam, en de dito bark ELIZABETH, kapt. P. Serlé, met vier passagiers, de 10e november vertrokken van Hellevoetsluis.
Heden is hier aangekomen het dito schip SARA EN MARIA, kapt. J. Kaay, de 26e september vertrokken van Nederland.


15 februari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 februari. Te Rotterdam ligt zeilklaar naar Havre de Nederlandse stoomschoener ADMIRAAL VER-HUELL, kapt. A. van Volkom.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 14 februari. Te Amsterdam ligt in lading naar Triëst om spoedig te vertrekken het nieuw snelzeilend schoenerkofschip MARGRIETA, kapt. J.A. de Groot, liggende in het Westerdok. Te bevragen bij de cargadoors Hesselink & Hurrelbrink te Amsterdam.


  DC - Dordtsche Courant

Van Douvres schrijft men den 1 dezer: Aan de zeevarenden wordt bekend gemaakt, dat de schepen, die het Groot Engels Kanaal of de Noordzee door het kanaal van Douvres binnenzeilen, zich des nachts moeten voorzien van een lantaren, om aanzeiling en andere ongevallen te voorkomen, aangezien de paketboten tussen Douvres, Calais en Ostende bij nacht varen.


  DC - Dordtsche Courant

Amsterdam, 12 februari. Het Hamburger schip EMMA EN LOUISA, kapt. Haesloop, van Batavia naar Amsterdam, is, volgens brief van Hamburg, van 10 dezer, na twee malen getracht te hebben Texel te bereiken, de 28 januari te Hambagsund bij Lillesand binnengelopen, om proviand en water in te nemen.
(opm: Hambagsund is wellicht Hamburgsund, maar dat ligt niet in Noorwegen doch bij de Noors-Zweedse grens)


16 februari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 15 februari. De ADMIRAAL VER-HUEL, kapt. A. van Volkom, vertrok heden van hier naar Havre.
(opm: eerste reis)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Bericht voor landverhuizers naar New York. Op voordelige voorwaarden zal in een haven van deze provincie gereed liggen om in het midden van april naar New York in Amerika met passagiers te vertrekken een geheel nieuw gebouwd schoener-kofschip. Nadere informatiën te bekomen ten kantore van de Provinciale Groninger Courant. Zich aan te melden voor of uiterlijk op de 5e maart dezes jaars.


17 februari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gothenburg, 7 februari. Het schip HELENE MARGARETHA, kapt. Naernst, van hier naar Marseille, is lek uit zee teruggekomen.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 15 februari, Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip JAPAN, kapt. W. van der Zee, met die officieren en 100 man militairen, de 10e november vertrokken van Amsterdam.


19 februari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 februari. Naar wij vernemen, zegt de Groninger Courant, heeft de kaptein Tammo Leeuw, woonachtig te Delfzijl en het bevel voerende over de stoomboot ERNST AUGUST, varende tussen Delfzijl, Emden en Leer, op het onverwachts order ontvangen om zo spoedig mogelijk, en wel vóór gepasseerde woensdag de 14e dezer, zich te Leer, alwaar de boot is liggende, te bevinden ten einde met de alsdan in die plaats te verwachten afgevaardigden van de Duitse vergadering te Frankfort een tocht op de Eems te doen om, naar men verneemt, te onderzoeken of er zich ook een geschikte plaats mocht voordoen tot het aanleggen van een oorlogshaven voor het Duitse rijk.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars H. en F.N. en H.W. Montauban van Swijndregt en F. en W. van Dam te Rotterdam, als lasthebbende van hun meesters, zijn van mening op dinsdag de 27e
februari 1849, des namiddags ten vier ure, in de zaal op de hoek der Scheepsmakershaven en Bierstraat, wijk 1, no. 499, publiek te veilen:
- Het snelzeilend Nederlands gebouwde schoener-kofschip KONING WILLEM, gevoerd door kapt. L.H. Singer, lang 27,80 el, wijd 5,37 el, hol 2,71 el, en alzo groot 180 tonnen of 95 lasten.
- Het snelzeilend Nederlands gebouwde kofschip FRIESLAND, gevoerd door kapt. P.W. de Vries, lang 25 el, wijd 4,59 el, hol 2,61 el, en alzo groot 133 tonnen of 70 lasten.
Met al derzelver rondhout, staande en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere inventaris, liggende voorschreven schepen aan de zuidzijde der Wijnhaven nabij de Wijnbrugstraat.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Mr. H.J. Offerhaus, notaris te Delfzijl, als last hebbende van zijn meesters, is van mening, op maandag de 26e februari 1849, des voormiddags ten elf ure, ten huize van de logementhouder Geert ter Steeg, te Delfzijl, publiek te veilen het snelzeilend en steeds wel onderhouden Nederlands kofschip GEERTRUIDA SMIT, laatst gevoerd geweest bij wijlen kapt. Eilt Christiaans Eilts, volgens meetbrief lang 23,50 el, wijd 4,60 el, hol 2,37 el en alzo groot 114 tonnen, met al deszelfs rondhout, staande en lopend want, ankers, touwen, zeilen en verdere scheepsgereedschappen, zo als hetzelve is liggende bij de scheepswerf De Boot van de heer F.F. Groen, Wittenburgerstraat, No. 94, te Amsterdam.
N.B. Het rondhout, mast en steng geheel nieuw en het staande goed, wanten, de perdoens, enz., eveneens zo goed als nieuw.


20 februari 1849


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Nieuwe Schans, 17 februari. Heden werd alhier van de scheepstimmerwerf van de heren Viëtor & De Wijk te water gelaten het nieuw gebouwd schoenerschip HENDERIKA JOHANNA, kapt. H. Eefting, groot 140 lasten. Deskundigen roemen bijzonder de hechtheid en juistheid van deze bodem en getuigen zeer de bekwaamheid, zo in theoretische als practische kennis van de jeugdige bouwmeester L.H. de Wijk.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip ALIDA, kapt. Top voor wijlen kapt. Scholtens, van Dantzig naar Amsterdam, te Elseneur binnen, heeft de 6e februari de reis voortgezet, doch lag de 10e dito wegens tegenwind nog ter rede.


21 februari 1849


  AH - Algemeen Handelsblad

Het schiip ARCHIPEL, kapt.Aiking, van Amsterdam naar Sumatra, is volgens brief van Syra, dd. 5 februari, voor 27 januari aldaar met schade binnengelopen en was bezig met repareren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Jan Corver, C.A. Schröder en G.J. Boelen, makelaars, zullen op maandag de 5e maart, des avonds ten zes ure, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ, verkopen: Een extra ordinair welbezeild kofschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd de HARMONIE, gevoerd door kapt. H.J. Visser, volgens Nederlandse meetbrief lang 26 ellen, 60 duimen; wijd 5 ellen, 54 duimen; hol 2 ellen, 94 duimen, en alzo gemeten op 193 tonnen of 102 lasten. Breder volgens inventaris en bericht bij bovengemelde makelaars.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 18 februari. Gisteren is hier aangekomen de Nederlandse schoener SINT HELENA, kapt. A.F. Scharper, de 8e augustus vertrokken van Rotterdam.
Heden is hier aangekomen de dito brik SIRENE, kapt. A.J. Boone, met twee passagiers, de 14e oktober vertrokken van Rotterdam.


22 februari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scilly St. Mary’s, 16 februari. Het Nederlandse schip RAFAEL, kapt. Visser, van Amsterdam naar Syra, alhier de 5e januari binnengelopen, zal binnen weinige dagen zijn reparatiën geëindigd hebben.


23 februari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 22 februari. Heden arriveerde alhier van Havre het stoomschip ADMIRAAL VER-HUELL, kapt. A. van Volkom.
(opm: eerste volbrachte rondreis)


24 februari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 26 december. Heden is het bericht ontvangen, dat de LOUISE (opm: bark), kapt. J.T. Verschuur, bij de Boompjes-eilanden totaal is gebleven en het schip geheel weg zal zijn. De kapitein en het volk zijn op Cheribon gered.
(opm: zie NRC 260249 en 230349)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 26 december. In de nacht tussen de 8e en de 9e december 1848 heeft het Engelse koopvaardijschip OCEAN QUEEN, gezagvoerder James Sutherland, komende van China en bestemd naar Londen, gestoten op een klip beoosten het eiland Linga, en is een uur daarna geheel uit elkaar geslagen, zodat de gezagvoerder, zijn echtgenote, een vrouwelijke bediende, vier passagiers en veertien man equipage ter nauwernood de tijd hadden zich in de boten te werpen, met welke zij in de ochtend van de 11e behouden te Muntok zijn aangekomen. De lading bestond uit 100 pikols schildpad, 6400 pikols gambier (opm: gember), 258 pikols tin, 200 pikols parelmoer en 600 pikols gutta percha. De gezagvoerder was van oordeel, dat nog iets van de kostbare lading te redden zou zijn en uit dien hoofde is de goevernementsschoener ALCINOË en twee kruisboten onverwijld tot dat einde naar de plaats van het ongeluk vertrokken. De uitslag hunner pogingen is nog niet bekend. Sedert zijn al de schipbreukelingen met het gouvernementsstoomschip BATAVIA te Batavia aangebracht.


26 februari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 27 december. Zodra het stranden van het schip LOUISE, kapt. Verschuur, te Batavia bekend werd, is Zr.Ms. stoomschip ONRUST daarheen gestoomd onder het commando van de Luit.t/Z 1e klasse S. Fabius Huys, om te beproeven of er nog wat te redden viel.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 24 februari. Volgens brieven van Batavia van de 27e december had onder het detachement militairen aan boord van het schip OLIVIER VAN NOORD, kapt. Verherne (opm: J.W. Verberne), aldaar van Rotterdam aangekomen, een poging tot opstand plaats gehad. Nadat zonder enig bijzonder voorval de reis tot bij St. Paul was afgelegd, had een 15-tal militairen een complot gesmeed ten einde zich van het schip meester te maken en, zoals uit nadere verklaringen is gebleken, daarmede naar Amerika te stevenen. Tijdige en afdoende maatregelen van de bevelvoerende officier en van de gezagvoerder Verberne hebben belet dat de belhamels, uit Fransen en Belgen bestaande, zich van wapenen konden voorzien en waren zij alzo spoedig overmeesterd en in boeien gesloten, in welke staat zij ook te Batavia zijn ontscheept geworden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 22 februari. Het schip de ONDERNEMING, kapt. S.J. Dekker, van hier naar Londen, is heden nacht op de rede van ’t Vlie van voor deszelfs ankers weg en op strand geslagen en door de bekomen lekkade gebarsten. (opm: kof, bouwjaar 1829; kapt. Sybe Jacobs Dekker, zie ook LC 130349 en NRC 090450)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit de hand wordt te koop aangeboden een driemast gezinkt galjootschip, in Nederland gebouwd, onder Nederlandse vlag varende, groot 161 gemeten lasten en voorzien van een complete inventaris. Voor nadere berichten gelieve men zich te adresseren aan B.D. Bosscher, makelaar, IJgracht No. 6 te Amsterdam.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Verkoping van stoomboten.
Op donderdag de 1e maart 1849, des voormiddags om 11 ure zal in het openbaar in het Logement De Wildeman te Lemmer worden verkocht bij provisionele toewijzing:
- Een ijzeren stoomboot, genaamd WILLEM I, afgebouwd in 1841 aan de Fabriek der heren P. van Vlissingen en Dudok van Heel, te Amsterdam, met zijn locomotief-stoomketel en machinerie van 30 paardenkrachten, mitsgaders een inventaris van losse goederen.
- Een ijzeren stoomboot, de LT. ADMIRAAL TJERK HIDDES, afgebouwd in 1843 aan dezelfde fabriek, met zijn locomotief-stoomketel en machinerie van 20 paardenkrachten, mitsgaders een inventaris van losse goederen.
De beide schepen en de machines daarin behorende zijn twee dagen vóór de dag der verkoping op de Lemmer te bezichtigen.
(zie ook AH 110349)


27 februari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 26 februari. Het schip de HOOP, kapt. Fisscher, van hier naar Dantzig, is, volgens brief van Bremerhaven van de 22e dezer, de vorige dag, na voortdurend hevige stormen uit het westen en noord-westen doorgestaan en in de branding en op de Weser twee ankers en kettingen verloren te hebben, in de nabijheid van Bremen gestrand, doch zou waarschijnlijk, daar het schip dicht gebleven was en geen verdere schade had bekomen, met de vloed weder in vlot water komen. Kapt. Fisscher had de 20e dito het volk gered van een in zijn nabijheid op Knight Sand verongelukt groot Amerikaans schip, zijnde het schip RIDIOUT, kapt. Brown, van Londen naar Bremen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Ives, Cornwall, 22 februari. Het schip ANNA ALIDA, kapt. Kortrijk, van Cephalonia (opm: Ionische eilanden) naar Amsterdam, is alhier heden binnengelopen door gebrek aan levensmiddelen, hebbende reeds 60 dagen reis.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een hecht en sterk gebouwd hek-tjalkschip, genaamd de VROUW PIERTJE, lang 19 el 9 duimen, wijd 3 el 5 palm 2 duimen en hol 1 el 7 palm en 7 duimen, groot 79 tonnen; voorzien van een best inventaris, laatst bevaren door Jeen Geeuwkes de Jong, thans liggende te Gorredijk; zijnde nadere inlichting en de aankoop te bekomen bij de eigenaar H.H. van Dam, alsmede bij de notaris A.R. van Voorst, beide aldaar.
(opm: zie ook AH 070149)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip de ONDERNEMING, kapt. Dekker, van Harlingen naar Londen, is heden nacht op de rede van ’t Vlie van voor deszelfs ankers weg en op strand geslagen en door de bekomen lekkage gebarsten.
(opm: mogelijk in de nacht van 24 op 25 februari)


28 februari 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helder, 24 februari. ’s Rijks stoomboot LAURENS KOSTER zal eerstdaags buiten dienst worden gesteld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verkoping van Schepen te Rotterdam op dinsdag 27 februari 1849:
- KONING WILLEM, NLG 13.000.
- FRIESLAND, NLG 9.250.
Beide verkocht. (opm: meer wordt niet vermeld)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Passarouan, 19 december. Het schip GENERAAL BARON VAN GEEN, kapt. van Weijland, heeft op de reis naar Batavia op de hoogte van de Kaap de Goede Hoop veel slecht weder doorgestaan en door het werken van de achtersteven lekkage bekomen, welke schade te Soerabaya gerepareerd is. Aldaar liggende is de bliksem in het tuig geslagen en daardoor de grote bramsteng verbrijzeld, enige splinters uit de grote mast geslagen en op enkele plaatsen het koper gesmolten, zonder ogenschijnlijk enige meerdere schade te veroorzaken. Het schip zou de 21e december een aanvang maken met laden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Den Helder, 24 februari. Naar men verneemt, zal Zr.Ms. schoener TERNATE eerstdaags in dienst worden gesteld om mede te gaan met de haringvloot.
Zr.Ms. fregat de ZAAN, is in het droge dok gehaald om nagezien te worden.
Zr.Ms fregat CERES, kapt.t.zee J.Ensley, is heden alhier te rede geankerd, komende van Batavia, laatst van St. Helena, van daar gezeild de 1e juni.


01 maart 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 25 februari. Het schip KAAPSTAD, kapt. van Hall, van Amsterdam naar Kaap de Goede Hoop, alhier binnengelopen, is, bij het verhalen van Sutton Pool naar Catwater, op de Oostbank gestrand, heeft daardoor zware schade bekomen en moet lichten.
(opm: zie NRC 020349 en 050349)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare vrijwillige verkoping op woensdag de 7e maart 1849, des morgens ten 10 ure, aan de westzijde van de haven van Vlaardingen, van een vis-hoekerschip genaamd de VIER GEZUSTERS, laatst gevoerd door stuurman P. de Goede, en daarbij behorende inventaris. Informatiën te bekomen ten kantore van de notaris Mr. J.H. Knottenbelt aldaar.


  DC - Dordtsche Courant

Naar men verneemt zal Zr.Ms. schoener TERNATE eerstdaags in dienst worden gesteld om mede te gaan met de haringvloot.


02 maart 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 1 maart. Het schip HENDERIKA, kapt. Huisman (opm: kof, kapt. R.R. Huisman), van hier met stukgoed naar Hamburg, is volgens brief van Hoekzijl van de 24e februari aldaar lek binnengebracht, hebbende op de Zuidplaat voor het Buitendiep gestoten. Het moet de lading, waarvan een gedeelte beschadigd is, lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 1 maart. Wegens de storm van gisteren is de ALKMAAR, kapt. J. Heath, uit zee teruggekomen en bij het Pampus geankerd. De MERWEDE, kapt. R.C. van Driesten, is in het kanaal teruggekomen. De schepen JANTINA, kapt. C.J. Boon en HOOP EN VERWACHTING, kapt. G.H. Pybes, zijn tegen de Noorderwal aan de grond geraakt en met adsistentie weder op de rede geankerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 1 maart. Heden zit een Engels sloepschip, waarschijnlijk MARY ANN, kapt. J. Frash, op de hoek van Holland, de equipage is gered, doch schip en lading zijn waarschijnlijk weg. Ook is op gemelde hoogte gestrand een visschokker, naam onbekend, doch naar men vermoedt te Dordrecht te huis behorende. Bij het eerste gezicht is een loodsboot, aan boord hebbende de wel edel gestrenge heer onderinspecteur over het loodswezen en commissaris der loodsen, derwaarts gezeild om zo veel mogelijk hulp te verlenen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 1 maart. Het schip HENDERIKA, kapt. Huisman (opm: kof, kapt. R.R. Huisman), van hier met stukgoed naar Hamburg, is volgens brief van Hoekzijl van de 24e februari aldaar lek binnengebracht, hebbende op de Zuidplaat voor het Buitendiep gestoten. Het moet de lading, waarvan een gedeelte beschadigd is, lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 1 maart. Aangaande het schip (opm: schoener) ANNA PETRONELLA, kapt. J.P. Carst, van Stettin op hier bestemd, de 24e oktober de Sond gepasseerd, heeft men sedert niets vernomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 26 februari. Het schip KAAPSTAD, kapt. Van Hall, van Amsterdam naar Kaap de Goede Hoop, is hier bij het verhalen van Sutton Pool naar Catwater op strand geraakt, doch ogenschijnlijk zonder veel schade er weder afgebracht.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Ten overstaan van Mr. J.W. Quintus, notaris te Groningen, zal op vrijdag de 16e maart 1849, des avonds om 7 uur, ten huize van kastelein G.F. Rasker, op de hoek van het Ameland te Groningen, publiek worden verkocht een sterk en welgebouwd overdekt tjalkschip, genaamd DE VROUW GRIETJE, groot 48 tonnen, laatst bevaren geweest door wijlen G.H. Groen, met complete inventaris, zo als deszelve thans is liggende in het Zuiderdiep te Groningen, voor de behuizing van Geugien Freerks Rasker, om te aanvaarden dadelijk en te bezien dagelijks.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. H.P. Wichers, notaris te Leek, gedenkt ten verzoeke van zijn principaal op maandag de 5e maart 1849, des avonds om zes uur, ten huize van de kastelein M.V. de Boer te Leek, publiek te veilen en te verkopen het snelzeilend tjalkschip genoemd DE EENDRAGT, met mast, zeil en treil, staand en lopend want en verdere complete inventaris, zo als hetzelve thans liggende te Leek, en tot dusverre bevaren is geweest door J.J. Olthof.


03 maart 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Stoomboot de STAD VLISSINGEN.
Dienst van Vlissingen op Antwerpen, maart 1849:
van Vlissingen: woensdag 7 maart ’s morgens 9 ure; zondag 11 maart ’s morgens 11 ure.
van Antwerpen: donderdag 8 maart ’s morgens 6 ure; maandag 12 maart ’s morgens 6 ure.
Dienst van Vlissingen op Rotterdam, maart 1849:
van Vlissingen: vrijdag 9 maart ’s morgens 10 ure; dinsdag 13 maart ’s morgens 6 ure
van Rotterdam: zaterdag 10 maart ’s morgens 4 ure; woensdag 14 maart ’s morgens 7 ure.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 28 februari. Heden morgen zijn door de stoomboot KINDERDIJK in zee gesleept MERWEDE, kapt. C.J. van Driesten, naar Liverpool, welke op het Pampus aan de grond zit.
Hellevoetsluis, 1 maart. De MERWEDE, kapt. R.C. van Driesten, en JORDENSON, kapt. E.O. Clarck, zijn in het kanaal teruggekomen, de laatst gemelde, met verlies van anker en ketting; ook zijn de schepen JANTINA, kapt. C.J. Boon, en HOOP EN VERWACHTING, kapt. G.H. Pybes, tegen de Noorderwal aan de grond geraakt en met assistentie weder op de rede geankerd.


05 maart 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 3 maart. Van het sloepschip MARY ANN, kapt. J. Frash, bevorens gemeld, op de hoek van Holland gestrand, wordt de lading tarwe beschadigd gelost.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 3 maart. Het schip KAAPSTAD, kapt. Van Hall, van hier naar Kaap de Goede Hoop, te Plymouth in een windvlaag en door het breken van een tros met de loods aan boord aan de grond vastgeraakt, doch weder afgebracht, is volgens brief van daar van de 27e februari nagezien, heeft geen schade bekomen en is dicht gebleven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 28 februari. Het Nederlandse schip EPPIEN (opm: kof EPPIENA), kapt. Potjewijd, van Amsterdam naar Liverpool, is heden middag bij het binnenkomen, na op het oostelijk havenhoofd gestoten te hebben, op strand geraakt, waar het zich in slechte staat bevindt. De lading is beschadigd, de equipage gered, doch de loods, van Deal, omgekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 2 maart. Het Nederlandse schip EPPIEN, kapt. Potjewijd, van Amsterdam naar Liverpool en gisteren op strand geraakt, is in de haven gebracht. Schip en lading bevinden zich in zeer slechte staat.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Ives, 27 februari. De ANNA ALIDA, kapt. Kortrijk, van Cephalonia naar Amsterdam, is bezig zijn lading sumac te lossen om te repareren.
(opm: de bladeren van de sumakplant dienen als grondstof voor de vervaardiging van looizuur)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 28 februari. De Nederlandse tjalk GEERDINA, die de 25e van hier vertrok, kwam gisteren met verlies van anker en ketting terug.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 26 februari. Het schip HENDERIKA, kapt. Huisman, (opm: zie NRC 020349) van Amsterdam naar Hamburg bestemd en de 23e dezer met zeeschade te Hoekzijl binnengelopen, moet lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dover, 1 maart. Alhier is door tegenwind en schade aan zeilen binnengelopen de CATHARINA, kapt. Koster, van Amsterdam naar Livorno, hebbende op de hoogte van Beachy Head zeer slecht weder doorgestaan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Southwold, 1 maart. De ADRIANA PETRONELLA, kapt. Spaans, van Rotterdam naar Abbeville, is in deze haven gebracht, hebbende in zee zware schade bekomen.


06 maart 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 maart. De Belgische bark DIJLE, kapt. Lams, van Antwerpen naar Havana, is op de Longsand (opm: Long Sands) verongelukt in de storm van de laatste dagen. De equipage, bestaande uit 13 man, is gered en door de SCOUT te Harwich aangebracht. Een Nederlandse kof, waarvan de naam tot dusverre onbekend, is op de Longsand verongelukt. Men heeft er hulp heengezonden en ziet nadere bijzonderheden tegemoet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het Belgische schip BERNARD, kapt. Brix, van Ostende naar Londen, is in de storm uit het oost-noord-oosten de 1e maart in de nabijheid van Lowestoft verongelukt. Der equipage is door de smak GOOD INTENT, kapt. Moor, opgenomen en aldaar aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verkoping van schepen in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ te Amsterdam op maandag 5 maart: het kofschip HARMONIE, gevoerd door kapt. H.J. Visser, gemeten op 193 tonnen of 102 lasten, NLG 4.000, in slag NLG 50, koper C.A. Schröder.


  AH - Algemeen Handelsblad

Harwich, 2 maart, De Belgische bark DYLE, kapt. Lams, van Amsterdam naar Havana, is op Longsand verongelukt. De equipage, uit 13 man bestaande, is gered en hier aangebracht; de Amerikaanse bark FLORIDIAN, kapt. Whitemore van Antwerpen naar New York, is 27 februari mede op Longsand gestrand; van 172 mensen, zo equipage als passagiers, die zich aan boord bevonden zijn slechts een passagier en drie der equipage gered, die insgelijks alhier zijn aangekomen.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 5 maart. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht geworden de navolgende 14 schepen, als:
Voor Amsterdam: IMMAGONDA SARA CLASINA, kapt. H. Zoetelief; MAXIMILIAAN THEODOOR, kapt. K. Latjes; PLANCIUS, kapt. S.J. Rotgans; JUPITER, kapt. J.K. de Jong; CATHARINA, kapt. K.M. Hillers; LODEWIJK ANTHONIE, kapt. …; ÆOLUS, kapt. G. Slichtenbree Jr.
Voor Rotterdam: RHOON EN PENDRECHT, kapt. …; CELEBES, kapt. J.R.N.J. Bijl; WILLEM, kapt. J.C. Schröder; BATAVIA, kapt. G. Schouwert; JAPARA, kapt. F.F. Zeven.
Voor Dordrecht: PICTURA, kapt. M.F. Tydeman.
Voor Middelburg: ROOMPOT, kapt. H.H. de Boer.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Dordrecht ligt in lading naar Batavia het snelzeilend, gekoperd en kopervast Nederlands barkschip PICTURA, kapt M.F. Tydeman, om in de loop dezer maand te vertrekken, hebbende uitmuntend goede inrichting voor passagiers en voerende een geëxamineerde scheepsdokter. Adres bij de cargadoors Sandberg en Co., aldaar.


07 maart 1849


  JC - Javasche Courant

Batavia, 2 maart. Heden is hier aangekomen Zr.Ms. korvet BOREAS, kapt.t.zee J.H. Fabius Huijs, de 12e oktober vertrokken van Willemsoord.


08 maart 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cowes, 4 maart. Het Nederlandse schip BROEDERTROUW, kapt. Dijkema, heeft zijn boegspriet, enz. verloren en moet deze haven binnenkomen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harwich, 3 maart. De ABELDINA, kapt. Althof, van Harlingen, is in deze haven binnengelopen met verlies van ankers en kettingen en naar Londen teruggekeerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Publieke verkoping. Op dinsdag de 13e maart 1849, des morgens ten 10 ure, op de woning Vlugtenburg in de gemeente ’s Gravezande, van het wrak van de gestrande Engelse schoener genaamd the MARY ANN, en van het wrak van een gestrande visserspink, alsmede van masten, boegspriet en verdere rondhouten, ijzeren pompen, ankers, kettingen, zeilen, staand en lopend want, en verdere inventaris, twee scheepshaarden, watervaten, en al wat verder te koop zal worden aangeboden, zullende alles daags vóór de verkoping ter bezichtiging liggen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 7 maart. De bark MERWEDE, kapt. C.J. van Driesten, is door de harde wind tegen de Noordwal gedreven. Zij heeft sloepen bij zich ter adsistentie. De MERWEDE was op 28 februari van hier naar Liverpool vertrokken, op het Pampus aan de grond geraakt en na vlot gekomen te zijn, alhier teruggekeerd.


  DC - Dordtsche Courant

De bark FLORIDIAN, kapt. Whitmore, van Antwerpen naar New York, is den 27 passato op het Langzand (opm: de bank Gunfleet in de Thames-monding) verongelukt. Van de 172 zich daarop bevindende personen, zo bemanning als landverhuizers, heeft men slechts een passagier en vier manschappen kunnen redden. Een Nederlands kofschip, de naam onbekend, is desgelijks op het Langzand verongelukt; men heeft derwaarts hulp gezonden.
(opm: zie ook AH 060349).


09 maart 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 8 maart. De kof MERWEDE, kapt. C.J. van Driesten, is met adsistentie, met verlies van ankers en kabels, van de Noordwal af en op de rede ten anker gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar New York voor goederen en passagiers het nieuw gebouwd, gekoperd en kopervast Nederlands barkschip GRAAFSTROOM, kapt. C. Kraan, om ten spoedigste te vertrekken. Adres ten kantore van Kuyper, Van Dam & Smeer en Van Wambersie & Crooswijck.


10 maart 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 9 maart. De driemast galjoot MERWEDE, kapt. C.J. van Driesten, is wegens lekkage in het kanaal gekomen.
(opm: het scheepstype van deze MERWEDE – kof, galjoot of barkgaljoot – kon nog niet worden vastgesteld)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gibraltar, 23 februari. Het schip ELISABETH, kapt. Bruns, van Palermo naar Dordrecht, alhier met schade binnengelopen, heeft de reparatie volbracht en is heden weder naar deszelfs destinatie uitgeklaard.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Bij onderhandse akte, getekend te Dordrecht de 28 februari 1849, en geregistreerd, is tussen Hendrik Hoebée, Pieter Hoebée en Diederik Hoebée, scheepsmakers, wonende te Dordrecht, aangegaan een vennootschap, ten onderwerp hebbende de scheepmakerij, onder de firma van Gebroeders Hoebée, en gevestigd te Dordrecht, voor de tijd van tien jaren, ingegaan 1°. januari 1849 en eindigende ult°. december 1858, onder bepaling dat bijaldien geen der vennoten een jaar vóór het eindigen van dat tijdsverloop zulks zal hebben opgezegd, de vennootschap, ná het eindigen der 10 jaren, gerekend zal worden voor 4 jaren te zijn gecontinueerd, en deze continuatie op gelijke wijze telkens weder voor 4 jaren zal plaats grijpen, wanneer de voormelde opzegging door géén der vennoten een jaar vóór het einde van een nieuw tijdvak van 4 jaren zal zijn geschied. Geen gelden zullen kunnen worden opgenomen dan onder de particuliere handtekening van de vennoten. Bij overlijden van een der vennoten, zal de vennootschap met het einde van het jaar waarin het overlijden voorvalt, worden ontbonden, en tussen de overblijvende vennoten op dezelfde voet worden voortgezet.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. De ondergetekende neemt bij deze de vrijheid alle mensenvrienden, inzonderheid zijn stadgenoten te verwijzen naar het uitvoerig verslag van het ongeluk, waarin 6 weduwen met haar 30 kinderen te Maassluis geraakt zijn. Zie Nieuwe Rotterdamsche Courant van 8 maart ll.
Overtuigd van de diepe ellende waarin deze mensen geraakt zijn, door het verlies hunner betrekkingen bij het vergaan van het hoekerschip de VEREENIGING; zo toont hij zich gaarne bereid, om tot het goede doel dezer annonce, mede te werken, door zijn stadgenoten tot liefdadigheid in deze op te wekken, zullende elke gift met dankerkentenis worden aangenomen.
Arend van Heck


  JC - Javasche Courant

De ketelmaker J.R. Schumacher, uit Nederland naar Indië gezonden voor de ineenzetting en beëindiging van Zr.Ms. stoomschip BORNEO, is aangesteld als machinist der tweede klasse en geplaatst op Zr.Ms. stoomschip BORNEO.


11 maart 1849


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Verkoping van stoomboten. De notarissen T.S. van der Ley, te Langweer en R. de Jong Posthumus, te Joure, zullen door het Ministerie van eerstgenoemden, op woensdag de 14e maart 1849, des voormiddags 11 ure, in het Logement “De Wildeman”, te Lemmer, bij finale toewijzing in het openbaar presenteren te verkopen:
- Een overdekte ijzeren stoomboot, genaamd: WILLEM I, afgebouwd in 1841, aan de Fabriek der heren P. van Vlissingen en Dudok van Heel, te Amsterdam, met zijn locomotief- stoomketel en machinerie van 30 paardenkrachten, mitsgaders een inventaris van losse goederen – waarop slechts geboden is de geringe som van NLG 2.030,-
- Een dito overdekte ijzeren stoomboot, genaamd: de LT. ADM. TJERK HIDDES, afgebouwd in 1843 aan dezelfde fabriek, met zijn locomotief, stoomketel en machinerie van 20 paardenkrachten, mitsgaders een inventaris van losse goederen – waarop slechts geboden is de geringe som van NLG 2.333,-
De beide schepen zijn de Lemmer te bezichtigen, terwijl de conditiën zijn te vernemen ten kantore van voornoemde notarissen.


12 maart 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Publieke vrijwillige verkoping te Dordrecht in het logement “het Wapen van Holland” in de Wijnstraat bij het Groothoofd, op woensdag 28 maart 1849, des voormiddags ten elf ure, ten overstaan van een bevoegd ambtenaar, van het Nederlands overdekt kaagschip genaamd de VROUW PIETERNELLA, laatst bevaren geweest door wijlen Felix Brieven, groot ca. 50 lasten, thans liggende in de haven nabij de Boombrug te Dordrecht, met deszelfs zeer goed onderhouden inventaris, bestaande in: mast, spriet, boegspriet, staand en lopend want, ankers, zeilen, haken, bomen, touwwerk, blokken, kettingen, boot met roer en riemen, en andere scheepsbehoeften, zodanig als dezelve bij kavelingen zal worden verkocht en te bezichtigen zijn drie dagen vóór en op de verkoopdag. Nadere inlichtingen te bekomen ten kantore van de zaakwaarnemer Jacob Roest te Dordrecht, Wijnstraat B. no. 86, alwaar een dag voor de verkoping de opgave van de inventaris, zo als dezelve bij kavelingen zal worden verkocht, benevens de verkoop-conditiën, ter inzage zullen liggen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zwolle, 9 maart. De alhier nieuw gebouwde schoener SARAMACCA zal niet naar Californië vertrekken, hoe zeer het wel enige aanbiedingen tot bevrachting derwaarts heeft ontvangen, doch tot geen voldoende prijzen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het stoomschip GOUVERNEUR VAN EWIJCK, kapt. D.L. van Geest, is op 10 maart j.l. van Texel naar Londen vertrokken.
(opm: eerst gevonden reis)


13 maart 1849


  DC - Dordtsche Courant

‘s-Gravenhage, 11 maart. Bij resolutie van den 7 dezer is door het departement van binnenlandse zaken, aan de heer Paul van Vlissingen, in kwaliteit als boekhouder-directeur der te Amsterdam gevestigde Stoomschroefschooner-Reederij, op zijn verzoek, concessie tot wederopzeggens toe verleend, tot het daarstellen van een geregelde rechtstreekse dienst voor het vervoer van personen, vee en goederen tussen Amsterdam en Londen door middel van schroefschoeners, varende zowel langs de Zuiderzee als langs het Noordhollandsch Kanaal, met vrijlating om op de reis naar Londen, het Nieuwe Diep te mogen aandoen tot het innemen van personen en goederen. Intussen zullen die boten het genoemde kanaal niet mogen bevaren, zonder dat daartoe nader verlof gevraagd en verkregen is.


  DC - Dordtsche Courant

De 8e is te Katwijk aan Zee de spiegel aangespoeld van het schip the FLORIDIAN, kapt. Whitmore, op welk wrak twee lijken van het mannelijk geslacht zijn gevonden, en welk schip de 25 februari uit Antwerpen gezeild, met bestemming naar New York, op de zandbank Long-Sands, onder de Engelse kust, was vergaan.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 9 maart. De kof MERWEDE is wegens lekkage in het kanaal gekomen. De wind N.N.W.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Publieke verkoping te West-Terschelling op het eiland Terschelling, op vrijdag den 16 maart 1849, des voormiddags ten 10 ure, van het geborgene der tuigage van het op den Oostwal der Vlierede verongelukt Kofschip de ONDERNEMING (opm: zie NRC 260249), gevoerd geweest bij kapitein S.J. Dekker, van Harlingen naar Londen gedestineerd; bestaande in enige zeilen, een zwaar touw, dito ketting, stuk van een anker en twee werpen, gekapt touwwerk, einden mast en rondhout, scheepsboot en verdere gereedschappen.
(opm: het hol werd afgebracht, hersteld en ging in april 1850 als CATHARINA [vanaf maart 1852 CATHARINA VISSER] onder kapt. D.J. Duif met thuishaven Hindelopen weer naar zee)


14 maart 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Jan Corver, makelaar, zal op maandag de 26e maart 1849, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ verkopen een extra ordinair welbezeild schooner kofschip, genaamd de BEURS VAN SCHIEDAM, gevoerd door kapt. H.J. Zeven, varende onder Nederlandse vlag, volgens Nederlandse meetbbrief lang 26 ellen 65 duimen, wijd 5 ellen 5 duimen, hol 2 ellen 64 duimen, en alzo gemeten op 158 tonnen of 83 lasten. Breder volgens inventaris en bericht bij bovengemelde makelaar of bij de heren De Groot, Roelants & Co, te Schiedam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 maart. Volgens particulier bericht arriveerde heden te Hellevoetsluis het schoenerschip MR. CORNELIS HAGA, kapt. J.J. Bell, van China. Hetzelve is de 18e november van de rede van Whampoa gezeild. Als bijzonderheid verdient vermelding, dat het schip op de 24e april 1848 van Hellevoetsluis naar Batavia is vertrokken en alzo de reis naar Java en China en terug in 10½ maand heeft volbracht.
(opm: dit was in die dagen een opmerkelijk snelle rondreis)


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 13 maart, De Franse sloep ADELE, kapt. Timon, van Havre naar Bremen,is, volgens brief van Delfzijl van 19 dezer, de vorige morgen op het Borkumer rif gestrand en verbrijzeld,doch de equipage, bestaande uit 5 man, na drie uur in de boot rondgedreven te hebben, door een loodsschuit gered en alhier aangebracht. Kapitein Timon rapporteert, dat in zijn nabijheid gestrand en vermoedelijk totaal was verongelukt een Engelse brik, de naam onbekend.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. De 26e maart zal te Indramaijoe vendutie worden gehouden van 221 schuitjes opgeviste tin, afkomstig van de lading van het op de Boompjes-eilanden gestrande Nederlandse schip LOUISA, alsmede een partij grote stukken ijzer- en koperwerken, mede afkomstig van het wrak van genoemd schip.


15 maart 1849


  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 13 maart, Volgens particulier bericht arriveerde heden te Hellevoetsluis het schoenerschip MR. CORNELIS HAGA, kapt. J.J.Bel, van China; hetzelve is 18 november jl. van de rede van Whampoa gezeild.


  DC - Dordtsche Courant

De Deense minister van binnenlandse zaken, Von Moltke, heeft de 7 dezer aan de vertegenwoordigers der vreemde hoven te Kopenhagen kennis gegeven: dat, van den 27 der lopende maand af, al de havens en riviermonden in de hertogdommen Sleeswijk en Holstein geblokkeerd zullen worden, met uitzondering evenwel van de eilanden Alsen en Arroe, alsmede van alle verdere plaatsen, welke onder het onmiddellijke gezag staan van de koning van Denemarken. Daar deze blokkade geen ander doel heeft, dan om het herstel van het wettig gezag te bevorderen, dáár waar het gekrenkt is, volgt daaruit dat zij achtervolgelijk zal worden opgeheven, naarmate het wettig gezag in zijn rechten hersteld zal worden.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 12 maart. De MERWEDE is naar Dordrecht gezeild, om de bekomen schade te herstellen.


  DC - Dordtsche Courant

Brouwershaven, 13 maart. Door de Loodsboot No. 1 van Goeree, is voor West-Capelle gevist en hier aangebracht, een barkas, groen geverfd, zonder naam.
Aan de noordzijde van Schouwen aangedreven een weelboot (mogelijk ‘whaleboat’), wit geverfd, zonder naam, en een stuk plank, gemerkt JOHANNIS ROBMAN NO. 2.


16 maart 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cowes, 12 maart. De BROEDERTROUW, kapt. Dijkema, van Dordrecht naar Belfast, de 1e dezer hier binnengelopen, heeft zijn reparatiën geëindigd en zal met de eerste gunstige wind vertrekken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 15 maart. De Engelse stoomboot ACADIA, kapt. Jackson, van Liverpool in ballast naar Bremen, is, volgens brief van Texel van de 14e deze, in de avond van de 12e dito in de buitengronden van Terschelling gestrand. Van de equipage, bestaande uit 60 man, waren 12 op Terschelling aangekomen, terwijl men de kapitein en verdere equipage aldaar ieder ogenblik wachtende was. Loodsschuiten waren derwaarts ter adsistentie afgezonden.


17 maart 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 16 maart. De Engelse stoomboot ACADIA, kapt. Jackson, van Liverpool naar Bremen, in de buitengronden van Terschelling gestrand, is volgens brief van Texel van de 15e dezer, de 13e met adsistentie van loodsen weder af en met slechts weinig schade in Terschelling binnengebracht en zal zo spoedig mogelijk de reis voortzetten. Bovengemelde stoomboot is voor rekening van de Duitse Bond aangekocht en gaat met de kapitein in Duitse dienst over.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Barbados, 9 februari Het Nederlandse schip (opm: bark) NOORD-HOLLAND, kapt. F.C. van Overeem, van Suriname komende, is alhier de 31e januari met gebroken roer binnengelopen en zal moeten repareren. Vermoedelijk zal zulks zonder lossen kunnen geschieden, daar het schip overigens is dicht gebleven. De kapitein dacht de 15e weder te kunnen vertrekken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 10 maart. Het kofschip HENDRIKA MARY, kapt. Glom (opm: waarschijnlijk HENDRIKA MARGARETHA, kapt. G.R. Glim uit Oude Pekela, zie ook NRC 141249), van Newcastle hier binnen, heeft gisteren deszelfs reis naar Stettin weder voortgezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 16 maart. Volgens brief uit Suriname van de 30e januari zouden binnen twee á drie dagen van daar herwaarts vertrekken de schepen NICOLAAS WITSEN, kapt. Lange, ANNA EN MARIA, kapt. Steenveld en ANTONIA EN EUGENIE, kapt. Meijer.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Het kaagschip de VROUW PIETERNELLA, met deszelfs buitengewoon goed onderhouden inventaris, zal bij kavelingen publiek worden verkocht, op woensdag 28 maart 1849. Breder omschreven in de courant van 10 dezer. Informatiën desaangaande zijn te bekomen te Dordrecht, bij de heer Jacob Roest, directeur der Algemeene Postwagen-Onderneming Van Gend en Loos, wiens kantoor thans gevestigd is in de Wijnstraat, bij het Groothoofd, B no. 86.


19 maart 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 maart. De GEERTRUIDA HENDRIKA, kapt. Homveld, van Suriname en Nickerie met suiker en katoen naar Amsterdam bestemd, is de 14e dezer te Boulogne sur Mer moeten binnenlopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kaap de Goede Hoop, 10 januari. De ADMIRAAL VAN HEEMSKERK, kapt. J.F.P.A. Abbema, van Batavia, is de 9e dezer deze haven binnengekomen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare Verkoping van Scheepsaandelen, enz. in de Sint Joris Doelen te Schiedam op dinsdag de 3e april 1849, des voormidags ten half 11 ure, ten overstaan van de notaris Johannes Lechner, residerende ter genoemde stede, te weten:
- een 3/100e aandeel in het fregatschip genaamd OUD-NEDERLAND, varende onder directie van de heren Mr. Pieter Loopuijt, Cornelis Johannes Nolet, A. Prins & Co, De Groot, Roelants & Co en J.A.J. Nolet alhier, groot ongeveer 550 lasten.
- 1/60e aandeel in het barkschip genaamd CHRISTIAAN HUYGENS, varende onder directie van de heren De Groot, Roelants & Co alhier, groot 538 tonnen.
- 1/250e aandeel in het fregatschip genaamd PIETER CORNELISZOON HOOFT, varende onder directie als het eerstgemelde schip, groot 907 tonnen of 479 lasten.
- 1/32e aandeel in het barkschip genaamd SOLOO, varende onder directie als het tweede gemelde schip, groot 669 tonnen.
- 1/50e aandeel in het barkschip genaamd LOOPUIJT, varende onder de laatstgemelde directie, groot 348 tonnen.
Aangaande de koopvoorwaarden zijn inmiddels inlichtingen te bekomen ten kantore van genoemde notaris.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 maart. Zr.Ms. stoomschip MERAPIE, commandant luit.t/zee Van Hoogenhouck Tulleken, laatst van St. Helena, de 14e maart te Falmouth binnengelopen, heeft de 27e februari op 44º N.B. en 32º30’ W.L. een hevige orkaan doorgestaan, waarbij de fokkemast werd omgeslagen en op het dek viel, doch gelukkig slechts één man der equipage licht kwetste. De schoorsteen werd ook omgeslagen, maar tijdens het ongeval was de machine niet in werking.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cowes, 15 maart. De BROEDERTROUW, kapt. Dijkema, van Dordrecht naar Belfast, hier binnengelopen, is heden na beëindigde reparatie naar zijn bestemming vertrokken.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Verkoping van een overdekt gaffelschip. De notaris Slotemaker, gevestigd te Molenaarsgraaf, zal op woensdag de 4e april 1849, des voormiddags ten 11 ure, ten huize van Johannes Kuypers, te Papendrecht, in het openbaar verkopen een goed, welbetimmerd, overdekt gaffelschip, genaamd de VROUW GEERTRUIDA, liggende thans buiten gebruik aan de scheepstimmerwerf van Bn. & Cs. van der Esch, te Papendrecht, groot 93 tonnen, met deszelfs boot, zeil, treil, staand- en lopend want en verdere inventaris, welke zich in de beste toestand bevindt.
Nadere inlichtingen zijn te bekomen ten kantore van de notaris Slotemaker voornoemd, alsmede aan de werf van de heren Bn. & Cs. van der Esch, scheepstimmerlieden te Papendrecht, alwaar het te verkopen schip tot de dag der verkoop bezichtigd kan worden en inmiddels uit de hand te koop is.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 19 maart, De Franse schoener ARTEMISE, kapt. Godreuil. van Havre naar Hamburg, is volgens brief van Texel dd. 18 dezer, de vorige nacht in de buitengronden van het Eijerland vervallen en voor de Roggesloot gestrand. Het moet lossen en zal in de haven gebracht worden.


20 maart 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. G.J.R. Holst, F. der Kinderen, J. Corver, H. Salm, H.J. Rietveld, D. Beth, A.W. Abrahamsz en G.J. Boelen, makelaars, zullen op maandag de 16e april 1849, des avonds ten zes ure precies, te Amsterdam in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ verkopen:
- Een extra ordinair, welbezeild, gekoperd en kopervast fregatschip, genaamd CLARA HENRIËTTE, gevoerd door kapt. P.H. Willers, volgens Nederlandse meetbrief lang 40 el 30 duim, wijd 6 el 86 duim, hol 5 el 74 duim, en alzo gemeten op 705 tonnen of 373 lasten.
- Een extra ordinair, welbezeild, gekoperd en kopervast fregatschip, genaamd HELENA, gevoerd door kapt. W. Blom, volgens Nederlandse meetbrief lang 40 el 75 duim, wijd 6 el 98 duim, hol 6 el 17 duim, en alzo gemeten op 780 tonnen of 412 lasten.
Breder volgens inventarissen en bericht bij bovengenoemde makelaars of bij de cargadoors De Vries & Co of Hoyman & Schuurman.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De notaris Slotemaker, gevestigd te Molenaarsgraaf, zal op woensdag de 4e april 1849, des voormiddags ten 11 ure, ten huize van Johannes Kuypers te Papendrecht in het openbaar verkopen een goed, welbetimmerd overdekt gaffelschip, genaamd de VROUW GEERTRUIDA, liggende thans buiten gebruik aan de scheepstimmerwerf van Bn. en Cs. van der Esch te Papendrecht, groot 93 tonnen, met deszelfs boot, zeil, treil, staand en lopend want en verdere inventaris, welke zich in de beste toestand bevindt. Nadere inlichtingen zijn te bekomen ten kantore van de notaris Slotemaker voornoemd, alsmede aan de werf van de heren Bn. en Cs. van der Esch, scheepstimmerlieden te Papendrecht, alwaar het te verkopen schip tot de dag van de verkoop bezichtigd kan worden en inmiddels uit de hand te koop is.


21 maart 1849


  JC - Javasche Courant

Batavia, 16 maart. Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse bark de JONGE CORNELIA, kapt. C. Verheij Bzn., de 1e januari vertrokken van Paranagua, en de dito bark SUMATRA, kapt. H. Veltman, met enige passagiers, de 28e februari vertrokken van China.


22 maart 1849


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Op donderdag de 5e april 1849, des middags 12 ure, zal door de notaris P. Schellinger, residerende te Nieuwendam, ten huize van de kastelein A. Boer, alhier, worden geveild en verkocht het tjalkschip, genaamd de EENDRAGT, liggende in de haven der genoemde gemeente, groot 59 tonnen, met strijkende mast, staand en lopend want en inventaris, bevaren geweest door en behorende tot de onder het voorrecht van boedelbeschrijving aanvaarde nalatenschap van wijlen Auke Sjoerds van der Meer, overleden ter dezer plaatse; en roepen de erfgenamen nogmaals op de onbekende schuldeisers tegen de 28e april aanstaande, des voormiddags ten 10 ure, ten kantore van gemelde notaris, om aan dezelve rekening en verantwoording van hun boedelbeheer af te leggen, en, bijaldien er geen verzet zal plaats hebben, de schuldvorderingen te voldoen, voor zo ver het bedrag der nalatenschap toereikende zal zijn.
(opm: dit lijkt een ander schip te zijn dan de EENDRAGT van PGC 020349)


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. De scheepmakers C. Gips & Zonen zijn voornemens op aanstaande zaterdag de 24e dezer maand, ’s namiddags ten 4½ ure, indien het water de vereiste hoogte bereikt, van hun werf De Merwede te water te laten het barkschip J.C. SCHOTEL.
Dordrecht, 21 maart 1849.


