Inloggen
Zoek in kronieken
Aanwezig jaargangen:
Start - 1813 - 1814 - 1815 - 1816 - 1817 - 1818 - 1819 - 1820 - 1821 - 1822 - 1823 - 1824 - 1825 - 1826 - 1827 - 1828 - 1829 - 1830 - 1831 - 1832 - 1833 - 1834 - 1835 - 1836 - 1837 - 1838 - 1839 - 1840 - 1841 - 1842 - 1843 - 1844 - 1845 - 1846 - 1847 - 1848 - 1849 - 1850


Bevat   Exact
 

Kronieken uit 1846


01 januari 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 31 december. Het schip LOUISA MARIA, kapt. Jaski, van Batavia naar herwaarts, op de Zuidwal aan de grond vastgeraakt, is weder af en in vlot water gekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helvoet, 30 december. Vermoedelijk is het wrak van een brik, hetwelk op de Hindert zat, afkomstig van het op Kentish Knock verongelukte schip WOODMAN, van Bombay naar Hull, en waarvan de equipage gered is geworden.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, den 31 december. Den 25 dezer (december) is te Delfzijl binnengekomen, A.J. Donga (opm: kof ANNECHIENA, ex-GEERDINA kapt. E.A. Doewes), van Brugge.


  AH - Algemeen Handelsblad

Petten, 29 december. De 27e dezer des avonds, te half zes, strandde (gisteren bereids reeds kort gemeld), ten gevolge van de hevige storm, aan onze kust, het van Svenburg (opm: Svendborg) komende en naar Schiedam gedestineerde kofschip ANNA JULIANA, geladen met gerst, kapt. J. Hoekstra (opm: buitenlander). Behalve de kapitein, stuurman en een matroos, bevonden zich nog aan boord, de huisvrouw van de kapitein en zijn drie kleine kinderen. De ongelukkige schipbreukelingen, die door een stortzee en het wegvliegen van al hun zeilen, de onvermijdelijke stranding voorzagen, konden in de grote duisternis geen hoop op redding voeden en toen de stranding had plaats gehad, zagen zij de dood elk ogenblik tegemoet. Intussen was het onheil bekend geworden aan onze manhafte kustbewoners en reeds des avonds te acht uur, werd de reddingboot in zee gebracht, doch herhaalde proefnemingen bewezen de onmogelijkheid om het schip, door de felle branding te naderen. Eerst de volgende morgen, na onderscheiden vergeefse reizen, gelukte het de bemanning van de reddingboot het schip nabij te komen en eerst de vrouw van de kapitein en haar kinderen en daarna de kapitein zelf met zijn equipage te redden. Wij onthouden ons met vele woorden de lof te verkondigen van de moedige bemanning van de reddingboot, het bewustzijn van hun plicht als mens in ruime mate vervuld te hebben, is beloning voor hun hart en ieder, die onze kusten kent, weet met welke gevaren men te kampen heeft, wanneer men de hevige storm, ter redding van de ongelukkige schepeling, het hoofd biedt.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Op heden mijn affaire in aardewerk, glas en porselein, Warmoesstraat No. 121, aan mijn neef H.D. Schoon overgedaan hebbende, bedank ik mijn geëerde begunstigers voor hun vertrouwen mij circa vijfentwintig jaren betoond, terwijl ik hun mijn genoemde opvolger in hun welwillendheid aanbeveel; blijvende ik echter mijn overige handelszaken en de scheepsrederij als vroeger op dezelfde woonplaats uitoefenen; zullende alle liquidatie voor mijn rekening doorgaan.
Amsterdam, 1 januari 1846, W.C. Schoon.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Aan de respectieve deelhebbers in de Maatschappij van Dordrechtsche Scheepsreederij wordt kennis gegeven, dat door Heren Commissarissen, met en benevens de Commissie van zes Heren Deelhebbers, daartoe volgens art. 19 der Statuten benoemd, de Rekeningen en Balans, door Directeuren overgelegd, goedgekeurd, gesloten en ten hunnen decharge getekend zijnde, van nu af aan gedurende veertien dagen ter visie van alle de leden zullen liggen, ten Kantore van de Heren Klerk en Voogd, op de Kuipershaven, alhier, en verder, dat, ingevolge art. 20 der gemelde Statuten, het Dividend door Directeuren en Commissarissen bepaald zijnde op twintig gulden voor ieder aandeel, deze uitdeling ontvangbaar is van heden tot 10 januari 1846 ingesloten, bij de Mede-Directeur F.C. Déking Dura, alhier, bij wie de kwitanties in blanco verkrijgbaar zijn.
Dordrecht, 31 december 1845.


02 januari 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Eastbourne, 28 december 1845. De TWEE CORNELISSEN, kapt. Van Wijk (opm: fregat, bouwjaar 1832; kapt. H.D. van Wijk), van Batavia naar Amsterdam, is deze morgen dicht bij Pevensey-Sluice (opm: ten noordoosten van Eastbourne) op de kust geworpen en zal naar alle waarschijnlijkheid geheel verloren zijn. De equipage is, met uitzondering van één man, gered geworden. (opm: zie NRC 030146 en AH 060146, DC 060146, LC 060146 en JC 040446)


  AH - Algemeen Handelsblad

Zandvoort, 1 januari. In de avond van de 30e december is een uur benoorden deze gemeente als wrak aangespoeld het schip genaamd ALBRECHT UND OTTO, komende van Hamburg en bestemd naar Teneriffe. Van de equipage is niets vernomen. Gemeld schip is gevoerd geweest door kapt. Horns Albert Rodatz.
(opm: zie NRC 050146 en AH 130246).


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip JACOBA MARIA, kapt. Cramer, van Flensburg naar Amsterdam, is in de avond van de 23 december bij Friedrichsort gestrand; men had van Holtenau vaartuigen ter adsistentie afgezonden. Volgens een ander bericht zou de kapitein enige lasten rogge over boord geworpen hebben, ten einde in vlot water te kunnen komen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Op dinsdag den 6 januari 1846, ’s morgens ten 9 ure, (mits bij open water) zal men ten overstaan van een bevoegd beambte, ter verkoop aanbieden, enige beschadigd geborgen goederen, uit de lading per het schip TONINHA no. 10, kapitein F.T. Toncesa, van Hamburg naar Lissabon bestemd, te weten: 121 stukken grijs linnen; 10 vaten potas; 2 dito spijkers; 2 dito ijzerwaren; 2 kisten glad leder, inh. 26¼ vellen; 1 pakje dito; 1 kist worst; 1 stuk gerookt vlees. En wat er verder mocht worden aangeboden.
Daags te voren zal er gelegenheid zijn om ten een ure van Holwerd naar Ameland over te varen.
Adres bij de heren Barend Visser & Zoon, te Harlingen, en J. Scheltema & Co., te Ameland.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Ten verzoeke van den secretaris J. Alberts, te Hindelopen, zal, door den deurwaarder Tjeerd Kuipers, aldaar, publiek tegen uitloving van strijk en verhooggeld en gerede betaling, ter verkoop worden gepresenteerd:
-1: Het Hol van een Tjalkschip, groot 27 ton, met den mast, de giek, boegspriet, haken, bomen, en verder rondhout.
-2: Het Hol van ene Visschuit, groot 24 ton, met den mast, de giek en verder rondhout; beide liggende in de Zijlroede te Hindelopen.
-3: De inventaris van ieder dezer schepen, bestaande in: zeilen, fokken, 1 kluiffok, stag, want, vallen, blokken, schoten, 2 ankers, 1 dreg, 1 kabeltros en dreggetouw, zo ook schilbakken, ijzeren en houten schoppen, alsmede 3 oesterbeugels met een lijn, scharrebeugels, enz. enz.
Wie hieraan gading maken, komen op dinsdag den 6 januari 1846, des voormiddags ten negen ure, ten huize van Tjeerd Kool Gerlsma, logementhouder in het Wapen van Hindelopen te Hindelopen, en kopen op voorwaarden, die alsdan zullen worden voorgelezen.


03 januari 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 2 januari. Aangaande het schip TWEE CORNELISSEN, kapt. Van Wijk, van Batavia naar herwaarts, bij Eastbourne gestrand (opm: zie NRC 020146), wordt volgens brief van Londen van de 30e december vermeld, dat volgens brief van de kapitein het grootste gedeelte der lading vermoedelijk geborgen zou kunnen worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aalburg, 26 december. Het schip ERNST, kapt. Schultz (opm: buitenlander), van Amsterdam naar Stettin, is de 23e dezer benoorden Frederikshaven gestrand en vol water gelopen. Van de lading en inventaris is het grootste gedeelte geborgen, doch het schip zal weg zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rendsburg, 28 december. Het schip JACOBA MARIA, kapt. Cramer, van Flensburg naar Amsterdam, bij Friedrichsort aan de grond vastgeraakt, is weder in vlot water en te Holtenau aangekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 29 december. Het schip JONGE DIRK, kapt. Matroos, van Hamburg naar Amsterdam, is alhier wegens tegenwind binnengelopen.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 2 januari. In het afgelopen jaar zijn van deze stad naar zee gegaan 318, en aan deze stad aangekomen 292 schepen.
De in 1845 aangekomen schepen kwamen, te weten: uit Archangel met teer 1, met pik 1, met lijnzaad 1; uit Batavia met koffie en suiker 12, uit Bordeaux met wijn 2; uit Bergen met stokvis 7; uit Charlestown met porselein aarde 1; uit Caen met boekweit 2, uit Christiania met aardappels 1; uit Drammen met hout 6; uit Truro met lood 1, uit Fredrichshaven met hout 3; uit Grangemouth met ijzer 25; uit Gioja met olijfolie 2; uit Gothenburg met hout 1; uit Holmstrand met hout 8; uit Howacht met raapzaad 1; uit Hobro met rogge 1; uit Iquiqui met salpeter 1; uit Krageroe met hout 2; uit Kiel met raapzaad 2 en rogge en gerst 1; uit Koningsbergen met teer 1; uit Kopenhagen met raapzaad 1; uit Lissabon met zout 1; uit Lovisa met hout 1; uit Liverpool met zout 113; uit Messina met stukgoederen 2 en zwavel 1; uit Marseille met stukgoederen 1 en meekrap 2; uit Middelfart met raapzaad 1; uit Memel met hout 2; uit St. Malo met boekweit 1; uit Newcastle met steenkolen 36; uit Nerva met hout 7; uit Nantes met boekweit 3, uit Newport met ballast 1; uit Napels met olijfolie 1; uit Nordstrow met raapzaad 1; uit Nakskov met raapzaad 1; uit Neustad met erwten 1; uit Oudsoen met hout 1; uit Palermo met zwavel 1 en met stukgoederen 1; uit Petersburg met ijzer 1; uit Riga met hout 2, met lijnzaad 1 en met hennip 1; uit Sunderland met steenkolen 14; uit Stockholm met teer 4 en met ijzer 1; uit Sandefiord met hout 1, uit Stettin met rogge 1; uit Torrevecchia met zout 1, en uit St. Ubes, met dito 2.
Het jaar te voren waren hier meer na zee gezeild 88 en meer uit zee aangekomen 68 schepen.
Gedurende het jaar 1845 zijn te Amsterdam uit zee aangekomen 2.436 schepen, waaronder 110 van Java en Sumatra, 2 van China en 2 van Canton. In het jaar tevoren waren aldoor 210 schepen minder aangekomen, namelijk in alles 2.216, waaronder 109 van Java en Sumatra, 1 van Manilla, 3 van Canton, 1 van Macao, en 2 van St. Helena.
Gedurende het jaar 1845, zijn van de rede van Maassluis naar zee gezeild 457 koopvaardijschepen, en binnengekomen 2 koopvaardijschepen, behalve de haring- en visschepen.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 31 december. Kapt. W. Lester, welke den 27 over het Pampus is gezeild, heeft beide zijn zware ankers en kettingen verloren.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 30 december. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip BROEDERTROUW, kapt. N.H. Brouwer, met 4 passagiers en Zr.Ms. troepen, van Amsterdam vertrokken op 23 september.


05 januari 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) In de avond van de 30e december l.l. is op de kust bij Zandvoort het wrak aangedreven van het schip ALBRECHT & OTTO, van Hamburg komende en naar Teneriffe bestemd. Uit de papieren van het schip blijkt, dat de bemanning uit twaalf mannen bestond. Tot nu toe is hun lot onbekend. Het schip was de 15e december van Hamburg vertrokken.


06 januari 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 3 december. Het schip GESINA, kapt. Bolhuis, van Sunderland alhier aangekomen, is lek en heeft anker en ketting verloren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 5 januari. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht geworden de navolgende schepen als:
voor Amsterdam: JOSEPHINE CATHERINE, kapt. J. Andresen, en FLEVO, kapt. S. van der Mey.
voor Rotterdam: CORNELIS WERNARD EDUARD, kapt. H. Hagens, en JACATRA, kapt. D. Varkevisser.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 5 januari. Aangaande het in Pevensey baai nabij Eastbourne verongelukte schip de TWEE CORNELISSEN verneemt men nader dat hetzelve thans aan stukken is geslagen en een gedeelte der lading langs het strand rondspoelt. Te Hastings en andere plaatsen had men enige kisten indigo gevist; een gedeelte van het wrak is nog zichtbaar. De in het want omgekomen passagier was Grönwald genaamd, een ziekelijk militair, die zijn leven in zijn vaderland dacht te zullen eindigen. De manschap der Engelse reddingboot had bij het aan land brengen der schepelingen veel menslievendheid en wonderen van onverschrokkenheid en volharding aan de dag gelegd. (opm: zie NRC 020146)


  AH - Algemeen Handelsblad

Terschelling, 31 december. Het schip JUFFER YNSKE, kapt. J.H. Haverbult, is bij het opzeilen op de Noordwal in het Schuitengat aan de grond geraakt, doch is gisteren weder in vlot water gekomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Openbare verkoping te Callantsoog. Kapt. Cassaignard, gevoerd hebbende het Franse ijzeren stoomschip PAUL FRIDRIC AUGUSTE, zal op donderdag de 8e januari 1846, des voormiddags precies 11 ure, door de notaris C. Siemers, gevestigd in de Zijpe, om contant geld doen verkopen de wrakken van gemeld stoomschip, benevens de daarvan geborgen tuigage, meubelen en een partij steenkolen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De houders van cognossementen aan order over goederen van Marseille aangebracht met het schip CORNELIS, kapt. R.F. Mellema, worden bij dezen verzocht zich ten spoedigste te adresseren bij de cargadoors Van Ulphen & Ruys, alhier.


  DC - Dordtsche Courant

Te Schiedam zijn in het afgelopen jaar 1845 ingevoerd 9.204 lasten rogge, 6.915 lasten gerst en 1.343 lasten tarwe, zijnde tezamen 17.462 lasten, terwijl in het jaar 1844 waren aangebracht 27.435 lasten.
Volgens authentieke zeetijdingen zijn, gedurende het afgelopen jaar 1845, in de Maas en Goeree binnengekomen: 2.018 schepen, zijnde 175 meer dan in 1844, en uitgezeild: 2.007, zijnde 44 minder dan in 1844, allen zoals gewoonlijk zonder de vishoekers, jagers, haringbuizen en schepen die van Rotterdam, Dordrecht, Schiedam, enz., langs de Zeeuwse stromen zijn ingekomen of uitgezeild, of die binnendoor langs de Wadden, van Hamburg, Bremen, enz., zijn gearriveerd of derwaarts vertrokken. Onder de in Goeree binnengekomen schepen kwamen er 55 uit onze Oost-Indische bezittingen, zijnde 3 meer dan in het jaar tevoren, en 2 van China.
Gedurende datzelfde jaar zijn te Zierikzee ingeklaard 22 zeeschepen, zijnde 12 meer, uitgeklaard 17 zeeschepen, zijnde 9 meer dan in het vorige jaar.
Te Brouwershaven uit zee binnengekomen 122 schepen, en uitgezeild 28 schepen. In het vorige jaar waren binnengekomen 160 en uitgezeild 26 schepen.
Gedurende het jaar 1845 zijn te Antwerpen binnengekomen 1.941 schepen, metende 287.628 tonnenlast, waarvan 115 Hollandse; in het vorige jaar bedroeg het aantal schepen 1.301, waarvan 80 Hollandse.


  DC - Dordtsche Courant

Kapt. W.H. Kramer, voerende het schip NIEUW-LEKKERLAND, rapporteert te hebben gepraaid, op 24 december, het schip TREKVOGEL, kapt. Lovius, de Kist Kasten (opm: Les Casquets) O.Z.O. op 4 mijlen afstand, aan boord was alles wel.
Bij Dover, op 31 december, het schip ZEEMEEUW, kapt. Kayser, van Batavia naar Amsterdam.


  DC - Dordtsche Courant

Brouwershaven, 3 januari. Op 3 januari dreven alhier op de rede enige wolbalen, waarvan er een is aangespoeld, gemerkt HG, BFT, GW, No. 2010.


  DC - Dordtsche Courant

Eastbourne, 31 december. Het weder blijft zeer onstuimig en sedert zondag is het schip de TWEE CORNELISSEN (opm: zie NRC 020146) aan stukken geslagen en het grootste gedeelte der lading weggespoeld, en enige mijlen oostwaarts langs de kust aangedreven. Verscheidene kisten indigo zijn te Hastings en andere plaatsen geborgen; men veronderstelt, dat er nog enige balen koffie in het overig gebleven kleine gedeelte van het schip zitten; het hol is nog zichtbaar, en men maakt toebereidselen om het weinige, wat hetzelve nog bevat, te bergen.


  DC - Dordtsche Courant

Dover, 1 januari. Enige kisten indigo, welke men veronderstelt afkomstig te zijn van de lading van het schip de TWEE CORNELISSEN, zijn alhier aangebracht. Ook te Lydd zijn er enige aangedreven.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip HARMONIE, kapt. Lund (opm: buitenlander), van Lissabon naar Gothenburg, is de 28e december bewesten de haven van Boulogne gestrand en verbrijzeld, doch de equipage, uitgenomen één man, gered.


  LC - Leeuwarder Courant

Rotterdam, den 3 januari. Men heeft hier het treurige bericht ontvangen der stranding van den Oost-Indiëvaarder de TWEE CORNELISSEN, kapitein H.D. van Wijk, aan de heren Gebroeders Hartsen te Amsterdam toebehorende, in 1832 gebouwd en 326 javalasten metende (opm: zie o.a. NRC 020146). Daaromtrent leest men in den Times van laatsleden woensdag het volgende bericht, gedagtekend Lewes 29 december. Gisteren morgen omstreeks ten een ure, gedurende enen hevige storm en bergen hoge zee, strandde op de kust van Pevensey een Nederlandse Oost-Indiëvaarder, de naam onbekend. Het gelukte 18 man der equipage, uit 32 of 33 personen bestaande, met hunne eigene boot behouden te landen, uit hunne opgave bleek dat het schip, met ene kostbare lading koffie, suiker en indigo, van Batavia naar Amsterdam bestemd was. Men was meest beducht voor het lot van den gezagvoerder van het schip, die, aan zijne verplichting getrouw, met den tweede stuurman en 12 of 13 man van het scheepsvolk aan boord bleef; doch niet voor des zondags in den voormiddag kon hun enige hulp worden toegebracht. Hun toestand gedurende dien schrikwekkende nacht, op zulk een plek, met enen storm uit het zuidwesten, terwijl de golven onophoudelijk het schip overdekten, was allerijselijkst. In den voormiddag van zondag stak ene te Pevensey te huis behorende plezierboot, REBECCA genaamd, door twee loodsen, Pierce en Wood, alsmede de kustwachters Olivier, Warnell en Fleming, bemand, tot redding der ongelukkigen af. Door de hevigheid van den wind en de gestadig over het vaartuig golvende zee was het hun echter onmogelijk den kapitein en de overgeblevenen van het volk in te nemen, doch zij lagen met onverschrokken volharding bij, naar ene gunstige gelegenheid wachtende. Deze daagde evenwel niet spoedig op, totdat de reddingboot van Eastbourne ongeveer ten elf ure aankwam om bijstand te bieden. Na lang verwijl werd de kapitein met zijne manschap aan boord der boot opgenomen, enkel met uitzondering van een man, die tegen het want gesleurd en wiens redding onmogelijk was; men denkt dat hij reeds den geest gegeven had, toen de reddingboot het schip bereikte. De arme schipbreukelingen, behouden geland, werden door twee spoorweg aannemers op de lijn Lewes en Hastings van het nodige voorzien; de beambten aan het kustwachtstation boden mede alle mogelijke hulp.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uithoofde van ziekelijke omstandigheid, uit de hand te koop, een Fries Hektjalkschip, volgens meetbrief 93 ton, geschikt voor buiten en binnenvaart, voorzien van ene complete inventaris; in het laatst van het jaar 1840 alles nieuw uitgehaald en nog in den besten staat zijnde: liggende op de Joure. Te bevragen bij den eigenaar de schipper T.A. van der Zee. Brieven franco.


07 januari 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 30 december. In de avond van de 25e dezer is op de Svineboden gestrand het schip DIOMEDES, kapt. Bey (opm: buitenlander), van Amsterdam met ballast naar Rostock. De equipage is gered en de inventaris geborgen, doch het schip is geheel wrak en zal binnen enige dagen openlijk verkocht worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 6 januari. Het schip SIEBE BROUWER, kapt. Evertsz, van hier naar Livorno, is volgens brief van Harlingen van de 4e dezer, de 2e dito op Ameland gestrand. Men vreest, dat van de lading weinig zal geborgen kunnen worden, tenzij het weder daartoe gunstig blijft.
(opm: kof SIJBE BROUWER, bouwjaar 1845; zie LC 090146, NRC 130146, LC 300146, LC 030246 en AH 030246)


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 6 januari. Wij vernemen, dat het eergisteren te Texel binnengekomen schip WASSENAAR, kapt. Spiegelberg, op de hoogte van Kijkduin in zee was vastgeraakt, doch met veel beleid door de sleepstoomboot STAD AMSTERDAM, kapt. J.P. Duinker, afgesleept en gelukkig in het Nieuwediep is binnengebracht.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De opperstrandvonder van het ressort Wijk aan Zee en zijn gesubstitueerden zullen, als gemachtigden van de kapitein Johann von Cölln, op de 27e december 1845 met het galjas-everschip ANNA MARIA, van Hamburg naar Antwerpen, even bezuiden het dorp gestrand, op vrijdag de 9e januari 1846, des voormiddags om 10 uur precies, om contant geld presenteren te verkopen het hol of casco van opgenoemd schip, benevens hetgeen van de inventaris daarvan geborgen is, bestaande in: Het staand- en lopend want; 2 zware ankers; 1 lichter dito; 2 zware kabelkettingen; 1 lichter dito; 1 ijzeren kombuis; 15 stuks zeilen; masten; stengen; enz. Voorts de lading, bestaande uit 314 balen hele gort en 94 balen boekweit gorten; 2 kisten gekleurd glas (merendeels schoorsteen ornamenten); 1 baal kinabast; 1 baal gomelastiek; 1 vat fijn zaad (medicijn) en enige gerst. Alles zwaar beschadigd.


08 januari 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aalburg, 30 december. De 10e januari zal alhier geveild worden het geborgene van het gestrande schip HULDA HENRIETTE, kapt. Krohn.


  AH - Algemeen Handelsblad

Groningen, 5 januari. De enige stoomboot, welke tot heden bij deze stad geweest is, was die, welke ruim twee jaren geleden bij de proefvaart der Friese kanaalboot TJERK HIDDES buiten de A-poort arriveerde. In de stad zelve was nog geen zodanig vaartuig te zien en had zulks gisteren voor het eerst plaats met de aankomst van het nieuw gebouwd ijzeren rivier-stoomschip LE DRAGON, kapt. M. Laveck, in ballast van Nantes bestemd naar Bremen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Pieter Blom, makelaar, zal op maandag de 19e januari 1846 des avonds te 6 uur, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, alhier, ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte verkopen: Een extra ordinair wel bezeild kofschip, genaamd KLAZINA THEODORA, gevoerd door kapitein P. Fyn, volgens meetbrief lang 25 ellen 77 duimen, wijd 5 ellen 11 duimen, hol 2 ellen 91 duimen en alzo gemeten op 170 tonnen of 90 lasten.
Breder bij inventaris en bericht bij bovengenoemde makelaar.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 7 januari. Volgens latere authentieke opgave van Brouwershaven zijn aldaar gedurende het jaar 1845 binnengekomen 121 schepen, waarvan 46 van Oost-Indië, en uitgezeild 30 schepen.


09 januari 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 8 januari. De brik RAFAËL, kapt. Visser, van hier naar Curaçao, in Texel uit zee teruggekomen, heeft de sloep verloren, schade aan zeilen en tuigage bekomen en enige lijfshoutnaden ontzet. Hetzelve is met assistentie van een visschuit binnengebracht, uit hoofde van het dikke weder en doordien er geen loods in het gezicht was.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Douvres (opm: Dover), 4 januari. Het schip DE AMSTEL, kapt. Hakker, van Amsterdam naar Cephalonia, is met verlies van boegspriet enz. binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 4 januari. De kof WILHELMINA, kapt. J.A. Spijkman (opm: kapt. Jan Albertus Spijkman), van Rotterdam naar Liverpool, heeft de 31e december op de hoogte van Boulogne op een gezonken schip gestoten en is daardoor zelf gezonken. De equipage is door de ANTONIUS, kapt. H. Goovaerts, van Antwerpen naar Liverpool, opgenomen en gisteren door een loodsboot alhier aangebracht (opm: zie NRC 090446). De kapitein en equipage, welke bijna zonder klederen waren, zijn alhier van het nodige voorzien.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 5 januari. Heden is alhier binnengekomen de AURORA, kapt. Gnodde, van Amsterdam naar Bordeaux, met verlies van boegspriet en verdere schade, zijnde de 3e dezer op de hoogte van South Foreland aangezeild.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip DE HOOP VAN ALBLASSERDAM, kapt. Pronk, van Batavia naar Rotterdam, in Brouwershaven binnen, heeft lekkage bekomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Veendam, de 4e januari 1846. Na een lange en angstige onzekerheid word ik thans gedrongen om aan aanverwanten, vrienden en betrekkingen kennis te geven van de diepe rouw, waarin ik met mijn mij overgebleven dochter en behuwdzoon verkeer. Mijn geliefde echtgenoot, kapitein Simon Berends Kuiper, voerende het Nederlandse kofschip JANTINA ROELFINA, de 19e augustus des verleden jaars uit het Vlie gezeild, zijn bestek hebbende naar een der havens van de Oostzee, is vermoedelijk reeds in de hevige storm van de 20e en de 21e daaropvolgende totaal verongelukt. Hij had slechts de ouderdom bereikt van 46 jaren en 9 maanden. Mijn beide zonen, de enigen van ons ruim 21-jarig huwelijk, Barteld en Berend Kuiper, de voorwerpen mijner moederlijke vreugde en verwachting, de eerste 17 en de laatstgenoemde 15 jaren oud, vonden te gelijk met hun vader hun graf in de golven. Hij, die mij deze dierbare panden gaf en ze mij ontnam, Hij sterke mij om met onderwerping en gelatenheid dit mijn onherstelbaar verlies te dragen. Alleen Zijn vertroostingen kunnen mij hierbij genoeg zijn.
Get. Jantje Balsters de Boer, weduwe Kuiper.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Ten overstaan van Mr. J.W. Quintus, notaris te Grongen, zal op maandag de 19e januari 1846 des avonds te 7 uren, ten huize van G.F. Rasker, op de Hoek van het Ameland te Groningen publiek worden verkocht het welgebouwde smakschip de JONGE FLONK genaamd, groot 45 roggelasten, met complete inventaris, zoals het laatst is bevaren geweest door de kapt. B.L. Flonk, en thans is liggende in de Zuiderhaven te Groningen. (opm: de in 1835 gebouwde smak werd verkocht aan kapt. H.R. Legger; nieuwe scheepsnaam JONGE JACOB)


  LC - Leeuwarder Courant

Nes op Ameland, den 3 januari. Gisteren namiddag is alhier gestrand het Nederlandse kofschip SIJBE BROUWER, kapitein G. Ewerdsz, met ene lading stukgoederen van Amsterdam naar Livorno gedestineerd.
De equipage, uit zeven personen bestaande, is door de, onder het bestuur van den heer Grietman dezer Grietenij gestelde reddingboot der Noord- en Zuid-Hollandsche Redding Maatschappij, bemand door L.H. Wagenaar, H.J. Stuut, O.S. Bakker, P.A. Former, W. Edens, H. Joustra en J. Nieboer, bij hevige storm, vergezeld van zware hagelbuien en zeer hoge branding, terwijl het reeds duister werd, met veel gevaar gered geworden.
(opm: oplevering september 1845, kapt. G. Evertsz; zie NRC 070146 en 130146, LC 300146 en LC 030246 en AH 030246)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: Een Hektjalkschip (opm: binnenvaarder), met al deszelfs toe en aanbehoren, groot 68 ton, laatst bevaren geweest door schipper Haring J. Kragt, en liggende in de Stadsgracht te Leeuwarden; te bevragen bij den schipper D.H. Kragt, op den Grachtswal aldaar.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: Een nieuwe Hektjalk, lang 17 el 4 palm 8 duim 6 streep, wijd 4 el 3 duim 3 streep, hol 1 el 7 palm 6 duim 9 streep (opm: afm. 17,486 x 4,33 x 1,769 meter). Een Roefschuitje, lang 13 el 584 streep, wijd 3 el 160 streep, hol 1 el 203 streep, te Gorredijk, bij Lijkle L. van der Veer.


10 januari 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Corunna, 1 januari. De 23e november is bij Kaap Finisterre gezien een schip van ca. 500 ton, volgens een aangedreven plank van de spiegel genaamd HENRIETTE WILHELMINA; hetzelve is geladen met hout en is thans gevaarlijk liggende bij enige rotsen. (opm: buiitenlander)


  AH - Algemeen Handelsblad

Ameland, 30 december. Het schip JOHANN HERMAN, kapt. Niehauss, van Randers naar Rotterdam, is de 22e dezer alhier gestrand, doch de equipage gered.


  DC - Dordtsche Courant

Kapt. Krijnhoek, in Texel binnen, rapporteert, dat op 29 december, des avonds ten 5 ure, onder de Gallooper bij hem, was, het barkschip OUD-ALBLAS, kapt. P. Kley, van Amsterdam naar Batavia, halzende toen om de Zuid.


  DC - Dordtsche Courant

Harwich, 4 januari. Een schoener, vermoedelijk komende van Rotterdam, is op Longsand gestrand, doch de equipage is gered.


12 januari 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 7 januari. De AURORA, kapt. Gnodde, van Amsterdam naar Bordeaux, alhier de 5e dezer met schade binnengelopen, is bezig met de lading te lossen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een extra welbezeild kofschip , groot ca. 115 rogge-lasten, liggende in het Westerdok. Te bevragen bij de cargadoors Nobel & Holtzapffel, Buitenkant no. 27 te Amsterdam.


13 januari 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam 12 januari. Aangaande het schip SIEBE BROUWER, kapt. Eversz (opm: kof SIJBE BROUWER, kapt. G. Evertsz, zie o.a. LC 090146), van hier naar Livorno, bij Ameland gestrand, wordt van daar van de 6e gemeld, dat hetzelve reeds half in het zand was geweld, en dus weg zoude zijn; echter zoude de volgende dag het schip geïnspecteerd worden. Van de lading waren de transitogoederen benevens de tuigage geborgen - de suiker was gesmolten - en ging men dagelijks voort zo veel mogelijk te bergen.


  DC - Dordtsche Courant

’s-Gravenhage, 11 januari. Uit een algemene staat der Nederlandse zeemacht en koopvaardijvloot op den 1 dezer, blijkt, dat de Nederlandse zeemacht thans telt: 83 zeilschepen, tezamen voerende 2,265 stukken; 9 stoomschepen, voerende 64 stukken; 3 ijzeren stoomboten, voerende 22 stukken; 3 transportschepen, en 75 gaffel-kanonneerboten; tezamen 173 bodems met 2,351 stukken.
Van de fregat-, bark- en brikschepen onzer koopvaardijvloot behoren te huis in Amsterdam 189 schepen, metende 53.165 lasten; te Rotterdam 105 schepen, metende 29.398 lasten, te Dordrecht 26 schepen, metende 9.481 lasten; te Middelburg 8 schepen, metende 3.190 lasten; te Schiedam 13 schepen, metende 4,039 lasten; te Alblasserdam 8 schepen, metende 2.094 lasten; te Zaandam 4 schepen, meten 740 lasten; te Harlingen 4 schepen, metende 797 lasten; te ’s-Gravenhage 5 schepen, metende 1.664 lasten; te Zierikzee 3 schepen, metende 985 lasten; aan de Kinderdijk 2 schepen, metende 688 lasten; te Tiel 1 schip, metende 436 lasten, en te Alkmaar 1 schip, metende 110 lasten, tezamen 369 schepen, metende 106.787 lasten. Van welke 369 schepen 295 door de Nederlandsche Handelmaatschappij in haar bevrachting worden opgenomen.
Wijders telt men 830 galjoot-, kof-, tjalk- en smakschepen, tezamen inhoudende 190.623 tonnen. Daarvan behoren in de provincie Groningen te huis 504 schepen, houdende 44.262 tonnen.
Eindelijk zijn er nog 33 schepen, weswege het onbekend is, waar zij te huis behoren.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 12 januari. Bij koninklijk besluit van 9 december jl., zijn enige bepalingen vastgesteld op het uitwijken van stoom- en zeilschepen. Daarbij worden gehandhaafd de algemene verordeningen voor het onderling uitwijken van zeilschepen, welke bij alle zeevarende natiën zijn aangenomen, namelijk: a. dat wanneer een schip met ruime wind zeilende, een bij de wind liggend schip in zijn koerslijn nadert, eerstgemeld schip voor de wind liggende bodem moet wijken, en zo mogelijk achter dezelve omlopen; b. dat wanneer twee schepen, bij de wind tegen elkander inliggende, elkander ontmoeten, het schip, dat over bakboord ligt, bij de wind moet houden, terwijl het schip, dat over stuurboord ligt, moet afhouden en zij elkander dus wederkering aan bakboord voorbijvaren, en c. dat wanneer twee schepen, met ruime wind zeilende, elkander ontmoeten, zij elkander evenzeer aan bakboordszijde van zich moeten houden, daartoe het roer (de helmstok) aan bakboord leggende.
Bij het bedoelde besluit worden met 28 februari 1846 ingetrokken en buiten werking gesteld de Koninklijke besluiten van 4 september 1824 en 25 april 1826. Daarentegen, komen met 1 maart 1846 in werking nieuwe regelen voor het uitwijken bij ontmoeting of voorbijvaren van de stoomboten onderling, en van stoomboten met zeilschepen, welke moeten worden in acht genomen op zee en op de rivieren, stromen, kanalen, reden, havenmonden en zeegaten in dit rijk.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 12 januari. Men meldt uit Goes, van den 8 dezer: Wij menen te mogen melden, dat er eerlang een stoombootdienst van Vlissingen op Duinkerken tot stand zal komen; althans is het zeker, dat aan Z. Exc. de minister van financiën om concessie daartoe is verzocht. Voor Zeeland en de aangrenzende gewesten belooft deze onderneming uitbreiding van handel en vertier, en moet dezelve ook voor de landbouw als van het grootste gewicht beschouwd worden.


14 januari 1846


  JC - Javasche Courant

Laatstleden zaterdag de 10e dezer in de vroege morgen heeft Zr.Ms. fregat JASON, commandant kapt.luit.t.zee Bouricius, de rede van Batavia verlaten om de terugreis naar het vaderland te ondernemen.


15 januari 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. In de loop dezer maand zal publiek te Veendam worden verkocht het kofschip CATHARINA JULIA, laatst bevaren door kapt. H.G. Greven, thans liggende te Muiden.


  DC - Dordtsche Courant

In 1845 zijn te Bremen uit zee aangekomen 2.814 schepen (604 meer dan in 1844), waarvan 104 uit Nederland.
Te Brake zijn in 1845 aangekomen 355 schepen (de kustvaarders uitgezonderd), waarvan 6 onder Nederlandse vlag. In Het vorig jaar hadden 11 Hollandse vaartuigen die vrijhaven bezocht.
Te Croonstad zijn in 1845 uit zee aangekomen 1.428 schepen, waarvan 126 Nederlandse; uitgezeild 1.415 schepen, waaronder 55 naar Amsterdam. 7 naar Rotterdam, 5 naar Harlingen, 6 naar Zaandam, 2 naar Groningen, 1 naar Dordrecht, 2 naar Termunterzijl, 3 naar Zwolle, 1 naar Hollesloot, 5 naar Schiedam, 6 naar Schiedam of Rotterdam, 2 naar Amsterdam of Groningen, 24 naar Antwerpen, 17 naar Dendermonde en 1 naar Gent of Antwerpen.
Gedurende het afgelopen jaar zijn te Dantzig uit zee gearriveerd 1.290 schepen, waarvan 120 uit Nederland en 33 uit België (128 onder Nederlandse vlag); uitgezeild 1.293 schepen (waaronder 483 met granen en 543 met hout), van welke 156 naar Nederland en 21 naar België.
Te Pillau zijn in het jaar 1845 aangekomen 817 schepen, waaronder 44 Nederlandse; uitgezeild 826 schepen, waarvan 41 de Nederlandse vlag voerden.
Gedurende het jaar 1845 zijn door de sluis te Rendsburg gepasseerd 3.830 schepen, 32 meer dan het jaar tevoren. Te Rendsburg lagen op 31 december nog vele Nederlandse en naar Nederland bestemde schepen, die door tegenwind verhinderd werden de reis voort te zetten.
Gedurende het jaar 1845 zijn het Sleeswijk-Holsteins Kanaal gepasseerd 3.731 schepen, onder welke 600 Nederlandse. Niet minder dan 10.514 tonnen raapzaad, naar Holland bestemd, zijn in dat jaar door evengenoemd Kanaal gevoerd.
Te Ostende zijn in 1845 uit zee aangekomen 639 schepen, metende 95.093 ton, waaronder 20 Nederlandse; uitgezeild 639 schepen, metende 95.579 ton, waaronder 16 Nederlandse.
De Belgische koopvaardijvloot bedroeg op 31 december 1845, volgens een algemene staat, 131 schepen, onder welke 24 driemasten en 22 brikken.
In het afgelopen jaar zijn in de haven van Kiel aangekomen 2.970 schepen, aanbrengende 33.667 last, waarvan 12 Nederlandse, en nagenoeg een gelijk getal schepen zijn van daar vertrokken.


16 januari 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Het schip DRIE VRIENDEN, kapt. De Wijn, 15 dezer van Tjilatjap in Texel binnen, heeft de reis in 95 dagen volbracht.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip EPPIEN (opm: kof EPPIENA), kapt. Potjewijd, is de 13e januari van Bordeaux te Antwerpen binnengekomen na op de Schelde aangezeild te hebben het schip CERERE, hetwelk daardoor zware schade heeft bekomen en lossen moet om te repareren.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Ten overstaan van Mr. J.W. Quintus, notaris te Grongen, zal op maandag de 19e januari 1846 des avonds te 7 uren, ten huize van G.F. Rasker, op de Hoek van het Ameland te Groningen publiek worden verkocht een overdekt tjalkschip de VROUW ANNA genaamd, groot 68 tonnen, met compete inventaris, zoal het zelve laatst is bevaren geweest door de schipper T. van der Veen, en thans is liggende in het Schuitendiep te Groningen.
(opm: dit in 1818 door H. Lankhorst in Sappemeer gebouwde binnenschip werd voor 520 gulden gekocht door schipper D.W. Niessen uit Groningen)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop, een zeer goed onderhouden Tjalkschip (opm: binnenvaarder), met al deszelfs uitmuntende inventaris, lang 20 el 720 streep, wijd 4 el 514 streep, en hol naar evenredigheid, gemeten op 80 ton; liggende te Makkum; bevaren geweest door schipper G.J. Zwaga, aldaar, bij wien gegadigden zich gelieve te vervoegen.


17 januari 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 16 januari. Volgens brief van kapt. Puister, voerende het schip JOHANNA HENDRIKA, van hier naar Lissabon, in dato Douvres 12 januari, was hij aldaar na in de Noordzee zware stormen te hebben doorgestaan, lek, met gebroken gaffel, schade aan het roer en de rusten binnengelopen. Echter hoopte de kapitein zonder lossen te repareren.


20 januari 1846


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Op dinsdag de 3e februari e.k. des avonds te 5 ure zal door een bevoegd beambte ten huize van de logementhouder E.J. Duintjer te Veendam publiek worden verkocht het in den jare 1829 nieuw uitgehaald kofschip genaamd CATHARINA JULIA, groot plm. 85 roggelasten, laatst bevaren door kapt. H.G. Greven, met staand en lopend want, etc, waarvan de inventaris bij tijds ten huize van verkoop en alom ter inzage aanwezig zal zijn, terwijl tevens het schip bezichtigd kan worden te Muiden, alwaar het thans is liggende en men zich te adresseren heeft bij de heer P. Pauw aldaar. (opm: nieuwe naam MARIA, kapt. D. Franken)


21 januari 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Corfu, 2 januari. Het schip DE HOOP, kapt. Gust, van Marianopol naar Falmouth om orders, is de 29e december hier binnengelopen met verlies van zeilen, anker, enz, hebbende op de zandbanken bij Lestima (opm: Leftona) vast gezeten. (opm: zie NRC 230146)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 16 januari. De JONGE CATHARINA, kapt. Puncke, van Genua naar Amsterdam, is alhier binnengelopen met verlies van roer, lek, enz.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, 18 januari. In de openbare vergadering van het departement Groningen van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen van de 14e dezer, werd de grote zilveren medaille uitgereikt aan de scheepskapitein W.J. de Grooth, die hem voor het redden van schipbreukelingen door de Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen, te Rotterdam gevestigd, was toegewezen. In november l.l. had de bekroonde in de Noordzee bij een hevige storm en zijn eigen leven in de waagschaal stellende de bemanning gered van het bereids zinkende schip ADRIAAN, van Rotterdam, kapt. H.R. Bok (opm: zie AC 021245 en DC 251245). De kok des kapiteins De Grooth (opm: J. van Mekeren), benevens een matroos (opm: J.J. Feyken) van het Groninger kofschip AGATHA die zich bij diezelfde gelegenheid edel en moedig gedragen hadden, hebben tevens ieder een beloning ontvangen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Fowey, 16 januari. Het schip FENNEGINA, kapt. De Jonge, van Havre komende, is alhier met verlies van bezaansmast binnengebracht.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen op maandag de 19e januari in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ: een welbezeild kofschip, KLAZINA THEODORA, kapt. P. Fijn, 170 tonnen of 90 lasten: NLG 4.800, in slag NLG 700. Koper G.J. Boelen (opm: een makelaar, namens P. Scheffer & Zoon; nieuwe naam EENSGEZINDHEID, kapitein T.J. Visser).


22 januari 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 januari. Met zekerheid kunnen wij thans melden, dat de Nederlandsche Stoomboot Maatschappij in onderhandeling is over de aanbouw ener ijzeren stoomboot, bestemd ter bevaring der grote rivieren van Borneo, terwijl behalve de thans reeds op stapel staande ijzeren stoomboot de ONRUST, op het Etablissement te Fijenoord nog een dergelijke stoomboot met de archimedische schroef in aanbouw zal komen, mede bestemd voor de dienst in Oost-Indië.
NRC 220146
Amsterdam, 21 januari. Kapt. B.P. Boijsen, voerende het schip (opm: schoenerkof) AMSTEL, van Londen herwaarts, in Texel binnen, rapporteert dat hij in in zee generlei Loodsvaartuig heeft gezien, en alzo zonder hulp van ene loods is moeten binnenkomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Batavia, 7 november 1845. Uitgezeild WOLTEMADE, kapt. F. Guijt Jr. naar Rotterdam.


  AH - Algemeen Handelsblad

Harlingen, 16 januari. Bij gelegenheid van een buitengewone vergadering van het Departement tot Nut van 't Algemeen, had dezer dagen alhier, namens de Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen te Rotterdam, de plechtige uitreiking plaats, van haar grote zilveren medaille, benevens dertig guldens, aan Jurien Hendrik van Mekeren, als erkentelijk bewijs van haar tevredenheid en tevens blijvend aandenken aan zijn stoutmoedig en menslievend gedrag op 21 november ll. in de Noordzee, bij stormweer en hooglopende zee, aan de dag gelegd; als zijnde de enigste van zijn bootsgezellen, gereed om zich dadelijk in de sloep te begeven, ten einde de schipbreukelingen aan boord van het masteloos en in een zinkende staat, door overzeilen, verkerende schoener-kofschip ADRIAAN, gevoerd door kapt. H.R. Bok, te redden en aan boord van de AGATHA over te brengen.


  DC - Dordtsche Courant

Bath, 17 januari. Dezer dagen zijn hier verscheiden schepen met ladingen granen van Rotterdam, Groningen, Bergen op Zoom, enz. aangekomen, allen naar België bestemd. Hoewel hun uitgaande paspoorten reeds voor den 9 dezer waren afgegeven, zo vordert men evenwel de verhoogde rechten, daar anders de schepen niet mogen passeren. Ook zou er te Lillo verscheiden ladingen met steenkolen, welke naar Holland gedestineerd zijn, aldaar opgehouden worden en op een gunstige verandering wachten.


  DC - Dordtsche Courant

Te Deal, op 16 januari, het schip CHRISTINA MARIA, kapt. Stuveling, van Dordrecht,
Het schip HARMONIE, kapt. P.H. Schabeling, van Liverpool naar Rotterdam, is den 11-12 dezer te Kingstown binnengelopen.
Volgens brief van kapt. P.J. Gust, voerende het galjootschip de HOOP, op 28 november van Constantinopel vertrokken, was hij, na veel stormweder en zware stortzeeën gehad te hebben, waardoor de lading overgezet was, genoodzaakt geweest om naar Corfu af te houden, en, na op de zandbanken van Leftina te hebben gezeten, op 30 december aldaar binnengelopen; de kapitein prijst bijzonder de commandant der Engelse marine, welke, na tevergeefs getracht te hebben met een boot het schip van het strand af te brengen, dadelijk een gouvernementsstoomboot ter assistentie had gezonden.
Per overlandmail ontvangen berichten, lopende tot 1 december, was het navolgende schip te Batavia aangekomen, op 5 november ZWIJGER, kapt. Mugge, van Dordrecht.
En vertrokken op 12 november STAD DORDRECHT, kapt. Nassau, naar Dordrecht, op 28 november DELTA, kapt. Crans, naar Dordrecht.
Volgens particulier bericht, per landpost van Batavia, zou kapt. W.J. Chevalier, voerende het barkschip JUNO, tegen het laatst der maand november 1845 de terugreis van Probolingo door Straat Balie naar Dordrecht aanvaarden.
Volgens bericht van Passarouang van 24 november, lag het fregatschip BERNHARD HERTOG VAN SAXEN WEIMAR, kapt. P.H. Hazewinkel, tot vertrek gereed naar Nederland; aan boord was alles wel.