23 maart 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het stoomschip STOOMVAART, kapt. K.H. Visser, is op 22 maart 1849 uit het Vlie naar Hamburg vertrokken.
(opm: dit is de eerst gevonden reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 maart. Gisteren is in de raad der Nederlandsche Handel Maatschappij met 10 tegen 6 stemmen besloten op het besluit van 13 december j.l. terug te komen en de bevrachtingen niet naar vier lijsten te doen plaats hebben, maar alle schepen à tour de role (opm: op toerbeurt) op één lijst te plaatsen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 27 januari. Nadat het gedurende zeven dagen te Menado aanhoudend hevig gewaaid had, is op de 18e november aldaar een storm uit het noord-westen losgebarsten, welke na de gehele dag met hevigheid te hebben gewoed, in de ochtend van de 19e tot een orkaan is overgegaan. Het aldaar ter rede liggende barkschip MENADO is op het strand gezet en door de hoge en zware branding geheel verbrijzeld. De schepelingen zijn niet dan met levensgevaar en na het uitloven van premiën van het wrak gered. Deze storm heeft, ofschoon met afnemende hevigheid, tot op de 22e voortgeduurd.
(opm: sterk bekort: alle niet-maritieme schades zijn weggelaten)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 27 januari. Er zijn nadere bijzonderheden door ons ontvangen over het vergaan van de Nederlandse koopvaarder LOUISE, kapt. Verschuur (zie ons nummer van de 24e februari onder de rubriek Scheepstijdingen). (opm: zie ook NRC 240249 en 260249)
In de ochtend van de 22e december, ten half vier ure, is het Nederlands koopvaardijschip LOUISE, gezagvoerder J.T. Verschuur, gestrand op één der Boompjes-Eilanden, op het middelste rif. Volgens verklaring van de gezagvoerder aan de resident van Cheribon, op de 24e december afgelegd, had hij des namiddags ten 1. ure (opm: tijdstip onleesbaar door vlek) van de 22e het vaartuig verlaten en was, toen het laatst gedeelte der bemanning in de ochtend van de 23e van boord ging, het tussendek reeds half vol water en sloeg het water door de kajuitspoorten naar binnen. (opm: de zin is letterlijk overgenomen) Het schip zat vast op een koraalrif en was met hoog water op strand geraakt, zodat geen gevaar voor zinken bestond, doch wel, dat het door de golven uiteen zou worden geslagen. De LOUISE had, toen het schipbreuk leed, slechts 450 pikols tin en 100 pikols rotting als lading in, en was bestemd om te Soerabaija verder beladen te worden. De bemanning, bestaande uit de gezagvoerder, drie stuurlieden, een geneesheer en 23 matrozen, is behouden te Cheribon aangekomen. Van daar zijn onverwijld de Kruisboot No. 37 en twee praauwen Maijang (opm:
een klein, kano-achtig type vissersprauw, zonder drijvers, met name gebruikt op de westkust van Java) met een gedeelte der equipage naar het gestrande vaartuig gezonden, ten einde van lading en schip, zo veel nog mogelijk zou zijn, te redden en is de adsistent-resident van Indramaijoe aangeschreven om mede derwaarts te zenden de Kruisboot No. 24, benevens 2 of 4 goede maijangs, alle voorzien van een toereikende hoeveelheid levensmiddelen en drinkwater, om gedurende minstens veertien dagen in de nabijheid der Boompjes-Eilanden te kunnen vertoeven en van de nodige bamboe en allang-allang om aan de wal hutten en bergplaatsen te kunnen opslaan. Volgens nadere berichten waren deze pogingen om het wrak te bereiken mislukt, doch ging men zo van Cheribon als van Indramaijoe voort tot dat einde alles in het werk te stellen wat mogelijk was, daar het onstuimige weder het zenden van hulp van de zijde van Batavia niet waarschijnlijk maakte.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 27 januari. Het Nederlandse koopvaardijschip (opm: brik) DELFSHAVEN, gezagvoerder J.D. Nordlohne, hetwelk op de 4e januari de rede van Batavia had verlaten ten einde naar Nederland terug te keren, is kort daarna nabij Poeloe Dapoer gestrand. Nadat in de avond van de 5e de tijding van dit ongeval te Batavia was aangebracht, zijn nog in de daarop volgende nacht verscheidene praauwen tot het verlenen van hulp naar het gestrande vaartuig gezonden, en is Zr.Ms. stoomschip ONRUST in de vroege morgen van de 6e mede derwaarts vertrokken. In weerwil van deze maatregelen is het niet gelukt het vaartuig te behouden, zijnde hetzelve door de hevige golfslag uit één geslagen en verbrijzeld, zijnde slechts een gering gedeelte van de lading, benevens de bemanning, bestaande, behalve de gezagvoerder, uit twaalf personen, zijn gered. Voor het lot van dezen, die sedert alhier aangebracht zijn, bestaande uit de gezagvoerder, zijn stuurlieden en tien manschappen, wordt op de gebruikelijke wijze gezorgd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 19 maart. De JACOBA CATHARINA, kapt. Nieveen, van Amsterdam naar Bilbao, is hier lek en met verlies van anker en ketting binnengebracht, hebbende op het Goodwin Sand vastgezeten.


24 maart 1849


  JC - Javasche Courant

De Singapore Free Press van 22 februari jl. meldt, dat de Nederlandse bark KAMASMAMBANG, die door enige Chinese kooplieden te Singapore was uitgerust, op de reis naar Braunie (Borneo Proper) de ankers verloren hebbende, van die plaats naar Singapore zonder ankers is teruggekeerd en zoals men natuurlijk had kunnen vooruit zien, dientengevolge uit haar goede koers gedreven, en laatstelijk op lager wal geraakt is, ergens op de kust van Indragirie. Het schip had een lading, bestaande uit ruwe sago, peper, vogelnestjes, kampher enz., waarvan de waarde op meer dan 4.000 dollars wordt geschat.


26 maart 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 maart. Heden namiddag ongeveer ten vijf ure is van de werf De Merwede van de scheepsbouwmeesters C. Gips & Zonen te Dordrecht met het beste gevolg te water gelaten het nieuw gebouwd en kopervast barkschip J.C. SCHOTEL, hetwelk gebouwd is voor rekening ener rederij onder directie der heren Gebr. Blussé en gevoerd zal worden door kapt. P. de Ridder. Het schip is bestemd voor de grote vaart.
Daarna is de kiel gelegd voor een bodem, die de naam WILLEM III zal voeren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De directeur der Maatschappij tot Bevordering van Nijverheid in de Rijp, uit het Fonds van wijlen Jan Boon Junior en van de firma Albert en Jan Boon, zal op donderdag de 29e maart 1849, des avonds ten 6 ure, in het Logement Het Stadhuis van Amsterdam te Rijp, ten overstaan van de notaris B. Geel, standplaats hebbende te Graft, in het openbaar ten verkoop aanbieden, en onder goedkeuring van commissarissen van genoemde vennootschap verkopen:
Een welbezeild Nederlands hoekerschip, genaamd de VROUW CATHARINA, gebouwd in 1839, kortelings ter koopvaardijvaart ingericht, en gevoerd door kapt. Ary Duyndam, volgens meetbrief lang 19 el 40 duim, wijd 3 el 68 duim en hol 2 el 41 duim, en alzo geijkt op 76 tonnen of 40 lasten, met inventaris.
Drie welbezeilde haringschepen, genaamd de HOPENDE VISSCHER, de VREDE en de TAANMAN, met al hun rondhout, staand en lopend want en inventaris.
De verdere omschrijving en voorwaarden van verkoop zijn vervat in gedrukte notitiën, welke op franco aanvraag te bekomen zijn, in de Rijp bij de directeur der maatschappij H. Boonacker; te Amsterdam bij de heer P.J. Wijsman; te Enkhuizen bij de heer C. de Koningh; en te Vlaardingen bij de heren Van der Drift en Nooten.
Alles zal drie dagen bevorens en op de dag van verkoop te bezichtigen zijn; de schepen liggen in de haven in de Rijp, en de goederen in de aan te wijzen pakhuizen aldaar.
Nog zal op tijd en plaats als boven, worden verkocht:
Een tjalkschip, gemeten op 42 tonnen met inventaris, mede in bovengenoemde notitiën vervat.
Twee grote masten, 1 bezaansmast, 1 grote ra, 1 kluifhout, 1 roer met helmstok, 1 trekpomp, 1 wippomp.
Alles liggende aan de Werf van de Wed. Bosman in de Rijp.


27 maart 1849


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Dordrecht ligt tot de 15 april en daarna te Rotterdam in lading naar New York, om spoedig te vertrekken, het nieuw gebouwd, gekoperd en kopervast Nederlands barkschip J.C. SCHOTEL, kapt. J. de Ridder. Adres voor kajuitspassagiers en goederen bij de heren Hudig en Blokhuyzen, cargadoors te Rotterdam, en bij de heren Visser en Van der Sande, cargadoors te Dordrecht, of bij de kapitein aan boord.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Amsterdam ligt in lading naar New York, om in het begin van mei te vertrekken, het Nederlands gekoperd en kopervast barkschip JACOB CATS, kapt. J.A. Keeman. Adres voor kajuitspassagiers en goederen bij de heren J. Daniels en Zoon en Arbman, cargadoors te Amsterdam, en bij de kapitein aan boord, of bij de heren Visser en Van der Sande, cargadoors te Dordrecht.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Kennisgeving. Op vrijdag de 30e maart 1849, des morgens te half tien, zal ter rolle van de arrondissementsrechtbank te Groningen, zitting houdende te Groningen, openlijk verkocht en aan de meestbiedende of hoogst afmijnende worden toegewezen: een overdekt tjalkschip, genaamde een overdekt tjalkschip, genaamd DE JONGE HENDRIK, liggende thans Zuidzijde in het Hoofddiep te Hoogezand, geijkt op 59 tonnen, alles met daarbij gearresteerde goederen. Gemeld tjalkschip is ten verzoeke van de heer Sibrand Tjallingii, zoutzieder, wonende te Harlingen, gearresteerd ten laste van Hendrik Hendriks de Groot, turfschipper, wonende aan boord van zijn schip, liggende thans Zuidzijde in het Hoofddiep te Hoogezand en wordt door hem als schipper bevaren.
Mr. H. van Giffen, procureur
(opm: zie ook PGC 300149)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een compleet tjalkschipstuigage, voor deze bevaren door de schipper Jan Olthof van de Leek. Te bevragen bij G.J. Berkmeijer bij Noordhorn.


28 maart 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verkoping van schepen in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ te Amsterdam, op maandag 26 maart: het schoenerkofschip de BEURS VAN SCHIEDAM, gemeten op 158 tonnen of 83 lasten, NLG 10.000, in slag NLG 400, koper Jan Corver.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Pillau, 19 maart. Vrachten. Naar Amsterdam NLG 20 per last rogge aangeboden.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 26 maart. Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark SULTANIE, kapt. H. Petersen, met 69 Chinezen, de 2e maart vertrokken van Macao.


29 maart 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 maart. Men verneemt, dat de dezer dagen geveilde stoomboten ADMIRAAL TJERK HIDDES DE VRIES en WILLEM II, welke gevaren hebben tussen de Lemmer en Stroobos en van Joure op Sneek, aangekocht zijn door de Friesche Stoombootreederij, gevestigd te Harlingen, met oogmerk om beide deze binnenboten weder in de vaart te brengen.


30 maart 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Terschelling, Het schip de HOOP, kapt. Van der Zee, van Tonningen naar Amsterdam, is alhier met zware schade binnengelopen en is in de haven gehaald.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Canton via Batavia voor goederen en passagiers het nieuw gebouwd en gekoperd barkschip MACAO, kapt. K.H. de Groot, om in het laatst van april te vertrekken.
Adres bij Wambersie & Crooswijck.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 29 maart. Het schip (opm: kof) HENDRIKA, kapt. H.K. Sietsema, van Cette (opm: Sète) naar Elseneur, is in de nacht van 3 maart 1849 in Sandy Bay, tegenover Gibraltar, verongelukt en de volgende dag in stukken geslagen. Het volk heeft zich kunnen redden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een overdekt tjalkschip met toebehoren, groot 42 tonnen, in den jare 1838 nieuw gebouwd. Te bevragen ten kantore van de ondergetekende, notaris te Winschoten. Brieven franco.
B. Haitzema Viëtor


31 maart 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum). Kapt. J.M. Pfeil, voerende het schip WHAMPOA, van Batavia te Hellevoetsluis binnen, rapporteert de 5e januari 1849 op 35º18’ ZB 21º OL gepraaid te hebben het schip ADMIRAAL VAN HEEMSKERK, kapt. J.T.P.A. Abbema, van Batavia naar Amsterdam, welke kapitein hem mededeelde, dat hij de 26e december j.l. op 32º ZB 31º51’ OL een hevige storm heeft doorgestaan, welke begon uit het noord-oosten en na circa 8 uur uit die streek te hebben gewaaid, uitschoot naar het zuid-westen en met even veel kracht bleef aanhouden. In deze storm had het schip vreselijk zwaar gewerkt, waardoor de naden in het dek gedeeltelijk waren gesprongen en hetzelve een lek boven water in de boeg en in het holverwulf (opm: gebogen dwarsscheeps gedeelte van het achterschip tussen het hakkebord en de spiegel) bekomen had. Het dicht gereefde groot- en voormarszeil vloog door de eensklaps invallende wind uit de lijken en buitendien had hij nog enige schade hier en daar meer bekomen. Kapt. Abbema had plan de Kaap de Goede Hoop voorbij te zeilen en St. Helena aan te doen om het lek op te sporen en dan aldaar te verhelpen.


02 april 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scilly St. Mary’s, 26 maart. De RAPHAEL, kapt. Visser, van Amsterdam naar Syra (opm: Aegeïsche eilanden), en hier de 5e binnengelopen, is heden naar zijn bestemming vertrokken na geëindigde reparatie.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Beaumaris (opm: Wales), 29 maart. Het Nederlandse schip (opm: kof) de HOOP, kapt. J.K. de Weerd, van Schiedam naar Liverpool, is op de rotsen bij Trewyn Point gestrand en vol water gelopen. Het materiaal is geborgen, maar men vreest, dat de lading zal verloren zijn.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 31 maart, Aangaande het schip ADMIRAAL VAN HEEMSKERK, kapt. Abbema, van Batavia herwaarts gedestineerd, aan Kaap de Goede Hoop binnengelopen, wordt vermeld, dat het op de reis veel stormen en 26 december een orkaan had doorgestaan, ten gevolge waarvan het schip water maakte en gedeeltelijk moest lossen om te repareren.


03 april 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 2 april. Het schip GESINA HENDRIKA, kapt. Poort, van Bremen herwaarts gedestineerd, is volgens brief van Norden van de 30e maart, met zware schade te Greetzijl (opm: Greetsiel) binnengelopen. De lading was gelost en zou daarvan het beschadigde gedeelte de 6e dezer verkocht worden.


04 april 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Yarmouth, 30 maart. Het schip ELISABETH, kapt. Nieboer, van hier naar Seaham, is met schade wegens aanzeiling uit zee teruggekomen.


05 april 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 1 april. Het Nederlandse schip (opm: kof) HERMANNA, kapt. D.B. Houwink, van Samos naar Amsterdam, is alhier masteloos en verlaten binnengebracht door twee vissersschuiten, die hetzelve in de afgelopen nacht bij deze haven ontmoet hebben.
(opm: zie NRC 070449).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Beaumaris (opm: Wales), 31 maart. De HOOP, kapt. De Weerd, van Schiedam naar Liverpool, bij deze haven gestrand (opm: zie NRC 020449), is geheel verbrijzeld. De lading is in beschadigde staat geborgen.


  DC - Dordtsche Courant

Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de volgende schepen:
Voor Amsterdam: RIJN, VIER GEBROEDERS, CORNELIA HENRIETTE, KOOPHANDEL, HOLLAND, SCHOON VERBOND, JAVA’S WELVAREN, CLAUDIUS CIVILIS, VERONICA, BAROS, ADOLF VAN NASSAU, O.I. PACKET, FANNIJ, BAREND WILLEM, O. INDIE, DANKBAARHEID, THETIS, GRAAF VAN NASSAU.
Voor Rotterdam: TERNATE, WILLEM I, D’ELMINA, PRINSES MARIANNE, HELENA CHRISTINA, DILIGENTIA, PRINS VAN ORANJE, GERTRUDE, AUSTRALIA, BUITENZORG.
Voor Dordrecht; BERNHARD HERTOG VAN SAXE WEIMAR.
Voor Middelburg: MIDDELBURG.


06 april 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 5 april. Heden namiddag ten 1½ ure is van de werf De Boot van de scheepsbouwmeester Fred. Groen in de Grote Wittenburgerstaat alhier met goed gevolg te water gelaten het op die werf gebouwd koopvaardij barkschip AMICITIA, groot circa 250 Java-lasten, gebouwd voor rekening van de heren d’Arnaud & Co, gevoerd zullende worden door kapt. C. Abrahamsz Jr. en bestemd voor de vaart op Oost-Indië.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 3 april. Het schip VROUW JULIA JOHANNA, kapt. K.H. de Boer (opm: tjalk, bouwjaar 1839, kapt. Karel Harms de Boer), van Amsterdam naar Hamburg, is de 30e maart in de buitengronden van Ameland verongelukt, doch het volk gered en van de lading zes vaten traan aangespoeld en geborgen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Laatstleden dinsdag (opm: 3 april) voormiddag ontdekte men in het Hoornsche Diep, achter het dorp Haren, in de nabijheid dezer stad (opm: Groningen) een lijk, zijnde dat van Jan Jans Brans, vroeger scheepskapitein. Bij lijkschouwing is gebleken, dat genoemde persoon, die meermalen een morgenwandeling buiten de stad deed, door een krampachtige ziekte schijnt aangetast te zijn geworden, voorovergestort en alzo in het water is gevallen.


07 april 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 april. Wij delen hier enige nadere bijzonderheden mede omtrent het schip HERMANNA, kapt. Houwink, op de 1e dezer te Plymouth binnengebracht (zie ons nummer van 5 dezer). Omtrent 4 ure in de morgen van de 31e ult. was de makreelboot FAME No. 29 van Rye bezig met vissen omtrent 16 mijlen zuid-oost van de Meeuwesteen, toen de netten onklaar raakten met een schip, hetgeen bij nader onderzoek bleek masteloos en van het volk verlaten te zijn. Het rondhout en tuig dreef langs de zijde. Onmiddellijk ging de equipage van de FAME er op over en, na het van de vleet te hebben bevrijd, nam men het schip op sleeptouw waar dezelve spoedig in bijgestaan werd door de WELLINGTON No.36, Omtrent op de middag bracht men hetzelve te Sutton Pool binnen. De grote mast was een voet boven dek afgebroken, bakboord overgevallen, de bezaansmast viel in dezelfde richting, boegspriet en kluiverboom waren onbeschadigd. Het schip heeft een zware zee midscheeps aan stuurboordszijde ontvangen, waardoor haar verschansing weggeslagen werd en ook zonder twijfel haar masten gebroken zijn. Een boot stond in klampen aan dek, net opgeschoten trossen lagen op de roef, en een stormladder hing over het hek. Toen de visserslieden aan boord kwamen, hing er een gaand horologie in het nachthuis, ook brandde de lamp nog, zodat het schip nog niet lang verlaten kon zijn. Men hoopt, dat de bemanning gered is in het schip, welke hetzelve aangezeild heeft. Gedurende de nacht was de wind zuid-west tot zuid-oost gelopen, met een harde koelte. Het schip is in 1847 gebouwd en heeft de woorden Derk B. Houwink op de spiegel geschilderd. De visserlieden, die op hetzelve aan boord zijn gegaan, schijnen alle achting voor het eigendomsrecht betoond te hebben. Bij onderzoek van de strandvonder in de kajuit vond men enige vrouwenklederen en een wieg, zodat het waarschijnlijk is, dat de kapitein zijn vrouw en wellicht ook nog een kind aan boord had. Uit de daar gevonden papieren bleek, dat het de HERMANNA, kapt. D.B. Houwink, was, te Winschoten te huis behorende. De charterpartij is gedateerd van Triëst de 23e oktober 1848, voor een lading naar Amsterdam of Hamburg voor orders. Men vond 16 cognossementen over 700 vaten rozijnen, waar het schip mede beladen schijnt te zijn, gedateerd van 12 tot 28 december, alle getekend door G.G. Uhlich op het eiland Samos in de Griekse archipel. Onder andere vond men nog enige vreemde geldstukken. De Nederlandse consul heeft een waker aan boord gezonden. De romp van het schip is in de beste stand; hetzelve heeft geen water gemaakt, zodat de lading onbeschadigd is.
(opm: zie NRC 100449 en 190549 en PGC 200749)


09 april 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 7 april. Het schip de VROUW RENSKE, kapt. Konterman, van hier naar Hamburg, is de 2e dezer wegens tegenwind en ziekte van de kapitein te Delfzijl binnengelopen.


10 april 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 april. Als nadere bijzonderheid van het schip HERMANNA, kapt. Houwink (zie ons nummer van 5 en 7 dezer) kunnen wij nog het volgende mededelen. De aanzeiling van het schip moet plaats gehad hebben tussen het vallen van de avond van de 30e ult. en vier uur van de volgende morgen. Tegen de avond was de wind zuid-west, om 11 uur zuid-zuid-west en liep zo rond tot zuid-zuid-oost en zuid-oost tegen 4 uur ’s morgens, als wanneer er een stijve koelte was. Met de wind als boven was het onder volle zeilen, sturende met stuurboordshalzen toe, haar koers om de oost. De eerste stoot heeft het ontvangen aan stuurboordszijde van voren, en het vreemde schip doordrijvende, heeft toen verder de stuurboordzijde beschadigd en de verschansing tot aan het rondhuis weggenomen, hetwelk ogenschijnlijk beschadigd is door het waterstag en galjoen, dewijl er iets van het verguldsel van een beeld gevonden is. De puttings ijzers etc. van de kof zijn gedeeltelijk gebroken en gedeeltelijk verbogen, zodat men aan kan nemen, dat het vreemde schip enige tijd langs zijde is geweest. Aan boord van de kof is van het vreemde schip gevonden, ongeveer acht voet van de bakboordsboeg van een nieuwe boot, ogenschijnlijk een heksloep van een Amerikaanse bouworde, eikenhout, van boven klinkwerk en gestopt met katoen, van buiten wit geschilderd, met zwarte boorden en een rood lijstje, de binnenzijde grijsachtig, van boven en beneden in de grond (opm: -verf). Het kon het gedeelte van een boot van 20 voet lang zijn, die gewoonlijk gebruikt worden door Amerikaanse schepen van 250 à 350 tonnen. Het vreemde schip schijnt om de west gelegen te hebben, en de wind was zo, dat het die koers vervolgen kon. Omtrent het lot van kapt. Houwink en zijn equipage is tot dus verre nog niets bekend.
(opm: zie ook NRC 190549)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Berwick, 6 april. Het schip MARGIENA MARGRIETHA, kapt. H.U. Pot, is de 3e dezer in de Noordzee in zinkende staat verlaten geworden. Het volk is gered en alhier aangebracht door de MARTIN LUTHER, kapt. Knudsen.
(opm: smak MARGINA MARGARETHA)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 3 april. De Minister van Binnenlandse Zaken heeft in de zitting des Rijksdags van gisteren officieel kennis gegeven, dat de wapenstilstand heden een einde neemt, en dat de Duitse havens zo spoedig mogelijk in staat van blokkade zullen verklaard worden. De Minister van Marine heeft heden bekend gemaakt, dat op 5 dezer de blokkade van Cammin, Swinemünde, Wolgast, Greifswald, Stralsund en Rostock, en op de 12e dezer die van Pillau, Dantzig, van de Elbe, de Weser en de Jade beginnen zal.


11 april 1849


  JC - Javasche Courant

Batavia, 8 april. Gisteren is hier aangekomen de Nederlandse bark JONGE JAN, kapt. G.F. Bus, met twee passagiers, de 15e december vertrokken van Rotterdam.
Heden zijn hier aangekomen het dito schip KOLONEL KOOPMAN, kapt. J.J. Klein, met twee passagiers en Zr.Ms. troepen, de 14e december vertrokken van Rotterdam, het dito schip MARIE JULIE, kapt. J. Teijgeler, de 14e december vertrokken van Rotterdam, en het dito schip SUSANNA CHRISTINA, kapt. B.M. Corbiere, met enige passagiers, de 19e december vertrokken van Amsterdam.


12 april 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Yarmouth, 7 april. Het schip VROUW META, kapt. Henk, van Emden naar Londen, is alhier lek binnengebracht.


  AH - Algemeen Handelsblad

Kapt. Atken, voerende het schip de ONDERNEMING, 7 april van Havana te Cowes aangekomen, rapporteert vier dagen te voren ontmoet te hebben een in brand staand schip; een ander vergezelde hetzelve. Later heeft hij het laatste gepraaid, het was het Nederlandse schip VAN SPEYK, van Batavia naar Rotterdam; hetzelve had aan boord de equipage van het verbrande schip INSYGNIA, van New Orleans naar Liverpool.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 11april, Volgens brief van Zoltkamp van 7 dezer, zat op het Pezemerwad (opm: wad boven Peasens/Moddergat) aan de grond een Oostenrijkse tjalk, komende van Hamburg; het had twee tjalken tot adsistentie bij zich.


13 april 1849


  AH - Algemeen Handelsblad

Hellevoetsluis,11 april. Het schip MAGNIFICAT, kapt. Russell, van New Orleans naar Liverpool, is de 2e dezer gezonken, doch de equipage, bestaande uit 23 man, door kapt. Vonk,voerende het schip J.C.J. van SPEYK, bij zware storm gered.


  AH - Algemeen Handelsblad

Londen. 10 april. Het schip JOHANNA CORNELIA, kapt. Kaleshoek, van Batavia naar Rotterdam, bevond zich 8 dezer op de hoogte van Lezard, met verlies van fokkemast en boegspriet.


14 april 1849


  DC - Dordtsche Courant

Het fregatschip ADMIRAAL VAN HEEMSKERK, kapt. Abbema, van Batavia naar Amsterdam bestemd, wegens schade de 9 januari in de Tafelbaai binnengelopen, was 2 februari aldaar bezig zijn lading weder in te nemen.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 12 april. Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark BOERHAVE, kapt. H.U. Visser, de 21e december vertrokken van Nederland.


16 april 1849


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Verkoop van een hek-tjalkschip. De notaris A. Haagsma, te Sneek, zal, ten verzoeke van de heer Mr. B.S. Stienstra, procureur aldaar, publiek bij strijk- en verhooggeld verkopen een in den jare 1845 nieuw gebouwd hek-tjalkschip, genaamd de VROUW CATHARINA, groot volgens meetbrief 72 ton, voorzien van een uitmuntende inventaris, bevaren door L.J. Bovenkamp en liggende te Woudsend.
Wie gading maakt kome vrijdag 20 april 1849, bij de provisionele, en maandag de 30e derzelfde maand bij de finale toewijzing, telkens des namiddags ten 5 ure, ten huize van de kastelein R. Wielsma te Woudsend.


  AH - Algemeen Handelsblad

Ameland, 9 april. Van de lading van het schip VROUW JULIA JOHANNA, kapt. De Boer, van Amsterdam naar Hamburg, alhier in de nabijheid verongelukt, zijn 29 fust walvistraan opgevist en alhier opgeslagen.


17 april 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hull, 13 april. De VROUW GEBINA, van Kampen naar Noorwegen, is gisteren bij Holmpton (opm: nabij Hull) gestrand en zal naar alle waarschijnlijkheid geheel weg zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verkoping van schepen in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ te Amsterdam op maandag 16 april:
- Het gekoperd en kopervast fregatschip CLARA HENRIËTTE, gevoerd door kapt. P.H. Willers, gemeten op 705 tonnen of 373 lasten: NLG 72.200, in slag NLG 8.000. Koper G.J. Boelen.
(opm: makelaar Boelen handelde in opdracht van de firma L. Bienfait & Zn te Amsterdam)
- Het gekoperd en kopervast fregatschip HELENA, gevoerd door kapt. W. Blom, gemeten op 780 tonnen of 412 lasten: NLG 43.000, in slag NLG 1, opgehouden.
(opm: dus niet verkocht; mogelijk diende de veiling slechts ter bepaling van de marktwaarde van de aandelen)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 16 april. Het schip (opm: tjalk) VROUW ANTJE, kapt. H.J. Kruse, van Hamburg met stukgoederen herwaarts gedestineerd, is volgens brief van de Zoltkamp van de 14e dezer, op het Pezumerwad (opm: wad boven Peasens/Moddergat) gestrand, doch weder in vlot water gekomen en naar Ezumazijl gezeild om te repareren.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De stoomboot STOOMVAART, kapt. Visser, van Amsterdam te Hamburg aangekomen, is gisteren middag bij Helgoland door een Deens fregat aangehouden, dat een luitenant aan boord zond ten einde kapt. Visser te berichten, dat hij voor deze enkele maal de Elve kon inlopen, maar na de 12e niet meer kon passeren, tevens hem berichtende, dat de termijn van vertrek voor neutrale schepen bepaald was tot de 30e van deze maand.


18 april 1849


  AH - Algemeen Handelsblad

Cuxhaven, 14 april, de Nederlandse kof de EENDRAGT, van de Elve komende, is alhier ten anker gekomen; het Engelse schip MERCATOR, kapt. Cook, van Leith naar Hamburg, is gisteren door de Deense oorlogsschepen voor de Elve afgewezen, de passagiers zijn met een Helgolander sloep alhier aangekomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Gisteren avond, de in het veer varende stoomboot MERCURIUS, van Zaandam naar Amsterdam terugkerende, ontdekte gezagvoerder J. Brouwer op het IJ een omgeslagen jol, waaraan buiten boord drie mannen zich met moeite vasthielden. Onmiddellijk werd de vaart der boot gestopt en deze met beleid zo nabij mogelijk naar de jol gevoerd, waarop de gezagvoerder de zich werkelijk in levensgevaar bevindende mensen toeriep, dat hun ieder een touw zou worden toegeworpen, om hen te redden, hetwelk zo goed werd verstaan en bewerkstelligd, dat de drie mannen achtereenvolgelijk aan boord der stoomboot opgehaald en behouden te Amsterdam aan wel gebracht werden.


20 april 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, (geen datum). Er zijn berichten van Singapore, lopende tot 6 maart. De stoomboot NEMESIS is in de avond van de 4e maart te Singapore aangekomen, de Nederlandse bark AJERMAS op sleeptouw hebbende, welk schip twee maanden vroeger Borneo verlaten had en door de stroom naar de kust van Sumatra gedreven en daar gestrand was.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 april. Volgens particulier bericht werd het fregatschip JOHANNA CORNELIA, kapt. M. Kaleshoek, thans te Hellevoetsluis binnen, in de nacht van 23 maart l.l, toen bijliggende voor een zware noordelijke storm, vergezeld van een hoge zee, op de hoogte der Wester-eilanden (opm: Azoren) aangezeild door een voor de wind afkomend schip, waardoor de fokkemast en boegspriet braken en het gehele voortuig over boord ging, terwijl verder vele schade aan het schip veroorzaakt werd. De kapitein was genoodzaakt dadelijk de vleet te kappen om daardoor het lekstoten zo veel mogelijk voortekomen en het schip voor zinken te bewaren. Door de stikdonkere nacht was van het lot der ongelukkige aanzeiler niets met zekerheid op te geven. Zodra mogelijk na de geleden ramp, hoewel met storm en hoge zee dagelijks worstelende, werd op dit schip een noodtuig opgericht, hetwelk de bewijzen heeft gegeven zo doelmatig en deugdzaam te zijn geweest, dat het schip daarmede in korte tijd zijn bestemming behouden bereikte zonder enige vreemde haven tot reparatie aan te doen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 19 april. Het schip EMANUEL, kapt. Swart, van Antwerpen naar Singapore, is volgens brief van Batavia van de 26e februari aldaar met schade binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 19 april. Volgens brief van Batavia in dato de 26e februari is aldaar van Rotterdam aangekomen het schip ST. HELENA, kapt. Scharper, zijnde door de bliksem getroffen en hebbende daardoor enige schade bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 19 april. Volgens brief van kapt. Hoekstra, voerende het schip PALEMBANG, in dato Banjoewangie 25 januari, was hij de 17e dito van Probolingo vertrokken, doch door het slechte weder in Straat Madura tot de 22e opgehouden, en aldaar gearriveerd. Hij zou echter die dag weder vertrekken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 12 april. De Nederlandse schepen TWEE GEZUSTERS, kapt. Huisman, van Bremen naar Koningsbergen, ANNECHINA HERMINA, kapt. Stuitvoet (opm: Stutvoet), van Amsterdam naar Dantzig, en GEZINA, kapt. Bekkering, van Bremen naar Pillau bestemd, zijn hier weder terug gekomen, dewijl zij ten gevolge van de Oostenwind niet voor de blokkade – de 12e dezer – de plaatsen hunner bestemming konden bereiken.
(opm: zie NRC 100449)


21 april 1849


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 20 april. Aangaande het schip LOUISE, kapt. Verschuur, van Batavia naar Soerabaya, op de Boompjes Eilanden gestrand, wordt volgens brief van Batavia van 26 februari gemeld, dat het wrak voor NLG 6.000,- en de geborgen inventaris voor NLG 4.000,- was verkocht geworden; van de lading waren 565 schuitjes tin geborgen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 19 april. Volgens particulier bericht werd het fregatschip JOHANNA CORNELIA, kapt. M. Kaleshoek, thans te Hellevoetsluis binnen, in de nacht van 23 maart ll., toen bijliggende voor een zware noordelijke storm, vergezeld van een hoge zee, op de hoogte der Wester-eilanden (opm: Azoren) aangezeild, door een voor de wind afkomend schip; waardoor de fokkemast en boegspriet braken en het gehele voortuig over boord ging, terwijl verder vele schade aan het schip veroorzaakt werd. De kapitein was genoodzaakt dadelijk de vleet te kappen, om daardoor het lekstoten zoveel mogelijk voor te komen en het schip voor zinken te bewaren. Door de stikdonkere nacht was het lot der ongelukkige aanzeilers niets met zekerheid op te geven. Zodra mogelijk na de geleden ramp, hoewel met storm en hoge zee dagelijks worstelende, werd op dit schip een noodtuig opgericht, hetwelk de bewijzen heeft gegeven zo doelmatig en deugdzaam te zijn geweest, dat het schip daarmede in korte tijd zijn bestemming behouden bereikte, zonder enige vreemde haven tot reparatie aan te doen.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Voor het land. De resident van Soerabaija maakt bij deze bekend, dat op de 8e mei aanstaande te zijner burele een uitbesteding zal worden gehouden voor de bouw van een vaartuig van jattiehout, voor een stoombaggermolen, waarvan het bestek en de plannen op het bureau van de hoofd-ingenieur van het stoomwezen in Nederlands-Indië voor belanghebbenden des morgens tussen 8 en 9 ure ter visa ligt.
Soerabaija, 6 april 1849, de resident voornoemd, P. de Perez.


23 april 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 22 april. Het schip (opm: kof) JUFFER ALIDA, kapt. E.J. Schrage, van Bayonne naar Hamburg bestemd, is volgens brief van Delfzijl van de 20e dezer aldaar binnengelopen. Kapt. Schrage rapporteert, dat hij de 12e dezer op de hoogte van Helgoland door het Deens oorlogsschip BELLONA door een kanonschot was aangehouden, hem de blokkade was bekend gemaakt en tevens gelast zich te verwijderen, zullende geen enkel schip toegelaten worden. Kapt. Schrage echter, hopende zijn bestemming nog te kunnen bereiken, was op die hoogte gebleven, toen hij door het schip THETIS voor de tweede maal was aangehouden en hem nadrukkelijk werd gelast van koers te veranderen, als zou men in de noodzakelijkheid zijn, indien hij zich niet verwijderde, hem naar Kopenhagen op te brengen. Echter had hij zich tot de 14e dito aldaar opgehouden en was door een Deens schip gejaagd geworden, hetwelk hij echter door de invallende nacht uit het gezicht had verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 19 april. De Nederlandse oorlogskorvet Zr.Ms. AMPHITRITE, commandant Graaf van Limburg Stirum, van Nederland naar de West-Indiën bestemd, kwam hier gisteren avond met schade binnen, hebbende bij Bevesier (opm: Beachy Head) in aanzeiling geweest met het schoenerschip MARY ANN, laatst van Plymouth naar Londen met een lading wijn van Cadix. Het blijkt, dat ongeveer ten 12 uur gisteren nacht de AMPHITRITE de schoener aanzeilde, welke hierdoor zulke zware schade bekwam, dat de equipage genoodzaakt was haar te verlaten, velen geheel naakt en anderen met nauwelijks enige klederen aan. Zij zijn op het oorlogsschip overgenomen en hier behouden aan wal gebracht. De heer Van den Bergh, Nederlands consul te dezer stede, heeft dadelijk bij de havenadmiraal aanvraag gedaan om de korvet in de haven te halen, waar zij dan ook heden door de sleepboot ECHO ingebracht werd na het aan boord zijnde kruit te hebben gelost. Onder dit bedrijf salueerde zij het fort met 21 en kort daarna de commandant der rede met 17 schoten, welke beide saluten van de andere zijde beantwoord werden. De commandant, door de heer Van den Bergh voorgesteld, werd met alle eerbied door de autoriteiten ontvangen. De schoener, door de aard zijner lading niet zinkende, zag men enige tijd na de aanzeiling om de Zuid drijven. Dezelve is later aan de Franse kust gevonden en te Boulogne binnen gebracht; het schip schijnt niet lek te zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Deal, 20 april. De OOST-INDIEN, kapt. Engelen, van Amsterdam naar Batavia, is met verlies van ankers op drift gegaan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Colchester, 19 april. De GEORGIANA, kapt. Breckwoldt, van Amsterdam naar Liverpool, heeft thans zijn reparatiën geëindigd en zal de reis voortzetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 20 april. Aangaande het schip LOUISE, kapt. Verschuur, van Batavia naar Sourabaya, op de Boompjes-eilanden gestrand, wordt volgens brief van Batavia van de 26e februari gemeld, dat het wrak voor NLG 6.000 en de geborgen lading voor NLG 4.000 was verkocht geworden. Van de lading waren 565 schuitjes tin geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lynn, 16 april. De Nederlandse kof ELISABETH, kapt. Nelson (red: ?) is alhier met verlies van bezaansmast, verschansingen, enz. binnengelopen, zijnde bij Foulner Light aangezeild geworden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Burg (opm: op Fehmarn), 5 april. De schepen ALKANNA (opm: mogelijk ALKANA) ELISABETH, kapt. Westerbrink, en ALIDA, kapt. Steffens, beide naar Dantzig bestemd, welke sedert drie weken in de Fehmern Sunde (opm: Fehmarnsund) hebben gelegen, zijn heden morgen weder vertrokken.


24 april 1849


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Door omstandigheden uit de hand te koop een nieuw in dit jaar volbouwd kofschip, met alle nieuwe tuigage en verdere scheepstoebehoren, groot ongeveer 75 roggelasten, gereed om dadelijk zee te kunnen kiezen, liggende in de Noorderhaven te Groningen. Te bevragen bij de heren J. Slot en C.M. Nap, te Groningen, en bij de heer J.A. Hooites, scheepsbouwmeester te Hoogezand, liggende bij ieder hunner een inventaris van het schip ter inzage.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Heden ontving ik het voor mij zo treurige bericht, dat mijn geliefde echtgenoot J. Wigman, gezagvoerder van het Nederlandse koopvaardijschip ADMIRAAL DE RUIJTER, op de 25e januari l.l. te Sourabaya in de ouderdom van 36 jaren overleden is.
Wed. J. Wigman, geb. Zwart.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Naar Valparaiso ligt in lading te Dordrecht het kopervast barkschip JAN VAN HOORN, kapt. J. Bouten, om in de maand juni te vertrekken. Adres, voor goederen en passagiers, bij de cargadoors Visser en Van der Sande, te Dordrecht, of bij de kapitein aan boord.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De schepen TWEE GEBROEDERS, kapt. Huisman, naar Koningsbergen, GESINA, kapt. Bekkering, naar Pillau, beide van Bremen, en ANNECHIENA HARMINA, kapt. Stutvoet, van Amsterdam naar Dantzig, zijn te Kopenhagen uit zee teruggekomen, kunnende voor de blokkade hun respective destinatiën niet bereiken.


25 april 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare vrijwillige verkoping. Frans Dijkman, notaris, residerende te Rotterdam, als lasthebbende van zijn principaal, is voornemens om op woensdag de 9e mei 1849, des namiddags ten 4 ure, in het Notarishuis aan de Geldersche Kade aldaar, in het openbaar te veilen en te verkopen een in het jaar 1835 nieuw en goed gebouwd overdekt en snelzeilend paviljoen-gaffelschip, genaamd de VROUW MARIA, volgens meetbrief lang 16.5 ellen, wijd 4,51 ellen, hol 1,89 ellen, en alzo geijkt op 93 tonnen, wordende bevaren in de vaste beurt of veer van Rotterdam op ’s Hertogenbosch vice versa, doch zullende op natemelden dagen van bezichtiging liggen in de Blaak aan de Noordzijde nabij de Nieuwstraat te Rotterdam, en dat met deszelfs staand en lopend want, zeilen, ankers, kettingen, touwen en verdere gereedschappen en toebehoren, mitsgaders een boot, breder bij geaffigeerde biljetten omschreven. Het voorschreven schip en toebehoren zal twee dagen vóór en op de dag der veiling kunnen worden bezichtigd, zijnde hetzelve inmiddels uit de hand te koop, en nadere informatiën te bekomen ten kantore van voornoemde notaris Dijkman in de Wijnstraat te Rotterdam.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Verkoop van een hek-tjalkschip. De notaris A. Haagsma, te Sneek, zal ten verzoeke van Mr. B.S. Stienstra, procureur aldaar, op maandag 30 april 1849, ’s namiddags 5 ure, ten huize van R. Wielsma, te Woudsend, finaal verkopen een in den jare 1845 nieuw gebouwd hek-tjalkschip, de VROUW CATHARINA genaamd, geijkt op 72 tonnen, voorzien van een uitmuntende inventaris, bevaren door Louw Jacobus Bovenkamp, en thans liggende te Woudsend, waarop bij de provisionele toewijzing geboden is NLG 2.700,-. Betaling en aanvaarding binnen 8 dagen na de finale verkoop.


27 april 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 25 april. De schepen die FRAU HELENA, kapt. Behrens, en DREI GEBRÜDER, kapt. Valk, beide van Makkum naar Hamburg, zijn de 17e dezer op het eiland Rottumeroog verongelukt, doch het volk gered.
(opm: waarschijnlijk Duitse schepen).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 april. Men schrijft uit Warffum van de 20e april: In de morgen van de 17e dezer ontdekte de voogd van het eiland Rottumeroog twee schepen voor de Lauwers, die, door een hevige wind en een hooggaande zee gedreven, verkeerdelijk over de buitengronden en door de branding naar binnen in de schilgronden ten westen van het eiland zeilden. Hier in het grootste gevaar verkerende, begaf zich de voogd met zijn zoon in de sloep, welke hij met de wagen benoorden het eiland in zee had gebracht, en zeilde bewesten het eiland eerst noordwaarts op om boven de wind te komen, ten einde des te gemakkelijker de in gevaar verkerende schepen te genaken, nadat hij bevorens aan zijn ondergeschikten de last had gegeven om hem met zijn schip na te komen. Het eerst ontmoette hij het schip die FRAU HELENA, bevaren door schipper B. Behrens, hetwelk herhaalde malen hevig over de grond stiet, doch op dit ogenblik nog geen water in had, toen hij op eens door de equipage van het tweede schip, zijnde het tjalkschip die DREI GEBRÜDER, schipper Otto Valk, werd geseind. Onmiddellijk begaf hij zich derwaarts en bevond, dat dit schip reeds vol water was, zodat in allerijl de schipper en zijn knecht in de boot van de voogd werden overgenomen. Het schip die FRAU HELENA bleef zeilende, doch slingerde en stiet tussen beiden zo geweldig aan de grond, dat de voogd het geraden oordeelde om ook de equipage hiervan, bestaande uit drie personen, te bergen, welke manschappen nu allen op het schip van de voogd werden overgebracht, dat inmiddels was aangekomen. Nu wilde de voogd nog beproeven om het laatstbedoelde schip op het strand van het eiland voor anker te brengen, begaf zich met een paar ondergeschikten te midden der hevige baren aan boord van het slingerende en stotende vaartuig, en zijn poging gelukte hem. Hetzelve ligt thans op de ree van het eiland, met de lading in, voor anker, doch is zodanig gehavend en gebeukt, dat het met de vloed vol water loopt. Het schip die DREI GEBRÜDER moet geheel zijn vergaan, nadat daarvan nog de volgende dag een gedeelte van de tuigage was geborgen. Beide schepen waren geladen met dakpannen en bestemd van Makkum naar Hamburg. Derzelver equipage is te Warffum aangebracht.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een welbezeild smakschip, groot circa 40 rogge-lasten, liggende te Muiden. Te bevragen bij de scheepsbouwmeester P. Pauw te Muiden en bij Blikman & Co. te Amsterdam.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip HENRIETTE, kapt. Greven, van La Guayra naar Bremen, in de Noordzee genomen, is te Kopenhagen opgebracht en onder beslag gelegd.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een overdekt tjalkschip met toebehoren, groot 43 tonnen, in 1837 nieuw uitgehaald, thans liggende in de Oude Pekela. Nadere informatie bij de eigenaar H.R. Jonker in gemelde plaats.


28 april 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 27 april. Het schip HENRIËTTE, kapt. Trip, van Suriname herwaarts gedestineerd, is, volgens brief van Barbados van de 27e maart, de 23e dito aldaar lek binnengelopen. Het moet een gedeelte der lading lossen om nagezien te worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Ubes (opm: Setubal), 7 april. De CATHARINA, kapt. Duintjer, van hier de 27e maart naar Vlaardingen vertrokken, is de 30e lek terug gekomen. Het schip heeft gelost en zal de nodige reparatiën ondergaan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Travemünde, 23 april. Gisteren werd bij het inzeilen onzer haven de Nederlandse kof CLARA DOROTHEA, kapt. Feninga, van Marseille komende, door het op de rede kruisende Deense oorlogsschip GEISER met een schot opgeëist deszelfs vlag te hijsen. Daar aan dit bevel niet ogenblikkelijk gehoor werd verleend, volgde onmiddellijk een scherp schot. De kogel echter vloog over het schip heen.


  DC - Dordtsche Courant

Cuxhaven, 23 april. Gisteren is van hier een sloep naar de Deense oorlogsschepen afgezonden, met een depêche van de Nederlandse regering, zo men meent hoofdzakelijk handelende over de blokkade niet te willen erkennen.


  JC - Javasche Courant

Zierikzee’s ingezetenen genoten een verrassend schouwspel, toen zij op zondag 28 januari de haven dezer stad zagen binnenzeilen de aldaar gebouwde schoener MARIA SOPHIA, kapt. Mento van Gijzel, groot 176 Java-lasten, toebehorende aan de heren M.C. de Crane & Zoon, geladen met rijst, peper, huiden en rotting, komende van Batavia, zijnde bij mensen geheugen het eerste schip, dat rechtstreeks uit Oost-Indië met ongebroken lading hier binnen komt. Mocht de rederij daavan zo veel voordeel inoogsten, dat de hoop op meerdere handelsonderneming verlevendigd werd, en uit deze rijke bron vernieuwde welvaart onze voor handel en zeevaart zo welgelegen stad toevloeien.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. In de loop van de maand mei aanstaande zal bij publieke vendutie worden verkocht, voor rekening des boedels van wijlen majoor Fakier Abdul Moedjiet Mochamat Jubidie, het brikschip genaamd MAGFOEL, groot omtrent 56 lasten, met diens inventaris.


30 april 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 april. Te Joure is op de 25e dezer met het beste gevolg te water gelopen het schoenerschip genaamd JONKVROUW GEERTRUI, zullende gevoerd worden door kapt. J.A. de Boer en varen onder directie van de heer J.J. Rinkes.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Het kantoor van P.A. van Es & Co is verplaatst naar de Scheepsmakershaven op de hoek van de Bierkade.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 26 april. Kapt. Visser, voerende het stoomschip STOOMVAART, van Amsterdam hier binnen, heeft gisteren bij Langeroog drie Deense oorlogsschepen ontmoet. Deze om de Noord sturende, hield hij om de Zuid en kwam, zonder van de Denen aangehouden te worden, in de Elbe binnen.


01 mei 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Koningsbergen, 24 april. De schepen GESINA, kapt. Bekkering, en TWEE GEZUSTERS, kapt. Huisman, zijn naar Amsterdam bevracht à NLG 35 en NLG 1 (opm: die NLG 1 is bedoeld als kaplaken) per last rogge. Nog meer schepen hadden bevracht kunnen worden, doch neutrale vrachtvrije schepen mankeren.


02 mei 1849


  JC - Javasche Courant

Batavia, 28 april. Gisteren zijn hier aangekomen de Nederlandse brik ADRIENNE JACOBUS, kapt. P.J. van Emmerik, met twee passagiers, de 17e december vertrokken van Amsterdam, het dito schip IJSTROOM, kapt. F. de Meester, met een passagier, de 28e december vertrokken van Amsterdam, de dito bark GEERTRUIDA, kapt. H.C.G.B. Behrens, met twee passagiers, de 21e december vertrokken van Amsterdam, en de dito bark WOLTEMADE, kapt. F. Guijt Jr., de 13e december vertrokken van Rotterdam.
Heden is hier aangekomen de dito brik ALIDA WILLEMINA, kapt. J.C. Bent, met een passagier, de 19e december vertrokken van Amsterdam.


03 mei 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 mei. Van de scheepstimmerwerf van de heer W.C. van Arnhem te Groningen is l.l. zaterdag (opm: 28 april) van stapel gelopen het kofschip GEZINA, kapt. J. Blouw, groot 65 rogge-lasten, zijnde dit kofschip het derde sinds de 1e mei 1847, als wanneer bedoelde werf het eigendom van de heer Van Arnhem is geworden.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Openbare verkoping, ten overstaan van de notaris De Koning, te Dordrecht, in het Nederlandsch Koffijhuis van J. Zahn, op vrijdag de 18 mei 1849, des middags ten twaalf ure, van:
- 1/36 aandeel in het fregatschip BROEDERTROUW, kapt. Kunst, thans binnengekomen van Java.
- 1/24 aandeel in het barkschip CLARA ANNA MARIA, kapt. Bakema, thans op reis naar Valparaiso.
- drie aandelen in de Maatschappij der Dordrechtsche Scheepsreederij, ieder groot NLG 400,-.


04 mei 1849


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Dantzig, 25 april. Van de Deense blokkade-schepen is sedert vrijdag de 20e dezer niets gezien. Zo even is het Nederlandse schip GEPKELINA LUCRETIA, kapt. Dommering, beladen met tabak, van Bremen in deze haven binnengelopen. Vier andere Nederlandse vaartuigen worden verwacht. De GEPKELINA LUCRETIA heeft geen Deens oorlogsschip in de Oostzee aangetroffen.


05 mei 1849


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Debiteuren en crediteuren in de boedel van wijlen de heer C.H. Decker, gewezen gezagvoerder van het Nederlands-Indische barkschip CALYPSO, gelieven zich binnen twee maanden na heden aan te melden bij de gesubstitueerde executeur Th.F. Schill.
Batavia, 4 mei 1949.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 1 mei. Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark GOUVERNEUR-GENERAAL ROCHUSSEN, kapt. G.T. Rijken, de 5e april vertrokken van Manilla.


07 mei 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Curaçao, 17 maart. De 17e februari is van de werf van de heren H. van der Meulen & Co alhier met het beste gevolg van stapel gelopen de schoener JOHANNA.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Stoom-Schroef-Schooner-Reederij. Vaart tussen Amsterdam en London. De stoom-schroef-schooner GOUVERNEUR VAN EWIJCK, kapt. D.L. Geest, zal donderdag de 10e mei van Amsterdam naar Londen vertrekken. Adres bij de cargadoors De Vries & Co, IJgracht no.13 te Amsterdam.


08 mei 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 7 mei. Het schip DELPHIN, kapt. Jansen, van Charleston herwaarts gedestineerd, te St. Thomas binnengelopen, heeft volgens brief van daar van de 14e april een hevige storm doorgestaan en daardoor verschansingen, watervaten, boten en zeilen verloren, lekkage en meer andere schade bekomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een in den jare 1839 nieuw uitgehaald tjalkschip met complete inventaris, groot naar de laatste meting 83 tonnen, liggende voor de behuizing van Klaas J. Mulder te Sappemeer, bij wie nader informatiën zijn te bekomen.


09 mei 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Leith, 4 mei. Het schip VROUW ENGELINA, kapt. Kuijper, van Workum naar Christiansand, is in de Noordzee gezonken, doch het volk gered en alhier aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rostock, 3 mei. Volgens een bekendmaking van de Deense consul alhier in dato de 1e mei, is aan alle schepen, van welke natie ook, het in- en uitlopen van de haven van Warnemünde van heden af verboden. Alhier zijn liggende, onder meerdere, vijf Nederlandse schepen, welke alle bevracht zijn.


10 mei 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Naar Batavia ligt te Amsterdam in lading en zal in de loop dezer maand vertrekken het nieuw gebouwd en gekoperd tweedeks barkschip AMICITIA, kapt. C. Abrahamsz Jr, zijnde uitmuntend ingericht voor passagiers. Adres bij D. Arnaud & Co, Geldersche Kade No. 10 te Amsterdam.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Openbare verkoping ten overstaan van de notaris De Koning te Dordrecht in het Nederlandsch Koffijhuis van J. Zahn op vrijdag 18 mei 1849, des middags ten twaalf ure, van enige scheepsaandelen, en aandelen in de Dordrechtsche Scheepsreederij, bij aangeslagen biljetten en in de Dordrechtsche Courant van 3 mei jl. breder omschreven. Wordende ten aanzien van het daarbij vermelde 1/36 aandeel in het fregatschip BROEDERTROUW alsnog bericht, dat hetzelve zal worden verkocht, gesplitst in vier 1/144 aandelen, welke eerst afzonderlijk zullen worden geveild en afgeslagen, en daarna bij afslag zullen worden gecombineerd.


12 mei 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Wordt uit de hand te koop aangeboden een kofschip, lang 19 ellen, wijd 3 el 81 duim, hol 1 el 96 duim, en alzo gemeten op 63 ton, met deszelfs complete inventaris, zijnde hetzelve liggende aan de werf van de scheepsbouwmeester De Hoog, te Delfshaven. Nadere informatiën zijn te bekomen bij de cargadoors Kuyper, Van Dam & Smeer te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rendsburg, 7 mei. De Nederlandse schepen CATHARINA, kapt. De Winter, van Hamburg naar Koningsbergen, en VROUW KLASINA, kapt. Wolthuis, van Dokkum naar Rostock, die ten gevolge der blokkade in Holtenau lagen, zijn, alhoewel met contrarie wind, naar zee gegaan, aangezien er door een circulaire van de blokkadechef te Kiel aan de consuls der neutrale mogendheden bekend was gemaakt, dat de neutrale schepen tot de middag van de 5e ongehinderd uitzeilen mochten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Alblasserdam, 11 mei. Heden werd met het beste gevolg te water gelaten aan de werf van de scheepsbouwmeester Jan Pot in de Elshout het barkschip genaamd KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE YACHTCLUB, groot circa 400 Java-lasten, zullende worden gevoerd door kapt. J. van Delft Czn en varende onder de boekhouderij van de heer F.H. von Lindern. (opm: in het AH van 140549 wordt YACHTCLUB geschreven als JACHTCLUB)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Jan Corver, H. Salm, H.I. Rietveld, P. Blom, J.H. Rocquette en G.J. Boelen, makelaars, zullen op maandag de 4e juni 1849, des avonds ten zes ure precies, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, verkopen:
- 1/32 part in het Nederlands gekoperd barkschip PRESIDENT VERKOUTEREN, gevoerd door kapt. C.F. Eijlers;
- 2/16, 3/32 en 2/64 parten in het Nederlands gekoperd fregatschip PALEMBANG, gevoerd door kapt. J. Hoekstra;
- 1/32 part in het Nederlands gekoperd fregatschip SUSANNA CHRISTINA, gevoerd door kapt. B.M. Corbiëre;
1/32 part in het Nederlands gekoperd fregatschip SARA JOHANNA, gevoerd door kapt. H. Sweijs;
- 1/32 part in het Nederlands gekoperd fregatschip GEZINA, gevoerd door kapt. P. Burggraaf;
- 1/32 part in het Nederlands gekoperd fregatschip NASSAU, gevoerd door kapt. J.L. ten Bockel;
- 2/32 parten in het Nederlands gekoperd barkschip GEERTRUIDA, gevoerd door kapt. H.C.G.B. Behrends;
- 1/32 part in het Nederlands gekoperd schoenerschip ANNA ELISABETH, gevoerd door kapt. A.A. Harken;
- 3/32 parten in het Nederlands gekoperd fregatschip SUMATRA, gevoerd door kapt. K.L. Swart;
- 15/224 parten in het Nederlands gekoperd barkschip WILLEM BARENDSZ, gevoerd door kapt. W. Landsaat;
- 5/112 parten in het Nederlands gezinkt driemast galjootschip DRIE BROEDERS, gevoerd door kapt. H.J. Hubert.
Nader onderricht bij bovengenoemde makelaars.


  JC - Javasche Courant

De Nederlandse schoener MATHILDA, welke Singapore acht of tien dagen voor de 18e april verliet, bestemd naar Palembang, is gestrand en heeft de bodem ingestoten in Straat Riouw. Een kanoinneerboot en andere hulp was van Singapore uitgezonden.


  JC - Javasche Courant

Het te Rotterdam aan de Kinderdijk gebouwde ijzeren schoener-brikschip INDUSTRIE, gevoerd door kapt. De Boer en bijna geheel met Nederlandse voortbrengselen geladen, is in het begin van november des vorigen jaars na een voorspoedige reis behouden te Valparaiso aangekomen. Dit is het eerste Nederlandse vaartuig van dien aard, geheel van ijzer gebouwd, hetwelk Kaap Hoorn is omgezeild.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Vendutie op maandag de 14e mei, tegen 4 pCt. vendu-salaris, voor rekening van wie zulks zoude mogen aangaan, van pl.m. 80 picols oud bladkoper, afkomstig van het op het eiland Onrust vertimmerde Belgische schip EMMANUEL, kapt. C.J. Swarts, met averij van Antwerpen hier binnengelopen.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Executoriale verkoping. Op de vendutie van zaterdag de 19e mei 1849 zal bij wege van executie door de ondergetekende worden verkocht, voor rekening van de Chinees Lie Tengsie, een wrak, afkomstig van het vroeger bij afbraak verkochte Nederlandse schip TRITON, liggende te rede van Batavia.
Batavia, 11 mei 1849, de deurwaarder bij de Landraad der stad en voorsteden van Batavia, A. van Dijk.


14 mei 1849


  AH - Algemeen Handelsblad

Zierikzee, 8 mei, Het barkschip ELISABETH EN JOHANNA, kapt, J.A. Ballot, van Passaroeang naar Middelburg, is 10 maart te St. Helena aangekomen, om dezelfden dag de reis voort te zetten; aan boord alles wel.


15 mei 1849


  AH - Algemeen Handelsblad

Wainfleet, 11 mei. Het schip VIJF GEBROEDERS, kapt. Scherpbier, van Hamburg naar Lynn, is alhier zwaar lek en met schade aan de lading binnengebracht, hebbende op het West Sand aan de grond gezeten.


16 mei 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stralsund, 9 mei. Gisteren strandde hier op het eiland Hiddensee het Nederlandse schip GOEDE HOOP, kapt. Gust, met dakpannen van Harlingen naar Libau gedestineerd. Het schip zal er echter nog wel af te brengen zijn, het is nog dicht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 9 mei. De kof GESINA, kapt. D.H. Ebeling, met granen van Libau naar Nederland, is hier gisteren lek binnengelopen en lost de lading.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 mei. Ten verzoeke van de heer L. Hartong Jr, expediteur en scheepsbevrachter te Rotterdam, is onder dagtekening van de 8e dezer door het departement van binnenlandse zaken, naar aanleiding van art. 8 van het koninklijk besluit van 31 juli 1841 (Staatsblad no.26) ingetrokken de concessie, hem bij resolutie van 11 mei 1848 no. 119, 6e afdeling, verleend tot oprichting en daarstelling van een stoombootdienst tussen Rotterdam en Havre, vice versa, waarvoor hem blijkens de Staatscourant van 3 november 1848 tevens een uitstel van zes maanden was bewilligd.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 14 mei. Gisteren is hier aangekomen het Nederlandse schip NOORD, kapt. H.G. Pott, de 25e februari vertrokken van St. Paul de Loanda.
Heden is hier aangekomen de dito bark PEKING, kapt. D. Herderschée, van Bushire.


19 mei 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 mei. Uit New York wordt onder dagtekening van 1 mei het volgende gemeld: Gisteren kwam alhier binnen het paketschip la DUCHESSE d’ORLEANS, van Havre, aan boord hebbende kapitein D.B. Houwink met vijf man equipage van de Nederlandse kof HARMANNA, te Winschoten te huis behorende. Dit schip, met een lading rozijnen van Samos naar Amsterdam bestemd, was in de nacht tussen 30 en 31 maart bij de Eddystone in het Kanaal door gemelde paketboot overzeild, zodat alleen de kapitein en de vijf man equipage hebben kunnen worden gered, zonder iets meer dan de klederen aan het lijf. In stede van de geredde personen in een of andere haven in het Kanaal aan wal te zetten, heeft de kapitein der Havre-paket hen naar Amerika medegenomen. Er liggen op dit ogenblik juist twee Nederlandse schepen in de haven: de bark GRAAFSTROOM en de bark ANNA, beide van Rotterdam, met welke of een van welke de bedoelde kapitein en schepelingen door tussenkomst van de Nederlandse consul de terugreis naar het vaderland zullen doen. (opm: zie NRC 050449, 070449 en 100449)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verkoping van Scheeps-aandelen in het Nederlandsche Koffijhuis te Dordrecht op vrijdag de 18e mei.
- 1/144e Aandeel in het fregatschip BROEDERTROUW, strijkgeld NLG 10, in veiling NLG 735, afgemijnd NLG 740.
- 1/144e Aandeel in het fregatschip BROEDERTROUW, strijkgeld NLG 10, in veiling NLG 740, in slag afgelopen.
- 1/144e Aandeel in het fregatschip BROEDERTROUW, strijkgeld NLG 10, in veiling NLG 740, in slag afgelopen.
- 1/144e Aandeel in het fregatschip BROEDERTROUW, strijkgeld NLG 10, in veiling NLG 740, in slag afgelopen.
Deze vier aandelen zijn gecombineerd afgemijnd voor NLG 2965.
- 1/24e Aandeel in het barkschip CLARA ANNA MARIA, in trekgeld NLG 25, in veiling NLG 1760, in slag NLG1960.
- Een aandeel in de Maatschappij der Dordtsche Scheepsreederij, groot NLG 400, in trekgeld NLG 5, in veiling NLG 540, in slag NLG 550.
- Een dito, in trekgeld NLG 5, in veiling NLG 550, in slag afgelopen.
- Een dito, in trekgeld NLG 5, in veiling NLG 545, in slag afgelopen.
- Een dito, in trekgeld NLG 5, in veiling NLG 540, in slag afgelopen.
- Een dito, in trekgeld NLG 5, in veiling NLG 535, in slag afgelopen.
- Een dito, in trekgeld NLG 5, in veiling NLG 530, in slag afgelopen.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 15 mei. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip CORNELIS HOUTMAN, kapt. J.H. Rolman, de 30e januari vertrokken van Amsterdam.


21 mei 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 mei. Het Ministerie van Marine te Kopenhagen heeft de volgende bekendmaking uitgevaardigd: “Men heeft nopens verscheidene der geblokkeerde havens der Oostzee, met name van Stettin, op verschillende wijze, zowel door de drukpers als door zendelingen, getracht aan de onzijdige schippers de onjuiste gedachte te doen opvatten, dat deze havens niet werkelijk geblokkeerd waren en dat de schippers derhalve, niettegenstaande de blokkade, lichtelijk in deze havens zouden kunnen binnenlopen. Deze opvatting is onjuist, want die havens zijn effectief geblokkeerd; evenwel hebben de Deense kruisers tot dusverre getracht te vermijden om op de onzijdige schepen, die zij van de havens afgewezen hebben, te schieten en dezelve op te brengen, zelfs dan wanneer het volkomen klaarblijkend was, dat deze schepen, ten volle van de blokkade verwittigd, slechts beproefden zo mogelijk door dezelve te sluipen. Mochten intussen onzijdige schepen met dergelijke proeven voortgaan, zo zullen zij dusdoende het daarheen brengen, dat de door het volkenrecht en het reglement van blokkade gerechtvaardigde strengheid tegen hen aangewend wordt, en worden derhalve alle schippers van bevriende en neutrale mogendheden door deze gewaarschuwd zich tot zodanige proeven, door de vijanden van Denemarken aangemoedigd, niet te laten verleiden”.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 16 mei. Eergisteren is wegens het verbreken der blokkade alhier opgebracht de Nederlandse kof GEBROEDERS, kapt. Wegener, van Stettin naar Amsterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Het nieuwgebouwd barkschip J.C. SCHOTEL zal op het einde van mei naar New York vertrekken.


22 mei 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Door sterfgeval wordt uit de hand te koop gepresenteerd een goed onderhouden hektjalk, genaamd de JONGE JAN, te huis behorende te Waspik, groot volgens meetbrief 81 ton, met een complete inventaris, zo als hij het laatst bevaren is geweest door Cornelis Vermeulen, liggende in de haven te Waspik. Te bevragen bij C. Gijsmans en G. Boom. Brieven franco.


  RC - Rotterdamsche Courant

Cargalijsten Rotterdam. Kof HESPERUS, kapt. De Jong van Bordeaux met brandewijn, cognac, wijn, azijn, vruchten, rum en terpentijn.


  DC - Dordtsche Courant

Gepraaid de 18e mei wegens tegenwind te Deal het barkschip JACOB CATS, kapt. J.A. Keeman, met landverhuizers van Amsterdam naar New York. Alles wel aan boord.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Men schrijft ons uit Oude Pekela d.d. 19 mei:
Aangaande de equipage van het kofschip HARMANNA, kapt. B.D. Houwink, in de nacht van de 31e maart in het Kanaal aangezeild en sedert masteloos en door het volk verlaten te Plymouth binnengebracht, en over wier lot men steeds in bange verwachting verkeerde, zijn heden alhier berichten ingekomen uit New York, in Noord-Amerika.
Volgens een eigenhandig schrijven van kapt. Houwink, dato New York 2e deze maand, was hij aldaar, benevens zijne manschappen, de 1e aan boord van een pakketboot, van Havre naar New York bestemd, aangekomen. Dit vaartuig had de HARMANNA in bovengenoemde nacht zo hevig aangezeild dat de beide masten, met al wat zich daaraan bevond, tegelijk overboord gingen en meer andere schade te weeg brachten. Niets anders denkende, of hun bodem moest door deze geweldige schok onmiddellijk te gronde gaan, was de equipage in allerijl, en zonder iets te kunnen meenemen, op genoemde boot gevlucht. In de hoop evenwel van met de dageraad nog iets van hun bodem te ontwaren, of hun aan land te zetten, had de pakketboot zich die gehele nacht op de hoogte van de plaats des onheils gehouden. Bij het aanbreken van de dag evenwel, van de HERMANNA niets meer bemerkende, en geen gelegenheid ziende om aan land te komen, waren zij alzo genoodzaakt geweest de reis naar New York mede te maken, temeer daar het groot aantal passagiers, op de pakketboot aanwezig, er bij de gezagvoerder op aandrong, zijn reis zonder verwijl voort te zetten. Kapt. Houwink bevond zich met zijn equipage in volmaakte welstand, en hoopte weldra gelegenheid te vinden over Liverpool, Havre of Bremen in het vaderland terug te komen.
Te New York lagen de 1e mei juist twee Nederlandse schepen in de haven: de barken GRAAFSTROOM en ANNA, beiden van Rotterdam, met een van welke de bedoelde kapitein en schepelingen, door tussenkomst van de Nederlandse consul, de terugreis naar het vaderland zullen doen.


23 mei 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 22 mei. Het schip CATHARINA, kapt. Borst, van Bordeaux naar Dantzig, is volgens brief van Delfzijl van de 20e dezer aldaar lek, met verlies van zeilen, stengen, anker en ketting, ingeslagen watervaten, gebroken boord, enz, binnengelopen. Het moet lossen om te repareren.


24 mei 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 mei. Heden is van de werf van de heer F. Smit aan de Kinderdijk te water gelaten het barkschip RESIDENT VAN SON, groot ca. 450 lasten en daarna de kiel gelegd voor een schip van dezelfde grootte, genaamd DOELWIJK, beide voor rekening van rederijen onder directie van de heer W. Ruys J.Dzn. alhier.


  DC - Dordtsche Courant

Het barkschip TIMOR, kapt. J. Koning, is wegens ziekte van drie matrozen en de kok heden morgen op de rede van Hellevoetsluis uit zee teruggekomen.


25 mei 1849


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De aankomst van schepen op de rede voor de haven van Delfzijl vermeerdert nog dagelijks. Er liggen thans onder een menigte Engelse, Franse, Portugeese, Zweedse, Duitse en Amerikaanse, niet minder dan twaalf Spaanse schepen van verschillende grootte, zelfs van 400 lasten. Het is een waar genoegen dagelijks zoveel leven en bedrijvigheid te zien die aanhoudende beweging met de roeiboten op de rede en in de haven om aan en van wal te komen, die drukke beweging in de straten, dat alles is hier in die mate sedert jaren vreemd. Daarbij komt nog het aantal nieuwsgierigen, die herwaarts komen, vooral des zondags, om de menigte schepen van zo verschillende natiën te zien. Dit zal nog wel vermeerderen, wanneer de kleiwegen beter worden. Bij gunstiger weer belooft men zich in de Pinksterdagen veel drukte en levendigheid, waartoe de pleziertocht per stoomboot naar Leer niet weinig zal bijdragen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een in den jare 1840 nieuw uitgehaald en in een zeer goede staat zich bevindend tjalkschip met zeilen, ankers, touwen en verdere opgoederen, groot 48 tonnen, liggende te Hoogezand. – Gadingmakenden kunnen zich aldaar vervoegen bij de eigenaar J. Veenhoven Hzn.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een nieuw tjalkschip, groot pl.m. 49 tonnen, bij de ondergetekende. – Een scheepstimmerknecht, zijn werk goed verstaande, werk verlangende, vervoege zich ten spoedigste bij R.P. Kuiper te Obergum.


26 mei 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiedam, 25 mei. Alhier is heden van de scheepstimmerwerf De Nijverheid te water gelopen het barkschip ALBRECHT BEYLING, groot omtrent 330 lasten, zullende gevoerd worden door kapt. K. van de Erve, gebouwd voor een rederij onder directie van de heren De Groot, Roelants & Co, en bestemd voor de vaart op de Oost-Indiën. Daarna is voor rekening van dezelfde heren de kiel gelegd voor een driemast schoenerschip van circa 225 lasten, de naam zullende voeren van MARY GODDARD.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Upolie (Navigatie-Eilanden), 17 november. Het schip ZUIDPOOL , kapt. Meijers, hebbende 39 maanden reis, van Amsterdam, heeft de 13e dezer deze haven aangedaan, gaande van Talcahuano en van daar naar Amsterdam.


  DC - Dordtsche Courant

Volgens de per overland-mail ontvangen berichten van Batavia, lopende tot 28 maart, waren de vrachten naar Nederland voor koffie en rijst NLG 90,- en voor suiker NLG 95,- met kaplaken, naar Engeland GBP 3.10/- per ton en naar het vaste land GBP 3 tot 3.5/- per ton.
Daar bijna geen Nederlandse schepen voor particuliere rekening uitkwamen, zo is er in vrachten zeer weinig omgegaan. De ST. HELENA en JAVA laden genoegzaam geheel voor eigen rekening; de JONGE CORNELIS heeft vracht aangenomen tot bovenstaande noteringen. Dit Nederlandse schip zou op dit ogenblik een vracht kunnen vinden van hier naar Canton en van daar terug naar Europa.


  JC - Javasche Courant

Het Nederlandse schip PEKING, van Japara naar Bushire bestemd, is de 3e april j.l. te Bombay binnengelopen om geneeskundige hulp te vragen voor de kapitein en een gedeelte der equipage, die ernstig ziek waren. Het schip had geen geneesheer aan boord.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Vendutie op zaterdag de 2e juni 1849 voor ’s Lands equipage-werf, voor rekening van het Gouvernement, van elf stuks oude gekoperde en ongekoperde kruisboten.
Nadere informatiën zijn te bekomen op de gezegde equipage-werf.


28 mei 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, 24 mei. De aankomst van schepen op de rede voor de haven van Delfzijl vermeerdert nog dagelijks (opm: wegens de blokkade der Duitse havens). Er liggen thans onder een menigte Engelse, Franse, Portugese, Zweedse, Duitse en Amerikaanse, niet minder dan twaalf Spaanse schepen van verschillende grootte, zelfs van 400 lasten. Het is een waar genoegen dagelijks zoveel leven en bedrijvigheid te zien, die aanhoudende beweging met de roeiboten op de rede en in de haven om aan en van de wal te komen, die drukke beweging in de straten, dat alles is hier in die mate sedert jaren vreemd. Daarbij komt nog het aantal nieuwsgierigen, die herwaarts komen, vooral des zondags, om de menigte schepen van verschillende natiën te zien. Dit zal nog wel vermeerderen, wanneer de kleiwegen beter worden. Bij gunstig weder belooft men zich in de Pinksterdagen veel drukte en levendigheid, waartoe de pleziertocht per stoomboot naar Leer niet weinig zal bijdragen.
NRC 280549
Rotterdam, 26 mei. De volgende schepen lagen den 26ste april te Havana in lading: naar Amsterdam ZUIDERZEE, kapt. De Jong; naar Falmouth MACHTILDA CORNELIA, kapt. N.J. Nannen en HENDRIK WESTER, kapt. Reynders; naar Antwerpen MARIA LOUISA, kapt. Meulenbroek, KOOPHANDEL, kapt. Jallet, en PERFECTA, kapt. Tribini; naar Hamburg DAMARISCOTTA, MARIA, BETICA en CAROLINA.
(opm: de BETICA is een Spaanse en voormalige Nederlandse resp. Belgische brik, zie NRC 091146)
NRC 280549
Amsterdam, 26 mei. Het schip ERSTATNING, kapt. Skaarup, van hier naar Drontheim, is in het Groot Noord-Hollandsch Kanaal aangevaren door het schip JAN HENDRIK, kapt. De Jong, van Patjitan, en heeft daardoor schade aan de boeg bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 19 mei. Het schip EUROPA, kapt. Scholtens, van Elbing naar Amsterdam, is de 16e dezer alhier binnengelopen en uit hoofde van lekkage op strand gezet. Van de lading zijn 10 lasten tarwe en 21 colli linnen droog geborgen, doch het overige gedeelte der tarwe is geheel nat en zal publiek verkocht worden.


29 mei 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Flekkefjord, 3 mei. De brik SCHIEDAM, kapt. Meek, van Stockton met kolen naar de Oostzee bestemd, is in zee lek geworden en op de 1e dezer in Rasvaag binnengelopen. Het moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 22 mei. De VROUW MARGRIETA, kapt. Nieboer, van Barth (opm: WNW van Stralsund) naar Amsterdam, is wegens het schenden der blokkade alhier opgebracht.


31 mei 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) Ten verzoeke van de heren Carl Lantz, Johannes Godefridus Rijnders en Frans van Heukelom, mitsgaders Antonius Hubertus Adrianus van Etten, allen wonende te Amsterdam, in hoedanigheid, de drie eerstgenoemden van commissarissen en de laatstgenoemde van directeur der te Amsterdam gevestigde Hollandsch-Belgische Stoomsleepdienst-Maatschappij, is aan hen, in die kwaliteit, door het Departement van Binnenlandse Zaken bij resolutie van 26 dezer, concessie tot wederopzeggens toe verleend tot het in werking brengen van een stoomsleepdienst tot het slepen van schepen van Gouda uit, langs de IJssel, de Maas, de Zeeuwse stromen en de Schelde naar Antwerpen, vice versa.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een tjalkschip genaamd de HOOP OP WELVAART, met zeilen, tuigagiën, etc. Te bevragen bij H. van der Put te Steenbergen. Brieven franco.


01 juni 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 mei. De Engelse scheepvaartwetten, welke thans nog alleen de sanctie van de koningin nodig hebben en de 1e januari 1850 in werking zullen komen, zijn in hoofdinhoud, tegen de oude wetten (opm: de Acts of Navigation, daterend uit de tijd van Cromwell, circa 1650) vergeleken, als volgt:
De producten en manufacturen van elk gedeelte der wereld, komende van elk gedeelte der wereld, kunnen in Engeland ingevoerd worden voor de consumptie door ieder vreemd schip, geheel op dezelfde voet met Britse schepen, terwijl bij de oude wet dezelve alleen van Asia, Afrika en Amerika konden worden ingevoerd voor de consumptie onder Britse vlag of onder de vlag van de productielanden.
Vreemde schepen kunnen van Engeland uitklaren naar de Britse koloniën en de bezittingen van de Oost-Indische Compagnie op dezelfde voet als Britse schepen. Bij de oude wet was dit privilegie alleen verleend aan schepen van de Verenigde Staten, Zweden, Rusland, Oostenrijk en Griekenland en zulks alleen door tractaten van reciprociteit (opm: wederkerigheid).
Vreemde schepen mogen handel drijven tussen de Britse koloniën of tussen elke Britse kolonie en de bezittingen der Oost-Indische Compagnie op gelijke voet als de Britse schepen. Deze handel is bij de oude wet verboden.
De kusthandel in het Verenigd Koninkrijk en zijn aanhorigheden wordt niet aan vreemde natiën toegestaan, behalve aan die schepen, komende van of gaande naar overzeese landen en 100 tonnen of meer metende.
De schepen in vreemde landen gebouwd, mogen het eigendom van Britse onderdanen worden en als Britse schepen worden ingeschreven.
De producten van Asia, Afrika en Amerika mogen in het Verenigd Koninkrijk voor de consumptie worden toegelaten, direct aangevoerd van het vasteland van Europa.
Alle vreemde schepen kunnen dus direct naar de bezittingen van de Oost-Indische Compagnie en naar Asia, Afrika en Amerika stevenen – voor zover het geen koloniën zijn van de Engelse kroon – en lading innemen voor Groot-Brittannië, welke aldaar voor de consumptie zullen worden toegelaten op dezelfde voet als of zij door Britse schepen waren aangebracht. Ook is het thans aan vreemde schepen toegestaan om in elk gedeelte der wereld lading in te nemen voor Calcutta, Bombay en Madras op dezelfde voet als onder Britse vlag, in overeenstemming met de in het vorige jaar gemaakte bepalingen van het Indische gouvernement, terwijl hetzelve thans het recht heeft voorstellen tot veranderingen te maken, welke door de koningin tot wet kunnen gemaakt worden.
De schepen van de bovengenoemde vijf bevoorrechte natiën kunnen voor verre reizen thans reeds in Engeland een lading innemen voor elk gedeelte der wereld en weder terugkomen met een lading voor de consumptie van Groot-Brittannië, wanneer zij namelijk aldaar niet vóór 1 januari 1850 arriveren.
Deze voorrechten kunnen echter door de koningin worden ingetrokken, wanneer Britse schepen in enig ander land zullen onderworpen zijn aan enige verbods- of belemmerende bepalingen met betrekking tot de reizen, welke zij aanvaarden willen of met betrekking tot de artikelen, welke zij in een dergelijk land willen invoeren of van daar uitvoeren. En zal het de koningin geoorloofd zijn die verbods- of belemmerende bepalingen op schepen van zodanig land te leggen, als hare majesteit mag nodig oordelen, ten einde de schepen van zodanig land zo veel mogelijk in Britse havens op gelijke voet te plaatsen met die waarop Britse schepen in havens van zodanig land zijn geplaatst. Ook zal aan de koningin, wanneer Britse schepen direct of indirect in enig buitenland onderworpen zijn aan enige rechten of belastingen van welke aard of soort ook, waaraan de nationale schepen van dat land niet onderhevig zijn, of dat enige rechten gelegd worden op artikelen, ingevoerd of uitgevoerd met Britse schepen, die niet insgelijks gelegd zijn op dezelfde artikelen in- of uitgevoerd in nationale schepen, of dat enige voorkeur, van welke aard ook, direct of indirect getoond wordt aan nationale schepen boven Britse, of dat Britse handel en scheepvaart in zodanig land niet op dezelfde voordelige voet is geplaatst als de handel en scheepvaart van de meest begunstigde natie, in enig dergelijk geval geoorloofd zijn, wederkerig zulke belastingen of rechten te leggen op schepen of goederen, als zij nodig mocht oordelen, om tegen de nadelen op te wegen waaraan de Britse handel of scheepvaart zou zijn onderworpen.
Bij het nemen van een dergelijk besluit zal de koningin specificeren, welke schepen moeten beschouwd worden te behoren tot het land of de landen, waarop bovengemelde besluiten moeten worden toegepast. (opm: een van de consequenties van deze Britse scheepvaartwetten was, dat Nederland het sinds ca. 1825 bestaande verbod tot het brengen onder Nederlandse vlag van in het buitenland gebouwde schepen in 1850 introk, hetgeen de aankoop van met name Britse schepen van moderner bouwwijze – waaronder stoomschepen – mogelijk maakte).


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een bevaren tjalkschipshol, groot 79 tonnen. Nader te bevragen bij H.J. Bieze te Veendam of bij T.R. Giezen te Muntendam.


02 juni 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Pillau, 26 mei. De schepen REINTJE, kapt. Teensma, en WELVAART, kapt. Fenenga, beide van hier naar Amsterdam vertrokken, zijn door de Denen teruggewezen, daar de commandant sedert acht dagen order had bekomen geen schepen uit geblokkeerde havens te laten passeren. Beide schepen werden bedreigd opgebracht te zullen worden, indien zij het waagden niettegenstaande dit verbod de reis voort te zetten.


  DC - Dordtsche Courant

Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de navolgende schepen:
Voor Amsterdam: KONING WILLEM II, HELENA, LUCIPARA’S, URANIA, PRINS MAURITS, THERESIA EN SARA, ANJER, DOCTRINA ET AMICITIA, STAATSRAAD BAUD, JAN EVERTSEN, MARIA, NASSAU, ADMIRAAL RIJK, REGINA, ARDJOENO, CATHARINA MARIA, ’S HERTOGENBOSCH.
Voor Rotterdam: STAD SCHIEDAM, THERESIA, IJSSEL, ERASMUS, KONING WILLEM II, MOSAMBIQUE, EENDRACHT, AMBOINA, ANTOINETTA MARIA, MARIA HILLEGONDA, KORTENAAR, KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE YACHTCLUB.
Voor Dordrecht: ISIS.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Amsterdam ligt in lading naar Batavia, om vermoedelijk in de eerste helft van juni te vertrekken, het snelzeilend gekoperd en kopervast fregatschip ISIS, kapt. W.B. Derks, voerende een bekwame scheepsdokter. Dit schip beveelt zich, zo door de uitmuntendste inrichtingen als door het medevaren van des kapiteins echtgenote, zeer voordelig aan tot het overvoeren van families en wel bijzonder van kinderen. Adres voor passagiers en goederen bij de cargadoors J. Daniels en Zoon en Arbman, te Amsterdam, Visser en Van der Sande, te Dordrecht, of bij de kapitein aan boord.


04 juni 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dordrecht, 2 juni. Heden namiddag ruim 2 ure is van de werf De Merwede alhier bij de scheepsbouwmeesters C. Gips & Zonen, met het beste gevolg te water gelaten het nieuw gebouwd en gekoperd tweedeks barkschip KOOPHANDEL, gebouwd voor rekening van de heren J. Serruys & Co te Rotterdam. Genoemde bodem zal gevoerd worden door kapt. P.L. Dupain en is bestemd voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Fahrsund, 24 mei. Het schip BETTY, kapt. Kraeft, van Amsterdam met stukgoed naar Geffle, is in de nacht van de 19e dezer bij Lindesnaes gestrand, ligt bijna geheel onder water, zal geheel wrak zijn en verkocht worden. Het volk is gered en een klein gedeelte der lading en van de inventaris geborgen.
(opm: zie NRC 270649 en 160749)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Jan Corver, H. Salm, H.J. Rietveld, P. Blom, J.H. Roquette en G.J. Boelen, makelaars, zullen op heden maandag de 4e juni1849 des avonds ten zes ure precies te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, verkopen:
- 1/32e part in het Nederlands gekoperd barkschip PRESIDENT VERKOUTEREN, gevoerd door kapt. C.F. Eylers,
- 2/16e, 3/32e en 2/64e part in het Nederlands gekoperd fregatschip PALEMBANG, gevoerd door kapt. J. Hoekstra,
- 1/32e part in het Nederlands gekoperd fregatschip SUSANNA CHRISTINA, gevoerd door kapt. B.M. Corbière,
- 1/32e part in het Nederlands gekoperd fregatschip SARA JOHANNA, gevoerd door kapt. H. Sweys,
- 1/32e part in het Nederlands gekoperd fregatschip GEZINA, gevoerd door kapt. P. Burggraaf,
- 1/32e part in het Nederlands gekoperd fregatschip NASSAU, gevoerd door kapt. J.L. ten Boekel,
- 2/32e part in het Nederlands gekoperd barkschip GEERTRUIDA, gevoerd door kapt. H.C.G.B. Berends,
- 1/32e part in het Nederlands gekoperd schoenerschip ANNA ELISABETH, gevoerd door kapt. A.A. Harken,
- 3/32e part in het Nederlands gekoperd fregatschip SUMATRA, gevoerd door kapt. K.L. Swart,
- 15/224e part in het Nederlands gekoperd barkschip WILLEM BARENDSZ, gevoerd door kapt. W. Landsaat, en
- 5/112e part in het Nederlands gezinkt driemast galjootschip DRIE BROEDERS, gevoerd door kapt. H.J. Hubert.
Nader onderricht bij bovengemelde makelaars.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 31 mei. Heden vertrok het schip de BEURS VAN AMSTERDAM, kapt. G. Norup, van hier naar Riga.
(opm: eerst gevonden reis na de verkoop en verbouwing van dit stoomschip tot zeilschip, zie NRC 060149 en 250149)


  AH - Algemeen Handelsblad

Fahrsund, 24 mei, De bark BETTY, kapt.Van Efle, naar Amsterdam is in de nacht van 19 dezer bij Lindesnaes gestrand en ligt bijna onder water; de equipage is gered, zo mede een klein gedeelte der lading, benevens touwen en zeilen; het wrak zal zo als het daar ligt met de zich daarin nog bevindende lading verkocht worden.


05 juni 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 29 mei. Het Nederlandse smakschip JONGE GERRIT, kapt. Gerritsma, van Barth naar Rotterdam, is wegens het schenden der blokkade alhier opgebracht.


06 juni 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verkoping van scheepsaandelen in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ te Amsterdam op maandag 4 juni:
- 1/32e Part in het Nederlands gekoperd barkschip PRESIDENT VERKOUTEREN, gevoerd door kapt. C.F. Eylers: NLG 2.300, in slag NLG 400. Koper H.J. Rietveld.
- 1/32e Part in het Nederlands gekoperd fregatschip PALEMBANG, gevoerd door kapt. J. Hoekstra: NLG 1.800, in slag NLG 450. Koper P. Blom. (opm: bekort, de overige parten tegen in verhouding ongeveer gelijke prijzen, diverse kopers of opgehouden)
- 1/32e Part in het Nederlands gekoperd fregatschip SUSANNA CHRISTINA, gevoerd door kapt. B.M. Corbière: NLG 1.300, in slag NLG 300. Opgehouden.
- 1/32e Part in het Nederlands gekoperd fregatschip SARA JOHANNA, gevoerd door kapt. H. Sweys: NLG 2.100, in slag NLG 500. Koper H.J. Rietveld.
- 1/32e Part in het Nederlands gekoperd fregatschip GEZINA, gevoerd door kapt. P. Burggraaf: NLG 1.700, in slag NLG 500. Opgehouden.
- 1/32e Part in het Nederlands gekoperd fregatschip NASSAU, gevoerd door kapt. J.L. ten Boekel: NLG 1.350, in slag NLG 450. Opgehouden.
- 1/32e Part in het Nederlands gekoperd barkschip GEERTRUIDA, gevoerd door kapt. H.C.G.B. Berends: NLG 1.200, in slag NLG 50. Koper J. Corver.
- 1/32e Part in het Nederlands gekoperd schoenerschip ANNA ELISABETH, gevoerd door kapt. A.A. Harken: NLG 850, in slag 50. Koper H. Gullen.
- 1/32e Part in het Nederlands gekoperd fregatschip SUMATRA, gevoerd door kapt. K.L. Swart: NLG 2.900, in slag NLG 100. Koper G.J. Boelen.
- 15/224e Part in het Nederlands gekoperd barkschip WILLEM BARENDSZ, gevoerd door kapt. W. Landsaat: NLG 2.400, in slag NLG 600. Opgehouden.
- 3/112e Part in het Nederlands gezinkt driemast galjootschip DRIE BROEDERS, gevoerd door kapt. H.J. Hubert: NLG 325, in slag NLG 60. Koper J. Corver.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Op de 25e juni eerstkomende zal te Grissee publiek worden verkocht de gekoperde bark FATOOR RACHIM, groot 57 lasten, met diens inventaris, toebehoord hebbende aan wijlen Kee Agoos Boerook.
De testamentaire executeuren in gemelde boedel des overledene voornoemd, Kee Agoos Abdul Hakim en Mas Agoos Hassan


07 juni 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 juni. Bij koninklijk besluit van 24 maart 1849 is op een request van de commissarissen en de directeur der Hollandsch-Belgische Stoomsleepdienst Maatschappij, welker hoofdzetel gevestigd zal zijn te Amsterdam, bewilliging verleend tot het oprichten van bovengenoemde vennootschap op het overlegde ontwerp der acte van oprichting.


08 juni 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 juni. Heden namiddag ten 6 ure is alhier van de werf De Nootenboom, toebehorende aan Mej. de Wed. E. Visser, met het beste gevolg van stapel gelaten het schoenerbrikschip ST. GEORGE DE ELMINA, gevoerd zullende worden door kapt. J.J. van der Eb, en bestemd voor de vaart op de kust van Guinea. Het schip is gebouwd voor rekening van de heer H. van Rijckevorsel alhier.
(opm: zie voor de werf de advertentie in NRC 14 juni in deze Kroniek).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia, mede voor passagiers, waartoe hetzelve uitmuntend is ingericht het nieuw gebouwd en gekoperd Nederlands barkschip KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE YACHTCLUB, kapt. J. van Delft Czn, voerende een bekwame scheepsdokter. Adres ten kantore van Kuyper, Van Dam & Smeer en Hudig & Blokhuyzen.
(opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 3 juni. Volgens een alhier lopend gerucht zouden op de Wadden zes of acht Deense kanonneerboten gestationeerd worden, ten einde de kleinere, van de Eems en de Nederlandse kust komende vaartuigen het binnenlopen in de Elve en de Wezer te beletten.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Kopenhagen, 31 mei. De Nederlandse schepen GESINA, kapt. Koning, van Rostock met weit, haver en gerst naar Jersey, en JONGE DUIJF, kapt. Duijf, van Rostock met lijnkoeken naar Hull, beide uit Groningen, zijn wegens het schenden der blokkade opgebracht en onder embargo gelegd.
(opm: zie NRC 100749)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip ULRIKA, kapt. Bekkering, met stukgoederen van Amsterdam, is de 31e mei, en het schip VRIENDSCHAP, kapt. J.J. de Boer, met stukgoederen van Bordeaux, de 1e juni ongehinderd te Dantzig aangekomen zonder door Deense schepen aangehouden te zijn.


 GRC - Groninger Courant

Kroonstad, den 23 mei. Aangekomen de GEBIENA MARIA, kapt. R.H. Nagel, van Newcastle.


12 juni 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 5 juni. Het schip GESINA, kapt. Ebeling, van Libau met granen naar Nederland, met schade alhier binnengelopen, heeft heden na volbrachte reparatie de reis weder voortgezet.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Kennisgeving. Op vrijdag de 29e juni 1849, des morgens om half tien, zal ter rolle van de arrondissementsrechtbank te Groningen, zitting houdende te Groningen, openlijk verkocht en aan de meestbiedende of hoogst afmijnende worden toegewezen: een overdekt tjalkschip, genaamd DE JONGE HENDRIK, liggende te Zuidzijde in het Hoofddiep te Hoogezand, geijkt op 59 tonnen, alles met daarbij gearresteerde goederen. Gemeld tjalkschip is ten verzoeke van de heer Sibrand Tjallingii, zoutzieder, wonende te Harlingen, gearresteerd ten laste van Hendrik Hendriks de Groot, turfschipper, wonende aan boord van zijn schip, liggende thans Zuidzijde in het Hoofddiep te Hoogezand en wordt door hem als schipper bevaren.
Mr. H. van Giffen, procureur.


13 juni 1849


  JC - Javasche Courant

Volgens particulier bericht, ontvangen van St. George d’Elmina in dato 4 februari, was de schoener GOUVENEUR VAN DER EB, kapt. J.J. van der Eb, van Rotterdam op de 31e januari te Axim aangekomen, hebbende 49 dagen reis en zoude van daar onmiddellijk naar de benedenkust verzeilen. Alles was wel aan boord.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 11 juni. Gisteren is hier aangekomen de Nederlandse bark CORNELIS WERNARD EDUARD, kapt. H. Hagers, met vijf passagiers, de 17e maart vertrokken van Rotterdam.
Heden is hier aangekomen de dito bark MARIA, kapt. W. Calander, met vier passagiers, de 12e februari vertrokken van Rotterdam.


14 juni 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, 11 juni. Zaterdagmorgen laatstleden (opm: 9 juni) liep met goed gevolg van de Noorderwerf van de heer W.C. van Arnhem alhier van stapel het nieuw gebouwde brikschip THETIS, groot 180 lasten, voor rekening van de heren Mauritz te Dordrecht, zullende worden bevaren door kapt. H. Meppelder, en bestemd voor de geregelde vaart op Amerika.
Voorts verneemt men, dat aanstaande zaterdag (opm: 16 juni) van de Buitenwerf van dezelfde eigenaar van stapel zal lopen het schoenerschip DE BUITENWERF, kapt. T. Wijnstok, groot plm. 70 lasten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Bij notariële acte, op de 9e juni 1849 te Rotterdam gepasseerd, is tussen de ondergetekenden Gerrit Visser Ez, Dirk Visser en Johannes Visser, allen scheepsbouw- meesters, Franciscus Visser, winkelier, Adriana Visser, Cornelia Visser en Ewoudina Visser, particulieren, allen wonende te Rotterdam, aangegaan een vennootschap tot voortzetting van het bedrijf der scheepmakerij, laatstelijk gedreven door wijlen hun moeder, vrouwe Adriana Vis, weduwe van de heer Ewoud Visser, en zulks onder de firma van Gebroeders Visser, tot de tekening waarvan uitsluitend de drie eerstgenoemden, als beherende en diensvolgens aansprakelijke vennoten gerechtigd zijn, terwijl de vennootschap ten aanzien der overige vennoten alleenlijk en commandite of bij wijze van geldschieting is aangegaan. De voormelde firma zal niet anders mogen worden gebezigd dan tot zaken de vennootschap en het doel betreffende, zonder te mogen worden gebruikt tot het opnemen van gelden, ten behoeve derzelve, als zullende wanneer dit nodig mocht zijn, zulks niet anders geschieden dan onder particuliere handtekeningen van de drie eerstgenoemde vennoten gezamenlijk. Deze vennootschap wordt gerekend te zijn ingegaan met de 1e januari 1849, voor een tijdvak van vijf jaren, zodat dezelve zal eindigen met de 31e december 1853, zullende dezelve echter door het eenvoudig verloop van die termijn niet van zelve ophouden, maar daartoe een opzegging van één der vennoten vereist worden, vóór of uiterlijk op de 30e september 1853, bij gebreke waarvan de vennootschap geacht zal worden voor twee jaren te zijn verlengd en zulks telkens van twee tot twee jaren, tot dat een zodanige zal hebben plaats gehad.
Rotterdam, 13 juni 1849, get. Gerrit Visser Ez, Dirk Visser, Joh. Visser Ez, F. Visser Ez, A. Visser, C. Visser, E. Visser.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 13 juni. Men leest in de Provinciale Groninger Courant: Zaterdag voormiddag liep met goed gevolg van de Noorderwerf van de heer W.C. van Arnhem van stapel het nieuw gebouwde brikschip, genaamd THETIS, voor rekening van de heren Mauritz, te Dordrecht, zullende worden bevaren door kapt. H. Meppelder, en bestemd voor de vaart op Amerika. Deskundigen gewagen met lof van de sierlijke bouworde, naar welke aan genoemde werf wordt gewerkt, wat ook nu verder wordt opgemerkt in bovengenoemde bodem. De talrijke toeschouwers verwachtten bij het van stapel lopen een hevige vaart, niettemin is het zeer zacht en bijna onmerkbaar te water gegaan. Thans wordt weder de kiel gelegd van een dergelijk schip.
(opm: vergelijk NRC 140649)


  DC - Dordtsche Courant

De consul van Zijne Majesteit de koning van Pruissen te Rotterdam heeft aan de handel bekend gemaakt, dat het in het belang der verdediging van de kust der Oostzee noodzakelijk geoordeeld is, om het lichtvuur op de Ou van Greifswald vooreerst te blussen. De overige Pruissische lichtvuren aan de kust der Oostzee zullen in dezelfde orde als tot nu toe voortbestaan, en niet zonder dringende reden geblust worden.
Daar zulk een beweegreden intussen zo spoedig plaats kon hebben, dat het aan tijd ontbrak zulks te voren bekend te maken, zo wordt een ieder die bij de Oostzeevaart geïnteresseerd is daarop indachtig gemaakt, dat het raadzaam zoude wezen, om nu reeds bij reizen daarheen zijn berekening te maken, dat de mogelijkheid bestond dat een of ander dezer overige vuren, alvorens het blussen daarvan algemeen bekend geworden was, aan de bekende plaatsen niet verscheen; men zoude dan misleidingen kunnen vermijden, die anders somtijds plaats konden hebben.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te ’s Hertogenbosch uit de hand te koop een overdekt vaartuig, groot 147 tonnen, voor sleet; hetzelve is echter in zodanige staat, dat dit tot gebruik van steenkolen, enz., op de Zuid-Willemsvaart kan dienen. Men adressere zich deswege bij de vendumeester J.N. Crefcoeur, aldaar. Onder goede borgtocht kan de helft der kooppenningen er op gevestigd blijven.


15 juni 1849


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Veendam, de 12e juni 1849. Met een diep getroffen gemoed delen wij aan onze aanverwanten en vrienden de droevige tijding mede, heden morgen door ons ontvangen. Onze oudste en innig geliefde zoon Jakob Herman Veenhorst, gezagvoerder van het Nederlands schoener-kofschip IDA, voor weinig dagen van Catania op Sicilië te Dordrecht aangekomen en nu zeilklaar naar Archangel, werd in de namiddag van de 7e dezer maand nabij Hellevoet door een hevige ziekte (opm: de pest) overvallen, die daar en in de omsteken dezer dagen zo velen, ook in de schoonste bloei hunner jaren, wegrukte. Reeds de volgende ochtend was hij er onder bezweken. Op de eigen morgen van zijn sterfdag hadden wij hem, ons herwaarts begevende, het vaarwel toegesproken, ach, weinig vermoedende, dat dit het laatste zoude zijn.
Hij bereikte slechts de ouderdom van 21 jaren en 5 maanden; maar hoe jong nog, zijn edel godsdienstig en deugdzaam karakter maakten hem tot een sieraad van zijn stand, en ons en allen die hem van nabij kenden, zijn nagedachtenis onvergetelijk. Wij staren hem, ons aan de Goddelijke beschikking wensende te onderwerpen, hopende na in het betere Vaderland, werwaarts wij vertrouwen, dat hij is overgebracht.
J. Venhuizen Veenhorst, Ida Veenhorst, geb. Boscher.


16 juni 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 11 juni. Het schip GEBROEDERS, kapt. Wegener (opm: mogelijk kof, kapt. H.J. Wegener), te Pekel-A te huis behorende, is de 9e dezer door het Admiraliteits-gericht met de lading verbeurd verklaard.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 15 juni. Gisteren is hier aangekomen de Nederlandse bark EMELIE, kapt. P.F. Marker, met een passagier, de 19e maart vertrokken van Rotterdam.
Heden is hier aangekomen het dito schip ROOMPOT, kapt. H.H. de Boer, de 20e maart vertrokken van Zierikzee.


17 juni 1849


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Publieke verkoping. Men zal op woensdag de 20e juni 1849, des avonds om zes uur precies, in de uitspanning de Zeeuwse Kolfbaan, onder de Ambachten van de stad Middelburg, ten overstaan van de binnen gemelde stad residerende notaris A. Stuart Makkers en getuigen, publiek presenteren te verkopen een in het jaar 1846 nieuw gebouwde paviljoenschuit, genaamd OP HOOP VAN WELVAART, groot 33 zeetonnen, met deszelver inventaris. Voornoemd schip, thans liggende binnen de stad Middelburg, is daags voor en op de dag van verkoping voor een ieder te zien en inmiddels nog uit de hand te koop. Informatien te bekomen ten kantore van genoemde notaris. Brieven franco.