23 januari 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 januari. Het schip HELENA CHRISTINA, kapt. Visser, van Sourabaja herwaarts, is volgens brief van Batavia van de 1e december, de 4e november op een koraalrif aan de noordwestkust van Balie (opm: Bali) vast geraakt, doch na de 9e dito weder vlot geworden te zijn, de 16e dito met verlies van de loze kiel te Sourabaja teruggekomen om te repareren en op nieuw te koperen; hetzelve zoude tegen de 15e januari de reis weder voortzetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dordrecht, 21 januari. Volgens brief van kapt. Gust, voerende het schip DE HOOP, van Marianopol naar Falmouth, was hij, na de 28e november van Constantinopel vertrokken te zijn, veel storm en zware stortzeeën doorgestaan en op de zandbanken bij Leftona (opm: Lestima) gezeten te hebben, de 30e december met overgeworpen lading te Corfu binnengelopen. De commandant der Engelse marine had, na tevergeefs getracht te hebben met een boot het schip af te brengen, dadelijk een gouvernements-stoomboot ter assistentie afgezonden. (opm: zie ook NRC 210146)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 17 januari. De JONGE CATHARINA, kapt. Puncke, van Genua naar Amsterdam, welke hier gisteren lek is binnengelopen is thans bezig de lading te lossen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een kaagschip met deszelfs inventaris, groot volgens Nederlandse meetbrief 91 tonnen. Te bevragen bij de makelaar H.J. Rietveld te Amsterdam.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop, of te ruil tegen een kleiner vaartuig, een wel onderhouden Tjalkschip, genaamd de JONGE JAN, groot 41 ton, met derzelver inventaris, thans liggende in de Stads Gracht bij den pelmolen te Sneek. Te bevragen bij den notaris Haagsma, aldaar.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De grietman van Ameland, belast met de functie van Opperstrandvonder aldaar, roept bij deze ter reclame op, een ieder welke verneemt recht van eigendom te hebben op de navolgende, van den 6 november l.l. tot op heden, in deszelfs ressort aan strand gespoelde en onder zijn beheer genomen goederen, als:
3 zogenaamde ellens, ongemerkt; 2 Oostzeese balken, gemerkt E. P. ; 1 chaloup, van binnen gegrondverfd; 1 dito van binnen geel geverfd; 4 ledige vaten; 1 dito met enige wijn; 1 ton teer; 4 einden ketting; 3 ra’s; 3 masten; 1 stag; 2 berdoens; 1 bogstag; 23 hoofdtouwen want; 14 stukken van zeilen; 1 partij gekapt touwwerk, 1 grote partij wrakhout; enige gedragen kledingstukken; 2 ledige kisten; 1 dito waarin ene partij boeken; zeven en zestig vijf Franc stukken; 1 wissel (deuxième), groot 1000 Franc, afgegeven te Algiers, den 2 oktober 1845, door (de naam onleesbaar), ten behoeve van kapitein Gundberg, ten laste van den heer A. Bourget, bankier te Parijs, uit welke in gemelde kist gevonden papieren wijders blijkt, dat die kist en daarin gevonden goederen vermoedelijk hebben toebehoort aan kapitein A.H. Gundberg, wonende te Wardberg, voerend of gevoerd hebbende het barkschip MARIA ELIZABETH, hetwelk waarschijnlijk in den nacht van den 11 op den 12 december in de buitengronden van dit eiland is verongelukt.
Ameland, den 19 december 1845, De grietman, Opperstrandvonder voornoemd,
Van Heeckeren


24 januari 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen datum of plaats) Het casco van het fregatschip DELTA, kapitein Crans, van Dordrecht, was verzekerd door J.T.S. c.s. te Amsterdam, voor eene reis van Amsterdam en alle circumjacentiën van dien, naar Batavia of eene andere haven van de eilanden Java en Sumatra, voor eene somma van NLG 90.000, premie incluis, waarop dit casco met wederzijdsch goedvinden was getaxeerd.
Het schip uit Texel den 25sten Julij 1845 vertrokken, kwam den 26sten November daaraanvolgende te Batavia aan, alwaar de gezagvoerder onmiddellijk den volgenden dag door een notaris een zeeprotest liet opmaken, op grond van aanzienlijke zeeschade. Vervolgens stevende de schipper naar Sourabaya, alwaar hij van de bevoegde autoriteit, de benoeming van eene commissie van deskundigen vroeg, om den bodem te inspecteren en de gevorderd wordende reparatiën aan te wijzen. Deze commissie heeft bevonden, niet alleen dat het schip zoowel aan den romp als aan de zeilen, aanzienlijke reparatiën behoefde, maar heeft successivelijk, ten einde de naden en het breeuwwerk, welke vergaan en verrot waren, te inspecteren en te doen repareren, de zich daarop bevindende koperen huid te doen afnemen, en eindelijk (post alia) blijkens opgemaakt proces-verbaal van bevinding, noodzakelijk geoordeeld en bevolen: “alle bouten, spijkers en nagels met nauwkeurigheid na te gaan, en die, waarvan eenigen twijfel bestaat, door anderen te doen vervangen; verder aldaar er geen mospapier daar aanwezig was, om de huid weder als vroeger te beleggen, daarvoor in plaats de labor met chinees papier te bezigen, en vervolgens gedachten bodem nieuw te bekoperen.”
Aan de voorschriften dier commissie voldaan zijnde en het schip dienovereenkomstig gerepareerd, werd door schipper en scheepsvolk te Sourabaya eene zeeverklaring, ten overstaan van notaris en getuigen afgelegd, welke bij hunne terugkomst in het moederland, te Dordrecht voor den kantonregter is herhaald geworden en met eede bevestigd.
De president-directeur en de directeur, fungerende secretaris, van de rederij van het fregatschip DELTA, maakten diensvolgens eene schadeberekening op van ƒ 9585, waarvan zij de voldoening van de assuradeurs vroegen, en waarvan zij in regten, bij hunne mondelinge voordracht slechts aanboden NLG 309,92 af te trekken, waarop het bedrag van de geheele reparatie van het koper zoude neder komen. De assuradeurs weigerden echter de betaling, voornamelijk op grond, dat de schade niet aan eenig zee-evenement was toe te schrijven, maar eenig en alleen aan eigen bederf en slijtagie, waarvoor niet verzekerd wordt, blijkbaar uit hetgeen den 8sten Augustus, bij gestadig stil weder, reeds was ondervonden, toen een blad koper los en verloren was gegaan; dat bovendien de geheele vordering steunde op eene zeeverklaring, eenen geruimen tijd later voor eene onbevoegde magt, en strijdig met alle bepalingen van wetgeving opgemaakt; terwijl de bewijzen eener opneming van het koper zelf, welke dadelijk bij het arrivement van het schip te Batavia had plaatsgehad, ontbraken, en door de geassureerden werden terug gehouden, en dat eindelijk de schaderekening zelve, ten aanzien van verschillende posten, door hen bestreden, niet behoorlijk was gejustificeerd. De assuradeurs werden door de scheidsmannen, mrs. A. Brugmans, D.A. Walraven, en M.S. S’Jacob, praktiserende advokaten te Amsterdam, na overweging der daadzaken, op de volgende gronden in het ongelijk gesteld.
O., wat het regt aangaat, dat de vragen, welke hier behooren te worden beslist, zich hoofdzakelijk bepalen tot de twee volgende:
1e. Behoort de schade, waarvan de eischers en compromittenten ter eenre ten deze de verdoeding van de ged. En compromittenten ter andere zijde vorderen, onder die zeeschaden, welke regtens van den assuradeur kunnen worden gevorderd?
2e. Is de schaderekening, zodanig dezelve hier is liggende, behoorlijk gejustificeerd?
0., wat de eerste vraag aangaat, dat het ten deze in allen deele consteert, en in genere ook niet wordt tegengesproken, dat het fregatschip DELTA, kapitein G. Crans, op zijne reize van Amsterdam naar Batavia, werkelijk schade heeft gehad en bekomen;
0., dat uit de scheepsverklaring, op den 26sten Jan. 1844 voor den notaris Nieuwenhuijzen en getuigen onder aanbod van eede door den gezagvoerder en een gedeelte der equipage te Sourabaya afgelegd, en behoorlijk geregistreerd, blijkt, dat het fregatschip DELTA, na in behoorlijken staat uit Texel te zijn gezeild, op verschillende tijden met storm, vergezeld van hevige buijen en hoogloopende zeeën, waarin het schip geweldig heeft gewerkt en geslingerd, heeft te kampen gehad, te dien effecte, dat, volgens die verklaring, ten deze geen redelijke twijfel kan bestaan, of het schip gedurende zijne reize van hier naar Batavia werkelijk zodanige zeeëvenementen heeft gehad, welke aanzienlijke zeeschaden hebben kunnen doen ontstaan;
0., dat die mogelijkheid nog meer wordt bevestigd door de omstandigheid, welke trouwens den ged. en compromittenten ter andere zijde niet vreemd noch onbekend was, dat deze bodem, wel verre van nieuw te zijn, bereids eenige zeereizen had volbragt, en alzoo uit den aard der zake ingeval van eenige zeeramp, ongetwijfeld aan meerdere schade was onderhevig;
0., dat, hoezeer ook het beweren van de ged. en compromittenten ter andere zijde, dat slijtagie en eigenbederf in assurantie geenen grond tot schadevergoeding oplevert, in abstracto gegrond en waar zijn moge, in het onderwerpelijke geval echter geene voldoende gronden voor de toepassing van dat beweren worden gegeven, en alle bewijs daarvan, hetwelk op de ged. en compromittenten ter andere zijde zoude rusten, ten eenenmale ontbreekt;
0., immers, dat ook, daargelaten de waarde of onwaarde van de verklaring der heeren Lankelma en Hulsen, welke deze ged. niet concerneert, in assurantie echter de regel behoort te gelden, dat een bodem bij zijne uitreize van hier gepraesumeerd moet worden zeilvaardig en in goeden staat te zijn geweest, zoolang het tegendeel niet wordt bewezen, daar het tegenovergestelde tot de ongerijmdste gevolgen aanleiding zou geven:
0., dat, hoezeer ook de omstandigheid, dat reeds op de 8sten Augustus, bij gestadig stil weder en zonder nog stormen te hebben gehad, het schip een blad koper had verloren, eene praesumptie van eigen gebrek of bederf zoude kunnen opleveren, die omstandigheid echter, welke evengoed aan eenige andere bekende of onbekende oorzaak kan zijn te wijten geweest, zonder eenig meerder bewijs voor dat beweren, niet veel meer dan eene veronderstelling, maar geenszins een voldoend bewijs voor de sustenuën der ged. oplevert:
0., dat, hoezeer ook ten gevolge der verschillende opnemingen der deskundigen te Sourabaya, voldoende ten processe consteert, dat werkelijk de naden van het schip en het breeuwerk waren vergaan en verrot, die daadzaak echter geenszins gerekend kan worden, het bewijs op te leveren, dat de geledene schade eenig en alleen aan eigenbederf en slijtagie zoude zijn te wijten geweest, daar, aangenomen zijnde, dat werkelijk het schip met stormen, zware buijen en hooge zeeën te kampen heeft gehad, dat vergaan en verrotten op eene zeereize van vier maanden bij eenen verouderden bodem, eerder aan de plaats gehad hebbende zeeëvenementen moet worden toegeschreven (immers zoolang het tegendeel niet wordt bewezen), zoodat dan ook de deskundigen te Sourabaya, aannemende zelfs, dat overigens het schip, met betrekking tot deszelfs beplanking, bebouting en benageling, in gunstige omstandigheid verkeerde, niet hebben geaarzeld, de bestaande schade aan de gedurende de verzekerde reize plaats gehad hebbende zeeëvenementen toe te schrijven;
0., wat ook in abstracto zoo aan de zijde van ged. als aan de zijde van de eischers is voorgedragen, over de quaestie van slijtagie, het oxcideren van het koper, en het aanbrengen van eene nieuwe koperen huid aan dezen bodem, die vragen hier op het onderhavige geval van geene toepassing hoe ook genaamd zijn, daar, buiten en behalve dat die quaestiën bij alle dergelijke zeeschaden zouden kunnen worden gemoveerd (waarvoor echter de wet, ingeval van vergoeding, aan den assuradeur de aftrekking van een derde voor nieuw toestaat), in casu echter zowel het afnemen van de oude, als het aanbrengen van de nieuwe koperen huid, op stellige orde en bevel der deskundige commissie is geschied, dewijl van de zijde der ged. en comprom. ter andere zijde, geen voldoende bewijsgrond wordt aangevoerd, waardoor zou blijken, dat die schade ook aan het koper toegebragt, aan eenige andere oorzaak dan eenen plaats gehad hebbenden storm, zware buijen en hooge zeeën kan worden toegeschreven:
0., wat betreft de zeeverklaring, door den kapitein en een gedeelte der equipaadje, te Sourabaya voor notaris en getuigen afgelegd, dat die verklaring, volgens de daar te lande plaats hebbende gebruiken, is geschied, dat daar de strikte bepalingen van ons tegenwoordig hier te lande in vigeur zijnde regt niet bestaan, en bovendien die verklaring, bij de terugkomst van het schip onmiddellijk, volgens hier bestaande verordeningen, is hernieuwd en met eede bekrachtigd geworden, te dien effecte, dat dit stuk als voldoend document van bewijs in regten behoort te worden aangenomen, en ten processe geene volgende reden bestaat, de waarde daarvan in twijfel te trekken:
0., eindelijk, wat betreft het beweren der ged. en compromittenten ter andere zijde, dat er eene opneming van het koper zelf te Batavia zoude hebben plaats gehad, en dat het bewijs daarvan door de eischers en compromittenten ter eenre zoude worden terughouden; dat dit beweren ofschoon, wat het eerste gedeelte betreft, tusschen partijen in confesso zijnde, echter, wat het laatste aangaat, door de eischers en compromittenten ter eenre finaal wordt ontkend, en daarvan ten processe alle bewijs ontbreekt, zoodat, bij gebreke daarvan, het den regter niet mogelijk is, daarop te attenderen of daaruit eenige gevolgtrekking tot de zaak in quaestie af te leiden;
0., na dit alles, dat het ten processe als voldoende bewezen behoort te worden aangenomen, dat de schade aan het verzekerde schip op de verzekerde reize is ontstaan door zeeëvenementen, waartegen was verzekerd, en mitsdien de schade, welker vergoeding de eischers vorderen, onder die zeeschaden behoort, welke regtens van de assuradeurs kunnen worden teruggevorderd;
0., wat de tweede vraag aangaat, dat, ofschoon bij mondelinge voordragt, door de ged. en compromittenten ter andere zijde eenige aanmerkingen zijn gemaakt tegen de schaderekening, als zoude door het ontbreken van quitantiën van de daarop voorkomende posten, van ƒ 5212,34 voor 450 bladen koper, à contant gekocht van den Arabier Suh Awal, en van ƒ 1008 voor dagloonersgeëmploijeer gedurende de reparatie, niet genoegzaam zijn gejustificeerd, terwijl het van andere posten, als van ƒ 240, ƒ 720 en ƒ 90 voor zeildoek, touwwerk en zeilgaren, niet zou zijn gebleken, dat juist die hoeveelheid aan het verzekerde schip is gebruikt, er echter naar rede en billijkheid geene genoegzame gronden bestaan, om uit dezen hoofde opgemelde posten van de schaderekening te schrappen, en wel voornamelijk daarom, dewijl dezelve geenszins als te hoog opgevoerd en bovenmatig kunnen worden beschouwd, en ook niet uit dit oogpunt door de ged. en compromittenten ter andere zijde zijn bestreden;
0., eindelijk, dat door de eischers en comprimittenten ten andere is toegegeven, dat een post van ƒ 44, voor reparatie van keukengereedschap, van het bedrag der schaderekening behoort te worden afgetrokken;
Gezien de art. 249, 637 en 384 W. van K, en 56 B.R;
Regt doende in het eerste ressort,
Verlenen aan de eisers en compromittenten ter eenre acte van de door hen bij subordinate conclusie gedane aanbieding;
Veroordeelen de ged. en compromittenten ter andere zijde, om aan de eisers te betalen de som van ƒ 9541, en wel ieder van hen eene som van ƒ 100,60, zijnde 10-60/100 pCt. Over de door ieder der ged. verzekerde som van ƒ 1000, met de interesten, à 6 pCt. In het jaar, sedert den 15den Nov. 1844 tot de voldoening toe:
Verklaren deze uitspraak uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande hooger beroep, zonder borgtogt en bij lijfsdwang;
Veroordeelen ged. en compromittenten ter andere zijde in de kosten van deze arbitrale procedure.
(Gepleit voor de eischers Mr. S.E. Nijkerk, voor de verweerders Mr. B. Donker Curtius)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 21 januari. Ten gevolge van de verhoogde uitvoer op de granen hebben onderscheidene binnenschippers aanvrage om zeebrieven gedaan ten einde de granen hier te kunnen laden en dezelve te Duinkerken te ontschepen, zodat die dan door Frankrijk naar België zullen worden vervoerd. Dit kan wel niet anders dan voordelig voor Vlissingen zijn, aangezien er vrij wat granen uit het 4e en 5e district naar België worden uitgevoerd en welke nu noodzakelijk eerst hier in pakhuizen zullen moeten worden opgeslagen.


26 januari 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 23 januari. Het schip VROUW MARIA, kapt. Louwerens (opm: tjalk MARIA, kapt. Jan Jans Louwerens), van Hamburg naar Antwerpen, alhier met schade binnengelopen, heeft gisteren na geëindigde reparatie de reis weder voortgezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Singapore, 9 december. Het Nederlandse schip LORD MINTO (opm: waarschijnlijk Oost-Indische zeebrief) is de 22e oktober op de Palembang rivier (opm: genaamd Musi) verongelukt. De equipage en de passagiers zijn gered en een gedeelte der lading heeft men geborgen.


27 januari 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Terschelling, 20 januari. Heden is alhier gearriveerd het schip VROUW RENSKE, schipper A.G. Brouwer, van Hamburg. Dezelve heeft lekkage bekomen en is hier in de haven gekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum). Dezer dagen heeft het provinciaal gerechtshof van Zuid-Holland ter gelegenheid van de volgende zaak beslist, dat in een assurantie op behouden varen van een schip, geen zeeschade en kosten van reparatie begrepen zijn, en dat de assurantie voor de uit- en thuisreis rechtens vervalt bij een veranderde bestemming aan het schip gegeven, na de aankomst in de haven, waarnaar de uitreis was bepaald.
In 1843 leverde P.D…, koopman en winkelier te Rotterdam aan C.C…., reder te Delfshaven, voor de som van NLG 997,34 aan victualie voor zijn schip, toen PIET HEIN genaamd, bestemd naar Batavia en van daar terug naar Rotterdam. Leverancier en reder kwamen te zamen overeen, dat het bedrag voor de verschuldigde voor de geleverde victualie eerst behoefde betaald te worden, na volbrachte reis naar Batavia en terug, en daarenboven dat voor de som van NLG 997,34 een assurantie zou worden gesloten op het behouden varen van het schip tegen een premie van 2½% voor de uitreis en 2½% voor de te huisreis, zonder enig ander beding, zodat, indien enige ramp of gebeurtenis, naar de usantie voor rekening van de assuradeur komende, en deze tot betaling verplichtende, de aankomst van het schip verhinderde, de reder zou kunnen volstaan met de enkele betaling van de premie en de kosten van de assurantie.
Het schip PIET HEIN kwam na zeeschade te hebben geleden en te Rio de Janeiro te zijn gerepareerd, te Batavia aan, van waar het na voor de bodemarij-schuld executoriaal te zijn verkocht en de naam ALETTA te hebben ontvangen, naar Sourabaya is gestevend en van daar naar China.
De leverancier P.D. vermeende nu gerechtigd te zijn van de reder het bedrag zijner leverantie met de premie en assurantiekosten te kunnen vorderen, en dagvaardde hem dientengevolge voor de arrondissements-rechtbank te dezer stede. De reder C.C. deed, na procureur-stelling, aanbod in rechten tot betaling van het geëiste, wat echter het verschuldigde voor geleverde victualie betrof, alleen tegen overgave van de polissen van assurantie. Daarop werden door de leverancier P.D. aan de reder C.C. overgegeven twee ongedateerde door deze zelve getekende verklaringen, waarbij hij aan de eerste op het behouden varen van het schip PIET HEIN had verzekerd de som van NLG 997,34 wegens geleverde victualie aan dat schip. De reder wees die stukken af en persisteerde bij zijn aanbod. De rechtbank alhier stelde de reder in het ongelijk. Hiervan appel van de zijde des reders bij het Provinciale Gerechtshof van Zuid-Holland, dat het vonnis der rechtbank bevestigde op de navolgende gronden:
O., dat wat er zijn mocht van het beweren des app., dat volgens overeenkomst van partijen de geïnt. de onderwerpelijke assurantie niet kon aan zich behouden, maar hij verplicht zoude zijn geweest die met derden te sluiten, waarvoor echter door hem app. geen bewijs ten processe is bijgebracht, zulks zou zijn zonder invloed op het bestaande geschil, vermits de geïnt. aan de bekomen order tot het laten doen van verzekeringen bij derden, zo die bepaaldelijk mocht gegeven zijn, niet voldaan hebbende, naar de wet verstaan wordt zelf verzekeraar te zijn gebleven op de aan hem opgegevene voorwaarde of, bij gebreke van die opgave, op zodanige voorwaarden, als waarop de verzekering had kunnen worden gesloten, en derhalve in dat geval de app. te dier zaken tegen de geïnt. zoude hebben hetzelfde recht en jegens hem zou staan in dezelfde verplichtingen, als hij anders tegen derden had kunnen uitoefenen, of deze tegen hem hadden kunnen doen gelden.
O., dat wel door de app. al verder is aangevoerd, dat het schip PIET HEIN op de reize van Rotterdam naar Batavia met zeeschade te Rio de Janeiro is binnengelopen, dat aldaar gelden zijn opgenomen op bodemerij om de kosten der noodzakelijke reparatiën te bestrijden, dat in de voldoening dier schuld te Batavia niet hebbende kunnen voorzien, het schip door de houder der bodemerijbrief aldaar in executie is genomen en verkocht, en dat hetzelve minder hebbende opgebracht dan de schuld bedroeg, alzo daardoor voor de rederij geheel was verloren gegaan, aan welke omstandigheden, behalve de verandering van naam, ook de bestemming naar China, door de nieuwe eigenaar aan het schip gegeven, was toe te schrijven; doch dat voor deze positieven alsmede geen bewijs hoegenaamd door de app. is geleverd, en dezelve daarenboven, ook al waren zij ten processe bewezen, ten deze niet zouden zijn afdoende, dewijl daaruit niet zoude volgen, dat de assuradeurs op behouden varen, voor de reize van Rotterdam naar Batavia en van daar terug naar Rotterdam, tot oplegging der verzekerde som zouden gehouden zijn.
O. immers, dat bij een zodanige verzekering de op de reize gevallen schade, indien zij slechts het volbrengen der reis en alzo de aankomst van het schip niet verhindert, en dus ook de uitgave of gecontracteerde schuld voor kosten van reparatie, de assuradeur niet aangaat en evenmin de ten gevolge van wanbetaling van zodanige schuld gedwongen verkoop, gelijk de app. beweert, dat in deze heeft plaats gehad, kan worden gerekend te behoren tot of gelijk gesteld met die rampen of gebeurtenissen, waardoor buiten toedoen des verzekerden het behouden aankomen van het schip ter bestemder plaatse is belet, welke in een verzekering op behouden varen zijn begrepen.
O., dat mitsdien de app. niet heeft doen blijken noch door hem is betoogd, dat hier het geval zoude bestaan, waarin krachtens de bedoelde assurantie de verzekeraar tot betaling zoude kunnen verplicht worden, en dat daarentegen aan de zijde van de geïnt. beweerd zijnde, dat het schip PIET HEIN, na te Batavia te zijn aangekomen, van daar onder de naam van ALETTA is gezeild naar Sourabaya, en vervolgens naar China, nu consteert van des geïnt. bevoegdheid tot het instellen zijner actie, vermits door die veranderde bestemming, welke aan het schip is gegeven, de assurantie voor de reize van Rotterdam naar Batavia en van daar terug naar Rotterdam, rechtens te Batavia is vervallen.
O., dat uit dit een en ander volgt, dat ook indien de door de geïnt. afgegevene verklaringen, om te doen blijken van de door hem voor zijn rekening genomen assurantie, moeten gerekend worden naar vorm of inhoud niet te voldoen aan de vereisten ener polis van verzekering op behouden varen, zo als die naar de usantie in den regel plaats heeft, de app. geen belang heeft bij de afgifte van andere stukken, gelijk hij daarvan zijn presentatie ten dele afhankelijk heeft gemaakt, en dat overigens en op zich zelve de vordering van de geïnt. niet zijnde betwist, de app. alzo niet bezwaard is bij het vonnis des eersten rechters, waarbij met ter zijde stelling zijner presentatie die vordering is toegewezen,
Doet te niet het appel en beveelt dat het vonnis der arrondissements-rechtbank te Rotterdam van de 19e mei 1845, waarvan ten dezen is geappelleerd, geheel en volkomen effect zal sorteren en veroordeelt de app. in de kosten in appel gevallen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Heden ontving ik het treurig bericht, dat mijn geachte behuwdbroeder de heer Karel Jan de Feyfer, gezagvoerder op het fregatschip PRINS HENDRIK, de 16e dezer op zijn terugreis in de nabijheid onzer kusten, aan de gevolgen van een uitterende ziekte, in de ouderdom van ruim 38 jaren is overleden.
Amsterdam, 23 januari 1846, J.E. Tamling, executeur-testamentair.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Burgemeester en wethouders van de stad Rotterdam, zijn voornemens op dinsdag de 3e februari 1846, des middags te 12 uur, op het Raadhuis van dezelfde stad, bij inschrijving en daarna bij afslag te verkopen de stoomboot DE STAD ROTTERDAM, gevaren hebbende in het veer op Katendrecht, in welke boot is staande een stoommachine van zestien paardenkracht, vervaardigd door Jonathan Dixon te Couvin. De condities van verkoop zijn te lezen ter Stads Secretarie, terwijl de stoomboot c.a. ter bezichtiging staat op de scheepstimmerwerf van de Wed. Visser & Comp. aan de Schiedamschedijk, mits voorzien zijnde van een permissie-biljet, bij de commissaris aan het Katendrechtsche Veer verkrijgbaar en maandag en dinsdag de 2e en 3e februari des voormiddags voor een ieder.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 26 januari. Aan deze stad zijn gearriveerd: de schepen KLEINKINDEREN, kapt. A. den Breems, en MERWESTROOM, kapt. D.H. Hazewinkel, beiden van Liverpool, met ruw zout.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Ramsgate, 20 januari. Het schip ELSINA JOHANNA, kapt. Huizing, van Rotterdam naar Liverpool, is alhier heden binnengelopen met verlies van ankers en kettingen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Volgens brief van Cuxhaven van de 18e januari waren aldaar nog onder reparatie liggende de schepen GEERTRUIDA, kapt. Mellema, komende van Rostock, ALBERDINA, kapt. Venema, komende van Newcastle, MARGARETHA EVERANDA (opm: smak MARGRETHA EVERARDA), kapt. G.O. Sap, komende van Faaborg, TEKELA, kapt. J.J. de Vries, komende van Stettin, en alle bestemd voor Amsterdam, en GESINA, kapt. Egberts, van Bremen naar Groningen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Zeer zwaar drukt mij de rouw over het onherstelbaar verlies van mijn dierbare echtgenoot Hindrik Roelfs Grimminga, oud 44 jaren, kapitein, voerende het kofschip de UNIE (opm: bouwjaar 1842) en van mijn lieve zoon Jacob de Weerd Grimminga, oud 21 jaren, stuurman aan boord van hetzelfde schip. Van dit verlies geef ik kennis aan verwanten, vrienden en betrekkingen. Op de 11e september ll. vertrok hij van Archangel, gedestineerd naar Amsterdam, en, meer dan waarschijnlijk, in de hevige storm van de 21e en de 22e van de daarop volgende maand totaal verongelukt, zodat echtgenoot en zoon hun graf vonden in de golven. De Almachtige, die mij dit verlies doet gevoelen, sterke mij tevens met vijf nog minderjarige kinderen, om met gelatenheid hetzelve te dragen.
Nieuwe Pekela, de 24e januiari 1846. get. Jantje J. de Weerd, weduwe Grimminga.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie Mr. S.C.H. Piccardt, notaris te Pekela, zal ten verzoeke van de heer D.P. Kolk en medereders op woensdag de 4e februari e.k. des avonds te 5 uren te Oude Pekela ten huize van de Wed. P. Wessels publiek verkopen het welbevaren kofschip de GOEDE WELVAART, groot plm. 110 tonnen, thans liggende te Harlingen, met volledige inventaris, zoals laatst is gevoerd geweest door kapt. J.F. Peper, van de Oude Pekela.
(opm: bouwjaar 1803, kapt. Jan Freerks Peper; gezien de leeftijd van het schip waarschijnlijk verkocht voor de sloop; de zeebrief werd 8 april geroyeerd)


28 januari 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 27 januari. Aangaande het schip OUD ALBLAS, kapt. Kleij, van hier naar Batavia, met schade te Vlissingen binnengelopen, wordt van daar van de 23e dezer gemeld, dat hetzelve de reparatie geëindigd had en in drie à vier dagen de reis weder zoude aannemen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 23 januari. Het schip ANNA CATHARINA, kapt. Dijk, van hier naar Gibraltar, is volgens brief van Vlissingen van de 26e dezer, aldaar met enige schade aan de verschansingen binnengelopen, doch zoude met de eerste gunstige wind de reis weder voortzetten.


  AH - Algemeen Handelsblad

Konstantinopel, 31 december. Op de 27e dezer arriveerde te Smyrna het Nederlandse barkschip JACOBA, kapt. Bakker, in ballast van Malta, met bestemming naar Enos om aldaar granen enz. voor Amsterdam te laden.
Het schip JAN JACOB, kapt. Lutje, had aldaar zijn lading voor Amsterdam ingenomen.
De 30e november zeilde van Alexandrië de schoener-kof de TWEE GEBROEDERS, kapt. Riedijk, bestemd naar Amsterdam.


29 januari 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Op 1 januari 1846 was de Staat der Nederlandse Zeemacht volgens officiële staten als volgt:
2 linieschepen der 1e klasse, elk van 84 stukken, als: KONING DER NEDERLANDEN en DE ZEEUW; 5 linieschepen der 2e klasse, elk van 74 stukken, als: de KONINGIN, KORTENAAR, TROMP, de RUYTER en de ADMIRAAL VAN WASSENAAR; 3 fregatten der 1e klasse, waarvan 2 (de PRINS VAN ORANJE en DOGGERSBANK) elk van 60 en de RIJN, van 54 stukken; 14 fregatten der 2e klasse, waarvan 11 van 44 stukken, als: PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN, PRINS ALEXANDER DER NEDERLANDEN, DE SCHELDE, DE SAMBRE, DE MAAS, BELLONA, PALEMBANG, JASON, DE ZAAN, CERES en HOLLAND; 2 van 38 stukken, PRINS HENDRIK DER NEDERLANDEN en PRINSES SOPHIA en 1 van 32 stukken, EURIDICE; 3 geraseerde (opm: van masten en tuig ontdaan) fregatten, elk van 28 stukken, als: ROTTERDAM, DE RUPEL en ALGIERS; 12 kuil-korvetten, als 6 van 28 stukken, te weten: TRITON, NEHALLENNIA, HIPPOMENES, AJAX, BOREAS en CASTOR, en 6 van 26 stukken, dat zijn: JUNO, ARGO, VAN SPEYK, JAVA, SUMATRA en BORNEO; 4 gladdeks-korvetten, als: 2 van 22 stukken, PALLAS en DE HELDIN, en 2 van 20 stukken, ATALANTE en AMPHITRITE; 14 brikken der 1e klasse, als 10 van 18 stukken, zijnde ECHO, PEGASUS, DE MEERMIN, MERKUUR, VENUS, DE KOERIER, DE ZWALUW, DE HAAI, DE LYNX en DE SPERWER; en 4 van 12 stukken, te weten: HET ZEEPAARD, DE ZEEHOND, DE CACHELOT en DE BRUINVISCH; 6 brikken der 2e klasse en aviso's, waarvan 5 van 14 stukken, als: DE VLIEGENDE VISCH, DE POSTILLON, DE SNELHEID, DE AREND en DE PIJL; en 1 van 8 stukken, DE BRAK; 12 schoener-brikken, als 11 van 6 stukken, zijnde DE LANSIER, DE HUZAAR, DE DOLPHIJN, EGMOND, ZEPHYR, BANKA, BANDA, AMBON, SAPAROEA, TERNATE en REMBANG; en 1 van 5 stukken, zijnde DE WINDHOND; 9 schoeners, als 4 van 14 stukken, zijnde CIRCE, JANUS, ARGO en DE KAMELEON, en 5 van 3 stukken, zijnde DE VOS, DE WESP, DE ADDER, DE SCHORPIOEN en ARUBA; 14 stoomschepen, waarvan 1 (CERBERUS) van 8 stukken; 6 van 7 stukken (de CYCLOOP, VESUVIUS, PHOENIX, ETNA, HEKLA en CURAÇAO), en 2 van 6 stukken (BROMO en MERAPI); voorts CURAÇAO, hetwelk bestemd is ter vervanging van het stoomschip van gelijke naam, hetwelk eerlang als voor de dienst onbruikbaar, zal moeten worden afgekeurd; SURINAME en ONRUST, zijnde ijzeren stoomschepen; BATAVIA, bestemd voor de dienst tussen Batavia en Singapore en Samarang; 2 instructievaartuigen, als: URANIA, van 12 stukken en het stoomvaartuig LAURENS KOSTER; 3 transportschepen (PRINS WILLEM FREDERIK HENDRIK, DORDRECHT en DE MERWEDE); 10 kanonneerboten, à 1 mortier en 3 stukken; 35 kanonneerboten, groot model; en 30 kanonneerboten, klein model.
Op 1 januari jl., waren van deze schepen in dienst:
1 fregat 1e klasse, DE RIJN; - 5 fregatten 2e klasse, DE SCHELDE, DE SAMBRE, DE MAAS, JASON en CERES; terwijl EURIDICE strekt tot logement-schip te Vlissingen; - 4 kuil-korvetten, als: JUNO, TRITON, AJAX en BOREAS; HIPPOMENES strekt tot kazerneschip te Amsterdam; - 7 brikken der 1e klasse, als: ECHO, PEGASUS, dienende tot kostschip te Rotterdam; DE MEERMIN, DE KOERIER, DE ZWALUW, DE HAAI en DE LYNX; - 5 brikken der 2e klasse en aviso's, als: DE VLIEGENDE VISCH, DE SNELHEID, DE AREND, DE PIJL en DE BRAK; - 7 schoener-brikken, als: DE WINDHOND, DE LANSIER, DE HUZAAR, DE DOLPHIJN, EGMOND, ZEPHYR en BANKA; - 7 schoeners, als: CIRCE, JANUS, ARGO, DE KAMELEON, DE VOS, DE WESP en DE ADDER; - 7 stoomschepen, als: BROMO, MERAPI, DE CYCLOOP, VESUVIUS, CERBERUS, HEKLA en CURAÇAO; - 1 instructie vaartuig, URANIA; - en 2 transportschepen: PRINS WILLEM FREDERIK HENDRIK en DE MERWEDE.
In aanbouw zijn: 3 linieschepen der 2e klasse (TROMP, DE RUITER en DE ADMIRAAL VAN WASSENAAR); - 3 fregatten der 2e klasse (PRINS HENDRIK DER NEDERLANDEN, PRINSES SOPHIA en HOLLAND); - 3 kuil-korvetten (JAVA, SUMATRA, BORNEO); - 1 gladdek korvet (ATALANTE); - 4 brikken der 1e klasse (HET ZEEPAARD, DE ZEEHOND, DE CACHELOT en DE BRUINVISCH); - 5 schoener-brikken, als: BANDA, AMBON, SAPAROEA, TERNATE en REMBANG; - 1 schoener, DE SCHORPIOEN; - en 3 stoomschepen, CURAÇAO, ONRUST en SAMARANG.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Stoomboot DE STAD VLISSINGEN. De directie van de Maatschappij van Stoomvaart tusschen Vlissingen en Antwerpen nodigt bij deze de aandeelhouders op naam uit, om te compareren op donderdag de 12e februari 1846, des middags te een uur, in de tuinkamer van de Sociëteit St. Joris, ten einde aan te horen en te helpen beslissen op de voorstellen door de directie te doen.
Middelburg, 26 januari 1846, D. Dronkers, directeur, J.J. de Kanter, administrateur.


30 januari 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wij ontlenen aan de Staats-Courant: Volgens officiële opgaven bestond de Nederlandse koopvaardij-vloot op ultimo december 1844 uit 1.815 schepen, metende 181.819 lasten.
In 1845 zijn er 81 nieuw aangebouwde schepen in de vaart gekomen, metende te zamen 5053 lasten, waardoor het opgemelde getal schepen geklommen is tot 1896, te zamen inhoudende 186.872 lasten.
Intussen zijn, volgens de in de loop van het jaar 1845 ingekomen berichten, door verongelukking, sloping en buitenlandse verkoop, buiten de vaart geraakt 27 vaartuigen, metende 1686 lasten.
De Nederlandse koopvaardij-vloot bestond derhalve op de 31e december 1845 uit 1869 schepen, inhoudende 185.186 lasten, en is dus gedurende het jaar 1845 vermeerderd met 54 schepen, inhoudende 3367 lasten.
Onder de in 1845 nieuw in de vaart gekomen schepen bevinden zich als volgt:
1 fregat metende 379 lasten
7 barken “ 1586 lasten
2 brikken “ 212 lasten
5 schoeners “ 413 lasten
35 koffen “ 1731 lasten
en 31 smakken, tjalken, enz. “ 732 lasten
terwijl zich onder de buiten de vaart gestelde schepen bevinden:
1 fregat metende 169 lasten
1 bark “ 193 lasten
1 brik “ 201 lasten
1 brigantijn “ 112 lasten
16 koffen “ 805 lasten
1 smak “ 36 lasten
en 6 tjalken “ 170 lasten
De vaart onder Nederlandse vlag is, voor zo veel de beladen scheepvaart betreft, in 1845, in vergelijking met 1844, weder vermeerderd, als:
- bij inklaring met 286 schepen en 19.064 tonnen
- en bij uitklaring van 150 schepen en 20.757 tonnen.
Ook de vaart onder vreemde vlag, de in- en uitklaringen te zamen genomen, heeft in 1845 een vermeerdering opgeleverd van 33.697 tonnen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cowes, 24 januari. Het Nederlandse schip EUROPA, kapt. D. Keus, van Rotterdam naar Batavia, l.l. vrijdag (opm: 23 januari) hier binnengelopen, heeft twee man der equipage verloren. Door het vallen van de bezaansmast is de vierde stuurman, Ludovicus Bernardus Offenberg, oud 23 jaren, gedood en een andere opvarende het been gebroken, terwijl hierdoor andere schade is aangericht, en vrijdag is er een matroos door de golven over boord geslagen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 26 januari. Het schip SARA EN MARIA, kapt. Dijkers, van Amsterdam naar Batavia en Sourabaja, alhier binnengelopen, heeft door het onstuimige weder bij laag water zodanig op de harde moddergrond gestoten, dat de bovenste roerhaak en stel gebroken en enige bladen koper verloren zijn gegaan. De kapitein heeft het roer doen uitnemen en ter reparatie naar Margate opgezonden en zal trachten de overige schade op een bank in de haven te herstellen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Publieke verkoping op het eiland Vlieland. De firma Zunderdorp & Ran als last hebbende van hun principalen presenteren op woensdag de 11e februari 1846 des avonds te 6 ure in het logement Het Wapen van Vriesland, te Vlieland, ten overstaan van de aldaar residerende notaris Mr. F.H. van der Kop, publiek te verkopen 36 vaten Gallipoli olie, door zeewater beschadigd, afkomstig van het op de Vliehors verbrijzelde Deense brikschip VICTORIA, kapt. O.K. Axelsen, van Sura (Barbarije) naar Hamburg gedestineerd. Informatiën met franco brieven ten kantore van de heer Joh.G. Coster te Amsterdam en van Zunderdorp & Ran, te Texel en Vlieland.


  AH - Algemeen Handelsblad

Hellevoetsluis, 28 januari. Van hier is vertrokken de stoomboot KINDERDIJK om heden de brik LAURA van het strand te Rockanje af te slepen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. E.J. Offerhaus, notaris te Groningen, zal op woensdag 11 februari des avonds te 7 uren bij de erven J. Eekhof Tz te Groningen publiek verkopen het kofschip ANNA MARIA CATHARINA, groot 112 tonnen of 75 roggelasten, in 1829 nieuw uitgehaald, thans liggende te Delfzijl, gevoerd wordende door kapt. W.D. Kleininga, onder directie van de heer B. Onnes te Groningen.


  LC - Leeuwarder Courant

Nes op Ameland, den 23 januari. Met genoegen verneemt men, dat door de Noord- en Zuid-Hollandsche Redding Maatschappij te Amsterdam, aan de bootsgezellen, welke met levensgevaar drie der schepelingen hebben gered, van het den 22 oktober l.l. alhier gestrand Deens galjootschip REGINA DANIAE, ieder ene bronzen medaille en NLG 10 premie: aan die welke de equipage, bestaande uit acht personen, van het op 12 december l.l. gestrand Portugees schoonerschip TONINHA, hebben gered, ieder NLG 6 premie, en aan die, welke de schepelingen, ten getale zeven, van het den 2 dezer gestrand Nederlands kofschip SIJBE BROUWER (opm: zie o.a. LC 090146), redden, ieder een loffelijk getuigschrift en NLG 10 premie, ten geblijke harer tevreden en erkentelijkheid voor de door die bootsgezellen bij gemelde strandingen betoonde kloekmoedig en menslievendheid, hebben toegekend, welk een en ander dezer dagen door den heer Grietman dezer Grietenij aan belanghebbenden is uitgereikt.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De griffier J.J. Heep, te Holwerd, zal publiek, tegen contante betaling, aan de meestbiedenden presenteren te verkopen: de geborgen complete tuigage van het Tjalkschip HOFFNUNG, gevoerd geweest bij den schipper Follrichs van Rauder Westerveen, voornamelijk bestaande in 7 beste zeilen, 2 ankertouwen en 1 dito ketting, 2 ankers, rondhout, lopend touw, koksgoed, en verder scheepstoebehoren.
Wie gading maken, komen op donderdag den 5 februari 1846, des morgens ten 10 ure, aan den dijk in het Moddergat onder Nes.


31 januari 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 30 januari. Volgens brief van kapt. Tuk, voerende het schip THETIS, in dato Whampoa 26 november, zou hij binnen 2 à 3 dagen met een lading thee herwaarts vertrekken.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. C. Ament, makelaar, zal op maandag 16 februari 1846, des avonds te 6 uur, in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ alhier, ten overstaan van de notaris J.A. Hoog, verkopen het extra ordinaire, wel bezeild Nederlandse kofschip genaamd CATHARINA (opm: bouwjaar 1829), gevoerd door kapitein J.K. Klunder, volgens meetbrief lang 27 ellen 50 duimen, wijd 4 ellen 87 duimen, hol 2 ellen 70 duimen en alzo gemeten op 161 tonnen of 85 lasten. (opm: zie PGC 100246)
Breder bij inventaris en bericht bij bovengenoemde makelaar en bij de cargadoors Nobel en Holzapffel. Blijvende het schip inmiddels uit de hand te koop.


  DC - Dordtsche Courant

Volgens brief van kapt. H. Meppelder, voerende het kofschip VENILIA, van den 25 dezer, was hij twee dagen tevoren, na een reis van 11 dagen, uit Hellevoetsluis te Belfast aangekomen.


  DC - Dordtsche Courant

Op ongeveer een mijl van South Stack is opgevist en aan wal gebracht een scheepsmast van nagenoeg zes voet omvang, naar gissing van een schip van 500 ton. Een steng met ra’s en zeilen daaraan vast, werd tevens gezien, doch kon niet worden geborgen, ten gevolge van het opkomend tij en het invallen van de nacht.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 28 januari. Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse bark TIMOR, kapt. C.M. Borghorst, van Dordrecht vertrokken op 23 september, de idem bark MAXIMILIAAN THEODOOR, kapt. D. Boelhouwer, met 13 passagiers, van Amsterdam vertrokken op 6 oktober, de idem bark MERCATOR, kapt. M. Korteland, van Rotterdam vertrokken op 6 oktober, de idem bark JEANNETTE, kapt. S. Halfweg, met 9 passagiers, van Rotterdam vertrokken op 6 oktober, en de idem brik JOHANNA, kapt. H. Poort, van Bordeaux vertrokken op 20 oktober.


01 februari 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 30 januari 1846. Volgens brief van kapt. Tak, voerende het schip THETIS in dato Whampoa 26 november, zoude hij binnen twee à drie dagen met een lading thee herwaarts vertrekken.


02 februari 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 28 januari. De ORION, kapt. Crossen, van Amsterdam naar Triëst, is alhier lek binnengelopen en met verlies van zeilen. De lading zal gelost moeten worden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Openbare verkoping op zaterdag 7 februari 1846, des avonds 7 ure, in het logement Het Stadhuis van Amsterdam te Rijp, van het hol van een oud buisschip, genaamd de LEEUW. Te bezichtigen aan de werf van de scheepstimmerman Fokke Bosman aldaar.


03 februari 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Jan Corver, makelaar, zal op maandag de 23e februari, des avonds te zes uur, te Amsterdam in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ, verkopen: een extra ordinair wel bezeild kofschip, genaamd JOHANNA DE VRIES, varende onder Nederlandse vlag, gevoerd door kapt. L.C. de Vries; volgens Nederlandse meetbrief, lang 23 ellen 47 duimen, wijd 4 ellen 72 duimen, hol 2 ellen 38 duimen; en alzo gemeten op 62 lasten.
- een extra wel bezeild smakschip, genaamd MEDEMBLIK, varende onder Nederlandse vlag, gevoerd door kapt. J.P. Carst, volgens Nederlandse meetbrief, lang 20 ellen 25 duimen, wijd 3 ellen 74 duimen, hol 1 el 78 duimen; en alzo gemeten op 32 lasten.
Breder volgens inventarissen en bericht bij bovengemelde makelaar.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Kapitein G. Evertsz van Joure zal door de griffier J.J. Heep te Holwerd, in het openbaar tegen contante betaling, aan de meestbiedende doen verkopen de bijna complete en nieuwe inventaris van het Nederlandse schoener kofschip SYBE BROUWER (groot 80 à 90 lasten) voornamelijk bestaande in 5 ankers, 2 kabels- en vele diverse tuigkettingen, 3 nieuwe kabeltrossen, 11 zeilen, staand- en lopend touwwerk, stengen, ra's, boegspriet en verder rondhout, een partij blokken, 1 pompspil met toebehoren naar de nieuwste Engelse inventie, 1 kombuis, 1 boot en sloep, diverse koksgereedschappen en meer andere scheepsgoederen (opm: SIJBE BROUWER, zie o.a. LC 090146).
Wie gading maken komen op woensdag 11 februari 1846, des morgens te 8 uur, aan het pakhuis voor strandgoederen te Nes op Ameland; zijnde inmiddels nader onderricht te bekomen bij de heren J. Scheltema & Co. en kapt. Evertsz te Nes, alsmede bij de griffier Heep voornoemd.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 2 februari. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn voor de maand februari bevracht de navolgende schepen: voor Amsterdam: VAN GALEN en CHERIBON, voor Rotterdam: ANTOINETTA MARIA en MARIA.


  DC - Dordtsche Courant

Volgens brief van kapt. D. Keus, voerende het schip EUROPA, van Rotterdam naar Batavia, in dato Cowes 24 januari, was hij door vliegende storm genoodzaakt geweest, aldaar binnen te lopen met enige onbelangrijke schade aan galjoen en zeilen, waarbij echter het verlies is te betreuren van de 4de stuurman en een matroos, terwijl twee andere matrozen waren gekwetst geraakt. Het schip was geheel dicht gebleven en zou twee dagen daarna tot voortzetting der reis gereed zijn.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een praamschip, groot volgens meetbrief 94 tonnen, zo als hetzelve is bevaren door schipper Johs. Mahne, liggende te Dordrecht. Te bevragen bij voornoemde schipper.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Op de 16e februari 1846 des avonds te 6 uren zal in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ te Amsterdam publiek worden verkocht het extra-ordinair welbezeilde Nederlandse kofschip genoemd CATHARINA, gevoerd door kapt. Jan K. Klunder, volgens meetbrief lang 27,50 meter, wijd 4,87 meter en hol 2,70 meter, alzo gemeten op 161 tonnen of 85 lasten. Breder bij inventaris ter inzage ten kantore van Van Nobel & Holtzapfel te Amsterdam en J. Homan te Groningen, blijvende dit schip inmiddels uit de hand te koop (opm: zie AH 310146 en PGC 100246).


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. H. Van Marle, notaris te Middelstum gedenkt als lasthebbende van deszelfs principalen op woensdag de 11e februari 1846 des avonds te 6 uren in het gemeentehuis te Kantens publiek te verkopen het in den jare 1837 nieuw uitgehaald tjalkschip de VROUW MARIA (opm: binnenvaarder), groot 39 tonnen, met al deszelfs opgoederen en toebehoren, liggende te Kantens, laatst bevaren en gebuikt bij Albert Harms Rozema.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. J. C. van Slooten, notaris ter standplaats Veendam, gedenkt op vrijdag de 6e februari 1846 des avonds te 6 uren ter huize van de logementhouder E.J. Duintjer te Veendam publiek te verkopen:
- Het kofschip GEZIENA, in 1837 nieuw uitgehaald, groot 72 tonnen, thans liggende te Amsterdam in het Westerdok bij de werf van A. Booi, en zulks met al deszelfs goederen en toebehoren, zo als het laatst door kapt. S.G. Oostra is bevaren, zullende de inventaris ten verkoophuize ter lezing liggen. (opm: koper kapt. A.H. van der Wal, nieuwe scheepsnaam GEERDINA)
- De navolgende kofscheepsaandelen als:
1/30e in de GEZINA, kapt. J. Zelling, en in de ALEXANDER, kapt. Bakker,
1/32e in de AFINA ALBERDINA, kapt. J. Nagel, in de ALIDA GIEZEN, kapt. Boer, in de JUFVROUW ALIDA, kapt. Schrage, en in de CATHARINA, kapt. Duintjer,
1/60e in de BEERTA SCHURINGA, kapt. De Vries, en in de NIESSINA SCHURINGA, kapt. Engelsman,
2/64e in de HOOP EN FORTUIN, kapt. Niehof,
1/64e in de HENDERIKA JANTINA, Kapt. Struik.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Verkoping van een kofschip. Op nader te bepalen plaats en tijdstip zal binnen kort in openlijke veiling ter verkoop worden aangeboden het in den jare 1844 nieuw gebouwde kofschip genoemd de JONGE HENDRIK, groot 85 roggelasten, met deszelfs volledige inventaris, thans liggende te Gent, laatst bevaren door nu wijlen H.J. Schuring.
(opm: verkocht aan plaatsgenoot J.H. Wever; nieuwe scheepsnaam ZWAANTINA HENDERICA, kapt. J.J. de Boer; de zeebrief werd op 12 maart afgegeven)


 GRC - Groninger Courant

Vertrokken van Swinemünde den 29 januari, JONGE JOHANNES (opm: kof), kapt. O.K. Beerta, naar Antwerpen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris A. Andrea, te Beetsterzwaag, zal, op donderdag den 12 februari 1846, des avonds ten 5 ure, bij de weduwe van Tobias ten Brinke, te Drachten, bij strijk en verhooggeld, voorlopig veilen: een overdekt en gewegerd (opm: van wegeringlatten voorzien) Tjalkschip, de JONGE ENGELTJE genaamd (opm: binnenvaarder), lang 16 el, wijd 2 el 3 palm 3 duim, hol 1 el 4 palm 8 duim, gemeten op 46 ton; met zeil, treil, ankers, touwen en verdere complete inventaris, tot dusverre bevaren door den eigenaar A.W. Noorman, en thans liggende te Drachten.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Zunderdorp & Ran, als last hebbende van hunne principalen, presenteren op woensdag den 11 februari 1846, des avonds ten 6 ure, in het logement het Wapen van Vriesland, te Vlieland, ten overstaan van de aldaar residerende notaris Mr. F.H. van der Kop, publiek te verkopen: 36 vaten Gallipolie, door zeewater beschadigd, afkomstig van het op de Vliehors verbrijzelde Deense brikschip VICTORIA, kapitein O.K. Axelsen, van Suza (Barbarijen) naar Hamburg gedestineerd.
Informatie met franco brieven ten kantore van den heer Joh. G. Coster, te Amsterdam, en Zunderdorp & Ran, te Texel en Vlieland.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Op dinsdag den 10 februari 1845, aan het Pakhuis te Nes op Ameland, zal door het ministerie van een bevoegd ambtenaar, worden verkocht:
- 17 vaten ijzerwerk, gereedschap, vijlen enz.
- 17 kisten idem
- 5 dito indigo
- 2 vaten meekrap
- 2 dito wijn
- 19 dito suiker
- 1059 stuks Gouda kazen
Alles afkomstig van het op den 2 januari 1846 te Ameland gestrand Kofschip SIJBE BROUWER, kapitein G. Evertsz (opm: zie o.a. LC 090146), van Amsterdam naar Genua bestemd.
Des maandags, ’s avonds ten 6 ure, zal er te Holwerd een vaartuig gereed liggen ter overvoering van gegadigden naar Ameland, onder voorbehoud echter van open water of vaarbaar weder, terwijl met de verkoping tot na aankomst zal worden gewacht.
Nadere informatie bij de heren Jan Scheltema en Co. te Ameland, en Barend Visser & Zoon, te Harlingen.


04 februari 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dover, 30 januari. De COURIER, kapt. Schaap, van Amsterdam naar Marseille, is heden alhier binnengelopen met verlies van een ra.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop het zo welbekende extra snel zeilende loodsvaartuig, genaamd DE KNORHAAN, groot 22 tonnen, met deszelfs tuig, staande en lopende want, ankers en touwen en twee stel zeilen, zo als het is liggende in de Noorderhaven te Harlingen.
Te bevragen bij de heer S. de Vries, commissaris over het Loodswezen aldaar.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. In voldoening van art. 817, 2e. lid., Wetboek van Koophandel, worden alle de bekende en onbekende schuldeisers in de failliete massa van Jean Pierre Jannette Walen, zo in privé, als gehandeld hebbende op de Firma van S.A. Westerlo & C°, opgeroepen, om in persoon of bij gemachtigde (laatstgemelde voorzien van een behoorlijk geregistreerde en, zo nodig, gelegaliseerde procuratie) te verschijnen op de bijeenkomst van schuldeisers, welke, krachtens bevel en onder voorzitting van den Edel-Achtbaren Heer Regter-Commissaris, zal gehouden worden op maandag 1 februari 1800 zeven en veertig, des voormiddags ten 10 ure, op het Paleis van Justitie te Amsterdam , in het lokaal, alwaar de Tweede Kamer der Arrondissements-Rechtbank zitting houdt, en zulks ten einde hunne schuldvorderingen te doen verifiëren, en desnoods te beëdigen.
De Crediteuren worden verzocht, de bewijzen hunner schuldvorderingen in te zenden bij een der ondergetekenden, wonende de eerst-ondergetekende op de Heerengracht over de Nieuwe Spiegelstraat, de tweede ondergetekende op de Keizersgracht bij dc Leydschestraat, le Amsterdam.
De curatoren in het faillissement voornoemd: Abr. de Vries, C.E. van Goor.
(opm: zie ook AH 070246, verkoping te Antwerpen)


  JC - Javasche Courant

Advertentie. De ondergetekenden zullen op hun vendutie van woensdag 11 februari a.s. verkopen het brikschip DE HOOP, met deszelfs inventaris, zo als hetzelve thans ter rede (opm: van Batavia) is liggende.
Voute & Guérin


05 februari 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 4 februari. Het schip JANTINA MARGARETHA, kapt. Smit (opm: kof JANTINA MAGRIETA, kapt. B.H. Smit), van Libau naar Nantes, is volgens brief van Delfzijl van de 2e dezer, aldaar lek, met verlies van anker en ketting en meer andere schade binnengelopen.


  RC - Rotterdamsche Courant

Vlissingen den 2 dezer. Het schip REMBRANDT (opm: Belgische schoener REMBRAND), kapitein J. Brabander jr., heeft enige schade aan den achtersteven en tuigage bekomen, in aanzeiling geweest zijnde met de Deense brik THORWALDSEN, kapitein P.F.G. Stage, van Antwerpen afkomende om ter rede van Rammekens te ankeren; de REMBRAND zal denkelijk in de haven komen om te repareren.