18 juni 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nerva, 5 juni. Door het omslaan der boot van het schip IDA REINA, kapt. Breeland, heden van Liverpool hier aangekomen, is de gezagvoerder benevens een man der equipage verdronken.


19 juni 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 11 juni. De Nederlandse tjalk JUFFER GRIETJE, kapt. Kliphuis, te Termunterzijl te huis behorende, van Barth met brandhout naar Kopenhagen bestemd, door de BASTE-SAGA hier opgebracht (opm: zie NRC 290549), is wegens breuk der blokkade in beslag genomen.


20 juni 1849


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop zeker wel bezeild tjalkschip, in het jaar 1840 in Friesland gebouwd, genaamd OMNIBUS, lang 64 voet, wijd 14½ voet, hol 6½ voet en gemeten op 63 tonnen; voorzien van een beste en volledige inventaris, liggende te Makkum en aldaar te bevragen bij Kingma & Maas.


21 juni 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 juni. Laatstleden zaterdag (opm: 16 juni) is van de Buitenwerf van de heer Van Arnhem te Groningen met goed gevolg van stapel gelopen het schoenerschip de BUITENWERF, kapt. T. Wijnstok, groot plm. 70 lasten.
Over een paar dagen zal op de Binnenwerf van genoemde eigenaar de kiel worden gelegd van een brik, de HOOP VAN SCHIEDAM genoemd, groot 200 lasten, kapt. J.K. de Weerd, van de Pekela, en op de Buitenwerf de kiel van het schoenerschip GESINA, kapt. Jakob G. Engelsman, van Veendam, groot plm. 80 lasten.


22 juni 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 21 juni. Volgens brief van kapt. L.A.J. Boulet, voerende het schip (opm: bark) A.R. FALCK, van Banjoewangie herwaarts gedestineerd, in dato St. Helena 13 april, had hij de 25e maart op het rif van Aquilhas een zware storm doorgestaan en was daardoor het hek van het schip geheel opengewerkt en de boegspriet beschadigd geworden. Overigens was alles wel aan boord.
(opm: zie ook AH 260649, twee zware stormen binnen drie weken)


25 juni 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 25 april. Scheepsvrachten. In weerwil der weinige vrachtgoederen, welke voor Nederland te bekomen zijn, houden de vrachten zich staande op onze vroegere notering van NLG 95 voor suiker en NLG 90 voor rijst en koffij, tot welke koers in de schepen SOOLO en SCHOUWEN wordt afgeladen. De EERSTELING, geen lading voor Nederland kunnende vinden, ligt thans naar China in lading. De vooruitzichten voor de nu nog verwacht wordende onbevrachte schepen zijn dus niet zeer gunstig, dewijl de voorraad der producten uit de laatste oogst zo goed als opgeruimd is en de aanvoeren van de nieuwe oogst nog wel een paar maanden zullen uitblijven. Het is te verwachten, dat de voor de expeditie van Bali ingehuurde schepen nog wel enige tijd in dienst zullen blijven, daar toch onze troepen het eiland zo spoedig niet verlaten zullen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. G.J. Boelen, makelaar, zal op maandag de 9e juli 1849, des avond om zes uur te Amsterdam, in de Nieuwe Stadsherberg aan het IJ verkopen: een extra ordinair, welbezeild, gezinkt brigantijnschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd FRIESLANDS GOUVERNEUR VAN SYTZAMA, gevoerd door kapt. H.F. Zeylstra. Volgens Nederlandse meetbrief lang 26 ellen, 60 duimen; wijd 5 ellen, 44 duimen; hol 3 ellen, 9 duimen, en alzo gemeten op 199 tonnen of 150 lasten. Breder volgens inventaris en bericht bij bovengemelde makelaar, de cargadoors de Wed. Jan van Wesel en Zoon, of De Vries en Comp.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. F. der Kinderen en J. Corver, makelaars, zullen op maandag 30 juli 1849, des avonds om zes uur, in de Nieuwe Stadsherberg aan het IJ, ten overstaan van de notarissen Commelin en Weyland verkopen een extra ordinair, welbezeild, gekoperd en kopervast barkschip, varende onder de Nederlandse vlag, genaamd DECIMA, gevoerd door kapt. F.J. Feynt, volgens Nederlandse meetbrief lang 33 ellen, 20 duimen; wijd 6 ellen; hol 5 ellen en 1 duim, en alzo gemeten op 444 tonnen of 234 lasten. Breder bij inventaris en bericht bij bovengenoemde makelaars of bij de cargadoors Floris der Kinderen en Zoon.


26 juni 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 25 juni. Men verneemt, dat Prinses Marianne der Nederlanden op maandag de 2e juli a.s. zich alhier aan boord van het stoomschip WILLEM DE EERSTE, kapt. J.H. Savert, van de Amsterdamsche Stoomboot Maatschappij zal begeven om de reis naar het Heilige Land te aanvaarden. H.K.H. zal op de heenreis Bordeaux, Lissabon, Gibraltar, Sicilië en Malta aandoen. De gehele reis zal niet langer dan vijf maanden duren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 25 juni. Het schip (opm: tjalk) de VROUW ANTJE, kapt. H.J. Kruse, van hier naar Hamburg, is volgens brief van de Zoltkamp van de 2e dezer de 20e mei op het Pezumer wad gezonken.
(opm: zie NRC 270649 en 020749)


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 25 juni. Volgens brief van kapt. Boulet, voerende het schip A.R. FALCK, van Batavia herwaarts gedestineerd, in dato Nieuwe Diep 23 dezer, was hij na de 14e april van St. Helena vertrokken te zijn, de 1e juni bij de Westerse eilanden Corfo en Floris (opm: Corvo en Flores op de Azoren) des morgens om vijf uur door een geweldige hoos met dwarrelwind belopen, welke twee uur aanhield en waardoor hij een geheel stel zeilen, uitgenomen bramzeilen, verloor. De marszeilen waren gereefd en bezaan en groot zeil gegeid; ten einde het schip voor de wind te doen vallen moest de fok bijgehouden worden, doch bleef met het boord te water liggen; de fok barstte, de kluiver en stagzeil vlogen weg, alle moeite was vergeefs, en de wind zo hevig, dat de voorbramsteng letterlijk overboord gewaaid was zonder enige zeil eraan. Na verloop van een uur mocht het kapt. Boulet gelukken het schip voor de wind om te krijgen en, nadat het weder tegen zeven uur wederom bedaard was, was hij in staat de lappen van de ra’s te snijden en nieuwe zeilen aan te slaan.


  DC - Dordtsche Courant

Op 4 april te Batavia gearriveerd het schip de STAD DORDRECHT, kapt. J. van Nassau, met 138 militairen en 2 officieren; een militair is er vermist, zijnde waarschijnlijk over boord gevallen, en een tweede is op 2 april overleden, op 5 april zijn de troepen allen gezond ontscheept. Volgens particulier bericht, zal genoemd schip waarschijnlijk voor de Japanse reis bevracht worden.


  DC - Dordtsche Courant

Batavia, 24 april. De schepen, die voor particuliere rekening uitkwamen en die niet voor reders rekening beladen werden, hebben, met uitzondering van de EERSTELING, die van hier een vracht aangenomen heeft naar China, alle vracht gevonden tot NLG 90,- voor rijst en NLG 95,- voor suiker, beide zonder meer, andere producten worden in verhouding tot de voornoemde verladen. De ROTTERDAM, welk schip ditmaal ook voor particuliere rekening uitkwam, zal een nieuwe mast moeten innemen, alvorens de terugreis te kunnen aanvaarden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Te Delfzijl heerst wegens de blokkade der Duitse havens bij voortduring veel bedrijvigheid. In de haven liggen nog altijd veel schepen, die een schoon gezicht opleveren en een groot aantal bezoekers lokken. Thans liggen er, naar men verneemt, wel 60 à 70 vreemde schepen, die te groot zijn om de haven binnen te lopen, op stroom.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 25 juni. Het schip (opm: tjalk) GEERTRUIDA LAMMEGINA, kapt. H.J. Hoetjer, is de 21e dezer door vissers te Zoltkamp binnengebracht, nadat de kok en de stuurman, niettegenstaande het dringend verzoek van de kapitein, op een Deense schoener, waarmede hij in aanvaring was geweest, waren overgegaan.
(opm: zie PGC 060749)


27 juni 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 26 juni. Van de lading van het schip VROUW ANTJE, kapt. Kruse, van hier naar Hamburg, op het Pezumerwad gezonken, zijn 64 balen koffij, 6 balen tabak en 10 vaten loodwit, gedeeltelijk beschadigd, geborgen en op Wierum aangebracht, alwaar het beschadigde gedeelte de 28e dezer verkocht zal worden.
(opm: zie NRC 260649)


  JC - Javasche Courant

Eerlang zal te Dassoen, bij Rembang, van stapel lopen een door de kooplieden Loman & Haager nieuw gebouwd schip, aan hetwelk zij op de dag der begrafenis van wijlen de Generaal-Majoor Michiels de naam van die verdienstelijke veldoverste hebben gegeven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lindesnaess, 5 juni. Het wrak van het schip BETTY, kapt. Kraeft, van Amsterdam naar Geffle, alhier in de nabijheid gezonken, is met de inhebbende lading voor 280 speciedaalders verkocht.
(opm: zie NRC 040649 en 160749)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 23 juni. De Nederlandse tjalk De VREDE, kapt. Hazewinkel, van Amsterdam, heeft heden onze rede verlaten en is naar Hamburg opgezeild.


29 juni 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 juni. Gisteren avond kwam het schip JAN HENDRIK, kapt. P. Wap, hier voor de stad. De kapitein gaf te half elf ure aan 9 matrozen verlof om aan wal te gaan. Zij begaven zich dan ook met een sloeproeier in een boot derwaarts. Dit vaartuigje lek zijnde, zonk onverwachts, ten gevolge waarvan vijf der zich daarin bevindende matrozen verdronken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 28 juni. Het schip HENDRIKA, kapt. De Boer Sap, van Stolpmünde herwaarts gedestineerd, is volgens brief van Elseneur van de 23e dezer, de 19e dito lek te Frederikshavn binnengelopen, hebbende op het Kattegat in het stenenrif van het eiland Leson (opm: Læsø) gestoten. Het schip moet lossen.


30 juni 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 juni. Gisteren is te Alblasserdam van de werf van de heer C. Smit met het beste gevolg te water gelopen het barkschip EUGENIE, groot 340 lasten, bestemd voor de grote vaart en varende onder directie van de heren Van der Kun en Van Schelle.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 25 juni. De Nederlandse tjalk EENDRAGT, kapt. Drent, van Leer naar Rendsburg bestemd, is wegens tegenwind hier in de haven gekomen.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 28 juni. Heden zijn hier aangekomen het Nederlandse schip IMMAGONDA SARA CLASINA, kapt. H. Zoetelief, de 23e maart vertrokken van Amsterdam, en het dito schip CORNELIA, kapt. D.B. Jonker, de 26e februari vertrokken van Liverpool.


02 juli 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 juni. Heden werd alhier van de scheepstimmerwerf Rotterdams Welvaren, bouwmeester B. de Hoog, te water gelaten het barkschip CORTGENE, groot ca. 400 lasten, hetwelk gevoerd zal worden door kapt. J.A. Scott, en daarna werd de kiel opgehaald voor een schip genaamd BEZOEKIE. Beide schepen zijn voor rekening van de heren A. van Hoboken & Zonen, welke bij deze gelegenheid hulde brachten aan de voornoemde bouwmeester, voor zijn juist heden in die hoedanigheid volbrachte 25-jarige ijverige en trouwe dienst op hun scheepstimmerwerf.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 27 juni. Het Nederlandse tjalkschip VROUW ANTJE, kapt. H.J. Kruse, van Amsterdam met stukgoederen naar hier bestemd, is volgens brief uit Wierdum (opm: waarschijnlijk Wierum in Friesland, zie o.a. NRC 260649) d.d. 19 dezer aldaar gestrand. Slechts een klein gedeelte der lading is kunnen geborgen worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een hecht en sterk gebouwd tjalkschip genaamd PETERNELLA ADRIANA, met deszelfs staand en lopend want en verdere in zeer goede staat zijnde inventaris, groot volgens meetbrief 99 tonnen, hebbende een lengte van 19,80 el, een wijdte van 3,74 el en een holte van 2,01 el, geschikt tot alle vaarten, bevaren wordende door de eigenaar Jacob Hoogenboom, van Brouwershaven. Te bevragen bij genoemde eigenaar, alsmede bij J.M. Geluk, stads-secretaris en candidaat-notaris te Brouwershaven. Brieven franco.


04 juli 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. G.J. Boelen, makelaar, zal op maandag de 9e juli 1849, des avonds ten zes ure precies, te Amsterdam in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ verkopen: een extra ordinair, welbezeild, gezinkt brigantijnschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd FRIESLANDS GOUVERNEUR VAN SYTSAMA, gevoerd door kapt. H.F. Zeylstra, volgens Nederlandse meetbrief lang 26 el 60 duim, wijd 4 el 44 duim, hol 3 el 9 duim, en alzo gemeten op 199 tonnen of 105 lasten. Breder volgens inventaris en bericht bij bovengenoemde makelaar, de cargadoors de Wed. Jan van Wesel & Zoon of De Vries & Co.


05 juli 1849


  DC - Dordtsche Courant

Door de Nederlandse Handel-Maatschappij zijn bevracht de volgende schepen:
Voor Amsterdam: JAN PIETERSZ. KOEN, MATHILDE, PRINS HENDRIK, PETRUS, DOGGERSBANK, CHRIST. COLUMBUS, LEWE VAN NIJENSTEIN, ADMIRAAL PIET HEIN en BALTIMORE.
Voor Rotterdam: HARMONIE, NAGASAKI, DOGGERSBANK, MAASSTROOM, LOOPUYT, RESIDENT VAN SON en ALBREGT BEYLING.
Voor Dordrecht: SPHYNX en J.C. SCHOTEL.
Voor Middelburg: MINERVA en DUIVELAND.


06 juli 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 4 juli. Volgens brief van kapt. Korter, voerende het kofschip JUFFROUW HENRIËTTE, van Libau naar Schiedam, was hij, na de 19e juni van Elseneur vertrokken te zijn, 18 mijlen van daar door een zware storm uit het noord-westen belopen, waardoor de begiensra (opm: begijnera, ook bagijn) werd stuk geslagen en hij naar Elseneur moest terugkeren om de bekomen schade te repareren. Onderscheidene schepen waren uit het Kattegat naar Elseneur terug gestormd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 juli. Nader gedetailleerder berichten omtrent de NEDERWAARD melden, dat het grootste gedeelte der lading in een beschadigde staat gelost was. De kapitein had een engagement aangegaan om het schip vlot en in veiligheid te brengen voor de som van USD 2.500, en men hoopte zulks, indien het weder goed bleef, binnen een paar dagen te bewerkstelligen.
(opm: zie NRC 100749)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Thisted, 27 juni. Het schip (opm: kof) HILLECHIENA, kapt. K.J. Schuuring, van Londen met suiker naar Memel, is bij Tialting gestrand, doch het volk benevens des kapiteins vrouw en kind gered. Het schip is lek en van de lading zal het grootste gedeelte, ofschoon beschadigd, geborgen kunnen worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Thisted, 27 juni. Het schip (opm: kof) ANTINA TJAKKELINA, kapt. Kleindijk, van Londen naar de Oostzee, is de 24e dezer bij Agger gestrand en vol water gelopen (opm: zie NRC 210749), doch het volk is gered. Een gedeelte der lading, bestaande uit suiker, zou onbeschadigd zijn gebleven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 2 juli. De Nederlandse tjalk GEERTRUIDA LAMMECHIENA, kapt. H.J. Hoetjer, van Londen naar Noorwegen, is de 19e juni bij Brown Bank overzeild en gezonken (opm: zie echter NRC 260649), doch het volk, uitgenomen de kapitein die verdronken is, gered en alhier aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 juli. Volgens particulier bericht is het fregatschip OLIVIER VAN NOORD, kapt. J.W. Verberne, in de nacht van de 3e op de 4e dezer totaal op de Banjaard verongelukt. Gelukkig heeft de equipage zich in de barkas kunnen redden en is behouden te Brouwershaven gearriveerd. Het schip was de 25e februari l.l. van Banjoewangie naar Rotterdam vertrokken. Een ander schrijven meldt, dat dit ongeluk is veroorzaakt door een miswijzing van de loodsen.
(opm: zie overige berichten)


  AH - Algemeen Handelsblad

Boston, 20 juni. De Nederlandse bark NEDERWAARD, kapt. S.A. Meijer, van Rotterdam naar New York met landverhuizers, is op de hoogte van Romar Shoal gestrand. Het heeft het roer uitgestoten en maakt veel water in het ruim; lichters zijn tot hulp gezonden, doch het is moeilijk aan boord te komen. Het vaartuig is in gevaar.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip MARGARETHA MAGDALENA, kapt. Heins (opm: vermoedelijk buitenlander), van Hartlepool naar Hamburg bestemd, is de 2e dezer in het Vriesche Gat aan de grond geraakt en verongelukt. De equipage is gered en de inventaris te Zoltkamp aangebracht, zullende de inventaris publiek verkocht worden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De kof HOPENDE ZEEMAN, kapt. Pronk, van Rendsburg naar Delfzijl, is de 1e juli te Cuxhaven binnengelopen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Uit Cuxhaven wordt van de 2e juli gemeld, dat de stoomboot PATRIOT daar die morgen heeft aangebracht twee man van de bezetting van het schip GEERTRUIDA LAMMECHIENA, kapt. Hooites, van Londen naar Noorwegen bestemd; het was de 19e juni door een Deense galjas in de nabijheid van Brown Bank overzeild, ten gevolge waarvan het schip gezonken en de kapitein verdronken is. De galjas liep zwaar lek te Föhr binnen, van waar de PATRIOT de geredde personen verder heeft opgenomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Bij Hunsby Klit (opm: mogelijk Husby Klit aan de Deense Westkust; 56º11’ NB 08º07’ OL) is de 24e juni gestrand het schip JONGE DIRK, kapt. Matroos, van Amsterdam met stukgoederen naar Rostock. De equipage als ook de aan boord zijnde dochter des kapiteins zijn gered. De lading is grotendeels beschadigd en het schip wrak.


07 juli 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Uit het verslag van de gouverneur en gedeputeerde staten van Noord-Holland over het jaar 1848) Het aantal schepen, dat ten vorigen jare voor particuliere rekening uit Texel naar Java is uitgezeild, heeft 25 bedragen en alzo 13 minder dan het jaar te voren. Dit schijnt wel voornamelijk daaraan te moeten worden toegeschreven, dat de belangrijke ondernemingen welke in 1847 met betrekking tot de particuliere vaart naar Java hadden plaats gehad, veelal nadelige uitkomsten hebben opgeleverd. Terwijl men zich over het algemeen met lage vrachten heeft moeten te vrede stellen, zo hebben hierop die enkele kofschepen een uitzondering gemaakt, welke gedurende het voorjaar en in de zomer in de havens van Nantes, Havre en Duinkerken tot het overbrengen van ladingen naar Stettin en St. Petersburg hoge vrachten hebben kunnen bedingen. Ook buiten die vaart hebben de Nederlandse schepen van minder charter bij de stremming van het verkeer onder Duitse vlag een geregeld emplooi gevonden, hoe zeer dan ook tot lage vrachten, waartoe de levendige vraag naar geraffineerde suiker voor de Middellandse Zee gunstig heeft medegewerkt.
Met betrekking tot de scheepsbouw te Amsterdam is de staat van zaken te dien opzichte niet verbeterd. Slechts één schip van groot charter heeft gedurende de aanbouw kopers kunnen vinden. Wel zijn tegen het einde des jaars op onderscheidene werven een vijftal nieuwe kielen gelegd, doch dit schijnt voornamelijk te zijn gedaan om aan de ambachtslieden gedurende de winter enige verdiensten te geven en in de hoop om die bodems later te kunnen plaatsen. Het meeste vertier voor de scheepstimmerwerven te Amsterdam bestaat alzo tegenwoordig in het repareren van schepen. Gedurende de zomermaanden van 1848 heeft het daar aan werkzaamheden niet ontbroken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 6 juli. De stoomboot KINDERDIJK is gisteren avond naar zee gestoomd om zo mogelijk nog adsistentie te verlenen aan het op de Banjaard zittende schip OLIVIER VAN NOORD.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading om in de loop der maand juli te vertrekken voor goederen en passagiers het nieuw gebouwd, snelzeilend Nederlands barkschip ALBRECHT BEYLING, kapt. K. van den Erve. Adres ten kantore van De Groot, Roelants & Co te Schiedam en P.A. van Es & Co alhier.
(opm: eerste reis)


  AH - Algemeen Handelsblad

Brouwershaven, 6 juli. Het schip OLIVIER VAN NOORD is thans geheel masteloos en ligt over bakboordszijde geheel over. Er wordt weinig van het schip geborgen.


  DC - Dordtsche Courant

Brouwershaven, 5 juli. Heden 1½ ure stak van hier de reddingboot in zee ter assistentie van het gestrande schip OLIVIER VAN NOORD.


  DC - Dordtsche Courant

Portsmouth, 1 juli. De Nederlandse bark MOZAMBIQUE, kapt. Bouman, van Rotterdam, is alhier met schade binnengelopen, zijnde op de hoogte van St. Alban’s Head door een Engels schip aangezeild.


09 juli 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 juli. Op de 5e juli is van de werf der Commercie-Compagnie te Middelburg met het beste gevolg te water gelaten het barkschip de COMMERCIE-COMPAGNIE, groot ongeveer 500 Java-lasten, gebouwd door de scheepsbouwmeester A. Otto, voor rekening van de Commercie-Compagnie. Het zal gevoerd worden door kapt. M. Butijn en is bestemd voor de vaart op de Oost-Indiën. Onmiddellijk daarop is wederom de kiel gelegd voor een schip, berekend op 300 Java-lasten.


10 juli 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Uit het verslag van de provinciale staten van Groningen over het jaar 1848) Wat de handel aangaat, moeten wij hier nog herhalen, dat de onvoldoende toestand van het Reitdiep en van de haven, daarop een zeer nadelige invloed uitoefent, daar er wekelijks honderden lasten haver en andere artikelen over Harlingen naar Londen bijna uitsluitend met Engelse stoomboten verscheept worden, zodat het hoogst wenselijk is, dat dienaangaande een spoedige en afdoende verbetering worde daargesteld.
De gunstige berichten nopens de zeevaart over 1847 kunnen wij over 1848 niet herhalen. De grote teruggang der graanprijzen, gevoegd bij een geschokt handelscrediet over geheel Europa, deden al vroeg gebrek aan orders en dus weinig vraag naar scheepsruimte ontstaan. De vrachten stelden zich dan ook dadelijk tot een lage koers, namelijk ongeveer 2/3e van de in het vorig jaar bestede vrachtlonen en bleven met niet belangrijke variatiën nagenoeg op dezelfde hoogte, uitgezonderd in het late najaar, wanneer de vrachten van de Russische havens aan de Oostzee en van Koningsbergen zich wat hoger hebben gesteld. De eerste reis in het voorjaar op die havens, vooral op St. Petersburg, is daarentegen bijzonder nadelig geweest voor alle derwaarts gestevende schepen, doordien zij wegens de vertraagde aankomst der goederen uit de binnenlanden op de ladingen hebben moeten wachten. Zeer opmerkelijk is ook het verschil tussen de beide jaren ten aanzien van de vaart op Archangel: in 1847 zijn 139, in 1848 slechts 11 schepen van daar naar Nederlandse havens vertrokken. In sommige havens is de vaart belemmerd door quarantaine-maatregelen wegens de cholera, hebbende ook enkele schepen tijdelijk enige moeilijkheden ondervonden ten gevolge van de staat van blokkade, waarin Denemarken de Pruisische havens aan de Oostzee heeft gebonden, doch vermoedelijk zou zonder deze gebeurtenis de som der vrachten voor sommige havens nog lager zijn gedaald. In het najaar heeft nog een vrij aanzienlijke verscheping van geraffineerde suiker uit Amsterdam en Rotterdam naar de Middellandse Zee voor een tamelijk goede vracht plaats gehad.
Over het algemeen was de weersgesteldheid in 1848 gunstig voor de scheepvaart, en hebben er weinige scheepsverliezen plaats gehad, zodat de verzekering- en waarborg-maatschappijen over het algemeen een gunstig resultaat hebben opgeleverd.
De scheepsbouw heeft dadelijk de ongunstige indruk der bekende staatkundige beroeringen ondervonden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 9 juli. Heden namiddag werd alhier op de werf van de scheepsbouwmeester E. van der Hoog de kiel gelegd van een driemastschoenerschip, berekend op 200 Java-lasten, genaamd PRINSES CHARLOTTA, voor rekening ener rederij onder directie van de heer J.C. van der Lely en gevoerd zullende worden door kapt. L.C.E. van der Brugh.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 3 juli. De 30e juni zijn door het Admiraliteits-gericht prijs verklaard de volgende alhier opgebrachte schepen, als JONGE DUIJF, kapt. Duijf, van Rostock naar Hull, GEESINA, kapt. Koning, van dito naar Jersey, beide met de lading, en MARGARETHA, kapt. Lange.
(opm: zie NRC 070649)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Christiansand, 29 juni. Het schip ALIDA, Kapt. Van Dijk, van Stolpemünde naar Amsterdam, is alhier met verhitte lading binnengelopen. Het moet lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 3 juli. Het schip de ZWIJGER, kapt. Weijland, van Riga naar Amsterdam, is alhier met schade aan de kluiverboom en boegspriet binnengelopen, zijnde op de rede aangezeild.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. H.I. Rietveld, makelaar, zal op maandag de 30e juli 1849, des avonds om zes uur te Amsterdam in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ verkopen een extra ordinair welbezeild en gekoperd brikschip, varende onder de Nederlandse vlag, genaamd PIETER EDUARD, gevoerd door kapt. J. Hofker. Volgens Nederlandse meetbrief lang 24 ellen, 30 duimen; wijd 4 ellen; 73 duimen; hol 4 el 5 duim, en alzo gemeten op 207 tonnen of 109 lasten. Breder volgens inventaris en bericht bij bovengemelde makelaar.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 6 juli. De stoomboot KINDERDIJK is gisteren avond naar zee gestoomd, om, zo mogelijk, nog assistentie te verlenen aan het op de Banjaard zittende schip OLIVIER VAN NOORD. De wind W.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Door sterfgeval publieke verkoping te Dordrecht in het logement Den Gouden Leeuw, bij de Vuilpoort, op woensdag 25 juli 1849, des voormiddags om 11 ure, door het Ministerie van de notaris H. Wieland Los, van een sedert onheugelijke jaren met succes werkende, bijzonder goed en voor de scheepvaart gemakkelijk gelegen scheepstimmerwerf, met de huizen, woningen, loodsen, hellingen en complete gereedschappen, daarbij behorende, alles staande en gelegen te Puttershoek, nabij Dordrecht, aan de Oude Maas, om dadelijk te aanvaarden. Breder bij biljetten omschreven.
Nadere onderrichting te bekomen bij de heer J. Verhoeven, te Zuid-Beijerland, en ten kantore van de genoemde notaris Los, te Klaaswaal.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Zierikzee, 6 juli. Eergisteren morgen te 3 uren is op de Banjaard totaal verongelukt het schip OLIVIER VAN NOORD, kapt. J.W. Verberne, van Batavia bestemd naar Rotterdam, alleen door een miswijzing van loodsen. De equipage is die dag behouden met de barkas te Brouwershaven gearriveerd. Van schip en lading zal waarschijnlijk niets geborgen kunnen worden, hetzelve zit geheelonder water.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Zierikzee, 6 juli. Uit New York schrijft men van de 16e juni:
Het barkschip NEDERWAARD, kapt. S.A. Meijer, van Rotterdam naar herwaarts gedestineerd met landverhuizers, is op Romer Shoal gestrand, heeft het roer uitgestoten en veel water in het ruim. Adsistentie is derwaarts afgezonden, doch het is moeilijk er bij te komen. Het schip zit gevaarlijk.
Volgens een heden alhier (opm: Zierikzee) ontvangen tijding kunnen wij aan de betrekkingen dier landverhuizers, die zich uit deze stad ook op deze bodem bevonden, berichten, dat volgens schrijven van kapt. Meijer uit New York aan zijn moeder, wonende te Dordrecht, d.d. 19 juni, al de passagiers, geen uitgezonderd, zijn gered en behouden te New York aangekomen, en dat ook de goederen zijn geborgen. Het ongeluk is gebeurd in de avond van de 12e juni in het gezicht van New York. Zo er geen harde wind kwam, hoopte de kapitein, dat het schip binnen vier dagen zou worden afgebracht.
(opm: schip komt af en blijft nog tot 1865 in de vaart)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De kof ZWIJGER, kapt. Van Weijland, uit Veendam, van Riga met lijnzaad naar Amsterdam, is de 2e juli met schade aan kluiverboom en boegspriet in de haven te Elseneur aangekomen. Het schip was des morgens op de rede door een Engels schip aangezeild. De schade is gering.


11 juli 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 juli. Wij vernemen, dat de volgende Nederlandse schepen naar Chili en Californië zijn vertrokken:
Van Rio de Janeiro naar Californië: het schip CERES, kapt. Cramer, van Schiedam; het schip RESOLUTIE, kapt. Roluffs, van Krommenie (onder Kniphuiser vlag).
Van Valparaiso naar Panama en Californië: het barkschip DRIE GEBROEDERS, kapt. K.J. Swart, van Rotterdam; het hoekerschip OCEAN, kapt. Van Duffelen, van Vlaardingen.
Zeilende zijn: van Rotterdam naar Valparaiso het barkschip CATHARINA, kapt. Rietmeijer.
Van Dordrecht het barkschip CLARA ANNA MARIA, kapt. P.J. Bakema.
Gereed om te vertrekken van Dordrecht naar Valparaiso het barkschip JAN VAN HOORN, kapt. J. Bouten.
Er zijn thans dus aanzienlijke Nederlandse belangen in de Stille Zuidzee te bewaken en het is dien ten gevolge te hopen, dat, gelijk van andere landen, ook van Nederland een oorlogsschip zich derwaarts begeve, ten einde de Nederlandse vlag behoorlijk worde beschermd en, als het nodig is, verdedigd, te meer, daar sommige dier schepen aldaar gedurende enige tijd zullen verblijven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verkoping van schepen in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ te Amsterdam op maandag 9 juli 1849: het brigantijnschip FRIESLANDS GOUVERNEUR VAN SYTSAMA, gevoerd door kapt. Zeijlstra, gemeten op 199 lasten of 105 tonnen: NLG 11.300, in slag NLG 3.500. Koper H. Backer.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Er wordt gevraagd pl.m. NLG 40.000 op bodemarij op het Belgische fregatschip EMANUEL. Inschrijvingsbilletten voor de 17e juli 1849 in te leveren ten kantore van de notaris J.J. Mijnssen te Batavia.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 6 juli. Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse bark CELEBES, kapt. J.R.N.J. Bijl, met twee passagiers, de 18e maart vertrokken van Rotterdam, de dito bark CHRISTIAAN HUYGENS, kapt. H.R. Bok, de 18e maart vertrokken van Rotterdam, en de dito bark MAXIMILIAAN THEODOOR, kapt. K. Latjes, de 16e maart vertrokken van Amsterdam.


13 juli 1849


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip ALIDA, kapt. Van Dijk, van Stolpmünde naar Amsterdam, is te Christiansand met verhitte lading binnengelopen. Het moet lossen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Ten overstaan van Mr. J.W. Quintus, notaris te Groningen, zal op donderdag de 19e juli 1849, des avonds te 7 uur, ten huize van de kastelein G.F. Rasker op de hoek van het Ameland te Groningen publiek worden verkocht een sterk hek-tjalkschip, genaamd de JONGE TORTEL, groot 82 tonnen, met inventaris, bevaren wordende door O. ten Oever, liggende aan de Groenmarkt te Groningen, om dadelijk na de toeslag te aanvaarden. Te bezien daags voor en op de verkoop van 10 – 12 en van 2 – 5 uur.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. De burgemeester-opperstrandvonder der gemeente Ulrum brengt ter kennis, dat op zaterdag de 21e juli aanstaande, des namiddags te 3 uren, ten huize van de kastelein J.O. Knol te Zoutkamp, ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte tegen contant geld zullen worden verkocht een zware ankerketting, lang 171 Nederlandse ellen, een dito, lang 111 Nederlandse ellen, 5 verschillende grote zeilen, waaronder een gebruikt en een nieuw marszeil, benevens een weinig tuigage, alles afkomstig van het gestrande Prruissisch schoenerschip SIRENE.
De burgemeester-opperstandvonder voornoemd, W. Wolthers


14 juli 1849


  DC - Dordtsche Courant

Kapt. Broer van het Nederlandse schip WILHELMINA, door de tolbeambten te Antwerpen aangehouden wegens sluikerij, is door de rechtbank aldaar veroordeeld tot 4 maanden gevangenis en tot betaling van het tienvoud der gesmokkelde rechten (NLG 29.000,- ongeveer), of bij niet-betaling tot een jaar gevangenis. Buitendien is op schip en lading beslag gelegd.


16 juli 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lindesnaess, 20 juni. Het schip BETTY, kapt. Kraeft, van Amsterdam naar Geffle, alhier in de nabijheid gestrand en sedert verkocht, is weder af en te Saloe binnen gebracht.
(opm: zie NRC 040649 en 270649)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 juli. Gisteren werd te Amsterdam op de werf De Boot van de scheepsbouwmeester F.F. Groen de kiel gelegd voor een koopvaardij-barkschip hetwelk genaamd zal worden GELDERLAND, groot ca. 340 Java-lasten en bestemd voor de vaart op Oost-Indiën en zulks voor rekening ener rederij onder directie van de heer G.W. van Barneveldt Kooy.


17 juli 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 10 juli. Het schip de ZWIJGER, kapt. Weyland, van Riga naar Amsterdam, alhier met schade binnengelopen, heeft de 8e dezer, na volbrachte reparatie, de reis weder voortgezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. F. der Kinderen en J. Corver, makelaars, zullen op maandag 30 juli 1849, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, ten overstaan van de notarissen Commelin en Weyland, verkopen een extra ordinair, welbezeild, gekoperd en kopervast barkschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd DECIMA, gevoerd door kapt. P.J. Feynt, volgens Nederlandse meetbrief lang 33 el 20 duim, wijd 6 ellen, hol 5 el 1 duim, en alzo gemeten op 444 tonnen of 234 lasten. Breder bij inventaris en bericht bij bovengenoemde makelaars of bij de cargadoors Floris der Kinderen & Zoon.


18 juli 1849


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Te koop een half aandeel in de Nederlands-Indische kotter POLACCA, metende 35 lasten en voorzien van een goede inventaris. Nadere bijzonderheden te verkrijgen bij de ondergetekende of bij A.P. Berest.
Grissee, 9 juli 1849, Christiaan Dean


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Op de 9e juli j.l. overleed te Oenarang de heer E. Ingalls, in de ouderdom van 49 jaren, in leven gezagvoerder van het Nederlands-Indische barkschip FATHAL HAIR. Debiteuren en crediteuren worden verzocht binnen de tijd van drie maanden betaling of aangifte te doen aan de ondergetekenden.
Samarang, 11 juli 1849, de testamentair-executeuren A. Iflé en A. Riggs.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 15 juli. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip CORNELIA EN HENRIETTE, kapt. F. Gollards, met een passagier, de 14e april vertrokken van Amsterdam.


19 juli 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 juli. Het schip OLIVIER VAN NOORD werkt al meer en meer uiteen. Er wordt zeer weinig van de lading gered. Van tijd tot tijd vist men enige schuitjes tin op. Men is thans bezig om te bezien of er nog iets van het wrak te behouden is.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

New York, 30 juni. De lading van de NEDERWAARD, kapt. Meijer, op de Romer Shoals gestrand, is geborgen. Men vreest echter, dat het niet gelukken zal het schip te redden.


20 juli 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 juli. Aangaande het schip OLIVIER VAN NOORD wordt gemeld, dat het nu over stuurboordszijde ligt. Een stuk van het achterschip is weggeslagen en ook reeds het tweede dek uit hetzelve. Van de tin wordt door de harde wind weinig gevist.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mocht ik voor enige maanden in een bange en onzekere toestand verkeren omtrent het lot van mijn dierbare echtgenoot, daarna de verblijdende tijding ontvangen, dat hij behouden te New York in Amerika was aangekomen en weder herwaarts vertrokken, heden ontving ik het treurige bericht, dat mijn hartelijk geliefde echtgenoot D.B. Houwink aan boord van het schip LA DUCHESSE D’ORLEANS op de 1e dezer na een korte ongesteldheid is overleden in de ouderdom van 29 jaren en 4 maanden.
Slechts 3 jaren mochten wij door een gelukkig huwelijk verenigd zijn. Ik verlies in hem een brave man, het enigst pand onzer liefde een tederhartige vader en onze wederzijdse familie een dierbare bloedverwant. De Alwijze, Die mij tot heden onder zo vele moeilijkheden ondersteunde, zij mij ook thans onder dit grote verlies met Zijn troost nabij, opdat ik met Christelijke gelatenheid in Zijn wijs bestuur, hoe donker ook, moge berusten.
Delfzijl, 17 juli 1849, H.H. Brakke, wed. Houwink.


21 juli 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Thisted, 5 juli. Het Nederlandse schip HILLECHINA, kapt. Schuring, van Londen naar Memel bestemd, hetwelk de 22e juni bij Tjaltring strandde (opm: zie NRC 060749), is door het ruwe weder der laatste dagen totaal wrak geworden. Wat van de lading beschadigd is gered, zal de 14e a.s. verkocht worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Thisted, 5 juli. Het op de 24e juni bij Aggerkanaal gestrande Nederlandse schip ANTINA TJAKKELINA, kapt. Kleindijk (opm: zie NRC 060749), van Londen naar de Oostzee bestemd, is, nadat men 140 kisten en 197 zakken suiker van de lading, gedeeltelijk beschadigd, gelost heeft, weder vlot geworden en wordt hier gebracht om te repareren. Het beschadigde gedeelte der lading zal de 14e dezer verkocht worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Op 19 juli is uit Texel naar Londen vertrokken het schroefstoomschip BURGEMEESTER HUYDEKOPER, kapt. H. Puncke.
(opm: zeer waarschijnlijk de eerste reis)


  JC - Javasche Courant

Batavia, 19 juli. Heden zijn hier aangekomen het Nederlandse schip BATAVIA, kapt. E. Verschoor, de 27e maart vertrokken van Rotterdam, het dito schip PLANCIUS, kapt. S.J. Rotgans, de 28e maart vertrokken van Aamterdam, het dito schip JUPITER, kapt. J.R. de Jong, met Zr.Ms. troepen, de 5e april vertrokken van Amsterdam, en het dito schip het SCHOON VERBOND, kapt. B. Draijer, met twee passagiers, de 15e april vertrokken van Amsterdam.


23 juli 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 juli. Heden des namiddags is van de werf Het Wapen van Amsterdam van de heer E. Haverkamp, scheepsbouwmeester in de Grote Wittenburgerstraat te Amsterdam, met goed gevolg te water gelaten het barkschip ALDEBARAN, groot 319 lasten, gebouwd voor rekening van de heren H. & D. Rahusen. Het schip zal gevoerd worden door kapt. G.B. Meyboom.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 juli. Heden namiddag ten 5 ure is van de werf van de heer J. Smit aan het Slikkerveer met het beste gevolg van stapel gelopen het barkschip WATERGEUS, groot ca. 500 Java-lasten, hetwelk gevoerd zal worden door kapt. W.H. Kramer en bestemd is voor de vaart op Oost-Indië. Dit schip is gebouwd voor rekening der ‘s-Gravenhaagsche Scheepsreederij.


24 juli 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 21 juli. Binnengekomen COMETAS (opm: COMITAS, kapt. H.J. Rottgers; deze Russische galjoot, bouwjaar 1848, kwam in 1864 als STAD STEENWIJK onder Nederlandse vlag) , H.J. Rottgers van Riga.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 juli. Volgens particulier bericht van Hellevoetsluis is heden middag ten zes ure het schip KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE YACHTCLUB, kapt. J. van Delft Czn, in zee gezeild. (opm: vertrek eerste reis van deze bark)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 5 juli. De Nederlandse schepen VROUW MARTHA, kapt. De Jonge (opm: J.T. de Jonge), en GESINA JANTINA, kapt. De Jonge (opm: J.B. de Jonge), beide van Dantzig komende, zijn alhier opgebracht.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een overdekt tjalkschip, groot 43 tonnen, bevaren geweest door W. de Jong, te bevragen bij N. Kruizenga te Stedum, alwaar het schip thans ligt.


26 juli 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 juli. Volgens de Middelburgsche Courant was van het barkschip OLIVIER VAN NOORD, de 4e dezer bij het binnenkomen op de Zeehondenplaat gestrand, zelfs bij laag water niets meer te zien, zodat het wrak daarvan waarschijnlijk geheel verbrijzeld is.


  DC - Dordtsche Courant

Te Vlissingen is ll. zaterdag van ’s Rijks werf met goed gevolg te water gelopen het oorlogsfregat SALAMANDER.


27 juli 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 juli. Te Vlissingen is j.l. zaterdag (opm: 21 juli) met goed gevolg te water gelopen Zr.Ms. kuilkorvet ATALANTE.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 juli. De Nederlandse schoener MATHILDA, welke Singapore acht of tien dagen vóór de 18e april verliet, bestemd naar Palembang, is gestrand en heeft de bodem ingestoten in Straat Riouw. Een kanonneerboot en andere hulp was van Singapore uitgezonden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Heden overleed na een langdurige sukkeling mijn echtgenoot Hooite Wichgers Meursing, in de ouderdom van 47 jaren en 6 maanden, waarvan ik bijna 29 jaren door de echt met hem verbonden was. Zes kinderen en een aangehuwde dochter betreuren met mij zijn verlies.
Hoogezand, 22 juli 1849, Jantje E. Bottjes, wed. H.W. Meursing


28 juli 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

New York, 11 juli. De NEDERWAARD, kapt. Meijer, van Rotterdam naar New York, op Romar Shoals gestrand, is afgebracht en in deze haven gehaald.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Warnemünde, 21 juli. De Deense oorlogskotter, welke zich sedert eergisteren voor onze haven bevindt, maakte heden jacht op het ingekomen schip EENDRAGT, kapt. Drent, van Rendsburg. Het is hem echter niet gelukt hetzelve te bereiken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Stoomvaart tussen Amsterdam en Londen.
De directeur de Stoom-Schroef-Schooner-Reederij, gevestigd alhier, brengt bij deze ter kennis, dat de vaart van Amsterdam (via Harlingen) op Londen met de nieuw gebouwde ijzeren stoom-schroef-schoeners GOUVERNEUR VAN EWIJCK, kapt. D.L. Geest, en BURGEMEESTER HUYDEKOPER, kapt. H. Puncke, thans geregeld en bepaald is als volgt:
- van Amsterdam: des maandags avonds
- van Harlingen: des woensdags ochtends zeer vroeg
- van het Nieuwe Diep: des woensdags ochtends
- van Londen: des woensdags ochtends, vroeg.
Iemand, goederen of vee te verschepen hebbende, gelieve zich te vervoegen:
- te Amsterdam: bij de cargadoors De Vries en Comp.
- te Harlingen: bij de cargadoors J. en S. Wiarda
- te Nieuwe Diep: bij de cargadoors Arts en v. Velsen v. Doorn en C. Schlutow
- te Londen: bij de cargadoors Hofman en Schenk.
Amsterdam, 24 juli 1849, de directeur voornoemd, Paul van Vlissingen.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 25 juli. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip RHOON EN PENDRECHT, kapt. P. Poort, met een aantal passagiers, de 1e april vertrokken van Rotterdam.
NRC 300749
Vlie, 19 juli. Vertrokken de ELISABETH MARIA (opm: naar Noorwegen verkochte bark ex-HILLEGONDE SUZANNE, zie NRC 101048), kapt. C. Christophersen, naar Drammen.
NRC 310749
Zierikzee, 27 juli. Men verneemt, dat, in het belang van de scheepvaart, een sein is bepaald op de beide kustlichttorens op het eiland Schouwen, om aan zeevarenden het bericht mede te delen, dat enig schip in zee of op de buitengronden zich in nood of gevaar bevindt, en dat dit bestaat in het hijsen aan de vlaggestok dier torens van een zwarte bal, waardoor alzo daartoe dienstige vaartuigen tot hulp zullen kunnen uitgaan.


31 juli 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kampen, 28 juli. Heden avond wordt alhier een algemene vergadering gehouden van aandeelhouders in de Rijn- en IJsselstoomboot-Maatschappij. De rivierboot, die anders om zeven uur alhier arriveert, kwam heden middag reeds ten een uur aan, met onderscheidene aandeelhouders aan boord, die eensdeels waren gekomen om de vergadering bij te wonen, doch tevens om de ijzeren stoomsleper, genaamd de STAD DEVENTER, die hier op de werf van de maatschappij gebouwd is, van stapel te zien lopen, hetwelk met een gelukkig gevolg is geschied in tegenwoordigheid van de heer gouverneur dezer provincie, het bestuur der stad Deventer en van deze stad, alsmede van onderscheidene collegiën, het bestuur der maatschappij en een grote toevloed van aanschouwers. Dit is het eerste ijzeren stoomschip, dat in deze provincie gebouwd werd, weswege het te hopen is, dat hetzelve geheel aan de bestemming moge beantwoorden en aanleiding geven tot het uitbreiden en bloeien van deze nieuwe tak van nijverheid.


  DC - Dordtsche Courant

De Hannoverse kof ELISABETH, kapt. Bruns, van Palermo naar Dordrecht, laatst van Gibraltar, is wegens tegenwind in een omliggende haven van Fahrsund binnengelopen, en zou aldaar de wapenstilstand afwachten, alvorens de reis voort te zetten. De lading was in goede staat.


01 augustus 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 juli. De Harlinger Groenlandsvaarder SPITSBERGEN, commandant J. Both, is l.l. vrijdag (opm: 27 juli) van Groenland in het Vlie binnengekomen, hebbende 850 robben geslagen.
(opm: vergelijk het aantal geslagen robben met het in Kroniek 1847 in dato 2 augustus, genoemde aantal)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verkoping van schepen in de Nieuwe Stads Herberg te Amsterdam op maandag 30 juli:
- Het barkschip DECIMA, gevoerd door kapt. P.J. Feynt, gemeten op 444 tonnen of 234 lasten: NLG 29.000, in slag NLG 8.000, koper H.J. Rietveld.
- Het brikschip PIETER EDUARD, gevoerd door kapt. J. Hofker, gemeten op 207 tonnen of 109 lasten: NLG10.000, in slag NLG 25, opgehouden.
- 1/16e Aandeel in het fregatschip SARA JOHANNA, gevoerd door kapt. H. Sweijs, groot 409 lasten: NLG 3.200, in slag NLG 1.200, koper B.D. Bosscher.
- 1/16e Aandeel in idem NLG 3.600, in slag NLG 1.000, koper H.J. Rietveld.
- 1/16e Aandeel in idem NLG 4.300, in slag NLG 500, koper H.J. Rietveld.
- 1/16e Aandeel in idem NLG 4.500, in slag NLG 500, koper H.J. Rietveld.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Voor het Land. De vice-admiraal, commandant van Zr.Ms. zeemacht in Oost-Indië en inspecteur der marine, maakt hiermede bekend, dat ingevolge de daartoe door het gouvernement bij besluit van de 11e juli 1849 no.17 verleende machtiging en onder ’s gouvernements nadere goedkeuring, op woensdag de 15e augustus aanstaande te Soerabaija publiek aan de meestbiedenden ter sloop zal worden verkocht Zr.Ms. schoener ZEPHYR, zo als dezelve alsadan aldaar zal liggen, zomede enige van die bodem afkomstige en voor verdere dienst overtollige en onbruikbare inventaris-goederen. Kunnende omtrent deze verkoop nadere informatiën worden ingenomen bij het marine-departement te Batavia en ten burele van de directeur van het marine-etablissement te Soerabaija.
Batavia, 30 juli 1849, de vice-admiraal voornoemd J.P. Machielsen


  JC - Javasche Courant

Batavia, 30 juli. De 26e dezer is hier aangekomen de Nederlandse bark JAPARA, kapt. F.F. Zeven, de 6e april vertrokken van Rotterdam.
De 27e dezer is hier aangekomen de dito bark CATHARINA, kapt. D. Lammers, de 28e maart vertrikken van Amsterdam.
De 28e dezer zijn hier aangekomen het dito schip PRINS VAN ORANJE, kapt. F.C. van der Zweep, met twee passagiers, de 29e april vertrokken van Rotterdam, en dito schip LODEWIJK ANTONIE, kapt. C.J. Doeksen, met vier passagiers, de 5e april vertrokken van Amsterdam.
Gisteren is hier aangekomen de dito JEANNETTE, kapt, S. Halfweg, de 23e april vertrokken van Rotterdam.
Heden zijn hier aankomen het dito schip VERONICA, kapt. G. Groenewoud, de 17e april vertrokken van Amsterdam, het dito schip OOST INDIA PAKKET, kapt. B. Bakker, de 19e april vertrokken van Amsterdam, het dito schip CHINA, kapt. D.A. Zeilstra, de 24e april vertrokken van Amsterdam, het dito schip CLAUDIUS CIVILIS, kapt. E. Sanders, de 26e april vertrokken van Amsterdam, het dito schip TERNATE, kapt. T. Cars, de 23e april vertrokken van Rotterdam, het dito schip GRAAF VAN NASSAU, kapt. E.A. Niehof, de 24e april vertrokken van Rotterdam, het dito schip DRIE VRIENDEN, kapt. G.H. Ruhaak, de 29e april vertrokken van Rotterdam, en het dito schip PRINCES MARIANNE, kapt. E. Bergman, de 30e april vertrokken van Rotterdam.


03 augustus 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zierikzee, 31 juli. Van de lading van het verongelukte schip OLIVIER VAN NOORD zijn zo hier als te Brouwershaven en Bruinisse, 492 schuitjes tin geborgen, alsmede 7 schuitjes te Ouddorp.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een welbezeild Nederlands kofschip, genaamd ELISABETH, groot 98 tonnen, nieuw gebouwd in den jare 1838, thans liggende te Groningen, met alle deszelfs opgoederen, volgens inventaris. Nadere informatie te bekomen bij de eigenaar J.G. Engelsman aan boord van het schip, of bij de heer R.R. Engelsman te Veendam.


04 augustus 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cargalijst Rotterdam. DRIE GEZUSTERS (opm: kof), B.D. de Grooth van Riga met gerst, hennep en garneermatten.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Vendutie op maandag de 6e augustus 1849 ten 11 ure van het brikschip genaamd MAGFOEL, groot omtrent 50 lasten, met diens inventaris, zo als hetzelve ter rede van Batavia is liggende.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 2 augustus. Heden zijn hier aangekomen het Nederlandse schip DILIGENTIA, kapt. H.F. Horneman, met vier passagiers, de 24e april vertrokken van Rotterdam, het dito schip ZEELAND, kapt. J. Noord, de 26e april vertrokken van Amsterdam, het dito schip EOLUS, kapt. G. Sligtenbree, de 7e april vertrokken van Amsterdam, en het dito schip JUNO, kapt. F. Mellema, de 5e maart vertrokken van Amsterdam.


07 augustus 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 6 augustus. Het schip ALBRECHT BEYLING lag alhier gisteren zeilklaar naar Batavia en zeilde heden derwaarts.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 augustus. Volgens particulier bericht is de 2e juli te New York gearriveerd de JACOBA, kapt. Bakker, van Newcastle en de 4e dito de ANIMO, kapt. Van der Meijden, van Sunderland. Beide schepen hebben veel slecht weder doorgestaan en in het bijzonder van 12 tot 30 mei tussen 49º50’ NB 22º en 23º WL. Het eerste heeft in dit weder zijn sloep, verschansingen en boorden verloren en de laatste is door een zware stortzee overzijde geworpen, terwijl ook dit schip zijn sloep verloren heeft. Hetzelve was echter dicht gebleven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ingezonden mededeling. Het ongeluk, aan het Nederlandse schip OLIVIER VAN NOORD dezer dagen in het Brouwershavense Zeegat wedervaren, geeft aan kwade tongen, die veeltijds in wanorde hun heil vinden, de gelegenheid om zulks aan de onbekwaamheid der Goedereese zeeloodsen toe te schrijven en ontzien zij zich zelfs niet de eenvoudige koopman of reder in deze waan te versterken en zelfs tot eigen verschoning het ongerijmdste diets te maken. En aangezien deze laster tot ergernis wordt voorgezet, zo doen de ondergetekenden de belanghebbenden kooplieden en assuradeurs de volgende vraag, of het aan de veronderstelde onbekwaamheid van hen, loodsen, mag worden toegeschreven, dat onder hun goede zorgen langs de gevaarlijke ongronden van de zeegaten, die zij bewaken, in de laatste vier jaren zijn in- en uitgeloodst een exproimatief (opm: approximatief) getal van twintig duizend schepen, dan wel, of deze werkelijk honende geruchten zijn? Onfeilbaarheid is wel niet verkrijgbaar voor hen, die immer met gevaren te worstelen hebben en, hoewel ondank ’s werelds loon is, zo strekt dergelijke miskenning tot ontmoediging en kan alzo niet anders dan in het nadeel van belanghebbenden strekken. Wij voor ons houden het er voor, dat de scheepvaart naar intentie van sommigen wellicht te veilig plaats heeft, daar gerust kan worden verwezen naar andere zeegaten van veiliger ligging, waar minder scheepvaart is en meerdere ongelukken plaats hebben.
get. De Zeeloodsen van Goedereede en Maas.


08 augustus 1849


  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam,6 augustus. De schepen JACOBA, kapt. Bakker, van New Castle, en ANIMO, kapt. Van de Meijden, van Sunderland, te New York gearriveerd, hebben op de reis veel slecht weder doorgestaan en wel bijzonder van de 12e tot de 30e mei; eerstgemelde heeft daardoor de sloep, verschansingen en boorden verloren,en het laatste mede de sloep, verloren, het was door een zware stortzee op zijde geworpen, doch was dicht gebleven.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Heden overleed in de ouderdom van ruim 40 jaren mijn echtgenoot L.C. Rasch, in leven koopvaardij-kapitein, mij nalatende drie nog zeer jonge kinderen.
Samarang, 23 juli 1849, J.F.R. Gaerthé, wed. Rasch.


09 augustus 1849


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. H.J. Rietveld en C.A. Schröder, makelaars, zullen maandag de 24e september 1849, des avonds om zes uur, te Amsterdam in de Nieuwe Stadsherberg aan het IJ verkopen een extra ordinair, welbezeild, gekoperd barkschip genaamd MARIA ELISABETH, laatst gevoerd door kapt. H.V. Wriborg, volgens Nederlandse meetbrief lang 26 ellen, 16 duimen, wijd 5 ellen, 18 duimen, hol 3 ellen, 80 duimen, en alzo gemeten op 229 tonnen of 121 lasten. Breder volgens inventaris.
Voorts 1/32 part in het Nederlands gekoperd tweedeks barkschip MARGARETHA SIMONETTA, gevoerd door kapt. F.J. Hoffman, gemeten op 324 lasten, en 1/32 part in het Nederlands gekoperd schoenerschip JOHANNES HERMANUS, gevoerd door kapt. J.H. Wygers, gemeten op 122 lasten.
Nader bericht bij bovengemelde makelaars.


  DC - Dordtsche Courant

Gisteren namiddag is van de werf van de ondernemers der stoomboten tussen Rotterdam, Dordrecht en de Moerdijk, met het beste gevolg te water gelaten, de ijzeren stoomboot CORNELIS DE WITT, bestemd voor de dienst tussen Rotterdam, Dordrecht en de Moerdijk, in correspondentie met Amsterdam en Antwerpen. Deze boot, naar hetzelfde model als de thans tussen Dordrecht en Rotterdam varende stoomboot JAN DE WITT gebouwd, zal in de maand september in dienst gesteld worden en belooft weder een nieuwe gelegenheid aan het reizend publiek om spoedig de plaats van deszelfs bestemming te bereiken.


  DC - Dordtsche Courant

Op de hoogte van het eiland Walcheren is een boot, behorende aan de kotter No. 7 van het Belgische loodswezen, te Vlissingen gestationeerd, den 3 dezer in zee omgeslagen, met dat ongelukkig gevolg dat drie van de vijf zeelieden, die zich daarin bevonden, zijn omgekomen.


10 augustus 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 augustus. Op 7 dezer is te Nieuwendam bij de scheepsbouwmeester W.H. Meursing met het beste gevolg te water gelaten het schoenerschip JOHANNA HENDRIKA, groot omstreeks 150 roggelasten, zullende gevoerd worden door kapt. Krijn Hoek, gebouwd voor rekening van de heer C.A. Schröder en mede-reders te Amsterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 6 augustus. Volgens een officiële bekendmaking van de Commerz Deputation alhier zal de 11e dezer de blokkade van de Elve worden opgeheven.


  WZ - Weser Zeitung

Bremerhaven, 9 augustus, ’s middags 2.45 uur (per elektrische telegraaf). De heer Schwoon meldt: een tjalk, waarschijnlijk met traan beladen en op de lading drijvend, bevindt zich op het Knechtsand. Ik heb een lichter heengezonden.
Bremerhaven, 9 augustus, ’s morgens 07.45 uur. De gisteren gemelde tjalk moet lege traanvaten geladen hebben. (opm: tjalk DE VROUW ALIDA, eerst op 29 juni 1849 in de vaart gekomen; kapt. Martinus Douwes Mulder, zie WZ 110849, 220849 en FP 151052)


11 augustus 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 7 augustus. De Nederlandse tjalk TRIJNTJE, Kapt. Liebig, van Riga met lijnzaad naar Amsterdam bestemd, heeft op de Helgolander klippen gestoten en is hier heden lek op de haven gekomen. Men is reeds bezig om de lading te lossen.
(opm: vergelijk NRC 220849)


  WZ - Weser Zeitung

Bremerhaven, 10 augustus, ’s middags 5.05 uur (per elektrische telegraaf). Het Duitse oorlogsstoomschip HAMBURG heeft het wrak van het Knechtsand afgesleept en hierheen gebracht. (opm: zie WZ 100849; na herstel van de schade werd de tjalk als transportschip PHOCA aan de vloot van de marine toegevoegd; over de juridische implicaties is niets bekend; in 1853 werd de in 1848 opgerichte Duitse Federale Marine opgeheven en werden alle 57 schepen, incl. PHONA, verkocht, zie FP 151052)


  JC - Javasche Courant

Batavia, 9 augustus. Gisteren zijn hier aangekomen het Nederlandse schip OOST INDIËN, kapt. J. Engelenburg, de 19e april vertrokken van Amsterdam, de dito bark JAVA’S WELVAREN, kapt. D. Boelhouwer, met twee passagiers, de 3e mei vertrokken van Amsterdam, en het dito schip NOVA ZEMBLA, kapt. L. Heijkoop, met een passagier, de 5e mei vertrokken van Rotterdam.
Heden is hier aangekomen het dito schip d’ELMINA, kapt. J.C. Jansen, met drie passagiers, de 24e april vertrokken van Amsterdam.


14 augustus 1849


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het volgende belangrijk bericht is ons ter mededeling toegezonden:
Opheffing der blokkade. Het ministerie van Marine maakt bij deze bekend, dat de blokkade voor de havens Pillau, Danzig, Cammin, Swinemünde, Wolgast, Greifswalde, Stralsund en Rostock is opgeheven. Wijders, de blokkade van de Elbe-, Weser- en Jade stromen alsmede van de Westkust van de Hertogdommen Holstein en van alle Sleewijkse Havens wordt de 11e augustus eerstkomende opgeheven.
De blokkade blijft tot nader bestaan voor de Oostkust van het Hertogdom Holstein met de Havens Neustad, Heiligenhafen met Fehmarn Sund en Kieler Förde met de monde van het Kanaal.
Het ministerie van Marine te Kopenhagen, 5 augustus 1849. (get.) Zahrtmann.
Voor een eensluidend kopij-translaat, de consul der Nederlanden te Elseneur, 6 augustus 1849, P. van Aller.


15 augustus 1849


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 11 augustus. Het schip VESTA, kapt. Benohr, van Bahia naar Hamburg, is volgens brief van Delfzijl van 12 dezer, aldaar met schade binnengelopen en heeft lading gelost om te repareren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 11 augustus. Het schip ELISABETH, kapt. Dirks, van Oldenburg naar Noorwegen, is volgens brief van Delfzijl van 12 dezer, de 10e dito, bij de Koningston gezonken, doch het volk door de loodsschipper H.J. Kip gered en aldaar aangebracht.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 11 augustus. Gisteren zijn hier aangekomen het Nederlandse schip MIDDELBURG, kapt. M. Rooderkerk, de 19e april vertrokken van Middelburg, en de dito bark BUITENZORG, kapt. J. Hensing, de 30e april vertrokken van Rotterdam.
Heden zijn hier aangekomen de dito bark TRITON, kapt. H. Olie, met een passagier, de 30e april vertrokken van Amsterdam, de dito bark ALBATROS, kapt. R.P. Haasnoot, de 4e mei vertrokken van Amsterdam, en het dito schip WILLEM DE EERSTE, kapt. H. Poppen, de 2e mei vertrokken van Schiedam.


17 augustus 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Macassar via Batavia voor passagiers en goederen het nieuw gebouwd en gekoperd Nederlands brikschip KOMEET, kapt. F. Wisseman, om primo oktober te vertrekken. Adres bij P.A. van Es & Co, cargadoor.


18 augustus 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 augustus. Heden is van de werf van de heer J. Otto te Krimpen aan den IJssel te water gelaten het barkschip HENDRIKA (opm: waarvan op 1 juli 1848 als JOHANNA MARIA de kiel was gelegd, zie NRC 040748), groot circa 350 gemeten lasten, zullende worden gevoerd door kapt. Hendrik Reiniersen, en is daarna de kiel gelegd van een barkschip, groot circa 400 lasten, genaamd CONSTANTIA, beide voor rekening van rederijen onder directie van de heer J.R. Veder alhier.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 14 augustus. Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark KOOPHANDEL, kapt. H. de Boer, de 2e mei vertrokken van Texel.


20 augustus 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 18 augustus. De schepen GEBROEDERS, kapt. Wegener, van Stettin naar Antwerpen, GESINA, kapt. Koning, van Rostock naar Jersey, JONGE DUIF, kapt. Duijf, van dito naar Hull, en JANTINA GEZINA, kapt. De Jonge, van Dantzig te Kopenhagen opgebracht, zijn volgens brief van daar van de 11e dezer vrijgegeven.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam,18 augustus. Het schip SOPHIA AUGUSTA, kapt. Petterson, van hier naar Stockholm, is gisteren alhier lek uit zee teruggekomen, hebbende op de Zuiderzee bij Enkhuizen aan de grond gezeten. Het moet lossen.


21 augustus 1849


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip RADCLIFF, kapt. Hyne, van Plymouth, heeft, laatstleden zondag (opm: 19 augustus) van Newcastle komende, een Nederlandse bark van circa 500 ton gezien, hebbende zijn vlag onderste boven gehesen en daaronder een zwarte bal. Dezelve bevond zich waarschijnlijk in nood en zonder twijfel door ziekte, want het schip was in goede staat. Er bevond zich op het dek een groot aantal mannen, vrouwen en kinderen, die landverhuizers schenen te zijn. Deze bark bevond zich op ongeveer een mijl ten zuiden van Goudstaart (opm: Start Point) te 3 uur namiddag met een stevige W.Z.W wind voor Torbay sturende.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip HOOP EN LIEFDE, kapt. Van der Woude, van Riga naar Zwolle, is volgens brief van Rendsburg van de 12e augustus, die dag, niettegenstaande de blokkade, in het kanaal (opm: bedoeld zal zijn het Eiderkanaal) aangekomen.


22 augustus 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 17 augustus. De Nederlandse smak TRIENTJE, kapt. Lieberg, van Riga naar Amsterdam bestemd, is na geëindigde reparatie heden van de helling gelaten.
(opm: vergeleken met het bericht uit NRC 110849 zijn er drie verschillen; de juiste gegevens zijn waarschijnlijk naam TRIJNTJE, scheepstype smak en kapitein D. Liberg van Terschelling)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 21 augustus. Het schip ANNECHIENA, kapt. Patje, van Delfzijl naar Liverpool, is volgens brief van Delfzijl van de 19e dezer aldaar met verstopte pompen en meer andere schade uit zee teruggekomen. Het moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een snelzeilend gezinkt kofschip van circa 75 roggelasten, met deszelfs gehele inventaris. Adres bij W. Ruys J.Dzn, cargadoor alhier.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 21 augustus. Het schip de JONGE JAN, kapt. Bus, is volgens brief van Batavia van 25 juni, de 3e dito ter rede van Tjilitjap liggende door de bliksem getroffen, waardoor de boven-bramsteng verbrijzeld, doch geen verdere schade veroorzaakt werd.


  WZ - Weser Zeitung

Emden, 20 augustus. Op 11 augustus werd de bemanning van het Nederlandse tjalkschip DE VROUW ALIDA van Groningen, kapt. M. Mulder, alhier aangebracht door kapt. H.A. Doyen uit Emden, die hen op 9 augustus in een boot op zee drijvend had gevonden en aanboord genomen (opm: zie o.a. WZ 100849). Het schip DE VROUW ALIDA was onderweg van Hamburg naar Brussel op de 9e voor de Weser, toen het plotseling zeer lek werd en zonk, zodat de bemanning behalve hun leven slechts het scheepsjournaal heeft kunnen redden.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 20 augustus. De 17e dezer is hier aangekomen de Nederlandse bark ANNA, kapt. W.H. Cramer, met een passagier, de 5e mei vertrokken van Liverpool.
Heden zijn hier aangekomen de dito brik SIRENE, kapt. A.J. Boone, de 15e juli vertrokken van Manilla, en het dito schip THETIS, kapt. H.H. Rademaker, de 1e mei vertrokken van Amsterdam.


23 augustus 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een schoener-hoekerschip, groot ongeveer 60 commercie-lasten, met een nieuwe tuigage, inventaris, enz, geheel vertimmerd en zeilree liggende in de haven van Maassluis. Adres bij de heer K. Dorsman aldaar. Brieven franco.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 21 augustus. Gearriveerd: de AMSTEL, kapt. G.W. Kernkamp, van Rio de La Hache.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 22 augustus. Volgens bericht van kapt. Verschuur, voerende het schip HENDRIKUS GERARDUS, zou hij 16 juni de terugreis van Padang naar Amsterdam aanvaarden, en volgens brief van kapt. Berk, voerende de brik ALIDA WILLEMINA, zou deze mede 19 juni van Tjilitjap herwaarts zeilen. Aan boord van beide dezer schepen waren passagiers zomede equipage welvarende.


24 augustus 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rendsburg, 20 augustus. Nadat de te Holtenau liggende neutrale schepen tot gisteren avond vrij konden vertrekken, heeft onder meer het Nederlandse schip de HOOP, kapt. Fisscher, van Amsterdam naar Dantzig, de reis voortgezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Memel, 16 augustus. Het Nederlandse schip CATHARINA, kapt. Prins, van Koningsbergen met een lading tarwe binnendoor gekomen, is op deszelfs reis lek geworden en gisteren op het rif bij Schwarzort gestrand. De lading zal hoogstwaarschijnlijk geheel verloren zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia het nieuw gebouwd, gekoperd barkschip WATERGEUS, kapt. W.H. Kramer, voor passagiers en goederen. Adres ten kantore van M. Varkevisser.


25 augustus 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 augustus. Met het nieuw gebouwde brikschip ST. GEORGE DE LA MINA, gevoerd door kapt. J.J. van der Eb, hetwelk heden van deze stad vertrokken is, keren naar hun vaderland terug 48 Afrikaanse soldaten, welke in de gelederen van het Indisch leger gekwetst zijn of hun diensttijd volbracht en dus recht op pensioen erlangd (opm: verkregen) hebben. Zij leveren aan hun landgenoten het bewijs der goede trouw van de Nederlandse regering, welke hun het recht van terug te keren bij de aanvang hunner dienst had toegezegd, en ontnemen daar zekerlijk aan velen het sedert eeuwen niet ten onrechte vastgewortelde denkbeeld, dat de Afrikaan, welke door de Europeaan over zee wordt weggevoerd, zijn dood of een hard lot tegemoet gaat. Misschien kan zulks later de weg banen tot een vrijwillige landverhuizing van Afrikanen naar onze West-Indische bezittingen, wanneer daar eenmaal de slavernij zal hebben opgehouden te bestaan. Met hetzelfde schip vertrekken ook een paar jongelieden van goeden huize uit deze stad, welke het voornemen hebben zich in onze bezittingen aan de kust van Guinea als handelaren neder te zetten. Wij beschouwen dit als een bewijs van toenemende ondernemingsgeest bij het jongere geslacht, hetwelk een verblijdend teken mag genoemd worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 18 augustus. Het schip EMMA EN ELISA, kapt. Bakker, van St. Ubes (opm: Setubal) naar Wolgast, is gisteren alhier met gebroken grote mast binnengelopen.


  DC - Dordtsche Courant

Brouwershaven, 23 augustus. Gisteren is alhier binnengekomen, de Belgische pleit ANNA MARIA, kapt. Sahlfeld, van Antwerpen naar Hamburg, met stukgoederen; gemeld schip is op de westpunt van de Banjaard aan de grond geweest, en zal deszelfs bodem onderzocht worden vóór de reis te vervolgen.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 23 augustus. Gisteren zijn hier aangekomen de Nederlandse bark de AMSTEL, kapt. J. van Duijn, de 21e mei vertrokken van Amsterdam, en het dito schip BAREND WILLEM, kapt. J.W. Retgers, met drie passagiers en Zr.Ms. troepen, de 6e mei vertrokken van Amsterdam.
Heden zijn hier aangekomen het dito schip WHAMPOA, kapt. J.M. Pfeil, de 20e mei vertrokken van Rotterdam, het dito schip BIESBOSCH, kapt. P.M. Vogelsang, de 20e mei vertrokken van Dordrecht, en het dito schip POLLUX, kapt. H.D. van Wijk, de 6e mei vertrokken van Amsterdam.


27 augustus 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schwarzerort (Oost Pruisen), 14 augustus. Het Nederlandse schip CATHARINA, kapt. Prins, met een lading tarwe van Memel naar Amsterdam bestemd, is hier, nadat hetzelve in zee en lek bekomen had, in de verlopen nacht op het strand geraakt. Het volk is gered en ook is men bezig om de lading te bergen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Emden, 20 augustus. Het schip DE VROUW ALIDA, kapt. Mulder (opm: tjalk, sinds 6 juli 1849 in de vaart; kapt. Martinus Douwes Mulder, Wildervank), van Hamburg naar Brussel, is de 9e dezer voor de Weser gezonken, doch het volk gered en alhier aangebracht.


29 augustus 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Memel (opm: Klaipeda), 21 augustus. Men is nog steeds zonder nader bericht omtrent het bij Schwarzort gestrande schip CATHARINA, kapt. Prins.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 27 augustus. Gisteren zijn hier aangekomen de Nederlandse bark het ZEEPAARD, kapt. J. Giltjes, de 21e mei vertrokken van Middelburg, het dito schip AMPHITRITE, kapt. H.J. de Jong, de 20e mei vertrokken van Amsterdam, en de dito bark NIEUW LEKKERLAND, kapt. M.B. Hoffman, de 12e mei vertrokken van Rotterdam.
Heden zijn hier aangekomen het dito schip TIMOR, kapt. J. Koning, de 27e mei vertrokken van Dordrecht, het dito schip AGNETA, kapt. J.D. Dekker, met twee passagiers, de 24e mei vertrokken van Rotterdam, het dito schip MARIA ELISABETH, kapt. H.J. Jonker, de 27e mei vertrokken van Rotterdam, en het dito schip ERFPRINSES VAN ORANJE, kapt. C.J. Kaleshoek, de 27e mei vertrokken van Rotterdam.


31 augustus 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 augustus. Heden liep van de werf van de heer J. Smit te Kinderdijk met het beste gevolg van stapel het Nederlandse barkschip KINDERDIJK, groot 357 gemeten lasten. Dit schip, varende voor rekening van de heer Murk Lels te Nieuw Lekkerland, zal gevoerd worden door kapt. W. Ouwehand en is bestemd voor de vaart op de Oost-Indiën.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rendsburg, 26 augustus. Volgens bericht van Altona is de blokkade van het kanaal heden morgen opgeheven en was bij Tonningen de Eider-loodsgaljoot weder op deszelfs station gelegd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mandahl (opm: Mandal, Zuid-Noorwegen), 19 augustus. Het schip ELISABETH, kapt. Bruns, van Palermo, laatst van Gibraltar en Falmouth naar Dordrecht, te Lodshavn binnengelopen, heeft de 11e dezer bij deszelfs vertrek van Lodshavn op een klip gestoten. Na aldaar met vier voeten water in het ruim teruggekomen te zijn, was de volgende morgen brand aan boord ontstaan en had men, nadat op last van de loods-commissaris een gat in het schip gehakt was, hetzelve in 13 voeten water op een plaats, die bij stormweder zeer gevaarlijk is, doen zinken. Kapt. Bruns had vroeger op citatie van de consulaire agent te Fahrsund verklaard, dat zuid-oost tot zuid-zuid-ooster stormen sedert zijn vertrek van Falmouth hem genoodzaakt hadden te Noorwegen binnen te lopen, aldaar de vrede met Denemarken af te wachten en dat schip en lading zich in dezelfde staat bevonden als toen hij Gibraltar verliet. Wijders had kapt. Bruns verklaard genegen te zijn om zijn reis voort te zetten, mits de belanghebbenden hem schadeloos wilden houden voor de gevolgen op de reis, terwijl hij in dat geval een borgtocht verlangde van NLG 10.000, zijnde de som, waarvoor zijn schip verzekerd was.


01 september 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dantzig, 23 augustus. Het schip (opm: kof) ANNE WILLEM, kapt. J.F. Posthumus, van hier naar Amsterdam, is wegens het overlijden van de kapitein uit zee terug gekomen.


  DC - Dordtsche Courant

Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht geworden de navolgende 13 schepen, als:
Voor Amsterdam: JAVAAN, kapt. G. Eijlers; HEPPENS, kapt. A. Hansen; VAN GALEN, kapt. C. Dekker Nz.; ANNA MARIA HENRIËTTA, kapt. H.F. Zeilstra; JOHANNA MARIA CHRISTINA, kapt. C.N. Gorter; AFRIKA, kapt. C. Ouman; MACHTILDA CORNELIA, kapt. N.J. Nannen, van Dordrecht.
Voor Rotterdam: ZUID-HOLLAND, kapt. P.C. Teengs; DANKBAARHEID AAN DE N.H.M., kapt. P.G. Pott; PRINS VELDMAARSCHALK, kapt. D.C. Rietbergen; ELSHOUT, kapt. P.F. Rijken.
Voor Dordrecht: ZWIJGER, kapt. J.H. Mugge.
Voor Middelburg: ONDERNEMING, kapt. J.C. van Heeckeren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, vrijdag 31 augustus. Volgens een particulier schrijven, te Rotterdam ontvangen, was den 25sten juni reeds een gedeelte der troepen van de Balinesche expeditie op de rede van Batavia teruggekeerd, aan boord van het schip DILIGENCE, kapt. Smit, en zulks in goeden welstand.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 29 augustus. Gisteren zijn hier aangekomen de Nederlandse bark ZEEVAART, kapt. J.A. Knaap, de 6e juni vertrokken van Amsterdam, de dito bark VAN DER WERF, kapt. P. van Duyvenbooden, de 25e mei vertrokken van Amsterdam, de dito bark PRESIDENT VERKOUTEREN, kapt. C.F. Eijlerts, de 20e mei vertrokken van Amsterdam, de dito bark HOLLAND, kapt. P. Dekker, de 30e april vertrokken van Amsterdam, de dito bark BATAVIER, kapt. D. Grim, met twee passagiers, de 21e mei vertrokken van Amsterdam, de dito bark BROUWERSHAVEN, kapt. P. Jansen, de 31e mei vertrokken van Rotterdam, het dito schip JAVAAN, kapt, P. Dekker, de 28e mei vertrokken van Amsterdam, de dito bark PRESIDENT RAM, kapt. J.R. Ulrich, de 27e mei vertrokken van Rotterdam, de dito bark CERES, kapt. L.W. van Rijn van Alkemade, de 24e mei vertrokken van Amsterdam, het dito schip EUROPA, kapt. D. Keus, met zeven passagiers, de 6e juni vertrokken van Amsterdam, de dito bark MARIA ELIZABETH, kapt. J.M. Kleinhouwer, de 20e mei vertrokken van Amsterdam, de dito bark JACATRA, kapt. T. Buijs, de 11e mei vertrokken van Amsterdam, de dito bark MACAO, kapt. R.H. de Groot, met een passagier, de 5e mei vertrokken van Amsterdam, de dito bark SARA MARIA ALIDA, kapt. H.A. Tekelenburg, de 27e mei vertrokken van Nieuwediep, het dito schip PIETER CORNELISZOON HOOFT, kapt. D.C. de Boer, de 7e juni vertrokken van Schiedam, en het dito schip BERNHARD HERTOG VAN SAXEN WEIMAR, kapt. P.H. Haze, de 29e april vertrokken van Dordrecht.
Heden zijn hier aangekomen de dito schoener JOHANNA CATHARINA, kapt. D.C. Claus, de 1e juni vertrokken van Amsterdam, het dito schip HELENA CHRISTINA, kapt. L. Visser, met een passagier, de 28e april vertrokken van Rotterdam, en het dito schip JUNO, kapt. W.J. Chevalier, de 27e mei vertrokken van Dordrecht.


03 september 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 1 september. De stoomboot l’ESTAFETTE, kapt. G. Sueur, van Rotterdam naar Duinkerken, is hedennacht, afkomend om naar zee te stomen, op de Dam, boven het Leuvelsche Hoofd, aan de grond geraakt, en was bij het vertrek der post nog vastzittende, hebbende een loods tot adsistentie.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een tjalkschip genaamd de VROUW ANNA, met deszelfs staand en lopend want en verder een zeer goede inventaris, is groot volgens meetbrief 101 tonnen, lang 71 en wijd 16½ voet, geschikt tot alle vaart, thans bevaren wordende door een zetschipper. Te bevragen onder letter S aan het bureau dezer courant. Brieven franco.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 september. Men verneemt, dat door J. Wijtenburg de Vries en J. Planjer te Leiden aanvraag is gedaan tot de geregelde vaart ener schroefstoomboot voor passagiers en goederen tussen genoemde stad en Amsterdam, en zulks met aandoening der navolgende plaatsen, als Leiderdorp, Achthoven, Koudekerk, ’s Molenaarsbrug, Oudshoorn, Alphen, Gousluis, Over het Tolhek, Vrouwenakker, Uithoorn en Ouwerkerk. Reeds zouden er onderhandelingen bestaan met bovengemelde ondernemers en de heren Paul van Vlissingen en Dudok van Heel te Amsterdam, die op hun etablissement aldaar gezegde schroef-stoomboot zouden vervaardigen. Verder verneemt men, dat de veerschippers der gewone schuiten uitgenodigd zijn, indien zij mochten menen hierdoor benadeeld te kunnen worden, zich deswege met de ondernemers te verstaan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 september. Nopens het aflopen te Amsterdam van het Rijksstoomschip PLUTO deelt de Amsterdamsche Courant d.d. 1 september het volgende mede. Heden middag omstreeks drie ure arriveerden alhier met de gewone beurstrein Z.M. de Koning, H.M. de Koningin, benevens HH.KK.HH. Prins Hendrik en de Kroonprins van Zweden, de Minister van Marine en verder gevolg, en begaven zich onmiddellijk naar ’s Rijks werf, alwaar HH.MM. en prinsen werden opgewacht door Z.Exc. de heer Gouverneur der provincie, het Ed.Achtb. bestuur dezer stad, de plaatselijke commandant en verdere autoriteiten. De muzijk der stedelijke schutterij verwelkomde de hoge personen met het Wilhelmus van Nassauen en het aanzienlijk publiek, in grote getale opgekomen, met een hartelijk vreugde-gejuich. Jammer echter, dat het belangrijk schouwspel, hetwelk de koninklijke familie en haar hoge gast naar de hoofdstad deed komen, niet geheel genoten kon worden, wijl de stoomboot, na een klein ogenblik in beweging te zijn geweest, op de helling bleef zitten. Men wijt dit voornamelijk aan de lengte der boot, althans het is niet de eerste keer, dat het aflopen van zulk een boot mislukte. Z.M. de Koning en H.M. de Koningin, benevens de Prinsen en gevolg zijn met de trein van 4½ ure weder naar ’s Gravenhage vertrokken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 2 september. Gisteren na posttijd is de stoomboot l’ESTAFETTE door behulp ener loodsboot onder aanvoering van de onder-inspecteur over ’t loodswezen in vlot water gebracht en onmiddellijk naar Duinkerken gestoomd.


04 september 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 september. Met genoegen vernemen wij, dat het gelukt is de stoomboot PLUTO, wier weerbarstigheid zaterdag j.l. (opm: 1 september) zo velen teleurgesteld heeft, gisteren morgen aldaar van stapel te doen lopen, dank zij de onvermoeide pogingen, welke men tot dit einde heeft aangewend.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Dordrecht ligt in lading naar Batavia, voor goederen en passagiers, om ten spoedigste te vertrekken, het snelzeilend gekoperd en kopervast barkschip MACHTILDA CORNELIA, kapt. N.J. Nannen, hebbende zeer goede inrichtingen voor passagiers en voerende en bekwaam scheepdokter.
Adres bij de cargadoor J.B. ’t Hooft aldaar.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip ANNE WILLEM, kapt. Posthumus, van Dantzig naar Aamsterdam, is wegens het overlijden van de kapitein uit zee teruggekomen.


05 september 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 september. Heden werd binnen deze stad met het beste gevolg te water gelaten van de werf der Wed. Visser, het brikschip (opm: barkschip) JAN VAN GALEN, groot ca. 180 lasten, gebouwd voor rekening der rederij van de heren Corns. Balguerie & Zn, gevoerd zullende worden door kapt. C. de Boer, en bestemd voor de vaart op Oost-Indië. Onmiddellijk daarna werd de kiel gelegd voor een fregatschip (opm: barkschip), voor rekening van dezelfde rederij, hetwelk de naam zal dragen van OLIVIER VAN NOORD, groot zal zijn ca. 320 lasten, hetwelk voorts zal gevoerd worden door kapt. W. Verberne en mede bestemd is voor de vaart op Oost-Indië.
(opm: voor naam van de werf zie NRC 140649)


  JC - Javasche Courant

Batavia, 1 september. Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse bark GRAAF VAN HOGENDORP, kapt. F. van Hees, de 21e mei vertrokken van Rotterdam, het dito schip PRINSES SOPHIA, kapt. P.S. Matzen, met enige passagiers, de 2e juni vertrokken van Amsterdam, en het dito schip ’S GRAVENHAGE, kapt. C.J. Nink Blok, met twee passagiers, de 26e mei vertrokken van Rotterdam.


06 september 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 september. Heden namiddag is alhier van de werf St. Joris, toebehorende aan de scheepsbouwmeesters De Jong, Kortelandt en Anthony met het beste gevolg te water gelaten het barkschip MACASSER, groot 220 lasten, gebouwd voor rekening van de heren C. Vlierboom & Zonen alhier en bestemd voor de vaart op Oost-Indië. Onmiddellijk daarna is de kiel gelegd van een fregatschip van 400 lasten, hetwelk genaamd zal worden de VIER GEZUSTERS, gebouwd wordt voor rekening van de heer T. van Holst te Delfshaven en mede bestemd is voor de vaart op Oost-Indië.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sunderland, 2 september. De JANTINA, kapt. Brouwer, te Groningen te huis behorende en van Hull naar Newcastle bestemd, is de 31e augustus vastgeraakt, doch met weinig schade met behulp van enige vissers van Whitburg vlot gemaakt en in deze haven gebracht.


08 september 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 31 augustus. Kapt. Suhr, voerende het brikschip COLUMBUS, rapporteert in de Oostzee, de hoogste top van Moen (opm: het eiland Møn) in peiling W½N (opm: rechtwijzend 276°), naar gissing 20 Engelse mijlen van wal, gezien te hebben een gezonken schip, welks fokkemast ca. 8 en bezaansmast ca. 6 voet boven water staken. Naar alle waarschijnlijkheid moet dat een Nederlandse kof zijn, daar de Nederlandse vlag nog van de voortop woei.


09 september 1849


  AH - Algemeen Handelsblad

Kopenhagen,1 september. Kapt. Suhr, van … alhier aangekomen, rapporteert 27 augustus in de Oostzee, Moen W.1/2 N. circa 20 mijlen van land op 11 vademen, vol water te hebben zien drijven, een schip, vermoedelijk een Nederlandse kof, hebbende een Nederlandse vlag nog aan de fokkemast, welke met de bezaansmast ca. 6 a 8 voet boven water uitstak.


10 september 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 september. Men leest in de Provinciale Groninger Courant:
De heer S.N. Mulder, woonachtig op de scheepstimmerwerf Aurora onder Veendam, schrijft ons, dat hij gedurende bijna twintig jaren in het bezit is van een geheim, strekkende om aan een zeeschip zo het volmaakt naar des uitvinders model gebouwd wierd, een snelheid te verlenen van 18 Duitse mijlen in een wacht (of in vier uren tijds). Ook zou zodanig schip, bij de wind zeilende, aan andere schepen de loef afsteken. Van de verklaring, waarmede de inzender zijn bericht zoekt op te helderen, hebben wij tot ons leedwezen niets kunnen begrijpen.
(opm: de vaart zou dan [18 x 7000 m] : 4 = 31.500 m/u = 17.0 knopen bedragen)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. H.J. Rietveld en C.A. Schröder, makelaars, zullen op maandag de 24e september 1849, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ, verkopen: een extra ordinair welbezeild gekoperd barkschip genaamd MARIA ELISABETH, laatst gevoerd door kapt. H.C. Wriborg, volgens Nederlandse meetbrief lang 26 ellen 16 duimen, wijd 5 ellen 18 duimen, hol 3 ellen 80 duimen, en alzo gemeten op 229 tonnen of 121 lasten. Breder volgens inventaris.
Voorts 1/32e part in het Nederlands gekoperd tweedeks barkschip MARGARETHA SIMONETTHA, gevoerd door kapt. F.J. Hoffman, gemeten op 324 lasten,
En 1/32e part in het Nederlands gekoperd schoenerschip JOHANNES HERMANUS, gevoerd door kapt. B.J. Wygers, gemeten op 122 lasten. Nader onderricht bij bovengemelde makelaars.


11 september 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 8 september. Heden is hier binnengelopen de stoomboot ADMIRAAL VERHUELL, kapt. G.G. Geerling, van Havre naar Rotterdam, hebbende averij aan de machine, waardoor dezelve onbruikbaar is. Dezelve is wegens wind en tij bij de West-Reeper geankerd.


12 september 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 september. Gisteren is op de werf van de scheepsbouwmeester P. Bakhuyzen te Capelle aan den IJssel de kiel gelegd van een barkschip genaamd JAN VAN BRAKEL, groot 270 à 280 lasten, voor rekening ener rederij onder boekhouderschap der heren Pistorius en Bicker Caarten alhier, gevoerd zullende worden door kapt. A.J. Delcliseur, en bestemd voor de vaart op Oost-Indië, zijnde dit het eerste schip, dat op die werf zal gebouwd worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwendam, 8 september. Heden namiddag is van de werf van de scheepsbouwmeester W.H. Meursing alhier met goed gevolg te water gelaten het schoenerbrikschip MARGARETHA EN MARIA, onder directie van de heer N.J. Mouthaan, bestemd voor de grote vaart en zullende gevoerd worden door kapt. D. van Ketwich. Onmiddellijk daarna is de kiel gelegd voor een ander vaartuig van ca. 160 gemeten lasten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 11 september. De tjalk CATHARINA, kapt. Bakker, van Roorderfehn (opm: Rhauderfehn) naar de Jahde, is, volgens brief van Delfzijl van de 9e dezer, de 6e dito op de Eemshorn gestrand, doch het volk gered en een gedeelte van de inventaris geborgen en te Delfzijl aangebracht.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De makelaars H.I. Rietveld en C.A. Schröder zullen na afloop van de veiling van het barkschip MARIA ELISABETH en scheepsparten op maandag de 24e september nog verkopen 1/32 part in het Nederlands gekoperd, tweedeks fregatschip SUMATRA, gevoerd door kapt. K.L. Swart, groot 398 gemeten lasten, en 1/16 part in de Stoom-Sleepdienst op het IJ over Pampus, onder directie van de heren J.R. Boelen en Zonen en P. Kraaij c.s.


13 september 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 12 september. De Belgische pleit ANNA MARIA, kapt. Sahlfeldt, van Antwerpen met stukgoederen naar Hamburg, is, volgens brief van Texel van de 11e dezer, de 8e dito in de Noordzee, Vlie ZO 4 mijlen, gezonken, doch het volk door een loodsboot gered en te Terschelling aangebracht. Van schip en lading is niets geborgen als alleen de sloep, waarmede de equipage het schip had verlaten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Mary’s, Scilly, 7 september. Het Nederlandse schip MARIA LOUISA, kapt. De Leeuw, van Liverpool naar Dordrecht, is in deze haven gebracht met verlies van roer, hebbende de 3e dezer een hevige storm doorgestaan.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. D. Bakker Wzn., D. Beth en G.J. Boelen, makelaars, zullen op maandag de 1e oktober 1849, des avonds ten 6 ure precies, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ presenteren te verkopen een extra ordinair welbezeild tweedeks gekoperd barkschip, genaamd MARIA JACOBA CORNELIA, gevoerd door kapt. D. Boes Lutjens, volgens Nederlandse meetbrief lang 32 ellen, 15 duimen, wijd 5 ellen, 59 duimen, hol 4 ellen, 81 duimen, en alzo gemeten op 384 tonnen of 203 lasten. Breder volgens inventaris. Nader onderricht bij bovengemelde makelaars.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 10 september. De stoomboot ADMIRAAL VERHUELL, kapt. G.G. Geerling, van Havre naar Rotterdam, is wegens schade aan de machine door de stoomboot KINDERDIJK binnendoor van Brouwershaven alhier in het kanaal gesleept.
(opm. zie ook NRC 110949)


14 september 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 13 september. Volgens brief van kapt. Overeem (opm: F.C. van Overeem), voerende het schip NOORD-HOLLAND in dato Faro Punt 29 augustus l.l. was hij, na de 28e dito van Messina naar Suriname vertrokken en kort daarna door stilte overvallen te zijn, de straat van Messina weder ingedreven en genoodzaakt geweest een loodsboot tot adsistentie te nemen om het schip in lagerwal (de kust van Calabrië) te boegseren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 12 september. Het schip VROUW JACOBA, kapt. Verstok, van Dordrecht naar Dantzig, is de 9e deze alhier lek binnengelopen. Het moet lossen.


18 september 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 17 september. Volgens brief van kapt. Gorter, voerende het schip JOHANNA MARIA CHRISTINA, van hier naar Batavia, in dato Portsmouth 12 september j.l. was hij aldaar binnen gelopen uit hoofde van contrarie wind en slecht weder, hebbende met een zware windvlaag de kruissteng gebroken. Overigens was alles wel aan boord.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 15 september. Gisteren arriveerde SANS REPOS, kapt. C.F. Goukema, van Bergen, als Bergen naar Brussel, met gebroken mast en lekkage, alhier in de haven gekomen.


  DC - Dordtsche Courant

Portsmouth, 13 september. Het Nederlandse schip JOHANNA MARIA CHRISTINA, kapt. Gorter, van Amsterdam naar Batavia, is alhier met verlies van een gedeelte zijner masten enz. binnengelopen, zijnde door een schoener aangezeild, waarvan de naam onbekend is.


19 september 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Buenos Aires het Nederlands nieuw gebouwd en gekoperd brikschip CAREL AUGUST (opm: bark KAREL AUGUST), kapt. J. van Vollenhoven.
Adres ten kantore van Hudig & Blokhuyzen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia, mede voor passagiers, waartoe hetzelve uitmuntend is ingericht, het nieuw gebouwd en gekoperd Nederlands barkschip EUGENIE, kapt. E.J. Bargman, voerende een geëxamineerde scheepsdokter. Adres ten kantore van Kuyper, Van Dam & Smeer en Hudig & Blokhuyzen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia het Nederlands nieuw gebouwd en gekoperd barkschip WATERGEUS, kapt. W.H. Kramer, om bepaald de 30e september te vertrekken. Iemand goederen te laden hebbende of als passagier van deszelfs daartoe goede inrichting voor de overtocht wensende gebruik te maken, gelieve zich te adresseren ten kantore van M. Varkevisser.
(opm: het schip lag 8 oktober 1849 nog in lading).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. H.J. Rietveld en C.A. Schröder, makelaars, zullen op maandag de 24e september 1849, des avonds ten zes ure te Amsterdam, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ verkopen:
- een extra ordinair welbezeild gekoperd barkschip genaamd MARIA ELISABETH, laatst gevoerd door kapt. H.C. Wriborg, volgens Nederlandse meetbrief lang 26 ellen 16 duimen, wijd 5 ellen 18 duimen, hol 3 ellen 80 duimen en alzo gemeten op 229 tonnen of 121 lasten. Breder volgens inventaris.
- 1/32e Part in het Nederlands gekoperd tweedeks barkschip MARGARETHA SIMONETTA, gevoerd door kapt. F.J. Hoffman, gemeten op 324 lasten.
- 1/32e Part in het Nederlands gekoperd schoenerschip JOHANNES HERMANUS, gevoerd door kapt. B.J. Wygers, gemeten op 122 lasten.
- 1/32e Part in het Nederlands gekoperd tweedeks fregatschip SUMATRA, gevoerd door kapt. K.L. Swart, gemeten op 398 lasten.
- 1/16e Part in de Stoomsleepdienst Reederij op het IJ en over Pampus, met de stoomboten de IJSTROOM en de ZUIDERZEE, onder directie van de heren J.R. Boelen & Zonen en P. Kraay, c.s.
Nader onderricht bij bovengemelde makelaars.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De notaris Wyma te Harlingen zal aldaar in het Logement van Teunis Beidschat op woensdag de 26e september 1849 bij inzet, en op woensdag de 3e oktober daaraanvolgende finaal, telkens des namiddags ten 3 ure precies, in het openbaar verkopen een overdekt gewegerd tjalkschip, omstreeks het jaar 1840 nieuw gebouwd en voor de binnenlandse en buitenlandse vaart geschikt, genaamd OMNIBUS, gemeten op 17,45 el lengte, 3,37 el wijdte en 1,68 el hol, bij Jorke Jan van der Zee laatst gevoerd, met al deszelfs rondhout, opstaand en lopend touwwerk, zeil- en treil en verdere scheepsgoederen, zodanig als het is liggende in de Noorder Haven te Harlingen.
(opm: zie ook AH 290949).


20 september 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) In een aanschrijving van de gouverneur van Zeeland aan de gemeente-besturen dier provincie van de 12e september j.l. leest men het volgende:
Door de Franse regering is een gouden medaille, om te worden gedragen aan een driekleurig lint aan het knoopsgat van het bovenkleed, alsmede een daartoe betrekkelijk getuigschift, verleend aan de heer J. den Haan, gezagvoerder op de stoomboot de STAD VLISSINGEN, en in die stad woonachtig, wegens het opnemen aan boord van dat vaartuig op de 1e december 1847 van twee zeelieden van de onder Zoutelande verongelukte Franse brik le COMMERCE, die zich in levensgevaar bevonden. Deze medaille is, zo als voormelde regering zich uitdrukt, verleend als een bewijs harer erkentelijkheid jegens genoemde bevelvoerder en ten einde wijders in zijn familie en onder zijn medeburgers de herinnering aan zijn eervol gedrag te bestendigen. De uitreiking van dat ereblijk zal eerlang te Vlissingen op een plechtige wijze plaats hebben.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De Directie der Nederlandsche Handel-Maatschappij brengt bij deze ter kennis van de belanghebbenden, dat zij voornemens is om, onder nadere approbatie van het Departement van Koloniën, bij inschrijving in twee percelen in het openbaar aan te besteden de levering van 4.000 tonnen Newcastle-steenkolen voor de stoomvaartdienst in Indië, waarvan de ene helft of 2.000 tonnen te Amsterdam en de andere helft van gelijke 2.000 tonnen te Rotterdam zullen moeten geleverd worden. De inschrijvings-biljetten, behoorlijk op gezegeld papier geschreven, voor ieder perceel afzonderlijk, zullen vóór of op de 28e september aanstaande, des middags ten 12 ure, vrachtvrij moeten worden ingeleverd aan het lokaal der Maatschappij te Amsterdam, zullende na die tijd geen biljetten meer worden aangenomen en onmiddellijk tot de toewijzing worden overgegaan. De voorwaarden, waarnaar de levering moet geschieden, liggen ter inzage van de belanghebbenden ten kantore der directie te Amsterdam en bij de agenten der maatschappij te Rotterdam.
Amsterdam, 7 september 1849, Van der Oudermeulen, president, Goudswaard, direct. fung. Secretaris


21 september 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 september. Wij hebben vroeger gemeld, dat het barkschip OLIVIER VAN NOORD, komende van Passarouang, bestemd naar Rotterdam, in de nacht van de 3e op de 4e juli l.l. – naar men wilde door vergissing van H. Burger, loods bij het loodswezen van Goederee en de Maas – is vastgeraakt en verzeild op de Banjert. Ten gevolge daarvan is dan ook genoemde loods correctioneel vervolgd en voor de arrondissements-rechtbank te Zierikzee gedagvaard, doch is hij bij vonnis dier rechtbank op grond der eenstemmige verklaring van alle de geproduceerde getuigen en der tot dat einde benoemde deskundigen verklaard te zijn niet schuldig aan enig plichtsverzuim of nalatigheid in het loodsen van genoemde bodem en mitsdien ontslagen van alle rechtsvervolging te dier zake.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. B. Bakker Wzn, D. Beth en G.J. Boelen, makelaars, zullen op maandag de 1e oktober 1849, des avonds ten zes ure te Amsterdam, in de Nieuwe Stads Herberg, aan het IJ. presenteren te verkopen: een extra ordinair welbezeild tweedeks gekoperd barkschip genaamd MARIA JACOBA CORNELIA (opm: ex fregat de NEDERLANDEN, bouwjaar 1829), gevoerd door kapt. D. Boes Lutjens, volgens Nederlandse meetbrief lang 32 ellen 15 duimen, wijd 5 ellen 59 duimen, hol 4 ellen 81 duimen en alzo gemeten op 384 tonnen of 203 lasten. Breder volgens inventaris. Nader bericht bij bovengemelde makelaars.


25 september 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hull, 21 september. Het schip MARGARETHA MARIA, kapt. Ruining, van Torrevecchia naar Söderhamn, is alhier met verlies van voorsteng enz, binnengelopen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Volgens brief van Delfzijl van de 20e dezer was volgens loodsbericht op de Ransel gestrand een kof, de naam onbekend.


26 september 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) Vergelijkende staat der op ultimo december 1847 en op ultimo december 1848 in de vaart aanwezige Nederlandse zeeschepen en derzelver lastdragende inhoud, volgens opgave van het Ministerie van Financiën:
Soort van schepen
aanwezig 311247 uit de vaart 1848* nieuw gebouwd 1848 aanwezig 311248
getal lasten getal lasten getal lasten getal lasten
fregatten 237 77467 1 426 - - 236 77041
barken 130 34958 5 1105 14 4112 139 37965
pinken 17 3089 - - - - 17 3089
galjas/galjoot 18 1962 - - - - 18 1962
brigantijnen 1 99 - - - - 1 99
brikken 58 5496 1 105 3 353 60 5794
schoeners 63 4899 - - 30 2680 93 7579
koffen 810 46981 16 776 54 2753 848 48958
hoekers 61 3076 - 4 229 65 3305
stoomsch. 6 988 - - - - 6 988
< 50 lasten 660 18477 18 540 21 573 663 18510
________________________________________________________________
Totaal 2061 197492 41 2952 126 10700 2146 205240
Aanmerkingen: onder het getal schepen zijn niet begrepen die voor de visvangst gebezigd.
* door verongelukking, slopen enz. in 1848 uit de vaart geraakt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verkoping van schepen in de Nieuwe Stads Herberg te Amsterdam op maandag 24 september:
- Het barkschip MARIA ELISABETH, laatst gevoerd door kapt. H.C. Ariborg, gemeten op 229 tonnen of 121 lasten: NLG 5.000, in slag NLG 20, opgehouden.
- 1/32e Part in het barkschip MARGARETHA SIMONETTA, gevoerd door kapt. F.J. Hoffman, gemeten op 324 lasten, niet geveild.
- 1/32e Part in het schoenerschip JOHANNES HERMANUS, gevoerd door kapt. J.H. Wijgers, gemeten op 122 lasten, NLG 700, in slag NLG 20, koper C.A. Schröder.
- 1/32e Part in het fregatschip SUMATRA, gevoerd door kapt. K.L. Swart, gemeten op 398 lasten, NLG 2.350, in slag NLG 140, koper J. Corver.
- 1/16e Part in de Stoomsleepdienst op het IJ over Pampus, NLG 3.450, in slag NLG 140, koper G.J. Boelen.
(opm: zoals meestal het geval is, waren de kopers makelaars, die optraden voor op dat moment onbekende opdrachtgevers)


28 september 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helvoetsluis, 27 september. Gearriveerd WOLTEMADE, kapt. F. Guijt Jr. van Batavia, naar binnengesleept door de stoomboot BROUWERSHAVEN.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cargalijst Rotterdam. WOLTEMADE, kapt. F. Guijt Jr. van Batavia met 3.812 balen rijst, 1.635 bossen bindrotting. Cornelis Balguerie & Zonen. 370 pakken tabak Lenersan & Co.