06 februari 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertientie. G.J. Boelen, makelaar, zal op maandag de 23e februari, des avonds ten zes ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ verkopen een extra welbezeild
kofschip genaamd de EENSGEZINDHEID, varende onder Nederlandse vlag, gevoerd door kapt. T.J. Visser, volgens Nederlandse meetbrief lang 25,74 ellen, wijd 5,35 ellen en hol 2,54 ellen, en alzo gemeten op 155 tonnen of 82 lasten.
Breder volgens inventaris en bericht bij bovengemelde makelaar of bij de cargadoors Petrus Scheffer & Zoon op de Buitenkant no.2.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Ten overstaan van Mr. J.W. Quintus, notaris te Groningen zal op donderdag de 26e februari 1846 des avonds te 7 uren ten huize van E.J. Tiddens in het Huis de Beurs te Groningen publiek worden verkocht het sterk gebouwd en in 1838 nieuw vertimmerde en geheel nieuw uitgeruste barkschip HAMBURG, lang 115 voet, wijd 28½ voet, 17 voet Groninger maat, en alzo gemeten op 385 tonnen of 203 commercielasten, met al deszelfs rondhout, staand en lopend want, zeilen, ankers, touwen en verdere complete inventaris, zo als hetzelve thans is liggende in het Oosterdok te Amsterdam en steeds bevaren is geweest door de kapt. E. Huisman (opm: kapt. Egbert Rentes Huisman woonde in Hamburg; een verkoop van dit onder buitenlandse vlag varende schip is niet gevonden). Breder bij inventaris ter inzage bij de heren Jan Corver & Co en Canne & Balwé, cargadoors te Amsterdam. Om te aanvaarden 8 dagen na de verkoopdag.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. M. de Muinck, notaris te Grijpskerk, gedenkt op donderdag de 19e februari 1846 des morgens te 10 uren ten huize van de kastelein J.W. Bakker te Visvliet publiek te verkopen een bevaren overdekt tjalkschip genoemd VROUW MARGARETHA (opm: binnenvaarder), groot 49 tonnen, met al deszelfs opgoederen en toebehoren, zo als hetzelve is liggende te Visvliet.


07 februari 1846


  JC - Javasche Courant

Batavia, 3 januari, Gisteren is hier aangekomen de Nederlandse bark THEODORA EN SARA, kapt. A. van Oosteroom, met 3 passagiers, vertrokken van Amsterdam de 5e september.
Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark CHRISTOPHORUS COLUMBUS, kapt. K. Welger, met 4 passagiers, vertrokken van Amsterdam de 23e september.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 6 februari. Het schip COURIER, kapt. Teijgeler, de 26e oktober van Rotterdam te Batavia aangekomen, heeft bij het opzeilen naar de rede op het rif Middelburg gestoten en moest, hoewel geen schade bekomen hebbende, om het koper te voorzien en te kielen, naar Sourabaja opzeilen, alwaar hetzelve bereids de 31e dito is gearriveerd. (opm: dit werd van de brik de laatste rondreis naar Oost-Indië; de volgende reis zou naar Cuba gaan)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Publieke verkoping te Antwerpen, door de scheeps-makelaars Ch. Grisar en J.W. Marsily op vrijdag 27 februari 1846, des middags ten 2 uur, in het Beursgebouw van het Nederlandse kofschip ADRIANA THEODORA, gevoerd door kapt. G.B. Behrens, liggende in het Groote Dok aldaar, met deszelfs goede en complete Inventaris. Volgens meetbrief, lang 23 el 20 duim, wijd 4 el 26 duim, hol 2 el 46 duim, en alzo gemeten op 108 zeetonnen. Tot nadere informatiën zich te adresseren bij J.C. van Oven & Zonen, cargadoors te Amsterdam of bij bovengenoemde makelaars.
(opm: op 16 april 1846 zond de Nederlandse consul te Antwerpen de zeebrief van de ADRIANA THEODORA naar Den Haag onder vermelding ‘schip verkocht’; de koper uit Dornumersiel noemde het schip TEUTONIA)


08 februari 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 29 januari. Het schip METTE CATHARINA, kapt. Warrer, van Horsens naar Amsterdam, alhier met schade binnengelopen, is ter reparatie aan de werf gehaald. Van de lading zullen 4½ lasten wegens beschadigdheid verkocht worden.


09 februari 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sheerness, 5 februari. Het schip ANNE EN ELISE, kapt. Kahle (opm: buitenlander, zie AH 160246), van Hamburg naar La Guayra, is gisteren bij de Owers gezonken, zijnde door een bark aangezeild, welke vermoedelijk mede gezonken is. De equipage is gered.


10 februari 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand wordt te koop aangeboden een onder Nederlandse vlag varende gezinkt brikschip, groot volgens meetbrief groot 68 gemeten lasten, met deszelfs inventaris. Te bevragen bij de makelaar H.J. Rietveld te Amsterdam.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 8 februari. Aan deze stad is gearriveerd: het schip HARMONIE, kapt. P.H. Schabeling, van Liverpool, met zout en katoen.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Dordrecht ligt in lading, naar Batavia, voor goederen en passagiers, om in het begin van maart te vertrekken, het snelzeilend, gekoperd en kopervast barkschip MACHTILDA CORNELIA, kapt. N.J. Nannen, voerende een bekwaam scheepsdokter. Adres bij de cargadoor J.B. ’t Hooft, te Dordrecht.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip CORNELIUS DASSE VIËTOR, kapt. A.A. Borgman, van Riga naar Toulon, is de 2e februari te Cowes binnengelopen met een muitende equipage.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Kofschip CATHARINA, kapt. Jan K. Klunder. Aan de gegadigden van dit schip wordt bericht, dat hetzelve uit de hand is verkocht. (opm: zie AH 310146; nieuwe naam MARIA, kapt. K.H. Nagel)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een nieuwe tjalk, met geheel nieuwe inventaris. Te bevragen bij R. Dokman, verlaatsmeester te Veendam.


11 februari 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 10 februari. In de nacht van 6 op 7 dezer is op het strand van Westkapellen aangedreven het wrak van een stoomboot, waaraan geen naam of andere kentekenen te zien waren.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 6 februari. Gisteren is hier aangekomen de Nederlandse bark DANIEL, kapt. M. Matthijsz, met een passagier, van China vertrokken op 26 januari.
Heden is hier aangekomen het idem schip (opm: fregat) SCHOON VERBOND, kapt. B. Drayer, met 2 passagiers, van Amsterdam vertrokken op 4 november.


12 februari 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

De arrondissementsrechtbank alhier, tweede kamer, heeft op 6 februari jl. uitspraak in de navolgende rechtszaak gedaan:
Tussen de heren Y. Brons c.s., eisers en P. van Vlissingen en Dudok van Heel, gedaagden, was op 17 december 1844 overeen gekomen, dat de gedaagden voor de eisers zouden bouwen een ijzeren stoomboot, te leveren te Amsterdam, uiterlijk op ultimo april 1845, bij boete van 25 gulden, van de koopprijs te korten, voor iedere dag welke de boot later gereed zou zijn.
Op de 1e juli 1845 die levering nog niet geschied zijnde, sommeerden de eisers daartoe en dagvaarden de gedaagden tot datzelfde einde op 3 oktober daaraanvolgende, waarna laatst gemelden andermaal op 20 november 1845 ten verzoeke van de kapitein Gerrit Dirks, als daartoe door de eisers gemachtigd, tot de levering werden gesommeerd. Op de dagvaarding en daarop gevolgde conclusie brachten de gedaagden de navolgende gronden in het midden:
1º. Dat de lange duur en hevigheid van de winter van 1844/45 een overmacht of toeval hadden opgeleverd, welke hen in de nakoming van hun verplichting verhinderd had.
2º. Dat tussen partijen overeengekomen was, dat: de gedaagden over de inrichting van de boot tekeningen zenden zouden en dat die tekeningen niet voor 23 maart terugbezorgd waren, ten gevolge waarvan de tijdige aflevering onmogelijk gemaakt zou zijn. En
3º. Dat de boot op 20 november gereed was, doch dat zij met recht de aflevering gemeend hadden te kunnen weigeren, uit hoofde van het rechtsgeding, hetwelk hen door de eisers bij exploit van 3 oktober was aangedaan.
De rechtbank sprak hierop het navolgende vonnis uit:
Overwegende, dat de langdurigheid en hevigheid van de winter van 1844 op 1845 geenszins kan beschouwd worden als overmacht of toeval, vooreerst omdat hetgeen ten deze opzicht, als buitengewoon mocht geoordeeld worden, het niet is in die mate, dat het een geheel overmachtige of onvoorziene invloed heeft kunnen uitoefenen; en ten andere vooral niet, als men ten deze let op het onderwerp van de verbintenis en op de tijd, waarop die verbintenis is aangegaan.
Dat de toezending van de tekening op 28 maart 1845 evenmin beschouwd kan worden als een gegronde reden voor de niet nakoming van de verbintenis; vooreerst omdat van de tijd van de toezending aan de gedaagden niet blijkt, ten andere omdat de invloed van een vertraagde toezending, zó die heeft plaats gehad, niet is aangetoond en de langdurige vertraging daardoor in geen geval kan worden gerechtvaardigd.
Dat eindelijk het geïntendeerde proces geen wettige reden voor de gedaagden heeft kunnen opleveren, om zich aan hun verplichtingen te onttrekken, daar dit proces zolang het aanhangig is, geen equivalent oplevert voor de eisers en dat de stoomboot eerst na de levering, in de verhouding tussen partijen zodanige verandering opleveren kan, als naar rechten behoort.
Dat de gedaagden erkend hebben jegens de eisers de verplichting te hebben aangegaan om de stoomboot te leveren, uiterlijk op ultimo april 1845, bij boete van 25 gulden, op de stoomboot te korten, voor iedere dag waarop de stoomboot later gereed zou zijn; dat zij dus door het enkel verloop van de bepaalde termijn in gebreke zijn en zij die termijn hebben laten voorbijgaan; dat de boete enkel op de vertraging is gesteld en de eisers mitsdien gerechtigd zijn, zowel de vervulling van de hoofdverplichting als de boete te vorderen.
Veroordeelt de gedaagden zelfs bij lijfsdwang van de individuele leden van hun firma, om aan de eisers te leveren de ijzeren stoomboot, overeenkomstig de gemaakte bepalingen; en bij foute om daaraan te voldoen, om binnen 8 dagen na de significatie van dit vonnis aan de eisers te betalen de somma van duizend gulden, waarop de rechtbank de wanprestatie van de levering begroot. Condemneert dezelve wijders, om als schadevergoeding voor de vertraagde levering aan de eisers te betalen NLG 25 voor elke dag van en met 1 mei 1845 te beginnen, tot op de dag van de levering toe, of van de betaling van de verschuldigde som, voor wanprestatie.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop tot een civiele prijs een jarig nog in vrij goede staat zijnde kofschip, groot 76 tonnen, met deszelfs complete inventaris, zo als hetzelve thans is liggende te Joure in Friesland. Hol en tuig is ook ieder afzonderlijk te koop.
Informatiën te bekomen bij H.A. Esveld, in het Harlinger Veerhuis te Amsterdam, of bij P. Herschoe te Joure.


  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 9 februari. Het schip OUD ALBLAS, kapt. P. Kley, hetwelk alhier meer dan een maand geleden met zeeschade was binnengelopen, is heden ter rede dezer stad gehaald en zal op morgen de reis naar Java voortzetten.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 11 februari. L.l. zondag namiddag, omstreeks 2 ure, begaven drie personen, op de werf van de heer F. Smit aan de Kinderdijk werkende, zich met een zeilboot van Rotterdam derwaarts. Op de hoogte van het Huis ten Donk is de boot omgeslagen, met het ongelukkig gevolg dat al die personen, van welke een gehuwd was, en de beide anderen, zonen van ingezetenen dier stad, ongehuwd waren, hun leven in het water verloren, zonder dat hun lijken tot hiertoe gevonden zijn. Een schipper, aan het Slikkerveer wonende, is dadelijk, doch tevergeefs, ter hulp toegesneld.


  DC - Dordtsche Courant

Brouwershaven, 10 februari. Den 8 dezer is op het strand van Schouwen, bezuiden de Vuurtoren, aangespoeld, een stuk van een spiegel van een schip, waarop de letters W. R. A., benevens 4 batterijpoorten, twee deuren, een sextantkastje, enz.


  DC - Dordtsche Courant

Men schrijft uit Middelburg, van 9 februari, dat onder Oostkapelle is gestrand het dek van een schip, waarschijnlijk van een stoomboot, waarop twee ijzeren stukken zonder affuiten.


13 februari 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 12 februari. Van de lading van het schip MARIA JOHANNA, kapt. Westerling, van Cette naar herwaarts, bij Valencia gestrand (opm: kof, kapt. Johannes Andreas Westerling; zie AH 001145), zijn diverse goederen geborgen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 10 februari. Directeuren van de Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen, hier ter stede gevestigd, hebben in hun jongste vergadering opnieuw besloten te doen uitreiken: Aan schipper P. van der Staal, voerende de LOODSBOOT No. 8, behorende aan het Nederlandse Loodswezen, gestationeerd te Vlissingen, de grote zilveren medaille; aan C. van Wijck, zeeloods op gemelde boot, de kleine zilveren medaille; aan J. Naerebout en E. van Bel, loodskwekelingen op dezelve, ieder de bronzen medaille en NLG 10 en J.C. Smits, mede loodskwekeling, NLG 10.
Alles ten gevolge van hun edele en stoutmoedig aangewende pogingen, die met de beste uitslag zijn bekroond, in het op 1 december 1845, bij stormweer en onstuimige zee, redden van de equipage van de op omtrent 4 mijlen OZO van Kapelle, in een zinkende toestand verkerende Franse logger, genaamd ALCYON, gevoerd door kapt. J.T. le Bot, beladen met steenkolen, komende van Newcastle en bestemd naar St. Malo en dezelve te Vlissingen veilig aan land te brengen.
Aan schipper J. van der Meijden, voerende het Nederlandse hoekerschip NEERLANDS KROONPRINS, thuis behorende te Vlaardingen, de grote zilveren medaille; aan zijn stuurman Gerrit Broek, de kleine zilveren medaille; aan de kok Martijn Wemmerus en de matroos Pieter Woensdregt, ieder een bronzen medaille en NLG 10.
Alles voor het op de 4e januari 1843 in de bocht van Frankrijk, met stormweer, op de reis van Antwerpen naar Messina redden van de equipage van de Nederlandse hoeker DRIE GEBROEDERS, kapt. G. van der Borden, komende van deze stad en bestemd naar Villa Nova, welke door de zware lekkage van het schip, in doodsgevaar verkeerden, zoals het dadelijk na de redding is gezonken. Zijnde al deze beloningen door een getuigschrift, bevattende de bijzonderheden van de redding, vergezeld. Terwijl uit het zo weldadig fonds van wijlen mej. Ida Maria de Raath, aan verschillende weduwen, van in zee omgekomen zeelieden onderstand is uitgereikt.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De eigenaren of rechthebbenden op het in de maand december 1845 in het ressort van Wijk aan Zee en Zandvoort gestrande schip ALBRECHT EN OTTO en van deszelfs lading worden opgeroepen ten spoedigste hun reclame in te zenden bij de opperstrandvonder te ’s-Gravenhage.


  LC - Leeuwarder Courant

Holwerd, den 9 februari. Gisteren nacht is op de Engelsmanplaat, even bewesten het Friese gat, gestrand het Kofschip CORNELIA, kapitein G.L, Swart, met ballast van Amsterdam naar Newcastle bestemd. De equipage is gered, en er is nog hoop om het schip weder vlot te krijgen. (opm: zie o.a. NRC 140246 en AH 020746)


14 februari 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 13 februari. Het schip CORNELIA, kapt. Swart (opm: kof, kapt. G.L. Swart, zie AH 061046), van hier naar Bordeaux, is, volgens brief van de kapitein in dato Moddergat (bij Holwerd) 9 februari na reeds bewesten Bevezier (opm: Beachy Head) en voor de rivier de Tyne te zijn geweest, wegens aanhoudende stormen en hoge zeeën de 7e dito op de buitengronden van Borkum gestrand. Het schip was dicht gebleven en niet aanmerkelijk beschadigd, en hoopte de kapitein dat hetzelve afgebracht zoude kunnen worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Curunna, 22 januari. Het wrak van het schip HENRIETTE WILHELMINA (opm: buitenlander), de 23e november bij Kaap Finisterre aangedreven, is geheel verbrijzeld. De lading hout is grotendeels geborgen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandse scheepsrederijen.
Het is een betreurenswaardig verschijnsel met betrekking tot de zedelijke toestand van de natie, wanneer wij de groothandel of de scheepsrederij horen klagen over gebrek aan gelegenheid tot bevrachting van hun schepen en dat zij, uit dien hoofde, genoodzaakt zijn hun bodems ongebezigd in de haven te laten liggen en hun kapitaal te zien verachteren. Die klacht toch is niet juist en behelst hoogstens ten dele waarheid.
Die klacht is slechts in zoverre waar, als de rederijen bedoelen bevrachting van hun bodems voor rekening van de Handelmaatschappij; die klacht mist echter alle zweem van waarheid, wanneer zij zou moeten bedoelen, dat alle gelegenheid tot handelsondernemingen ontbreekt, inderdaad die klacht kan slechts ingegeven zijn door een geest van traagheid en daarom beschouwen wij dezelve als een betreurenswaardig verschijnsel.
Willen wij dat de rederijen afstand doen van alle ondernemingsgeest en zich verlagen tot een vrachtvaart, welke weinig meer is dan een beurtvaart! Loffelijk en zeer loffelijk heeft de Handelmaatschappij zich bevlijtigd tot aanmoediging en uitbreiding van de scheepsbouw; maar vele van de, door haar begunstiging gebouwde schepen, zijn sedert lang vrijgevaren en kunnen derhalve voor verminderde of geringe vrachtpenningen een reis ondernemen. Zulke bodems naar min bezochte havens tot enige handelsoperatie uit te zenden, is een onderneming, welke vele gunstige kansen aanbiedt. De uitdrukking min bezocht, geldt hier enkel Nederlandse schepen, want waarlijk wij schamen ons wanneer wij de handel nagaan niet enkel gedreven in havens buiten Europa, maar zelfs binnen Europa en wij zien, door hoe weinig Nederlandse schepen die havens bezocht zijn. Tot voorbeeld nemen wij slechts de havens langs de Middellandse Zee, in de Archipel en de daarmee gemeenschap hebbende zeeën. Wanneer wij vergelijken het aandeel, dat wij hebben in de scheepvaart op die havens thans, of in het midden van de vorige en in het midden van de 17e eeuw, dan durven wij de verhouding niet neerschrijven, zo zeer is zij in het nadeel van onze tijdgenoten. Andere naties evenwel bevaren steeds met voordeel die havens.
Willen wij een blik werpen op de westkust van Afrika en op de kust van Guinea? Doch hier – wij moeten boven alles rechtvaardig wezen – is de sedert een halve eeuw geheel verlaten vaart, nu enige jaren geleden weer opgevat, en misschien zou de handel in die streken reeds meerdere levendigheid hebben verkregen, ware het niet dat het gouvernement het aldaar aan de nodige ondersteuning door 's Rijks oorlogsschepen liet haperen. Die klacht, ten aanzien van Nederlandse oorlogsvaartuigen, geldt ook wel in de Noord-Amerikaanse havens, in de West-Indische eilanden en langs de oost- en westkust van Zuid-Amerika, maar hier heeft evenwel de Nederlandse handelsmarine niet te klagen. Of zij bewijze welk aandeel zij in de laatste jaren gehad heeft, in de scheepvaart op de eilanden Cuba en St. Domingo (Haiti) op de havens van Terra Firma of op die menigte havens van de westkust van Amerika, welke van de Straat van Magellaan af tot aan de landengte van Panama, worden gevonden en waar de Nederlandse vlag tegenwoordig zo goed als onbekend is.
Maar wat spreken wij van zulke streken! Beschouwen wij het uitgebreide vaarwater beoosten de Kaap de Goede Hoop. Zo enige zee, dan behoort gewis de Grote Indische Oceaan, in alle richtingen, door Nederlandse schepen beploegd te worden. Aller wege zijn in die zeestreken punten, door heldendaden, door volharding, door geduld of opoffering van Nederlanders beroemd. Doch helaas! slechts de wagenweg, langs de Kaap de Goede Hoop naar Java, wordt door Nederlandse schepen bezocht. Nieuw-Holland, dat door zijn naam, alle naties aan de ontdekkingen van de Nederlanders herinnert, is voor ons een terra-incognita. De kusten van Madagaskar en de Maskaranhas zijn voor ons als hadden zij nimmer bestaan. Ook die kusten, welke door de Arabische en Perzische zeeën bespoeld worden, en waar eenmaal de beroemde Pieter van den Broecke de Nederlandse handel vestigde, hebben sedert een halve eeuw en meer, de Nederlandse vlag vergeten. Aan de handelsijver van meer onderneem-zieke naties, heeft onze onverschilligheid, of zullen wij zeggen, traagheid, die vaart, zo het schijnt, voor altijd ingeruimd.
Doch wat dwalen wij langs de wereldkaart rond, om ons helaas nimmer te vergissen, wanneer wij hier of daar de vinger laten rusten om te vragen of dat punt behoort onder die, welke door de Nederlandse scheepvaart verwaarloosd worden. Zelfs de parel aan onze kroon, het eiland Java, wordt door de Nederlandse rederijen verwaarloosd.
Of is het geen verwaarlozing wanneer aldaar vreemde schepen, voor Nederlandse havens bevracht worden, omdat er Nederlandse bodems ontbreken? Niet alleen reders verdienen die blaam; maar velen, maar de meesten. Immers nog dezer dagen behelzen de tijdingen van Batavia van 30 augustus dezelfde beschuldiging van verwaarlozing tegen de Nederlandse scheepsrederijen. Ook thans wederom wordt vandaar geklaagd over gebrek aan scheepsruimte, waardoor de afladingen naar het moederland belemmerd of verhinderd worden. Dat dan toch de Nederlander die onverschilligheid, die traagheid, welke hem in verschillende opzichten nog uit de vorige eeuw aankleeft, toch eindelijk van zich werpe en met alle krachten werkzaam zij, tot bevordering van de algemene welvaart van het dierbare vaderland!


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 13 februari. Volgens brief van Suriname van de 24e december zouden van daar herwaarts vertrekken de schepen ANTONIA, kapt. Hendriks, en MARCO BOZARIS, kapt. De Boer, beide tegen 2 à 4 januari, en LODEWIJK ANTHONIE, kapt. Tjebbes, de 10e dito.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te koop een nieuw tjalkschip, groot pl.m. 42 lasten, met een geheel nieuwe inventaris. Te bev ragen bij R. Dokman, verlaatsmeester te Veendam.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 13 februari. Aan deze stad is gearriveerd: het schip de DRIE KINDEREN, kapt. W. van Alewijn, van Liverpool, met zout en stukgoederen.


15 februari 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 14 februari. Het schip VROUW ELISABETH, kapt. Van Vliet, is de 22e december van Havana naar Vlaardingen vertrokken en de 28e dito weder uit zee teruggekomen wegens ziekte van de kapitein, welke aldaar is overleden. Het schip heeft de 4e januari de reis weder voortgezet.


16 februari 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Malta, 3 februari. De Nederlandse schoener BRAZILIË, kapt. Van der Wendt, van Rio de Janeiro naar Triëst, is hier lek binnen gelopen en men vreest, dat een aanzienlijk deel der lading beschadigd zal zijn.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 14 februari. Volgens brief van kapt. Visser, voerende het schip VAN SPEYK, van hier naar Suriname, in dato 3 februari, bevond hij zich toen, na in de Noordzee veel slecht weer doorgestaan te hebben, in goede staat kruisende met westenwind op de hoogte van Wight.


  AH - Algemeen Handelsblad

Middelburg, 11 februari. De 3e dezer bevond het schip MIDDELBURG, kapt. M. Roderkerk, van deze stad naar Batavia, zich op de hoogte van Bevezier (opm: Beachy Head) en ontdekte daar des morgens te negen uur een brik met een noodvlag. De gezagvoerder zond daarop een sloep ter hulp en nu bleek zij te zijn het Bremer schip ANNA UND ELISE, kapt. H.A. Kahle, van Hamburg naar Laguayra (opm.: La Guaira in Venezuela), hetwelk door overzeiling in een reddeloze toestand was, zodat alleen aan het behoud van de schepelingen kon gedacht worden; deze zijn dan ook allen op de MIDDELBURG overgebracht, alwaar zij tot de volgende dag verbleven en toen door een vissersschuit overgenomen en aan de Engelse wal gebracht zijn. Kort na het verlaten van het vaartuig is het gezonken.


17 februari 1846


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Delfzijl, 12 februari. Heden zijn alhier gearriveerd de schepen de VRIENDSCHAP, kapt. H.K. Bekkering, van Koningsbergen naar Amsterdam, laatst van Tonningen, met verlies van nachthuis (opm: kompasbehuizing, waarschijnlijk incl. kompas) en gebarsten zeil, lek en enige slagzij en meer andere zeeschade en ANNECHIENA, kapt. J. Stutvoet, van Svendborg naar Schiedam, laatst van Tonningen, met gebroken roer, giek en zwaard en meer andere zeeschade.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Delfzijl, 14 februari 1846. Heden is hier aangekomen het schip ANNA JANTINA, kapt. H.R. de Haan, van Karrebaeksminde naar Schiedam, laatst van Tonningen, met verlies van anker en touw, zeil, lek en meer andere schade. Het moet lossen om te repareren.


  LC - Leeuwarder Courant

Helder, den 8 februari. Door den storm is alhier gisteren binnengekomen het Kofschip ONDERNEMING, kapitein S.J. Dekker, van Harlingen, als bijlegger naar Londen, met ene lading koeien en schapen. Door den storm verhinderd zijnde, de luiken te openen, ten einde de beesten de nodige lucht te geven, zijn er 9 koeien en enige schapen gestikt.


  LC - Leeuwarder Courant

Schiermonnikoog, den 12 februari. In den avond van gisteren met een storm uit het N.N.W., is op den Z.Z.W. wal, alhier gestrand, het Smakschip de EENDRACHT, gevoerd door kapitein O.G. Stuit (opm: EENDRAGT, bouwjaar 1834; kapt. Obbe Geuchies Stuit), komende van Koningsbergen, laatst van Tonningen, en bestemd naar Amsterdam, geladen met erwten en pennen. Op het gerucht van dit ongeluk, was een ieder zo mogelijk, ter hulp, naar het strand heen gesneld; met den meesten spoed was door den heer bestuurder de reddingsboot aangebracht; doch zulks scheen tevergeefs, de branding was verschrikkelijk, en geleek alle pogingen vruchteloos te maken. Gelukkig echter dat krachtige mannen, bij het gezicht des gevaars der schipbreukelingen, welke door de maan beschenen in het want werden opgemerkt, moed en menslievendheid genoeg bezaten om, met levensgevaar, de redding der schipbreukelingen te beproeven. In een ogenblik en alsof er geen gevaar aan verbonden was, hadden G. Grilk, T.K. de Boer, A.E. Carst, S.T. Teensma, M.E. Visser, E.K. Faber, H. Vil, H. de Jong, J.T. Teensma, J.L. Dublinga, J.H. Dublinga, J.L. Kolle en J.H. Voppes, bij afwisseling herhaaldelijk met de reddingboot tegen de branding gekamt, zij zetten hunne pogingen met den meeste ijver en volharding voort, en de 8 eerstgenoemde mochten het eindelijk gelukken de vier schipbreukelingen, waaronder een 78 jarige grijsaard in bewusteloze staat aan wal te brengen, waar zij doelmatig verpleegd, hun bewustzijn weldra terug keerde.
Groot was de vreugde van ieder aanschouwer over dezen gelukkigen uitslag, maar ook niet minder groot de bewondering van moed, ijver en menslievendheid door de redders aan den dag gelegd, waarvoor ieder aanschouwer aan hun welverdiende hulde toebrengt.


18 februari 1846


  JC - Javasche Courant

Batavia, 16 februari. De 13e zijn hier aangekomen: het Nederlandse schip ’s-HERTOGENBOSCH, kapt. F.J. Matthijsen, van de Nieuwediep vertrokken op 2 november; de idem bark LOOPUYT, kapt. A. van Wijk Jurriaanse, van Rotterdam vertrokken op 2 november, de idem bark de AMSTEL, kapt. J. van Duyn, van Amsterdam vertrokken op 2 november, Zr.Ms. stoomschip VESUVIUS, commandant luit.t.zee 1e klasse G.G. van Hoogenhouck Tulleken, van Texel vertrokken op 23 september, het idem schip ANTHONY, kapt. J.F. Klomp, met 9 passagiers, van Rotterdam vertrokken op 8 november, de idem bark JONGE CORNELIS, kapt. J.J. Klein, met 2 passagiers, van Rotterdam vertrokken op 2 november, de idem bark ELISE SUSANNE, kapt. N. Dijkema, van Amsterdam vertrokken op 2 november, de idem bark CASTOR, kapt. J.J.C. Noodt, van Amsterdam vertrokken op 2 november, de idem bark ANNA EN ELISE, kapt. C.J. Jaski, met 2 passagiers, van Amsterdam vertrokken op 16 oktober, de idem bark PRESIDENT RAM, kapt. J. Parlevliet, met 1 passagier, van Rotterdam vertrokken op 2 november, en het idem schip KONING WILLEM II, kapt. J. Kooger, van Middelburg vertrokken op 3 november.
De 14e is hier aangekomen het idem schip HENRICUS GERARDUS, kapt. P. Verschuur, van Amsterdam vertrokken op 2 november.
De 15e is hier aangekomen de bark MARIA, kapt. T. Hagen, van Amsterdam vertrokken op 2 november.
Heden is hier aangekomen de bark DRIE MARIA´S, kapt. L.G. Verbeek, met een passagier, van Calcutta vertrokken op 12 januari.


19 februari 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 18 februari. Het schip ANNA JANTINA, kapt. de Haan, van Karebecksmünde (opm: Karrebaeksminde) naar Schiedam, is de 14e dezer lek, met verlies van anker en touwen zeilen, enz, te Delfzijl binnengelopen; moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 12 februari. Heden arriveerde hier lek en met verdere beschadiging, om te lossen en te repareren, de Nederlandse kof ANTONIA, kapt. Houtzager (opm: kapt. Jan Houtsaager), met rogge van Hamburg naar Amsterdam.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 18 februari. De Hannoverse kof REMDINA, kapt. Reemts, van Hull met stukgoed naar Bremen, is volgens brief van Texel van 17 dezer, de vorige nacht in de Eijerlandse buitengronden gestrand; hetzelve zit zeer gevaarlijk en zal vermoedelijk met de lading totaal weg zijn; van de equipage zijn de kapitein en stuurman door de schippers Jacob en Jan Buys c.s. met levensgevaar gered, doch twee overige verdronken.


20 februari 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. H. Montauban van Swijndrecht e.a, makelaars te Rotterdam, als lasthebbende van hun meesters, verkopen op 10 maart 1846 te Rotterdam het Nederlands gebouwde gezinkte kofschip de EENDRACHT (opm: DE EENDRAGT, bouwjaar 1829, zie NRC 110346), gevoerd geweest door kapt. C. Ouwehand, lang 24,10 meter, wijd 4,60 meter en hol 2,27 meter, gemeten op 112 ton of 59 last, zoals het hier ligt in de Wijnhaven. Inmiddels uit de hand te koop. (opm: bekort)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 18 februari. Het schip VROUW JACOBINA, kapt. Holscher, van Nyburg naar Schiedam is de 15e dezer te Delfzijl binnengelopen met verlies van zwaard, zeilen en meer andere schade. De kapitein vreesde, dat de lading mede beschadigd zoude zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 16 februari. De JONGE CATHARINA, kapt. Puncke, welke alhier lek was binnengekomen, is weder gerepareerd en thans bezig de lading weder in te nemen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. G.J. Boelen, makelaar, zal op maandag de 23e februari, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ verkopen 1/30e part in het Nederlands kofschip ELIZABETH, gevoerd door kapt. C.H. Veen, groot 145 tonnen, varende onder directie van de heer C.M. Nap te Groningen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen 19 februari. Te Delfzijl is van Tonningen binnengekomen het schip de TIEN GEBROEDERS, kapt. Joh. Hofkamp. Hetzelve was met een lading rogge en erwten gedestineerd naar Schiedam, doch is genoodzaakt geweest na met hevige stormen geworsteld te hebben en door stortzeeën bijna al het opgoed verloren te hebben en met twee voet water in het ruim aldaar binnen te lopen. Met leedwezen verneemt men, dat één der matrozen, een 17-jarige wees uit het Burgerweeshuis alhier, genaamd Willem Dommering, die een knap en ervaren zeeman beloofde te zullen worden, door een stortzee over boord is geslagen en, niettegenstaande alle in het werk gestelde moeite om hem te redden, is verdronken.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Delfzijl, 16 februari. Heden arriveerde alhier het schip de TIEN GEBROEDERS, kapt. Hofkamp (opm: kof, bouwjaar 1843 kapt. Johannes Hofkamp), van Greifswald naar Schiedam, laatst van Tonningen, met verlies van een man der equipage en veel touwwerk, welke door een stortzee over dek zijn geslagen. Hij heeft in de brandings gezeten en gestoten, waardoor het schip zwaar geramponeerd is en veel water heeft ingekregen, zodat een groot gedeelte der lading beschadigd zal zijn en hij alhier in een zinkende staat is binnengebracht. Hij heeft dadelijk een begin gemaakt met het lossen der lading om verder bederf voor te komen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Delfzijl, 16 februari. Heden arriveerde alhier het schip TJAKKIEN, kapt. Drewes (opm: smak, kapt. Hendrik Drewes), van Dantzig naar Amsterdam, laatst van Tonningen. Men heeft een hevige storm doorgestaan en daarin een zwaard en touwwerk verloren, alsmede de boot, welke in stukken is geslagen. Het schip is lek en moet lossen om te repareren.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. De notaris J.J. de Blécourt te Wildervank zal namens zijn principaal krachtens vonnis van de Arrondissements Rechtbank te Winschoten publiek veilen en verkopen een ruime scheepstimmerwerf de daarbij staande behuizing en timmerschuur, erf en tuin, alles staande en gelegen op no. 12 aan het Oosterdiep te Wildervank, toebehorende aan de scheepsbouwer Wilke Hindriks Wilkens. Deze verkoop zal gehouden worden ten huize van de logementhouder J.H. Kock, in het Gemeentehuis te Wildervank, op donderdag 26 februari 1846 des voormiddags te tien uren.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Verkoping van ene Scheepstimmerwerf te Veenwoudsterwal enz.
De notaris A. Alma, te Bergum zal, op maandagen den 2 en16 maart 1846, telkens te 3 ure na de middag, in de herberg van Jan Romkes Viersen, te Veenwoudsterwal, ten gevolge machtiging van de Rechtbank te Leeuwarden, provisioneel en finaal presenteren te verkopen: Ene Huizing en Erf, met Scheepstimmerschuur, Helling en Werf te Veenwoudsterwal, in eigendom behorende aan de erven van Douwe Jacobus van de Werf en Agneta Cornelis Folkersma, in tijden echtelieden te Veenwoudsterwal


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris P. Boltjes, te Grouw, zal, op zaterdag den 28 februari 1846, des namiddags ten 3 ure, ten huize van den logementhouder van Stralen, te Grouw, onder uitloving van strijk en verhooggeld, provisioneel veilen:
8: 1/64 gedeelte in het Smakschip, HILLEGONDA MARIA genaamd, bevaren wordende door D.D. Visser.
Breder omschreven bij biljetten en verkoopboekjes, welke zomede opgave der verkoop voorwaarden zijn te vernemen bij bovengelede notaris.


23 februari 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Emden, 16 februari. Het schip JOHANNA, kapt. Panman, van Faaborg naar Holland, is met schade te Greetzijl (opm: Greetsiel) binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 18 februari. Het schip AURORA, kapt. G.M. Gnodde, van Amsterdam naar Bordeaux, alhier met schade binnengelopen, heeft heden na geëindigde reparatie, de reis weder voortgezet.


24 februari 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Naar men verneemt, zullen in dienst gesteld worden: met 1 maart 1846, Zr.Ms. fregat de SAMBRE, onder bevel van de kapitein ter zee, H. Ferguson, met een bemanning van 280 koppen, bestemd tot het doen van kruistochten en binnenlandse dienst, en de korvet CASTOR, onder bevel van de kapitein-luitenant Ippius Fockens, met een bemanning van 160 koppen, en zal deze bodem tevens dienen tot wachtschip in het Nieuwediep, ter vervanging van eerstgenoemd fregat; met 1 april de korvet NEHALENNIA, onder bevel van de kapitein-luitenant ter zee van Braam Houckgeest, met een bemanning van 160 koppen, en bestemd naar de Oost-Indië.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

(Uittreksel uit) Mededelingen uit het Tijdschrift voor de Nijverheid betrekkelijk de staat der nijverheid in de provincie Groningen over den jare 1844:
- Scheepstimmerwerven: De ongunstige staat der scheepvaart sedert de laatste jaren heeft natuurlijk ook op de scheepstimmerwerven nadelig teruggewerkt. De lust voor rederij is verminderd. Wel wordt nog op enige werven druk getimmerd, maar zijn daarentegen anderen geheel of bijna werkeloos bij gebrek aan debiet.
- Scheepvaart: Gelijk over het algemeen, zo moet ook te Hoogezand en Sappemeer, waar vele rederijen bestaan, de vaart, hoe zeer door de vermeerderde vrachtprijzen in het najaar, weder niet voordelig zijn geweest en slechts in enkele gevallen uitdelingen kunnen plaats hebben.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip ENGELINA, kapt. Selck (opm: smak, bouwjaar 1837, ex- Nederlandse JUFFER ANNA; kapt. Joachim Nicolaus Casper Selck, Emden), van Kjöge met erwten naar Antwerpen, is de 11e februari op het eiland Juist gestrand, doch de equipage gered. De vleet (opm: zeilen, inclusief staand en lopend tuig) is grotendeels geborgen en men is bezig de lading, welke doornat is, te bergen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. In lading te Harlingen, naar Stockton on Tees, van welke haven, per spoorweg gelegenheid is, ter verzending van goederen naar Newcastle, Hull, Leeds, Manchester, Birmingham, Liverpool en alle Engelse markten, het nieuwe Nederlandse Smakschip HOOP EN LIEFDE, 64 Nederlandse ton, kapitein A.W. van der Woude, welke ook met lading op Harlingen terug zal komen.
Nadere informatie bij van Oppen’s Zonen, cargadoors.


25 februari 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Port au Prince, 22 januari. Het schip CANTON, kapt. Petersen, is alhier van Miragoane (Haïti) met gebroken roer binnengelopen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen op maandag 23 februari, in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ:
- Een wel bezeild Nederlands kofschip JOHANNA DE VRIES, kapt. L.C. de Vries, 119 tonnen of 62 lasten, NLG 4.550. In slag NLG 700. Koper: P. Karseboom (opm: handelend namens Wm. Pont, Edam; nieuwe scheepsnaam PIETER, kapt. T. Meijer).
- Een wel bezeild Nederlands smakschip MEDEMBLIK, kapt. P.J. Carst, 60 tonnen of 32 lasten. NLG 1.425. Koper: J. Corver (opm: handelend namens Jan Duijf Sibbles, Hindelopen; nieuwe scheepsnaam ONDERNEMING, kapt. J.D. Sibbles).
- Een wel bezeild Nederlands kofschip EENSGEZINDHEID, kapt. T.J. Visser, 155 tonnen of 82 lasten. NLG 4.150. In slag NLG 50. Opgehouden.
- 1/32 part in het Nederlands kofschip ELISABETH, kapt. C.H. Veen, 1456 tonnen; varende onder directie van de heer C.M. Nap, te Groningen. NLG 90. Opgehouden.


26 februari 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 25 februari. Het schip ORION, kapt. Nijgh (opm: mogelijk thuisbehorende in Indië, vergelijk NRC 300346), van China naar Batavia, is, volgens brief van Batavia van de 30e december, totaal verongelukt.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 25 februari. Aan deze stad is gearriveerd: het schip JONGE WILLEM, kapt. H.B. Koppen, van Liverpool, met ruw zout.


  DC - Dordtsche Courant

Volgens particulier bericht van Batavia, d.d. 31 december, zijn de schepen ORION, kapt. J. van der Linden, en JACOB CATS, kapt. J.A. Keeman, in het begin dier maand naar Soerabaya verzeild om hun retourladingen in te nemen, terwijl het schip ISIS, kapt. W.B. Derks, den 20 dito van Samarang vertrokken is om over Batavia de terugreis naar Amsterdam aan te nemen, maar was, wegens de toen bestaande zeer ongunstige gelegenheid, op 31 december nog niet ter rede van Batavia verschenen.


27 februari 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 26 februari. Het schip JOHANNA CATHARINA, kapt. L. Wildschut, is volgens brief van de kapitein in dato Sourabaja 23 december, aldaar ter rede liggende, door de bliksem getroffen, waardoor de grote mast zodanig beschadigd was geworden, dat hij vreesde een nieuwe te moeten inzetten. Na afloop der feestdagen zou dezelve nagezien worden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Van de lading van het schip VENUS, kapt. Ebeling (opm: buitenlander), van Bergen naar Stettin, op Lessöe gestrand, zijn 490 tonnen (opm: vaten) haring geborgen en zullen de 5e maart e.k. aldaar publiek verkocht worden.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De deurwaarder J.A. Nijsloot, te Leeuwarden, zal, op maandag den 2 maart 1846, ten 3 ure na de middag precies, ten huize van den kastelein Brouwer, in het Schippershuis aldaar, bij strijk en verhooggeld, verkopen:
-1: Een Tjalkschip, genaamd de JONGE NEELTJE, lang 14 el 58 duim, wijd 2 el 54 duim, hol 1 el 38 duim, geijkt op 34 ton, met de daarbij behorende zeilen en verdere goederen, volgens inventaris, liggende in de Stadsgracht nabij de Achterhovensdijk, te Leeuwarden.
-2: Een Schuiteschip, genaamd de JONGE PIETJE, lang 13 el 10 duim, wijd 2 el 30 duim, hol 1 el 19 duim, geijkt op 24 ton, met de daarbij behorende zeilen en verdere goederen, volgens inventaris, liggende voor den schuitemaker Bakker, op het Vliet bij Leeuwarden; op de mast bevindt zich een loden gewicht van ongeveer 150 Nederlandse ponden.
Op den verkoopdag op de legplaatsen te zien.
(opm: beide schepen binnenvaarder)


28 februari 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 27 december. Het schip JOHANNA HENDRIKA, kapt. J.T. Puister, van hier naar Lissabon, met schade te Douvres binnen gelopen, was volgens brief van daar van de 24e dezer, gereed de reis weder voort te zetten.


02 maart 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 26 februari. De AMPHITRITE, kapt. F. Jansen, van Rotterdam naar Nickerie, is op de Cingels aan de grond doch met assistentie weder vlot geraakt en hier binnen gebracht, waarschijnlijk zonder schade.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Stoomvaart tussen Amsterdam en Bremen. Het stoomschip KONING WILLEM II, kapt. J.C. Stucke, vertrekt van Bremen de 4e, 14e en 24e van iedere maand, en van Amsterdam de 8e, 18e en 28e van iedere maand. Te bevragen bij de cargadoors Blikman & Co. en de Wed. Jan Salm & Meijer. De passagiers adresseren zich ter inschrijving bij de eerstgemelden op de Buitenkant, tussen de Bantammer en Schipperstraten, no. 24. (opm: ondanks de naam was dit toen een Duits schip, maar kwam later wel onder deze naam onder Nederlandse vlag).


03 maart 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 25 februari. Het schip COURIER, kapt. Van Santen, van Amsterdam naar Gibraltar, alhier met schade binnengelopen, heeft de reparatie geëindigd en is gereed de reis weder aan te nemen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) Door kapt. Ruysch, voerende het schip GERARDUS JACOBUS, is gepraaid de 22e december (opm: 1845) op 34º36’ ZB 22º27’ OL van Greenwich, de Nederlandse bark ARDJOENO, kapt. H. Eeltjes, van Batavia naar Rotterdam, had toen 59 dagen reis; dezelve had acht dagen te voren een orkaan gehad, tegen de oostelijke kant van het rif van Agulhas, het schip had geheel overzijde gelegen, het bovenschip geheel ontzet, had vier voet water in gehad, een gedeelte der suiker was gesmolten, een man over boord geslagen, een gedeelte der zeilen verloren en men was genoodzaakt geweest de bramstengen te kappen en 400 à 500 balen rijst over boord te werpen om het schip te doen rijzen. De kapitein was voornemens de Simonsbaai binnen te lopen om te repareren. (opm: het schip is 28 december 1845 lek de Simonsbaai binnengelopen)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Delfzijl, 1 maart. Het schip JOHANNA GESIENA, kapt. Derk Willems Scheltens (opm: buitenlandse vlag), van Stettin, laatst van Tonningen, naar Amsterdam, de 10e februari l.l, des avonds ten 7 ure op de hoogte van Schiermonnikoog gepraaid zijnde, moet in de nacht tussen de 10e en de 11e dezer met de equipage zijn verongelukt, daar aan de buitendijk te Warffum zijn aangespoeld het voordek, de giek, watervaten, beddegoed, wieg, braskorf, en meer andere goederen, alle erkend als van gemeld schip afkomstig te zijn, terwijl te Schiermonnikoog alsmede is aangespoeld een deksel van een klederkist, gemerkt D.W. Scheltens, benevens een stuk van een waterlijst, gemerkt No. 58-45 Appingedam, mede van genoemd schip afkomstig.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. J.C. van Slooten, notaris te Veendam, gedenkt op vrijdag de 13e maart 1846, des avonds te 6 uren, ten huize van de logementhouder W.J. Bakker te Veendam, ten verzoeke van de weduwe Tobias Ottes Hazewinkel, publiek te verkopen een bevaren smakschip, genoemd MARGRIETHA (opm: MAGRIETHA), groot 70 tonnen, met alle deszelfs opgoederen en toebehoren, zo als hetzelve thans te Edam is liggende en laatst door R.P. Bossinga bevaren. (opm: verkocht, nieuwe naam LIBRA, kapt. Harm G. Greven)


04 maart 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ameland, 26 februari. Het tjalkschip MARIA, kapt. Louwerens (opm: bouwjaar 1844; kapt Jan Jans Louwerens, zie ook LC 130346), van Hamburg, laatst van Delfzijl, naar Antwerpen, is gisterenmorgen op het oosteinde van dit eiland gestrand en zal weg zijn. De equipage is door de reddingboot gered en de lading gelost.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Nederlandsch-Indische Stoomboot Maatschappij. In de algemene vergadering van deelhebbers, gehouden op de 2e dezer, hebben de heren Paine, Stricker & Co. voor de directie der maatschappij bedankt en zijn als directeuren gekozen de heren Thompson, Roberts & Co.
In dezelfde vergadering is besloten een uitdeling van 15 pCt. of NLG 150 per aandeel te doen uit de winsten der maatschappij, welke van heden af dagelijks kunnen ontvangen worden ten kantore van de tegenwoordige directeuren.
Batavia, 4 maart 1846, de afgetreden directeuren, Paine, Stricker & Co.


06 maart 1846


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Van de lading van het schip REMDINA, kapt. Reents, van Hull naar Bremen, in de Eijerlandse Buitengronden gestrand (opm: Hannover vlag, zie AH 140346), zijn volgens brief van Texel van de 3e maart geborgen 1000 pakjes katoen twist, 13 kisten koperen bladen, een partij koper en ijzerwaren, aardewerk en spijkerijzers, benevens een kist machineriën, welke aldaar in pakhuizen zijn opgeslagen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De schepen GEERTRUIDA, kapt. Mellema, van Rostock, ALBERDINA, kapt. Venema, van Newcastle en TEKLA (opm: THECLA of TEKELA), kapt. De Vries, van Stettin, alle naar Amsterdam, te Cuxhaven met schade binnengelopen, hebben de 27e februari na volbrachte reparatie de reizen weder voortgezet.


07 maart 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 1 maart. Gisterenmorgen geraakte de alhier in de haven liggende en met kolen beladen zijnde Nederlandse kof ALBERDINA, kapt. Venema, in brand, hetwelk echter spoedig weder is geblust.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare verkoping te Rotterdam op 10 maart a.s. van het hol van het Engels sloepschip JOHANNA, groot ca. 50 tonnen, zoals hetzelve is liggende aan de sleephelling te Fijenoord (opm: zie NRC 110346).


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 6 maart. De arrondissementsrechtbank, kamer van correctionele zaken, te ’s-Hertogenbosch, heeft, bij vonnis van 3 dezer, het requisitoir van het openbaar ministerie tegen de equipage van de JAN VAN ARKEL verwerpende, bij uiterst gemotiveerde overwegingen, de beklaagden vrijgesproken, op grond dat het bewezen is dat de JAN VAN ARKEL zich in zijn volgens de reglementaire bepalingen voorgeschreven vaarwater bevond, en alzo niet overtreden heeft de bepaling van het koninklijk besluit van 4 september 1842, door het openbaar ministerie ingeroepen.


  DC - Dordtsche Courant

Volgens bericht van kapt. H. Meppelder, voerende het kofschip VENILIA, van Liverpool naar Dordrecht bestemd, d.d. …februari, lag hij, benevens de Franse schoener SANTA MARIA, kapt. Ferret, van Barcelona, met stormweder op 53º29’ NB 6º WL achter het eiland Lambay ten anker, en zou, zodra het weder veranderde, de reis voortzetten.
Volgens een later bericht is de VENILIA, kapt. Meppelder, en het kofschip VESTA, kapt. Lohman, mede van Liverpool naar Dordrecht bestemd, op 28 februari te Dublin binnengelopen.


09 maart 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 7 maart. Het schip JANTINA, kapt. Das (opm: kof, bouwjaar 1841; kapt. Jan Jans Das), van Tromsö met vis en traan naar herwaarts, is volgens brief van Christiansund van de 18e februari enige mijlen van daar op de buitenrotsen gestrand en vol water gelopen. De masten en het tuig hingen bezijden het schip en een gedeelte der lading was reeds aangespoeld. Van de equipage had men niets vernomen en vreesde men, dat dezelve daarbij omgekomen zoude zijn.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. H.I. Rietveld, makelaar, zal te Amsterdam op maandag de 16e maart 1846, in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ verkopen:
- Een extra ordinair, wel bezeild, gezinkt brikschip, genaamd BRISEÏS, groot 68 lasten, met deszelfs inventaris (opm: zie AH 180346).
- 2/32 Aandelen, in het gekoperd barkschip MARIA SUSANNA HENDRIKA, kapt. S. Nielsen, groot 255 lasten.
- 1/32 Aandeel, in het gekoperd fregatschip AMPHITRITE, kapt. K.J. de Jong, groot 416 lasten. (Waarbij behoren vier aandelen in de sleepstoomdienst aan Den Helder).
- 1/32 Aandeel, in het gekoperd fregatschip PRINS HENDRIK, gevoerd door wijlen kapt. K.J. de Feyfer, groot 368 lasten.
Benevens een sextant, een octant, een barometer en enige zeevaartkundige boeken.
Nader bericht bij bovengemelde makelaar.