29 september 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 29 juli. Eerlangs zal te Dassoon bij Rembang van stapel lopen een door de kooplieden Loman en Haager nieuw gebouwd schip, aan hetwelk zij op de dag der begrafenis van wijlen de generaal-majoor Michiels de naam van die verdienstelijke veldoverste hebben gegeven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 29 juli. Vrachten. Sedert ons vorige bericht heeft men ter aanvulling der lading van de ZEEMEEUW en daarna ook voor de IJSTROOM, rijst geladen tot NLG 85 per last zonder meer, en zouden tot die lage koers waarschijnlijk nog vrachtgoederen te bekomen zijn. Van Nederlandse avontuurschepen liggen thans in lading de ROTTERDAM, CORNELIS WERNARD EDUARD, CHRISTIAAN HUYGENS, ELISABETH en VIER GEBROEDERS, terwijl de CORNELIA dezer dagen ter bevrachting is aangeboden. Men noteert de vrachten naar Nederland als volgt: rijst NLG 80 à 85, suiker NLG 90 à 95, huiden NLG 105 à 120, Koffij NLG 85, kamfer NLG 100, tabak NLG 120, alles zonder meer, oude maatschappij-conditiën, met uitzondering van koffij, welke tot nieuwe conditie is geladen.
Naar Antwerpen ligt in lading het schip EMANUEL en naar Engeland het schip RHIO PACKET. Van vreemde schepen werd de STEADFAST voor een lading suiker tot GBP 3.10 naar Engeland bevracht. Vrachten naar vreemde havens van Europa GBP 2.10/- nominaal.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De notaris J.S. Bokma te Akkrum zal op maandag de 8e en 22e oktober 1849, provisioneel en finaal, telkens des avonds ten 6 ure, ten huize van de kastelein C.W. Raadsveld, in de Schans onder Nyehaske, bij het Heerenveen, bij strijk- en verhooggeld, presenteren te verkopen een in den jare 1844 nieuw uitgehaald hek-tjalkschip, groot volgens meting 55 tonnen, genaamd OP HOOP VAN ZEGEN, met daarbij behorende uitmuntende inventaris, waarvan de zeilen slechts twee jaren oud zijn, alles zodanig het laatst is bevaren geweest door nu wijlen Lieuwe Johannes van der Meer, in leven schipper, gedomicilieerd te Joure en nu is liggende in de Schans bij het Heerenveen.
Wellicht kan bij overeenkomst een gedeelte van de koopprijs onder het verkochte als eerste hypotheek gevestigd blijven. Dadelijk te aanvaarden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De notaris Wijma te Harlingen zal aldaar op woensdag de 3e oktober 1849, des namiddags ten 3 ure, in het Logement van Teunis Beidschat finaal verkopen het tjalkschip, genaamd OMNIBUS, groot 17,45 el lang, 3,37 el wijd en 1,68 el hol, met rondhout, want, ankers en touwen, enz. Liggende in de Noorderhaven te Harlingen, waarop geboden is de somma van NLG 1.409,-.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Eigenaar geworden zijnde van de scheepstimmerwerf, genaamd De Binnenwerf, te Puttershoek, beveelt de ondergetekende zich beleefdelijk in een ieders gunst en recommandatie als scheepstimmerman, belovende een prompte en civiele bediening.
Puttershoek, 29 september 1849, Js. Visser Hz. & Comp.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 25 september. Heden zijn hier aangekomen het Nederlandse schip IJSSEL, kapt. H.H. Deuling, de 14e juni vertrokken van Rotterdam, de dito bark THERESIA, kapt. M.A. Smits, de 15e juni vertrokken van Rotterdam, en het dito schip ’S HERTOGENBOSCH, kapt. F.J. Matthijsen, de 17e juni vertrokken van Amsterdam.


01 oktober 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 28 september. Heden is alhier op de werf Hollandia door de scheepsbouw- meesters Blok en Mathijssen de kiel gelegd van een schoenerschip genaamd de TWEE GODFRIEDS, groot ongeveer 180 gemeten lasten, onder directie van de heer A. Ahlers Jr, zullende gevoerd worden door kapt. W.C. Brandligt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia en Macassar voor passagiers en goederen het nieuw gebouwd en gekoperd Nederlands brikschip KOMEET, kapt. F. Wisseman, vertrekt 10 oktober. Adres bij P.A. van Es & Co.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 september. Kapt. B. Vulhopp van het Belgische schip (opm: schoenerkof) ANTONIUS, de 10e september van Antwerpen te Konstantinopel gearriveerd, rapporteert, dat hij door tegenwind meer dan 34 dagen zonder verandering van noord-oosten wind in de Dardanellen heeft ten anker gelegen, met meer dan 350 schepen van verschillende natiën.


02 oktober 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verkoping van schepen in de Nieuwe Stads Herberg te Amsterdam op maandag 1 oktober:
- Het tweedeks gekoperd barkschip MARIA JACOBA CORNELIA, gevoerd door kapt. Dirk Roes Lutjens (opm: Boes Lutjens), gemeten op 384 tonnen of 203 lasten: NLG 16.000, in slag NLG 1.000, opgehouden.
- Het gezinkt kofschip EENDRAGT, gevoerd door kapt. M. Priebee, gemeten op 59 lasten, NLG 2.400, in slag NLG 10, koper Anthonie Roos.


03 oktober 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een zeer sterk tjalkschip genaamd WILHELMINA, laatst gevoerd door schipper Broere, groot volgens meetbrief 65 ton, met deszelfs volledige inventaris, alles zo goed als nieuw. Men gelieve zich franco te adresseren bij de heer H. Dregmans te Antwerpen.


  JC - Javasche Courant

In de vroege ochtend van de 25e september is de bark LACHMADIE, komende van Benkoelen en bestemd naar Batavia, ter hoogte van het eiland Middelburg aan de grond geraakt. De gezagvoerder heeft zich daarop om hulp gewend tot de directeur van het eiland Onrust, waarop onverwijld naar het in nood zijnd vaartuig zijn vertrokken een sloep van het etablissement, bemand met matrozen van Zr.Ms. stoomschip BROMO, een sloep van de gouvernements-schoener HAAI en twee grote praauwen, waarmede een gedeelte der passagiers en van het zich aan boord bevindend detachement militairen naar Onrust waren gebracht. Het vaartuig is later gelukkig vlot geraakt en behouden ter rede van Batavia aangekomen.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 29 september. Heden zijn hier aangekomen het Nederlandse schip KONING WILLEM II, kapt. L.R. Giezen, de 25e juni vertrokken van Rotterdam, en het dito schip ERASMUS, kapt. C.M. van Dijcke, de 30e juni vertrokken van Rotterdam.


04 oktober 1849


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 3 oktober. Dezer dagen is alhier een rederij tot stand gekomen, onder directie van de heren A.J. Verbeek van der Sande, Mr. C.A. Vriesendorp en G. van der Sande, welke zich ten doel stelt een ijzeren stoomschroefschip in de vaart te brengen van deze stad op Londen voor het vervoer van passagiers en goederen. Een onderneming als deze, de eerste van dien aard in deze stad, verdient alleszins toejuiching, daar zij gewis veel zal toebrengen niet alleen om de handel dezer stad met Engeland te verlevendigen, maar ook om de handelsondernemingen tussen Engeland en Duitsland langs deze stad te leiden. De meer gunstige ligging van deze stad, welke het voordeel ener kortere en minder kostbare gemeenschap tussen Engeland en Duitsland oplevert, belooft dan ook wederkerig de ondernemers goede uitkomsten, wanneer eenmaal de vreemde kooplieden met deze weg bekend zullen zijn.
Het stoomschip zal vervaardigd worden op de werf van de heer Fop Smit, aan de Kinderdijk, en de naam voeren van de STAD DORDRECHT.


05 oktober 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Yarmouth, 1 oktober. Het schip FORTUNA, kapt. Kramer, van Dantzig naar Londen, is alhier vol water, masteloos en met verlies van roer binnengebracht, hebbende op het Leman Sand gezeten.


06 oktober 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 oktober. Heden namiddag ten 4 ure zou van de werf De Nijverheid te Schiedam van stapel gelaten worden het schip LUCONIA, gebouwd voor rekening van de heren Bonke & Co binnen deze stad.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De 28e september l.l. aan boord van het schoenerschip TROPICUS, op de reis van Paramaribo naar hier, beviel ontijdig, echter voorspoedig, van een dochter E.A. Krull, geliefde echtgenote van F.H. Popken, kapitein, voerende het bovengenoemde schip.
Rotterdam, 5 oktober 1849


  DC - Dordtsche Courant

Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht geworden de navolgende vier schepen, als:
Voor Amsterdam: de ZORGVLIET, kapt. J.G. Appel; ANNA EN ELISE, kapt C.J. Jaski.
Voor Rotterdam: WELTEVREDEN, kapt. A. Lupcke; DELFT, kapt. B.J. Muller.


  DC - Dordtsche Courant

De Noorse galjoot HAABET (opm: de naam betekent: HOOP), kapt. Joachim Bache, die in mei 1848 van Hammerfest in Noorwegen naar Spitzbergen vertrok, stiet, niet ver van zijn bestemmingsplaats, op klippen en zonk. De kapitein en de bemanning, bestaande uit 9 man, redden zich op Spitsbergen, waar zij niet ver van ‘strand een onderaardse woning maakten om zich tegen de koude en de storm te beschutten. Maar in de loop des winters stierf de gehele bemanning van honger en de kapitein bracht zichzelf om ’t leven. Kapt. Möller van de brik EUGENIE die in ’t begin van augustus jl. te Hammerfest aankwam van Spitsbergen, had het lijk des kapiteins gezien, hangende aan een strop. In deszelfs rokzak was een brief aan zijn vrouw en een aan zijn vader waarin hij verhaalt, wat hij en zijn reisgenoten gedurende meer dan twee maanden al uitgestaan hadden, en zegt aan zijn leven een eind te willen maken. In een andere zak was een stuk Russische zeep, waarin nog de indruksels van tanden te zien waren, en waarvan Bache blijkbaar gegeten had.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 4 oktober. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip HUGO GROTIUS, kapt. J. Glazener, met een passagier, de 25e juni vertrokken van Rotterdam.


08 oktober 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Yarmouth, 4 oktober. Heden heeft men een nieuw roer aangebracht aan het schip FORTUNA, kapt. Kramer, alhier met schade binnengebracht. Ook heeft men een sleepboot aangenomen om het schip naar Londen te brengen, welke reis het morgen aanvaarden zal.


09 oktober 1849


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Delfzijl, 7 oktober. Het schip JONGE WILLEM, kapt. Douwes, arriveerde heden alhier van Hull met verlies van ankers en ketting.


10 oktober 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 oktober. Gisteren werd te Schiedam op de werf De Lelie, behorende aan de scheepsbouwmeester G. Lindeman, de kiel gelegd van een schoenerschip genaamd STELLA MARIS, groot circa 200 lasten, voor rekening ener rederij onder boekhouderschap van de heer J.H. van Gent, bestemd voor de vaart op Oost-Indië, zijnde dit het eerste schip, hetwelk op deze werf zal gebouwd worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 9 oktober. Het schip (opm: tjalk) JANTINA, kapt. R.E. Brouwer, van Newcastle naar Nederland, is gisteren bij Calandsoog verongelukt, doch het volk (opm: vijf personen) gered.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een goed, welbezeild Nederlands kofschip van circa 89 rogge-lasten. Te bevragen bij de cargadoors de Wed. Jan van Wesel & Zoon, Amsterdam.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 7 oktober. De 5e dezer zijn hier aangekomen de Nederlandse bark CATHARINA MARIA, kapt. G.L. Gortmans, de 25e juni vertrokken van Rotterdam, en de dito bark BORNEO, kapt. C.C. Hansen, de 25e juni vertrokken van Rotterdam.
Heden zijn hier aangekomen het dito schip KORTENAAR, kapt. A. Glazener, de 30e juni vertrokken van Rotterdam, en de dito bark DANKBAARHEID AAN DE NEDERLANDSCHE HANDEL MAATSCHAPPIJ, kapt. P.G. Pott, de 16e juni vertrokken van New York.


11 oktober 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 10 oktober. De Nederlandse kof de JONGE DIRK, kapt. R.J. Rijnberg, van Harlingen in ballast naar Noorwegen, is volgens brief van Texel van de 9e dezer, de 7e dito op de riggel (opm: Richel) bij ’t Vlie gestrand, had de masten gekapt en zou weg zijn.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 10 oktober. In de vergadering der stemgerechtigde deelhebbers in de Nederlandsche Handel-Maatschappij, gisteren op het raadhuis dezer stad gehouden, is tot commissaris dier Maatschappij voor de stad Dordrecht gekozen de heer F.C. Déking Dura, en tot plaatsvervanger de heer O.B. ’t Hooft.


12 oktober 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 9 oktober. De schepen CATHARINA ENGELINA (opm: kof), kapt. H.H. Smilde, van Amsterdam naar Dantzig, ALBERTINA, kapt. Hoijer, van dito naar Drammen, en MINFADERSMINDE (opm: FAEDRENESMINDE?), kapt. Arentsen, van Harlingen naar Tvedestrand, zijn in de gisteren alhier geheerst hebbende storm op de rede gestrand, vol water gelopen en zullen weg zijn. Van het eerste en het laatste is het volk gered, doch van het tweede de kapitein en drie man verdronken, en van de lading 12 balen koffij en zeven kistjes kandij geborgen.
(opm: de MINFADERSMINDE of FAEDRENESMINDE werd afgebracht, maar strandde op 30 oktober opnieuw en ging verloren, zie NRC 021149).
Het schip SOPHIA, kapt. Andreassen, van Harlingen naar Frederikstad, is masteloos naar Terschelling gesleept.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 7 oktober. De schepen het VERTROUWEN, kapt. Pott, van Amsterdam naar St. Petersburg, en ZEELUST, kapt. de Boer, van Oudsoen herwaarts gedestineerd, zijn alhier binnengebracht, het eerste met verlies van anker en ketting en het tweede met verlies van de vleet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 8 oktober. Het barkschip FORTUNA, kapt. Kramer, van Dantzig, is hier heden gearriveerd. Het schip maakt veel water.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 5 oktober. In de nacht van de 4e dezer is er tussen Helsingborg en Ra op de zogenaamde Knäshaken, een Nederlands schip, van Amsterdam komende, gestrand, De kustbewoners hebben de kapitein aangeboden hetzelve voor GBP 100 in vlot water te brengen. Hij wilde echter eerst beproeven of dit niet met eigen hulp te doen ware. Naam enz. is niet opgegeven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 11 oktober. Volgens brief van Texel van de 10e dezer waren in de storm van de 8e dezer nog op Terschelling gestrand twee schepen, als een tjalk, beladen met steenkolen, en een kof (opm: zie volgend bericht, waarschijnlijk buitenlander), beladen met spoorstaven, de namen onbekend. Van beide was het volk gered. Een brik, beladen met granen, was in het Amelander gat gestrand. De 9e dezer was op ’t Vlie aangebracht een gedeelte der tuigage en wijn, afkomstig van een Nederlandse kof, waarvan het volk op Terschelling was aangebracht.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Het hol of casco van het nabij Callantsoog gestrande tjalkschip JANTINA, gevoerd geweest bij schipper R.E. Brouwer, benevens inhebbende lading Sunderlandse steenkolen en geborgen inventaris, zullen aldaar in het openbaar om contant geld worden verkocht op zaterdag de 13e dezer maand oktober, des voormiddags ten elf ure.


13 oktober 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 12 oktober. De kof CATHARINA MARGARETHA, kapt. Behrends, van Charlestown met spoorstaven naar Hamburg, is, volgens brief van Texel van de 11e dezer, de 8e dito op de noordoosthoek van Terschelling gestrand, doch het volk gered, zijnde dit het schip gisteren gemeld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 12 oktober. Het schip JONGE DIRK, kapt. R.J. Rijnberg, van Harlingen naar Noorwegen, bij ’t Vlie gestrand – zie ons nummer van 11 dezer – is geheel weg, doch het volk gered en op Terschelling aangekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 9 oktober. Het schip MARIA, kapt. Zaag, van Kopenhagen naar Hamburg, is op Steilsand gestrand, doch zal, ofschoon zwaar lek, waarschijnlijk afgebracht kunnen worden. De lading wordt gelost en het volk is gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. H.J. Rietveld en D. Beth, makelaars, zullen op maandag de 5e november1849, des avonds ten 6 ure precies, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads Herberg, aan het IJ, verkopen: het snelzeilend gekoperd en kopervast Nederlands fregatschip JOSEPHINE EN CATHARINA, gevoerd door kapt. A.J. Andresen, groot volgens Rijksmeetbrief 886 tonnen of 468 lasten, met deszelfs complete inventaris. Iemand nader onderricht begerende, spreke met bovengemelde makelaars of met de cargadoors Hoyman & Schuurman te Amsterdam.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De notaris J.S. Bokma te Akkrum zal op maandag de 22e oktober 1849, des avonds ten 6 ure, ten huize van de kastelein C.W. Raadsveld, in de Schans onder Nijehaske, bij het Heerenveen, finaal bij verhooggeld verkopen een in den jare 1844 nieuw uitgehaald hektjalkschip, genaamd OP HOOP VAN ZEGEN, groot 55 tonnen, laatst bevaren door nu wijlen Lieuwe Johannes van der Meer, waarop geboden is NLG 2.451,-
Alles zodanig als voorschreven schip is liggende aan de Heerenwal onder Nijehaske.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 11 oktober. De 9e dezer zijn hier aangekomen het Nederlandse schip NASSAU, kapt. J.L. ten Boekel, de 30e juni vertrokken van Texel, de dito bark ARDJOENO, kapt. S.R. Post, de 15e juni vertrokken van Vlissingen, het dito schip ISIS, kapt. W.B. Derks, de 17e juni vertrokken van Amsterdam, de dito bark KONING WILLEM II, kapt. G. van Eijk Menkman, de 24e juni vertrokken van Amsterdam, en de dito bark THEODORA EN SARA, kapt. A. van Oosteroom, de 24e juni vertrokken van Amsterdam.
Gisteren is hier aangekomen het dito schip MARY EN HILLEGONDA, kapt. J. Matens, de 1e juli vertrokken van Rotterdam.
Heden is hier aangekomen de dito bark MAAS, kapt,. J. Timmermans, de 9e april vertrokken van Rotterdam.


15 oktober 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 13 oktober. De stoomboot de EEMSTROOM, van Emden naar Delfzijl, is, volgens brief van Delfzijl van de 11e dezer, aldaar in de haven gezonken, zijnde in de storm van de 8e dezer zwaar beschadigd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 13 oktober. Het schip ALIDA GEERTRUIDA, kapt. Weits (opm: kof GEERTRUIDA ALIDA, kapt. H.J.R. Weits), van Hartlepool naar Bremen, is, volgens brief van Delfzijl van de 11e dezer, de 8e dito bij Baltrum gestrand, doch het volk gered. Een gedeelte der tuigage zou vermoedelijk geborgen worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 9 oktober. Eergisteren is bij het eiland Baltrum gestrand het te Delfzijl te huis behorende kofschip GERT ALIDA (opm: GEERTRUIDA ALIDA), kapt. Weits, met een lading steenkolen van Hartlepool naar Brake bestemd. De manschap, zo ook het tuig, is gered. Van de lading is echter niets te bergen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Swinemünde, 8 oktober. Kapt. Tonnersen, voerende het schip VIBELA, van Fahrsund hier gearriveerd, bericht de 6e dezer 4½ mijl ten westen van het eiland Moen een gezonken schip te zijn gepasseerd, ogenschijnlijk een Nederlandse kof, waarvan alleen de beide toppen der masten zichtbaar waren. Het wrak ligt in 8 of 9 vadem water, op een zeer gevaarlijke plaats voor de scheepvaart.
(opm: zie ook NRC 080949)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Blijkens notariële acte, op de 13e oktober 1849 te Rotterdam gepasseerd, is tussen de ondergetekenden, Maarten Reuchlin, Cornelis Moll en François Corneille Dutilh, allen kooplieden, wonende aldaar, aangegaan een vennootschap in het boekhouderschap van schepen, en alles wat daartoe maar enigszins kan geacht worden te behoren, echter daarvan uitgesloten alle andere handel. De vennootschap zal gevestigd zijn te Rotterdam en canteren onder de firma Reuchlin, Moll & Dutilh, van welke firma al de vennoten de tekening zullen hebben in en omtrent alle zaken, de vennootschap direct betreffende en niet tot het doen van negotiatiën van gelden ten behoeve der firma, geldleningen uit de kas der firma, borgtochten of andere bezwarende contracten, transactiën, speculatiën als anderszins, als waartoe de particuliere handtekeningen van al de vennoten worden vereist. De vennootschap is aangegaan voor de tijd van tien jaren en drie maanden, ingegaan de 1e oktober 1849 en mitsdien zullende eindigen de 31e december 1859, met dien verstande echter, dat indien een of meer der vennoten verlangen de vennootschap alsdan te doen eindigen, deze verplicht zal of zullen zijn daarvan de anderen zes maanden bevorens te waarschuwen, bij gebreke waarvan de vennootschap op nieuw voor een jaar zal worden gecontinueerd en welke continuatie voor een jaar telkens zo dikwijls zal plaats hebben, tot dat een waarschuwing, als boven is gezegd, zal zijn geschied. Geschiedende deze bekendmaking ingevolge de bepaling van art. 28 van het Wetboek van Koophandel.
get. M. Reuchlin, Corn. Moll, F.C. Dutilh.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ameland, 9 oktober. De schepen MARIA GEERTRUIDA (opm: smak), kapt. J. Dokter, van Koningsbergen naar Amsterdam, ALBERDINA, kapt. Wolkammer, van Wolgast naar Rotterdam, PERLE (opm: Deen), kapt. Lindeman, van Aberdeen, en JOHN AND MARY kapt. Collidge, (opm: vermoedelijk Engelsman, kapt. Paul Colledge), van Hartlepool, beide naar Hamburg, zijn gisteren op het Oosteinde van dit eiland verongelukt. Van de beide eersten is het volk gered, doch van het derde de kapitein en van het laatste een matroos en een jongen daarbij omgekomen. (opm: zie volgend bericht d.d. Rotterdam, 14 oktober)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 oktober. De 8e dezer ontving men op Ameland het bericht, dat op twee uren afstand van het eiland gestrand was een galjasschip. Op het vernemen dier tijding werd in allerijl de boot der Noord- en Zuid-Hollandsche Redding-Maatschappij in gereedheid gebracht. In zee gestoken, had zij met de vreselijke storm en hevige branding te kampen, doch bereikte na enige inspanning het schip en had het geluk de schepelingen, welke zich nog op de bodem bevonden en in groot gevaar verkeerden, te redden en aan de anders wisse dood te ontrukken. Bij onderzoek is gebleken, da0t dit schip een Deens galjasschip was, genaamd PERLE, en gevoerd door kapt. P. Lindeman, komende met steenkolen van Schotland en bestemd naar Hamburg. De kapitein was bij de aankomst der boot reeds over boord geslagen en verdronken, zodat alleen de stuurman en de twee matrozen gered zijn geworden. De boot keerde met de geredden terug naar Ameland, waar tevens voor de goede berging der aan strand gespoelde goederen zorg werd gedragen.
Nadat de boot een uur vertrokken was, ontdekte men nabij de branding een ander schip, en vermoedende dat hetzelve ten gevolge van de hevige storm moest stranden, werd door het bestuur der maatschappij aldaar terstond aan de oppasser der boot last gegeven om met dezelve onverwijld terug te komen. Intussen strandde dit schip kort daarna. Men liet een vat aan een loodlijn naar het strand drijven, hetwelk door de aanwezigen, welke hand aan hand in zee liepen, gevat werd en langs welke lijn de schipbreukelingen, ten getale van vier en een vrouw, met het grootste gevaar een voor een aan land getrokken werden. Hoe gevaarlijk deze aanlandtrekking was, daar ieder der geredden minstens zes minuten onder water en door een hevige branding getrokken moest worden, kan elk begrijpen.
In de nacht van de 9e strandde weder een schip. De reddingboot werd dadelijk derwaarts gebracht en bereikte hetzelve. Daar het schip zeer hoog gestrand was, bleef de equipage echter aan boord om het laagwater af te wachten.
Tezelfder tijd strandde iets oostelijker in de buitenbanken nog een schip. De boot stak ter stond opnieuw in zee, Men bevond, dat het een vrij groot schip was, welks bemanning in levensgevaar verkeerde en een noodgeschrei aanhief. Weldra verbrijzelde het achterschip en viel de grote mast over boord. Tweemaal keerde de boot terug, daar zij het schip niet kon naderen wegens de om hetzelve drijvende tuigage, wrakken en hoge branding. Een derde poging gelukte en men redde nog vijf van de manschap; twee waren reeds bij het over boord slaan van de grote mast verdronken. De redding dier vijf manschappen ging met grote gevaren vergezeld, want een ogenblik daarna kraakte het schip en sloeg geheel uit elkander.
- Het tweede hier bedoelde schip was het Nederlandse smakschip MARIA GEERTRUIDA, kapt. J.L. Dokter (opm: bouwjaar 1831; kapt. Jan Livius Dokter), met rogge van Koningsbergen naar Rotterdam bestemd; schip en lading zijn verloren.
- Het derde was het Nederlands kofschip ALBERDINA, kapt. A.A. Wolkammer, met rogge van Wolgast naar Rotterdam bestemd; de tuigage en lading van dit schip blijven waarschijnlijk behouden. (opm: het hol werd geborgen, op 5 juli 1850 aangekocht door koopman O.A. Brouwer en op 28 augustus 1850 als HET FORTUIN VAN DOCKUM voor NLG 2.000 doorverkocht aan kapt. G.A. Brouwer; na te zijn opgekalefaterd ging kapt. Brouwer met de kof naar zee)
- Het vierde was het Engelse brikschip MARY JOHN, kapt. Paul Colledge, met steenkolen van Hartlepool naar Hamburg bestemd. Dit schip is met de lading geheel verloren.
(opm: zie voorgaand bericht d.d. Ameland, 9 oktober en ook PGC 161049)


16 oktober 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Grimsby, 11 oktober. Alhier is met verlies van zeilen en verschansing binnengelopen het schip AMALIA (opm: ook AMELIA), kapt. Rook, van Newcastle naar Hamburg bestemd, hebbend drie voeten water in het ruim.


  AH - Algemeen Handelsblad

Liverpool,12 oktober. Het schip ORION, kapt. Cornelius, 17 augustus van Wilmington naar Amsterdam, is in zinkende staat door het volk verlaten; de equipage is alhier aangekomen.
(opm: waarschijnlijk buitenlander)


  DC - Dordtsche Courant

Volgens berichten uit Harlingen moeten er bij de op de 7 en 8 dezer gewoed hebbende storm vele schepen, waaronder een Noorse driemaster, in de Zuiderzee vergaan zijn. In bovengenoemde stad is een Engelse brik (tweemaster), bijgestaan door de loodsen van Terschelling binnengebracht. Het schip is geheel onttakeld, doch de equipage is gered. De Engels stoomboot, gisteren aldaar aangekomen, had een man, in de zee op een wrak drijvende, opgenomen. Nog vernemen wij, dat een tjalkschip, gevoerd wordende door de schipper Van der Meulen, met granen beladen en naar Haarlem bestemd, een prooi der golven is geworden. Volgens geruchten zouden er slechts enigen der zich daarop bevindende personen gered zijn. Wij wachten echter nauwkeuriger mededelingen omtrent dit alles af.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

In ons vorig nummer maakten wij met een woord gewag van het zinken van de stoomboot DE EEMSTROOM in de haven van Delfzijl. Thans vernemen wij, dat, hoewel op de 8e oktober jl. een hevige storm woedde, de kapitein niettemin in de namiddag van die dag, nadat hem, naar men verneemt, door enige personen was toegevoegd, dat hij de schijn zou hebben van bang te zijn, indien hij niet voer, het besluit nam naar Delfzijl te stomen, welke reis dan ook onder zeer groot gevaar eindelijk werd volbracht. De passagiers kwamen goed en behouden aan wal, doch de boot, die op reis reeds veel water had gemaakt, kon op de plaats van aankomst niet blijven liggen en werd alzo die zelfde avond nog in de haven gebracht, alwaar zij vervolgens is gezonken. De volgende dag werd alle mogelijke moeite aangewend tot behoud van de boot, en het gelukte dan ook nog al spoedig haar weder in zodanige staat te brengen, dat de terugreis woensdag daaraanvolgende kon geschieden, terwijl zij, naar men verneemt, dien dag ook te Emden is gearriveerd.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De schepen CATHARINA ENGELINA, kapt. H.H. Smilde, naar Danzig: ALBERTINA, kapt. Hoijer (opm: buitenlander), naar Drammen, beide van Amsterdam naar Tvedestrand, zijn de 8e deze maand in de in het Vlie geheerst hebbende storm op de reede gestrand, vol water gelopen en zullen weg zijn; van het eerste is het volk gered, doch van het tweede zijn de kapitein en drie man verdronken, en van de lading12 balen koffij en 7 kistjes kandij geborgen; het wrak zit masteloos en gelijk met het water op de rode tonnenplaat.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De schepen HET VERTROUWEN, kapt. Pott, van Amsterdam naar St. Petersburg, en ZEELUST, kapt. De Boer, van Oudsoen naar Harlingen gedestineerd, zijn aldaar (opm: te Harlingen) binnengebracht, het eerste met verlies van anker en ketting en het tweede met verlies van de vleet.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Men schrijft uit Elseneur van de 5e deze maand, dat de vorige nacht bij Helsingborg gestrand is een Nederlands galjas, komende in ballast van Amsterdam, de naam onbekend; de kustbewoners hadden assistentie aangeboden, doch was dit door de kapitein voor als toen nog geweigerd geworden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Volgens brief van Ameland van de 9e oktober waren de vorige nacht en dien namiddag op het oosteinde van dat eiland verongelukt:
- De galjas PERLE, kapt. Lindeman, met steenkool van Aberdour naar Hamburg, de kapitein is daarbij omgekomen, het overige scheepsvolk gered; men hoopte een gedeelte van de tuigage te bergen;
- De smak MARIA GEERTRUIDA, kapt. Dokter, met rogge van Koningsbergen naar Amsterdam; het volk is gered;
- De kof ALBERDINA, kapt. Wolkammer, met rogge van Wolgast naar Rotterdam; het volk is gered en men hoopte het tuig en een gedeelte van de lading te bergen, en
- De brik JOHN AND MARY, kapt. Collidge, met steenkool van Hartlepool naar Hamburg; het volk is gered, behalve een matroos en een jongen, die door het vallen van de grote mast overboord geraakt zijn; van de lading of het tuig zou niets geborgen worden.


17 oktober 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 oktober. De 14e dezer is te Edam met goed gevolg van stapel gelopen het brikschip ZEEVAART, groot ca. 200 tonnen, zullende gevoerd worden door kapt. W.J. Bakker, varende onder het boekhouderschap van de heer J. Teengs Telting.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 14 oktober. De Nederlandse tjalk VROUW WILHELMINA, kapt. Coningh, welke de 9e van hier vertrok, is hier heden met gescheurde zeilen en andere schade weder binnen gelopen.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 15 oktober. de 12e dezer is hier aangekomen de Nederlandse bark de EENDRAGT,
kapt. M. van Velthoven, de 30e juni vertrokken van Schiedam.
De 13e dezer zijn hier aangekomen het dito schip MARIA, kapt. E. Goetskoke, de 9e juli vertrokken van Amsterdam, de dito bark ANTOINETTE MARIA, kapt. J.J. Day, de 7e juli vertrokken van Rotterdam, en het dito schip DOCTRINA ET AMICITIA, kapt. T.C.H. Wijnandts, de 6e juli vertrokken van Amsterdam.
Gisteren zijn hier aangekomen de dito bark MOSAMBIQUE, kapt. F.J.J. Bouwman, met een passagier, de 11e juli vertrokken van Portsmouth, en het dito schip PRINS MAURITS, kapt. J.I. Bart, met een aantal passagiers en Zr.Ms. troepen, de 9e juli vertrokken van Amsterdam.
Heden is hier aangekomen het dito schip HELENA, kapt. P.H. Willers, de 30e juni vertrokken van Amsterdam.


18 oktober 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 oktober. Uit Warffum schrijft men het volgende: Op de 9e dezer is in de schilgronden, bewesten het eiland Rottumeroog, gestrand het kofschip OOSTFRIESIA (opm: vermoedelijk OST FRISIA, buitenlander), gevoerd door kapt. M.F. Munning, van Veendam, geladen met steenkolen, komende van Newcastle en bestemd naar Rendsburg. De equipage, bestaande uit vier man, is met levensgevaar door de voogd van genoemd eiland gered en alhier aan wal gebracht. De kapitein verhaalde dat, terwijl het schip met vreselijk geweld door de golven over de gronden werd gezweept, het opeens dermate aan de grond stootte, dat de gehele kiel bijna ineens van onder het vaartuig wegsloeg en dit dus onmiddellijk zou gezonken zijn, indien het op diepte geraakt ware. De equipage verkeerde nochtans in het grootste levensgevaar, doch nu ook zag men in de verte de voogd van Rottumeroog met zijn sterk gebouwd vaartuig opdagen, aan wie het met de grootste inspanning gelukte de wrakke bodem te naderen en in allerijl hen allen op zijn vaartuig over te nemen, waarbij men zich derwijze moest haasten, dat de kapitein bijna al zijn kledingstukken in het wrak moest achterlaten. Thans is het schip, waarvan later nog de tuigage is geborgen, bijna geheel verbrijzeld. Van de lading is niets gered.
Ook is op het eiland Rottumeroog aangespoeld het kajuitsdek van een nieuw Nederlands kofschip, waarschijnlijk voor de eerste maal uitgezeild, met het schotwerk uit de kajuit, geverfd met de kleur van notenbomenhout, een koperen kruk aan de binnenkajuitsdeur, waaraan voorts ijzeren hengen, benevens een losse vergulde klaver van het roer.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gravesend, 14 oktober. Het schip ANN (opm: Engelse brik), kapt. G. Durell, van Fernambuck (opm: Pernambuco, thans Recife, lading suiker) naar Hamburg, is op de Nederlandse kust verongelukt, doch het volk gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maldon, 14 oktober. Het schip (opm: kof) HENDRIKA, kapt. J.R. Zoutman, gisteren van hier naar Hartlepool vertrokken, is door weigeren van wenden tegen een schoener aangedreven en heeft daardoor de bezaansmast verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare verkoping van een pleitschip en twee ballastschuiten te Antwerpen. De notarissen Gheysens en Lemmers, ter residentie Antwerpen, zullen aldaar op dinsdag 23 oktober 1849 ten 10 ure voormiddag ter herberg La Force bij de Wed. Garling op de Zeeuwsche Koornmarkt No. 2423 aan het bassin, openbaar aan de meestbiedende verkopen:
1. een schoon en overdekt Pleitschip, genaamd de SOPHIA, metende 99 tonnen, met deszelfs inventaris,
2. een schuit, genaamd FREDERIK, metende 36 tonnen, met deszelfs inventaris,
3. een poenschuit, genaamd PETRONILLA, metende 36 tonnen, met al haar toebehoren.
Alle te zien door de liefhebbers vier dagen vóór de verkoping aan de Noordkant van het Groote Dok, te Antwerpen. De verkoping zal geschieden op contante betaling met verhoging van 10 %.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Capelle aan den IJssel, 17 oktober. Heden is alhier op de werf van de scheepsbouwmeester P. Bakhuysen (opm: Bakhuizen), de kiel gelegd van een barkschip, genaamd de HOOP VAN CAPPELLE, groot 300 lasten, hetwelk zal gevoerd worden door kapitein David Forbes Browning, en varen zal onder het boekhouderschap van de heren Reuchlin, Moll en Dutilh; zijnde dit het tweede schip op die werf in aanbouw.


  RC - Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 16 oktober. Van Antwerpen vertrokken den 14 dezer de HARRIET (opm: Belgische bark, bouwjaar 1802, kapt. Zellien, naar Akyab (opm: Sittwe, Myanmar [Birma])


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een extra ordinair welbezeild kofschip, groot omstreeks 75 rogge-laten. Te bevragen bij de cargadoors Oolgaardt & Bruinier te Amsterdam.


  DC - Dordtsche Courant

Terschelling, 10 oktober. De Hannoverse kof VROUW JANTJE, kapt. Lefoog, van St. Davids, met steenkolen naar Hamburg, is de 8 dezer alhier gestrand, doch het volk gered. Het schip SOPHIA, kapt. Andreassen, van Harlingen naar Tonsberg, is alhier masteloos in de haven gebracht.


19 oktober 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Verkoop van een overdekt kraakschip. Op vrijwillige autorisatie wordt door de practizijns (opm: advocaat of procureur) Van Neck en Vijzelaar, wier kantoor gevestigd is te Rotterdam achter de Grote Kerk tussen de Toren- en de Wijde Kerkstraten, terstond onder de hand te koop aangeboden een overdekt kraakschip, hetwelk op de 1e mei 1844, na geheel nieuw opgebouwd te zijn, wettig is gemeten ter lengte van 17 ellen 6 palmen, wijdte 3 ellen 4 palmen, holte 1 el 8 palmen 7 duimen en alzo groot 70 tonnen, met al deszelfs staand en lopend want en verdere inventaris. Nadere informatie ten kantore bovengemeld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

In lading te Rotterdam naar: Kaap de Goede Hoop. Het gekoperd snelzeilend Nederlands barkschip WOLTEMADE, kapt. F. Guyt Jr. Adres ten kantore van Kuyper, van Dam en Smeer. (opm: zie echter NRC 311249)


20 oktober 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 oktober. Op de 1e oktober is bij de scheepsbouwmeesters W. & J. Hoogendijk & Co te Capelle op den IJssel de kiel gelegd van een barkschip, groot 220 lasten, genaamd GENERAAL MICHIELS, voor rekening van de heer W.C. Versluis te Rotterdam, en gisteren de 18e oktober is (opm: bij dezelfde scheepsbouwers) de kiel gelegd van een barkschip, groot 300 lasten, genaamd EVERDINA ELIZABETH, voor rekening van de heer P. de Boer te Rotterdam, beide bestemd voor de vaart op Oost-Indië.


  AH - Algemeen Handelsblad

Antwerpen, 18 oktober. Het schip HELEN AUGUST, kapt. Henderson, van Akyab, om order in Vlissingen binnengelopen, is bij deszelfs vertrek naar Rotterdam, op de kust van Zoutelande gestrand, doch zal waarschijnlijk met de vloed afgebracht worden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. B.D. Bosscher, makelaar, zal op maandag de 5e november 1849, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, verkopen een extra ordinair welbezeild schoener-kofschip, genaamd HENRIETTE, varende onder Nederlandse vlag, en laatst gevoerd door kapt. A.H. Trip, volgens Nederlandse meetbrief lang 26 ellen 90 duimen, wijd 4 ellen 89 duimen, hol 3 ellen 17 duimen, en alzo gemeten op 185 tonnen of 98 lasten. Breder volgens inventaris en bericht bij bovengemelde makelaar.


  JC - Javasche Courant

Rotterdam, 8 augustus. – Voor twee jaren werd er reeds melding gemaakt, hoe enige Nederlanders zich verbonden hadden om, onder gemaakt contract met de Nederlandscge Stoomboot Maatschappij alhier, zich naar Rusland te begeven en wel bepaaldelijk naar de stad Rijbinsk, aan de Wolga, om aan de Wolga Stoomboot Maatschappij, onder directie van de heer Röntgen aldaar, als scheepstimmerlieden ten behoeve van Rusland werkzaam te zijn, van welke taak onze landgenoten zich met eer hebben gekweten, waarna de meeste hunner weder in het vaderland zijn teruggekeerd. Twee van hen echter werden uitgenodigd, om naar een ontworpen plan , van Rotterdam opgezonden, een stroomboot naar de Hollandse manier, voor particuliere rekening in de stad Balagna, zijnde circa 150 uren verder dan Rijbinsk, te bouwen. Daartoe werden twee onder stadsgenoten, namelijk Johannes Snelleman, als bouwmeester, en Jan Wesselt, als machinist, gekozen. Zij namen die moeilijke taak op zich, en de 1e september II werd de kiel gelegd, die, volgens de daar heersende gebruiken, door de geestelijkheid plechtig werd ingewijd. De gehele stoomboot, SARDINA genaamd, welke 20 voet lang, 32 voet breed, 10 voet hol was, en slechts 2 voet en 5 duim Amsterdamse maat diep ging, was met 30 Russische werklieden de 28e april jl. voltooid, en werd daarop met de gebruikelijke plechtigheid der geestelijkheid, in tegenwoordigheid van de eigenaar, de inwoners en vele vreemdelingen, te water gelaten; deze boot voldeed in alle opzichten zozeer, dat eenparig uit duizenden monden het: ‘Eere aan den Nederlanders’ weergalmde, terwijl de bouwmeester en machinist op een plechtige wijze werden bedankt, de treffendste blijken van erkentelijkheid ondervonden, en de meest vererende attestaties wegens bekwaamheden en goed gedrag ontvingen.
Zo werd door Nederlanders in Rusland, nog eens de roem verkregen, die Peter I, keizer van Rusland, voor anderhalve eeuw, tijdens zijn verblijf hier te lande, reeds zo begerig voor zijn onderdanen zocht. En wij danken onze stadgenoten, waarvan de bouwmeester reeds in de afgelopen week, na een moeilijke reis, in ons midden is teruggekeerd, en ook de machinist spoedig te wachten is, - dat zij de oude vaderlandse roem in de vreemde op een zo waardige wijze hebben gehandhaafd.


22 oktober 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 20 oktober. Volgens brief van de Zoltkamp van de 18e dezer was in het Friesche Gat gestrand en verbrijzeld een Franse schoener, de naam onbekend. Het volk zou zich echter aan de Friese kust gered hebben.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 15 oktober. Op de Memmert is veel wrakhout aangespoeld, waaronder een naambord, waarop ELISABETH met witte letters op een grijze grond, benevens enige bladen uit een scheepsjournaal van het jaar 1848 van het schip GERTINA, kapt. C. Meijer.
Op Juist is mede veel wrakhout aangespoeld en een naambord, waarop DAGERAAD.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Den 16 oktober te Termunderzijl arriveert de EENDRAGT (opm: kof), H.A. Scheppers van Noorwegen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. H.J. Rietveld en D. Beth, makelaars, zullen op maandag de 5e november 1849, des avonds ten 6 ure precies, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads-Herberg, aan het IJ, verkopen: het snelzeilend, gekoperd en kopervast Nederlands fregatschip JOSEPHINE EN CATHARINA, gevoerd door kapt. A.J. Andresen, groot volgens Rijksmeetbrief 886 tonnen of 468 lasten, met deszelfs complete inventaris, en liggende in het Oosterdok aan de Dijk. Iemand nader onderricht begerende, spreke met bovengemelde makelaars of met de cargadoors Hoyman & Schuurman te Amsterdam.


23 oktober 1849


  AH - Algemeen Handelsblad

Nantes, 17 oktober. Binnengekomen op de rivier de GEBINA MARIA (opm: kof), kapt. R.H. Nagel, van Amsterdam.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Rendsburg, 13 oktober. Wegens reparatie aan de sluis zal de vaart door het Sleeswijk-Holsteinse kanaal van 1 december 1849 tot 1 maart 1850 gestremd zijn.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Norden, 15 oktober. Op de Memmert is veel wrakhout gevonden, waaronder een naambord, waarop Elisabeth met witte letters op een grijze grond, benevens enige bladen uit een scheepsjournaal van het jaar 1848 van het schip GERTINA, kapt. Meijer.
Op Juist zijn almede watervaten, wrakhout en een naambord aangespoeld, waarop Dageraad.


24 oktober 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Grimsby, 19 oktober. De AMELIA (opm: ook AMALIA), kapt. Rook, van Newcastle naar Hamburg, is hier gisteren met verlies van zeilen en zwaar lek binnengelopen. Men is bezig om de lading in twee andere schepen te lossen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Op aanstaande woensdag en donderdag, de 31e oktober en 1 november 1849, zullen successievelijk te Westerschelling, op het eiland Terschelling, publiek worden verkocht de scheeps-tuigagiën, geborgen van de bij de Vlierede op de 7e en 8e oktober jl. verongelukte Nederlandse kofschepen, genaamd de JONGE DIRK, gevoerd bij kapt. B.J. Rijnberg, en CATHARINA ENGELINA, kapt. H.H. Smilde, beiden van Pekel-A, bestaande in onderscheidene zware touwen, zo vol als gekapt, einden ketting, ankers, trossen, gekapt staand en lopend touwwerk, rondhout, zeilen, boten en verdere scheepsgoederen.
Informatie te bekomen bij de heren C. Zunderdorp en H.L. Bolk & Co., scheeps-commissionairs op Terschelling.


26 oktober 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 25 oktober. De Engelse brik ARMENIA, kapt. Coatsworth, van Sunderland met steenkolen naar het Nieuwediep, is volgens brief van Texel van de 24e dezer, de vorige morgen op de Eijerlandse Gronden vervallen. Het zit vol water en zal met de lading weg zijn. De equipage, bestaande uit acht man, hebben zich met de boot gered en zijn op het Eijerland aangekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Op heden ontvingen wij de treurige tijding, dat onze beminde zoon en broeder Charles Frederick Roche, stuurman aan boord van het schoenerschip AMPHITRITE, in de ouderdom van ruim 31 jaren de 20e september l.l. op zijn terugreis van Suriname aan de gevolgen ener hevige koorts is bezweken.
Rotterdam, 24 oktober 1849, uit aller naam: John Roche


27 oktober 1849


  JC - Javasche Courant

Batavia, 25 oktober. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip VICE ADMIRAAL RIJK, kapt. S. Lammerts, de 29e juni vertrokken van Amsterdam.


30 oktober 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 oktober. Naar men verzekert, bestaat bij de regering het voornemen om een nieuw stoomschip, gelijk aan de PLUTO, benevens vier kleine ijzeren stoomschepen, alle bestemd voor de dienst in Nederlandsch-Indië, te laten bouwen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 oktober. Men schrijft ons uit ’s Hertogenbosch het volgende: Een verschrikkelijk ongeluk heeft heden morgen hier plaats gehad. De ketel der stoomboot JAN VAN ARKEL II is op het ogenblik van afvaren gesprongen. Tot hiertoe heeft men zeker zeven mensenlevens te betreuren en er liggen nog vier gewonden in het gasthuis, waaronder echter twee nopens welke men geen zorg koestert. Onder deze twee en wel de minst gevaarlijk gekwetste, is iemand, I. de H, die te Rotterdam te huis behoort. De brave hofmeester Gerris, dien ieder achtte en gaarne op de boot aantrof, is tot op een paar honderd passen weg geworpen en heeft geen teken van leven meer gegeven. Een ander is wel honderd passen weggeslingerd, doch is behouden gebleven. Men vermoedt, dat er nog drie à vier passagiers verongelukt zijn, welke men niet kent maar meent aan boord te hebben zien gaan. De gehele ijzeren boot is verwoest, de machine is uit elkander en verstrooid, alles wat achter de raderkast was is vernield, het voorstuk is betrekkelijk minder verbrijzeld. Een gedeelte der machine, hetwelk men op omstreeks 1000 pond schat, is op wel 300 passen, over de huizen heen, geworpen. Onder de overledenen is een kapitein der infanterie, S. genaamd. Buiten deze, de hofmeester, een aannemer uit ’s Hertogenbosch, een zekere heer V. uit Waspik, zijnde de overige verongelukten nog onbekend.
Een nader bericht meldt, dat tot dusverre acht lijken zijn gevonden en vijf gewonden, waarvan één zeer ernstig. Eén knecht van de boot is nog vermist. De onmiddellijke oorzaak der ramp is onbekend. Wel worden er allerlei gissingen gemaakt, doch met enige zekerheid is er tot dusverre niets van te zeggen, daar de boot en haar machines geheel en al verbrijzeld zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 oktober. Het huurcontract van het stoomschip WILLEM DE EERSTE, met H.K.H. prinses Marianne aan boord, loopt de 1e december ten einde. Naar men zegt, is de huurprijs bepaald op NLG 50.000, terwijl elke maand langer dezelfde som moet zijn bedongen.
(opm: relevante alinea over bericht reis Prinses Marianne, medio oktober ziek te Zuid-Italië, waardoor de reis vertraging opliep, zie o.m. bericht in NRC 260649)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Shields, 26 oktober. Het schip CATHARINA, kapt. Waalman, dat wegens fraude door de douane aangehouden was, is tegen betaling van GBP 10 ontslagen.
Het schip PAULINA, kapt. S.F. de Boer, van Dordrecht, is mede wegens fraude van tabak, die men aan boord gevonden heeft, onder toezicht der douane gesteld. De kapitein en een man der equipage zijn in verzekering genomen.


31 oktober 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Windau (opm: Ventspils), 13 oktober. De 9e dezer strandde in de nabijheid van Preisek het te Hoogezand te huis behorende kofschip GOEDE HOOP, kapt. T.M. de Jonge. De equipage en papieren, alsmede een gedeelte van de inventaris, is gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia, mede voor passagiers, waartoe hetzelve uitmuntend is ingericht, het nieuw op de zeilage gebouwd Nederlands gekoperd barkschip KINDERDIJK, kapt. W. Ouwehand, voerende een bekwame scheepsdokter, om medio november te vertrekken. Adres ten kantore van Kuyper, Van Dam & Smeer en Hudig & Blokhuyzen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 30 oktober. Volgens brief van kapt. De Jong, voerende het schip JUPITER, in dato Soerabaija 19 augustus, had het schip op de uitreis aan beide boegen het koper verloren en moest na gedane inspectie kielen, waarmede hij hoopte tegen het einde der maand gereed te zijn.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 29 oktober. De 26e dezer is hier aangekomen de Nederlandse bark URANIA, kapt. E.K. de Boer, de 29e juni vertrokken van Amsterdam.
Gisteren is hier aangekomen de dito bark BALTIMORE, kapt. T.J. Jaski, met een passagier, de 16e juli vertrokken van Amsterdam.
Heden zijn hier aangekomen het dito schip KONING WILLEM II, kapt. H.B. Eeftingh, de 9e juli vertrokken van Amsterdam, en het dito schip AMBOINA, kapt. J.A. Pronk, met twee passagiers, de 25e juni vertrokken van Rotterdam.


01 november 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 oktober. Betreffende het springen der stoomboot JAN VAN ARKEL II, deelt onze correspondent te ’s Hertogenbosch, onder dagtekening van 30 dezer, nog de volgende bijzonderheden mede: Gisteren is nog gevonden het lijk van Simon Joosten, linnenkoper te Woensel bij Eindhoven. Het lijk van de knecht der stoomboot, die bij het springen juist de gang of de plank loswierp, is nog niet gevonden. Ik heb u van vijf verwonden gemeld, omdat de twee à drie overigen slechts in lichte mate gekwetst zijn. De machinist is vrij erg verbrand, maar erger is het met een der twee verwonde stokers. Behalve deze drie, is van de equipage, doch niet erg, verwond de knecht van de hofmeester. Over de oorzaak zijn – gelijk wij reeds gisteren zeiden – allerlei geruchten in omloop, doch het zal voorzichtig zijn af te wachten, wat het onderzoek, thans door de justitie ingesteld, zal opleveren.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 31 oktober. Aangaande het vreselijk ongeluk met het stoomjacht JAN VAN ARKEL, lezen wij in de ’s Hertogenbossche Stadscourant het volgende bericht, hetwelk in de hoofdzaak met het onze dienaangaande in onze vorige kortelijk medegedeelde overeenkomt:
Zondag morgen zeven ure, sprong de stoomketel van het stoomjacht JAN VAN ARKEL No. 2, met een vervaarlijk gedruis, en sloeg het stoomjacht uit elkanderen, juist op het ogenblik, dat het alhier van de wal zoude steken, om naar Rotterdam te stomen.
Het aantal personen, die daarbij het leven verloren hebben, is voor alsnog niet te bepalen; het verlies van acht mensenlevens heeft men inmiddels stellig te betreuren, terwijl bovendien negen andere personen in meerdere of mindere mate zijn gekwetst, en of aan hun woningen alhier of in het gasthuis verpleegd worden.
Ongelooflijk is de kracht geweest, waarmede de stoom zich een uitweg heeft gebaand, daar onder andere zware, bijna ontilbare stukken ijzer en koper op het Plein en over de haven in de Dieze alhier gevlogen zijn.
De aanlegplaats van het stoomjacht is bezaaid met de overblijfselen der machinerie en stukken hout van het wrak; voortdurend worden in het nog op zijde in het water liggende overgebleven gedeelte van het stoomjacht nasporingen gedaan naar lijken van personen, die vermist worden.
De autoriteiten, zo militairen als civielen zijn allen op de plaats van de ramp aanwezig, waardoor de volmaaktste orde gehandhaafd en gezorgd wordt voor de redding van datgene, wat nog zoude kunnen gered worden.
Als door een wonder zijn de machinist en stoker van het jacht behouden gebleven, zo ook de kapt. Van der Schuit, die, van de raderkast in het water geslagen, het aan zijn tegenwoordigheid van geest te danken heeft, dat hij nog leeft.
Ook de heren Van Maaren, aannemer en Mr. Schiffer, advocaat alhier, zijn mede wonderlijk gered, zo ook de heren Ivo de Hondt, koopman uit Rotterdam, Van der Esch, scheepstimmerman, zekere Giessenbach, Rijkers en anderen.
Om de familiebetrekkingen noemen wij vooralsnog de namen niet van de overledenen of vermisten.
De justitie doet onderzoek naar de oorzaak van het ongeluk.
Particulier berichten melden, dat de gevonden lijken zijn: dat van de onlangs tot de rang van kapitein bevorderde officier Smids, van de aannemer Schnitzler, van ’s Bosch, van J. Vermeulen, van Waspik, van de hofmeester Gerritsen, van J. van den Broek, van Strijp, van J.B. van Gool, van ’s Bosch, van B. Verdoorn, van Werkendam, van H. v.d. Braak van Haren.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 30 oktober, Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark ANJER, kapt. P. Esink, de 9e juli vertrokken van Amsterdam.


02 november 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Staatscourant deelt heden het volgende, per overland-mail ontvangen bericht mede: Het drijvend droogdok, waarvan de benodigdheden van hier zijn uitgezonden, is op de 6e augustus j.l. in het bassin te Soerabaija tussen de dukdalven gelegd, terwijl mede zijn voltooid het stoomschip TJIPANNAS en een stoomprauw, beide op Java gebouwd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 1 november. De Noorse brik FAEDRENESMINDE, kapt. Andersen, van Fredrikstad met balken naar Harlingen, is volgens brief van Texel van de 31e oktober, in de nacht van de 29e op de 30e dito in de Eijerlandse Gronden vervallen, doch de equipage gered en de tuigage en een gedeelte van de deklast geborgen. Ook zou men trachten bij stil weder de lading te bergen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip de GOEDE HOOP, kapt. Mulder, van Amsterdam naar Riga, is de 9e dezer, na zware schade bekomen te hebben, 9 wersten bezuiden deze haven gestrand, doch het volk gered en een gedeelte der inventaris benevens het goed van het volk geborgen.
(opm: de haven is niet bij name genoemd; gelet op de vermelding van de afstandsmaat werst betreft het waarschijnlijk Riga).


03 november 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zierikzee, 1 november. Heden middag ten half drie ure werd met het beste gevolg te water gelaten het barkschip EENDRAGT MAAKT MAGT, groot ruim 400 Java-lasten, bestemd voor de grote vaart, gevoerd zullende worden door kapt. L.P. Anderson, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie der heren De Jonge en Keller, op de stads-commerciewerf door de scheepsbouwmeester C. Maks. Een aanzienlijke menigte van ingezetenen, bij deze plechtigheid toegestroomd, getuigde van de algemene belangstelling in dit nationale feest, dat door het schoonste weder begunstigd werd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Emden, …. oktober. Het schip (opm: tjalk) JONGE WILLEM, kapt. P.D. Douwes, de 16e dezer van Hull te Leer gearriveerd, heeft deszelfs ankers en kettingen verloren. Ook de lading is gedeeltelijk beschadigd.


  DC - Dordtsche Courant

Men meldt uit ’s Hertogenbosch van gisteren, dat alsnog uit de haven bij de Boombrug opgehaald zijn de lijken van de beide vermisten Simon Joosten, van Woensel, en Petrus Johannes Hagens, dekknecht der boot JAN VAN ARKEL No. II. Ook deze ongelukkigen zijn dus bij het springen van de boot opgeworpen en op een merkelijke afstand in het water neder gekomen. Het getal der bekende doden is nu tot tien geklommen.


04 november 1849


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Wordt uit de hand te koop gepresenteerd het schoener-kofschip DE HANDELAARS, groot circa 85 rogge-lasten, oud 12 jaren, gevoerd door kapt. B.H. Nijman, liggende in het Westerdok te Amsterdam. Te bevragen bij W.H. Meursing te Nieuwendam. Brieven franco.


05 november 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Publieke verkoping om contant geld op donderdag de 8e november 1849, des middags ten 12 ure, aan de Noordzijde van de Blaak tussen de Nieuw- en Molensteeg te Rotterdam ten overstaan van de heer D.H. Corne, van een zeer goed, overdekt paviljoen-poonschip met inventaris, genaamd de VROUW JOHANNA, groot 45 tonnen. Van heden af aldaar te bezichtigen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dantzig, 28 oktober. Gisteren is hier om te repareren binnengelopen het Nederlandse kofschip MARGARETHA, kapt. Paap, met lijnkoeken van Elbing (opm: nu Elblag, Polen) naar Amsterdam bestemd. Hetzelve heeft bij Grossendorf aan de grond gezeten.


06 november 1849


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip ANJE, kapt. Klein, van Stettin naar Amsterdam, is, na op Laesoe een gedeelte der lading stukgoederen gelost te hebben, te Fredrikshavn lek binnengelopen.


07 november 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verkoping van schepen in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ te Amsterdam op maandag 5 november:
- Het gekoperd en kopervast Nederlands fregatschip JOSEPHINE EN CATHARINA, gevoerd door kapt. A.J. Andresen, groot volgens Rijksmeetbrief 886 tonnen of 468 lasten: NLG 66000, in slag NLG 16000, koper J. Olst.
- Het schoenerkofschip HENRIETTE, laatst gevoerd door kapt. A.H. Trip, gemeten op 185 tonnen of 98 lasten: NLG 6350, in slag NLG 350, koper Floris der Kinderen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tonningen, 2 november. Het schip VRIENDSCHAP, kapt. Bekkering, met stukgoederen van Hamburg naar Stettin bestemd, is hier zwaar lek binnengekomen en moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare vrijwillige verkoping. De notaris Willem Simon Burger Wzn, residerende te Rotterdam, als lasthebbende van zijn principalen, is van mening om op donderdag de 15e november 1849, des middags ten 12 ure, in het lokaal voor Publieke Verkopingen aan de Geldersche Kade alhier, in het openbaar te veilen en aan de hoogstbiedende of eerstmijnende te verkopen een in Nederland gebouwde stoomboot, genaamd de STAD BRIELLE, tot nu toe gevaren hebbende in de beurt van Rotterdam op Brielle en vice versa, met derzelver machineriën, ketels, schoorstenen, staand en lopend want en verdere toebehoren, breder bij biljetten omschreven, liggende aan de palen bij het Oude Hoofd te Rotterdam. Zullende het te veilene dagelijks tot op de dag der veiling door een ieder kunnen worden bezichtigd, terwijl inmiddels nadere informatiën zijn te bekomen ten kantore van gemelde notaris, aan de Geldersche Kade, wijk 2, No. 48 te Rotterdam.


  JC - Javasche Courant

Soerabaija, 26 oktober. Heden is hier aangekomen het Nederlandse stoomschip LANGEN LAMONGAN, kapt. Pa Sarieman, de 26e dezer vertrokken van Probolingo.
(opm: vermoedelijk de eerste reis van dit op Java gebouwde zeestoomscheepje)


08 november 1849


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 7 november. Men schrijft uit ’s Hertogenbosch van de 5 dezer: Een aantal werklieden is nog onophoudelijk bezig om de in het water gevallen stukken der stoomboot JAN VAN ARKEL No. 2, uit hetzelve op te halen. De plaats waar de boot gelegen heeft zal omdijkt en droog gemaakt worden, ten einde datgene wat zich nog op de bodem bevindt, gemakkelijk te kunnen vinden. Het droog maken dezer plaats zal worden aanbesteed en is de voorwaarde reeds ter goedkeuring aan de bevoegde autoriteit opgezonden. Alle deze werkzaamheden zullen meerder kosten, dan het teruggevondene waarde heeft, en ware het niet om het water bevaarbaar te maken, men zoude wellicht deze overblijfselen laten liggen.
Het elfde slachtoffer der ramp met de JAN VAN ARKEL No. II, is heden nacht overleden; de heer M. van Maaren, aannemer alhier, wiens leven men nog gehoopt had te behouden, is na 8 dagen lijdens en zinsverbijstering bezweken.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 6 november. Heden arriveerde VREDE BEST, kapt. E. van Os, als bijlegger naar Londen, met gescheurde zeilen en lekkage.


09 november 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 8 november. Het barkschip BOERHAVE (opm: BOERHAVEN), kapt. H.U. Visser, is heden nacht door het breken der ankerketting tegen de Noordwal geraakt, doch met adsistentie weder afgebracht en op de rede ten anker gekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Metslawier, 4 november. Het schip de WELVAART, kapt. Suk, van Amsterdam naar Bremen, is met adsistentie zwaar lek te Ezumazijl binnengebracht, hebbende op het wad aan de grond gezeten en hevig gestoten. De lading was gelost en daarvan beschadigd gevonden 60 balen koffij, 2 vaten kurkuma, 4 balen valeriaan, 1 kist drogerijen en 10 balen papier, welke publiek verkocht zouden worden.


10 november 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. F. der Kinderen, H. Salm, H.J. Rietveld en G.J. Boelen, makelaars, zullen op maandag de 19e november 1849, in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ te Amsterdam, verkopen:
- 3/20e Parten in het Nederlands gekoperd fregat VAN GALEN, gevoerd door kapt. C. Dekker Nz.
- 3/20e Parten in het Nederlands gekoperd fregat CORNELIS HOUTMAN, gevoerd door kapt. J.H. Rolman
- 1/32e Part in het Nederlands gekoperd fregat de ROOMPOT, gevoerd door kapt. H.H. de Boer.
Breder bij billetten en bericht bij bovengenoemde makelaars


  AH - Algemeen Handelsblad

Helvoetsluis, 8 november. Het schip BOERHAVE, kapt. Visser, is heden nacht door het breken van de ankerketting tegen de Noordwal aan de grond vastgeraakt, doch door assistentie weder af en op de rede ten anker gebracht.


  AH - Algemeen Handelsblad

Kampen, 7 november. Gisteren werd alhier met het beste gevolg de stoomboot STAD ZWOLLE op de dwarshelling van het etablissement der Rijn- en IJsel Stoomboot Maatschappij gehaald om nagezien en zo nodig gerepareerd te worden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 6 november. Het Nederlandse schoenerschip genaamd MARIA ANNA, gevoerd door kapt. H.J. v.d. Wal, hetwelk voor enige tijd (13 september) uit de Dardanellen op onze rede om order binnengelopen is, na zijn lading, bestaande uit eikeldoppen, alhier te hebben gelost, is deze morgen in ballast naar Amsterdam vertrokken. De hoek van West-Kappel voorbijzeilende werd de boot scheepgenomen, of liever achter het schip opgehesen, als wanneer de tweede stuurman het ongeluk had in zee te vallen, met het treurig gevolg dat hij in de golven omkwam. De Vlissingse loodsboot, die in de nabijheid was, deed vruchteloze pogingen om hem aan de dood te ontrukken.


  JC - Javasche Courant

Batavia , 8 november. Heden zijn hier aangekomen het Nederlandse schip PHILIPS VAN MARNIX, kapt. E. van Duijn, met een passagier, de 3e augustus vertrokken van Amsterdam, het dito schip CHRISTOPHORUS COLUMBUS, kapt. K. Welger, de 28e juli vertrokken van Amsterdam, het dito schip STAD SCHIEDAM, kapt. J.P. Andriessen, de 7e juli vertrokken van Rotterdam, het dito schip KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE YACHTCLUB, kapt. J. van Delft, met tien passagiers, de 23e juli vertrokken van Rotterdam, en het dito schip MAASSTROOM, kapt. M. Kaleshoek, met acht passagiers, de 25e juli vertrokken van Rotterdam.


12 november 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 november. Gisteren is op de werf St. Joris voor rekening van de heer Eduard Serruys alhier door de scheepsbouwers De Jong, Kortlandt en Anthony de kiel gelegd voor een schoenerschip van 200 lasten, waaraan de naam is gegeven van VALPARAISO.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zwolle, 10 november. Heden middag werd van de werf van de scheepsbouwmeester W. van Goor te water gelaten het schoenerschip SALLANDT, groot 110 gemeten lasten, zijnde het derde schip van dit kaliber, dat op deze werf voor rekening der Zwolsche Reederij Maatschappij onder administratie van de heren Doyer en Kalf alhier is gebouwd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 10 november. Heden is alhier op de werf Het Witte Kruis in de Kleine Kattenburgerstraat van stapel gelaten het aldaar door de heer Jeremias Meijjes & Zoon gebouwd koopvaardij-barkschip JAN VAN BRAKEL, groot circa 200 Java-lasten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 6 november. Het Nederlandse schoenerschip genaamd MARIA ANNA, gevoerd door kapt. H.J. v.d. Wal, hetwelk voor enige tijd (13 september) uit de Dardanellen op onze rede om order binnengelopen is, is, na zijn lading, bestaande uit eikeldoppen alhier te hebben gelost, deze morgen in ballast naar Amsterdam vertrokken. De hoek van West-Kappel (opm: West Kapelle) voorbijzeilende, werd de boot scheepgenomen, of liever achter het schip opgehesen, als wanneer de tweede stuurman het ongeluk had in zee te vallen, met het treurig gevolg, dat hij in de golven omkwam. De Vlissingse loodsboot, die in de nabijheid was, deed vruchteloze pogingen om hem aan de dood te ontrukken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 11 november. Het schip DRIE KINDEREN, kapt. Pik (opm: vermoedelijk kof, kapt. R.T. Pik), van Termunterzijl naar Newcastle, is volgens brief van Delfzijl van de 9e dezer, in de morgen van de 7e dito op de Wadden gestrand, doch het volk gered. Vaartuigen lagen bij het wrak om de inventaris te bergen.
(opm: zie PGC 131149)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 8 november. Het Nederlandse kofschip VROUW JANTJE, kapt. De Beek, van Brake naar Delfzijl bestemd, is hier gisteren avond lek binnengelopen.


13 november 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

’s Hertogenbosch, 10 november. Heden avond is het eindelijk gelukt de gezonken stoomboot JAN VAN ARKEL II uit de mond der Zuid-Willemsvaart in de Dieze te slepen, ten gevolge waarvan de gestremde vaart dadelijk is hersteld. Dit werk, dat verbazende krachtsontwikkeling en veel beleid vereiste, werd bestuurd door de heren L. Smit, van de Kinderdijk, en C. van den Esch, van ’s Bosch, en geheel naar het plan van eerstgenoemde uitstekende scheepsbouwmeester. Tot terechtwijzing ener onnauwkeurigheid, in enige nieuwsbladen overgenomen, dient, dat de vrouw van de bij de bewuste ramp omgekomen persoon uit Haaren, wel verre van ontijdig verlost en overleden te zijn, zich voor haar droevige omstandigheden vrij wel bevindt.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Publieke verkoping op het eiland Texel. Zundedorp & Co., scheepsmakelaars te Texel, als daartoe behoorlijk gemachtigd, zijn van mening door het ministerie van de notaris Mr. W. Bok op dinsdag de 20e november 1849, des morgens ten 11 ure, op de haven beoosten het Oude Schild publiek te verkopen de navolgende tuigage, afkomstig van het in de Eijerlandsche Gronden gestrande Noorse brikschip FADRENES MINDE, gevoerd geweest door kapt. J. Andersen, te weten twee zware kettingen en een werpanker, twee kabelkettingen, drie trossen, 15 deels nieuwe zeilen, gekapt want, stag, lopend touw, masten rondhouten, sloep, enz. En des namiddags ten 6 ure, in het Logement De Zeven Provinciën de geborgen lading, bestaande in pl.m. 600 stuks Noorse maatsbalken, lang van 14 tot 24 voet; alle welke goederen op de Haven van Texel zeer geschikt tot vervoer zijn liggende.
Nadere informatiën zijn op franco aanvrage te bekomen bij de makelaars J. Zunderdorp en W.J.H. Bok, te Texel.


  DC - Dordtsche Courant

Gisteren middag, omstreeks half een ure, is de stoomboot DIRECTOR, van Antwerpen komende met een lading fruit, naar Londen gestoomd, doch toen men het vuurschip, dat in de Wielingen ligt, gepasseerd was, ontwaarde men een vaartuig dat in nood scheen te zijn en binnen kwam drijven; weldra daarna zag men nog twee andere vaartuigen: naderbij komende was het een Engels barkschip, genaamd THOMASINE, gevoerd door kapt. Wm. Clare, komende van Sunderland en bestemd naar Ceylon, met steenkolen, in wier nabijheid zich bevonden een Nederlandse loodskotter en een vissersboot van Calais, hebbende achter zich een loodsboot van Ostende die het schip sturen moest, dewijl het op de Duinkerkse banken gestoten, daarbij lek geworden was en nevens verlies van ankers, kettingen enz., het gehele roer verloren had. Er werd van het schip signaal gemaakt om assistentie van de stoomboot te krijgen, waartoe men ogenblikkelijk bereid was. Kapt. Rawlinson, bevelhebber van de DIRECTOR, liet aanstonds trossen aan boord brengen, hetwelk omstreeks 3 ure in de namiddag gebeurde, en bracht het schip des avonds, omstreeks 8 ure, behouden op de rede van Vlissingen, van welke het heden morgen in de marine haven is gesleept. Wij vernemen, dat toen het schip aan de grond zat, er een boot uitgezet werd waarin zich zes man der equipage bevonden, doch welke men door het invallen van de nacht uit het oog verloor; men weet niet of de boot door de zware zeeën omgeworpen, dan wel of zij met door het wassende water aan de Franse kust is geland.
(opm: de DIRECTOR kwam later als ELVE onder Nederlandse vlag)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip DRIE KINDEREN, kapt. Pik, van Termunterzijl gedestineerd naar Newcastle, is in de morgen van de 7e dezer voor deszelfs ankers weggeslagen en op het Schuitenzand gestrand. De equipage is gered en een gedeelte van de tuigage geborgen, hetwelk te Greetzijl (opm: Greetsiel) is aangebracht.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip AURORA, kapt. Amsinga, gedestineerd naar Liverpool, is de 9e dezer op de rede van Delfzijl teruggekomen met verlies van anker en ketting.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Verkoop van een schip en lading te Ezumazijl. De deurwaarder J.H. van der Werff, te Dockum, zal, ten verzoeke van de heren Heep en Brandsma, qq., in het openbaar à contant verkopen, op donderdag de 22e november 1849, des voormiddags om 10 uur, te huize van de wedw. Robroch, te Ezumazijl onder Anjum;
- Het kofschip DE VIER GEBROEDERS, lang 15 el, 336 streep, wijd 4 el 544 streep, en hol 1 el 704 streep, liggende binnen Ezumazijl.
- Het tuigage van hetzelve, als: 1 groot zeil, 1 nieuwe gaffel, topzeil, 1 nieuwe stagfok, 2 grote kluiffokken, 1 linnen jager, 1 nieuw anker, 209 lbs., 1 nieuw kettinganker, 130 lbs., 1 werpanker met ijzeren stok, 50 lbs., 34 vadem ankerketting, 1 best ankertouw, 60 vadem, 1 dito kabeltouw, 70 vadem, 2 nieuwe landvasttrossen, 16 vadem, 1 nieuw watervat, 1 Deense boot met riemen, luik- en kistkleden en verdere scheepsgoederen.
- Ongeveer 76.000 lbs. steenkolen, en 5 last patentstenen, geschikt voor ovens van ijzersmelterijen en glasblazerijen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een welbezeild kofschip, genaamd DE VRIENDSCHAP, pl.m. 60 roggelasten, thans liggende in de Zuiderhaven te Groningen, met of zonder inventaris. Nader informatie te bekomen bij de eigenaar.
G.D. Douwes te Veendam.


14 november 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Terschelling, 9 november. Het schip MARIA BEERTA, kapt. K.A. Tap, van Riga naar de Maas, is alhier lek, met gebroken roer, verlies van zeilen en meer andere schade binnengelopen. Het is in de haven gebracht en moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Syra, 31 oktober. Het schip de HOOP, kapt. Engelsman, van Napels naar Smyrna (opm: Izmir), is alhier lek en met meer andere schade binnengelopen.
(opm: zie NRC 271249)


15 november 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

’s Hertogenbosch, 12 november. Onafgebroken wordt het rechterlijk onderzoek wegens de oorzaak van het springen van de ketel van het stoomjacht JAN VAN ARKEL II voortgezet. Naar men verneemt, is de heer De Vries Robbé met de heren Rijsterborg, ingenieur van de waterstaat, en Bakke Corf, aspirant-ingenieur, gecommitteerd om de oorzaken, die tot het ongeluk hebben geleid, te helpen constateren. Wijders noemt men ook nog verscheidene andere personen, die wegens dit voorval zullen worden gehoord, zo als de maker der machine uit Thienen, deskundigen uit Fijenoord, twee leraren der natuur- en scheikunde, leden der artillerie, waterstaat, enz. Zo als vroeger gemeld, is het hol der boot uit de ingang van het kanaal weggesleept. Het ligt thans een weinig beneden de havenmond in de Dieze. De scheepvaart is daardoor wel enigszins bemoeilijkt, maar niet gestremd. Men gelooft, dat thans het voornemen bestaat om het hol op de nabijgelegen helling te slopen, vermits het te gevaarlijk zou wezen om met het wrak een reis naar de Noord te doen. Want wanneer op die reis enige tegenspoed ondervonden werd, dan liepe men het gevaar op die hoogte de vaart in de Maas te stoppen.


16 november 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ameland, 10 november. De Engelse brik ELISABETH, kapt. Stephenson, van Newcastle naar Amsterdam, is gisteren alhier in de buitengronden vervallen en gezonken, doch het volk gered en te Hollum aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Yarmouth, 12 november. Het schip (opm: brik) KOMEET, kapt. H.F. Zeijlstra, van Amsterdam naar Valparaiso bestemd, is gisteren op de Scroby-bank vastgeraakt, doch weder vlot gekomen en in deze haven gebracht.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

In het Vlie is de 9e dezer gearriveerd het schip VROUW ANSKE, kapt. Van der Veen, komende van Engeland, in zinkende staat en met meer andere schade.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip VROUW JANTJE, kapt. De Beer, van Brake naar Delfzijl, is te Cuxhaven lek binnengelopen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een koftjalkschip, groot 63 ton, genaamd HERMANNA HENRIETTE, gebouwd in 1841, met de volledige inventaris, liggende en te bevragen bij J.J. Prins te Appingedam.


19 november 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 17 november. Heden nacht is op de Westplaat, achter Oostvoorne, gestrand het tjalkschip (opm: smakschip, zie volgend bericht; buitenlander) MARIA MARGRITHA, komende van Carolinerzijl, bestemd naar Londen, geladen met gerst, gevoerd door kapt. E. Detres. Bijzonderheden zijn nog onbekend, de equipage is wel.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 18 november. Het gestrande smakschip, gisteren gemeld, zal denkelijk weg zijn. De lading, voor een groot gedeelte beschadigd, is geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 12 november. Het schip MARIA AMALIA, kapt. Vos (opm: mogelijk buitenlander), van Hull met lijnwaden (opm: linnen) naar Leer bestemd, is de 9e dezer bij Norderney gestrand. De equipage is gered en ook de lading is, hoewel beschadigd, gelost kunnen worden. Het schip is weder vlot, echter wrak.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Colberg (opm: Kolobzreg), 11 november. In de nacht van de 9e strandde ongeveer 3 mijlen ten oosten van deze haven het Nederlandse kofschip COURIER, kapt. J.J. Louwerens, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Vegesack gedestineerd. Het schip zal wrak worden. De inventaris is gered. Of nog iets van de lading te bergen zal zijn, hangt van het weder af.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Oostmahorn, 9 november. Het schip LAMBERTHA, kapt. Karst, van Dantzig naar Amsterdam, is alhier met overgeworpen lading binnengelopen.
(opm: de lading was overgegaan, niet geworpen).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Al degenen, welke iets te pretenderen hebben van of verschuldigd zijn aan wijlen Geert Jans Das, in leven koopvaardij-kapitein op het Nederlandse kofschip GEERES, op de 4e november 1849 te Schiedam overleden, gelieven daarvan opgave of betaling te doen vóór of uiterlijk op de 1e december aanstaande ten kantore van de heren A. Prins & Co, Schiedam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 18 november. Volgens brief van Texel van de 17e dezer was in de vorige nacht bewesten die haven gestrand een grote, waarschijnlijk Noorse, brik, de naam onbekend. Van de lading waren aldaar reeds enige balken aangespoeld. De reddingboot was derwaarts vertrokken ten einde te trachten de equipage te redden, indien dezelve niet reeds daarbij was omgekomen, waarvoor men veel vrees koesterde.


20 november 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 19 november. Aangaande de gestrande Noorse brik wordt volgens brief van Texel van de 18e dezer gemeld, dat het schip hoog op strand zat en bij stil weder de lading en inventaris zou geborgen worden. Het schip was zwart geschilderd met smalle witte lijst, geel geschilderde roef op het dek en een galjoen. Noch op de spiegel noch op de zijde had men een naam kunnen ontdekken. De equipage, vermoedelijk 10 man, was met de boot, waarmede zij zich wilden redden, omgeslagen en verdronken. De reddingboot is te laat gekomen om dienst te doen.


21 november 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 20 november. De Noorse brik, achter de Wester bij Texel gestrand – zie ons vorige nummer – is volgens brief van Texel van de 19e dezer genaamd ERIK BORRESEN, gevoerd geweest door kapt. J.C. Hesselberg, en gedestineerd van Drammen met een lading hout naar Cornwall. De equipage had bestaan uit tien man.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verkoping van schepen in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ te Amsterdam op maandag 19 november:
- 1/20e Part in het gekoperd fregatschip VAN GALEN, gevoerd door kapt. G. Dekker Azn, NLG 2550, in slag NLG 1.500, koper G.J. Boelen.
- 1/20e Part in idem NLG 2.750, in slag NLG 1.500, koper G.J. Boelen.
- 1/20e Part in idem NLG 3.650, in slag NLG 900, koper G.J. Boelen.
- 1/20e Part in het gekoperd fregatschip CORNELIS HOUTMAN, gevoerd door kapt. J.H. Rolman, NLG 3250, in slag NLG 400, koper G.J. Boelen.
- 1/20e Part in idem NLG 3.100, in slag NLG 700, koper G.J. Boelen.
- 1/20e Part in idem NLG 3.650, in slag NLG 125, koper G.J. Boelen.
- 1/32e Part in het gekoperd fregatschip de ROOMPOT, gevoerd door kapt. H.H. de Boer, NLG 3.150, in slag NLG 25, koper J. Salm.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 20 november. Het schip GEERTRUIDA (opm: ex fregat CATHARINA), kapt. H.C.G.B. Behrens, van Pangool (opm: Rangoon) herwaarts gedestineerd, is volgens brief van de Kaap de Goede Hoop van de 15e september, de 28e augustus op 25º10’ ZB (opm: bedoeld is 35º10’ ZB) en 24º00’ OL gezonken. Hetzelve was op de 25e dito op 34º15’ Z.B. en 25º40’ O.L. door een orkaan uit het westen en noord-noord-westen belopen; de volgende dag was het weder zodanig, dat men geen hoogte kon nemen, de bezaansmast sloeg weg, nemende de kapitein, een matroos en drie jongens mede. De hofmeester werd mede over boord geslagen, doch met een gebroken arm en been weder opgehaald. De orkaan hield met onverminderde hevigheid aan tot de 28e dito, als wanneer de Engelse bark MINERVA op zijde kwam en het overgebleven gedeelte der equipage, bestaande uit de tweede en derde stuurman, de dokter en 14 man, overnam en in Simonsbaai aanbracht. De GEERTRUIDA zonk spoedig daarna, daar de gezwollen koffij het schip had doen bersten.
(opm: zie NRC 031249 voor een lijst van de geredde bemanningsleden)
Volgens nader bericht van de Kaap de Goede Hoop in dato de 21e september was ook de eerste stuurman van het schip GEERTRUIDA, kapt. Behrens bij het verongelukken van die bodem daarbij omgekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kampen, 19 november. Gisteren arriveerde hier de stoomboot KONING WILLEM II van de Kamper Hullsche Stoomboot Maatschappij, komende van Hull, hebbende de vorige week met zware storm en hoge zee belangrijke schade bekomen. Verscheidene mannen der equipage zijn te Hull moeten achterblijven, daar zij zich schuldig gemaakt hadden aan het binnen sluiken van enige ponden tabak.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Syra, 7 november. Het Nederlandse kofschip de HOOP, kapt. Engelsman, van Amsterdam en Napels naar Smyrna (opm: Izmir) bestemd, is hier met schade binnengelopen, en heeft men bevonden, dat hetzelve niet bestand was de reis te vervolgen. Men is alzo begonnen de lading te lossen om de nodige reparatiën te doen.
(opm: zie NRC 141149, 191249 en 271249)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Door de notaris Mr. H. Bruckner zal dinsdag de 27e november aan de Beurs te Emden in Oostvriesland publiek worden verkocht een kopervast brikschiphol, genaamd PERU, groot 150 roggelasten, benevens een gedeelte van de vleet. Het schip bevindt zich in een welgeconditioneerde situatie, is acht jaren oud, en bijzonder sterk gebouwd. Hetzelve is thans liggende in de haven van Emden en aldaar voor en op de verkoopdag te zien, terwijl de veilconditiën bij bovengenoemde notaris en aan de Beurs ter lezing liggen.


  JC - Javasche Courant

In de avond van de 24e oktober, is ten westen van Poeloe Kalang, een van de eilanden van de Karimon-Djawa groep, gestrand de Nederlands-Indische brik BINTANG BARAT, gezagvoerder Wa Loepoek, toebehorende aan Pangeran Ratoe Mangkoe Negara te Sambas. De schrijver van de brik, Intje Oening genaamd, is eerst in de avond van de 27e bij de Gouvernements posthouder te Karimon-Djawa aangekomen, om van het voorgevallene kennis te geven; onverwijld werden een praauw-maijang en een praauw-tjomplong in gereedheid gebracht, en daarmede de reis naar het gestrande vaartuig aangenomen. Op de plaats gekomen werd bevonden, dat de vleet gekapt en aan stuurboordzijde over boord hing, en de schaning aan die zijde geheel vernield was, dat het vaartuig reeds vol water gelopen was, en daar de deining hevig werkte, zodat aan deszelfs behoud niet te denken viel.
De equipage, 51 koppen sterk, hield zich onledig met het redden van de lading; een gedeelte bestaande in militaire equipement stukken, bestemd voor Sambas, was aan de wal gebracht, doch had van het zeewater geleden. 75 koijangs zout, welke aan boord waren, zijn geheel verloren gegaan, men ging voort zowel van de lading als van het schip zo veel redden als mogelijk was.


22 november 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 november. Volgens particuliere berichten van Kaap de Goede Hoop in dato de 21e september, was de 17e dito te Simons Baay lek en met averij binnengelopen het barkschip KOLONEL KOOPMAN, kapt. J.J. Klein, van Batavia naar Rotterdam bestemd, zijnde van 26 tot 28 augustus op 34º35’ ZB 24º25’ OL door hevige stormen uit het noord-westen bestookt geworden, waardoor hetzelve boten, verschansing, rusten en alles wat zich op dek bevond, verloren, de voorsteng gebroken, meer andere schade bekomen had, en genoodzaakt was geweest 80 ton van de lading over boord te werpen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scilly St. Mary’s, 16 november. De 12e kwam hier met schade aan het tuig binnen de schoener INDUSTRIE, kapt. Lange, van Wilmington naar Rotterdam bestemd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Santos, 2 oktober. Het Nederlandse schip ONDERNEMING heeft voor enige dagen deze haven verlaten, geladen met 1800 balen koffij, bestemd voor Antwerpen.
(opm: zie NRC 131249)


  DC - Dordtsche Courant

Amsterdam, 20 november. Aangaande de gestrande Noorse brik, wordt volgens brief van Texel van de 19 dezer gemeld, dat het schip hoog op strand zat, en bij stil weder de lading en inventaris zou geborgen worden; het schip is genaamd ERIK BORRESEN, gevoerd geweest dor kapt. J.C. Hesselberg, en gedestineerd met een lading hout, van Drammen naar Cornwall; de equipage bestaande uit 10 man, was met de boot, waarmede zij zich wilden redden, omgeslagen en verdronken; de reddingboot is te laat gekomen om dienst te doen.


23 november 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 28 september. Scheepsvrachten. De EERSTELING is gecharterd voor 200 lasten thee van Shanghai naar Rotterdam tot NLG 130 met 15 pct, met vrijheid om ter opvulling Whampoa of een haven van Java aan te doen. De successievelijk ter bevrachting aangeboden schepen ALBATROS, NIEUW LEKKERLAND, JAVAAN en JAN DANIEL laden grotendeels voor eigen rekening. De CERES heeft suiker tot NLG 85 zonder meer genomen. Naar Cowes om orders en van daar naar enige andere haven van Engeland of wel van daar naar Nederland, Bremen of Hamburg, wordt GBP 4 geboden voor een Nederlands schip. Geen der onbevrachte schepen is genegen tot die koers te laden. Naar Nederland zou een schip van 10.000 picols wellicht een vracht vinden tot NLG 80 zonder meer.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een bevaren tjalkschip , pl.m. groot 66 tonnen, thans liggende te Sappemeer, met toebehoren. Nadere informatiën te bekomen bij de scheepsbouwer H. Nienhuis aldaar.


24 november 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dordrecht, 22 november. Heden morgen heeft de nieuw gebouwde ijzeren stoomboot CORNELIS DE WITT, gebouwd op de fabriek van de heer A. Brons c.s. alhier en bestemd voor de vaart tussen de steden Rotterdam, Dordrecht en de Moerdijk, haar proeftocht gemaakt. Zij heeft de overtocht in de korte tijd van ruim een uur van hier naar Rotterdam gedaan, zodat zij in alle opzichten aan de verwachting heeft beantwoord en men spoedig mag verwachten, dat zij in de vaart zal worden gebracht, zijnde dit de tweede ijzeren stoomboot, welke aan voornoemde fabriek vervaardigd is, terwijl beide onder de snelste stoomboten kunnen gerangschikt worden, die onze binnenwateren bevaren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mauritius, 22 september. Het fregatschip IMMAGONDA SARA CLASINA, kapt. Zoetelief, van Batavia naar Amsterdam bestemd, is de 20e alhier lek en met averij binnengelopen en moet lossen om te repareren.


  JC - Javasche Courant

In de ochtend van de 18e november, zijn ter rede van Batavia aangekomen de gezagvoerder en echtgenote, benevens twee kinderen, een passagier en vier matrozen, afkomstig van de Nederlands-Indische schoener MATHILDA, welk vaartuig in de nacht van de 14e te voren, gedurende een reis van Singapore naar Batavia op de Arnemuidens-droogte gestrand is.
De schipbreukelingen hebben het wrak in twee boten verlaten: - in een van dezelve bevonden zich bovengemelde personen; de andere was met elf personen bemand; de eerstbedoelde is op een afstand van twee mijlen van de hoek van Krawang ontmoet door het Nederlands koopvaardijschip PIETER CORNELISZOON HOOFT, gezagvoerder G.H. de Boer, aan boord van welk vaartuig zij toen zijn opgenomen: - de andere schipbreukelingen zijn later, op de hoogte van Pamanoekan, 9 mijlen uit de wal, ontmoet door het Nederlandse koopvaardijschip BERNARD HERTOG VAN SAXEN WEIMAR, en aan boord opgenomen. Zr.Ms. stoomschip BROMO is onverwijl naar de plaats van het ongeluk vertrokken, en aldaar in de avond van de 18e aangekomen; het vaartuig werd in nagenoeg reddeloze toestand aangetroffen, des niettegenstaande werd alles aangewend, wat tot behoud van het schip kon strekken, en van de lading, in weerwil van het onstuimige weer, een groot gedeelte naar het stoomschip overgebracht, waarmede hetzelve op de 21e november op de rede van Batavia aankwam; - later is de BROMO naar het wrak teruggekeerd, op sleep meenemende twee kruisboten en twee tjunias, op welke het nodig getal koelies is ingescheept.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 22 november. De 19e dezer zijn hier aangekomen het Nederlandse schip MINERVA, kapt. J.A. Boven, de 5 augustus vertrokken van Middeelburg, het dito schip DOGGERSBANK, kapt. P.J. Kerkhoven, de 3e augustus vertrokken van Amsterdam, de dito bark JAN PIETERSZOON KOEN, kapt. L. van der Plas, de 21e juli vertrokken van Amsterdam, en het dito schip DIONYSIA CATHARINA, kapt. P. Arenspoot, de 3e augustus vertrokken van Amsterdam.
De 20e dezer is hier aangekomen de dito bark ALBRECHT BEYLING, kapt. K. van de Erve, de 7e augustus vertrokken van Schiedam.
Gisteren is hier aangekomen de dito bark ADMIRAAL PIET HEIN, kapt. J. van der Linden, de 3e augustus vertrokken van Amsterdam.
Heden is hier aangekomen het dito schip VAN GALEN, kapt. C. Dekker, de 22e augustus vertrokken van New York.


26 november 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 23 november. Het schip JONGE ANTONIUS (opm: pleit JONGEN ANTONIUS, ex JEUNE ANTOINE, bouwjaar 1815, thuishaven Antwerpen), kapt. Borgers, van hier naar Londen, is de 20e dezer bij de Noorder Rassen (opm: monding Schelde) gezonken, doch het volk (opm: 5 opvarenden) gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 november. Vrijdag jl. de 23e is bij Schokland een ongeluk gebeurd, dat gelukkig op de Zuiderzee niet veel plaats vindt: er is een schip omgeslagen, waarbij vier mensen zijn omgekomen. Schipper Jan Kreumer was met zijn vaartuig, beladen met hout, op reis van Blokzijl; naar Amsterdam. Door de hevige storm zakte de bovenlast (opm: deklast) uit, sloeg het vaartuig op zijde en liep vol water. De schipper en zijn knecht kwamen in de golven om, de vrouw en zijn kind zijn verdronken in het vooronder gevonden, terwijl het schip drijvende is aangetroffen. Kreumer was een stout zeeman, zo zelfs, dat zijn stoutheid niet zelden tot roekeloosheid oversloeg. Toen dit ongeluk gebeurde, bevond zich de oude vader van Kreumer met zijn tjalkschip op een kleine afstand van zijn zoon verwijderd, doch kon hem niet te hulp komen.


27 november 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 november. Op de 24e dezer zijn te Amsterdam voor rekening der heren Van Baggen & Co de kielen gelegd van twee schoener-brikschepen, elk groot circa 200 lasten, op de werf ‘De Haan’ van de scheepsbouwmeester J.R. Boelen & Zoonen.


28 november 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 24 september. Het schip KONINGIN DER NEDERLANDEN, kapt. Van Groeneveld Cadee, is de 21e dezer van hier naar Soerabaija verzeild om de bekomen schade aan het koper te repareren, hebbende gestoten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De notaris Hubert te ’s Hertogenbosch zal voor zijn principalen in het openbaar, bij opbod en afslag, verkopen het hol der stoomboot JAN VAN ARKEL No. 2, met de zich daarin bevindende werktuigen, zo als hetzelve is liggende in de bemonding der Dieze (opm: zie NRC 301049 en volgende), buiten de Boom te ’s Hertogenbosch, in één kavel, en de verdere overblijfselen van die boot, zo als dezelve in onderscheiden kavels zullen worden aangewezen. Deze verkoop zal geschieden ter plaatse waar de voorwerpen zich bevinden, te beginnen in de Orthenstraat op de plaats van het handelshuis de Wed. Johan F. van Rijckevorsel & Zonen te ’s Hertogenbosch, op vrijdag de dertigste november 1849 des voormiddags ten 9 ure.
Aan de vroeger geannonceerde verkoop tegen de 27e november is alzo geen gevolg gegeven.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 25 november. Gisteren zijn hier aangekomen de Nederlandse bark PRINS HENDRIK, kapt. J. Goedkoop, met vijf passagiers, en de dito bark LEWE VAN NIJENSTEIN, kapt. R.H. Borchers,, de 3e augustus vertrokken van Amsterdam.
Heden zijn hier aangekomen het dito schip ELISABETH ANTHONIA, kapt. J. Veenstra, met een passagier, de 18e augustus vertrokken van Amsterdam, en de dito bark JOHANNA MARINUS, kapt. J. van Delft Jr., de 5e november vertrokken van Manilla.


29 november 1849


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Jan Corver, makelaar, zal op maandag de 10e december 1849, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, verkopen een extra-ordinair welbezeild kofschip, genaamd MARGINA, gevoerd door kapt. J.P. Boer. Volgens Nederlandse meetbrief lang 20 ellen 55 duimen, wijd 4 ellen, hol 2 ellen 2 duimen, en alzo gemeten op 39 lasten. Breder volgens inventaris en bericht bij bovengenoemde makelaar.


  DC - Dordtsche Courant

Batavia, 24 september. Het schip KONINGIN DER NEDERLANDEN, kapt. Van Groeneveld Cadee, is den 21 dezer van hier naar Sourabaya verzeild om de bekomen schade aan het koper te repareren, hebbende gestoten.


30 november 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 29 november. Het schip MENTOR, kapt. K. de Kok, is gisteren avond, uit het kanaal zeilende, tegen het oude havenhoofd gezeild. Het heeft daardoor zware lekkage bekomen. Men is verplicht geweest hetzelve tegen de Noordwal aan de grond te zetten uit vrees van te zullen zinken, en heeft hetzelve aldaar zo voorzien, dat het heden nacht met adsistentie in de kanaalhaven is kunnen teruggebracht worden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Voor enige dagen is op de Vliestroom gevonden het lijk van een man, hebbende aan een der vingers een gouden ring, waarin van binnen Din Aga, den 8 september 1833, het linnen gemerkt C.H., en zijnde vermoedelijk het lijk van kapt. C. Hoyer, gevoerd hebbende het in oktober laatstleden op de Vlierede verongelukte schip ALBERTINA.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop het Nederlands kofschip de HOUTHANDEL, groot 124 ton, met deszelfs complete inventaris, liggende in de haven van Harlingen. Te bevragen bij de eigenaar H.D. de Groot te Nieuwe Pekela.


01 december 1849


  AC - Amsterdamsche Courant

Amsterdam, 30 november. Morgen namiddag ten 1½ ure zal van de scheepstimmerwerf De Boot, in de Grote Wittenburgerstraat te Amsterdam, scheepsbouwmeester F.F. Groen, te water worden gelaten het koopvaardij-barkschip GELDERLAND, groot circa 220 Java-lasten, gebouwd voor rekening van de heer G.W. van Barneveld Kooy, zullende worden gevoerd door kapt. H. de Wijn en bestemd voor de vaart op Oost-Indië.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 november. Volgens particuliere brief van kapt. N.A. Dijkema, voerende het barkschip ELISE SUSANNE, gisteren van Batavia te Hellevoetsluis gearriveerd, is het schip met het binnenzeilen der kanaalhaven, niet naar het roer luisterende, tegen het havenhoofd aangeslagen en heeft daardoor enige belangrijke schade aan de boeg bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Deal, 27 november. Het Nederlandse barkschip KINDERDIJK, kapt. Ouwehand, heeft heden morgen op de Goodwinsand gezeten, is echter spoedig weder vlot geworden en heeft, ogenschijnlijk zonder schade, deszelfs koers vervolgd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Weymouth, 27 november. Het Nederlandse kofschip MEINA SYGIENA (opm: ook MEINA SEGINA), kapt. P.F. Woldt, van Amsterdam naar Napels, is hier met schade aan het tuig binnengelopen, zijnde gisteren aangezeild door een Nederlandse bark, komende van Indië en bestemd naar Amsterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bolderaa, 27 november. Het schip HELENA SOPHIA, kapt. Ravander, van Uleaborg naar Marseille, is alhier in zinkende staat binnengebracht.


  JC - Javasche Courant

Met het nieuw gebouwde brikschip ST. GEORGE DE LA MINA, gevoerd door kapt. J.J. van der Eb, de 24e augustus van Rotterdam vertrokken, zijn naar hun vaderland teruggekeerd 48 Afrikaanse soldaten, welke in de gelederen van het Indische leger gekwetst zijn, of hun diensttijd volbracht en dus recht op pensioen erlangd hebben. Zij leveren hun landgenoten het bewijs van goede trouw van de Nederlandse regering, welke hun het recht van terug te keren, bij de aanvang van hun dienst, had toegezegd, en ontnemen daar zekerlijk aan velen het sedert eeuwen niet ten onrechte vast gewortelde denkbeeld, dat de Afrikaan, welke door de Europeaan over de zee wordt weggevoerd, zijn dood of een hard lot tegemoet gaat.


  JC - Javasche Courant

De heer J.C. Perk, te Delft, heeft aan de voornaamste reders onzes lands een circulaire gericht, waarin bij zijn voornemen te kennen geeft om een maatschappij van onderlinge verzekering op zeeschepen op te richten. Hij nodigt de reders uit daarin deel te nemen. Volgens die circulaire bestaat de Nederlandse koopvaardij vloot uit ongeveer 500 fregat-, bark-, brik-, en schoenerschepen, met 1000 galjoot-, kof-, smak-, en hoekerschepen; dus tezamen uit bijna 1500 kielen, welke kunnen gerekend worden, met hun tuigage, inventaris en uitrusting, een waarde te bezitten van ongeveer honderd miljoen guldens, terwijl men gerustelijk mag aannemen, dat aan die vloot jaarlijks, wegens verlies en averijen, door de assuradeurs te vergoeden, niet zoveel schade wordt geleden, of die zal ruimschoots met een miljoen guldens kunnen worden bestreden; zo dat bij een algemene onderlinge verzekering deze schade nauwelijks 1 procent in het jaar kan bedragen, waarvoor dan de schepen zowel op de uit- als thuisreis, buiten- en binnengaats, op de timmerwerven en in de havens of andere ligplaatsen, tegen alle mogelijke onheil te water, wind en vuur zouden zijn verzekerd.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 29 november. Heden zijn hier aangekomen het Nederlandse schip OLDENBARNEVELD, kapt. O. Kievijt, de 12e november vertrokken van Manilla, en het dito schip J.C. SCHOTEL, kapt. J. de Ridder, de 11e augustus vertrokken van New York.


02 december 1849


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Van Hals (pos.: 56º59’ NB 10º19’ OL) wordt van de 18e oktober gemeld, dat de vorige morgen zuidelijk van het Veidiep aan de grond geraakt was een Nederlandse kof, komende van Bremen en beladen met tabak. Dezelve was echter weder vlot geraakt en bij Krogen (opm: in de Mariager Fjord) ten anker gekomen.