10 maart 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 5 maart. Het onder reparatie geweest zijnde schip MERCURIUS, kapt. Behr (opm: buitenlander), met gerst van Sonderborn naar Amsterdam, is bezig de lading weder in te nemen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip VROUW IMKE, kapt. Huisman (opm: buitenlander), van Hamburg naar Amsterdam, is te Bremerhaven in zinkende staat binnengebracht. Hetzelve is bezig de lading te lossen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop, een best hol draaioverboord, een gedekte Tjalk, genaamd de TWEE GEBROEDERS, bevaren geweest door F. ten Hoeke, schipper van Hoorn; volgens meetbrief vijftien el en negen palm lang, drie el wijd, een el vier palm acht duim hol, of circa 40 ton; met zeil en fok, drie jaren oud, in enen besten staat, daarbij te koop. Liggende aan de werf van A.H. Veldstra, Mr. Scheepstimmer- en Smidsbaas te Stavoren


11 maart 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Op de de 10e dezer te Rotterdam gehouden schepenveiling is:
- voor het kofschip EENDRACHT geboden NLG 4.400 doch het schip is niet gegund.
(opm: op 1 april werd de kof alsnog voor NLG 5.000 onderhands verkocht aan K.C. Koker c.s,, Broek in Waterland)
- het hol van het sloepschip JOHANNA (opm: zie NRC 070346) verkocht voor NLG 560.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 10 maart. Het schip (opm: kof) SARA MARIA, kapt. G.H. Botje, van Corsoer naar de Maas, is volgens brief van Delfzijl van de 8e dezer, de vorige dag aldaar met gebroken gaffel, gescheurde zeilen en meer andere schade binnengelopen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Ik ondergetekende, gezagvoerder van het kofschip DE KOLONIST, op mijn laatst gedane reis naar Suriname, gebruik gemaakt hebbende van een nieuw soort pik (genaamd Brai Chaufard) verklaar bij deze, dat, niettegenstaande aldaar geruime tijd bij een felle hitte gelegen te hebben, waardoor de gewone pik, uit de naden liep, de nieuwe tegen de zonnehitte bestand zijnde, niet gelopen heeft, en alzo de met dezelve bepikte naden, steeds goed dicht gebleven zijn, terwijl ze tevens ook minder aan springen onderheven is, zodat ik met volle overtuiging deze pik soort, vooral voor schepen die in warme landen varen, kan aanraden, als zijnde verre verkieslijk boven de tot heden toe gebruikte Noorse pik.
Amsterdam, 28 februari 1846, P.J. Feynt.
De ondergetekende de vrijheid bekomen hebbende tot het bekendmaken van het bovenstaande certificaat, vindt daarin aanleiding de door hem gefabriceerd wordende pik (Brai Chaufard) aan te bevelen, met de opmerking dat DE KOLONIST een van de eerste schepen is, welke alhier, tot proef aan een van de zijden van het schip, geheel met dezelve is gecalfaat.
Amsterdam, 9 maart 1846, H. Peelen


13 maart 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een nieuw, Nederlands gebouwd en geheel afgetimmerd kofschipshol, groot circa 110 roggelasten. Te bevragen bij de makelaar G.J. Boelen op de IJgracht te Amsterdam, of bij de scheepstimmerman P. Pauw te Muiden.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris J.A. Zaal Stroband, te Nes op Ameland, zal, op maandag den 16 maart 1846, des voormiddags ten negen ure, bij het Pakhuis aldaar, ten verzoeke van Jan Jans Louwerens, als kapitein gevoerd hebbende, het op 25 der vorige maand op de Buitengronden van Ameland, gestrande Groninger Tjalkschip MARIA (opm: zie NRC 040346), tegen gerede betaling, publiek verkopen: de van hetzelve geborgen tuigage en scheepsgoederen, hoofdzakelijk bestaande in: 2 ankers, ankertouw en ketting, 4 stuks zeilen, staand en lopend want, koksgereedschappen enz.


14 maart 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gothenburg, 4 maart. Het schip MERCURIUS, kapt. Lange (opm: buitenlander), van Fredrikstad naar Frankrijk, is in de nacht van de 25e februari in de bocht van Habije gestrand en geheel wrak geworden. De equipage is gered en een gedeelte der inventaris geborgen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Gevoelig voor de menigvuldige blijken van deelneming, mij betoond bij het afsterven van mijn dierbare echtgenoot Jan Grim, koopvaardijkapitein (opm: op de bark ELISABETH MARIA), betuig ik bij deze aan alle vrienden en bekenden mijn oprechte dank.
Amsterdam, 13 maart 1846, Wed. Jan Grim, geboren Van Otterlo.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Publieke verkoping op het eiland Texel. Kapt. Folkert Reents, gevoerd hebbende het alhier in de Eijerlandse Buitengronden gestrande Hannoverse kofschip RYMDINA, komende van Hull naar Bremen gedestineerd, presenteert als daartoe behoorlijk geautoriseerd, op donderdag de 19e maart e.k., des morgens te elf uur, op de haven, en des namiddags in het logement De Zeven Provinciën, aan het Oude Schild, op Texel, door de notaris J.L. Kikkert, publiek te doen verkopen enige geborgen en gekapte tuigage, als gekapt zwaar touw, want en lopend touwwerk, en de zeilen, twee ankers en een gedeelte van een kettingkabel. Alsmede een gedeelte van de geborgen lading, bestaande in ruim 1.500 pakjes katoenen twist, 145 bosjes spijkerijzer, 13 kistjes geel koperen bladen, 267 stuks gekleurd groot en klein divers aardewerk, 60 stuks diverse ijzeren potten en pannen, met en zonder deksel, 12 onderstukken van tafellampen, 4 koperen haarden, 1 dito kolenbak en hetgeen verder gepresenteerd zal worden; terwijl daarna verkocht zal worden het wrak van genoemd schip, met de nog inhebbende 24 lasten ijzeren rails- en wagenwielen zittende thans onder water, zo hetzelve niet zal zijn verbrijzeld, welke goederen van gemeld schip zijn geborgen, en twee dagen voor en op de verkoopdag behoorlijk gekaveld en genummerd voor ieder te zien zullen zijn.
Nadere informatiën zijn te bekomen ten kantore van Zunderdorp en Ran, scheepsagenten, alsmede bij de makelaar J. Zunderdorp te Texel, mits franco aanvragen.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 12 maart. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip WATERLOO, kapt. S. van Duyn, met een passagier, van Amsterdam vertrokken op 11 november.


16 maart 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 11 maart. De ANTONIA, kapt. Hendricks (opm: kof, kapt. W.A. Hendriks), van Suriname naar Amsterdam, is gisteren alhier binnengelopen met verlies van zeilen, sloep, enz. Eén man der equipage is over boord geslagen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Schipper G.L. Swart, gevoerd hebbende het kofschip CORNELIA, zittende op de Engelsmanplaat bewesten het Friese Zeegat, gedenkt bij gesloten briefjes aan te besteden het van strand afbrengen en in vlot water leveren van het voormelde kofschip (opm: zie o.a. LC 130246 en AH 020746). De voorwaarden van aanbesteding zullen ter lezing liggen: Te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg; te Leeuwarden bij Beugelaar en Witteveen; te Dokkum bij Heemstra; te Ameland bij J. Posthumus; voorts in de Herbergen te Moddergat; Urerum, Erzumazijl, Oostmahorn, op Terschelling en te Zoutkamp, en mede te vernemen zijn de heren Dirk Beth en Zoon, te Amsterdam; D.J. Zeilmaker te Harlingen, en de notaris H.B. Klaasesz. te Ternaard, bij welke laatste de inschrijving-briefjes zullen moeten worden ingeleverd, voor of op de 25e maart 1846, des middags voor 12 uur.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De makelaars H.T.N. & W.H. Montauban van Swijndregt en F. en W. van Dam, te Rotterdam, als last hebbende van hun meester, zijn van mening, op dinsdag de 24e maart 1846, des namiddags te vier uur, in de zaal, op de hoek van de Scheepmakershaven en Bierstraat, Wijk 1, No. 422, publiek te veilen: Het in het jaar 1839 in Friesland gebouwde, gezinkte kofschip LIEBAU, gevoerd geweest, door kapt. H.P. Conter (opm: LIBAU, kapt. H.B. Conter), lang 25,20 el, wijd 4,93 el, hol 3,04 el, en alzo groot 168 tonnen of 89 lasten; met al deszelfs rondhout, staande en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen, en verdere inventaris, zoals hetzelve zal zijn liggende in de Leuvehaven, en aldaar daags voor en op de dag van de veiling zal kunnen worden bezichtigd. (opm: zie NRC 250346)


17 maart 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 16 maart. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht geworden de navolgende schepen, als voor:
Amsterdam: De ZEEMEEUW, kapt. H.L. Kayser; PRINS HENDRIK, kapt. J. Goedkoop; PIETER FLORISZ., kapt. F.A. Begemann Sietzes; ANNA MARGARETHA, kapt. N.N.
Rotterdam: De JOHANN JACOB, kapt. L. van Geelkerken; CATHARINA, kapt. F. Rietmeyer; ANNA, kapt. P. Ebels; DANKBAARHEID AAN DE NEDERLANDSCHE HANDEL MAATSCHAPPIJ, kapt. L. Hus; MAAS, kapt. J. van Waning.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 16 maart. Aan deze stad zijn gearriveerd: de schepen VESTA, kapt. G.W. Lohman, en VENILIA, kapt. H. Meppelder, beiden van Liverpool, met ruw zout.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 16 maart. Volgens berichten uit Liverpool, van den 13 dezer, hielden de verzendingen van daar naar Rusland met Nederlandse schepen op, aangezien het gerucht aldaar verspreid was, dat de Nederlandse schepen, alsmede de goederen onder Nederlandse vlag aan een hoger inkomend recht onderworpen waren.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 15 maart. Gisteren namiddag arriveerde uit zee: VENILIA, kapt. H. Meppelder, en VESTA, kapt. W. Lohman, beiden van Liverpool.
Kapt. H. Meppelder, voerende het kofschip VENILIA, rapporteert gepraaid te hebben, den 13 dezer, op de hoogte van Dungenes, de schepen MERWESTROOM, kapt. D. Hazewinkel, ONRUST, kapt. Huisman, en een schip tonende de nummervlag R no. 205.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Bij Acte op heden ter Griffie van de Arrondissementsrechtbank alhier ingeschreven, is door Jacob Staets Vriesendorp en Henri Vriesendorp, beiden Commissionairs, en wonende te Dordrecht, als thans de enige vennoten van na te melden Firma van Jacob Vriesendorp en Zoonen, verklaard:
Dat de Maatschap, welke tussen hen heeft bestaan, ter zake van de Commissiehandel in houtwaren en voor Rederijen te Dordrecht, onder de Firma van Jacob Vriesendorp en Zoonen, en van alle zodanige ander Zaken als door hen onder dezelve Firma zouden mogen zijn gedreven, is ontbonden en geëindigd, met de eerste januari achttienhonderd zesenveertig, en alzo te rekenen van die dag alle Vennootschap tussen partijen heeft opgehouden, alsmede dat de Vennoot Henri Vriesendorp alleen wordt belast met de vereffening der voorschreve zaken, onder de Handtekening der voorzegde Firma, terwijl de Vennoot Jacob Staets Vriesendorp daarbij verklaard heeft toe te stemmen dat de Vennoot Henri Vriesendorp bij de voortzetting der bovengemelde zaken alleen en voor zijn rekening, de hiervoorvermelde Firma van Jacob Vriesendorp en Zoonen, zal kunnen aanhouden.
Dordrecht, 14 maart 1846.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De schepen VRIENDSCHAP, kapt. Bieze, van Rotterdam naar Lissabon, en IDA, kapt. Veenhorst, van Rotterdam naar Nantes, te Brixham (Torbay) binnen, hebben de 7e dezer de reizen voortgezet.


18 maart 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen op maandag 16 maart, in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ:
– Een welbezeild, gezinkt brikschip BRISEIS, laatst gevoerd door G.T. Kruger, voor wijlen Jelle Janssen, 68 lasten. NLG 3.975. In slag NLG 20. Opgehouden. (opm: ex-ST. MICHEL; gebouwd Amerika vóór 1816; de brik ging niet weer naar zee; op 4 december werd de zeebrief geretourneerd onder vermelding ‘schip gesloopt’.
– 1/32 Part in het gekoperd barkschip MARIA SUSANNA HENDRIKA, kapt. S. Nielsen, 255 lasten. NLG 1.325. Koper J. Corver.
– 1/32 Part in hetzelfde NLG 1.275. In slag NLG 20. Koper H.J. Rietveld.
– 1/32 Part in het gekoperd fregatschip AMPHITRITE, kapt. K.J. de Jong, 416 lasten. NLG 2.000. In slag NLG 700. Koper P. Blom.
– 1/32 Part in het gekoperd fregatschip PRINS HENDRIK, kapt. J. Goedkoop, 368 lasten. NLG 1.325. In slag NLG 1.400. Koper H.J. Rietveld.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 15 maart. Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark SUMATRA, kapt. H. Veltman, vertrokken van Calcutta op 16 februari.


19 maart 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, 16 maart. Zo als wij vernemen, worden er tegenwoordig pogingen aangewend om van deze stad op Londen een directe stoombootvaart te verkrijgen. Het is te wensen, dat deze pogingen weldra gelukkig mogen slagen en dienaangaande nog bestaande geschillen tot aller genoegen spoedig uit de weg geruimd zullen worden. Nu de grote maatregel van Sir Robert Peel, de hervorming in het Engels tarief van inkomende rechten, die, naar alle waarschijnlijkheid, ook wel door het Engels Hogerhuis aangenomen zal worden, een gunstige invloed op de prijs onzer voortbrengselen en derzelver uitvoer in ons gewest zal uitoefenen, is een directe gemeenschap met Engeland voor onze provincie een zaak van veel belang. Welk een invloed toch die algehele hervorming in het Engels handelsstelsel zal hebben, zien wij nu reeds in de belangrijke prijsverhoging van het vee, ten gevolge van de verminderde rechten op de invoer daarvan in Engeland, en in het vooruitzicht dat hetzelve later geheel vrij ingevoerd zal kunnen worden. Wanneer genoegzaam alle onze producten in Engeland gerede ingang vinden kunnen, kan het niet anders of wij behoeven nimmer te vrezen voor gebrek aan uitvoer, want alle onze artikelen zullen, wanneer de genoemde tariefs-hervorming doorgaat, altijd een gerede markt in Engeland vinden, en zelfs veel, waar men tot dus ver niet aan heeft kunnen denken, zal dan een artikel van uitvoer kunnen worden, wanneer het plan van een onmiddellijke gemeenschap van onze stad met Londen door een geregelde stoombootvaart wordt bewerkstelligd.
Wij zijn vroeger in onze gewestelijke belangen steeds voorstanders geweest van onze beschermende rechten voor de landbouw, en zagen daarin het behoud van onze landbouwende stand in de omstandigheden waarin wij toen verkeerden ten opzichte van andere landen, alwaar de invoer door hoge rechten wordt belemmerd. Omstandigheden, welke nog wel niet weggenomen zijn, doch eerlang, zo als men met grond durft te hopen, zullen ophouden. Wij streden voor die bescherming van onze landbouw, omdat wij dezelve ten gevolge dier omstandigheden noodzakelijk oordeelden, ofschoon wij inderdaad een algehele vrijheid van handel voor zouden staan indien dezelve ook in onze naburige rijken gevonden wierd. Even als de grote meerderheid van de leden onzer Tweede Kamer der Staten-Generaal, die aan het onderzoek in de afdelingen hebben deelgenomen omtrent het ontwerp van wet tot voorwaardelijke verhoging van rechten op de in- en uitvoer van sommige artikelen, huldigen ook wij het beginsel van vrije handel, en houden ook wij alle uitzonderingen op die regel, tenzij door de noodzakelijkheid geboden, voor schadelijk en verwerpelijk. Indien derhalve nu, zo als meer dan waarschijnlijk, ja bijna zeker is, Engeland het voorgeslagen vrijgevig handelsstelsel omhelst, dan zullen weldra andere mogendheden, zo als de minister Peel in zijne uitmuntende redevoering reeds Sardinië, Frankrijk en Pruissen noemde, het voorbeeld van Engeland navolgen, en België, waar wij zo veel belang bij hebben, ook niet achter kunnen blijven, en in dit geval zal naar onze gedachten, de noodzakelijkheid van beschermende rechten voor de landbouw van ons gewest veel minder dringend worden, ja misschien geheel niet meer bestaan, want dan kunnen onze landbouwers gemakkelijk concurreren met de Engelse en die van andere natiën. (ontleend aan Prov. Gr. Ct.)


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 18 maart, Van de gisteren te Amsterdam geveilde thee, aangebracht per het schip DRIE GEBROEDERS, zijn van de 1.244/4 kisten Congo en 536/4 kisten Souchon alleen 6 kopen Congo, van 80 tot 85 c. verkocht, en de overige opgehouden.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 17 maart. Gisteren namiddag arriveerde uit zee: TERNATE, kapt. S. van de Koppel, van Batavia, welke bij het binnenzeilen der Goeree, na door een windvlaag de zeilen te hebben verloren, en alzo buiten stuur zijnde, op Scheelhoek geraakt, waar het deszelfs roer heeft afgestoten, doch is gelukkig, met assistentie van een loodsboot, weder vlot en heden morgen door de stoomboot KINDERDIJK alhier op de haven gebracht.


20 maart 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 16 maart. De HARMONIE, kapt. Beckman (opm: buitenlander), van Rotterdam naar St. Ubes (opm: Setubal), is alhier binnengelopen, in een lekke staat, met verlies van ankers, kettingen, boegspriet en verdere schade, zijnde in de Duins aangevaren.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip MARIA ANNA, kapt. Klasen, van Aarhus naar Rotterdam, te Gothenburg binnen, was de 7e maart, na volbrachte reparatie, gereed om de reis voort te zetten.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip DRIE BROEDERS, kapt. H.J. Hubert, van Suriname in Texel binnen, heeft op de reis veel slecht weder doorgestaan en daardoor belangrijke schade aan zeilen en tuigage bekomen.


21 maart 1846


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 20 maart. Gisteren morgen is van deze stad naar Hellevoetsluis vertrokken het barkschip MACHTILDA CORNELIA, kapt. N.J. Nannen, bestemd naar Java.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 20 maart. De heer Goundie, consul-generaal der Verenigde Staten van Noord-Amerika voor Zwitserland, heeft in de dagbladen bekend gemaakt dat door de Staat New York een bevelschrift is uitgevaardigd, bij hetwelk de scheepskapiteins, of de reders en eigenaars hunner schepen, gedurende de tijd van twee jaren verantwoordelijk gesteld zijn voor de middelen van bestaan der landverhuizers welke zij medebrengen. Deze wet is door de menigte arme landverhuizers, die de hospitalen in New York vervullen, noodzakelijk gemaakt.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Openbare verkoping, ten overstaan van de notaris H. Schuyten, te Dordrecht, van de volgende scheepsaandelen:
- 1/24 aandeel in het barkschip CLARA ANNA MARIA, groot 156 lasten, gevoerd door kapt. P.J. Bakema.
- 1/32 aandeel in het fregatschip JACOB CATS, groot 405 lasten, gevoerd wordende door kapt. J.A. Keeman.
- 1/64 aandeel in het barkschip OUD-ALBLAS, groot 401 lasten, gevoerd wordende door kapt. P. Kley.
- 1/32 aandeel in het fregatschip ORION, groot 483 lasten, gevoerd door kapt. J. van der Linden.
- 1/64 aandeel in het barkschip TIMOR, groot 240 lasten, gevoerd wordende door kapt. C.M. Borghorst.
- 1/64 aandeel in het fregatschip ADMIRAAL VAN HEEMSKERK, groot 599 lasten, gevoerd door kapt. J.F.P.A. Abbema.
- 2/16 aandelen in het barkschip MERWEDE, met zink beslagen, groot 126 lasten, gevoerd wordende door kapt. C.J. van Driesten.
- 1/8 aandeel in het kofschip de HOOP, met zink beslagen, groot 109 lasten, gevoerd door kapt. P.J. Gust.
Waarvan de verkoping zal plaats hebben te Dordrecht, in het Nederlandsch Koffijhuis, bij J. Zahn, op vrijdag 3 april 1846, des voormiddags ten half 12 ure.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 19 maart. Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse schoener CERES, kapt. J.B. de Boer, vertrokken van Rotterdam op 7 december, en de idem bark CELEBES, kapt. T. Cars, vertokken van Rotterdam op 9 november.


23 maart 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Terschelling, 20 maart. Het schip HOLLANDSCH TROUW (opm: kof HOLLANDS TROUW), kapt. R.G. Wever, gisteren naar Noorwegen vertrokken, is heden weder in ’t Vlie teruggekomen na 4 mijl in zee te zijn geweest, wegens het over boord vallen en verdrinken van de kapitein. . (opm: kapt. Roelof Geerts Wever [38] werd opgevolgd door kapt. Harm Leenderts Kok)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tonningen, 16 maart. Het schip DE HOOP, kapt. De Boer (opm: onbekend onder Nederlandse vlag), van Schiedam naar Rostock, is op de Eider vol water op strand gezet. De equipage benevens des kapiteins vrouw en kind, heeft zich in de boot gered en is alhier geland.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De ondergetekende, boekhouder van de Stoomboot-Reederij voor het Slepen van Schepen aan het Nieuwe Diep, maakt bij deze heren reders bekend:
- Dat de door hem over het verleden jaar gedane, en door heren commissarissen goedgekeurde rekening, van heden af, gedurende veertien dagen, voor hen, te zijn kantoor, Buitenkant, No. 38, ter visie is gelegd.
- Dat in een door heren commissarissen gehouden vergadering ingevolge art. 14 van de voorwaarden; zijn uitgeloot de navolgende porties in voornoemde rederij, als: No. 516, 532, 363, 99, 459, 321, 284, 273, 271 en 583.
- Dat van 1 april aanstaande af, deze porties te kantoor van de heren kassiers Di Gazar Franken & Co., zullen worden ingetrokken tegen betaling van derzelver bedrag, zijnde NLG 250 per portie, en uitreiking van het bij gemeld artikel bepaald bewijs van deelgerechtigdheid, terwijl mede betaling zal worden gedaan van vijf ten honderd of twaalf guldens vijftig cents, en dat wel op het vierde bewijs bij iedere portie afgegeven.
Amsterdam, 21 maart 1846, Paul van Vlissingen.


24 maart 1846


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 23 maart. Aan deze stad zijn gearriveerd de schepen MARGARITA WILLEMINA, kapt. O.L. Vos, van Liverpool, met ruw zout; CONCORDIA, kapt. F.H. Eddes, van Liverpool, met stukgoederen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip VROUW HILKE, kapt. Luttman, met erwten van Hamburg naar Amsterdam, is volgens brief van Norden van de 15e maart de 12e dito met schade te Akkumerzijl binnengelopen. Men dacht, dat de helft der lading nat zou zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 23 maart. Kapt. Van der Plas, voerende het barkschip JAN PIETERSZOON KOEN, van Batavia naar Amsterdam, meldt van St. Helena in dato 30 januari 1846, dat hij bij Kaap Agulhas gedurende zeven etmaal met zware stormen was belopen geworden, waardoor hij de blinde ra, logieskap, een gedeelte van het galjoen en de verschansing had verloren en de kleine boot tot behoud van de bezaansmast had moeten wegkappen. Een zware stortzee had het roer ontramponneerd. Hij zoude de schade herstellen en dacht in enige dagen daarmede gereed te zijn.


25 maart 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 maart. Op de heden gehouden publieke veiling is het kofschip LIBAU voor NLG 11.800 verkocht. (opm: door H. van Rijckevorsel c.s. met behoud van naam verkocht aan H. van Rijckevorsel)


26 maart 1846


  RC - Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 24 maart. Uitgezeild P.O. Smith (opm: kof VROUW JACOBA) naar Droback.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 25 maart. Aan deze stad zijn gearriveerd de schepen ANNA AGATHA, kapt. H.H. de Boer, van Liverpool, met zout en katoen; en ALIDA ELISABETH, kapt. D.G. Schuur, van Newcastle, met zout.


  AH - Algemeen Handelsblad

Texel, 24 maart. Binnengekomen WOLTEMADE, kapt. F. Guijt Jr. van Batavia.


27 maart 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Cargalijst Amsterdam. WOLTEMADE, F. Guijt Jr. van China en Batavia met thee, rijst, tabak en cassia (opm: Padang-cassia = valse kaneel, heeft scherpere smaak dan goede Ceylon-kaneel).


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Die iets te vorderen hebben van of verschuldigd zijn aan de boedel van de heer Jan Willem van Schaik, in leven koopvaardij-kapitein, gewoond hebbende en onlangs alhier overleden, worden verzocht daarvan voor of op de 25e april aanstaande opgave te doen ten kantore van de notaris J.A. Hoog op de Binnenkant.


28 maart 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wyck auf Föhr, 19 maart. Het schip ANNECHIENA VAN LINGEN, kapt. Van Lingen Dzn (opm: kof ANNECHIENA VAN LINGE, bouwjaar 1841; kapt. Arent Derks van Linge), van Amsterdam naar Weile (opm: Vejle), is op de 17e dezer op Norderoog gestrand doch de equipage is gered.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 27 maart. Aan deze stad is gearriveerd het schip FORTUNA, kapt. T.S. Taay, van Londen, met ballast.


  DC - Dordtsche Courant

Het schip WELTEVREDEN, kapt. J.A. Bangma, van Batavia naar Rotterdam, is op 18 januari, met schade aan het roer, in de Tafelbaai binnengelopen.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Pro justitia. Alzo president en leden in de Raad van Justitie te Soerabaija, op het daartoe bij de fiscaal bij dezelve raad gedaan verzoek, hebben verleend het eerste default met de profijten diens rechtens en admissie tot het doen ener tweede citatie bij edicte tegen allen en een iegelijk, die zouden vermenen recht te hebben op goederen, nader omschreven, afkomstig van de onder Balie Badong gestrande en geplunderde Nederlands-Indische bark SEGAF en waarvan de eigenaars onbekend zijn, zo is het dat ik, eerste gezworen exploiteur bij voornoemde Raad, bij deze dagvaard elk en een iegelijk die vermenen mocht enig recht, actie, aanspraak of pretentie te hebben op deze goederen om op woensdag de 15e april 1846, des morgens te 7½ ure, ter openbare rolle van meergemelde raad te compareren.
Soerabaija, 16 maart 1846, de exploiteur voornoemd C.F. Damwijk.
(opm: bekort)


30 maart 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 28 maart. Aangaande het schip ARDJOENO, kapt. Eeltjes, van Batavia naar Rotterdam, met schade in de Simonsbaai binnen gelopen, wordt van daar van de 21e januari gemeld, dat van de lading 180 zakken en 21 kannassers suiker en 360 zakken rijst min of meer beschadigd gelost en de 16e dito verkocht waren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sourabaja, 26 januari. De MARIA ELISABETH, kapt. Flens, van Pasoeroeang (opm: Pasaruan), is lek binnengelopen en moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hongkong, 31 januari. Het Hollands schip ORION is de 7e oktober (opm: 1845) van Macao naar Manila vertrokken en sedert heeft men er niets meer van vernomen. (opm: NRC 260246 meldde de vermissing van de ORION, kapt. Nijgh, onderweg van Macao naar de Philippijnen)


31 maart 1846


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 30 maart. Aan deze stad is gearriveerd het schip NOOIT GEDACHT, kapt. D. Lovius, van Christiaansand, met hout.


  DC - Dordtsche Courant

Volgens particulier bericht is het schip CLARA ANNA MARIA, kapt. P.J. Bakema, op 23 februari, van zijn reis van China naar Rotterdam, Anjer gepasseerd. Alles wel aan boord.


  DC - Dordtsche Courant

Batavia, 29 januari. Alhier aangekomen, op 28 januari TIMOR, kapt. Borghorst, van Dordrecht, en vertrokken, op 15 januari ISIS, kapt. Derks, naar Amsterdam.
Volgens particulier bericht van Soerabaya, had op 20 januari aldaar een begin met laden gemaakt het schip ORION, kapt. J. van der Linden, en waren daar buiten dien ladende de kapiteins Wildschut, Bart en Anspach, terwijl het schip JACOB CATS, kapt. J.A. Keeman, mede aan de beurt stond te komen.
En volgens particulier bericht van Batavia, van 29 januari, was door de Factorij bepaald, dat de TIMOR naar Samarang zou verzeilen.


  DC - Dordtsche Courant

Soerabaya, 26 januari. Het schip MARIA ELISABETH, kapt. J. Flens, van Passarouang, is alhier lek binnengelopen en moet lossen om te repareren. Het schip MACASSAR, kapt. Swartz, van Batavia, is den 22 dezer alhier binnengekomen om te timmeren en gekoperd te worden.


01 april 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 30 maart. Het schip VROUW LYDIA, kapt. Pot, op avontuur, is met gebroken bezaansmast en schade aan de boeiing op de rede teruggekomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een extra sterk en op de zeilage gebouwd kofschip, voorzien van een complete inventaris, gemeten op 81 ton of 43 lasten, geheel nieuw uitgehaald in 1838. Te bevragen bij de cargadoors Blikman & Co., op de Buitenkant bij de Bantammerstraat No. 24.


03 april 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 2 april. Het schip de VROUW MARGARETHA, kapt. Berg (opm: kof, bouwjaar 1829; kapt. Berend Roelfs Berg), van Delfzijl naar Brevig, is in de nacht van de 21e op de 22e maart op 56º57´ N.B. en 05º42´ O.L. door een Engelse brik overzeild en gezonken. De equipage heeft zich in de boot gered en, na door het schip CARL JOHANN, kapt. Schrader, opgenomen te zijn, op het schip (opm: kof) ADOLPH FREDERIK, kapt. G. Zwanenburg, overgezet en op Texel aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cette, 28 maart. De Nederlandse kof VEREENIGING, kapt. H.J. de Boer, van hier naar Rotterdam vertrokken, is op de kusten van Catalonië geheel vergaan (opm: zie NRC 040446; schip blijft in de vaart).


  AH - Algemeen Handelsblad

Nieuwendam, 2 april. Heden is alhier voor rekening van de heer Simon Prins met het beste gevolg te water gelaten een schoenerschip genaamd THETIS, groot 200 tonnen, zullende gevoerd worden door kapt. K. Poel.


04 april 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Barcelona, 26 maart. Het schip de VEREENIGING, kapt. De Boer, van Cette naar Rotterdam, bij Llobregat (opm: ten noorden van Barcelona) gestrand, is met adsistentie weder af en alhier lek en met verlies van boten, binnengebracht. Het moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Publieke veiling op 21 april 1846 te Rotterdam van het Nederlandse galjoot DANIEL MARIUS, gevoerd geweest door kapt. H.S. Dethmers lang 20,50 el, wijd 4,62 el en hol 2,69 el, en alzo groot 113 ton of 60 last, liggende in de Wijnhaven alhier.


  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 1 april. Zr.Ms. schoener de ADDER, luit.ter zee 1e klasse Knollaert, alsnog ter rede dezer stad liggende, zal aldaar de in West-Indië gebouwde schoener ARUBA afwachten , welk vaartuig, als een der snelste bekend, thans te Rotterdam ligt. Deze beide schoeners zullen bij een kleine tocht elkander in het snelzeilen meten.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 3 april. Aan deze stad is gearriveerd het schip DELTA, kapt. G. Crans, van Pekalongan, met suiker en koffie.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 3 april. De op heden geveilde scheepsaandelen zijn verkocht, te weten:
- 1/24 aandeel in het gekoperd en kopervast barkschip CLARA ANNA MARIA, gevoerd door kapt. P.J. Bakema, groot 156 lasten en gebouwd in 1842 aan B. Bruininghuis jr. voor NLG 3.150,-.
- 1/32 aandeel in het gekoperd en kopervast fregatschip JACOB CATS, gevoerd door kapt. J.A. Keeman, groot 405 lasten en gebouwd in 1835, aan A. du Bois en Zoon voor NLG 2.180,-.
- 1/64 aandeel in het gekoperd en kopervast barkschip OUD-ALBLAS, gevoerd door kapt. P. Kley, groot 401 lasten en gebouwd in 1836, aan de wed. G. ’t Hooft en Zonen, voor NLG 1.370,-.
- 1/32 aandeel in het gekoperd en kopervast fregatschip ORION, gevoerd door kapt. J. van der Linden, groot 483 lasten en gebouwd in 1838, aan F. Smit voor NLG 3.580,-.
- 1/64 aandeel in het gekoperd en kopervast barkschip TIMOR, gevoerd door kapt. C.M. Borghorst, groot 240 lasten en gebouwd in 1840, aan F. Smit, voor NLG 1.250,-.
- 1/64 aandeel in het gekoperd en kopervast fregatschip ADMIRAAL VAN HEEMSKERK, gevoerd door kapt. J.F.P.A. Abbema, groot 599 lasten en gebouwd in 1840, aan de wed. G. ’t Hooft en Zonen, voor NLG 2.460,-.
- 2/16 aandelen in het gezinkt barkschip MERWEDE, gevoerd door kapt. C.J. van Driesten, groot 126 lasten en gebouwd in 1828, aan G. van Hoogstraten en Zoon, voor NLG 1.920,-.
- 1/8 aandeel in het gezinkt kofschip de HOOP, gevoerd door kapt. P.J. Gust, groot 109 lasten en gebouwd in 1827, aan G. van Hoogstraten en Zoon, voor NLG 1.200,-.
De 2/60 aandelen in het gekoperd en kopervast barkschip PICTURA, gevoerd door kapt. M.F. Tydeman, groot 346 lasten en gebouwd in 1839 zijn op NLG 3.000,- opgehouden.


  JC - Javasche Courant

Omtrent het vergaan van de TWEE CORNELISSEN deelt de Monthly Times deswege mede:
De TWEE CORNELISSEN, een Nederlandse Oost-Indiëvaarder, inhebbende een kostbare lading koffie, indigo en suiker, is op de 28e december op de kust van Sussex in een hevige storm verongelukt. Het schip kwam van Batavia en was bestemd naar Amsterdam. Daar de zee met woedende kracht over het dek heensloeg, had het scheepsvolk de wijk genomen in de bezaansmast en werd van daar verlost door de manmoedige pogingen van enige onverschrokken varensgezellen, welke van Eastbourne in een reddingboot waren aangekomen om de bemanning van het zinkende schip te hulp te snellen. De enige, die op het wrak de dood gevonden heeft, is een zieke en hulpeloze soldaat, die men niet heeft vermogen te redden. (opm: zie NRC 020146).


07 april 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. J.E. Lublink, F. der Kinderen, J. Corver, H.J. Rietveld, D. Beth en G.J. Boelen, makelaars, zullen op maandag de 27e april des avonds te 6 uur precies, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ, verkopen:
- Een extra ordinair wel bezeild gekoperd barkschip, genaamd HENRIETTE CLASINA, gevoerd door kapt. F.J. Hoffman, volgens Nederlands meetbrief, lang 38 el 35 duim, wijd 6 el 42 duim en hol 5 el 75 duim en alzo gemeten op 629 tonnen of 332 lasten.
- Een extra ordinair wel bezeild gekoperd fregatschip, genaamd JAPAN, gevoerd door kapt. W. van der Zee, volgens Nederlands meetbrief, lang 34 el 70 duim, wijd 6 el 24 duim, hol 5 el 33 duim en alzo gemeten op 513 tonnen of 271 lasten.
- Een extra ordinair wel bezeild gekoperd barkschip, genaamd WILLEM ERNST, gevoerd door kapt. H. Wittebol, volgens Nederlands meetbrief lang 29 el 65 duim, wijd 6 el 52 duim, hol 4 el 74 duim en alzo gemeten op 407 tonnen of 214 lasten.
Breder volgens gedrukte inventarissen en bericht bij bovengenoemde makelaars, of bij de cargadoors De Vries & Co., IJgracht, No. 13 en Hoyman & Schuurman, Heerengracht over de Bergstraat. (opm: zie AH 290446)


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 6 april. Aan deze stad is gearriveerd: STAD DORDRECHT, kapt. J. van Nassau, van Batavia, met koffie en suiker.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 4 april. Gisteren middag arriveerde uit zee: HOOP, kapt. A. Pronk, terug uit zee met lekkage.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. De griffier J.J. Heep te Holwerd zal ten verzoeke van de schipper G.L. Swart, van Amsterdam, op woensdag de 8e april 1846 des voormiddags te 9 uren precies, aan het pakhuis van strandgoederen in het Moddergat onder Nes publiek aan de meestbiedende presenteren te verkopen een kofschipshol (opm: CORNELIA, zie o.a. LC 130246 en AH 020746, zittende op de Engelsmansplaat, twee masten, ra’s, en ander rondhout, en deszelfs complete inventaris van zeilen, ankers, touw en ketting, divers lopend touwwerk, stuurmans-, kajuits- en koksgoed, en hetgeen verder te voorschijn zal worden gebracht.


  LC - Leeuwarder Courant

Men meldt ons uit Schiermonnikoog, dat er in den morgen van den 30 maart jl., in de nabijheid van dit eiland totaal is verongelukt het Engelse brikschip, genaamd: DEMERARY, te Londen te huis behorende, en gevoerd door kapitein Craigten, komende van Newcastle en bestemd naar Hamburg. In weinig tijds was het schip uit elkander geslagen, waarbij de kapitein om het leven kwam. De overige manschap is gered, en op het eiland aangekomen.


08 april 1846


  JC - Javasche Courant

Ter rede van Soerabaija lag de Nederlands-Indische koopvaardijschoener PYLADES (opm: mogelijk ex-Zr.Ms. schoener PYLADES, zie JC 101245).


09 april 1846


  DC - Dordtsche Courant

Uit ’s-Hertogenbosch wordt bericht, dat den 4 dezer het stoomjacht JAN VAN ARKEL, door het hoge water, de duisternis en het stormachtige weder, in de Dieze, nabij de Bak, op het droge is geraakt en ondanks alle moeite, daarvan niet is kunnen afgebracht worden. Het vaartuig was bijna drie voet diep in het zand gedrongen en is eerst de volgende morgen, door de hulp der stoomboot STAD ROTTERDAM, kapt. Pot, weder vlot geraakt en in de haven van ’s-Hertogenbosch aangekomen.


10 april 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen datum of plaats) De 7e dezer is te ´s Hertogenbosch van gouvernementswege aanbesteed het bouwen en leveren van een nieuwe stoomboot voor het veer tussen de Moerdijk en Willemsdorp, gegund aan de heer A. Pot van Nieuw Lekkerland voor de som van NLG 14.500.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. In lading te Amsterdam naar: Batavia en de Kaap de Goede Hoop. Het Nederlands gekoperd barkschip WOLTEMADE, kapt. J. Guijt Jr.
Adres bij Jan Corver en Co., te Amsterdam, en bij Kuyper, van Dam en Smeer en Hudig en Blokhuyzen, alhier.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: Een welbezeild en wel onderhouden Turf-Tjalk, groot volgens meting 28 ton. Te bevragen bij de Scheepstimmerbaas Johs. C. Sjollema te Grouw.


11 april 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Yarmouth, 2 april. Het schip ALIDA JANTINA, kapt. Klasen, van Rotterdam naar Rouaan, is alhier lek binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kleven, 23 maart. De 19e dezer is alhier binnengelopen de JONGE GERRIT, kapt. Smit, van Amsterdam naar Windau (opm: Ventspils), zijnde lek en met averij.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Christiansand, 27 maart. Alhier is binnengekomen het schip AMSTERDAM, kapt. Schmidt, van Holbeck met gerst naar Schiedam, hebbende de zeilen verontramponneerd en met meerdere schade, doordien hetzelve op de op de hoogte van Skagen door een Hollandse kof is aangezeild.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Dordrecht ligt in lading naar Batavia, om tegen het einde der maand mei te vertrekken, het snelzeilend en opnieuw gekoperd Nederlands fregatschip BATO, kapt. P. Sipkes, hebbende uitmuntende inrichtingen voor passagiers, en voerende een geëxamineerde scheepsdokter. Adres bij de scheepsmakelaar Gerard Mauritz, te Dordrecht.


13 april 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 11 april. Het schip de JONGE CLEMENS, kapt. De Jong, van hier naar Hull, is met gebroken mast uit zee teruggekeerd.


14 april 1846


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip GRONINGEN, kapt. Stoelman, van Newcastle naar Odessa, is de 5e april te Falmouth binnengelopen, lek en met verlies van stengen, tuigage, enz.


15 april 1846


  JC - Javasche Courant

Naar men meldt, is het zeker, dat de Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij in onderhandeling is voor de aanbouw ener ijzeren stoomboot, bestemd ter bevaring der grote rivieren van Borneo, terwijl, behalve de thans reeds op stapel staande ijzeren stoomboot de ONRUST, op het etablissement te Fijenoord nog een dergelijke met de Archimedische schroef in aanbouw zal komen, mede bestemd voor de dienst in Oost-Indië. (opm: bericht door de JC ontleend aan de Nederlandse kranten van omstreeks half februari 1846).


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Op dinsdag de 5e mei eerstkomende zal door de ondergetekenden, executeuren in de boedel van wijlen de Arabier Sech Oemit bin Said Basandit te Grissee, publiek worden verkocht een barkschip, ALMASHOOR, met diens inventaris.
Grissee, 26 maart 1846, Said Hassan Barakowan, Sech Achmat Baradowan en Sech Achmat Badoebba.


16 april 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 14 april. Zr.Ms. fregat PRINS VAN ORANJE zal, naar men verneemt, in het begin der maand mei reeds in dienst worden gesteld, en op hetwelk het état-major en de bemanning van het fregat de RIJN zal overgaan. Laatstgenoemd fregat zou alsdan worden opgelegd.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 15 april. Aan deze stad is gearriveerd: CHRISTINA MARIA, kapt. J. Stuveling, van Liverpool met ruw zout.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 15 april. Naar men verneemt, bestaat bij de beurtschippers, van Zierikzee op Rotterdam varende, het plan, om na verkregen vergunning, tussen beide plaatsen een stoombootdienst aan te leggen, welke boot alsdan, evenals als de beurtschepen, van deze haven zou afvaren.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 15 april. Berichten uit St. Petersburg van 21 maart jl. houden in, dat de Nederlandse schepen in alle havens van het keizerrijk met opzicht tot de scheepsongelden, zowel in de indirecte als directe vaart, zullen worden behandeld op de voet der nationale schepen, en dat voorts de goederen en koopwaren, rechtstreeks met Nederlandse schepen aangebracht, niet zwaarder zullen worden belast, dan bij invoer onder Russische vlag; in voege, dat met betrekking tot het tonne- of lastgeld, mitsgaders alle andere scheepsongelden, bij de directe en indirecte vaart, en voorts in opzicht tot de douanerechten in de directe vaart, de bepaling der §§ 2 en 3 der ukase (opm: oekaze) van 19 juni 1845 niet op de Nederlandse schepen zullen worden toegepast. Voor zo veel betreft de toepassing dier ukase op de indirecte handel, welke een punt van overleg uitmaakt, vermeent men zich te mogen vleien, dat ook te dien aanzien eerlang bevredigende schikkingen zullen kunnen worden tot stand gebracht.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Openbare Verkoping, door Van Geluk en Mak van Waay, houders van Publieke Verkopingen te Dordrecht, van het hol van het overdekte pleitschip, genaamd INDUSTRIE (opm: waarschijnlijk binnenvaarder; geen zeebrief bekend), gevoerd door schipper Arie Spoel, lang 29 el 7 palm 5 duim, wijd 5 el 2 palm 2 duim, hol 1 el 7 palm 5 duim, geijkt op 181 tonnen, thans liggende in de Kalkhaven, te Dordrecht; alsmede deszelfs goed onderhouden inventaris, bestaande in: het Rondhout, Masten, staande en lopend Want, Zwaarden, Ankers, kabelketting, Lijnen, Zeilen, Blokken, Touwwerk, benevens meerdere en andere Scheepsbehoeften, zodanig als dezelve bij kavelingen zullen worden geveild, en te bezichtigen zijn in het Pakhuis Noorwegen, aan de Kalkhaven, te Dordrecht, daags vóór en op de verkoopdag.
Zijnde gemeld pleitschip sedert de laatste drie jaren aanmerkelijk vernieuwd en voorzien van een verdubbeling of huid; hetzelve is voorzien van poorten tot het schieten van hout (opm: het doorvoeren van lange delen of stammen), voor welks transport het gemeld schip, uithoofde van deszelfs lengte en inwendige inrichting bijzonder geschikt is.
Al hetwelk eerst afzonderlijk zal worden geveild en daarna gecombineerd worden opgehangen, afgeslagen en verkocht om contant geld, op woensdag 22 april 1846, des voormiddags ten tien ure, ten huize en herberge van Pieter Volkert, in de Engelenburg, nabij de Blaauwpoort, te Dordrecht.


17 april 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Publieke verkoop te Amsterdam in de Nieuwe Stadsherberg op het IJ, op 27 april van:
- Het gekoperd barkschip HENRIËTTE CLASINA, gevoerd door kapt. F.J. Hoffman, volgens Nederlandse meetbrief lang 38,35 el, wijd 6,42 el en hol 5,75 el, alzo gemeten op 629 ton of 332 last.
- Het gekoperd fregatschip JAPAN, gevoerd door kapt. W. van der Zee, volgens Nederlandse meetbrief lang 34,70 el, wijd 6,24 el en hol 5,33 el, alzo gemeten op 513 ton of 271 last.
- Het gekoperd barkschip WILLEM ERNST, gevoerd door kapt. H. Wittebol, volgens Nederlandse meetbrief lang 29,65 el, wijd 6,52 el en hol 4,74 el, alzo gemeten op 407 ton of 214 last.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: Een overdekt Tjalkschip (opm: binnenvaarder), lang over steven 15 el 904 streep, wijd 3 el 478 streep en hol 1 el 562 streep, groot volgens meting 34 ton; liggende aan de helling te Drachten. Nadere inlichtingen bij T. Kamp of J.E. van der Meulen, te Drachten.


18 april 1846


  JC - Javasche Courant

In de namiddag van de 17e augustus (opm: 1845!), ongeveer te 4½ ure, is de Nederlands-Indische brik PEKALONGAN, te Samarang te huis behorende en gevoerd wordende door de Chinees Tjoeking, ter rede van Menado verongelukt. Door het breken van deszelfs ankerketting is het vaartuig driftig geworden en door de toen heersende hevige westenwind op het strand geworpen, alwaar hetzelve voorts geheel is uiteengewerkt. Ofschoon onmiddellijk van de zijde van het plaatselijk bestuur maatregelen zijn genomen om met behulp onder anderen van de opvarenden van twee ter rede liggende inlandse handelsvaartuigen de meest mogelijke bijstand te verlenen, bevond de brik zich kort na het voorval in zodanige staat, dat aan geen redding meer te denken viel. De lading is, ofschoon zeer beschadigd, voor een groot gedeelte gelost, doch het vaartuig zal als voor verdere dienst ongeschikt moeten gesloopt worden. Het verlies van mensenlevens heeft men niet te betreuren. (opm: voorbeeld van de trage berichtgeving in die jaren: pas na acht maanden wordt een bericht uit Menado [Noord-Celebes] te Batavia gepubliceerd)


20 april 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De makelaars H.F.N. en W.H. Montauban van Swijndregt en F. en W. van Dam te Rotterdam, als last hebbende van hunne meesters, zijn van mening, op dinsdag de 21e april 1846, des namiddags te vier uur, in de zaal op de hoek van de Scheepmakershaven en Bierstraat, Wijk 1, No. 499, publiek te veilen het Nederlandse galjootschip DANIEL MARIUS, gevoerd geweest door kapt. H.S. Dethmers, lang 20,50 el, wijd 4,62 el, hol 2,69 el en alzo groot 113 tonnen of 60 lasten met al deszelfs rondhout, staande en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere inventaris, zoals hetzelve is liggende in de Wijnhaven, aan de Punt, en aldaar daags voor en op de dag van de veiling kan worden bezichtigd. (opm: de galjoot werd voor NLG 1.950 verkocht; nieuwe naam IDEE)


21 april 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 20 april. Kapt. Zeven, van Fiume te Antwerpen aangekomen, rapporteert de 27e maart ter hoogte van Malaga gepraaid te hebben de JONGE JANTINA, kapt. Puister, van Cette naar Nederland; dezelve had bij Ivica (opm: waarschijnlijk Ibiza) de 2e stuurman verloren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 20 april. Het Oldenburger schip MARIA MARGARETHA, kapt. J. Deters, van Hamburg naar Amsterdam, is de 17e april bij het Bornrif, ten noorden van Ameland gestrand. De equipage is gered.


  RC - Rotterdamsche Courant

Vlissingen, den 18 dezer. De Belgische kaag (opm: pleit, ex-Zuid-Nederlander) SANS REPOS, kapt. A. Sahlfeldt, van Hamburg naar Antwerpen, is den 15 dezer lek te Cuxhaven binnengelopen, en was den 16de bezig met lossen.


24 april 1846


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip IDA BERENDINA, kapt. Hensema, van Rotterdam naar Liverpool, te Falmouth binnen, heeft de 15e april de reis voortgezet.


  LC - Leeuwarder Courant

Schiermonnikoog, den 21 april. Op den 19 dezer is in het N.O. gat, in de nabijheid alhier, gestrand het Engelse brikschip THE LOYAL, gevoerd door den kapitein George Lancaster, komende van Stockton, gedestineerd naar Hamburg. De alhier bestaande boot van de Noord- en Zuid-Hollandsche Redding Maatschappij was, bemand door Andries Steffens, Sjoerd de Jong, Johannes Wiersma, Jacob Remts, Teen en Heero Lootsman, benevens Auke de Boer, door den directeur ter redding der schipbreukelingen afgezonden, en nadat dezelve ruim drie uren in zee had doorgebracht, hadden de angstig op het strand wachtende aanschouwers het genoegen, dezelve, met de moedige redders, waaronder een 73 jarige, benevens 8 geredden, op het eiland terug te zien. (opm: zie ook LC 010546)


25 april 1846


  DC - Dordtsche Courant

Sourabaya, 20 februari. Het schip JOHANNA CATHARINA, kapt. Wildschut, van hier naar Amsterdam, is bij deszelfs vertrek aan de grond vastgeraakt, doch zal, na gelicht te hebben, de reis weder voortzetten.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. De Nederlands-Indische schoener BAL GAEIJATI, behorende aan de in de Lampongse districten woonachtige Arabier Sjech Hassar, is dezer dagen door wind en stroom in de baai van Bantam, nabij Poeloe Kali op de klippen gezet. Ofschoon het vaartuig enigszins overzijde is gevallen en een lek heeft bekomen, hoopt men hetzelve, wanneer in de weerstoestand geen nadelige verandering komt, te zullen behouden en bij hoog tij weder in vlot water te zullen brengen, nadat het lek vooraf gestopt en de ballast over boord geworpen zal zijn. Voor het behoud van het tuig als anderszins is bereids van de zijde van het plaatselijke bestuur de nodige hulp verleend.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 23 april. Gisteren is hier aangekomen het Nederlandse schip HUGO GROTIUS, kapt. J. Glazener, van Rotterdam vertrokken de 24e december.
Heden is hier aangekomen het dito schip MARGARETHA IDA, kapt. D.H. Kramer, van Rotterdam vertrokken de 24e december.


27 april 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 25 april. Het schip VROUW IMKE, kapt. Huisman (opm: buitenlander), van Hamburg naar herwaarts, is volgens brief van Emden van de 22e dezer, de 14e dito, na de vorige dag op een wrak gestoten te hebben, bij Borkum gezonken, doch de equipage gered.


28 april 1846


  DC - Dordtsche Courant

Aan deze stad is gearriveerd: AURORA, kapt. T.G. Lestuiver, van Liverpool, met zout en katoen.


 GRC - Groninger Courant

Delfzijl, 28 april. Binnengekomen den 24ste, de HINDERIKA (opm: ook HENDERIKA, nieuwe kof), kapt. R.R. Huisman en de JEANTINA (opm: nieuwe schoonerkof), kapt. J.H. Renken, beide van Pekela.


29 april 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 24 april. Het schip GRONINGEN, kapt. Stoelman, van Newcastle naar Odessa, alhier met schade binnengelopen, heeft de 21e dezer na volbrachte reparatie de reis voortgezet.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen op maandag, 27 april, in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ:
– Een wel bezeild gekoperd barkschip HENRIETTE CLASINA, kapt. F.J. Hoffman, gemeten op 629 tonnen. NLG 55.000. Opgehouden. (opm: ook HENRIETTA CLASINA; op 11 mei alsnog onderhands voor NLG 55.000 verkocht; scheepsnaam HENRIETTA CLASINA, kapt. A.F. Osterloh Jr)
– Een wel bezeild gekoperd fregatschip JAPAN, kapt. W. van der Zee, gemeten op 513 tonnen. NLG 40.000. In slag NLG 10. Opgehouden.
– Een wel bezeild gekoperd barkschip WILLEM ERNST, kapt. H. Wittebol, gemeten op 407 tonnen. NLG 32.000. In slag NLG 20. Opgehouden.


30 april 1846


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 29 april. Aan deze stad is gearriveerd: het schip KLEINKINDEREN, kapt. A. den Breems, van Liverpool, met ruw zout en katoen.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 29 april. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht geworden de navolgende schepen, als:
Voor Amsterdam: LUCIPARA’S, kapt. C. Visman; GOEDE VERWACHTING, kapt. F.H. Zeylstra; PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN, kapt. P. Huidekoper; CHRISTINA AGATHA, kapt. O.P. Lap; IMMAGONDA SARA CLASINA, kapt. H. Zoetelief; PETRUS, kapt. A. Stokvliet; ZEELAND, kapt. J. Noord; KONING DER NEDERLANDEN, kapt. J.W. Retgers; DOGGERSBANK, kapt. P.J. Kerkhoven; ANNA MARINA HENRIETTE, kapt. H.F. Zeylstra; DOCTRINA EN AMICITIA, kapt. M.W.A. Velerius; CLARA HENRIETTE, kapt. P.H. Willers; AMPHITRITE, kapt. K.J. de Jong; DOROTHEA, kapt. E.D. Dekker; PRESIDENT VERKOUTEREN, kapt. S. Hoekstra; RABENHAUPT, kapt. A.J. de Jonge; STAATSRAAD BAUD, kapt. J.A. Seepe; ADMIRAAL JAN EVERTSEN, kapt. C.P. Kuyper; TRITON, kapt. H. Olie.
Voor Rotterdam: BANCA, kapt. B.C. ten Ham; JOHANNES MARINUS, kapt. J. van Delft Cz.; AMBOINA, kapt. J. Lourens; BEURS VAN ROTTERDAM, kapt. W.C. Veenstra; VLASHANDEL, kapt. P.L. Dupain; INDIA, kapt. D. Charlau; PRINSES SOPHIA, kapt. J.H. Pellenwessel; PROTEUS, kapt. Radijs; PRINS VELDMAARSCHALK, kapt. M. van Velthoven; MAASSTROOM, kapt. H. Schut; MOSAMBIQUE, kapt. T.J.J. Bouman; GENERAAL VAN DEN BOSCH, kapt. A. Plokker; ADMIRAAL ZOUTMAN, kapt. H.G. Hinrichs; ROTTERDAM, kapt. P. Vis; KORTENAAR, kapt. B.P. Martens.
Voor Dordrecht: BIESBOSCH, kapt. P.M. Vogelsang; BATO, kapt. P. Sipkes.
Voor Middelburg: STAD ZIERIKZEE, kapt. D. Ochtman; ONDERNEMING, kapt. J.C. van Heekeren.


01 mei 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) Het fregat Zr.Ms. PRINS VAN ORANJE, hetwelk met de 1e mei in dienst gesteld wordt, en waarover Z.K.H. Prins Hendrik het bevel zal voeren, voert 60 stukken en is bemand met 485 koppen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 28 april. Een nieuwe communicatie is van hier naar Frankrijk geopend, en wel langs de haven van Duinkerken. Dientengevolge is vrijdagmorgen om één uur de stoomboot STAD VLISSINGEN derwaarts vertrokken, aan boord hebbende 300 schapen, benevens kaas, boter en vis, en van daar te Vlissingen geretourneerd des anderen daags te 3½ uur in de namiddag. Zij heeft zo bij het heen als terug varen de reis in omtrent zes uren volbracht. Wijders vernemen wij, dat deze vaart voorlopig om de veertien dagen zal plaats hebben, doch later iedere week wordt hervat. Wij beschouwen deze onderneming niet alleen als zeer belangrijk voor onze gewesten, maar dezelve bevordert ook die van andere, van waar het grootste gedeelte vee, en voorzeker ook de kaas en vis tot ons wordt overgebracht.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Mr. A. van Slooten, notaris te Dokkum, zal, ten verzoeke van den heer A.A. Land, te Schiermonnikoog, op dinsdag den 5 mei 1846, des namiddags ten 1½ ure, aan het Pakhuis voor strandgoederen te Moddergat onder Nes, volgens plaatselijk gebruik, tegen gerede betaling, presenteren te verkopen:
De geborgen tuigage enz. van het onlangs bij Schiermonnikoog gestrande brikschip THE LOYAL (opm: zie LC 240446), bestaande in: 18 mars-, stag-, lij-, bezaan-, top-, schoner of grote en bramzeilen, 3 beste trossen, 2 dito zware ankerkettingen, stag, want, blokken, lopend touwwerk enz.; benevens 2 chaloupen, ene grote in goede staat en een kleinere nieuw.


02 mei 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een kofschip, varende onder Nederlandse vlag, gebouwd in 1840, liggende te Rotterdam. Te bevragen bij Van Ulphen & Ruys.


  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 29 april. Zr.Ms. schoeners de ADDER, luit.t.zee 1e klasse Knollaert, en ARUBA, luit.t.zee 1e klasse Berghuis, zijn heden na een zeiltocht onder de kust van Noorwegen, ter rede dezer stad geretourneerd. Bij deze tocht, welke ten doel had de snelheid der beide vaartuigen te beproeven, verneemt men, dat het gebleken is, dat de schoener de ADDER doorgaans het in snelheid heeft gewonnen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Jan Corver, makelaar, zal op maandag de 4e mei des avonds te 6 uur, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads-Herberg, aan het IJ verkopen een extra ordinair wel bezeild gezinkt schoener kofschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd CONCORDIA, en gevoerd door kapt. Bartelt J. Wygers. Volgens Nederlandse meetbrief, lang 28 ellen 50 duimen, wijd 4 ellen 99 duimen, hol 3 ellen 8 duimen, en alzo gemeten op 195 tonnen of 103 lasten.
Breder bij inventaris en bericht bij bovengenoemde makelaar of bij de cargadoors Jan Corver & Co.


04 mei 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 27 april. Het schip VROUW IDA, kapt. De Vries, van Flensburg naar Amsterdam, is alhier met gescheurde mast binnengelopen, doch zal de reis binnendoor voortzetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 1 mei. Het Nederlandse schip ELISABETH, kapt. Engelsman, hetwelk gisteren op de rede schade bekwam, is in het dok gezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Prijzen der scheepsaandelen, geveild te Dordrecht:
- 1/24e Aandeel in het gekoperd barkschip CLARA ANNA MARIA, kapt. P.J. Bakema: NLG 3.150, Koper: Bruininghuis Jr.
- 1/32e Aandeel in het gekoperd fregatschip JACOB CATS, kapt. J.A. Keeman: NLG 2.180. Koper: A. du Bois & Zoon.
- 1/64e Aandeel in het gekoperd barkschip OUD ALBLAS, kapt. P. Kley: NLG 1.370.
Koper: G. ’t Hooft & Zoonen.
- 1/32e Aandeel in het gekoperd fregatschip ORION, kapt. J. van der Linden: NLG 3.580.
Koper: F. Smit
- 1/64e Aandeel in het gekoperd barkschip TIMOR, kapt. C.M. Borghorst, NLG 1.250.
Koper: F. Smit.
- 1/64e Aandeel in het gekoperd fregatschip ADMIRAAL VAN HEEMSKERK, kapt. J.F.P.A. Abbema, NLG 2.460. Koper: G. ’t Hooft & Zoonen.
- 2/16e Aandeel in het gezinkt barkschip MERWEDE, kapt. D.J. van Driesten: NLG 1.920.
Koper: G. van Hoogstraten & Zoon.
- 1/8e Aandeel in het gezinkt kofschip de HOOP, kapt. P.J. Gust, NLG 1.200. Koper: G. van Hoogstraten & Zoon.
- 2/60e Aandeel in het gekoperd barkschip PICTURA, kapt. M.F. Tydeman, NLG 3.000. Opgehouden.


05 mei 1846


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, den 4 mei. Door den luitenant J.H. Sterk, voerende de Nederlandse oorlogsstoomboot HEKLA, is den 25 april, op 48 gr. Noorderbreedte en 8 gr. Westerlengte, gezien ene Nederlandse galjoot (opm: kof), tonende signaalvlag met nummer 198 (zijnde die van kapitein P. van der Haak, voerende de ADRIANA, van Rotterdam naar St. Thomas).


06 mei 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 5 mei. Aangaande het schip (opm: kof) de VEREENIGING, kapt. De Boer, van Cette naar Rotterdam, met schade te Barcelona binnengelopen, wordt van daar van de 24e april gemeld, dat hetzelve alstoen gereed was om de reis voort te zetten.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam,5 mei. Op de 7e mei a.s.,des namiddags te 1½ ure, zal aan de scheepstimmerwerf Het Witte Kruis in de Kleine Kattenburgerstraat een koopvaardij-barkschip te water worden gelaten.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen op maandag 4 mei, in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ:
- Een wel bezeild gezinkt schoener kofschip CONCORDIA, kapt. B.J. Wygers, gemeten op 195 tonnen. NLG 10.300. In slag 2.200. Koper C. Ament (opm: een makelaar, namens J.C. Londt, kapt. J.C. Londt Jr; de kof behield haar naam).
- 11/16 Part in het gekoperd fregatschip SARA JOHANNA, kapt. F.T. Verster, 774 tonnen. NLG 6.000. In slag NLG 500. Opgehouden.
- 1/16 Part in het gekoperd barkschip JACOBA MOURINA, niet geveild.
- 1/20 Part in het gekoperd fregatschip WASSENAAR, kapt. K. Spiegelberg, 619 tonnen. NLG 4.100. In slag NLG 10. Opgehouden.
- 1/32 Part in het Nederlands gezinkt schoener-kofschip HENRIETTE, kapt. J.C. Willems, 192 tonnen. NLG 350. In slag NLG 20. C.J. de Grys.
- 1/32 Part in het Nederlands kofschip ELISABETH, kapt. C.H. Veen, 142 tonnen. NLG 100. In slag NLG 5. Opgehouden.
- Een snel zeilend paviljoen-jacht. NLG 1.175. In slag NLG 20. Opgehouden.
- Een snel varende giek. NLG 110. In slag NLG 10. Opgehouden.
- Een Noorse jol NLG 40. In slag NLG 2. Opgehouden.


08 mei 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zierikzee, 4 mei. Op zaterdag de 2e dezer is alhier op de werf De Goede Intentie van stapel gelopen een kofschip genaamd MARINUS EN GEERTRUIDA; onmiddellijk daarop is de kiel gelegd voor een schoenerschip. Genoemde kof zal gevoerd worden door kapt. J.A. Spijkman, en is gebouwd voor rekening ener rederij onder directie der heren M.C. de Crane & Zoon.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Ubes, 28 april. De WILLEM CORNELIS, kapt. Reincke (opm: kapt. J.J. Reineke), van hier naar de Oostzee, heeft gisteren bij het uitzeilen gestoten, is lek teruggekomen met schade aan het roer en thans bezig de lading te lossen.


09 mei 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 8 mei. Hedenmiddag te half twee ure is van de werf Het Witte Kruis van de scheepsbouwmeesters Jerems. Meijes & Zonen in de Kleine Kattenburgerstraat alhier, met goed gevolg te water gelaten een barkschip, groot 250 lasten, bestemd voor de vaart op Oost Indië. (opm: kiellegging 1843 op speculatie gebouwd, als EENSGEZINDHEID door de werf in september 1847 onder kapt. K. Haasnoot in de vaart gebracht)


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 8 mei. Aan deze stad zijn gearriveerd: de schepen MERWESTROOM, kapt. D.H. Hazewinkel; LUCAS WILDERVANK, kapt. H.E. de Groot, en de VROUW ELIZABETH, kapt. E.T. Zaijer, allen van Liverpool, met ruw zout en katoen.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. In de vroege morgen van 26 april overleed te Parijs, in 67-jarige ouderdom, de heer Adolph Blussé van Oud-Alblas, Lid van de Raad der stad Dordrecht, enz.


11 mei 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare vrijwillige verkoping, te houden te Rotterdam op 18 mei van de overdekte damschuit CAROLINA, groot 25 ton. (opm: binnenvaarder)


12 mei 1846


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 11 mei. Aan deze stad is gearriveerd: het schip FENNEGINA, kapt. H.J. Puister, van Liverpool, met ijzer.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip JANTJE, kapt. Nap, met ballast van Alkmaar naar Noorwegen, is volgens brief van Tonningen van de 2e mei aldaar met schade binnengelopen. Het moet repareren.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip ALIDA JANTINA, kapt. Klasen, van Rotterdam naar Rouaan, te Yarmouth binnen, was de 2e mei gereed om de reis voort te zetten.


13 mei 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen datum of plaats) Gisteren namiddag is met het beste gevolg aan de werf van de scheepsbouwmeesters W. & J. Hoogendijk en Co te Capellen op d’IJssel van stapel gelopen het barkschip CANTON, groot ruim 250 lasten, bestemd voor de vaart op Oost Indië, en is onmiddellijk daarna de kiel gelegd voor een gelijk schip, genaamd MACAO, mede voor die vaart bestemd. (opm: de tewaterlating resp. kiellegging vonden plaats op 11 mei van de werf van inmiddels Cornelis Hoogendijk Wzn).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tonningen, 6 mei. De Nederlandse schoenerkof HOOP, kapt. Oldendorf (opm: DE HOOP, bouwjaar 1843; kapt. T.S. Oldendorp), van Hamburg met stukgoederen naar Koningsbergen, is gisteren op de Dithmarse kust totaal verongelukt, nadat dezelve waarschijnlijk op het wrak van het stoomschip MANCHESTER had gestoten. De kapitein en equipage, uit zes koppen bestaande, is door het Hamburger schip HERMANN gered en herwaarts gebracht.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Op woensdag de 3e juni 1846, des morgens te elf uur, zal ter terechtzitting van de arrondissementsrechtbank te Amsterdam, zitting houdende op het Paleis van Justitie aldaar, ten verzoeke van Jan Corver & Co., van beroep cargadoors, wonende te Amsterdam, bij gerechtelijke uitwinning, aan de meestbiedende en hoogst-mijnende worden verkocht een schip en toebehoren, zijnde een fregatschip, genaamd ECHO, lang 41 ellen en 70 duim, wijd 7 ellen 73 duim, hol 6 ellen 22 duim, gevoerd geweest door kapt. Richard Sill, doch welke plaats tijdelijk is bekleed door kapt. A. Breinholm, liggende met hetzelve alhier aan de werf Het Klaverblad, op de Kadijk, varende onder Noord Amerikaanse vlag.
De veil-condities zijn gedeponeerd ter griffie van opgemelde rechtbank, en mede in te zien te kantoor van de ondergetekende, procureur, in de Reguliersdwarsstraat bij de Vijzelstraat.
Amsterdam, 12 mei 1846, E.J. Asser, procureur.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 11 mei. Heden zijn hier aangekomen het Nederlandse schip KOOPHANDEL, kapt. G.J. van der Meij, van Amsterdam vertrokken de 24e december, en het dito schip LOUISE, kapt. J.T. Verschuur, van Rotterdam vertrokken de 13e januari.


14 mei 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Den Helder, 9 mei. Zr.Ms. brik de ZWALUW, kapt.luit.t.zee F.X.R. ´t Hooft, dezer dagen uit Indië terug gekomen, is met de 11e dezer buiten dienst gesteld.


  AH - Algemeen Handelsblad

Texel, 12 mei. Uitgezeild CORNELIS, kapt. F.D. Fokkes, naar Marseille.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Het kantoor van de scheepsmakelaars Visser en Van der Sande is verplaatst naar de Wijnstraat, bij het Groothoofd, lett. B no. 126.
Dordrecht, 12 mei 1846.


15 mei 1846


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Delfzijl, 12 mei. Heden arriveerde alhier voor de eerste keer de nieuwe ijzeren stoomboot KRONPRINZESSIN MARIE, toebehorende aan de Eems Stoomboot Maatschappij Concordia te Emden, met de directie aan boord, een proeftocht op hier doende. Zoals men verneemt, zal deze nieuwe, zeer elegant ingerichte, boot vanaf 1 juni twee keer des daags tussen Emden en Delfzijl varen, en in het seizoen regelmatig vaarten naar Norderney, Borkum en Helgoland er mede in verbinding brengen.
(opm: Den 20 Maart 1844 is van Emden op hier in de vaart gekomen de stoomboot KRONPRINZESSIN MARIE, in verbinding met eene Bargedienst op Groningen. - Uit KRONIJK VAN DELFZIJL, door T.R. van Streun, 1907. Wellicht was in 1846 de dienst uitgebreid met de vaarten naar de Duitse waddeneilanden en heeft het bericht derhalve betrekking op het seizoen 1846)


16 mei 1846


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 15 mei. Aan deze stad zijn gearriveerd: de schepen BERNHARD HERTOG VAN SAXEN WEIMAR, kapt. P.H. Hazewinkel, van Batavia, met suiker en koffie; ZWAN, kapt. W. Hoeken, van Liverpool, met zout en katoen; CERES, kapt. P. Vernis, van Liverpool, met zout en stukgoederen.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 11 mei. Heden is hier aangekomen de Nederlanse bark SOLOO, kapt. T.B. Teuniszen, met een passagier, van Rotterdam vertrokken de 18e december.


18 mei 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. In het laatst der maand juni zal via de Kaap de Goede Hoop naar Batavia vertrekken het Nederlands nieuwgebouwd, gekoperd en kopervast barkschip CANTON, kapt. K.W.E. Bergner.
Adres bij de cargadoors Wambersie & Crooswijck te Rotterdam en bij de cargadoors Wehlburg & Breuker te Amsterdam. (opm: eerste reis).


19 mei 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Para (opm: thans Belem, Brazilië), 27 maart. Het schip INDUSTRIE, kapt. Halewijck, van Londen naar herwaarts, is de 22e dezer alhier met 8 voet water in het ruim binnengebracht, hebbende be-oosten Salmas op strand gezeten. De lading is gedeeltelijk beschadigd gelost.


20 mei 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 19 mei. Volgens brief van kapitein J. van Hall in dato Mozambique 18/26 december 1845, wordt bericht, dat hij, ten gevolge van zee-evenementen, genoodzaakt was geworden op zijne reis van Mosambique naar Zanzibar, in dato 10 november 1845, in de Rio Fernaô Veloz, tot behoud van schip en lading, aldaar het anker te laten vallen; dat er, op deze rivier rustig voor anker liggende, onverwachts een scherp schot op het onder zijn bestuur staande Hollandse schoenerschip, genaamd MERCURIUS, werd gelost, hetwelk van een Portugees oorlogskotter afkwam, wiens commandant, zonder redenen te geven, het schip in beslag nam, de Hollandse vlag naar beneden liet halen en het schip MERCURIUS naar Mosambique opbracht. Men verneemt, dat de vereiste stappen zullen gedaan worden om voor deze wederrechtelijke behandeling de nodige vergoeding te erlangen. (opm: zie ook NRC 260747)


  JC - Javasche Courant

Batavia, 15 mei. Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark JOHANNA MARIA, kapt. J.C.F. Lupcke, van Rotterdam vertrokken de 13e januari.


23 mei 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bridport, 18 mei. De ARDJOENO, kapt. Eeltjes (opm: bark, bouwjaar 1845; kapt. H. Eeltjes), van Rotterdam naar Batavia, is deze morgen in de baai (opm: Lyme Bay) aan de grond geraakt, en men denkt, dat hetzelve geheel weg zal zijn. De equipage is gered.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 21 mei. Heden zijn hier aangekomen het Nederlandse schip J.C.J VAN SPIJCK, kapt. H. Nolte, van Rotterdam vertrokken de 14e januari, en het idem schip EOLUS, kapt. G.
Slichtenbree Jr., van Veere vertrokken de 6e januari.


25 mei 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Mary’s, Scilly, 17 mei. Alhier is met adsistentie binnengekomen het schip ARENTINA JACOBA (opm: ARENDINA JACOBA), kapt. Van Wijk, hebbende op 14 dezer op de hoogte van Longships een mast, ra’s enz. verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harwich, 19 mei. Men meldt, dat een Nederlands schip in de nacht van 17 dezer op de Gunfleet Sand is vergaan.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. H.J. Rietveld en D. Beth, makelaars, zullen te Amsterdam, op maandag de 15e juni 1846, in de Nieuwe Stads-Herberg, aan het IJ, presenteren te verkopen een extra ordinair wel bezeild gekoperd barkschip, genaamd MARIA SUSANNA HENDRIKA, gevoerd door kapt. S. Nielsen, groot volgens Nederlandse meetbrief 255 lasten of 482 tonnen, met deszelfs staand en lopend want, ankers, touwen, zeilen en verdere scheepsbehoeften; breder bij inventaris vermeld (opm: zie AH 170646),
alsmede 2/80 aandelen in het Nederlands fregatschip DOCTRINA ET AMICITIA, gevoerd door kapt. M.H.A. Villerius, en 5 aandelen in de stoomsleepdienst aan Den Helder.
Iemand nader onderricht begerende spreke met bovengemelde makelaars of met de cargadoors Hoijman en Schuurman, te Amsterdam.


26 mei 1846


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 25 mei. Voor deze stad is ingeklaard het schip URANIA, kapt. J.H. Kamminga, van Liverpool, met zout en stukgoederen.
Zaterdag namiddag is van deze stad naar Hellevoetsluis gezeild, het schip BIESBOSCH, kapt. P.M. Vogelsang, bestemd naar Batavia.


27 mei 1846


  JC - Javasche Courant

Batavia, 25 mei. De 23e dezer is hier aangekomen het Nederlandse schip EUROPA, kapt. D. Keus, met 7 passagiers, van Rotterdam vertrokken de 15e januari.
Gisteren zijn hier aangekomen de Nederlandse bark NAGASAKI, kapt. F.A. Bunnemeijer, met 6 passagiers, van Rotterdam vertrokken de 13e januari, en het idem schip DOGGERSBANK, kapt. W. Smith, met 17 passagiers, van Rotterdam vertrokken de 13e december.
Heden zijn hier aangekomen het Nederlandse schip FANNY, kapt. C.W. Flens, met enige passagiers, van Amsterdam vertrokken de 27e januari, het idem schip SAMARANG, kapt. D. Steur, van Rotterdam vertrokken en het idem schip CORNELIS WERNARD EDUARD, kapt. H. Hagens, van Rotterdam vertrokken de 27e februari.


28 mei 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 27 mei. Men verneemt met genoegen, dat nu geregeld de fraai gebouwde zeestoomboot WILLEM II tussen Amsterdam en de Lemmer vaart, en de reizen in 5 uur aflegt. In dadelijke correspondentie op deze zeeboot vaart een zeer nette kanaalstoomboot naar Stroobos, van waar de passagiers met een wel ingerichte ijzeren barge naar Groningen worden vervoerd.
Het is mogelijk om de reis langs deze nieuwe en aangenaam afwisselende dienst over een korte stille zee, en merendeels tussen de groene wallen zeer vlug, meestal in 17 uren tijds, af te leggen. Niet onbelangrijk is het voor de handel, dat de vrachtprijzen zeer laag zijn. Er bestaat daar geen dienst, die de reizigers zo spoedig en goedkoop naar de aangewezen en tussen gelegen plaatsen vervoert. Wie de reis naar Oost-Friesland, Hannover, Oldenburg, naar Noord-Duitsland of vandaar naar Amsterdam ondernemen wil, zal wel doen zijn reis zo in te richten dat hij dezelve geheel langs de binnenwateren aflegt; verdienende deze de voorkeur zo om de mindere kosten als het minst vermoeiende.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 27 mei. Voor deze stad zijn ingeklaard: de schepen JUNO, kapt. W.J. Chevalier, van Probolingo, en de ZWIJGER, kapt. J.H. Mugge, van Passaaroeang, beiden met koffie, suiker en tin.


29 mei 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 24 mei. De ZODIAC, kapt. Popcke (opm: schoener, kapt. C.D. Popken), van Nickerie naar Rotterdam, is alhier de haven binnengelopen, zijnde lek, met verlies van de sloep, verschansingen, zeilen, enz.


30 mei 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 29 mei. Wij vernemen, dat de nieuw te bouwen stoomsuikerraffinaderij op het terrein der werf de Oranjeboom in de Bikkerstraat zal worden gevestigd.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 29 mei. Aan deze stad zijn ingeklaard: de schepen MARIJ, kapt. T. Roelands, van Liverpool, met ruw zout en katoen, en ALBERDINA, kapt. J. Nagel, van Drammen met hout.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 26 mei. Heden zijn hier aangekomen het Nederlandse schip STAD AMSTERDAM, kapt. H. Blokziel, met 3 passagiers, van Amsterdam vertrokken de 24e december, het dito schip ELIZE, kapt. A.T. Oosterloo, met 2 passagiers, van Amsterdam vertrokken de 24e december, en het dito schip KONINGIN DER NEDERLANDEN, kapt. E. Groeneveld Cadee, van Helvoetsluis vertrokken de 14e januari.


02 juni 1846


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 30 mei. De kof MERWESTROOM, kapt. Hazewinkel, is met het naar zee zeilen op de Zuidwal aan de grond geraakt.


03 juni 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. H.J. Rietveld en D. Beth, makelaars, zullen te Amsterdam op maandag de 15e juni 1846 in de Nieuwe Stadsherberg aan het IJ presenteren te verkopen:
- een extra ordinair welbezeild gekoperd barkschip, genaamd MARIA SUSANNA HENDRIKA. gevoerd door kapt. S. Nielsen, groot volgens Nederlandse meetbrief 255 lasten of 482 tonnen, met deszelfs staand en lopend want, ankers, touwen, zeilen en verdere scheepsbehoeften, breder bij inventaris vermeld.
- 2/80e aandelen in het Nederlands fregatschip DOCTRINA ET AMICITIA, gevoerd door kapt. M.H.A Villerius.
Iemand nader onderricht begerende, spreke met bovengenoemde makelaars of met de cargadoors Hoyman & Schuurman te Amsterdam.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Stoomboot de STAD VLISSINGEN.
De directie adverteert, dat op maandag de 15e juni aanstaande, des voormiddags ten elf ure, in de tuinkamer van de Sociëteit St. Joris, door haar zal worden gedaan rekening en verantwoording over haar gehouden administratie, gedurende het jaar 1845, ter bijwoning waarvan de eigenaren van aandeel op naam, bij deze worden uitgenodigd.
Middelburg, 30 mei 1846, namens de directie, J.J. de Kanter, administrateur.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 29 mei. Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse bark de ONDERNEMING, kapt. J.C. Atkers, van Amsterdam vertrokken de … december, het dito schip MIDDELBURG, kapt. M. Rooderkerk, van Middelburg vertrokken de 24e december, en het dito schip JOSEPHINE KATHARINA, kapt. J. Andresen, met 2 passagiers, van … vertrokken de 27e januari.


04 juni 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Bij de op 3 juli in het Paleis van Justitie te Amsterdam gehouden openbare verkoping bij gerechtelijke uitwinning heeft het Amerikaanse fregatschip ECHO, gevoerd geweest door kapt. Richard Sill, groot 891 tonnen, NLG 30.000, in slag NLG 5.000 opgebracht. Koper werd D.E. Nijkerk.


  DC - Dordtsche Courant

Voor deze stad is ingeklaard het schip de BEURS VAN SCHIEDAM, kapt. H.J. Zeven, van St. Ubes, met zout.


06 juni 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 30 mei. De Nederlandse tjalk ANTINA, kapt. Stutvoet, met een lading cementstenen van Harwich naar Hamburg bestemd, is op het Vogelsand verongelukt. De equipage en een gedeelte der inventaris is geborgen. (opm. PGC noemt als scheepsnaam ANNEGINA; ANNECHIENA volgens de zeebrief; kapt. Jan Puister Stutvoet, het schip is vernoemd naar zijn echtgenote Annechijn A. Bekkering; zie ook NRC 110646)


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Publieke Vrijwillige Verkoping om contant geld.
Ten overstaan van de deurwaarder bij de Arrondissementsrechtbank te Dordrecht, B. van Geluk, op vrijdag 12 juni 1846, des middags ten 12 ure precies, ten huize en herberge van Gerrit van Erp, aan het Vlak aldaar, van een hechte, sterke en weldoortimmerde dubbel gebodemde aak, genaamd de GOEDE INTENTIE, laatst bevaren door schipper A. Wagenmakers, groot 35 tonnen, thans liggende in de Voorstraats Haven, aan de Nieuwbrug, aldaar, en zulks met deszelfs staande en lopend want en verder bijbehorende inventaris.
Nadere inlichtingen te bekomen ten kantore van de heer procureur J.P. Bredius, in de Nieuwstraat, en bij voornoemde deurwaarder Van Geluk, aan het Verkooplokaal in de Vischstraat te Dordrecht.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 3 juni. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip FLEVO, kapt. S.V. de Meij, met 3 passagiers, van Amsterdam vertrokken de 20e februari.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 3 juni. Het Nederlands-Indische schoenerschip de VERLOREN CHINESCHE STAART is thans hernaamd MOEHAMAT SAH, en vertrok heden onder kapt. Radjadeleer van hier naar Kroë.


09 juni 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 8 mei. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht geworden de navolgende schepen, als:
Voor Amsterdam: JOHANNA MARIA CHRISTINA, kapt. C.N. Gorter; MARGARETHA JOHANNA, kapt. M. Schou; ELISABETH EN ANTOINETTE, kapt. H.A. Besier; NEPTUNUS, kapt. J.N. Schnyder; VRIENDSCHAP, kapt. H.W. de Boer; STAD TIEL, kapt. E.M. Chevalier; JEANNETTE PHILIPPINE, kapt. N. Rademaker; EUGÉNIE, kapt. G.A. Klimp; MARGARETHA SIMONETTHA, kapt. F.J. Hoffman.
Voor Rotterdam: ADRIANUS EN JACOBUS, kapt. P.J. van Emmerik; NEDERWAARD, kapt. M.D. Meijer; NOVA ZEMBLA, kapt. L. Heijkoop; LUCIE, kapt. J. van der Schaft; LIBRA, kapt. U. Trip; IDA WILLEMINA, kapt. G.G. Geerling; OUD NEDERLAND, kapt. J.L. de Boer; MAASNYMPH, kapt. J.J. Muntendam.
Voor Dordrecht: LOUISA PRINSES DER NEDERLANDEN, kapt. A.A. Hordyk Wz.
Voor Middelburg: ROOMPOT, kapt. S. van Delden Az.; ZEEPAARD, kapt. J. Giltjes Jz.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 8 juni. Op de marine werf te Hellevoetsluis is den 6 dezer des middags ten 12 ure een brand ontstaan in een mothoop, denkelijk veroorzaakt door broeiing. Door de spoedig toegesnelde hulp van 8 brandspuiten en bij de volslagen windstilte was men de brand ten een ure meester. Ware de wind heviger en in een andere richting geweest, dan hadden de nabij zijnde houtloodsen groot gevaar gelopen en waren de gevolgen onberekenbaar. Nu is de schade slechts gering.


10 juni 1846


  JC - Javasche Courant

Batavia, 8 juni. Heden is alhier aangekomen de Nederlands-Indische schoener LANANG, thans hernaamd de TWEE GEZUSTERS, kapt. Tjoa Poetjan, van Cheribon vertrokken de 4e dezer.


11 juni 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 9 juni. Heden werd aan ’s Rijks werf alhier, in tegenwoordigheid van Z. Exc. de Minister van Marine met goed gevolg van stapel gelaten Zr.Ms. schoenerbrik BANDA.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 5 juni. Van het wrak van de ANTINA (opm. PGC noemt als scheepsnaam ANNEGINA, ook wel geschreven ANNECHIENA; zie NRC 060646), kapt. Stutvoet, van Harwich naar Hamburg, op het Vogelsand verongelukt, is nog geborgen een grootzeil, een stagfok, een kluiver, een zwaard, twee kompassen, twee ankers, twee watervaten, een giek en boom, enig gekapt touwwerk, enz.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 10 juni. Voor deze stad zijn ingeklaard, de schepen HARMONIE, kapt. P.H. Schabeling; BAREND, kapt. J.O. Staat, en GOUVERNEUR BARON VAN ZUYLEN VAN NIJEVELD, kapt. M.J. Regoort, allen van Liverpool, met zout en katoen.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Dordrecht ligt in lading naar Batavia, om spoedig te vertrekken, het fregatschip IDA WILLEMINA, kapt. G.G. Geerling; hebbende uitmuntende inrichtingen voor passagiers en varende een geëxamineerde scheepsdokter. Adres bij de scheepsmakelaars Gerard Mauritz of J.B. ’t Hooft, te Dordrecht, en M. Varkevisser, te Rotterdam.


13 juni 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 12 juni. Het schip SARA EN MARIA, kapt. Dijkers, van hier naar Batavia, is volgens brief van Rio de Janeiro van de 16e april, na bijkans voortdurend storm en tegenwind doorgestaan te hebben, de 3e dito aldaar met gebroken fokkemast, gekraakte grote mast, enz. binnengelopen. De kapitein hoopte tegen medio mei weder gereed te zijn ten einde de reis voort te zetten.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Directeuren van de Commercie-Compagnie te Middelburg, brengen bij deze ter kennis van de aandeelhouders in gezegde Compagnie, dat in de laatst gehouden algemene vergadering van hoofdparticipanten is besloten om een uitdeling van één percent te doen plaats hebben over het boekjaar 1845, en dat de boekhouder tot betaling daarvan zal vaceren van de 17e juni aanstaande, telkens 's woensdags en zaterdags van 's morgens negen tot des middags te twaalf uur.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 12 juni. Voor deze stad zijn ingeklaard: de schepen FORTUNA, kapt. T.S. Taay, van Liverpool, met zout en stukgoederen, en ALBERTINA, kapt. H.K. Potjewijd, van Cardiff, met ijzer.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 9 juni. Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse brik WILLEM, kapt. J.G. Schröder, van Rotterdam vertrokken de 12e januari, en het idem schip (opm: 3-mast galjoot) SUSANNA MARIA CATHARINA, kapt. E.J. Dirksen, van Bordeaux vertrokken de 15e januari.


15 juni 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Door sterfgeval uit de hand te koop een smakschip, groot circa 45 rogge-lasten, met deszelfs complete inventaris, zo als hetzelve alhier is liggende.
Te bevragen bij de cargadoors Kranenborg & Zonen, in de Oude Teertuinen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Nieuwe stoomvaart-dienst voor passagiers en goederen tussen Rotterdam en Antwerpen en tussen gelegen plaatsen, met het nieuwe snel varende stoomschip AMICITIA, vertrekkende van Rotterdam, maandag, woensdag en vrijdag van elke week.
Woensdag 17 juni 1846, des morgens te 121/2 uur. ('s nachts tussen 16 en 17 juni).
Vrijdag 19 juni 1846, des morgens ten 21/2 uur.
Aanlegplaats Boompjes, voor het Bolwerk. Adres bij Joh. Ooms Ez. & Co., Boompjes Wijk I 23 en Wolfshoek Wijk B 263.


16 juni 1846


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 15 juni. Voor deze stad is ingeklaard: het schip NOOIT GEDACHT, kapt. D. Lovius, van Stadhille (opm: Stathelle), met hout.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Dordrecht ligt in lading naar Batavia, om medio juli e.k. te vertrekken, het snelzeilend, gekoperd en kopervast Nederlands barkschip JUNO, gevoerd door kapt. W.J. Chevalier, voorzien van een geëxamineerde scheepsdokter, en hebbende bijzonder goede inrichting voor passagiers.
Adres bij de cargadoors Sandberg en Co. aldaar.


17 juni 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen op maandag 15 juni, in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ:
- Een overdekt aak- of Rijnschip, DE JONGE WILLEM, 118 tonnen, NLG 725. In slag NLG 50. Koper J. Corver.
- Een wel bezeild, in 1840 gebouwd, gekoperd barkschip MARIA SUSANNA HENDRIKA, kapt. S. Nielsen, 482 tonnen. NLG 36.000. In slag NLG 13.000. Koper H.J. Rietveld (opm: een makelaar, in opdracht van haar bouwer C.E. Duijts; de bark ging onder kapt. J.A. Knaap als ZEEVAART weer naar zee)
- 2/80 Aandelen in het Nederlands fregatschip DOCTRINA ET AMICITIA, kapt. M.H.A. Villerius. Niet geveild.
- Vijf aandelen in de Stoomsleepdienst aan Den Helder:
No. 1 groot NLG 250 1201/2 pct. Bakker.
No. 2 groot NLG 250 1201/2 pct. Craandijk.
No. 3 groot NLG 250 120 pct. Bakker.
No. 4 groot NLG 250 121 pct. Craandijk.
No. 3 groot NLG 250 120 pct. Bakker.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 14 juni. Gisteren zijn hier aangekomen het Nederlandse schip OUD ALBLAS, kapt. P. Kleij, met 4 passagiers en Zr.Ms. troepen, van Amsterdam vertrokken de 24e december, en de bark ABEL TASMAN, kapt. L. van Haften, van Dordrecht vertrokken de 27e februari.
Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip WASSENAAR, kapt. K. Spiegelberg, met een passagier, van Amsterdam vertrokken de 9e februari.


18 juni 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Volgens brief van Goree (kust van Afrika) in dato 11 april is de Belgische galjoot AUGUSTE, kapt. Helsmortel (opm: schoener, bouwjaar 1838; kapt. Jan Helsmoortel), komende van Ostende, op een bank op 1½ graad afstand van dit eiland vergaan. De equipage is gered geworden. Het schip is te Amsterdam verzekerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Christiansand, 30 mei. Kapt. Beerentsen, van Brest, rapporteert de 19e mei op 57º NB 04º OL gezien te hebben een Nederlandse kof, in ballast, zonder volk, drijvende en genaamd ANTINA. (red. het schip ANTINA, kapt. Schuring, van Bergen naar Riga, is de 29e april de Sond gepasseerd. (opm: de informatie dat de ANTINA, kapt. Reinder Jans Schuring, de Sont was gepasseerd van Bergen naar Riga is waarschijnlijk onjuist en zal moeten worden gelezen als van Riga onderweg naar Bergen; de kof blijft overigens in de vaart)


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 17 juni. Voor deze stad is ingeklaard: het schip DRIE KINDEREN, kapt. W. van Alewijn, van Liverpool, met zout en stukgoederen.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Dordrecht ligt in lading naar Batavia, om op 24 juni te Hellevoetsluis tot vertrek gereed te liggen, het snelzeilend gekoperd barkschip LOUISA PRINSES DER NEDERLANDEN, gevoerd door kapt. A.A. Hordijk, Wzn., hebbende uitmuntende inrichtingen voor passagiers en voerende een bekwaam scheepsdokter. Adres bij de cargadoor G. Mauritz, te Dordrecht.


19 juni 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 juni. Onze stoomvaart is weder met een schoon ijzer stoomvaartuig verrijkt. Het is genaamd AMICITIA en bestemd voor een geregelde vaart naar Antwerpen. De localen voor de reizigers zijn goed ingericht en net gemeubileerd. Het schip is vervaardigd door de heer Fop Smit van Nieuw Lekkerland en de machine door de heren Paul van Vlissingen en Dudok van Heel te Amsterdam. Beide strekken die heren tot eer. De tochten hebben, naar wij vernemen, alleszins voldoende uitkomsten opgeleverd en doen de onderneming in alle opzichte als aanbevelenswaardig kennen.


20 juni 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 19 juni. De gewone vergadering van de raad van de Nederlandsche Handelmaatschappij werd op de 16e dezer hier ter stede geopend en aan de bij die gelegenheid door de president van die inrichting gehouden aanspraak, ontleent men de volgende bijzonderheden, welke ten bewijze kunnen verstrekken, dat dit belangrijk handelslichaam, voortdurend en krachtdadig, bevorderlijk is aan de belangen van onze nationale handel, scheepvaart en nijverheid en alzo de hoogst nuttige steun blijft bieden aan de gewichtigste takken van onze volkswelvaart.
Van de door haar in 1845 aangevoerde koloniale producten, vermelden wij 932.667 balen koffie, 223.860 kanassers en 563 kisten suiker en 12.623 kisten indigo, benevens 8.419 kisten Java en 8.986 kisten China thee. Zij bezigde tot die aanvoer 160 schepen; terwijl gedurende de vijf eerste maanden van 1846, met 114 bodems bij haar werden aangebracht 504.199 balen koffie, 220.656 kanassers en 550 kisten suiker, 6.607 kisten indigo en 2.191 kisten Java thee.
De door haar in 1845 verkochte koffie bedroeg nagenoeg NLG 25.000.000
De suiker ruim - - - - - NLG 16.670.000
De thee (China en Java) ruim - - - NLG 865.000
Het tin ruim - - - - - NLG 2.181.000
De indigo ruim - - - - - NLG 4.424.000
De cochenille ruim - - - - - NLG 119.200
De specerijen circa - - - - - NLG 2.140.000
om van andere artikelen niet te wagen, en het gehele bedrag van de door haar in 1845 verkochte producten is nagenoeg NLG 51.625.000, hetwelk de opbrengst van 1844 met ruim NLG 6.760.000 overtreft.
Haar gezamenlijke uitzendingen bedroegen in 1845, met inbegrip van species en goederen ten dienste van het Indische bestuur, circa NLG 9.288.000, waaronder aan witte en ruwe katoenen, voor circa NLG 3.326.000, aan gedrukte katoenen voor circa NLG 141.000, aan weefgoederen voor circa NLG 175.000, aan lakens voor circa NLG 42.600, aan bladkoper voor NLG 51.000, aan glaswerk voor NLG 12.400, aan goud- en zilver-galon voor NLG 14.800, aan koffiezakken voor circa NLG 161.000, aan polimieten voor ruim NLG 145.000 en aan stafijzer voor ruim NLG 12.000. Die cijfers zijn, voor de witte en ruwe katoenen nagenoeg NLG 900.000 hoger dan in 1844, en ook voor de gedrukte, geweven en geverfde katoenen, gaan deze uitzendingen die des vorigen jaars aller aanmerkelijkst te boven; waaruit blijkt, dat deze inrichting wederom een zeer krachtige hand tot de nijvere volksklasse heeft uitgestrekt.
Zij bevrachtte in het jaar 1845 een scheepsruimte van 77.346 uitleverende lasten; dat is ruim 6.000 lasten meer dan in het vorige jaar en 14.000 lasten meer dan in 1843. Al de schepen door de Maatschappij in 1844 bevracht, waren reeds voor ultimo mei laatstleden, behouden in onze havens teruggekeerd; alleen het schip NEERLANDS KONINGIN uitgezonderd, hetwelk op de 24e februari 1845 op de Banjert (opm: Banjaard, zie o.a. AH 280245) is verongelukt.
Een bedrag van NLG 10.721.000 werd door haar, in 1845, aan de gezamenlijke rederijen, wegens verdiende retourvrachten, uitbetaald, terwijl bovendien nog ruim NLG 168.000, wegens verdiende vrachten op de uitreis van haar genoten werden.
Aan assurantiepremies betaalde zij in 1845 nagenoeg NLG 790.000; voegt men nu aan dit een en ander ter nadere beoordeling van het door haar verrichte, ter ondersteuning van de fabriek matige nijverheid hier te lande, nog toe, dat zij zich in 1845, 655.600 stukken ruwe katoenen, ter waarde van ruim NLG 2.970.000 heeft doen leveren, dat is 194.000 stukken meer dan in 1844; dat de haar gedane leveranties van gedrukte katoenen, die des vorigen jaars met ruim een tonne gouds te boven gaan; – dat zij 470 kisten weefgoederen aanschafte, ter waarde van ruim NLG 221.000 tegen 84 kisten, ter waarde van circa NLG 43.000 in 1844; dat zij, om de voorraad van dit fabricaat in Indië, haar orders op Adrianopelsch rode katoenen beperkte, doch zich ruim anderhalve tonnen gouds meer aan Adrianopelsch rode garens leveren deed, dan in 1844, terwijl zij voor circa een tonne gouds aan blauw katoen en voor meer dan NLG 166.000 aan koffiezakken aanschafte; dan schijnen deze daadzaken als zo vele bewijzen te mogen worden aangevoerd, dat de Nederlandsche Handel-Maatschappij, gelijk in het bijzonder ter tegemoetkoming aan de bezwaren, welke de jongste winter zo dreigend kenmerkten, zo ook in het algemeen, zich wederom krachtdadig werkzaam heeft betoond, ten nutte van onze meest gewichtige volksaangelegenheden, en voortdurend aan het nationale doel van haar oprichting beantwoordt.
Ook voor haar deelhebbers werden haar werkzaamheden met een gewenste uitslag bekroond, en de door de heren commissarissen goedgekeurde balans over het boekjaar 1845 brengt mede, dat wederom een dividend boven de vaste interest, aan de houders van aandelen op naam zal worden uitgekeerd.
Deze 24e gewone vergadering van de raad werd heden gesloten.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Nederlandsche Handel-Maatschappij.
De directie maakt, ingevolge het 94e van de artikelen van overeenkomst bekend, dat door de raad, in deszelfs zitting van heden, in overeenstemming met de bepalingen van het 92e en 9e van de even genoemde artikelen, is besloten, tot de uitkering van een dividend, over het boekjaar 1845, ten bedrage van vijf en zestig gulden, over elk aandeel, groot NLG 1.000, staande op naam; en verwittigt dientengevolge de houders van aandelen op naam, dat overeenkomstig de inhoud van de, bij die aandelen af te geven nieuwe dividend-bewijzen, tot de betaling, tegen intrekking van het elfde derzelve, zal worden gevaceerd bij de Nederlandsche Bank te Amsterdam en wel te beginnen met de eerste augustus 1846.
Tevens werd ter kennis gebracht van de houders van aandelen op naam, dat te beginnen met maandag de 29e juni aanstaande, dagelijks (zaterdag, zondag en de feestdagen uitgezonderd), van des ochtends 9 tot des namiddags 2 uur, ten kantore van de directie zal worden gevaceerd, tot afgifte van nieuwe dividendbewijzen, bij de bovenvermelde aandelen behorende, en zulks onder overlegging van die aandelen (zonder de couponbladen), met bijvoeging van naar volgorde op te maken nummerlijsten, die gratis verkrijgbaar zijn, bij de boekhandelaren Blikman & Sartorius, op de Vijgendam alhier. Voor de aldus in te leveren stukken, zullen reçu's worden afgegeven, welke op de achtste dag na de inlevering, wederom tegen de aandelen met de nieuwe dividendbewijzen, zullen kunnen worden ingewisseld.
Amsterdam, 19 juni 1846, Van der Oudermeulen, president, T. Schuurman, directeur fungerend secretaris.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 19 juni. Voor deze stad is ingeklaard: het schip HELENA, kapt. P.G. Strating, van Drammen met hout.


  DC - Dordtsche Courant

Brielle, 17 juni. De Noorse sloep FREDENSHAAB, kapt. B. Johnson, met traan, van Bergen naar Rotterdam, is, na bij het zogenaamde Sluissche gat tegen het strand gezeten te hebben, heden morgen. met behulp der Brielse ijssloep, in vlot water gebracht en in de Put ten anker gekomen.


22 juni 1846


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 22 juni. Thans vaart weder de barge van Groningen naar Stroobos geregeld drie malen des weeks, in verband met de fraaie kanaalstoomboot van Stroobos over Sneek naar de Lemmer, op welke laatste plaats dezelve arriveert tegen de tijd, dat van daar naar Amsterdam vertrekt de welbekende prachtige zeestoomboot WILLEM II. Even zo vertrekt de kanaalstoomboot weder van de Lemmer naar Stroobos spoedig na aankomst der stoomboot van Amsterdam. Daar deze dienst zich niet alleen door min kostbaarheid en spoedige overtocht, maar ook door sierlijke en geheel tot gemak der reizigers ingerichte vervoermiddelen aanbeveelt, maken wij hiervan met genoegen melding in het belang van hen, die goedkoop, snel en tevens op een min vermoeiende manier wensen te reizen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. J. Rengers Hora Siccama, notaris te Hoogezand, zal op maandag de 6e juli, des morgens te 10 uren, publiek verkopen het Nederlandse overdekte tjalkschip de VROUW HARMANNA HENDERIKA (opm: binnenvaarder), groot 72 tonnen, met al deszelfs opgoed en annexen, gevoerd bij Reinder Jurjens Kuipers, thans liggende te Martenshoek bij de werf van U.O. van der Werf. Deze verkoop zal plaats hebben ten huize van H.J. Nieboer te Hoogezand, bij wie de inventaris en voorwaarden in tijds ter lezing zullen liggen, alsmede ten kantore van Mr. J. Rengers Hora Siccama.


23 juni 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Kapt. Franc Tavares da Fonseca, gevoerd hebbende de Portugese schoener TONINHA, op de 12e december jl. te Ameland gestrand, zal op 1e juli e.k. door de griffier J. Heep, publiek, voor contant geld, verkopen het hol van genoemde schoener, zoals hetzelve op het oosteinde van Ameland, bij het dorp Nes op strand te bezichtigen is.
Alsmede zeilen, ankers, kettingen en verdere voorwerpen tot inventaris van genoemde schoener behoord hebbende, kunnende daags voor en op de dag van verkoop door een ieder worden bezichtigd, terwijl de conditiën van verkoop te vernemen zijn ten kantore van de heren J. Scheltema & Co., te Ameland, alsmede bij de heren De Haan Dommer & Co., te Amsterdam.
Daags voor de verkoop, alzo op 30 juni, zal te Holwerd een schuit gereed liggen, om de gegadigden naar Ameland over te brengen.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 22 juni. Voor deze stad zijn ingeklaard: de schepen VROUW NEELTJE, kapt. K. Parrel, van St. Ubes, met ruw zout; ARENTINA JACOBA, kapt. H.O. van Wijk, van Liverpool, met zout en katoen.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 22 juni. Het plan tot daarstelling ener stoomsleepboot-rederij op de IJssel is mislukt, doordien het daartoe benodigde kapitaal niet is volgetekend.


24 juni 1846


  JC - Javasche Courant

Batavia, 23 juni. Op de 12e juni is te Bezoekie aangekomen, de gezagvoerder, Mackenzie genaamd, van de Engelse schoener HEROINE, benevens negen man van de equipage. Dit vaartuig is in de nacht van de 24e april, komende van Sydney, in Straat Torres verongelukt.
Hetzelve stootte op een rif juist op het ogenblik dat van hetzelve aan twee in de nabijheid zeilende Engelse schepen de SAPPHIRE en de ENCHANTRESS een sein werd gegeven, om van koers te veranderen. Door het hevig stoten was de HEROINE binnen weinig tijd vol water en zonk voor dat men zich op het dek bevindende boten had kunnen neerlaten.
Hierdoor bleef slechts een grote boot, welke achter het schip op sleeptouw was tot redding over, welke de schipbreukelingen zwemmende moesten trachten te bereiken. Twee zendelingen benevens de heer Earl en echtgenoot die zich als passagiers aan boord bevonden, een kind van de gezagvoerder en drie Javaanse matrozen hebben bij dit noodlottig geval het leven verloren. De overigen hebben de boot weten te bereiken en zijn door hulp van de manschappen van de beide andere vaartuigen gered geworden.
(opm: zie ook JC 270646)


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Op een nader daartoe door het Vendu-Departement te bepalen dag zal door de deurwaarder en gezworen exploiteur bij de Landraad der stad en voorsteden van Batavia, ter instantie de advocaat Mr. H. Klein q.q. en ten overstaan van een commissie uit gemelde Landraad, bij wege van executie publiek worden verkocht voor rekening van de Chinees The Tgenghoen, zeker barkschip genaamd OEDJOENG PANDANG, met deszelfs inventaris, groot omtrent 57 lasten.
De deurwaarder voornoemd, Boesch.
(opm: bekort)


  JC - Javasche Courant

Batavia, 22 juni. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip ADMIRAAL TROMP, kapt. A.A. Herman, met Zr.Ms. troepen, van Amsterdam vertrokken de 27e januari.