03 december 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 december. De Zuid-Afrikaan (opm: een krant) van 20 september bericht, dat in de Kaapstad een inschrijving geopend is ten behoeve der aldaar aangebrachte geredde schipbreukelingen van het Nederlandse schip GEERTRUIDA, die bij het vergaan van dat vaartuig op 29 augustus alles verloren hebben. Tevens deelt dat blad mede een lijst der namen, zowel van de schepelingen, welke bij het vergaan van de GEERTRUIDA omgekomen, als van die, welke van het wrak door het Engelse schip MINERVA, kapt. Moir, gered zijn.
Verongelukt zijn: H.C.G.B. Behrens, kapitein, H. Hulman, 2e stuurman, J. Borst, timmerman, A. Dinkla, matroos, H. Steltenpoel, lichtmatroos, J. Vaddegon en J.E. Benink, jongens.
Gered en aan de Kaap de Goede Hoop aangebracht zijn: H. Vierow, 1e stuurman, T. Muller, 3e stuurman, G. Drost, doctor, T. Jansen, bootsman, J.W. Gerth, kok, J.C. Hoogwoud, zeilenmaker, T. Schildwacht, O. Oelsen, B.H. Bontjes, A.E. Prehn, R.H. Srockholder (opm.: mogelijk Stockholder) , J.F. Peusch, Johannes Beek, matrozen, P.J.G. Repelius, W. van Hilten, P. van Zuylen, lichtmatrozen, H.S. de Smidt, hofmeester (met gebroken arm).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 december. Het Nederlandse schip AURORA, kapt. Amsinga, van Amsterdam met een lading witte bonen naar Liverpool bestemd, is de 28e november j.l. tussen Gravelines en Calais totaal verongelukt. Het schip is geheel verbrijzeld. Gedurende 48 uren had het aldaar verschrikkelijk gestormd. Omtrent het lot der equipage vermeldt men niets.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Eckernförde, 27 november. Het Nederlandse kofschip MARGARETHA CATHARINA, kapt. Stenger (opm: vermoedelijk N.J. Stenger), van Stettin met een lading balken naar Emden bestemd, is gisteren met een stijve noord-oosten wind op strand geraakt. De equipage en inventaris is gered en er zal ook nog een gedeelte der lading te bergen zijn. Het schip echter is geheel wrak.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Frederikstad, 11 november. De kof CONCORDIA, met balken naar Harlingen bestemd, kwam de 7e j.l. bij Glommen aan de grond, is echter heden morgen, na een gedeelte der lading gelost te hebben, zonder schade vlot geworden en zal zeker met de eerste gunstige gelegenheid haar reis vervolgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mandal, 20 november. Het schoener-kofschip ANTINA TJAKKELINA, kapt. Kleindijk, naar Colberg bestemd, is hier wegens zeeschade binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 december. Te Rotterdam ligt zeilkaar naar Valparaiso het (opm: nieuwe) Nederlandse barkschip JAN VAN GALEN, kapt. P.H. de Boer.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kampen, 1 december. Eerstdaags zal er een algemene vergadering alhier gehouden worden van belanghebbenden bij de Kamper Hullsche Stoombootmaatschappij. Naar wij vernemen zullen onder andere de volgende punten in behandeling komen:
1. Om de directie dier maatschappij te verenigen met die der Rijn- en IJssel Stoombootmaatschappij.
2. De boot KONING WILLEM II te slopen, de machine derzelve te doen overplaatsen in een nieuw te bouwen ijzeren stoomschip, welke aanbouw zal geschieden op de werf der Rijn- en IJssel Stoombootmaatschappij alhier.
3. Gedurende die tijd de dienst tussen hier en Hull te doen waarnemen door een daartoe te huren schroefstoomboot uit Harlingen.
Het is te hopen, dat deze en verdere door die maatschappij te nemen besluiten van een gewenst gevolg mogen zijn, daar het bestaan van dusdanige ondernemingen voor een stad als deze van werkelijk veel belang is.


04 december 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 3 december. Het schip OCEAN (opm: vermoedelijk OCEAAN, zie NRC 071249), kapt. Alberts, van hier naar Genua, is de 1e dezer bij deszelfs vertrek uit het Westerdok aan de buitenzijde van de Doksluis in het ijs vastgeraakt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Pillau, 26 november. Op het haf zijn verscheidene schepen ingevrozen, waaronder de Nederlandse kof de WELDAAD, kapt. R.T. Feninga.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tonningen (opm: Tönning), 22 november. Het schip LOUWINA, kapt. Heerma, van Dantzig naar Gend, is wegens het ijs alhier uit zee teruggekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rendsburg, 29 november. Alhier is het vaarwater gesloten. Op de Eider en in het kanaal zijn onder meer anderen de navolgende Nederlandse schepen ingevrozen: CATHARINA, kapt. Juister, van Stockholm naar Hookzijl, CLARA CATHARINA, kapt. De Vries, van dito naar Carolinenzijl, JANTINA HENDRIKA, kapt. Ketelaar, van Dantzig naar Amsterdam, HENDRIKA, kapt. Pruim, van Lübeck naar Amsterdam, RENSKE HOOITES, kapt. Donema, van Dantzig naar Amsterdam, HENDRIKA, kapt. Gust, van Hamburg naar Riga, KLAZINA, kapt. Kars, van dito naar Koningsbergen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Koningsbergen (opm: Kaliningrad), 26 november. Eergisteren trad hier de vorst zeer streng in en is het ijs op onze stroom reeds 2 duim dik. Wanneer dezelve nog enige dagen aanhoudt, dan valt aan geen spoedige heropening der scheepvaart te denken. De schepen zijn dan ook alreeds in zekerheid gebracht. Onder degene, welke hier alzo ingevrozen zijn, bevinden zich ALEXANDER, kapt. Bakker, voor Nederland bevracht en HENDRIKA ARENDINA, kapt. Breeland, onbevracht.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Te Rendsburg overwinteren de volgende Nederlandse schepen:
VROUW BARBARA, kapt. Jonker, van Dantzig naar Bremen met hout
VROUW HILLECHIENA, kapt. Joosten, van Stettin naar Varel met hout
CATHARINA, kapt. Juister (opm: Puister?), van Stockholm naar Hoekzijl met erwten
CLARA CATHARINA, kapt. De Vries, van Stockholm naar Carolinenzijl met erwten
JANTINA HENDRIKA, kapt. Ketelaar, van Dantzig naar Amsterdam met weite
HENDRIKA, kapt. Pruim, van Lübeck naar Amsterdam met boekweit
MARGARETHA, kapt. Jansen, van Windau naar Bremen met lijnzaad
RENSKE HOOITES, kapt. Donema, van Dantzig naar Amsterdam met weite.


05 december 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Carolinerzijl, 29 november. Het Nederlandse schip FOKKELINA, kapt. De Groot, van hier met tarwe naar Groningen bestemd, die bij het begin der vorst in het Buitendiep lag, is met adsistentie van lichters naar onze Frederikssluis gebracht. Het water is vol ijs.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hoekzijl, 27 november. Het schip ALIDA GEZINA, kapt. De Jong, van Bremen met stukgoederen naar Amsterdam bestemd, is door ijsgang genoodzaakt geworden hier een noodhaven te kiezen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 28 november. De schepen JOSEPHINE, kapt. Schepman (opm: vergelijk JOSEPHINA, kapt. Schipman in NRC 171249), van Pillau, en MARGRIETHA, kapt. Nieboer, van Riga, beide naar Antwerpen, zijn alhier binnengelopen, het eerste met verlies van boegspriet wegens aanzeiling en het tweede met verstopte pompen.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 2 december. Heden zijn hier aangekomen het Nederlandse schip de GOEDE VERWACHTING, kapt. F.H. Zeijlstra, de 9e juli vertrokken van Amsterdam, en het dito schip DOGGERSBANK, kapt. J.M. Jansen, de 9e augustus vertrokken van Rotterdam.


06 december 1849


  RC - Rotterdamsche Courant

Texel den 4 dezer. Door den loodschipper T.P. Griek is den 1 dezer op de hoogte van de Singels een loods afgegeven aan boord van het barkschip DILIGENCE, kapt. Smit, van Batavia naar Amsterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 december. De 1e dezer werd te Nieuwendam met het beste gevolg te water gelaten het schoenerschip ANNA EN ARNOLDINA, groot circa 100 lasten, gevoerd zullende worden door kapt. D.H. van Wijk, en gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heer C.R. Vaillant te Amsterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dover, 1 december. Het schip ROELF GIESEN (opm: kof ROELF GIEZEN JR.), kapt. R.C. Hazewinkel, van Amsterdam naar Napels, is hier zeer lek binnengelopen, hebbende op het Goodwinsand gestoten.


  DC - Dordtsche Courant

Op daartoe gedaan verzoek is de concessie, welke bij Koninklijk besluit van 13 juni 1840 no. 12, aan de heren P. Konings, J. van Herwaarden en A. Konings, allen te Heusden woonachtig, voor een stoombootdienst tussen Heusden en Rotterdam was verleend, door het departement van binnenlandse zaken, bij resolutie van 28 dezer, overgeschreven op de heren P. Konings en Comp. te Heusden.


07 december 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 6 december. Het schip OCEAAN, kapt. Albers, van hier naar Genua, is de 4e dezer met adsistentie van de stoomboot YSTROOM weder in vlot water en in het Groot Noord-Hollandsch Kanaal gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dover, 3 december. Het schip ROELF GIEZEN – zie ons nummer van gisteren – is begonnen met de lading te lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 27 november. De schoener ALBERDINA, kapt. Mateling, van Riga met gerst naar Antwerpen bestemd, is de 24e bij het eiland Amack (opm: Amager) aan de grond gevaren. Eergisteren was het nog dicht. Men heeft een contract gemaakt om het schip voor 1000 R.Thal. (opm: Reichsthaler) in vlot water te brengen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De stroom te Tonningen is vol drijfijs; onder meer andere schepen liggen aldaar ingevrozen:
FOSSINA SIERS, kapt. Boiten, van Assens naar Amsterdam; LOUWINA, kapt. Heerma, van Dantzig naar Gent; GEERDINA, kapt. Bloem, van Dantzig naar Elsfleth; ANNA CATHARINA, kapt. Drent, van Rostock naar Hull; SIKKOLINA HOOITES, kapt. De Jong, van Stockholm naar Bremen.
Wegens het invallen der vorst moeten, onder meer anderen, op de Eider liggen blijven de schepen VROUW MARTHA, kapt. Wegener, van Dantzig naar Delfzijl met hout, en GESINA, kapt. Kuper, van Windau naar Halte met lijnzaad, en in het kanaal de HENDRIKA, kapt. De Boer Sap, van Hamburg naar Rostock met stukgoederen.


08 december 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 december. Het Belgische pleitschip JOHANNA CORNELIA, kapt. Seeuwen, van Londen naar Gent, is bij Nieuwpoort verongelukt, de equipage gered. Men is bezig zo veel mogelijk van de lading te bergen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rendsburg, 2 december. In deze haven, op de Eider en in Holtenau bevinden zich de volgende schepen onder Nederlandse vlaggen om te overwinteren, als:
Alhier: ULRIKA, kapt. J.H. Bekkering, JONGE TIJS, kapt. H.T. Bakker, ELSINA CATHARINA, kapt. W.H. Scholten, FOKKIENA, kapt. J.H. Waterborg, JACOBA, kapt. B.P. Teensma, MARGRIETHA, kapt. P.F. Lenning, MEINSINA, kapt. D.D. Klontje, GOEDE VERWACHTING, kapt. N.J. Riensema, BROEDERLIEFDE, kapt. H.L. van Sluis, JOHANNA, kapt. M.H. Kwint, VREDE, kapt. N.W. Hazewinkel, GOEDE VERWACHTING, kapt. H.K. Tent, WILMINA, kapt. H.W. Glim, GEERDINA, kapt. A.H. Schaap.
Op de Eider: WELDAAD, kapt. G.T. de Jonge, CATHARINA CORNELIA, kapt. W.U. de Jong, MARIA, kapt. H.C. Brockema.
In Holtenau: MARIA, kapt. A.H. Scholtens, JONGE TJALLING, kapt. H.H. Mellema.


10 december 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 8 december. De schepen FENNA, kapt. Brons, van St. Petersburg, en EETIENA, kapt. J.J. Mulder, van Riga, beide herwaarts gedestineerd, zijn wegens het ijs op de Zuiderzee te Medemblik binnengelopen.
De schepen VROUW STIJNA, kapt. Mudder, van Emden herwaarts gedestineerd, VROUW MARIA, kapt. Hildebrandt, van hier naar Emden en VROUW ALIDA, kapt. Roelofs, van dito naar Leer, zijn ingevrozen, de eerste twee in de Lemmer, de laatste te Heeg.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 1 december. Het schip de ZWIJGER, kapt. Weijland, van Kroonstad naar …, is de 28e november alhier met slagzijde binnengelopen. Men is bezig een gedeelte der lading te lossen.


11 december 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verkoping van Schepen in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ te Amsterdam op maandag 10 december 1849: het kofschip MARGINA, gevoerd door kapt. J.P. de Boer, gemeten op 39 lasten: NLG 2.900, opgehouden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip EPIMACHUS, kapt. Dekker, van Bergen naar Riga, is, na tot bij Gotland geweest te zijn, wegens storm en ijsgang te Kiel binnengelopen.


12 december 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 december. H.K.H. Prinses Marianne heeft te Valletta op Malta de stoomboot WILLEM DE EERSTE verlaten. Daarop heeft de 18e november het stoomschip, zonder H.K.H. de terugreis aangenomen en is de 27e daaropvolgende Gibraltar gepasseerd, zodat men de aankomst elk ogenblik te verwachten heeft.


  JC - Javasche Courant

Te Groningen is op 30 augustus van de Noorderwerf van de scheepsbouwmeester Van Arnhem met goed gevolg van stapel gelopen het schoenerschip ANTJE, gevoerd zullende worden door kapt. Plukker, en is voor enige dagen de kiel gelegd voor een grote brik, genaamd de HOOP VAN SCHIEDAM, gevoerd zullende worden door kapt. J.K. de Weerd van de Pekel-A.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 10 december. De 8e dezer zijn hier aangekomen het Nederlandse schip PASSAROEANG, kapt. C.C.B. Tullbrun, met drie passagiers, de 5e september vertrokken van Texel, de dito schoener PIO NONO, kapt. J. van der Meijden, de 1e september vertrokken van Antwerpen, en het dito schip RESIDENT VAN SON, kapt. F.C. Bauditz, met vijf passagiers, de 26e augustus vertrokken van Londen.
Gisteren is hier aangekomen het dito schip WASSENAAR, kapt. A. Hofstee, met twee passagiers, de 24e augustus vertrokken van Amsterdam.
Heden is hier aangekomen het dito schip GRAAFSTROOM, kapt. J.H. van Santen, de 4e september vertrokken van Nieuwediep.
NRC 131249
Rotterdam, 12 december. Betreffende de reis van H.K.H. Prinses Marianne deelt men nog de volgende bijzonderheden mede. De ongesteldheid, welke H.K.H. verplicht had een geruime tijd op Sicilië te verblijven, was geheel geweken, zodat de reis was vervolgd geworden naar Syracuse. Deze stad was in de avond van de 13e november door H.K.H. aan boord van het stoomschip WILLEM I verlaten en na een vaart van 12 uren arriveerde hetzelve te La Valette op Malta. Het stoomschip, waarvan het met de 1e december geëindigde huurcontract door H.K.H. was verlengd geworden, was naar het vaderland teruggekeerd. Genoemd stoomschip is de 8e december te Plymouth aangekomen.
(opm: bekort)


13 december 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 december. Men meldt ons van Brielle: het kofscheepje MARIA MARGRIETHA, eerst voor twee jaren nieuw gebouwd, dat in de nacht van de 17e november l.l. door misleiding achter Oostvoorne op het strand is gelopen en toen door de equipage verlaten, en op l.l. woensdag door de strandvonderij publiek is verkocht voor de som van NLG 250, is door de tegenwoordige eigenaren dadelijk van het strand in de diepte gebracht en heeft men hetzelve bij gunstige wind zeilende binnen de haven van Brielle kunnen brengen, alwaar men zegt, dat hetzelve op de scheepsmakerswerf zal worden hersteld en bruikbaar gemaakt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 december. Men berekent, dat dooreen ’s jaarlijks 200 schepen op de kust van Frankrijk, tussen Bayonne en Duinkerken, vergaan. Wij zijn in 1849 reeds tot de 176 gekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 9 december. Alhier is lek, met verlies van zeilen en andere averij binnengelopen het Nederlandse schip ONDERNEMING, kapt. Rickmers, van Santos naar Antwerpen bestemd.
(opm: zie NRC 221149)


  AH - Algemeen Handelsblad

Het lichterschip de GOEDE VERWACHTING, schipper Bakker, met een gedeelte van de lading van de stoomboot MAGNET, kapt T.Colyer, van Londen naar Amsterdam, is, volgens brief van het Nieuwediep van de 9e december aldaar lek geworden en de lading dadelijk overgescheept in het lichterschp de TWEE GEBROEDERS, schipper Lubberts.


14 december 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 13 december. Aan de Willemsluis alhier liggen ingevrozen de navolgende schepen: SARA JOHANNA, kapt. Sweijs, van Batavia, CORNELIA EN HENRIËTTE, kapt. Gollards, van dito, PLANCIUS, kapt. Rotgans, van Tjilatjap, FOSCA HELENA, kapt. Post, van New York, HENDRIKA MARGARETHA, kapt. Glim, van Bordeaux, GEERTRUIDA, kapt. Tunteler, van Lissabon, J.H. GRAAF VAN RECHTEREN, kapt. Hoeksma, van St. Petersburg, KAREN MARGARETHA, kapt. Lange, van Fredrikstad, en FREDERIKSTAD, kapt. Busch, van Osterrisoer.
De stoomboot FRISO, van Harlingen, laatst van Enkhuizen, naar Amsterdam, is, wegens ijs op de Zuiderzee, te Muiden binnengelopen en aldaar ingevrozen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Syra, 28 november. Het Nederlandse kofschip de HOOP, kapt. Engelsman, van Amsterdam en Napels naar Smyrna bestemd, dat hier gepasseerde maand met averij is binnengelopen, is gelost en men heeft bevonden, dat het schip de reparatiekosten niet meer waard was. Men verwacht alzo het verdere besluit van de reder.


15 december 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 december. Men verneemt, dat de directie der Nederlandsche Handel-Maatschappij aan de reders heeft bekend gemaakt, dat zij voor het volgende jaar haar vrachten weder met NLG 6 per last heeft verminderd, behoudens haar vroegere bepalingen omtrent de progressieve vermindering voor schepen van een zeker aantal jaren en boven een zekere grootte.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiedam, 14 december. Heden is alhier op de werf De Nijverheid door de scheepsbouw- meesters C. Gips & Zonen de kiel gelegd van een brikschip, genaamd ANNA, groot ruim 200 lasten en geschikt voor de vaart op Oost-Indië onder boekhouderschap van de heer M. Kerdel.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 december. Men meldt uit Scheveningen in dato 14 december: heden morgen arriveerde alhier het bomschip JONGE MAURITS, schipper M. Plokker, komende van de haringvisserij, medebrengende de equipage van het Hannoverse kofschip ANNA & MARIA, kapt. H.H. Straakholder (opm: Strackholder), met een lading lijnzaad van Riga naar Antwerpen bestemd. Gemeld schip is op de hoogte van Brouwershaven vergaan.
(opm: zie NRC van 19 en 22 december 1849)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 14 december. De 13e dezer lagen in het Groot Noord-Hollandsch Kanaal de navolgende schepen ingevrozen:
JEANNETTE PHILIPPINE, kapt. Rademaker, van Batavia, bij West-Graafsdijk,
JAPAN, kapt. Van der Zee, van Batavia, FOSCA HELENA, kapt. Post, van New York, beide te Alkmaar, de laatstgenoemde niet aan de Willemsluis.
Het uitgaande schip BEURS VAN AMSTERDAM, kapt. Norup, naar Drammen, bij Het Zand.


  AH - Algemeen Handelsblad

Londen 13 december. Het schip CELEBES, kapt. Bijl, van Batavia naar Rotterdam, is de 3e november op 11º ZB 42º WL gepraaid, hebbende op hoogte van Kaap de Goede Hoop hevige stormen doorgestaan en daardoor een gedeelte van de lading over boord moeten werpen.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 13 december. De 11e dezer is hier aangekomen het Nederlandse schip HENRIETTA CLASINA, kapt. T. Hagen, de 25 augustus vertrokken van Amsterdam.
Gisteren is hier aangekomen de dito brik BOREAS, kapt. A. Messen, de 5e oktober vertrokken van Buenos Ayres.
Heden is hier aangekomen het dito schip STAD DORDRECHT, kapt. Van Nassau, met vier passagiers, de 21e november vertrokken van Japan.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 12 december. Heden is van hier vertrokken de Nederlandse brik MAHFOEL, thans hernaamd SALIM.


17 december 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 15 december. Het schip MARIE JULIE, kapt. Teygeler, is heden nacht met verlies van anker en 40 vademen ketting tegen de Noordwal aan de grond geraakt, doch weder af en op de rede ten anker gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brake ….december. In deze haven overwinteren onder meer andere de Nederlandse schepen WILHELMINA, kapt. Meijer, VROUW WIJKA, kapt. Panjer en TWEE GEBROEDERS, kapt. De Groot.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elsfleth, ….december. De Nederlandse schepen JOHANNES, kapt. Haverbult, JONGE KERST (opm: JONGE KARST), kapt. Woudstra en CLASINA MARGARETHA, kapt. Topp, liggen in onze haven om aldaar te overwinteren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 10 december. Kapt. Sap, voerende het Nederlandse kofschip BROEDERLIEFDE, heeft de 28e november op 54º35’ NB 14º09’ OL vier mijlen oost-ten-zuiden van Jasmund (opm: op Rügen), in een zinkende staat ontmoet het Oldenburger galjootschip VERTRAUEN, kapt. Munt. Door de hoge zee, die er liep, heeft men maar één man der equipage kunnen redden en is het schip bijna te gelijkertijd met de overige manschappen gezonken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cowes, 13 december. Het schip HENDRIK WESTER (opm: ex bark CLARA HENRIËTTE), kapt. R.J. Reynders, van Amsterdam naar Batavia, is op de hoogte der Singels (opm: ondiepten in de inham te Winchelsea, ten westen van Dungeness) aangezeild, waardoor hetzelve schade aan het tuig heeft bekomen en hier binnen is gelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 13 december. Het Nederland brikschip PALLAS, kapt. J.W. Bechtold, van Amsterdam naar Suriname, is hier lek binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Yarmouth, 13 december. Gisteren kwam hier met verlies van anker, ketting en boot binnen het Nederlandse schip HELENA BRONS, kapt. Brons, van Dantzig naar Antwerpen bestemd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Christiansand, 6 december. Het schip ANTINA TJAKKELINA, kapt. Kleindijk, van Londen naar Stettin, te Mandahl met schade binnengelopen – zie ons nummer van 3 december – is gelost. Van de lading zijn 24 kistjes en 146 kisten suiker beschadigd bevonden en verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Erlseneur, 10 december. De schepen ZWIJGER, kapt. Weijland, van St. Petersburg naar Amsterdam, en JOSEPHINA, kapt. Schipman (opm: vergelijk JOSEPHINE, kapt. Schepman in NRC 051249), van Pillau naar Antwerpen, alhier met schade binnengelopen, hebben, na gerepareerd te hebben, de reizen vervolgd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 14 december. Het stoomschip WILLEM I, kapt. J.H. Savert, arriveerde heden alhier van Lissabon, laatst van Plymouth.


  AH - Algemeen Handelsblad

Schiedam, 14 december. Heden is alhier op de werf van de Nijverheid door de scheepsbouwmeester C. Gips en Zonen de kiel gelegd van een brikschip, genaamd ANNA, groot 200 lasten en geschikt de vaart op de Oost-Indien onder boekhouderschap van de heer M. Kerdel.


18 december 1849


  DC - Dordtsche Courant

Vrijdag ll. is te Schiedam op de werf De Nijverheid door de scheepsbouwmeesters C. Gips en Zonen, de kiel gelegd van een brikschip, genaamd ANNA, groot ruim 200 lasten en geschikt voor de vaart op Oost-Indië, onder boekhouderschap van de heer M. Kerdel.


 GRC - Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop. Een kofschip met volle inventaris, groot 90 tonnen.
Te bevragen bij den kapitein J.W. Scheeve, te O. Pekela. (opm: de DINA, bouwjaar 1826, werd op 19 februari 1850 voor NLG 4.000 aangekocht door kapt. W.T. Mulder, die in maart 1850 met de DINA in de vaart ging)


19 december 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 december. Het schip HILLECHIENA GEERDINA, kapt. Roelfsema, van Hammerfest naar Amsterdam gedestineerd, was volgens brief van de 2e november aldaar door tegenwind nog liggende.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 december. Aangaande het Hanover schip ANNA MARIA, kapt. Strackholder, van Riga naar Antwerpen, op de Banjaart gestrand – zie ons nummer van 13 dezer – wordt van Brouwershaven gemeld, dat hetzelve vol water zat en met de lading weg zal zijn. Een gedeelte van de inventaris is aldaar aangebracht.
(opm: zie NRC 221249)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Syra (opm: Egeïsche eilanden), 5 december. Men is begonnen om aan het Nederlandse kofschip de HOOP de nodige reparatie te doen, ten einde dat schip zijn bestemming Smyrna (opm: Izmir) zoude kunnen bereiken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheveningen, 18 december. Een half uur noordwaarts van Scheveningen is gisteren gestrand de kof MARGRIETA (opm: MARGRITA ?, zie NRC 241249, ook MARGARETHA), te Groningen te huis behorende, terugkerende van Koningsbergen en bestemd naar Gent, kapt. K.J. Scholten. Het vaartuig was met raapkoeken geladen. De reddingsboot van de Noord- en Zuid-Hollandsche Redding Maatschappij is terstond na het ongeval in zee gegaan, doch door het breken van een lijn kon men het schip niet dadelijk naderen en de manschap kwam zelf in dringend levensgevaar. Andere reddingsmiddelen werden even vruchteloos beproefd, hetgeen niet weinig leedgevoel verwekte, daar men het angstgeschreeuw der equipage duidelijk vernam.
Ten derden male waagde men hierop een kans, ofschoon het reeds donker was geworden. De wakkere Jan Plug begaf zich met zes vissers, te weten P. Kolk, A. Tuit, P. de Jong, A. de Toet, K. Grootveld en de uitmuntende zwemmer G. van der Hak, in de reddingsboot. Men kan zich de verslagenheid verbeelden, toen na kort tijdsverloop bij de op last der strandvonders ontstoken vuren bespeurd werd, dat de lijn opnieuw gebroken was en de boot ledig gezien werd, dobberende op de onstuimige zee. In allerijl waagden zich enige kloeke zwemmers, om zo mogelijk aan hun gezellen en de equipage van het schip hulp toe te brengen, hoewel velen allen reeds verloren waanden. Men kan zich de vreugde van die zwemmers verbeelden, toen zij van het schip hoorden roepen, en hierop werd met levensgevaar een wagen met paarden tot op enige afstand van het gestrande vaartuig gebracht en mocht men de vreugde smaken de wakkere vissers met vier schipbreukelingen aan strand te brengen. De equipage had uit zeven koppen bestaan. Twee hunner, zoons van de kapitein, waren over boord geslagen juist toen de reddingsboot het schip was genaderd. De geredde schipbreukelingen zijn de kapitein, de matroos W. Hazenoot, P. Keyzer, H. ten Brink, en de scheepsjongen H. ten Brink. Men moet alle lof geven aan de onvermoeide pogingen van de wakkere vissers die met groot gevaar althans het grootste deel der equipage hebben mogen behouden.


  JC - Javasche Courant

Soerabaija, 11 december. Heden is van hier vertrokken de Nederlandse schoener BANLIE, thans hernaamd TERNATE, kapt Pa Katjong, met bestemming naar Kema en Ternate.


20 december 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 december. Van een geachte hand zijn wij verzocht het volgende te plaatsen: Volgens brief uit Hellevoetsluis van kapt. Teygeler, voerende het schip MARIE JULIE, is het schip wegens breken van de ketting aan het drijven geweest, maar is na het laten vallen van het tweede anker op 3½ vadem water ten anker gekomen en heeft dus het schip niet op de Noordwal gezeten, zo als de zeetijding uit Hellevoetsluis meldde.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 december. Het schip MERCURIUS, kapt. De Haan, van Dordrecht naar Liverpool, is de 15e dezer met verlies van zeilen en grote gaffel te Torbay Brixham binnengelopen.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Openbare verkoping, ten overstaan van de notaris Van Dorsser, van de volgende scheepsaandelen, als:
- Zeven 1/60 aandelen in het fregatschip BERNHARD HERTOG VAN SAKSEN WEIMAR, met inventaris.
- Vier 1/60 en twee 1/30 aandelen in het barkschip PICTURA, met inventaris.
Beide schepen zijn door de Nederlandsche Handel-Maatschappij bevracht en te Batavia aangekomen, het eerstgemelde de 28 en het laatstgemelde noemde de 4 augustus ll.


21 december 1849


  AH - Algemeen Handelsblad

Cagliari, 7 december. Het schip ARCHIPEL, kapt. Aiking, van Smirna naar Amsterdam, is de 3e dezer alhier wegens storm en tegenwind binnengelopen, doch zal bij de eerst gunstige gelegenheid de reis voortzetten. De 26e en 27e november heeft op de kust van Sardinië een hevige storm gewoed, waarin verscheidene schepen verongelukt zijn.

NRC 221249
Amsterdam, 20 december. Volgens brief van Texel van de 19e dezer was in de vorige nacht benoorden De Koog aldaar gestrand een schip, de naam onbekend en waarvan men het volk nog niet had kunnen redden.
(opm: AGNES, zie volgend bericht)


22 december 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 december. Het schip (opm: fregat, een Duitse vlag) AGNES, kapt. Ahrensfeld, van New York met tabak en passagiers naar Bremen, is volgens brief van Texel van de 20e dezer, de vorige nacht benoorden De Koog gestrand, vol water gelopen en zal weg zijn. Van de equipage, bestaande uit 22 man, is de kapitein en 12 man, en van de 41 passagiers slechts 7 personen door de reddingboot van Cocksdorp met groot levensgevaar gered. Enkele lijken zijn op strand aangedreven, benevens enige vaten tabak. Men hoopte ook nog van de tuigage te bergen.
(opm: aangaande deze stranding schreef Rein Stam, Texel, op 10 januari 2004: Ook in Duitsland emigreerden velen naar Amerika om daar hun geluk te zoeken. Een aantal van hen was het gelukt een bestaan op te bouwen en na jaren van zwoegen een reisje naar de ‘Heimat’ te maken. Op 17 november 1849 vertrokken 42 van hen met het Duitse fregatschip AGNES van New York naar thuishaven Bremen. Gedurende de oversteek naar Europa had het schip al met slecht weer te maken. Op 17 december ‘stoof’ het schip het Kanaal door, maar daarna ging de reis op gegist bestek vanwege de dichte bewolking. Na enige uren lukraak koersen, stiet het fregat op de grond, kreeg het enorme grondzeeën over en bleek het muurvast te zitten. Het schip lag voorbij De Koog voor Paal 23. Men kon niet bovendeks blijven, omdat de zware brekers alles overboord veegden. Het lot van de AGNES was bezegeld. Enig doel was nog de mensen aan wal te krijgen. In een uiterste poging klommen de mensen in de masten en het want, waar ze door kou en vermoeidheid een voor een uitvielen. De reddingboten van Den Hoorn en De Krim konden pas na veel moeite langszij komen en brachten 19 mensen in veiligheid. Het met tabak geladen schip werd een prooi van de golven en langs de kustlijn spoelde een deel van de lading en de opvarenden aan.
Veel aangespoelde bemanningsleden hadden zeer waardevolle zaken in hun zakken. Waarschijnlijk hadden zich aan boord onverkwikkelijke taferelen afgespeeld tijdens de doodsstrijd van mens en schip. De kapitein, die de ramp overleefde, was aanwezig bij de veiling van de restanten van schip en lading, die NLG 4.410,58 opbrachten.
Veel Texelaars rookten nog lang na de ramp zilte tabak. “Eerlijk op ’t strand gevonden.”)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

North Shields, 15 december. Het schip JANTINA, kapt. Stubbe, van Faxöe naar Amsterdam, alhier met schade binnengelopen, heeft de lading gelost. De equipage is ziek van de geleden vermoeienissen op de reis.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 17 december. Het Nederlands kofschip ONDERNEMING, kapt. Rickmers, van Santos naar Antwerpen bestemd, alhier met schade binnen, behoeft niet gelost te worden, maar bekomt nieuwe zeilen en enige reparaties aan het tuig.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 17 december. Het brikschip PALLAS, kapt. Bechtold, van Amsterdam naar Suriname alhier lek binnen, moet de lading lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Swinemünde, 13 december. Onder de schepen, die hier overwinteren, zijn vier onder Nederlandse vlaggen, namelijk GEERTRUIDA JOHANNA, kapt. Scholtens, CORNELIA, kapt. Mooi, PAULINE HELENA, kapt. Schaaf en TRIENTJE, kapt. Visser.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 december. Volgens particulier bericht van St. George d’Elmina in dato 30 oktober, was het brikschip ST. GEORGE DE LA MINA, de 15e dier maand, na 42 dagen reis, behouden gearriveerd en waren alle passagiers, benevens de negermilitairen, in welstand ontscheept, zijnde slechts een der laatsten op reis overleden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 december. Volgens heden ontvangen particulier bericht uit Manilla (Philippijnen) in dato 16 oktober waren de Nederlandse schepen JOHANNES MARINUS en OLDENBARNEVELD aldaar aangekomen van Cardiff en bezig steenkolen te lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 21 december. De hoeker VEREENIGING, kapt. T. van Vliet, van morgen uitgezeild, heeft op de Hindert de roerhaken beschadigd en is door de binnenkomende Engelse stoomboot APOLLO, kapt. W.H. Smith, van daar terug gesleept en ligt behouden in deze haven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare Verkoping van Scheepsaandelen, te Dordrecht in het Koffijhuis van J. Zahn aan het Marktplein, op woensdag 9 januari 1850, des voormiddags ten 11½ ure, ten overstaan van de notaris S. van Dorsser te Dordrecht, als:
- Zeven 1/60e aandelen in het fregatschip BERNHARD HERTOG VAN SAXEN WEIMAR, met inventaris.
- Vier 1/60e en twee 1/80e aandelen in het barkschip PICTURA, met inventaris.
Beide thuis behorende te Dordrecht en bevracht door de Nederlandsche Handel Maatschappij, en te Batavia aangekomen het fregat 28 en de bark 4 augustus l.l. Deze scheepsaandelen zullen per aandeel worden verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Kapitein H.H. Strackholder, gevoerd hebbende het Hanover kofschip ANNA EN MARIA, zal door een bevoegd beambte op maandag de 24e december 1849, des voormiddags ten elf ure, te Scheveningen verkopen de geborgen tuigage van opgemeld kofschip, bestaande in ankers, kabels, zeilen, barkas, sloep en verdere goederen. Informatiën zijn te bekomen bij de heer P. Varkevisser, Brits consulair agent aldaar.


  DC - Dordtsche Courant

Het op 17 dezer te Hellevoetsluis binnengekomen Nederlands barkschip CERES, kapt. L.W. van Rijn van Alkemade, heeft de reis van Batavia naar het Vaderland in de buitengewoon korte tijd van 84 dagen volbracht, terwijl de uit- en tehuisreis in 6 maanden en 23 dagen is afgelegd.
Een voorbeeld van snelle vaart levert mede het schip de JAVAAN, kapt. P. Dekker, de 18 van Batavia in Texel binnengekomen. Deze bodem is de 28 mei ll., uit Texel naar Batavia en de 22 september van Batavia naar Amsterdam vertrokken, en heeft dus de heen- en terugreis in 6 maanden en 21 dagen volbracht.


  DC - Dordtsche Courant

Batavia, 29 oktober. Het schip STAATSRAAD BAUD van Amsterdam, van hier naar Soerabaija bestemd, is in de nacht van de 24 september door verleiding van stroom op de Boompjes Eilanden gezet, door eigen middelen is het schip spoedig weder in vlot water gebracht, en is kort daarop te Soerabaija gearriveerd, alwaar het schip is onderzocht, en bevonden dat de geleden schade vrij aanzienlijk is. Het zal nieuw moeten koperen en timmeren, voorlopig wordt de schade begroot op NLG 30.000.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. De heren deelhebbers in de Maatschappij van Dordrechtsche Scheepsreedrij, worden bij deze opgeroepen om te compareren, op zaterdag 29 dezer, des middags ten twaalf ure, in Het Hof van Holland alhier, ten einde de bij art. 19 der statuten bepaalde commissie van zes personen te benoemen.
Dordrecht, 21 december 1849, J.S. Vriesendorp, J. de Voogd, F.C. Déking Dura, directeuren.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Op de vendutie van de 31e dezer zal voor rekening van wie zulks mocht aangaan verkocht worden het wrak van de op de 14e november 1849 op de Armedische bank gestrande Nederlands-Indische schoener MATHILDA, alsmede enige scheepsinventaris.


24 december 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 december. In de morgen van de 18e dezer is bij Katwijk aan Zee het lijk aangespoeld van Harm Scholtens, de jongste zoon van kapt. H.J. Scholtens, die daags te voren bij gelegenheid der stranding van de kof MARGRITA met zijn broeder in de golven is omgekomen. Gisteren is ook het lijk van de oudste zoon des kapiteins, Jans Koop Scholtens, zijnde de stuurman van het schip, bij Noordwijk aan Zee op strand gevonden.
(opm: NRC 191249 spreekt van MARGRIETA, kapt. K.J. Scholten; het verslag van de Noord- en Zuid-Hollandsche Redding Maatschappij van MARGARETHA).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 december. Volgens particuliere brief van kapt. Bijl, voerende het Nederlandse barkschip CELEBES, van Batavia te Brouwershaven binnen, heeft hij gedurende zijn reis met zware stormen te kampen gehad, voornamelijk aan de Kaap de Goede Hoop, alwaar de grote mast gebroken is, doch die hij echter had gesjord en de reis mede vervolgd. In de nacht van de 16e op de 17e ondervond hij zeer slecht weder in het Engelse Kanaal, insgelijks in de nacht van de 17e op de 18e, in welke nacht hij bij de hoek van Holland op lager wal is bezet geweest en slechts door zwaar zeilen is het hem mogen gelukken om zijn schip en de lading te behouden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 december. Het Nederlandse schoenerschip ONDERNEMING, kapt. Rickmers, te Portsmouth binnen, is van zeilen en tuig voorzien en zal binnen twee dagen naar Antwerpen vertrekken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 december. Het schip HEINRICH, kapt. Hubert, van Hull naar Hamburg, is, volgens brief van Delfzijl van de 19e dezer, de 16e november op Rottum gestrand, doch na 29 dagen op strand gezeten te hebben en de lading in goede staat gelost te hebben, weder af en de 18e dezer te Delfzijl binnengekomen om de geleden schade te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Triëst, 12 december. Het Nederlandse brikschip HENRICA, kapt. De Boer, de 9e alhier aangekomen, heeft de 12e door een aandrijving met het oorlogsschip BELLONA de masten verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 19 december. Gisteren is hier met schade aan het tuig binnengelopen het schip DANIEL, kapt. van Duyn, van Amsterdam naar Triëst gedestineerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Crookhaven, (geen datum vermeld). Het brigantijnschip ANGELINA, kapt. Rees, van Newport naar Algiers bestemd, heeft zware stormen uit het west-zuid-westen ondervinden en is hier met averij en overgeslagen (opm: overgegane) lading binnengebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Boromore Islay, 17 december. Het brikschip MARIA, kapt. Krol, van Sunderland naar Bordeaux, is de 13e dezer op de noordkust van het eiland Small totaal verongelukt. De kapitein en drie man der equipage zijn gered, zes mensen zijn er bij omgekomen.
(opm: vergelijk met PGC 251249)


25 december 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 december. Kapt. B.H. Kolk, voerende het kofschip DANKBAARHEID, van Newcastle naar Amsterdam bestemd, is gisteren te Hellevoetsluis binnengelopen wegens verlies van anker en zeilen.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 22 december. De stoomboot KINDERDIJK is naar zee gestoomd op bekomen noodsein van de Goeree, moetende aldaar een schoener tegen het strand zitten, volgens rapport der zeeloodsen. De wind N.O.
De 23 dito. Gisteren avond is door de stoomboot KINDERDIJK in het kanaal gesleept de schoener CYGNET, kapt. D. Martin, van Glasgow, zijnde dit het schip dat gisteren in nood was.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip MARIA, kapt. Kroll, van Sunderland naar Bordeaux, is de 13e dezer noord-westelijk van het eiland Coultersay verongelukt. De kapitein en drie man zijn daarbij verdronken. (opm: vergelijk NRC 241249)


26 december 1849


  JC - Javasche Courant

Batavia, 23 december. De 21e dezer zijn hier aangekomen het Nederlandse schip KONING WILLEM II, kapt. J. Kooger, de 1e september vertrokken van Middelburg, de dito bark JOHAN JACOB, kapt. L. van Geelkerken, de 8e september vertrikken van Rotterdam, de dito bark VROUW JOHANNA, kapt. C. van der Hoeven, de 16e september vertrokken van Rotterdam, het dito schip LUCIE, kapt. J. van der Schaft, de 16e september vertrokken van Rotterdam, en het dito schip CLARA HENRIETTE, kapt. N.D. de Boer, met enige passagiers, de 1e september vertrokken van Amsterdam.
Gisteren zijn hier aangekomen het dito schip JOHANNA MARIA CHRISTINA, kapt. C.N. Gorter, met Zr.Ms. troepen, de 7e september vertrokken van Amsterdam, en het dito schip GENERAAL VAN DEN BOSCH, kapt. F. Parlevliet Jr., met een passagier, de 1e september vertrokken van Rotterdam.
Heden zijn hier aangekomen het dito schip MARGARETHA SIMONETTA, kapt. F.J. Hoffman, de 31e augustus vertrokken van Amsterdam, en het dito schip BANCA, kapt. B.C. ten Ham, met een passagier, de 7e september vertrokken van Rotterdam.


  JC - Javasche Courant

Soerabaija, 20 december. De 15e dezer is van hier vertrokken de Nederlandse bark LORKAS, thans hernaamd FATHOOL HAER, kapt. Sech Achmat bin Salim Banama, met bestemming naar Grissee.
Heden is hier aangekomen het Nederlands schip FADELUL BARIE, thans hernaamd CECILE, kapt. P. Lunel, met Zr.Ms. troepen en bannelingen, de 11e december vertrokken van Batavia.


27 december 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 december. Het Nederlandse schip (opm: kof) AFINA, kapt. H.R. Post, met een lading lijnkoeken van Koningsbergen naar Antwerpen bestemd, door de Geul van Everinge, die niet betond is, willende zeilen, is op een zeer gevaarlijke plaats aan de grond geraakt. Het schip maakte dadelijk veel water en nadat men het in vlot water gebracht had, is het in de Geul gezonken. Het schip is geheel weg, eveneens als het gedeelte der lading, dat zich nog aan boord bevond.


  AC - Amsterdamsche Courant

Rotterdam, 24 december. Eergisteren is van de werf van de scheepsbouwmeester Pot onder Ridderkerk van stapel gelopen het schoenerscheepje genaamd PIET HEIN, gebouwd voor rekening van de heer D.A. Schuurmans.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 december. Het schip MARGARETHA SIBINA, kapt. De Ruiter, van Kioge (opm: Køge) naar Jersey, is de 21e dezer bij Romney (opm: Kent) gezonken, doch het volk gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Shields, 15 december. Het kofschip JANTINA, kapt. Stubbe, van Faxoe naar Antwerpen bestemd, dat met averij in deze haven binnengelopen was, heeft de lading gelost.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 21 december. Alhier is met verlies van zeilen en andere schade binnengelopen het schip LAMMEGINA, kapt. Greven, van Grangemouth naar Cadix bestemd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Syra (opm: Ionische eilanden), 12 december. Het Nederlandse kofschip de HOOP, kapt. B.H. Engelsman, is afgekeurd.


28 december 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 24 december. Wij zien met het grootste genoegen, dat de stoomboot, welke van onze stad op Rotterdam en Antwerpen vaart, van dit gedeelte van het winterseizoen, nu toch bijna alle communicatie gestremd is, gebruik maakt tot het nazien van schip en machines. Dit verdient vermelding, uithoofde men zich hierbij niet vergenoegt met datgene na te zien, wat men dagelijks onder het oog heeft, maar vooral omdat geen moeite of kosten gespaard worden om juist datgene te onderzoeken, wat bij het werken der machine niet geschieden kan. In het belang van het publiek betuigen wij de ondernemers onze oprechte dank en kunnen niet nalaten ons gevoelen uit te drukken, dat het hoogstwenselijk zoude zijn, dat alle stoomvaartuigen op dergelijke wijze werden onderzicht.
(opm: het betreft het stoomschip STAD VLISSINGEN)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cowes, 25 december. Het Nederlandse kofschip MENTOR, kapt. De Kok, van Rotterdam naar Gibraltar bestemd, is hier heden binnen gelopen om nieuwe ankers in te nemen, vermits dat schip de zijne de 22e op de hoogte van Brouwershaven in een storm verloren heeft.
(opm: zie ook PGC 281249)


  AH - Algemeen Handelsblad

Nieuwe Diep, In deze nacht is over de Haaks heen gestoten het Engelse barkschip LADY CAROLINE, gezagvoerder Macanzie (opm: mogelijk Mackenzie), komende van Newfoundland en bestemd naar Hull met een lading hout. Dit schip is drijvende op zijn last heden morgen ten 4 ure bij Kagshoofd (?) gestrand. De equipage, in alles 14 man, is gered en aan land gebracht door de slampamper- sloep van het schip DIDO. De voor- en de grote mast zijn bij het dek afgebroken; de bezaansmast staat voor de helft nog overeind. De kiel van het schip zit, een kabellengte van hetzelve, op de stenen van de Helderse zeedijk. Men is druk bezig om zo veel mogelijk te bergen, wat nog te bergen is.
Op de rede drijft een grote menigte appelen en vaten jenever, hetgeen vermoeden doet, dat er nog meer schepen verongelukt zijn.
Deze morgen ten 5 ure was de hoogtestand van het water 1 el, 5 palm, 5 duim boven het punt van volle zee of hoogte van het hoogste water bij gewoon tij. Het laat zich aanzien, dat de stand van het water hedenavond nog hoger zal zijn, daar het ten 4 ure reeds 1 el, 4 palm, 5 duim boven volle zee is.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip MENTOR, kapt. De Kok, van Rotterdam naar Messina, is de 21e dezer met gebroken ra in het Brouwershavense gat bij de ton no.5 ten anker gekomen, doch heeft, na de schade hersteld te hebben, de reis voortgezet.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een smakschip, groot 58 tonnen, met zijn gehele inventaris, zo als het in de maand oktober j.l. uit zee is gekomen. Te bevragen bij de kapitein A.O. de Jong te Farmsum.


29 december 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wolgast, 23 december. Het Nederlandse kofschip WEMMINA CATHARINA, kapt. Fenninga, te Schiermonnikoog te huis behorende, met een lading veren en paardehaar van Lübeck naar Kopenhagen bestemd, is in de nacht van 20 op 21 dezer door noordelijke stormen genoodzaakt geworden onder Peenemünde een schuilplaats te zoeken, waar het dan ook in zekerheid gearriveerd is.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 25 december. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN, kapt. P. Huidekoper, met drie passagiers, de 17e september vertrokken van Amsterdam, en het dito schip LOOPUYT, kapt. A. van der Wijk Jurriaanse, de 7e augustus vertrokken van Rotterdam.


31 december 1849


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

49
Vlissingen, 28 december. Het schip ARENDINA HARMINA, kapt. S.H.Hazewinkel, met lijnzaad van Memel naar Rotterdam, is volgens brief van Vlissingen van de 24e dezer met gescheurde zeilen aldaar binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 30 december. Aangaande het schip AGNES, kapt. Arensfeld, van New York naar Bremen, bij de Koog gestrand, wordt volgens brief van Texel van de 29e dezer gemeld, dat hetzelve onder water zat. Van de lading waren 6 vaten en 80 ceroenen (opm: balen van 50 tot 75 kg) tabak, benevens enige tuigage geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 30 december. Volgens brief van Texel van de 25e dezer, was die nacht bezuiden het dorp Koog gestrand een schip, volgens zeggen een driemastschip, de naam onbekend, en waarvan het volk zich nog aan boord bevond.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het Ontwerp van Wet regelende de belangen der scheepvaart, ingekomen ter zitting van de Tweede Kamer der Staten Generaal op 3 december 1849, vermeldt onder meer de intrekking van het verbod om Nederlandse zeebrieven aan buiten ’s lands gebouwde schepen te verlenen
(opm: een alinea ontleend aan een artikel met inhoud en commentaar op deze wet, dat in een speciale bijlage bij de NRC van 31 december 1849 verscheidene pagina’s groot is. Uit dit artikel is ook onderstaande tabel overgenomen).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Naar Valparaiso. Het nieuw gekoperd snelzeilend Nederlands barkschip WOLTEMADE, kapt F. Guyt Jr, om den 15den januari 1850 te vertrekken. Adres ten kantore van Kuyper, van Dam en Smeer (opm: verandering van reisdoel)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vergelijkende staat der getalsterkte van de Nederlandse koopvaardijvloot op 31 december der jaren 1831, 1835, 1840, 1845 en 1848:
Benaming der aanwezig op ultimo deccember
Schepen 1831 1835 1840 1845 1848
aantal lasten aantal lasten aantal lasten aantal lasten aantal lasten
Fregatten 101 21622 138 33.858 216 66.595 238 78.069 236 77.041
barken en pinken 28 5.124 41 7.494 88 20.471 129 33.342 156 41.054
Brikken 71 6.825 64 6.230 63 5.979 58 5.341 60 5.744
Schoeners 9 707 13 953 19 1.335 30 2.075 93 7.579
Brigantijnen 0 0 1 95 2 211 1 99 1 99
Galjoten 17 1.913 15 1.557 18 1.998 18 1.962 18 1.962
Koffen 462 28.219 496 29.715 633 37.818 757 44.383 848 48.958
Tjalken 167 4.661 184 5.108 209 5.823 250 7.019 331 9.286
Smakken 230 7.778 221 7.414 207 6.932 188 6.299 181 6.074
Hoekers 55 2.876 53 2.758 58 2.955 57 2.882 65 3.305
Stoomboten 3 654 3 654 3 700 4 759 6 988
Diversen 109 2.560 109 2.506 112 2.516 139 2.956 151 3.150
Totaal 1.252 82.939 1.338 98.342 1.628 153.333 1.869 185.186 2.146 205.240