25 juni 1846


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. De scheepmakers C. Gips en Zonen zijn voornemens, op aanstaande donderdag den 25 dezer, des namiddags ten 5 ½ ure, indien het water te vereiste hoogte bereikt, van hun Werf te water te laten, het barkschip VICE-ADMIRAAL RIJK.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Door de notaris Huibert Struyk, te Dordrecht, zal, in het Nederlandsch Koffijhuis van Jilles Zahn, over het Marktplein, aldaar, bij afslag, op zaterdag 27 juni 1846, des voormiddags ten elf ure, publiek worden verkocht een slijtwerf (opm: mogelijk sloopwerf), met daarop staande loods en getimmerte, staande en gelegen in het Kromhout, tussen de Sint Joris en Vriezepoorten, even buiten Dordrecht, kadaster sectie C no. 155. Te bezichtigen op 25 en 26 juni 1846, des voormiddags van 10 tot 12 en des namiddags van 2 tot 4 ure, mits voorzien van een consent-biljet van de notaris Struyk.
Een en ander in het brede omschreven, met opgaaf der verhuringen, zo bij de aangeplakte biljetten, als in de Dordrechtsche Courant van den 11 dezer.
Nadere onderrichting bij de notaris Struyk en bij de heer H. van der Heyde, executeur testamentair.


27 juni 1846


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 26 juni. Voor deze stad zijn ingeklaard: de schepen JUFFROUW GARRELS, kapt. J.J. Koerts, MERCURIUS, kapt. W. Kleindijk, beiden van Liverpool, met zout en katoen.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Voor passagiers en goederen ligt te Rotterdam in lading naar Batavia, om in het begin van juli te vertrekken, het Nederlands gekoperd barkschip CLARA ANNA MARIA, kapt. P.J. Bakema. Adres bij de cargadoors Vlierboom en Suermondt, te Rotterdam, en Visser en Van der Sande, te Dordrecht.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 26 juni. De op de 16e van deze alhier ter rede geankerde schoener ENCHANTRESS, kapt. R. Essenhigh, komende van Sydney, heeft van die plaats nieuwsbladen tot de 4e april aangebracht. Genoemde kapitein geeft verslag van een belangrijke gebeurtenis, hem op de reis herwaarts bejegend, het verongelukken namelijk van de Engelse schoener HEROINE, waarvan in ons vorig nummer reeds kortelijk is melding gemaakt. Zie hier een vertaling van het deswege door hem aan ons ingezonden verslag:
Op de 24e april laatstleden had er in mijne tegenwoordigheid een verschrikkelijke schipbreuk plaats, onderwijl ik met mijn schip ENCHANTRESS, Straat Torris passeerde, in gezelschap van de bark SAPPHIRE, kapt. Miller en de schoener HEROINE, kapt. Mackenzie, beide welke schepen gelijk met mij, op de 9e april van Sydney gezeild waren, zijnde wij besloten de binnen passage door te stevenen. Wij zeilden Break Sea Spit om op de 21e met flauwe oosterwind en schoon weer, en liepen een goede vaart tot de 24e nabij de Gloucester eilanden.
Te ongeveer een uur na middernacht stootte de HEROINE eensklaps op een lage koraalklip, de welke met hoog water bedekt was. Ik bevond mij toen niet verder dan twee kabellengten van dit schip. Ik gaf bevel het roer onmiddellijk te laten vallen, wij stuurden toen noordwaarts, welke manoeuvre de SAPPHIRE ook navolgde. Ongeveer tien minuten nadat dit plaats had, zag ik een flikkering van licht van het ongelukkige schip opgaan, waarna het onmiddellijk verdween. Ik praaide de SAPPHIRE en deelde kapt. Miller mede, in welke richting de HEROINE zich bevond toen ik dezelve het laatst zag; wij beiden besloten derwaarts koers te stellen, doch geen spoor kon van het schip meer gezien worden. Wij moesten dus afhouden tot dat de dag zou zijn aangebroken; gedurende welke tijd wij aanmerkelijk te loefwaarts afgedreven waren, tengevolge van een sterke noord-oosten stroom. Ik bevond mij toen zeer nabij het uiteinde van een andere reeks van klippen. Ik hees onmiddellijk een licht om de bark te waarschuwen voor het gevaar; doch het was te laat, want ook dit vaartuig was op een rif geraakt. Weinige ogenblikken later, toen de dag aanbrak, zag ik de ligging van de SAPPHIRE; terwijl ik tevens uit de top van mijn steng, de grote steng van de schoener HEROINE, omstreeks tien voet boven het water uitstekende, kon zien. Tevens ontdekte ik aan de andere zijde een kleine boot, (welke laatstgenoemd schip van Sydney af op sleeptouw had genomen om dezelve naar Port Essington over te brengen) vol mensen en op de klippen dobberende, met een wit laken als noodsein. Onmiddellijk liet ik een boot te water en zond dezelve met twee mannen en vier riemen ter hunner bijstand; doch bevindende dat zij niet bij ons konden komen, deed ik mijn schip wenden en stuurde derwaarts. Te omstreeks 8 uur in de morgen hadden wij de ongelukkigen aan boord, zijnde: 2 Europeanen (de heer Stubbs van Sydney en de heer Confaloniarie een Rooms Katholieke priester) 6 Maleische vrouwen, 5 inlanders van Port Essington, Noordelijk Australië, en 13 Maleiers; in alles 26 personen welke zich met de boot gered hadden, behalve nog 3 honden, 1 geit en 1 schaap. Ongelukkiglijk waren 3 personen verdronken, als: 2 Rooms Katholieke priesters, de heer en mevrouw Earl, een klein Europees meisje, een Chinees en 2 Maleiers.
Gedurende de tijd dat wij met deze boot bezig waren, was kapt. Mackenzie door de SAPPHIRE opgenomen. Hij was naar de bark gezwommen en verkeerde in zeer uitgeputte toestand, hebbende gedurende 6 uur in het water geweest. Meer dan een uur lang had hij zijn kleine dochter in de armen geklemd en zich slechts met behulp van een klein stuk hout boven water gehouden; doch bevindende dat het kind ten laatste gestorven was, werd hij genoodzaakt het aan de golven over te geven. Kapitein Mackenzie was, terwijl de bark SAPPHIRE op het rif zat, door de boot van dit vaartuig uit het water opgehaald. Men had hem van de bark af gezien en zeer nabij hem een grote haai.
Op de 3e mei, namen wij van een van de eilanden van de Sir Edward Hones groep, aan boord op: De heer Ray, stuurman van de HEROINE en 12 Maleiers, dewelke daar waren achtergelaten om tripang (opm: klipvis) te vangen; uitmakende in alles 40 personen die gered waren.
De 13e liep ik Port Essington binnen; de 1e juni Timor Koepang en de 12e Bali, in welke laatste haven kapt. Mackenzie en de heer Stubbs werden achter gelaten.
De ongelukkige HEROINE was zeer goed van boten voorzien, hebbende er drie, allen in buitengewoon goede staat; doch de schok was zo plotseling en onverwacht, dat er geen tijd bleef dezelve vlot te maken. Volgens de verklaring van de genen die gered werden, was het schip geen 6 of 7 minuten nadat hetzelve vast raakte, reeds gezonken. De mensen hadden niet het minste kunnen redden; zij konden slechts meenemen wat zij aan het lijf hadden en dit was zeer weinig, daar het ongeluk in het midden van de nacht plaats had. Had men de vorenbedoelde boot niet op sleeptouw gehad, dan zou er, naar alle waarschijnlijkheid, geen enkel mens gered zijn geworden.
Batavia, 16 juni 1846, Richd. Essenhigh, bevelhebber van de schoener ENCHANTRESS.


29 juni 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen datum) Men schrijft uit Hellevoetsluis, dat de stoomboot BATAVIA aldaar op de rede ten anker gekomen is om een proeftocht in de Noordzee te ondernemen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum). De 24e dezer des namiddags is met goed gevolg van de werf van de scheepsbouwmeesters C. Gips & Zonen te Dordrecht te water gelaten het barkschip VICE-ADMIRAAL RIJK, groot 330 lasten, gevoerd zullende worden door kapt. S. Lammerts en gebouwd voor rekening van A. Ahlers Jr. te Amsterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rio de Janeiro, 8 mei. Het schip SARA EN MARIA, kapt. Dijkers, van Amsterdam naar Batavia, alhier met schade binnen gelopen, heeft de reparatie geëindigd en is gereed de reis weder voort te zetten.


30 juni 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 26 juni. Het schip JUNO, kapt. Lindberg, van Stockholm naar Vianna, is alhier lek, met ingestoten boeg, verlies van boegspriet enz. binnengelopen, zijnde bij Goudstaart (opm: Start Point) aangezeild. (opm: waarschijnlijk buitenlander).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 25 juni. Het schip DOROTHEA, kapt. Giezen, van Hamburg naar Amsterdam, is alhier gisteren met adsistentie van loodsen masteloos binnengebracht. Het moet lossen om te repareren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 29 juni. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht geworden de navolgende schepen, als:
Voor Amsterdam: De MARIA, kapt. H.D. van Wyk; STRAAT SUNDA, kapt. T.C.H. Kock; ELISABETH ANTHONIA, kapt. P. Bakker; RHIJN, kapt. C. Brandligt; DIONYSIA CATHARINA, kapt. P. Arenspoot; ADMIRAAL VAN HEEMSKERK, kapt. J.F.P.A. Abbema; THEODORA EN SARA, kapt. A. van Oosterom; WILHELMINA ARNOLDA, kapt. J.L. Mulder; DECIMA, kapt. J. Bolhuis; ANJER, kapt. G. Gerrits; ZEEVAART, kapt. J.A. Knaap; WILLEM ERNST, kapt. H. Wittebol; OCEAAN, kapt. N.D. de Boer; JAVA COERIER, kapt. F.G. Reinits.
Voor Rotterdam: MARIA EN HILLEGONDA, kapt. J. Martens; TWEE ANTHONY'S, kapt. A. Plug; ERFPRINSES VAN ORANJE, kapt. C.J. Kaleshoek; OLIVIER VAN NOORD, kapt. J.W. Verberne; CERAM, kapt. T.K. Veldman; GENERAAL BARON VAN GEEN, kapt. B.P. van Weyland, beide van Dordrecht.
Voor Dordrecht: JAN VAN HOORN, kapt. J. Bouten.
Voor Middelburg: MINERVA, kapt. J.A. van Boven.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 29 juni. Voor deze stad is ingeklaard: de GOEDE HOOP, kapt. W.K. Mulder, van Liverpool, met zout en katoen.


  DC - Dordtsche Courant

Het schip SARA EN MARIA, kapt. Dijkers, van Amsterdam naar Batavia te Rio Janeiro met schade binnen, heeft de reparatie geëindigd en op 8 mei de reis weder voortgezet.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. J.C. van Slooten, notaris in het Arrondissement Winschoten, ter standplaats Veendam, gedenkt, ten verzoeke van zijn principaal, op vrijdag de 10e juli 1846, des avonds te 7 uren, ten huize van de logementhouder Duintjer te Veendam, publiek te verkopen het Nederlands kofschip FENNECHIENA ELIZABETH, groot 95 Nederlandse tonnen, met alle deszelfs opgoederen en toebehoren, zo als hetzelve door kapt. W.A. Wijkman is gevoerd en thans te Rotterdam in de Haringvliet is liggende. De inventaris der opgoederen zal van heden af ten huize van verkoop, ten kantore van bovengenoemde notaris en ten kantore van de heren Kuiper, Van Dam & Smeer te Rotterdam, ter inzage liggen. (opm: de FENNECHIENA ELISABETH, bouwjaar 1842, werd voor NLG 5.700 aangekocht door kapt.-eigenaar Jacob Berend Wijgers; nieuwe scheepsnaam WILLEMINA JELTINA)


01 juli 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Verkoping op vrijdag de 3e juli 1846 op de Noordermarkt te Amsterdam, des voormiddags 11 uur, van een grote aanzienlijke partij afbraak, afkomstig van de gebouwen van de werf De Oranjeboom, in de Bikkerstraat, bestaande in zware balken, vloer- en schot-delen, ribben, richels, zware kozijnen, deuren, ramen en trappen, in onderscheidene kwaliteiten en lengten, hetgeen twee dagen voor en op de verkoopdag zal te zien zijn.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Publieke verkoping op Texel. Op dinsdag de 7e juli 1846, des namiddags 5 uur, zal ten overstaan van de notaris J.L. Kikkert, in de Herberg de Rijzende Zon, op de haven van Texel, publiek worden verkocht het overdekt gewegerd kajuitschip, genaamd DE VROUW BAUKJE (opm: geen zeeschip), groot 59 tonnen, met deszelfs mast, zeil en treil, ankers touwen, bomen, haken, enige koksgoederen, en hetgeen verder daar aan en bij behoort, zodanig als hetzelve vaartuig thans in de haven van Texel is liggende.
Nadere informatiën zijn op franco aanvraag te bekomen bij bovengenoemde notaris.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen op maandag 29 juni, in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ:
– Een wel bezeild damloper-schip de VROUW AGATHA (opm: binnenvaarder), schipper H. Nooy, 82 tonnen. NLG 1.950. In slag NLG 400. Opgehouden.
– 1/20 Aandeel in het gekoperd fregatschip CORNELIS HOUTMAN, kapt. J.H. Rolman, 583 tonnen. NLG 3.500. In slag NLG 900. Opgehouden.
– 1/20 Aandeel in het gekoperd fregatschip VAN GALEN, kapt. C. Dekker, 609 tonnen. NLG 3.600. In slag NLG 950. Koper H.J. Rietveld.
– 1/32 Aandeel in het gekoperd fregatschip NEPTHUNUS, kapt. J.N. Schneyder, 781 tonnen. Niet geveild.
– 1/32 Aandeel in het gekoperd fregatschip ADMIRAAL JAN EVERTSEN, kapt. C.S. Kuyper, 1.077 tonnen. Niet geveild.
– 1/40 Aandeel in het gekoperd fregatschip CLAUDIUS CIVILIS, kapt. J. Ingerman, 685 tonnen. NLG 1.900. Inslag NLG 400. Koper G.J. Boelen.


02 juli 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

's-Gravenhage, 30 juni. De heer P. Varkevisser, president van het College van de Kleine Visserij van Zuid- en Noord-Holland, heeft aangekondigd, dat de pogingen van de commissie, tot de aanbouw en de uitrusting van een vispink op Ter Heyde, met de beste uitslag zijn bekroond, zodat de nieuw gebouwde vispink TER HEIJDE’S HOOP reeds deze week te Scheveningen op het strand gereed zal staan, om van daar naar haar bestemming te vertrekken. Deze onderneming is alleen door milde bijdragen tot stand gekomen, daar de bewoners van Ter Heyde niet een cent bezitten, om daaraan toe te brengen. Dank zij dus het Koninklijke Huis, de Nederlandsche Handel-Maatschappij, de Zuid-Hollandsche Redding-Maatschappij en vele mensenvrienden, die hiertoe zo bereidwillig hebben gelieve bij te dragen. God geve over dit werk de beste zegen!


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Kapitein G.L. Swart, gevoerd hebbende het afgekeurde kofschip CORNELIA, (opm: bouwjaar 1840, kapt. G.L. Swart; zie LC 130246, NRC 140246, AH 160346, PGC 070446; de zeebrief werd op 20 augustus ingeleverd en geroyeerd; zie echter AH 061046), gedenkt op dinsdag de 14e juli 1846, des morgens te 9 uur, door de griffier J.J. Heep, in het Moddergat onder Peasens, publiek aan de meestbiedende te verkopen:
- Het wrak, zittende op de Engelsmanplaat.
- De van hetzelve geborgen tuigage, als rondhouten, zeilen, ankers, touwen, watervaten, kettingen, grote boot, koks- en kajuitsgoederen en hetgeen meerder daartoe behorende is geweest.
Informatiën dien aangaande zijn te bekomen bij de heren J.J. Heep, te Holwerd, H.A. Hespe, te Amsterdam en Harmens & Zonen, te Harlingen.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 1 juli. Voor deze stad zijn ingeklaard: de schepen ALBION, kapt. R. Tiaclain, van Newcastle, met steenkolen; BROEDERTROUW, kapt. H.H. Oldenburger, van Marseille, met meekrap en stukgoederen.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. De houders van cognossementen over goederen van Marseille te Dordrecht aangebracht, met het schip BROEDERTROUW, gevoerd door kapt. H.H. Oldenburger, gelieve zich ten spoedigste aan te melden ten kantore van de cargadoor J.B. ’t Hooft te Dordrecht, liggende het schip gereed tot lossen.
Dordrecht, 30 juni 1846.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Amsterdam ligt in lading naar Batavia, om in het begin van juli te vertrekken, het gekoperd en kopervast fregatschip ADMIRAAL VAN HEEMSKERK, kapt. J.F.P.A. Abbema, hebbende uitmuntende inrichtingen voor passagiers, en voerende een bekwame scheepsdokter. Adres voor passagiers en goederen bij de cargadoors J. Daniels en Zoon en Arbman, te Amsterdam, en Visser en Van der Sande, te Dordrecht, of bij de kapitein aan boord.


03 juli 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 28 juni. Het schip VROUW HILKEA, kapt. Reents, van Hamburg, laatst van Greetzijl (opm: Greetsiel), naar Amsterdam, is de 22e dezer op de Memmert (opm: plaat onder het eiland Juist) totaal verongelukt, doch het volk gered en een gedeelte der lading en vleet geborgen.


04 juli 1846


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 3 juli. Voor deze stad is ingeklaard: VRIENDSCHAP, kapt. T. Wijnstok, van Newcastle, met ijzer.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Dordrecht ligt in lading naar Batavia, om op 8 juli te vertrekken, het kopervast en gekoperd barkschip JAN VAN HOORN, kapt. J. Bouten, hebbende zeer goede inrichtingen voor passagiers en voerende een bekwame scheepsdokter. Adres bij de cargadoors Visser en Van der Sande, te Dordrecht, of bij de kapitein aan boord.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Dordrecht ligt in lading naar Batavia, om op 8 juli te vertrekken: Het snelzeilend, gekoperd, kopervast barkschip de ZWIJGER, kapt. J.H. Mugge, hebbende voortreffelijke inrichtingen voor passagiers en voorzien van een geëxamineerd scheepsdokter. Adres bij de cargadoor J.B. ’t Hooft, te Dordrecht.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Dordrecht ligt in lading naar Batavia, om op 12 juli te Hellevoetsluis gereed te liggen: Het snelzeilend, nieuw gekoperd, kopervast fregatschip CERAM, kapt. T.K. Veldman, hebbende zeer ruime en voortreffelijke inrichtingen voor passagiers en voorzien van een geëxamineerd scheepsdokter. Adres bij de cargadoor J.B. ’t Hooft, te Dordrecht.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Dordrecht ligt in lading naar Batavia, voor goederen en passagiers, om op den 20 dezer te vertrekken, het nieuw gekoperd fregatschip GENERAAL BARON VAN GEEN, kapt. B.P. van Wijland, voerende een geëxamineerde scheepsdokter.
Adres bij de cargadoors J.B. ’t Hooft en G. Mauritz te Dordrecht, en Hudig en Blokhuyzen te Rotterdam.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Naar Lissabon ligt te Dordrecht in lading, het gezinkt schoener kofschip HELENA, kapt. L.P. Stratingh, om ten spoedigste te vertrekken. Adres bij de scheepsmakelaars Visser en Van der Sande, te Dordrecht.
(opm. zie bovenstaande advertentie. Lijkt een bijzonder gezicht geweest voor Dordrecht, 5 schepen tegelijkertijd in lading liggend. Over enkele dagen komen er nog meer bij).


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Door de agenten der Samarangsche Weeskamer voor de zaken te Soerabaija zal op woensdag de 15e juli 1846 publiek worden verkocht de bark RAULAH, met deszelfs scheeps-inventarisgoederen, staand en lopend want, zo als dezelve is liggende ter rede Soerabaija, toebehorende aan de boedel van wijlen de Arabier Sarif Oemar bin Hoesin Alkadrie, welk vaartuig in het jaar 1841 is gebouwd en gekoperd, met een dek, groot 94 lasten.
Soerabaija, de 20e juni 1846, de agenten der Samarangsche Weeskamer te Soerabaija, J. Smissaert, J.C. Dunki.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Te koop de Nederlands-Indische brik HARRIET, groot 120 lasten, voorzien van een volledige inventaris.
Informatie te bekomen bij Paine, Stricker & Co. alhier en Fraser, Eaton & Co. te Soerabaija.
Batavia, 27 juni 1846.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Ter verkoop wordt aangeboden de Nederlands-Indische schoener BEIJKORF, groot nagenoeg 35 koijangs, in uitmuntende staat en voorzien van een behoorlijke inventaris.
Voor informatiën adressere men zich aan Thompson, Roberts & Co.
Batavia, 3 juli 1846.
(opm: zie JC 110746 en JC 150746)


  JC - Javasche Courant

Batavia, 2 juli. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip VAN GALEN, kapt. C. Dekker, vertrokken van Amsterdam de 12e maart.


06 juli 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 juli. Het Journal de la Haye van heden bevat een artikel, waarin men meldt, dat de stoomboot AMICITIA voor Bath was vast geraakt en zich daar in zeer gevaarlijke positie heeft bevonden. Dit ongeluk wordt toegeschreven aan een ongeregelde begeerte om de stoomboot WILLEM DE TWEEDE, die ook naar Antwerpen stevende, vooruit te stomen. Wij zijn verzocht dit bericht geheel tegentespreken. Een klein gebrek aan de ketel, hetwelk trouwens bij nieuwe stoommachines niet ongewoon is, heeft de reis der AMICITIA vertraagd tot de volgende morgen, als wanneer de boot in goede staat te Dordrecht is aangekomen. Men ziet nu de ketel met zorg en nauwkeurigheid na, en ten gevolge van de hierdoor nodig geworden werkzaamheden, is de vaart voor enige dagen gestaakt (opm: Klein was het gebrek niet. Het schip hervatte op 27 augustus pas haar dienst!).


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Op het Geneeskundig Etablissement Zuiderburg, bij 's-Gravenhage, is, na een liefderijke verzorging van enige weken, overleden de heer David Charlau, oud 35 jaar, koopvaardij-kapitein (opm: laatstelijk op het fregat INDIA), diep beweend door zijn enige zuster en zijn schoonbroer, maar, om zijn trouw en bekwaamheid, en om zijn manhaftige bedaardheid, niet minder betreurd en met eer herdacht door allen, die tot hem in betrekking stonden, en in het bijzonder door A. van Hoboken & Zonen.
Rotterdam, de 2e juli.


07 juli 1846


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 6 juli. Voor deze stad is ingeklaard: JONGE WILLEM, kapt. H.B. Kopper, van St. Ubes, met zout.


  DC - Dordtsche Courant

Zondag zijn van deze stad naar Hellevoetsluis vertrokken, de schepen LOUISA PRINSES DER NEDERLANDEN, kapt. A.A. Hordijk Wz., en IDA WILLEMINA, kapt. G.G. Geerling, beiden bestemd naar Batavia, zijnde het eerste bij ’s Gravendeel en het laatste onder de Mijl (opm: traject voor de gevaren mijl t.b.v. snelheidsmeting) ten anker gekomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

In enige Noorse bladen leest men het volgende aangaande een zeeroverij in de Noordzee. Kapitein Gjertsen, voerende de brik BETTY, van Thjömöe (mogelijk: Tromsø) rapporteert, dat hij op zijn reis naar Calais de 31e mei op 53º NB 03º WL door twee Nederlandse barkassen is aangehouden, waaruit zes man bij hem aan boord kwamen en brood en water vroegen. Na hen van een en ander voorzien te hebben, eisten zij met bedreigingen spek. Daar dit echter door hem geweigerd werd, vervolgden zij hem tot in de kajuit. Na vervolgens weder op het dek terug gekeerd te zijn, kwamen op hun geroep van “entert” nog drie man uit de barkassen aan boord, welke merendeels met grote messen gewapend waren en, na het gehele schip doorzocht en hem van een tros en een fokkeschoot beroofd te hebben, zijn schip weder verlieten.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 5 juli. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip KNICKERBOCKER,kapt. B. Koster, met een passagier, van Amsterdam vertrokken de 24e december (opm: bark, uitzonderlijk lange reis).


08 juli 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 7 juli. Aangaande het schip SARA EN MARIA, kapt. Dijkers, van hier naar Batavia, te Rio de Janeiro met schade binnen gelopen, wordt van daar in dato 7 mei gemeld, dat bij de ontlossing gebleken was, dat de grote- en fokkemast, benevens twee ra’s en het ezelshoofd vernieuwd moesten worden, met welke reparatie men toen bezig was. De kapitein hoopte in de loop der maand juni weder tot vertrek gereed te zullen zijn.


09 juli 1846


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 8 juli. Voor deze stad is ingeklaard: het schip SIEKE VAN DER WEST, kapt. B.W. Luke, van Riga, met rogge en hennip.


10 juli 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen datum of plaats). Het Belgische driemast schip AMALIA, kapt. Knudsen, toebehorende aan de Société Maritime te Brussel, en ten gevolge van haverij (opm: averij, vgl. havarie) ter rede gekomen op de rivier van Gabon, in Opper Genua, is afgekeurd en de 29e april l.l. verkocht.
(opm: De bark, bouwjaar 1835, was in 1841 vanuit Pruisen aangekocht. Kapt. Knudsen had gepoogd het schip te doen stranden om ‘wrak’ en lading zelf op te kopen om met winst te verkopen. De bemanning dwong hem echter de bark weer zeewaardig te maken, zie verder NRC 300746 en 050946.)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 9 juli. Het schip STAD AMSTERDAM, kapt. Seijffert, van hier naar Lingen, is volgens brief van Enkhuizen van de 7e dezer aldaar op een zandbank vastgeraakt, doch met verlies van mast door vissersschuiten binnengebracht. De lading zou waarschijnlijk weinig beschadigd zijn geworden.


  LC - Leeuwarder Courant

Verslag van den Staatsraad, Gouverneur en de Gedeputeerde Staten der provincie Friesland, aan de Staten van dat Gewest, in derzelver gewone vergadering van den jare 1846.
Paragraaf 34 [extract]. Ons nu nog overgebleven zijnde, om bij dit gedeelte van ons verslag mededeling te doen van de uitkomsten der Walvis- en Robbenvangst met de daartoe uitgeruste en uit Harlingen uitgezonden schepen DIRKJE ADAMA en SPITSBERGEN, is het ons aangenaam Ued. Groot. Achtb. te kunnen vermelden, dat deze uitkomsten gunstiger zijn geweest dan die van 1844, en dezelve dan ook gene aanleiding hebben behoeven te geven, om aanvrage ter bekoming van de bij wet bepaalde premie voor wanvangst te doen.
De schepen hebben, uit hoofde dezelve, even als die van Hamburg en Bremen, eerst naar Groenland konden afzeilen op den tijd dat de robbenslag aanvangt, dien slechts zeer kort kunnen uitoefenen, doch, zulks in aanmerkingen genomen, is men over de vangst tevreden geweest.
Met het schip DIRKJE ADAMA zijn aangebracht 2076 en met het andere 1934 robben.
De walvisvangst was over het algemeen ongunstig en er zijn slechts weinige vissen, meest zeer kleine, gevangen. Naar omstandigheden was de commandeur van het schip DIRKJE ADAMA daarin niet ongelukkig, daar hij 3 vissen medebracht. Minder gelukkig was evenwel de commandeur van het schip SPITSBERGEN, die slechts 1 vis had gevangen.
Na in dit jaar weder door de heren Barend Visser en Zoon te Harlingen ter walvis en robbenvangst te zijn uitgerust, zijn deze schepen op behoorlijke tijd uitgezeild.


11 juli 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) Het nieuw gebouwde barkschip VICE-ADMIRAAL RIJK, kapt. S. Lammerts, zal tegen het einde der maand juli van Dordrecht naar China via Batavia vertrekken.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Dordrecht ligt in lading naar Batavia, om medio juli e.k. te vertrekken, het snelzeilend, gekoperd en kopervast Nederlands barkschip JUNO, gevoerd door kapt. W.J. Chevalier, voorzien van een geëxamineerde scheepsdokter, en hebbende bijzonder goede inrichting voor passagiers. Adres bij de cargadoors Sandberg en Co., aldaar.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Naar China, via Batavia, zal tegen het einde van juli van Dordrecht vertrekken:
Het nieuw gebouwd Nederlands barkschip VICE ADMIRAAL RIJK, kapt. S. Lammerts: ter inlading van goederen of bekoming van passage naar Neerlands Indië of China, gelieve men zich te adresseren bij de cargadoors Sandberg en Co., te Dordrecht, of Canne en Balwé te Amsterdam. hebbende gemeld schip uitmuntende inrichtingen voor passagiers.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Voute & Guérin zullen op hun vendutie van vrijdag de 17e dezer, om 11 ure precies, verkopen de Nederlands-Indische schoener BEIJKORF, groot ca. 35 koijangs, in uitmuntende staat, met deszelfs inventaris, welke dagelijks voor een ieder ten hunne kantore ter inzage ligt.


14 juli 1846


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 13 juli. Voor deze stad is ingeklaard: het schip POMONA, kapt. J.P. Piek (niet goed leesbaar; mogelijk buitenlander), van Swansea, met ruw ijzer.


15 juli 1846


  JC - Javasche Courant

Advertentie. De verkoop van het schip BEIJKORF op de vendutie van vrijdag de 17e dezer bij Voute & Guérin is uitgesteld tot na de volgende week.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 15 juli. De 10e dezer is hier aangekomen het Nederlandse schip JACATRA, kapt. J.C. van der Zweep, vertrokken van Rotterdam de 21e februari.
De 11e dezer is hier aangekomen het idem schip AERT VAN NES, kapt. J. Noback, vertrokken van Amsterdam de 12e maart.
De 12e dezer zijn hier aangekomen het idem schip PRINS HENDRIK, kapt. J. Goedhook, vertrokken van Amsterdam de 6e maart, en de idem bark JOHAN JACOB, kapt. Van Geelkerken, met Zr.Ms. troepen, vertrokken van Amsterdam de 29e maart.


17 juli 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dordrecht, 15 juli. Gisteren is alhier bij de scheepsbouwmeester Jan Schouten te water gelaten de bark SPHYNX voor rekening ener rederij onder directie der heren J. & F. van Wageningen, en bestemd voor de vaart op Indië. Onmiddellijk daarna is de kiel gelegd voor de bark ANNA.


18 juli 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Alblasserdam, 16 juli. Heden is alhier met het beste gevolg van de werf van de scheepsbouwmeester Cornelis Smit te water gelaten het gekoperd barkschip A.R. FALCK, voor rekening ener rederij onder directie van de heren Boissevain & Co. te Amsterdam. Deze bodem is bestemd voor de vaart op de Grote Oceaan en zal als gezaghebber gevoerd worden door kapt. L.A.J. Boulet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 9 juli. De Nederlandse kof ZEELUST, kapt. De Boer, is heden alhier de haven binnen gekomen om enige geringe schade te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Malta, 5 juli. Het schip BRAZILIËN, kapt. Van der Windt, van Rio de Janeiro naar Triëst, alhier met schade binnengelopen, heeft de 26e juni na volbrachte reparatie de reis weder voortgezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Glückstadt, 12 juli. Volgens bericht van de Groenlandsche Visscherij hadden de Harlinger schepen SPITSBERGEN, kapt. Both, en DIRKJE ADAMA, kapt. Mehlen, ieder 300 robben geslagen en luidden over het algemeen de berichten over de vangst ongunstig.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Te Rotterdam ligt in lading naar Triëst het nieuw gebouwd en gekoperd Nederlands schoenerschip EDUARD, kapt. C. Ouwehand. Adres ten kantore van Kuyper, Van Dam en Smeer. (opm: het schip lag al op 1 juli 1846 in lading voor deze bestemming).


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 17 juli. De stoomboot BATAVIA, welke het Gouvernement te Fijenoord heeft doen bouwen om de geregelde dienst tussen Batavia en Singapore te doen en waarvan de proefreis in de Noordzee met de gunstigste uitslag bekroond is geworden, zal in staat van dienst worden gesteld en zich in het begin van de maand september e.k. naar de Indiën begeven.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 17 juli. Voor deze stad is ingeklaard: het schip NOOIT GEDACHT, kapt. D. Lovius, van Stadhille, met hout.


20 juli 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cowes, 16 juli. De CANTON, kapt. Bergner, van Rotterdam naar Kaap de Goede Hoop, is heden alhier binnengelopen met verlies van kluiverboom en schade aan de voorsteven, door dien het schip op de hoogte van Portland is aangezeild.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brussel, 17 juli. De politie heeft gisteren den heer de Brabander, kapitein op het Belgische schip REMBRAND, in hechtenis genomen, ais zullende hij zich, in zee zijnde, aan verregaand misbruik van macht hebben schuldig gemaakt.


21 juli 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 20 juli. Het schip KOLONIST, kapt. P.J. Feijnt, van hier te Suriname aangekomen, heeft bij de Portugese kust een steng verloren, waardoor één man der equipage over boord geslagen en verdronken en één zwaar gekwetst is geworden. (opm: volgens NRC 020147 zou de KOLONIST [kof, bouwjaar 1820] in 1846 zijn afgekeurd; nadere gegevens ontbreken)


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Heden beviel voorspoedig van een zoon, Ida Willemina Hordijk, geliefde echtgenoot van Jacobus de Voogd, Jr.
Dordrecht, 20 juli 1846.
(opm: in 1839 naamgeefster van het fregat IDA WILLEMINA)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. J.C. van Slooten, notaris te Veendam, gedenkt op woensdag de 29e juli 1846, des avonds te 6 uren, ten huize van de logementhouder E.D. Everts te Veendam in publieke veiling te verkopen het tjalkschip TJAKKINA, in 1842 nieuw uitgehaald, groot 58 tonnen, met alle deszelfs opgoederen en toebehoren, zo als hetzelve door kapt. Pieter Roelfs Lukkien is bevaren en thans in het Dwarsdiep te Veendam is liggende. De inventaris der opgoederen zal van heden af ten kantore van de notaris en ten huize van de verkoop voor gadingmakenden verkrijgbaar zijn. (opm: de koftjalk TJAKKIENA werd verkocht, vermoedelijk in de winter, aan Jan Jans Louwerens; deze bracht de kof onder de nieuwe naam COURIER in februari 1847 in de vaart)


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen, 18 juli. Heden namiddag te 2½ ure is van de werf Welgelegen van de scheepsbouwmeesters D. & L. Alta met goed gevolg te water gelaten het schoener-kofschip HARMONIE, groot ca. 125 roggelasten, gebouwd voor rekening ener rederij te dezer stede onder directie van de heren Barend Visser & Zoon.
Ook bij deze gelegenheid ontbrak het niet aan goedkeurende beoordelingen van bevoegden over de werkzaamheden van gemelde scheepsbouwmeesters, terwijl men opmerkte, dat een ander, nog in aanbouw zijnd, kofschip dezelfde uitkomsten belooft.


22 juli 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Gepraaid: 17 juli, op de hoogte van Wight; STAD TIEL, Chevalier, en WOLTEMADE, Guyt, Jr., van Amsterdam naar Batavia.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 20 juli. De 17e dezer is hier aangekomen de Nederlandse bark DRIE GEBROEDERS, kapt. F.C. Bauditz, vertrokken van Rotterdam de 28e februari.
Heden is hier aangekomen het idem schip DRIE GEBROEDERS, kapt. G.H. Ruhaak, vertrokken van Rotterdam de 14e april. (opm. twee schepen met dezelfde naam een paar dagen na elkaar van Rotterdam te Batavia aangekomen)


23 juli 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Texel, 21 juli. Alhier is binnengekomen Zr.Ms. brik KEMPHAAN, komende van Helvoet en gesleept wordende door de stoomboot KINDERDIJK.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 22 juli. Voor deze stad zijn ingeklaard: de schepen VROUW LYDIA, kapt. N.J. Pot, van Stockholm, met teer, en HOPE, kapt. H. Muller, van Liverpool, met zout en stukgoederen.


24 juli 1846


 GRC - Groninger Courant

Delfzijl, 23 juli. Binnengekomen den 21sten kapt. H.A. Scheppers, de EENDRAGT (opm: kof), van Noorwegen, met verlies van een man der equipage.


25 juli 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 18 juli. Het schip ZEELUST, kapt De Boer, van Memel naar Harlingen, alhier met schade binnengelopen, heeft na volbrachte reparatie de reis wederom voortgezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 18 juli. Het schip GERMANIA (opm: buitenlander), kapt. Evert, van Wolgast naar de Noordzee, is in de nacht van de 8e dezer onder Kullen met man en muis gezonken.


  AH - Algemeen Handelsblad

Den Helder, 20 juli. Met de 1e dezer is alhier in dienst gesteld Zr.Ms. schoener-brik BANDA, onder bevel van de luit.t.zee 1e klasse G. Vogelpoot, bemand met 45 koppen en bestemd voor de zeemacht in Oost-Indiën.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 24 juli. Voor deze stad is ingeklaard: het schip JOHANNA, kapt. G. Milne, van Newcastle, met steenkolen.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 22 juli. Heden zijn hier aangekomen het Nederlandse schip ANTOINETTA MARIA, kapt. J.J. Day, met 2 passagiers, vertrokken van Rotterdam de 6e april, het idem schip CORNELIA, kapt. T.S. Deinum, vertrokken van Amsterdam de 29e maart, en het idem schip CHERIBON, kapt. J. Douwes Dekker, vertrokken van Texel de 29e maart.


27 juli 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 25 mei. Terwijl men in de vorige week bezig was met de uitklaring van het Amsterdamse schip ANNA EN ELISA, kwam van de rede het bericht, dat hetzelve eensklaps lek was geworden, zodat men genoodzaakt is geweest de lading, bestaande voor een gedeelte in gouvernementsproducten en het overige uit rijst, voor eigen rekening te Tagal (opm: Tegal, noordkust van Midden-Java) geladen, onmiddellijk te lossen. Het lek is ontstaan door het springen van een bovennaad en het schip zal zeer spoedig weder gereed zijn om de lading in te nemen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 25 mei. Het barkschip NAGASAKI, kapt. Bunnemeijer, van Rotterdam hier aangekomen, heeft op 38º30’ ZB 46º00’ OL door een zware storm alle stengen verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 25 juli. Het schip POLLUX, kapt. Kleijn, van Banjoewangie naar herwaarts, is volgens brief van Sourabaija van de 23e april, in de nacht van de 4e op de 5e dito door een harde bui uit het noordoosten, na op de Noordwestpunt van het Herten Eiland gezeten te hebben, op een rif gezet, doch na met adsistentie weder in vlot water gekomen te zijn, de 10e dito aldaar aangekomen. Hetzelve is sedert naar Amsterdam vertrokken.


  AH - Algemeen Handelsblad

Batavia, 30 april. Het schip ANNA EN ELISA, kapt. Jaski, alhier ter rede bezig zijnde de lading te completeren, is zwaar lek geworden, waardoor een gedeelte der lading aanmerkelijk is beschadigd. Men is bezig te lossen om te repareren. Hetzelve is sedert (opm: volgens later bericht op 20 mei) naar Amsterdam vertrokken.


28 juli 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

’s Gravenhage, 26 juli. Jongstleden vrijdag (opm: 24 juli) is in dienst gesteld Zr.Ms. stoomschip BATAVIA, liggende te Rotterdam onder bevel van de Luitenant ter Zee der 1e klasse L.C.H. Anemaet, bestemd naar Oost-Indië.


  DC - Dordtsche Courant

De berichten uit Batavia, per overlandmail ontvangen, lopen tot de 26ste mei en melden onder andere het volgende:
Na dat reeds in de vorige maande de schepen WATERLOO en HUGO GROTIUS ten dienste der expeditie naar Balie waren gehuurd, wilde de regering nog wachten op de FLEVO, EUROPA en MIDDELBURG; daar deze schepen echter niet arriveerden, besloot men in de vorige week, om de expeditie zonder deze bodems te doen doorgaan en daartoe te huren de schepen KOOPHANDEL, LOUISA, JOHANNA MARIA en de te Sourabaya liggende KONING WILLEM II. De expeditie bestaat uit 2.000 man en een batterij; 1.400 man en de batterij, welke van hier gezonden worden, zijn gisteren ingescheept. De HUGO GROTIUS, JOHANNA MARIA en WATERLOO, nemen de troepen aan boord; de KOOPHANDEL zal tot proviandschip dienen, en de LOUISA zal de batterij overbrengen; de schepen vertrekken heden onder geleide van een schoener naar Soerabaya, waar de KONING WILLEM II, het fregat CERES, enige schoeners en een paar stoomboten zich aan dezelve zullen aansluiten. De gehele expeditie staat onder bevel van de luitenant kolonel Bakker. Men zegt ook, dat Z. Exc. de gouverneur generaal zich naar Sourabaya zal begeven, ten einde meer in de nabijheid te zijn.


29 juli 1846


  JC - Javasche Courant

Eerstdaags zal een proeve genomen worden met een directe scheepvaart van Amsterdam naar Wenen. Na de afloop van de aanstaande koffieveiling zal van Amsterdam een bijzonder daartoe bepaald vaartuig door middel van een stoomsleper tot Frankfort gebracht worden, van daar op de Main naar Bamberg in het Ludwigskanaal en dan langs de Donau zich naar Wenen begeven. Men hoopt, dat deze reis in vijf weken zal kunnen geschieden. Gelukt deze proef, dan zal een schip van Holland in zes of zeven weken naar Pesth kunnen komen. Het vaartuig, dat men aanvankelijk daartoe bestemd heeft, is geheel van ijzer en gebouwd aan het etablissement van de HH. Paul van Vlissingen en Dudok van Heel, te Amsterdam; het kan 2.000 centenaars laden, en zal met 1.000 centenaars slechts 50 Nederlandse duimen diep gaan.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Op een nader daartoe door het Vendu-Departement te bepalen dag zal door de ondergetekende, deurwaarder en gezworen exploiteur bij de Landraad der stad en voorsteden van Batavia, ter instantie van de advocaat Mr. H. Klein q.q. Tan Siang, en ten overstaan van een commissie uit gemelde Landraad, bij wege van executie publiek worden verkocht, voor rekening van de Chinees The Tjenghoen, het barkschip JOHANNA WILHELMINA, groot 66 lasten.
Indien er iemand mocht zijn, die enig recht, actie of toezegging op voorschreven vaartuig zoude willen pretenderen en zich opponeren, die kome en make het mij bekend.
De deurwaarder voornoemd, Boesch.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 25 juli. Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse bark MARGARETHA, kapt. J.C. Bauer, vertrokken van Londen de 7e april, en de idem bark MACHTILDA CORNELIA, kapt. N.J. Nannen, vertrokken van Dordrecht de 6e april.


30 juli 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 29 juli. Heden is van het etablissement van de heren Paul van Vlissingen en Dudok van Heel alhier met het beste gevolg te water gelaten het voor de Neder Rijnsche Stoom Sleepmaatschappij eerst gebouwde ijzeren stoomsleepschip en daarna terstond de spanten opgezet voor het tweede stoom-sleepschip voor dezelfde maatschappij.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) Volgens brieven van kapt. Knudsen, gevoerd hebbende het (Belgische) schip AMALIA, dato rivier Gabon 24 april en 15 mei l.l, meldt hij het volgende. Op de terugreize naar Antwerpen had het schip op een rots gestoten, die op geen kaart staat aangetekend. De commandant te Gabon had de 7e april experten benoemd, welke de onmogelijkheid inziende om hetzelve te repareren, genoodzaakt waren geweest om het schip af te keuren. De experts bestonden in twee kapiteins, de oppertimmerman en een officier van een aldaar liggend oorlogsschip De veiling heeft de 29e april plaats gevonden, en schip en inventaris hebben Frcs 7.500 opgebracht. Wat de lading betreft, deze is geheel aan land gebracht en opgeslagen in een bambous locaal, daarvoor expresselijk vervaardigd. Kapt. Knudsen had gehoopt een Frans schip, hetwelk aldaar met steenkolen was aangekomen, te kunnen bevrachten naar Antwerpen, doch de kapitein van dat vaartuig had zijn voorslag geweigerd en was naar Martinique vertrokken. Men hoopte bij de laatste berichten nog een schip te zullen vinden. De vaten palmolie hadden door de hitte zeer veel geleden. (opm: zie NRC 100746 en 050946)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Heden overleed na een langdurig lijden in de ouderdom van bijna 61 jaren, mijn waarde echtgenoot Jan Jans Kiers, in leven kapitein op de West (opm: voerende de bark TRITON), diep betreurd door mij, mijn kinderen en behuwdzoon.
Amsterdam, 24 juli 1846, J.W. Brugts, wed. J.J. Kiers.


  DC - Dordtsche Courant

Voor deze stad is ingeklaard: het schip KLEINKINDEREN, kapt. A. den Breems, van Liverpool, met ruw zout.


  DC - Dordtsche Courant

Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de navolgende schepen:
Voor Amsterdam: JOHANNA CATHARINA, kapt. L. Wildschut; JAPAN, kapt. W. van der Zee; LOUISA MARIA, kapt. B.C. Jaski; OOST INDIA PACKET, kapt. B. Bakker Wz.; LUCIA MARIA, kapt. R. Barends; CATHARINA JOHANNA, kapt. C. Tjebbes, en ALBATROS, kapt. K.P. Haasnoot.
Voor Rotterdam: JOHANNA, kapt. H. Poort; BATAVIER, kapt. H.H. Uil; DELFT, kapt. B.J. Muller; NIEUW LEKKERLAND, kapt. W.H. Kramer, en LAURENS KOSTER, kapt. D.R. Kleve.
Voor Dordrecht: PICTURA, kapt. M.F. Tydeman.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Dordrecht ligt in lading naar Batavia, het snelzeilend gekoperd en kopervast Nederlands barkschip PICTURA, gevoerd door kapt. M.F. Tydeman, hebbende uitmuntende inrichting voor passagiers, en voerende een geëxamineerd scheepsdokter. Adres bij de scheepsmakelaars Sandberg en Co., aldaar.


31 juli 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Deal, 26 juli. De LOUISA PRINSES DER NEDERLANDEN, kapt. Hordijk, van Dordrecht naar Batavia, is alhier met schade binnengelopen, zijnde dezelve op de hoogte van Dungeness met de ADMIRAAL VAN HEEMSKERK in aanvaring geweest.


01 augustus 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiedam, 31 juli 1846…..Vervolgens begaf Z.M. zich naar de werf De Nijverheid van de heren scheepsbouwmeesters C. Gips & Zn. Aan de ingang der werf werd Z.M. door de heer D. Gips gecomplimenteerd, die de koning ook langs de werf geleidde. De conducteurs der diligence-onderneming van de heer J.P. Koens waren hier vergaderd en gaven Z.M. van uit het in aanbouw zijnde schip VAN DER PALM, toebehorende aan de heren De Groot, Roelants & Co, een serenade. De koning bezocht de werf in alle bijzonderheden, bezag de kielen der schepen ARDJOENO, welke voor rekening der heren C. Gips & Zn, en die van de ALBRECHT BEIJLING, welke voor de heren De Groot, Roelants & Co. worden gebouwd, terwijl het schip de EENDRAGT van de Schiedamsche Reederij saluutschoten deed. Z.M. begaf zich in de romp van het schip VAN DER PALM, waarin Hoogst Dezelve enige tijd vertoefde. Daarna trad Z.M. het huis der heren scheepsbouwmeesters binnen, waar hij ook enige tijd verwijlde. Over dit bezoek hoogst voldaan, begaf Z.M. zich naar de ijzer-gieterij van de heer Nolet, waar H.D. door de eigenaar werd ontvangen…... (opm: uit het artikel bezoek Koning Willem II aan Schiedam, alleen de relevante passage overgenomen).


  DC - Dordtsche Courant

Deal, 26 juli. Het schip LOUISA PRINSES DER NEDERLANDEN, kapt. Hordijk, Wz., van Dordrecht naar Batavia, is alhier met schade uit zee teruggekomen en ter reparatie naar Ramsgate gezeild,zijnde op de hoogte van Dungeness in contact geweest met het schip ADMIRAAL VAN HEEMSKERK, kapt. Abbema, van Amsterdam naar Batavia.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 29 juli. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip SUSANNA CHRISTINA, kapt. J. Hoekstra, met 2 passagiers, vertrokken van Amsterdam de 29e maart.


03 augustus 1846


 VCO - Vlissingsche Courant

Antwerpen, 30 juni. Joseph de Brabander heeft zich dezen middag in hoger recht beroepen tegen het vonnis der correctionele rechtbank van Antwerpen, waardoor hij tot vijf jaren gevangenisstraf en vijf jaren toezicht der politie veroordeeld werd, uit hoofde van mishandelingen gepleegd op zijn stuurman, aan boord van het Belgische vaartuig de REMBRAND (opm: zie NRC 200746).


04 augustus 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Langoesund, 21 juli. De 19e dezer is op de zuidkust van Jomfruland (opm: bij Kragerø) gestrand een Nederlandse tjalk of smak, doch de equipage gered. De naam van het schip is nog onbekend.
(opm: zie AH 100846; Hanoverse tjalk VROUW MARIA)


  AH - Algemeen Handelsblad

Leeuwarden, 1 augustus. De uitvoer van alle soort van levensmiddelen uit deze provincie naar Engeland blijft aanhouden. In de loop van deze week zijn niet alleen met de stoomschepen MAGNET en RAPID van Harlingen vertrokken enige honderd schapen, benevens een vijftigtal runderen, vier en vijftig lasten haver, duizenden ponden boter, enz. enz. maar zijn ook hier ter stede door Engelsen schier alle rode bessen, ten bedrage van vele duizenden ponden opgekocht, om naar Engeland getransporteerd te worden.
Ten gevolge van dit alles is de steeds toenemende duurte van alle levensmiddelen en producten, inzonderheid voor de armen, een hoogst bedroevend verschijnsel.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Heden overleed, na een zeer kortstondige ziekte, in de ouderdom van 56 jaren, onze geliefde vader en behuwd-vader, P. Hoebée, Mr. Scheepstimmerman alhier. Wat wij in hem verliezen kan licht ieder beseffen die de overledene van nabij gekend heeft.
H. Hoebée. Uit aller naam.
Dordrecht, 1 augustus 1846.


05 augustus 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 1 augustus. Het schip THEODOR, kapt, Bakker, van Helsingör naar Antwerpen, is alhier lek binnengelopen, hebbende op de Eider gestoten. Het moet lossen om te repareren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Neder-Rijnsche Stoom-Sleepvaart-Maatschappij.
Nadat aan voornoemde, Maatschappij, bij Koninklijk besluit van 22 mei laatstleden, de vereiste concessie was verleend, heeft in een algemene vergadering van deelhebbers, op heden alhier gehouden, overeenkomstig de bij de statuten vastgestelde bepalingen, de verkiezing van een definitieve directie plaats gevonden, en zijn tot leden daarvan gekozen: De heren E. Dach, G. Baum, Wm. Stein en A. Pfeiffer, uit Dusseldorp; Balth. Herbertz, uit Urdingen; Paul van Vlissingen, uit Amsterdam; J.B. 't Hooft, uit Dordrecht, en E. Gallenkamp en W. Carstanjen, uit Duisburg; terwijl in het geval de heer E. Dach, uit hoofde van zijn ambtelijke betrekking de benoeming niet mocht kunnen aannemen, de heer C. Thieme, te Dusseldorp in diens plaats is gekozen. Naar aanleiding van art. 18 van de statuten, wordt van voormelde verkiezing bij deze aan heren deelhebbers kennis gegeven, zomede dat ten gevolge daarvan, het ondergetekende provisorische comité zich ten zelfden dage heeft onthouden.
Dusseldorp, 30 juli 1846, het provisorische comité van de Neder-Rijnsche Stoom-Sleepvaart-Maatschappij.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Neder-Rijnsche Stoom-Sleepvaart-Maatschappij.
Met verwijzing tot art. 6, 7 en 8 van de statuten, wordt bij deze door de directie van voornoemde Maatschappij, aan heren deelhebbers kennis gegeven, dat de eerste storting ten bedrage van 20 ten honderd, van de door hen getekende sommen, is bepaald uiterlijk op de 10e september aanstaande, en dat wel bij een van de navolgende huizen, als:
Wm. Cleff, in Dusseldorp,
J.H. Brinks & Co., in Elberfeld, en
Paul van Vlissingen & Dudok van Heel, in Amsterdam.
Ten einde de onderneming zo veel spoediger in werking te brengen, zal een tweede fournissement van 20 ten honderd de 20e september, en een derde fournissement van hetzelfde bedrag, de 30e september daaraanvolgende, alsmede bij een van de voormelde huizen plaats hebben, waartoe heren deelhebbers bij deze worden uitgenodigd, met de bemerking, dat ook alle drie de voormelde fournissementen gelijktijdig kunnen geschieden, in welk geval voor de latere termijnen een vergoeding van 4 pct. rente per Annum wordt te goed gedaan. De voormelde huizen zullen voor de fournissementen die zij ontvangen provisionele kwitanties afgeven, welke daarna, tegen kwitanties door de directie getekend, zullen worden verwisseld.
Dusseldorp, 30 juli 1846, de directie van voornoemde Maatschappij.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Alle degene die iets te vorderen hebben van, of verschuldigd zijn aan de boedels van wijlen George Gray en Fredrik Willem Langenbach, in leven kapitein en eerste stuurman aan boord van het ter walvisvangst uitgeruste Nederlandse barkschip ANNA EN LOUISA, beide overleden te Kema de 11e en 23e april 1846, gelieven daarvan opgave te doen binnen zes maanden aan de agenten van de Ternaatsche Weeskamer te Menado, Van der Goes, Paepke Bulow en E. Moreaux.
Menado, de 15e mei 1846.
(opm: in 1827 als fregat in de vaart; vermoedelijk in 1844 vertuigd tot bark; kapitein Gray was een zeer ervaren walvisjager, die tezamen met enkele officieren en een aantal harpoeniers, allen Engelsen, door de reders, Gebrs. Roelfs, waren ingehuurd om in de Stille Oceaan de walvisjacht te bedrijven)


  JC - Javasche Courant

Batavia, 3 augustus. Gisteren is hier aangekomen de Nederlandse bark MARIA, kapt. E. Bergman, met 8 passagiers, vertrokken van Rotterdam de 7e april, de dito bark CATHARINA, kapt. F. Rietmeijer, vertrokken van Rotterdam de 15e april, het dito schip JAVAAN, kapt. P. Dekker, vertrokken van Amsterdam de 25e paril, en de dito bark ANNA MARGARETHA, kapt. J.J.S. Ruhl, met twee passagiers, vertrokken van Amsterdam de 16e april.
Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip PIETER FLORISZ, kapt. Begemann Sietzes, met Zr.Ms. troepen, vertrokken van Amsterdam, de 23e april.


06 augustus 1846


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 5 augustus. Voor deze stad is ingeklaard: de schepen MERWESTROOM, kapt. D.H. Hazewinkel, van Stockholm, met ijzer en teer; FENNA, kapt. H.B. Schoon, van Grangemouth, met ruw ijzer.


07 augustus 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cowes, 3 augustus. Het Nederlandse schip CANTON, kapt. Bergner, alhier met schade binnengelopen, heeft, na gedane reparatie, deszelfs reis naar de Kaap de Goede Hoop voortgezet.


08 augustus 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Heden ontving ik de treurige tijding, dat mijn geliefde echtgenoot Johannes Flens, Wz., in leven gezagvoerder van het schip MARIA ELISABETH, op deszelfs reis van Java herwaarts, aan boord van gemelde bodem, de 13e mei laatstleden, in de ouderdom van ruim 40 jaar is overleden. Slechts zij, die de brave overledene gekend hebben kunnen gevoelen hoe grievend deze slag is voor mij en mijn acht nog onmondige kinderen, van welke de meesten hun verlies nog niet kunnen beseffen.
Alblasserdam, 2 augustus 1846, Wed. J. Flens, Wz., geboren Zunderdorp.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Voor de vele bewijzen van deelneming betoond, bij het overlijden van onze geliefde vader en behuwd-vader, P. Hoebée, betuigen wij bij deze onze oprechte dank.
Dordrecht, 7 augustus 1846, H. Hoebée, uit aller naam.
N.B. De affaire zal voorlopig door de gebroeders gecontinueerd worden, zich minzaam blijvende aanbevelen in de gunst hunner begunstigers.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. De notaris J.M. Stoop, te Strijen, zal, op woensdag 26 augustus 1846, des voormiddags ten tien ure, in de Herberg van de Weduwe J. de Lijster, te IJsselmonde, publiek om contant geld verkopen een aldaar aan de scheepstimmerwerf van A. en C. de Koning liggende, binnen zes jaren nieuw gebouwde statie poonschuit, groot 37 tonnen, met al deszelfs staande en lopend want, en al wat verder op dezelve aanwezig is.
Nadere onderrrichting is te bekomen bij gemelde notaris Stoop, bij Jaspert Romeyn, te Strijen, en bij A. en C. de Koning, te IJsselmonde.
Zijnde gemeld vaartuig inmiddels uit de hand te koop.


  JC - Javasche Courant

In het Journal du Havre van 15 mei leest men:
Een Nederlands schip (opm: door Marhisdata niet getraceerd), bestemming hebbende van Hamburg naar Vera Cruz, is de 19e maart, in volle vlam staande, te St.Jan de Porto Rico binnengelopen. Het schijnt, dat de brand zo plotseling en hevig is uitgebarsten, dat alle pogingen van de kapitein om dezelve meester te worden, vruchteloos zijn geweest. Hij en zijn equipage hebben hun levensbehoud alleen te danken gehad aan de nabijheid van het land. Door de ijverige hulp van de plaatselijke overheid en de inwoners van Porto Rico is een gedeelte der lading, ter waarde van 130.000 gourdes, gered. De verkoop daarvan , daar ter plaatse, heeft er echter slechts 60.000 opgebracht.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 4 augustus. Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark DANKBAARHEID AAN DE NEDERLANDSCHE HANDEL MAATSCHAPPIJ, kapt. P.G. Pot, vertrokken van Rotterdam de 18e april.


10 augustus 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Langesund, 24 juli. Het vermeende Nederlandse schip, hetwelk op Jonkvrouwland gestrand zou zijn, is gebleken te wezen de Hanoverse tjalk VROUW MARIA.


11 augustus 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 6 augustus. Aangaande het schip THEODOR, kapt. Bakker, van Kopenhagen naar Antwerpen, alhier met schade binnengelopen, wordt gemeld, dat hetzelve de lading had gelost en dat daar van wegens beschadigdheid 4 last gerst en 52 garneermatten (opm: matten, gebruikt als bescherming en afscheiding tussen partijen stukgoed) verkocht waren.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Dordrecht ligt in lading naar Batavia, om den 25 dezer maand te Hellevoetsluis tot vertrek gereed te liggen, het snelzeilend gekoperd en kopervast Nederlands barkschip PICTURA, gevoerd door kapt. M.F. Tydeman, hebbende uitmuntende inrichting voor passagiers, en voerende een geëxamineerd scheepsdokter. Adres bij de scheepsmakelaars Sandberg en Co., aldaar.


 GRC - Groninger Courant

Lijst der Nederlandse schepen welke de Sond gepasseerd zijn.
30 juli. De GEBIENA MARIA (Veendam), kapt. Nagel, van Groningen naar Petersburg.
(opm: eerste reis van deze kof van kapt. R.H. Nagel)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een hecht en sterk Tjalkschip, met zeer goede inventaris, groot volgens meetbrief 27 last, laatst bevaren door Ige Hendriks de Haan; thans liggende te Sloten. Te bevragen bij den heer A. Meinesz, aldaar.


12 augustus 1846


  JC - Javasche Courant

Batavia, 9 augustus. De 7e dezer is hier aangekomen het Nederlandse schip MARIA JACOBA CORNELIA, kapt. D. Boes Lutjens, vertrokken van Texel de 21e april.
Gisteren is hier aangekomen de Nederlandse bark ALETTA, kapt. G. Batten, met twee passagiers, vertrokken van Rotterdam de 20e april.
Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark de ZEEMEEUW, kapt. H.L. Kaijser, vertrokken van Amsterdam de 22e april.


13 augustus 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Mr. J.C. van Slooten, notaris in het Arrondissement Winschoten, ter standplaats Veendam, gedenkt op zaterdag de 12e september 1846, des avonds ten 7 ure, ten huize van de logementhouder Bakker in het Gemeentehuis te Veendam publiek te veilen en te verkopen het Nederlands kofschip GEZIENA WILKENS, in 1842 nieuw uitgehaald, lang 20,79 ellen, wijd 4,04 ellen, hol 1,95 el, en geijkt op 73 tonnen, met al deszelfs opgoederen en toebehoren, zo als hetzelve thans te Amsterdam is liggende en laatst door kapt. H.J. Top is bevaren. (opm: in deze veiling niet verkocht, zie PGC 151246)

Inmiddels is hetzelve uit de hand te koop, waartoe de gadingmakenden zich hebben te vervoegen bij de heren Judocus Baalman, A. van Linge Ez., en K. en J. Wilkens te Veendam, bij welken, benevens ten huize van verkoop, de inventaris der opgoederen ter inzage zal liggen.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 12 augustus. Voor deze stad zijn ingeklaard: NOOIT GEDACHT, kapt. D. Lovius, van Berwick, met hout, en LOUISA PRINSES DER NEDERLANDEN, kapt. A.A. Hordijk Wz., van Ramsgate, met schade.


15 augustus 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 14 augustus. Het schip MARTHA MARGARETHA, kapt. Nepperus, van Cardiff naar herwaarts, in Texel binnen, heeft volgens brief van daar van de 13e dezer wegens zware lekkage 62 kisten blik en een grote partij bossen ijzer over boord geworpen.


18 augustus 1846


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Ter overneming aangeboden ene zeer beklante Scheepstimmermans-affaire, met grote en kleine schuur, twee sleephellingen met toebehoren en alle tot het vak behorende Gereedschappen, uitgeoefend wordende aan de Noordzijde der Grote Zijlroede te Makkum door H.O. Brouwer.
N.B. Als deelgenoot doet zich tot deze affaire reeds iemand op.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 17 augustus. Daar het Zuid-Pampus reeds behoorlijk is afgetond (opm: van betonning voorzien), zo is daardoor een nieuw vaarwater voor grote schepen geopend, en is het fregatschip ANTHONY, kapt. J.F. Klomp, van Batavia, gisteren langs dien weg hier gearriveerd, en hoopt men dat in het vervolg meerdere grote schepen daarvan zullen gebruik maken (opm: niet alleen voor Amsterdam ligt een Pampus. Indertijd lagen er twee zandbanken Pampus noordwestelijk van Hellevoetsluis: de Noorder Pampus, die ligt boven de Kwade Hoek [de noordelijkste punt van Goeree] en zuidelijk hiervan de Oude Pampus, later Zuid-Pampus genoemd.) De ANTHONY arriveerde inderdaad op 17 augustus 1846 te Hellevoetsluis.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Tegen het einde der maand augustus 1846 zal van Rotterdam naar Java vertrekken het nieuw gebouwd, gekoperd barkschip A.R. FALCK, kapt. L.A.J. Boulet. Voor goederen en passagiers gelieve men zich te adresseren aan de reders Boissevain & Co. te Amsterdam, de cargadoors Kuyper, Van Dam & Smeer, te Rotterdam; of aan de cargadoors Hoyman & Schuurman, te Amsterdam. (opm: eerste reis van dit nieuwe schip).


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Dordrecht ligt in lading naar St. Petersburg, het snelzeilend Nederlands hoekerschip KLEINKINDEREN, kapt. A. ten Breems, om ten spoedigste te vertrekken. Adres Sandberg en Co., cargadoors.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Door versterf uit de hand te koop het smakschip FENNA CATHARINA (opm: FENNA EN CATHARINA, zie ook PGC 080147, groot 58 tonnen, zo als hetzelve laatst is bevaren door kapt. H.J. IJmker (opm: kapt. Harm Jans IJmker, † Amsterdam 22 mei 1846), en thans is liggende te Oude Pekela. Adres bij L.J. Wolters te Nieuwe Pekela. (opm: zie PGC 080147)


19 augustus 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Brielle, 17 augustus. De Nederlandse schoener ONDERNEMING, kapt. Andriessen, van Rotterdam naar Newcastle, gisteren voornemens zijnde door het Maassluisse zeegat in zee te komen, is aan de Hoek van Holland aan de grond gevaren. Bij het bekend worden heeft zich de wel ed. gestrenge heer onder-inspecteur over het loodswezen voor Goedereede en de Maas, onmiddellijk persoonlijk, vergezeld van de commissaris der loodsen alhier, met de loodsboot No. 3 en het tonnenleggers-vaartuig derwaarts begeven. Het is aan Z.Ed.G. onvermoeide inspanning en doelmatig gegeven bevelen gelukt, het schip te redden, en tegen middernacht in vlot water te brengen, zijnde deszelfs positie zeer gevaarlijk, vermits het over een zijde hellend, was, en er zich slechts twee en een halve voet water bij het schip bevond waardoor het, alsmede door het zware werken van hetzelve, reeds in lekkende staat was gekomen. Genoemd vaartuig is heden ter herstelling naar Rotterdam opgevaren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. J. Corver en P. Subiese, makelaars, zullen op maandag de 7e september 1846, des avonds ten zes ure, in de Nieuwe Stadsherberg aan het IJ, door de notaris A. van Etten, verkopen een extra ordinair welbezeild tjalkschip, zijnde overdekte damloper, varende onder Nederlandse vlag, genaamd HENRIETTE (opm: binnenvaarder), volgens Nederlandse meetbrief groot 48 tonnen, met al deszelfs rondhouten, opstaand en lopend want, ankers, touwen, zeilen en andere scheepsbehoeften, bij de Inventaris vermeld.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 16 augustus. Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark JOHANNES MARINUS, kapt. J. van Delft, met een passagier, vertrokken van Rotterdam de 15e mei.


20 augustus 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 18 augustus. Het schip de ONDERNEMING, kapt. N.A. Andriessen, ligt alhier ter rede, zo als gisteren gemeld, dus is het bericht uit Brielle van gisteren deswegens onjuist.


21 augustus 1846


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip GEERDINA, kapt. E.A. Doewes, van Amsterdam naar Marseille, is volgens brief van St. Ubes van de 31e juli, na in de Spaanse Zee door een stortzee de boegspriet en de watervaten verloren te hebben, de 30e dito te St. Ubes binnengelopen, doch zou, na een en ander vernieuwd te hebben, de volgende dag de reis voortzetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Ubes, 7 augustus. Het schip GEERDINA, kapt. Doewes, van Amsterdam naar Marseille, alhier met schade binnengelopen, heeft de 1e dezer de reis weder voortgezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 18 augustus. De LOUISA MARIA, kapt. Jaski, van Amsterdam naar Batavia, is op de Goodwin Sands aan de grond geraakt en met adsistentie weder afgebracht, doch in lekke toestand en met verlies van anker enz. binnengebracht.


22 augustus 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 augustus. Men bericht ons van Zierikzee d.d. heden: Gisterenmorgen is op de Banjaard verongelukt de Engelse schoener HELEN, kapt. J. Orfeur, geladen met katoen en zout, naar Dordt en Rotterdam. Het schip is geheel weg, alleen de katoen zal waarschijnlijk aan de wal drijven. De zes schipbreukelingen zijn door een schokker gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) Betreffende de stoomboot WOLGA kan men melden, dat ook de tweede reis van die bodem met de gewenste uitslag bekroond is. De boot wordt bestuurd door de voormalige kapitein der Nederlandsche Stoomboot Maatschappij J.B. van Cranenbroek, stuurman Gerrit Wilson, en machinist Berghout. De ineenzetting van het te Rotterdam vervaardigde en weder uiteengenomen stoomschip heeft, zowel als de opstelling van de stoomwerktuigen, plaats gehad onder de leiding van de ingenieur Ch. Röntgen en Hollandse werklieden, machinisten, enz.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 21 augustus. Voor deze stad zijn ingeklaard: NAVIGATOR, kapt. T.W. Emke, van Archangel met pik, teer en matten; CONCORDIA, kapt. F.H. Eddes, van Archangel, met granen.


  DC - Dordtsche Courant

Volgens particulier bericht van St. Helena d.d. 9 juli, waren die dag aldaar ter rede gekomen de schepen JACOB CATS, kapt. J.A. Keeman, en ORION, kapt. J. van der Linden, beiden van Banjoewangie naar Amsterdam. Beide schepen hadden met hevige stormen aan het Kaapse rif te worstelen gehad.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 19 augustus. Heden is hier aangekomen de Nederlands-Indische brik DE HOOP, thans hernaamd CHADLIE, kapt. Sech Moehamat bin Saliem Bachdar, vertrokken van Sumbawa de 11e augustus.


24 augustus 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 18 augustus. Het schip VROUW HERMANNA, kapt. H.J. Westers (opm: tjalk VROUW HARMANNA, bouwjaar 1829; kapt. Hindrik Jans Westers), van Amsterdam naar herwaarts, is de 8e dezer op de Elbe gezonken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 augustus. Men meldt ons, dat het Nederlandse schip LOUISA MARIA, kapt. Jaski, van de Goodwin Sands, waarop het aan de grond was geraakt, afgebracht zijnde, door een stoomschip naar Londen werd opgesleept, en zich gisteren omstreeks 4 ure na de middag bij Margate bevond.


  AH - Algemeen Handelsblad

Volgens nader bericht is het schip LOUISA MARIA, kapt. Jaski, dicht gebleven.


25 augustus 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen datum, vermoedelijk voorjaar 1846) De Nederlands-Indische schoener BAL GAIR JATI, in de baai van Bantam op de klippen geraakt, is enige tijd daarna door het opkomen van een stormwind en het springen van kabels en ketenen (opm: kettingen) op zijde geslagen, ten gevolge waarvan dat vaartuig zou worden gesloopt.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 24 augustus. Voor deze stad zijn ingeklaard: de schepen JUFFER YNSKE, kapt. J.H. Haverbult, van Lubeck, met teer en pek; ANNA HARMANNA, kapt. A.W. Bakker, van Liverpool, met zout en katoen.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Dordrecht ligt in lading naar Batavia, het nieuw gebouwd, gekoperd en kopervast barkschip SPHYNX, gevoerd door kapt. W.H. Cramer, om medio september te vertrekken.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip LOUIZA MARIA (opm: LOUISA MARIA), kapt. Jaski, van Amsterdam naar Batavia, heeft de 18e augustus op de Goodwinsand (opm: Goodwin Sands) gestoten, doch is met hulp van loodsen weder afgebracht en met verlies van een anker en ketting in Trinity Baai in vlot water ten anker gekomen. Het schip was dicht gebleven. Dezelve is de 19e te Duins binnengebracht en maakt weinig water.


26 augustus 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen op maandag de 24e augustus in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ: een welbezeild damloperschip de VROUW AGATHA, schipper Harmanus Nooy, 82 tonnen: NLG 800, in slag NLG 50. Koper C.A. Schröder (opm: een makelaar).


  JC - Javasche Courant

Batavia, 24 augustus. Gisteren zijn hier aangekomen het Nederlandse schip ANNA, kapt. P. Ebels, vertrokken van Rotterdam de 15e mei, en de idem bark LUCIPARAS, kapt. C. Visman, vertrokken van Amsterdam de 18e mei.
Heden is hier aangkomen het Nederlandse schip ZORGVLIET, kapt. G.F. Bus, met een passagier, vertrokken van Rotterdam de 4e mei.


27 augustus 1846


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 26 augustus. Voor deze stad is ingeklaard: het schip BROEDERLIEFDE, kapt. H.O. Sap, van Stettin, met tabak en zink.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 26 augustus. Te Zierikzee zijn den 20 dezer, door schipper Frans Antoon Berwald, aangebracht 6 schipbreukelingen, afkomstig van het op de Banjaard gestrande en daarna verbrijzelde Engelse schoenerschip HELEN, kapt. F. Orfeur, komende van Liverpool en bestemd naar Dordrecht, geladen met wol en klipzout.


29 augustus 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 28 augustus. Heden middag is van de werf Casimirus van de scheepsbouwmeester C. de Graaf, op de hoogte van de Kadijk alhier, met goed gevolg te water gelaten het schoenerschip ANNA ELISABETH, groot 130 last, gevoerd zullende worden door kapt. A.A. Harken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zierikzee, 27 augustus. De scheepstimmerwerf van de heer Striekart (opm: moet zijn Strickaert) te dezer stede is voor een groot gedeelte in de as gelegd ten gevolge van een felle brand, welke ongeveer te 10 ure gisteren avond aldaar is uitgebroken.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 28 augustus. Gisteren namiddag ten 1 ½ ure arriveerde uit ’s Gravenhage mede aan ’s rijks werf te Rotterdam H.M. de koningin-weduwe van Groot-Brittannië en gevolg. H.M. werd vergezeld door H.K.H. mevr. de prinses van Oranje. Het korps mariniers was op de werf geschaard en bewees de hoge personen de militaire honneurs. H.D. begaven zich aan boord van het koninklijk stoomjacht de LEEUW, dat H.D. tot aan de Boompjes voerde, waar H.M. zich aan boord begaf van het koninklijk Brits stoomschip BLACK EAGLE, uit Engeland naar herwaarts gekomen om H.M. naar Londen over te brengen. Zr. Ms. wachtschip PEGASUS, deed, toen het jacht de werf verliet, verscheiden saluutschoten. H.K.H. mevrouw de prinses van Oranje, is gisteren namiddag ten 4 ure wederom naar ‘s-Gravenhage vertrokken.


  DC - Dordtsche Courant

Dundee, 19 augustus. Kapt. Plenzinga, van Zwolle alhier aangekomen, rapporteert gisteren op 50º NB 1º WL gezien te hebben, een beladen masteloze sloep, ogenschijnlijk in zinkende staat, zijnde vermoedelijk de ANN, van Arbroath.


  RC - Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 27 augustus. Den 23 dezer in het Vlie gekomen H.A. Scheppers (opm: kof EENDRAGT) van Archangel.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 26 augustus. heden zijn hier aangekomen de Nederlandse bark FORMOSA, kapt. H. Reiniersen, vertrokken van Rotterdam de (onleesbaar) mei, de dito bark de HOOP VAN ALBLASSERDAM, kapt. A. Pronk, vertrokken van Rotterdam de 13e mei, en het dito schip ZEELAND, kapt. J. Nood, vertrokken van Amsterdam de (onleesbaar) mei.


31 augustus 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Het schip LOUISE MARIA, kapt. B.G. Jaski, van Amsterdam naar Batavia, is de 22e augustus, gesleept door de Engelse stoomboot SIR WILLIAM WALLACE, te Londen aangekomen.


01 september 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 augustus. Wij vernemen met leedwezen, dat de WelEd. Heer B.W. van Starkenborch van Straten, voornaam reder te Amsterdam, op de 25e dezer in de badplaats Homburg, waar Z.Ed. zich bevond tot herstel zijner gezondheid, in de leeftijd van 42 jaar is overleden.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 31 augustus. Voor deze stad is ingeklaard: TALETTA, kapt. J. Uffen, van Bergen, met stokvis.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 31 augustus. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht geworden, de navolgende schepen, als:
Voor Rotterdam: JEANNETTE, kapt. S. Halfweg; ANTHONIJ, kapt. H. Poort; FACTORY, kapt. A.A. van der Linden; RHOON EN PENDRECHT, kapt. F. Fokkens; GERARDINA, kapt. M.J. Witsch.
Voor Amsterdam: JACOB ROGGEVEEN, kapt. H. Rolff; PALEMBANG, kapt. B.M. Corbière; DRIE VRIENDEN, kapt. H. de Wijn; WILLEM BARENDS, kapt. W. Landzaat.


  DC - Dordtsche Courant

Laatstleden woensdag, ten 10 ure, is te Zierikzee, op de scheepswerf de Goede Intentie, toebehorende aan de heer J. Strickaert, een felle brand uitgebarsten in de loods, waarin, onder andere, 200 bossen riet geborgen lagen. Verschrikkelijk heeft zich, naar men uit genoemde stad schrijft, in de eerste ogenblikken die brand laten aanzien, vooral bij het aanwezig zijn van zo vele brandbare stoffen, en bij een nogal tamelijk vrij hevige wind. Het is evenwel mogen gelukken, door medewerking der spuiten, welke ogenblikkelijk op de plaats van het ongeval tegenwoordig waren, om de nabij staande huizen en de op stapel staande schepen te bewaren, hoewel de loods met de daar naast gelegene magazijnen geheel in de as zijn gelegd. Omstreeks één ure in de nacht was men de brand meester en het gevaar geweken. De gebouwen waren tegen brandschade gewaarborgd, alsmede een gedeelte der losse goederen; dit neemt echter niet weg, dat de eigenaar grote schade geleden heeft, waarvan het geheel werd berekend op NLG 30.000,-. De oorzaak van de brand was onbekend.


02 september 1846


  JC - Javasche Courant

Batavia, 31 augustus. Gisteren is hier aangekomen het Nederlandse schip AMBOINA, kapt. J. Laurens, met een passagier en Zr.Ms. troepen, vertrokken van Rotterdam de 15e mei.
Heden zijn hier aangekomen het Nederlandse schip HONGKONG, kapt. D. Smit, vertrokken van Amsterdam de 13e mei, het idem schip MAAS, kapt. J. van Waning, met acht passagiers, vertrokken van Rotterdam de 4e mei, en het idem schip INDIA, kapt. J.A. Pronk, met 18 passagiers, vertrokken van Rotterdam de 16e mei.


03 september 1846


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 2 september. Voor deze stad zijn ingeklaard: de schepen EENIGHEID, kapt. E.N. Bosse, van Bergen, met stokvis en traan; NANCY, kapt. K. Hoog, van Liverpool, met zout.


  DC - Dordtsche Courant

De handelsschepen tot het vervoer der troepen gehuurd zijn: HUGO GROTIUS, de WATERLOO, JOHANNA MARIA, LOUISE, SOLO, KOOPHANDEL, WILLEM II.


04 september 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Margate, 31 augustus. Een boot, die men verondersteld te behoren aan een klein Hollands schip dat op Long Sand is verongelukt, is benevens enige stukken hout, waaraan haver zat, alhier binnen gebracht.


05 september 1846


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 4 september. Voor deze stad is ingeklaard, het schip de VROUW CATHARINA, kapt. M.D. Forma, van Bremen, met raapzaad.


  DC - Dordtsche Courant

Het schip SARA EN MARIA, kapt. G.P.W. Dykers, van Amsterdam naar Samarang, te Rio de Janeiro binnen, heeft op 25 juni na volbrachte reparatie de reis voortgezet.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Openbare Verkoping, ten overstaan van de Notaris Van Dorsser, van het erfpachtsrecht op een stuk buitengors, ingericht tot scheepstimmerwerf, gelegen noordwaarts van het Balkgat van Jhr. Jartzon van Effrenten van Capelle, buiten de Dijk van de Zuidpolder van Dubbeldam, onder de gemeente de Mijl, Krabbe en Nadort, beginnende of strekkende van de buitenkant van de Kruin van voorschreven Dijk noordwaarts tot aan de rivier, kad. sectie A no. 12, ter grooote van 23 roeden 20 ellen, met houten woning en 3 scheepshellingen, en het verder daarbijbehorende. In Grondlasten 1846 aangeslagen tot NLG 1,22. Belast met een jaarlijkse erfpacht, ten behoeve van de heer E. Canneman, groot NLG 12,50. Te aanvaarden bij de betaling der kooppenningen.
De veiling zal geschieden op woensdag 9 september 1846, en de afslag op woensdag 16 september 1846, beide des voormiddags ten half twaalf ure, in het Koffijhuis van J. Zahn, te Dordrecht.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Voor het land. De Schout-bij-Nacht, commandant van Zr Ms. zeemacht in Oost-Indië en Inspecteur der Marine, maakt hiermede bekend dat, ingevolge de daartoe door het Gouvernement, bij besluit van de 18e augustus j.l. no. 33, verleende machtiging, en onder ’s Gouvernements nadere goedkeuring op maandag de 21e september aanstaande, alhier aan de meestbiedende zal worden verkocht: Zr.Ms. korvet TRITON, zoals hetzelve alsdan zal liggen aan de oostzijde buiten de rivier van Batavia.
Kunnende omtrent deze verkoop nadere informatiën worden ingewonnen bij het marine-departement te Batavia, alsmede ten burele van de haven- en equipagemeester aldaar.
Batavia, de 4e september 1846, de Schout-bij-Nacht, commandant van Zr.Ms. zeemacht voornoemd, Van den Bosch.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 3 september. De 31e augustus is hier aangekomen het Nederlandse schip ADMIRAAL JAN EVERTSEN, kapt. C.P. Kuijper, met twee passagiers, vertrokken van Amsterdam de 3e juni.
De 1e september is hier aangekomen het dito schip ANNA PAULOWNA, kapt. W. Bek Wz., vertrokken van Amsterdam de 4e mei.
Gisteren zijn hier aangekomen de dito bark PRINSES SOPHIA, kapt. J.H. Pellen Wessel, vertrokken van Rotterdam de 21e mei, het dito schip CLARA HENRIETTE, kapt. P.H. Willers, vertrokken van Amsterdam de 1e juni, het dito schip AMPHITRITE, kapt. K.J. de Jong, vertrokken van Amsterdam de 29e mei, en het dito schip DOCTRINA ET AMICITIA, kapt. H. Villerius, met een passagier, vertrokken van Amsterdam de 26e mei.
Heden zijn hier aangekomen het dito schip ROTTERDAM. kapt. P. Vis, met zes passagiers, vertrokken van Rotterdam de 23e mei, het dito schip PETRUS, kapt. A. Stikvliet, vertrokken van Amsterdam de 16e mei, het dito schip PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN, kapt. P. Huidekoper, met vier passagiers, vertrokken van Amsterdam de 26e mei, en het dito schip de GOEDE VERWACHTING, kapt. F.H. Zeijlstra, vertrokken van Amsterdam de 1e juni.


09 september 1846


  JC - Javasche Courant

Batavia, 6 september. Gisteren is hier aangekomen het Nederlandse schip MAASSTROOM, kapt. H. Schuth, vertrokken van Rotterdam de 1e juni, en de dito bark STAD ZIERIKZEE, kapt. D. Ochtman, vertrokken van Zierikzee de 25e mei.
Heden is hier aangekomen het dito schip STAATSRAAD BAUD, kapt. J.H. Seepe, vertrokken van Amsterdam de 29e mei.


10 september 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Op de 25e augustus trof mij te Homburg boven Frankfurt am Main de gevoeligste slag mijns levens door het overlijden van mijn dierbare echtgenoot de WelEdelGestrenge heer Barend Willem van Starckenborg van Straten, Ridder der Orde van de Nederlandse Leeuw, in de ouderdom van ruim 42 jaren, mij nalatende drie kinderen, die met mij dit onherstelbaar verlies diep betreuren.
Amsterdam, 9 september, T.M. ten Cate, Wed. B.W. van Starckenborg van Straten (opm: een bekende belangrijke Amsterdamse reder).


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Die iets te vorderen hebben van Pieter Hoebée, in leven Scheepmaker, gewoond hebbende en op 1 augustus 1846 te Dordrecht overleden, worden verzocht daarvan opgave in te zenden ten sterfhuize of ten kantore van de Notaris S. van Dorsser, te Dordrecht, vóór de laatste september 1846.


12 september 1846


  DC - Dordtsche Courant

Harderwijk, 9 september. De 13e dezer zal van hier met scheepsgelegenheid naar het Nieuwe Diep vertrekken een detachement sterk 27 Afrikanen, van Oost-Indië sedert enige tijd alhier, als onbekwaam tot verdere dienst terug, ten einde 15 september aan boord van het schip HENRIETTE WILHELMINA, gezagvoerder W.H. Brandligt, te worden geëmbarkeerd en naar de kust van Guinea te worden teruggebracht. Ook zal er weder in de loop dezer maand naar Oost-Indië vertrekken een detachement van het koloniaal werfdepôt.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 11 september. Het fraaie Nederlandse fregatschip KONING DER NEDERLANDEN, kapt. J.W. Retgers, varende voor de rederij van de heer B.W van Starckenborg van Straten te Amsterdam, groot 807 tonnen, is op deszelfs reis van Amsterdam naar Batavia, op maandag de 7e september, in de namiddag ten 2½ ure, gestrand op een koraalrif in de nabijheid van Poelo Dapour, in het gezicht der rede, en wel met zulk een kracht, dat weinige uren daarna er reeds 5 voeten water gepeild werden. Een aantal passagiers waren aan boord, en het schip had geladen de helft van het droge dok, hetwelk te Soerabaija zal worden daargesteld, terwijl de wederhelft zich aan boord van het onlangs gearriveerde schip PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN bevindt. Dinsdagochtend is Zr.Ms. schoener SYLPH en de particuliere stoomboot KONINGIN DER NEDERLANDEN ter assistentie naar de plaats van het ongeval vertrokken, doch daar het schip reeds vol water zit, en volgens de berichten bereids gebroken is, vreest men dat hetzelve geheel weg zal zijn.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 9 september. Heden zijn hier aangekomen het Nederlandse schip CHRISTINA AGATHA, kapt. O.P. Lap, vertrokken van Amsterdam de 16e mei, en de idem bark BEURS VAN ROTTERDAM, kapt. W.C. Veenstra, vertrokken van Rotterdam de 21e mei.


14 september 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. A.A. van der Crab en Chr. Amens, makelaars, zullen op maandag de 5e oktober 1846, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stadsherberg aan het IJ, ten overstaan van een bevoegd beambte, verkopen een extra ordinair welbezeild gezinkt kofschip, genaamd MERCURIUS, laatst gevoerd door wijlen kapt. J.H. Bruins, volgens Nederlandse meetbrief, lang 23 ellen 60 duimen, wijd 4 ellen 36 duimen, hol 2 ellen 31 duimen, en alzo gemeten op 106 tonnen of 56 lasten. Breder bij inventaris en bericht bij bovengenoemde makelaars.


15 september 1846


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 11 september. Voor deze stad zijn ingeklaard: de schepen MARIA ELISABETH, kapt. K.J. Jonker, van Den Helder, met ballast; NOOIT GEDACHT, kapt. D. Lovius, van Noorwegen, met hout.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Delfzijl, 12 september. Het schip DOROTHEA, kapt. Gieser, van Amsterdam naar Hamburg gedestineerd, is in de avond van de 11e dezer, na zwaar gestoten te hebben, met lek schip, verlies van zeilen en meerdere schade deze haven binnengebracht. Het moet lossen om te repareren.


16 september 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 15 september. Daar de scheepvaart op de Wolga in Rusland een der meest gewichtige van het gehele Russische rijk is, heeft men reeds sinds lang gepoogd aldaar stoomboten te krijgen, ten einde de grote transportschepen opwaarts te kunnen slepen. Eindelijk heeft de heer Röntgen, directeur van het etablissement te Fijenoord, een grote boot vervaardigd, welke barken van een bijzondere constructie, geladen met 2.500 ton, zou slepen van Samora af tot Rijbinsk toe (een afstand van 1.400 wersten of 350 mijlen). De vervaardiger der sleepboot verplichtte zich daarenboven de kosten van het eerste transport te dragen, wanneer aan zijn voorwaarden niet voldaan zou worden. De Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij bouwde toen, volgens een model van de heer Röntgen, een ijzeren boot met 250 paardenkracht, en 2½ voet diep gaande. Het vaartuig naar Rybinsk overgebracht zijnde, volbracht hetzelve in de maand april jl. voor het eerst zijn taak, en sleepte twee barken van een bijzondere vorm. De barken namelijk zijn elk 400 voeten lang, gaan 5 voeten diep, en houden 1.250 last. De eerste tocht, van Rybinsk tot Samora geschiedde in 16½ dagen, dat is in drie en een halve dag korter dan de bepaalde tijd. Volgens de gewone wijze zou deze vaart drie of vier maanden geduurd hebben. Deze uitkomst is zeer belangrijk voor de binnenlandse handel van Rusland, en men ziet dagelijks tegemoet, dat het aantal dier sleepboten en transportbarken zal vermeerderd worden.


  JC - Javasche Courant

Soerabaija, 8 september. De 6e dezer is van hier vertrokken de Nederlands-Indische bark ELMASHOOR, thans hernaamd ALMASSOOR SARIE en gevoerd door kapt. Mohamat Seman, over Samarang naar Batavia. (opm: het schip was al op 13 augustus onder de naam ALMASSOOR SARIE van Bandjermassin vertrokken, zie JC 190946), en heden is van hier vertrokken de Nederlands-Indische bark CAROLINA, thans hernaamd ADENAN en gevoerd door kapt. Hadjie Ismoul, met een passagier, over Sumanap naar Bandjermassin.


17 september 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Heden overleed na een smartelijk lijden van weinige dagen in de ouderdom van ruim 59 jaren Sikke Ysbrands Parma (opm: laatstelijk gevoerd hebbende de kof DE STAD ZWOLLE), in leven oud-koopvaardijkapitein om de West.
Amsterdam, 17 september 1846, Janke Bonnema, wed. S.Y. Parma.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 16 september. Gisteren morgen 10 uur is in Vlieland, bij zich hebbende een Terschellinger loodsschuit, binnengekomen een Nederlandse schoener-kof, hebbende de achtermast geheel en van de voormast de stengen verloren; de naam onbekend (opm. waarschijnlijk de ANNA SIEBERDINA, zie NRC 180946).


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 16 september. Voor deze stad is ingeklaard: het schip MERWESTROOM, kapt. D.H. Hazewinkel, van Bergen, met stokvis en traan.


  DC - Dordtsche Courant

Het schip ’S HERTOGENBOSCH, kapt. Matthijsen, van Batavia naar Dordrecht, is op 7 augustus, op 24º NB 35º WL, lek gepraaid, door het schip ASSENATH, van Calcutta te Liverpool gearriveerd.


18 september 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 17 september. Het schip ANNA SIEBERDINA, kapt. Ugen, van Memel, is de 15e dezer met verlies van bezaansmast, een gedeelte der grote mast en meer andere schade te Harlingen binnengekomen (opm: vergelijk AH 170946).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 17 september. Het schip HOFFNUNG, kapt. De Jonge (opm: buitenlander, zie LC 231046), van Goole naar Hamburg, is de 8e dezer met vier voet water in het ruim beoosten Nes op Ameland gestrand, doch de equipage gered.


19 september 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De directeur der Amsterdamsche Stoomboot-Maatschappij geeft bij deze bericht, dat in de op heden gehouden Algemene Vergadering van Deelhebbers, de uitdeling over het jaar 1845, is bepaald op vijf en twintig gulden per aandeel.
Dat de bij de aandelen behorende bladen nieuwe coupons tegen het daartoe gevorderde bewijs bij de vorige bladen gevoegd geweest, ten zijnen kantore kunnen worden verkregen, vanaf maandag de 21e dezer, en dat daarna, vanaf maandag de 28e dezer, de eerste coupon van die bladen, ingevuld met voormelde som van vijfentwintig gulden, ten kantore van de heren kassiers Di Gazar Franken & Co., zal kunnen worden ontvangen.
Amsterdam, 17 september 1846, de directeur voornoemd, Paul van Vlissingen.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 18 september. Voor deze stad is ingeklaard: het schip MARGRITHA GEZINA, kapt. R.H. Stutvoet, van Denemarken, met raapzaad.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Voor het entrepot alhier zal door de ondergetekenden tegen 4 pCt. vendu-salaris, geveild worden, voor rekening van degenen die zulks zouden mogen aangaan, de inventaris van het Nederlandse schip KONING DER NEDERLANDEN (opm: zie JC 120946), bestaande uit ankers en kettingen, masten, stengen, ijzeren waterbakken, wanten, een partij nieuw touwwerk, kompassen, kanonnen, geweren, enz. enz. alsmede restant provisiën en meubelen, van heden af bij het entrepot alhier voor een ieder te zien.
En precies ten 11 ure, de romp van het Nederlandse schip KONING DER NEDERLANDEN, groot circa 807 tonnen, met de inhebbende lading, zoals zij nu op het island van Pulo Dapoer ligt.
De lijst van de lading en wat datgene wat nog aan boord blijft, kan door een ieder gezien worden, in de toko van ondergetekenden.
Christall, Marten & Co.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Krachtens dispositie van de Raad van Justitie alhier d.d. 28 augustus j.l. wordt M. Fonceca opgeroepen om op de 18e november 1846 te verschijnen voor die Raad, des morgens ten half acht ure, ten einde aldaar namens d’Almeida & Sons te horen verzoeken arrest op het vaartuig UNION, daarop de antwoorden en voorts te procederen als naar rechten.
Soerabaija, 5 september 1846, de eerste gezworen exploiteur, C.F. Damwijk.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 15 september, heden is hier aangkomen het Nederlands-Indisch barkschip EL MASHOOR, thans hernaamd AL MASHOOR SARIE en gevoerd wordende door kapt. Moehamat Seman bin Sabodien, de 13e augustus vertrokken van Bandjermassin (opm: vergelijk schrijfwijze namen met JC 160946).


  JC - Javasche Courant

Batavia, 17 september. De 15e dezer is hier aangekomen de Nederlandse bark TERNATE, kapt. S. van de Koppel, vertrokken van Rotterdam de 2e juni.
Heden is alhier aangekomen het Nederlandse schip IMMAGONDA SARA CLASINA, kapt. H. Zoetelief, vertrokken van Amsterdam de 22e mei.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 16 september. 16 zeevarenden van het op Poeloe Dapoer vastgeraakt Nederlands schip KONING DER NEDERLANDEN zijn heden met het Nederlandse schip FLEVO, kapt. S. van der Meij, van hier naar Amsterdam vertrokken.


21 september 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 september. De nieuwgebouwde bark A.R. FALCK ligt thans heden zeilklaar met bestemming Batavia.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 september. De korvet ARGO en de brik MERKUUR zullen met 1 oktober in dienst worden gesteld (opm: schepen van de Koninklijke Marine).


22 september 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 21 september. Volgens particulier bericht zeilde heden van Hellevoetsluis in zee de A.R. FALCK, kapt. Boulet.


23 september 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 22 september. Volgens brief van Terschelling d.d. 22 dezer is aldaar met assistentie van schuiten en volk, met 4 voet water in het ruim in de haven binnengebracht het schip EMMA, kapt. N.M. Lindegaard, van hier naar Hammerfest gedestineerd, zijnde bij het uitzeilen van de rede door de loods aan de grond gezet en hebbende 4 uren lang zwaar gestoten.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 20 september. Gisteren zijn hier aangekomen het Nederlandse schip DOGGERSBANK, kapt. P.J. Kerkhoven,met een passagier, vertrokken van Amsterdam de 24e mei, en het dito schip GENERAAL VAN DEN BOSCH, kapt. A. Plokker, vertrokken van Amsterdam de 3e juni.
Heden zijn hier aangekomen het dito schip DOROTHEA, kapt. E.D. Dekker, vertrokken van Amsterdam de 3e juni, en de dito bark MOSAMBIQUE, kapt. T.J.J. Bouman, met twee passagiers, vertrokken van Rotterdam de 4e juni.


24 september 1846


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 23 september. Voor deze stad is ingeklaard: het schip HARMONIE, kapt. P.H. Schabeling, van Liverpool, met stukgoederen.


25 september 1846


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip JONGE TJALLING, kapt. Mellema, de 10e september van Dantzig naar Amsterdam vertrokken, is de 14e zonder schade uit zee teruggekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Macao, 20 juli. Het fregatschip DRIE MARIA’S, kapt. L.G. Verbeek, bestemd van Canton naar Rotterdam, na de 26e juni Macao in volmaakte staat, hetwelk door survey-rapporten bewezen wordt, verlaten te hebben, is de 1e dezer met zware schade terug gekomen ten gevolge van een typhoon, die in de Chinese Zee aan vele schepen grote schade toebracht. Het schip is te Whampoa aangekomen en zal een reparatie ondergaan, die minstens twee maanden duren zal. De goederen zijn te Canton opgeslagen en worden de 13e dezer door Lloyd’s agenten nagezien. Een gedeelte der lading der DRIE MARIA’S, beschadigd uitgelost, zal voor rekening van wien het aangaat, verkocht worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen datum of plaats) Men had gemeld, dat men het Belgische schip JAN VAN EIJCK in het eiland St. Catherine (Brazilië) op een frauduleuze wijze had willen invoeren, en dat de equipage te dier zake in hechtenis en het schip in beslag genomen was. Het bericht evenwel was onjuist. Het schijnt, dat bij het verlaten van een herberg een vechtpartij is ontstaan tussen enige politiedienaren ter ene en de heer G. van Antwerpen met de kapitein van de JAN VAN EIJCK aan de andere zijde. Men heeft gevochten. Het schijnt dat er enige personen gekwetst, de heer G. en de kapitein van de JAN VAN EIJCK gearresteerd zijn en een instructie tegen hen is ingesteld wegens het plegen van gewelddadigheid tegen de ambtenaren der openbare macht. Doch er is geen fraude gepleegd, noch zelfs heeft het denkbeeld daartoe bestaan.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Op de 15e dezer is ten noorden van Ameland op 15 vadem water gezonken het Hamburger galjootschip CARL FRIEDRICH, kapt. C. Frey, van Hull met spoorijzer naar Hamburg bestemd. De equipage heeft getracht zich met de boot te redden, totdat zij de volgende dag door schipper W.H. Visser, varende de vissnik de TWEE GEBROEDERS, te Zoltkamp te huis behorende, werden ontdekt en hij dadelijk zich gereed maakte om het volk te redden, hetgeen hem dan ook gelukte, en na hen van alle noodwendigheden te hebben voorzien, dezelve de 18e dezer te Wangerooge aan wal gebracht.


26 september 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Rendsburg, 21 september. Het schip JONGE PIETER, kapt. De Jonge, van St. Petersburg naar Amsterdam, is heden morgen met gebroken boegspriet en verlies van zeilen alhier binnengelopen. Het zou de schade doen herstellen en alsdan de reis voortzetten.


  AH - Algemeen Handelsblad

Elseneur, 19 september. Het schip CATHARINA ENGELINA, kapt. De Grooth, van Kroonstad naar Amsterdam besteld, is heden alhier wegens ziekte van de kapitein binnengelopen. De kapitein is naar het hospitaal vervoerd.


  JC - Javasche Courant

Toen de in het jaar 1841 tegen zeerovers uitgeruste expeditie zich in de wateren van Sumbawa en Flores ophield, werd aan de commandant der expeditie bericht, dat zich te Pota, op de noordkust van laatstgenoemd eiland, opvarenden en goederen bevonden, afkomstig van het in Nederlands-Indië te huis behorend schip CHADELIE, hetwelk in de maand januari met een lading rijst en gouvernements goederen naar Amboina vertrokken, en in de nabijheid van Flores verongelukt was.
Dientengevolge begaven de expeditionaire oorlogsschepen zich naar Pota, alwaar de zekerheid werd verkregen, dat de radja van die plaats, die ondergeschikt is aan de sultan van Bima, zich meester had gemaakt van de goederen, welke de schipbreukelingen van de CHADELIE, na het stranden van hun vaartuig, derwaarts hadden medegevoerd, en dat zich aldaar nog verscheidene personen bevonden, die deel hadden uitgemaakt van de equipage, en door de radja belet werden naar hun woonplaatsen terug te keren.
Aan enige anderen was het gelukt zich in een klein vaartuig van Pota te verwijderen. Deze werden later door kruisende oorlogsschepen in een deerniswaardige toestand in zee aangetroffen en aan boord opgenomen. De Arabische gezagvoerder van de CHADELIE had met nog vier man van de equipage reeds vroeger zijn vrijheid terug bekomen, door bemiddeling van zijn broeder, die zich, voorzien van een brief van de sultan van Bima aan de radja van Poto, tot dat einde derwaarts had begeven.
Het aanhouden van schipbreukelingen en het toe-eigenen van hun goederen, werd toen beweerd te zijn gegrond op een overoud gebruik, hetgeen echter later door de sultan van Bima uitdrukkelijk is ontkend.
Toen de expeditie zich voor Pota bevond, werd mede ontdekt, dat zich aldaar bevonden de opvarenden van de aan de heer Romswinckel te Batavia toebehorende brik EAGLE, die, na het vaartuig afgelopen en nabij Flores schipbreuk geleden te hebben, derwaarts de wijk hadden genomen, dat deze aldaar door de radja aangehouden en reeds drie van hun als slaaf verkocht waren, en eindelijk, dat zich zowel daar als te Reo, een plaats aan dezelfde kust gelegen, inboorlingen bevonden, die, na uit de handen van de zeerovers ontsnapt te zijn, aldaar waren aangehouden; een van hen bevond zich sedert 14 jaar aldaar.
Het gouvernement hiervan kennis bekomende hebbende, gelastte de gouverneur van Makassar, om van de sultan van Bima genoegdoening te eisen voor deze handelingen van een zijner onderhorigen, tot welk einde Zr.Ms. schoenerbrik LANCIER, in de maand januari van dit jaar naar Bima vertrok.
Door de commandant van die oorlogsbodem werd toen aan de sultan het verkeerde en beledigende van de radja van Pota gehouden gedrag onder het oog gebracht en hem aangezegd, dat als nu verlangd werd dat door zijn tussenkomst door de radja genoegdoening aan het gouvernement van Nederlands Indië verschaft werd; dat die genoegdoening zou moeten bestaan uit een openlijke bekentenis van schuld, betuiging van berouw en verzoek om vergiffenis, dat voorts door hem een schadevergoeding in geld zou moeten worden uitgekeerd voor de geroofde en niet terug erlangde goederen, en eindelijk, dat de radja aan het gouvernement zou worden uitgeleverd, in het geval hij mocht weigeren aan het geëiste te voldoen.
De sultan verklaarde, na met zijne rijksgenoten te hebben geraadpleegd, dat hij het gedrag van de radja geheel afkeurde, de billijkheid van ’s gouvernements verlangen erkende, en zorgen zou dat aan hetzelve werd voldaan.
Kort daarna werd dan ook een aanzienlijke gewapende macht, bestaande uit twee op Europese wijze getuigde schepen en 16 grote en kleine prauwen, met duizend koppen bemand, onder geleide van de radja bitjara, van Bima naar Pota afgezonden, met dat gevolg, dat de schuldige radja in de maand mei te Bima aankwam, en onmiddellijk na zijn aankomst, door de sultan van zijn waardigheid werd ontzet.
In de maand juni verscheen de LANCIER andermaal voor Bima, ten einde de toegezegde genoegdoening te vorderen.
Nadat de kapitein-luitenant ter zee P. Bruining, commandant van de LANCIER, als met afdoening der zaak belast, deswege met de sultan van Bima had overlegd, werd bepaald, dat de uitkering van de geldelijke schadevergoeding, op de 13e van die maand, en op de daaraan volgende dag, de verootmoediging van de ontslagen radja zou plaats hebben. Op dringend verzoek van de sultan en de radja bitjara werd toegestaan, dat van de gewezen radja de afgifte van zijn kris niet zou worden gevorderd, en zulks uit aanmerking van de nauwe verwantschap, in welke beide inlandse groten tot de radja staan, en de bereidwilligheid door hen in deze zaak betoond; door de commandant van de LANCIER werd echter uitdrukkelijk verlangd, dat de genoegdoening openlijk en op een indrukwekkende wijze zou plaats hebben.
Nadat, overeenkomstig het deswege bepaalde, de tot schadevergoeding bestemde gelden op 13e juni door een commissie in ontvangst waren genomen, heeft de verootmoediging van de ontslagen radja op de daarop volgende dag plaats gehad.
Op die dag zijn de officieren van Zr.Ms. schoenerbrik LANCIER, een tot dat einde van Makassar mede gevoerd detachement flankeurs, en alle met geweer gewapende schepelingen aan wal gekomen. De gezaghebber had de Christen-inwoners en alle kamponghoofden tot bijwoning van deze plechtigheid ontboden; deze waren tot dat einde bijeengekomen, in een voor deze plechtigheid bestemde pandoppo, voor welke ingang een wacht van soldaten uit het fort geplaatst was.
Op de bepaalde tijd kwam de sultan met een talrijk gevolg aldaar aan, en werd met gepaste eerbewijzen ontvangen. De gewezen radja van Pota daarop voor geroepen zijnde, naderde bevende en ontsteld, betuigde plechtig zijn berouw en ootmoed, en verzocht op een nederige wijze vergiffenis voor zijn gehouden gedrag.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. De ondergetekenden zullen op hun vendutie van de 29e dezer verkopen de restant inventaris van het Nederlandse schip KONING DER NEDERLANDEN, waaronder drie sloepen, en zulks voor rekening van diegenen wien zulks zoude mogen aangaan.
Cristall, Marten & Co.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. In de eerste helft der maand Oktober aanstaande zal te Batavia op een nader te bepalen dag op vendutie worden geveild het snelzeilend Nederlands-Indisch brikschip ORESTES, groot volgens meetbrief 135½ lasten, gevoerd door Henry Presser, met deszelfs inventaris, liggende op de rede aldaar. De bewijzen van eigendom zijn ten vendu-kantore gedeponeerd.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 23 september. Heden is ahlier aangekomen de Nederlandse bark ROULAH, thans hernaamd SAFOERA en gevoerd door Said Taha bin Moesaija, van Soerabaija vertrokken de 12e september.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 24 september. De 22e dezer is hier aangekomen de Nederlandse bark PRINS-VELDMAARSCHALK, kapt. M. van Velthoven, vertrokken van Amsterdam de 29e mei.
Gisteren is hier aangekomen het dito schip KORTENAER, kapt. B.P. Martens, met twee passagiers, vertrokken van Rotterdam de 15e juni.
Heden is hier aangekomen de dito bark ANNA MARIA HENRIETTA, kapt. H.F. Zeijlstra, vertrokken van Amsterdam de 25e mei.


28 september 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 september. Op de 7e juli l.l. overleed aan boord van het barkschip JACATRA, op deszelfs uitreis naar Java, de gezagvoerder D. Varkevisser. Zijn stoffelijk overschot werd op 11 juli l.l. te Batavia onder geleide van de aanwezige koopvaardijkapiteins ter aarde gebracht.


29 september 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 23 september. Het schip LOUISA, kapt. Bakker, van Torrevecchia (opm: Pescara, Italië) naar Gothenburg, is gisteren alhier lek, met schade aan de boeg, verlies van kluiverboom, enz. binnengelopen, zijnde door het schip ERNST UND GUSTAV, van Odessa naar Bremen, aangezeild, welke laatste de voorsteng verloren heeft.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Deal, 24 september. De ANTONIO, kapt. Rogerie, van Gothenburg naar Granville, is totaal verongelukt. Er is van de lading nog niets geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stromstad, 12 september. Het schip MARIA SOPHIA, kapt. Bohlen, van Amsterdam naar Stockholm, is alhier met verlies van een anker enz. binnengelopen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 28 september. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de navolgende schepen:
Voor Amsterdam: MAXIMILIAAN THEODOOR, kapt. D. Boelhouwer, PRINS HENDRIK kapt. H. Smith, en GEZINA, kapt. P. Burggraaf.
Voor Rotterdam: ELISE SUSANNE, kapt. N.A. Dijkema, en STAD SCHIEDAM, kapt. J.P. Andriessen.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 23 september. Voor deze stad is ingeklaard: het schip TIMOR, kapt. C.M. Borghorst, van Batavia, met koffie en suiker.


30 september 1846


  JC - Javasche Courant

Anjer. In de avond van de 24e september is alhier op een afstand van pl.m. 9 Engelse mijlen, tussen Poeloe Bessie en Tjie Boekor, een drijvend wrak gezien, alleen met fokke- en bezaansmast, zonder stengen of ra´s. Er zijn van hier pogingen in het werk gesteld om het wrak te bereiken, doch de grote afstand en de sterke stroom, benevens de invallende duisternis, hebben zulks belet. Bij vertrek van de post van de 25e j.l. waren de uitgezonden boten nog niet uit zee terug. (opm: het verlaten en op drift geraakte wrak van de KONING DER NEDERLANDEN, zie JC 120946 en 281046).


  JC - Javasche Courant

Batavia, 28 september. Gisteren is hier aangekomen de Nederlandse bark VLASHANDEL, kapt. P.L. Dupain, vertrokken van Rotterdam de 4e juni.
Heden zijn hier aangekomen het dito schip ADMIRAAL ZOUTMAN, kapt. H.G. Hinrichs, met een passagier, vertrokken van Hellevoetsluis de 7e juni, het dito schip PROTEUS, kapt. F.D. Radijs, vertrokken van Rotterdam de 31e mei, en het dito schip RABENHAUPT, kapt. A. de Jonge, vertrokken van Amsterdam de 1e juni.


02 oktober 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Op de 29e juli 1846 overleed te Suriname mijn geliefde echtgenoot de heer K.J. Rotgans, gezagvoerder q.q. van het Nederlandse brikschip TRITON, in de ouderdom van 29 jaren.
W.A. Visser, wed. K.J. Rotgans.


03 oktober 1846


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een kofschip (opm: HINDERIKA) met complete inventaris, nieuw gebouwd in den jare 1834, groot circa 50 lasten. Te bevragen bij de eigenaar W.J. Drewes in de Havenstraat te Groningen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Croonstad, 20 september. Het schip FROUWINA, kapt. Bakker, van St. Petersburg naar Amsterdam, is gisteren alhier met verlies van bezaansmast en zeilen uit zee teruggekomen, zijnde bij de vuurtoren aangezeild. Het moet lossen om een nieuwe mast in te zetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 27 september. Het schip TIESSINA, kapt. Mooi, van Rotterdam naar Hamburg, is alhier zwaar lek, met verlies van boegspriet en na een gedeelte der lading over boord geworpen te hebben, binnengelopen, zijnde op de hoogte van Borkum door een stoomboot aangezeild; hetzelve zal naar Hamburg gesleept worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 27 september. Het schip EENDRAGT, kapt. Drent, van Amersfoort naar Rendsburg, is alhier enigszins lek binnengelopen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Openbare Veiling bij Gezag van Recht. Op maandag de 16e oktober aanstaande, ten 4 ure namiddag, zal er in de Gehoorzaal van het Tribunaal van Eerste Aanleg openbaar verkocht worden het Engels gekoperd driemast schip JAMES SCOTT, metende 649 tonnen, ladende 1.100 ton, gebouwd in het jaar 1819 te Bombay, van teakhout. Voor nadere inlichtingen zich te vervoegen bij de scheepsmakelaars Chs. Grisar & W.J. Marsily, te Antwerpen.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Het brikschip ORESTES, gezagvoerder Presser, zal op de vendutie van woensdag de 14e oktober worden verkocht. (opm: vergelijk JC 311046).


  JC - Javasche Courant

Batavia, 28 september. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip PRESIDENT VERKOUTEREN, kapt. S. Hoekstra, met twee passagiers, vertrokken van Amsterdam de 1e juni.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 29 september. De Nederlandse bark MARIA CATHERINA (opm: Nederlands-Indië), is thans hernaamd in ARIEF BANJOEMAAS en gevoerd door kapt. Hadjie Brahim bin Hadjie Achmat. Het was de 25e september van Samarang vertrokken en kwam heden alhier aan.


05 oktober 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 29 september. Het schip LOUISA, kapt. Bakker, van Torrevecchia (opm: Pescara, Italië) alhier binnengelopen, is lek en moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Shields, 1 oktober. De NEWA, kapt. Brown, van Schiedam, is in beslag genomen, daar men aan boord van het schip tabak heeft verborgen gevonden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Voor passagiers en goederen naar New York, zal voor of op 20 dezer van Rotterdam vertrekken het nieuw gebouwd en gekoperd tweedeks barkschip JAVA, kapt. L. Tuk. Adres bij de cargadoors Vlierboom & Suermondt, te Rotterdam en bij d’Arnaud & Co. en H.W. Groll, te Amsterdam (opm: eerste reis van dit nieuw gebouwde schip).


06 oktober 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Verkoop van een kofschip. De notaris H.B. Klaassesz te Ternaard zal op maandag de 26e oktober 1846, des namiddags ten 1 ure precies, in de Herberg van Nauta, te Nieuwe Zijlen, onder Engwierum (provincie Friesland), in het openbaar tegen contante betaling presenteren te verkopen:
Het zich in hechte staat bevindende hol of casco van het in de jare 1840 op de werf der heren D. & L. Alta te Harlingen nieuw gebouwde kofschip CORNELIA, bevaren geweest door schipper G.L. Swart, lang 24 el 55 dm., wijd 4 el 75 dm., hol 2 el 42 dm. gemeten op een inhoudsgrootte van 125 zeetonnen. Gemakkelijk ten vervoer liggende te Nieuwe Zijlen.
(opm: zie AH 020746; het casco werd verkocht, maar de datum is niet gevonden; de kof ging in mei 1847 als CERES onder kapt. K.E. Boswijk weer in de vaart)


  AH - Algemeen Handelsblad

Den Helder, 4 oktober. Met de 1e oktober zijn in dienst gesteld Zr.Ms. korvet ARGO, liggende aan Den Helder, commandant kapt. ter zee C. van der Hart, bestemd voor Oost-Indië ter aflossing van Zr.Ms. korvet BOREAS, en Zr.Ms. brik MERCUUR, liggende te Hellevoetsluis, commandant kapt.luit.ter zee J. Baron van Cats de Raet, bestemd voor West-Indië ter aflossing van Zr.Ms. brik de LYNX.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Wordt te koop aangeboden 1/32e aandeel in het nieuw gekoperde fregatschip genaamd OOST-INDIËN en gevoerd bij kapt. J. Engelenburg, thans liggende te Amsterdam.
Te bevragen bij de heer J.H. Rocquette, makelaar te Amsterdam, en de notaris Van der Goes te Beek bij Nijmegen. Brieven franco.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 5 oktober. Voor deze stad zijn ingeklaard: de schepen ’S HERTOGENBOSCH, kapt. T.J. Matthijsen, van Batavia, met suiker en koffie; VROUW JANTJE, kapt. H. Leevoog, van Lübeck, met raapzaad; ANTHONIJ, kapt. E.H. Mugge, van Odessa, met rogge; HERCULES, kapt. W. Swart, van Charlestown, met ijzer.


07 oktober 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen op maandag de 5e oktober in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ een welbezeild gezinkt kofschip MERCURIUS, laatst gevoerd door wijlen kapt. J.H. Bruins, groot 106 tonnen of 56 lasten: NLG 4.050, in slag NLG 225. Koper J. Karseboom.


  AH - Algemeen Handelsblad

Antwerpen, 5 oktober. In de nacht tussen zaterdag en zondag (opm: van 3 op 4 oktober) is alhier ter rede gekomen de Nederlandse kof MATHILDA MARIA, kapt. Van de Velde (opm: MACHTILDA MARIA; kapt. Gosse Jans van der Velde, komende van Hamburg met een lading graan. Het schip, driftig geworden zijnde, is ten 5½ ure des morgen gestrand op de hoogte van het palinghuis, waar het zich een lek op de paalhoofden stootte. Zondag bij de vloed lag het geheel onder water. Men was bezig het schip te lossen, ten einde het weder vlot te krijgen. (opm: zie ook NRC 091046).


  JC - Javasche Courant

Batavia, 4 oktober. De 2e dezer is hier aangekomen de Nederlandse bark JAN PIETERSZ. KOEN, kapt. B. van der Plas, vertrokken van Amsterdam de 14e juni.
Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark TRITON, kapt. H. Olie, vertrokken van Amsterdam de 5e juni.


08 oktober 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 7 oktober. Het schip ANNA, kapt. Wijkmeijer (opm: kof, bouwjaar 1839; kapt. Geert Klaassens Wijkmeijer), van St. Petersburg naar de Maas, is volgens brief van Fredrikshavn van de 11/23 september (opm: zo staat het er) bij Hochland gestrand en zoude wegens de heersende storm vermoedelijk totaal weg zijn.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 5 oktober. Heden morgen zeilde naar zee: VROUW CHRISTINA, kapt. H.R. Dood, naar Rochefort.
Te Kroonstad aangekomen, op 25 september, het schip KLEINKINDEREN, kapt. Den Breems, van Dordrecht.
Van Liverpool vertrokken op 2 oktober, CONCORDIA, kapt. Eddes, TRY, kapt. Howes, beiden naar Dordrecht.
Op 2 oktober te Rochefort gearriveerd, het schip PAULINA, kapt. S.T. de Boer.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Dordrecht ligt in lading naar New York, het Nederlands barkschip TIMOR, kapt. C.M. Borghorst, om tegen november eerstkomende te vertrekken. Adres voor goederen en passagiers bij de cargadoors Visser en Van der Sande, te Dordrecht, of bij de kapitein aan boord.


09 oktober 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare Veiling bij Gezag van Recht. Op vrijdag 16 oktober aanstaande ten 4 ure namiddag zal er in de Gehoorzaal van het Tribunaal van Eerste Aanleg openbaar verkocht worden het Engels gekoperd driemastschip JAMES SCOTT, metende 649 tonnen, ladende 1100 ton, gebouwd te Bombay in het jaar 1819 van tick hout (opm: teakhout). Voor nadere inlichtingen vervoege men zich bij de makelaars Ch. Grisar en W.J. Marsily te Anrtwerpen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 7 oktober. De Nederlandse kof MARIA MATHILDA, kapt. Van de Velde (opm: MACHTILDA MARIA, kapt. G.J. van der Velde) waarvan wij in ons laatst vorig nummer het stranden gemeld hebben, is in de afgelopen nacht door middel van ledige vaten, die in het ruim waren geplaatst, weder vlot geraakt en zo nabij het droge dok gebracht als mogelijk. Het zal daarin worden gebracht om er de nodige herstellingen te ondergaan. (opm: de kof, bouwjaar 1843 werd hersteld en ging in september 1847 onder kapt. Van der Velde weer in de vaart)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dartmouth, 4 oktober. Het schip J.A. JESURUM, kapt. Vinale, van Curaçao naar Amsterdam, is alhier binnengelopen met verlies van de grote mast, bezaansmast, zeilen, enz. (opm: volgens AH 181146 is dit een Amerikaans schip).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 4 oktober. Het Nederlands schip A.R. FALCK, kapt. Boulet, van Rotterdam naar Batavia, is alhier binnengelopen met zware schade aan zijn verkopering. Het schip is voor zo ver zulks doenlijk was op zijde gehaald om de schade aan het koper na te zien, doch men heeft het nodig geoordeeld om hetzelve te lichten, daar er meer kentekenen van schade onder water zijn. Men heeft dan ook reeds met lossen een aanvang gemaakt.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Bij het bestuur der Rijn- en IJssel Stoomboot Maatschappij is men er op bedacht om de steenkolen, tot het stoken der machines gebezigd, door turf te doen vervangen. Op de 28e j.l. is daarmede op de stoomboot ADMIRAAL VAN KINSBERGEN, varende tussen Kampen en Amsterdam, de eerste proef genomen, waarvan de resultaten hoofdzakelijk de volgende waren: de hoogste hitte, met de turf bereikt, was 52º, die echter doorgaande niet hoger bleef dan 45º; de hoogste hitte, met de steenkolen te bereiken, is 53º en houdt doorgaande circa 50º. De kracht, waarmede de raderen werden voortgedreven, was met de turf 25 slagen in de minuut, met de steenkolen is die 28 slagen. Wanneer men nu bedenkt, dat men vier ton turf koopt voor de prijs van één ton steenkolen, en dat de ruimste van de ovens, waarmede de ketel gestookt wordt, op steenkolen berekend zijnde, niet meer dan hoogstens 1½ maal de massa kan bergen, welke daarin gewoonlijk aan steenkolen gestookt wordt, dan kan het niet twijfelachtig zijn, of men zal bij een vergroting van die ruimte der ovens met de helft, hetwelk de vaartuigen toelaten, met de dubbele hoeveelheid turf evenveel, en wellicht meer kracht en hogere hitte bereiken kunnen, dan met steenkolen, waartegen de kosten met de helft zouden worden verminderd. Daartoe zal men een tweede proef, die het genoemd bestuur voornemens is met de rivierboot DRUSUS te nemen, zo men vertrouwt, na de ruimte der ovens te hebben uitgebreid, moeten afwachten, waarvan wij, zodra wij daarvan met juistheid onderricht zijn, mededeling zullen doen. In het vertrouwen op een gunstige uitslag daarvan juichen wij deze maatregel, om een buitenlands product door een inlands te vervangen, ten hoogsten toe en zien met verlangen de bekroning van de ijverige bemoeiingen van het bestuur der maatschappij tegemoet, die zonder twijfel van grote gevolgen zal zijn voor een hoogst belangrijke tak onzer vaderlandse nijverheid.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip MARGARETHA, kapt. Eiligers, van Onega (opm: Witte Zee) naar Havre, is de 15e september bij Skarpsunde Smölin gestrand en geheel wrak geworden, doch de inventaris en het grootste gedeelte der lading zal geborgen kunnen worden. De kapitein en negen man zijn daarbij verdronken, doch de overige drie gered.


10 oktober 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremen, 5 oktober. Het schip REBECCA MARGARETHA, kapt. Aldag, van Nerva naar herwaarts, is bij Tüttus verongelukt, doch de equipage gered.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 9 oktober. Voor deze stad is ingeklaard: het schip SUSANNA, kapt. W. Daniels, van Liverpool, met ruw zout en katoen.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Op de vendutie van de 13e dezer zal om 11 uur worden verkocht de romp van het schip JEUNE SOPHIE, zo als dezelve nu op de punt van Krawang ligt.
Cristall, Marten & Co.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 7 oktober. Het Nederlands-Indische barkschip RAULAH, thans hernaamd SAFOERA en gevoerd wordende door kapt. Said Taha bin Moesaija, is heden van hier naar Soerabaija vertrokken.


12 oktober 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) Enige tijd geleden hebben wij melding gemaakt van een Belgisch schip genaamd JAN VAN EIJCK, welks gehele equipage ten gevolge van een vechtpartij met de Braziliaanse patrouilles in het eiland St. Catharina, op Braziliaans grondgebied, in de gevangenis was geworpen. Volgens de Messager de Gand zou de Belgische consul Sheridan, die zijn bemiddeling tussen de Brazilianen en de Belgische equipage had aangeboden, zeer slecht gezien zijn te St. Catharina; men zegt zelfs, dat hij geen consul meer is. Kapitein Gevers en de gehele equipage zijn tot acht jaren tuchthuisstraf veroordeeld, en dit vonnis, waarvan zij bij de Relaçao te Rio hadden geappelleerd, was door die rechtbank bevestigd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 9 oktober. Men koestert grote ongerustheid nopens de Belgische brik DUC DE BRABANT, kapt. Lieven, zes dagen voor de schepen AIGLE (opm: Belgische bark) en MARIA van St. Ubes vertrokken, welke laatste reeds acht dagen te Ostende zijn gearriveerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 10 oktober. De Belgische brik DUC DE BRABANT, kapt. Lieven, doende zijn eerste reis en te Brugge te huis behorende, met zout beladen van St. Ubes komende, is met grote schade aan mast en zeilwerk de 27e september, na het doorstaan van een zware storm in de Spaanse zee, te Lissabon binnengelopen. (opm: de brik, bouwjaar 1844, bleef behouden en voer vanaf 1851 als Tonia onder Nederlandse vlag)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hull, 6 oktober. De CATHARINA, kapt. Ackerman (opm: kapt. Pieter Pieters Ackerman), van Newcastle naar Rotterdam, heeft de 5e dezer op Spurn-Point (opm: Spurn Head, Humber) gestoten en is hedenmorgen bij Errington (opm: Easington) gestrand. Het is zwaar lek en moet lossen. (opm: zie ook NRC 131046).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

North Shields, 7 oktober. De HERCULES, kapt. Lema, van hier naar Toulon, die op Whitehill Point was gezonken, is weder opgehaald en op het droge gezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 7 oktober. De Belgische goelet VIGILANT, kapt. Muyllaert, van Ostende naar Liverpool, is met schade aan de fokkemast alhier binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dartmouth, 3 oktober. Aangaande het schip J.A. JESURUM, kapt. Vinall, van Curaçao naar Amsterdam, alhier onder noodmasten binnengelopen, wordt gemeld, dat hetzelve de 16e september op zijde gelegen, de deklast verloren en meer andere schade bekomen had.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cronstadt, 28 september. Het alhier met schade teruggekeerde schip (opm: kof) FROUWINA, kapt. J.G. Bakker, heeft, nadat hetzelve een nieuwe bezaansmast is ingezet en de lading weder ingenomen heeft, heden de reis weder voortgezet.


13 oktober 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 8 oktober. Heden is alhier binnengelopen de RHOON EN PENDRECHT, kapt. F. Fokkens, van Amsterdam naar Batavia, met verlies van de voorsteng en van zeilen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hull, 9 oktober. De CATHARINA, van Newcastle naar Rotterdam, welke op 5 dezer nabij Easington was aan de grond geraakt (opm: zie NRC 121046), is vlot gekomen en hier binnengebracht.


  AH - Algemeen Handelsblad

Den Helder, 9 oktober. Op heden is alhier binnengelopen Zr.Ms. brik de AREND, onder bevel van de kapt.luit.ter zee J. van der Schaaff. Deze brik is zondag j.l. (opm: 11 oktober) van Hellevoetsluis naar West-Indië gezeild, doch wegens stormweder en verlies van anker en andere averij alhier binnengelopen.


  DC - Dordtsche Courant

Directeuren der Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen, te Rotterdam gevestigd, hebben in hun jongste vergadering besloten te doen uitreiken: aan schipper Frans Antoon Berwald, wonende te Zierikzee, de zilveren medaille, benevens een getuigschrift, en vijfenzeventig gulden om onder de bemanning van zijn visschuit te verdelen, voor het zo stoutmoedig en met levensgevaar redden der equipage van de Engelse schoener HELEN, te huis behorende te Yarmouth, op 20 augustus op de punt van Schouwen gestrand en totaal verbrijzeld, bestaande uit zes man, dezelve aan zijn boord te verplegen en veilig te Zierikzee aan land te brengen, en aan schipper Louwe Post, wonende op het eiland Urk, tien gulden, voor het in de Zuiderzee wonderbaarlijk redden van een schipbreukeling, die in de nacht over boord gevallen en ruim drie uren drijvende is geweest.
Terwijl tevens uit het zo weldadig fonds van wijlen mejuffrouw Ida Maria de Raath, aan onderscheiden behoeftige weduwen van in zee verdronken zeelieden, zowel te Rotterdam als in Den Briel, te Maassluis, Vlissingen, Harlingen en in de Pekel-Aa wonende, doeltreffend onderstand is uitgereikt.


  DC - Dordtsche Courant

De Amerikaanse bark HOLLANDER, kapt. Ewer, van Rotterdam naar Boston, met landverhuizers, is den 8 dezer te Vlissingen met gebroken boegspriet en rondhouten binnengelopen.


14 oktober 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 13 januari. Het schip OUD ALBLAS, kapt. Kleij, van hier naar Batavia, is de 9e dezer, na 14 dagen met stormweder in de Noordzee gekruist te hebben, met verlies van boegspriet en schade aan tuigage en zeilen te Vlissingen binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 13 oktober. Het schip SARA, kapt. Nauta, van Dantzig naar herwaarts, is volgens brief van Delfzijl van de 10e dezer, de vorige dag aldaar met verlies van zeilen en meer andere schade binnen gelopen.


  JC - Javasche Courant

Op de 24e juli is door Z.M. in dienst gesteld het stoomschip BATAVIA, liggende te Rotterdam, onder bevel van de luit.t.zee 1e klasse L.C.H. Anemaet, bestemd naar Oost-Indië. (opm. het schip was speciaal bedoeld voor de overvoer van passagiers en mail van Singapore naar Batavia).


  JC - Javasche Courant

Batavia, 11 oktober. De 9e dezer is hier aangekomen het Nederlandse schip ONDERNEMING, kapt. J.C. van Heeckeren, vertrokken van Middelburg de 16e mei.
Gisteren is hier aangekomen het dito schip NOVA ZEMBLA, kapt. J. Heijkoop, vertrokken van Rotterdam de 23e juni.
Heden is hier aangekomen het dito schip NEDERWAARD, kapt. M.D. Meijer, van Rotterdam vertrokken de 22e juni.


15 oktober 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 14 oktober. De 16e dezer, tussen 1 en 2 ure ’s middags, zal van ’s Rijks werf alhier te water gelaten worden Zr.Ms. fregat HOLLAND.


  DC - Dordtsche Courant

’s-Gravenhage, 14 oktober. In een particulier brief uit Genua, van den 5 dezer, wordt gemeld, dat H.M. de Koningin de 27e op het fregat PRINS VAN ORANJE, gecommandeerd door Z.K.H. prins Hendrik, een bezoek heeft afgelegd. Ten 3 ure des middags kondigde het geschut aan, dat H.M. zich op de rede bevond; weinige ogenblikken daarna lag de sloep aan boord, waarmede prins Hendrik de Koningin kwam afhalen. In een tweede sloep bevond zich prins Alexander met enige kamerheren, benevens de hofdames. H.M. bleef tot des avonds half tien ure aan boord, waarna hoogstdezelve weder naar land vertrok; nauwelijks was de sloep vertrokken, of het Nederlands smaldeel stak van de nokken der ra’s bliksemvuren af, hetgeen de schepen luisterrijk verlichtte, terwijl al die schepen een saluut van 35 schoten deden. H.M. heeft haar bijzondere tevredenheid over de goede ontvangst aan boord betuigd. De 5e dezer had H.M. met de stoomboot Genua weder verlaten.


  DC - Dordtsche Courant

De stoomboot ENTREPRISE, van Rotterdam, is den 8 te Yarmouth binnengekomen, met verlies van een gedeelte der verschansingen, enz., en hebbende 18 ossen en 154 schapen over boord geworpen.


16 oktober 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Die iets te vorderen hebben van of verschuldigd zijn aan de boedel van de koopvaardij-kapitein Sikke IJsbrandsz. Parma, gewoond hebbende en onlangs overleden in de Groote Kattenburgerstraat, worden verzocht daarvan voor de 1e december aanstaande opgave te doen ten kantore van de notaris J.A. Hoog op de Binnenkant.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip ZORGVLIET, kapt. Berghuijs, van Cardiff naar Hamburg, is de 9e oktober lek ter rede van Duins (opm: The Downs) binnengelopen, doch heeft, na het lek gestopt te hebben, de reis voortgezet.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip GEBINA MARIA, kapt. Nagel, van St. Petersburg naar Bayonne, is te Elseneur met verlies van boegspriet en schade aan de boeg wegens aanzeiling binnengelopen.


17 oktober 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 16 oktober. Heden namiddag ruim 1½ ure is alhier van ’s Rijks werf met het beste gevolg te water gelaten Zr.Ms. fraai gebouwd fregat HOLLAND. Een grote menigte volks woonde, behalve de autoriteiten, dit aflopen bij, dat met de gebruikelijke plechtigheden en bij militaire muziek plaats had.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 16 oktober. Het schip VROUW JANTJE, kapt. De Beer, naar Malaga, is de 13e dezer, na op de Yarmouthse banken bezet te zijn geweest, met verlies van anker en ketting, zeilen, enz, te Harwich binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 16 oktober. De (opm: Duitse) stoomboot KONING WILLEM II, kapt. Stücke, de 11e dezer van hier te Bremerhaven aangekomen, zou niet voor de 15e dezer weder herwaarts vertrekken, uit hoofde de lichters ter inlading wegens onstuimig weder niet aan boord konden komen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 9 oktober. Het schip MERCURIUS, kapt. Eckman (opm: mogelijk buitenlander), van Amsterdam met koffie en suiker naar Christinastadt, is op de hoogte van Gothland overzeild en gezonken, doch de equipage gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremerhaven, 12 oktober. Het Nederlandse schip VERWACHTING, kapt. J.A. Hansen (opm: smak VERWAGTING, bouwjaar 1836; kapt. Jan Alberts Hansen), van Odense met een lading rogge naar Nederland, is de 10e dezer door het volk in zinkende staat verlaten, hetwelk heden alhier is aangebracht.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 16 oktober. Op de 24e september zijn te Banjoewangie in een boot elf zeelieden van verschillende natiën aangekomen, die verklaarden te hebben uitgemaakt een deel der equipage van de Engelse bark PRIMA DONNA, gezagvoerder Jones, welk vaartuig volgens hun verzekering toen 10 dagen geleden van Ampenan (Lombok) was vertrokken, bestemd naar Sydney, doch na een reis van vier dagen zo zwaar lek was geworden, dat men hetzelve had moeten verlaten. De gezagvoerder en de stuurman hadden zich reeds vroeger met enige manschappen in twee boten verwijderd. Omtrent het wedervaren van dezen is nog niets bekend.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Verkoop van schepen. Op een nader te bepalen dag in de loop der volgende maand zullen de ondergetekenden op hun vendutie verkopen het barkschip genaamd ANOER, groot 70 lasten, en de AMANA TO RACHMAN, groot 85 lasten.
Voute & Guérin.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 14 oktober. Heden zijn hier aangekomen het Nederlandse schip de ROOMPOT, kapt. S. van Delden Azn., vertrokken van Zierikzee de 29e juni, en het dito schip LUCIE, kapt. J. van der Schaft, vertrokken van Rotterdam de 22e juni.


19 oktober 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harwich, 13 oktober. De JUFVROUW JANTJE, kapt. De Boer, van Newcastle naar Malaga, is alhier binnengelopen met verlies van zeilen, anker en ketting (opm: vergelijk met NRC d.d. 171046)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 15 oktober. Het schip STIJNA, kapt. Bootsman (opm: buitenlander), van Steenhauserzyl (opm: Steinhausersiel, nabij Varel) naar Antwerpen, is alhier binnengelopen met verlies van zwaard, ankertouw, enz.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 18 oktober. Het schip VROUW STIJNA, kapt. Bootsman, van Steinhouserzijl (opm: Steinhausersiel, nabij Varel) naar herwaarts, te Harlingen met schade binnengelopen, moet lossen (opm: vergelijk spellingsverschillen met eerder bericht van die dag).


20 oktober 1846


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 17 oktober. Het fregatschip HOLLAND, van 44 stukken, is ll. vrijdag namiddag te 2 ure, met het beste gevolg van ’s rijks werf te Amsterdam te water gelaten. Z. Exc. de minister van marine en vele gewestelijke en stedelijke autoriteiten woonden deze plechtigheid bij.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip de JONGE KLAAS, kapt. Egberts, van Bremen naar Antwerpen, is te Bremerhaven lek uit zee teruggekomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. J.C. van Slooten, notaris te Veendam, gedenkt op zaterdag de 24e oktober 1846 des avonds te 7 uren, ten huize van de logementhouder E.J. Duintjer te Veendam, publiek te verkopen het Nederlands kofschip genoemd de EENDRAGT, in 1842 nieuw uitgehaald, groot 65 tonnen, met alle opgoederen en toebehoren, zo als hetzelve thans te Groningen is liggende en laatst door nu wijlen kapitein R.J. Prins is bevaren, zullende de inventaris ten huize van verkoop en ten kantore van de notaris ter lezing liggen. (opm: aangekocht door kapt-eigenaar Drewes de Jonge, nieuwe naam TJARDINA CORNELIA.


21 oktober 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 19 oktober. Het schip HELENA, kapt. Scholtens, van Groningen naar Londen, is volgens brief van de Zoltkamp van de 17e dezer, de 11e dito aldaar uit zee teruggekomen. Gemelde kapitein rapporteert in het Vriese Gat te hebben zien drijven een masteloos schip, ogenschijnlijk een schoenerkof. Ook was door een loods de bramra aldaar aangebracht. Van de naam noch van de equipage was iets bekend.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aalborg, 13 oktober. Het schip MERCUR, kapt. Kramer (opm: waarschijnlijk buitenlander), van St. Petersburg naar Havre, is de 30e september op de Zweedse kust gestrand. Van de equipage, bestaande uit 8 man, is slechts een matroos gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 15 oktober. De Nederlandse kof JONGE JOHANNES, kapt. O.K. Beerta, van Rotterdam naar Stettin, heeft op het Vogelsand (opm: plaat in de monding van de Elbe) gezeten, is zwaar lek en werd gisteren met behulp van loodsen in deze haven gebracht. Men is begonnen de lading te lossen. (opm: zie NRC 241046 en GRC 201146)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sunderland, 15 oktober. Het schip EUROPA, kapt. Lund (opm: mogelijk buitenlander), van Drammen naar Amsterdam, is de 13e dezer met gebroken roer en meer andere schade door het volk verlaten, hetwelk alhier is aangekomen.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 20 oktober. Op de 27e augustus is het schip JADOEL RACHMAN, toebehorende aan de sultan van Sambas, gedurende een reis van Samarang naar Rioe, uit hoofde van een bekomen lek, door de gezagvoerder in Straat Soemboe, nabij het eiland Galang, op een zandbank gezet.
Het plaatselijk bestuur heeft ten spoedigste de nodige hulp derwaarts gezonden, zo tot bewaking van het vaartuig als tot redding van de lading.
De lading was echter toen reeds voor het grootste gedeelte door het indringende zeewater bedorven, en van de redding van het vaartuig heeft men moeten afzien, daar de slechte staat het stoppen van het lek ondoenlijk maakte.
Het schip is door de equipage, en passagiers verlaten en te Rioe aan de meestbiedende bij openbare veiling verkocht.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Op een nader te bepalen dag in de loop dezer maand zullen ondergetekenden publiek verkopen de Nederlands-Indische schoener LOUISA, met deszelfs inventaris.
Christall, Marten & Co.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 19 oktober. De 15e dezer is hier aangekomen de Nederlandse bark ADOLF VAN NASSAU, kapt. J.H. Brandt, vertrokken van Amsterdam de 14e juni.
De 17e dezer is hier aangekomen de dito bark ZEEPAARD, kapt. J. Giltjes, vertrokken van Middelburg de 5e juni.
Heden is hier aangekomen het Nederlandsce schip DEN ELSHOUT, kapt. C.T. van Assendelft de Coningh, vertrokken van Rotterdam de 5e juli, en het dito schip JOHANNA MARIA CHRISTINA, kapt. C.N. Gorter, met enige passagiers en Zr.Ms. troepen, vertrokken van Amsterdam de 5e juli.


22 oktober 1846


  DC - Dordtsche Courant

Van Ramsgate schrijft men van de 16e dezer, dat een zwart geverfde plank, met de daarop in gele letters uitgesneden naam IJSTROOM (afkomstig van het dus genaamde schip, op de reis van Amsterdam naar Padang en Singapore), op 52º NB 2º OL is opgevist.


23 oktober 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 22 oktober. Het schip DOROTHEA, kapt. Giese, van hier naar Hamburg, te Delzijl met schade binnengelopen, heeft de 20e dezer na volbrachte reparatie de reis weder voortgezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Yarmouth (geen datum). De FRIESLANDS GOUVERNEUR VAN SYTSAMA, van Amsterdam naar Algiers, is gisteren alhier met schade binnengelopen en na geϊnspecteerd te zijn, thans bezig de lading te lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars H.F.N. en H.W. Montauban van Swijndregt en F. & W. van Dam, als lasthebbende van hunne meesters, zijn van mening op dinsdag 10 november 1846 des namiddags te 4 ure, in de zaal op de hoek der Scheepmakershaven en Bierstraat, wijk 1 no. 499, publiek te veilen het snelzeilend Nederlands gezinkt tweemast galjootschip KOOPHANDEL (opm: bij oplevering in 1834 zowel in bijlbrief als zeebrief aangeduid als een brigantijn), gevoerd door kapt. Frans Popken, lang 25,50 el, wijd 5,37 el, hol 2,99 el en alzo groot 182 ton of 96 lasten, met al deszelfs rondhout, staand en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere inventaris, zo als hetzelve is liggende in de Scheepsmakershaven nabij de Bierstraat, zijnde inmiddels uit de hand te koop (opm: zie NRC 111146).


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip ELSINA JOHANNA, kapt. Huizing, van Cardiff naar Hamburg, is met overgeworpen lading uit zee teruggekomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip GEERTRUIDA, kapt. J.R. de Boer, van Rotterdam naar Odessa, te Dartmouth binnen, heeft de 18e oktober de reis voortgezet.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip VIGILANIA (opm: smak VIGILANTIA), kapt. S. de Ruijter, van Groningen naar Osterrisör, is de 27e september te Svinör binnengelopen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Publieke verkoping op Ameland. Op dinsdag den 3 november 1846, des morgens ten 9 ure, aan het Pakhuis voor strandgoederen te Nes, zal, ten overstaan van een bevoegd beambte, publiek worden verkocht: 680 stuks Schotse zerkstenen, geschikt voor de stichting van een groot gebouw, in de lengte van 5 – 15 palm, breedte 4 – 8 palm, en dikte 8 – 9 duim Nederlandse maat, geborgen uit het op genoemde eiland gestrande schip HOFFNUNG, kapitein J.J. de Jong, van Goole naar Hamburg bestemd (opm: zie NRC 180946).
Adres de heren J. Scheltema en Comp., te Ameland en Barend Visser en Zoon, te Harlingen.
Daags voor de verkoping zal er te Holwerd een vaartuig gereed liggen tot overvoer van gegadigden.


24 oktober 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 18 oktober. De alhier met schade binnengebrachte Nederlandse kof JONGE JOHANNES, kapt. O.K. Beerta, is reeds ter reparering op de werf gehaald. Van de lading zal ongeveer ¼ gedeelte, uit koffie, suiker en kaas bestaande, beschadigd zijn, hetwelk hier wel in veiling zal verkocht worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ontwerp van Wet tot regeling van het koloniaal batig slot in 1845.
Art. 1: Het batig slot van de rekening der koloniale remises over het jaar 1845 ten bedrage van NLG 4.738.311,11½ wordt bepaaldelijk bestemd tot dekking der uitgaven begrepen in de staatsbegroting van dat jaar.
Art. 2: De stoomboot LAURENS KOSTER wordt ter beschikking van ’s Rijks Marine gesteld.
Memorie van Toelichting:
Ad 1. um: Blijkens, etc. (opm: als zijnde niet relevant, niet opgenomen)
Ad 2. um: De Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Rotterdam had in het jaar 1836 uit de Koloniale Fondsen een voorschot genoten voor het bouwen van een stoomsleper op de Rijn. Bij de deswege gehouden afrekening heeft het Departement van Koloniën onder anderen overgenomen de stoomboot LAURENS KOSTER, nadat dezelve geschikt was bevonden om ten dienste van ´s Rijks Marine op de Zuiderzee te worden gebezigd. Daar het hier een koloniale bate geldt, die ten dienste van het moederland wordt aangewend, zo is het regelmatig toegeschenen, dat de bestemming van het vaartuig bij de wet geregeld worde.
(opm: zeer sterk bekort)


  DC - Dordtsche Courant

Londen, 20 oktober. Met de alhier aangekomen stoomboot RAINBOW, van Rotterdam, verneemt men, dat door de Hollandse loodsen een groot aantal stuks vee in zee nabij Holland drijvende is gezien. De LOCH RYAN, welke op vrijdag den 9 dezer Den Briel heeft verlaten en waarvan men sedert niets vernomen heeft, was met vee geladen.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Publieke Verkoping om contant geld.
Op vrijdag 30 oktober 1846, des voormiddags ten 11 ure, zal te Pernis, in het openbaar, ten overstaan van Bartholomeus van Geluk, deurwaarder bij de Arrondissementsrechtbank, zitting houdende te Dordrecht, bij executie worden verkocht een schokkerschip, zonder naam, in eigendom toebehorende aan de gearresteerde Willem ’t Hart, visser, wonende te Pernis, voor zo veel bekend is door hem zelf bevaren, beneden tien lasten groot, met daarbij zijnde rondhout, roer, zwaarden, enz., zoals hetzelve afgetuigd is liggende achter in de haven te Pernis, en zulks ter gemelde plaatse zelve.


26 oktober 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 23 oktober. Het Engels driemastschip JAMES SCOTT, hetwelk sedert 1828 in onze haven ligt, en onlangs op rechterlijk gezag is verkocht, zal eerstdaags naar Rotterdam vertrekken. Een stoomboot zal het opslepen door het Sloe.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum). Wij vernemen, dat het Amerikaanse (opm: Engelse) driemastschip JAMES SCOTT, dezer dagen te Antwerpen verkocht, de eigendom is geworden van de heren Smits, Dubben en andere scheepsslijters (opm: scheepsslopers) te Dordrecht. De stoomboot KINDERDIJK is reeds vertrokken om het schip te halen en zal hetzelve opslepen, gelijk wij gisteren reeds hebben gemeld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 21 oktober. Het schip VROUW STINA) kapt. Bootsman, (opm: ook STIJNA of VROUW STIJNA, buitenlander), van Steinhauserzijl (opm: Steinhausersiel, nabij Varel) naar Amsterdam, alhier met schade binnengelopen, heeft de reparatie geëindigd en is gereed met de eerste gunstige gelegenheid de reis weder voort te zetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 24 oktober. Het schip IRIS, kapt. Zeplien, van Croonstad naar Antwerpen, is alhier met overgeworpen en zwaar broeiende lading binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Terschelling, 22 oktober. Het schip JOHANNA MULDER, kapt. Faber (opm: kof, kapt. T.D. Faber), van Memel (opm: Klaipeda) naar Rotterdam, is alhier met verlies van anker en ketting binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Terschelling, 22 oktober. Het schip SARA, kapt. Nauta, van Dantzig naar Amsterdam, laatst van Delfzijl, is alhier met verlies van ankers en touwen en meer andere schade binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 24 oktober. Het Amerikaanse driemastschip HINDOO, gisteren uit de haven gehaald, is op de rede tegen de Nederlandse kof WILHELMINA gestoten, die zijn lading zwavel gedeeltelijk loste. Gelukkig is de schade gering, alleen het tuig heeft geleden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Alicante, 12 oktober. De Nederlandse goelet (opm: schoenerkof) GRONINGEN, kapt. Stoelman, van Odessa naar Cowes, is de 7e dezer alhier binnengelopen met een gebroeide lading tarwe. Dit schip heeft order bekomen naar Port Mahon op te zeilen ten einde quarantaine te houden.


27 oktober 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 26 oktober. Het schip PLANCIUS, kapt. Rotgans, van Soerabaija bij Texel binnengekomen, is 2 augustus van Anjer vertrokken en heeft dus de reis in 83 dagen afgelegd (opm: dit werd gememoreerd wegens de snelle reistijd).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 26 oktober. Volgens brief van kapt. De Wijn, voerende het schip de DRIE VRIENDEN, van hier naar Batavia, in dato 23 dezer, bevond hij zich de 21e dezer, na veel stormen en tegenwind doorgestaan te hebben, op de hoogte van de Sorlings (opm: Scilly Isles), alwaar hij in een hevige storm een stortzee overkreeg, waardoor het galjoen en de scheg werden weggeslagen, en hij genoodzaakt was naar Cowes af te houden, alwaar hij de 22e dezer arriveerde ten einde de bekomen schade te repareren.


  DC - Dordtsche Courant

Het schip DRIE VRIENDEN, kapt. H. de Wijn, van Amsterdam naar Batavia, is den 22 dezer te Cowes binnengelopen, en in de haven gebracht om de voorsteven te herstellen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip AURORA, kapt. Kramer (opm: buitenlander), van Cardiff naar Hamburg, is de 9e oktober op de hoogte van Ilfracombe aangezeild en door het volk in zinkende staat verlaten, hetwelk alhier is aangekomen. Het schip is te Swansea binnengebracht.


28 oktober 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 28 oktober. De schepen MARIA CATHARINA, kapt. Kievit (opm: kof, bouwjaar 1842, kapt. Klaas Pieters Kiewit, zie NRC 041146), en JONGE ANTHONIE, kapt. Beeckman (opm: buitenlander), beide van St. Petersburg naar Antwerpen, zijn, volgens brief van Texel van de 26e dezer, die nacht in de Eijerlandse buitengronden gestrand, doch het volk gered; waarbij een Texelse zeeman is omgekomen. Nog was tegen de Vliehors gestrand een schip, waarvan het volk nog aan boord was, de naam onbekend.


  AH - Algemeen Handelsblad

Brielle, 26 oktober. De stoomboot de BATAVIER, die de 22e dezer uit de Goedereede naar Londen stoomde, kreeg, tengevolge van een storm uit het Z.W. en een hooggaande zee, een gebrek aan het roer, zodat men niet meer met de machine werken kon, en men de zeilen moest gebruiken. Het was toen, dat aan de matroos Martinus Verschoor, 22 jaren oud, het bevel werd gegeven, op de boegspriet uit te lopen, om de kluiver vast te maken. Een zware stortzee echter, welke nagenoeg de gehele stoomboot overdekte, sleepte hem van die gevaarlijke plaats weg, met dat ongelukkige gevolg, dat hij op een aanzienlijke afstand van de stoomboot in zee geworpen zijnde, ondanks alle mogelijk aangewende middelen tot zijn redding, de dood in de woedende golven vond. Als jongeling in de bloei zijner jaren en als braaf en oppassend zeeman wordt zijn verlies door de bodem, waarop hij voer, zeer betreurd.
(opm: zie ook NRC 311046)


  JC - Javasche Courant

In ons nummer van 12 september 1846 is gemeld, dat het Nederlandse fregatschip KONING DER NEDERLANDEN, gevoerd door J.W. Retgers, op de reis van Amsterdam naar Batavia, de 7e van die maand op een koraalrif, in de nabijheid van Poeloe Dapoer, in het gezicht der rede, was gestrand (opm: zie o.a. JC 120946).
Het wrak van het verongelukte vaartuig is later op publieke veiling verkocht, doch spoedig daarna vlot geraakt en om de west gedreven.
Men had van het vaartuig na het rapport, in ons nummer van de 30e september jl. onder de zeetijdingen voorkomende, niets meer vernomen, totdat door de gezagvoerder en de passagiers van het schip JAVA PACKET aan het plaatselijk bestuur te Anjer werd medegedeeld, dat op de 12e oktober tussen Flat Point en Tandjong Tjiena, onder de Sumatrase wal, door hen een wrak was gezien, wat werd gehouden voor dat van het verongelukte schip.
Onmiddellijk zijn de nodige middelen beraamd, om het schip nog zo veel mogelijk te behouden.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 24 oktober. Gisteren is hier aangekomen de Nederlandse brik ADRIANUS EN JACOBUS, kapt. P.J. van Emmerik, vertrokken van Rotterdam de 22e juni.
Heden zijn hier aangekomen het dito schip MARIA, kapt. H.D. van Wijk, vertrokken van Amsterdam de 24e juli, het dito schip JEANNETTA PHILIPPINE, kapt. N. Rademaker, vertrokken van Amsterdam de 5e juli, het dito schip HENRIETTE CLASINA, kapt. A.F. Oosterloh Jr., met een passagier, vertrokken van Amsterdam de 21e juni, en het dito schip MARY EN HILLEGONDA, kapt. J. Martens, vertrokken van Rotterdam de 27e juli.


29 oktober 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Terschelling, 26 oktober. Het schip FREDERIK, kapt. P. Mink, van Riga naar Schiedam, is alhier zwaar lek binnengelopen.


30 oktober 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 28 oktober. Het Nederlandse stoomschip KINDERDIJK (opm: stoomsleepboot) is hedenmorgen alhier aangekomen om de JAMES SCOTT op te slepen, die sedert de vloed op de rede is gehaald.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 29 oktober. Het schip CONCORDIA, kapt. Schaarup (opm: buitenlander), van Flensburg naar Antwerpen, is, volgens brief van Terschelling van de 26e dezer, op het Oosteinde aldaar gestrand en zal met de lading weg zijn, doch de equipage, uitgenomen één man, gered.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Publieke verkoping om contant geld op dinsdag de 3e november 1846, des voormiddags ten 12 ure, aan het Nieuwediep van het schoenerschip, genaamd GOTTFRED, gevoerd door kapt. O.W. Strandberg, gemeten op 133 ton of 70 lasten, varende onder Russische vlag, met de daarin staande masten, rondhouten, tuigage, zeilen, ankers, kettingen, trossen en verdere gereedschappen, zo als hetzelve is liggende in de Binnenhaven van het Nieuwediep, nabij de timmerwerf van de heer Lastdrager, zijnde voor en op de verkoopdag voor een ieder te zien.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 29 oktober. Het schip MINERVA, kapt. Olsen (opm: buitenlander), van Drammen naar herwaarts, is, volgens brief van Terschelling van de 26e dezer, de vorige avond op de buitengronden van Terschelling vervallen, doch geheel wrak aldaar binnengebracht; nog was op de buitengronden vervallen een schip, ogenschijnlijk een brik, de naam onbekend.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Terschelling, 26 oktober. Heden is alhier op de Noordoosthoek gestrand het Nederlands kofschip AUKINA, kapt. N.W. Hazewinkel (opm: ANKINA, kapt. Nanne Willems Hazewinkel), van Koningsbergen met een lading rogge naar Rotterdam. Het schip zit geheel onder water en zal van de lading wel niets geborgen kunnen worden. De gehele equipage is gered en men zoude de volgende dag bij goed weder iets van de tuigage trachten te bergen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 26 oktober. Het schip NIJVERHEID, kapt. T.M. Mulder (opm: kof, bouwjaar 1828), van Koningsbergen met tarwe en erwten naar Rotterdam, is de 24e dezer in de buitengronden van Ameland verongelukt, doch de equipage gered (opm: zie ook LC 101146).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 24 oktober. Ten gevolge van het slechte weder op 21 en 22 dezer zijn heden alleen meer dan vijftig zeerampen in de boeken van Lloyd’s ingeschreven, en de assuradeurs zijn geheel en al uit het veld geslagen. De niet gevestigde assuradeurs zijn even als de trekvogels verdwenen om niet dan met de eerste lente zonnestralen terug te komen. Tussen Cardigan en de baai van Milford, aan de ingang van het kanaal St. George, rekent men, dat ruim 25 schepen in de storm van 21 – 22 oktober hebben schipbreuk geleden, de storm schijnt in die streken buitengewoon zwaar te hebben gewoed.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 24 oktober. De galjoot ALIDA (van Groningen) is te Cowes de 23e oktober binnengelopen met verlies van boegspriet, zijnde door een ander schip aangezeild. (opm: zie ook PGC 031146)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 26 oktober. De LEONIDAS, kapt. Otto, van Wyborg naar Bordeaux, is de 25e oktober te Portsmouth binnengebracht, met lek, enz. Het schip is geëxamineerd en moet gedeeltelijk lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sourabaija, 8 augustus. Binnengekomen het Nederlands schip KNICKERBOCKER, kapt. B. Koster, van Batavia.


31 oktober 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen datum of plaats). Onze geachte stadgenoot de heer A. van Hoboken van Rhoon en Pendrecht en Cortgene zal aanstaande woensdag 4 november zijn negentigste verjaardag vieren. Onder dankbaar opzien naar de Almachtige erkent de waardige grijsaard het voorrecht dat hij boven zo velen geniet en terugziende op het tijdvak van 72 jaren, waarin hij met de zeevaart van deze stad op het nauwst verbonden was, heeft hij als een blijk zijner gevoelens voor die scheepvaart en de welvaart van deze stad, al de zich hier bevindende kapiteins der Oost-Indië-scheepvaart uitgenodigd tot het bijwonen van een feestmaal, hetwelk hij hun in de Nieuwe Stads-Herberg aan het Nieuwe Werk aanbiedt. Wij twijfelen niet of allen zullen, zoveel zij kunnen, daarbij tegenwoordig zijn en alzo aan de waardige man een blijk hunner achting toebrengen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 28 oktober. Wij hebben weder het verlies te betreuren van een onzer stadgenoten, met name Martinus Verschoor, die op de 22e dezer met de stoomboot de BATAVIER (op welke bodem hij als matroos was geplaatst) uit de Goedereede naar Londen stoomde, edoch ten gevolge van een hevige storm uit het zuid-westen en een hooggaande zee een gebrek aan het roer bekwam, waardoor men van de machine geen gebruik kon maken en toevlucht tot de zeilen nemen moest. Aan genoemde Verschoor nu het bevel gegeven zijnde, op de boegspriet uit te lopen om de kluiver vast te maken, rukte een zware stortzee, welke genoegzaam de gehele stoomboot overdekte, hem van die zo gevaarvolle plaats weg, werd hij op een aanmerkelijke afstand van de stoomboot in zee geslingerd, en moest ondanks alle mogelijke aangewende pogingen zijn graf in de ontembare golven vinden. Zo werd deze man en vader in een ogenblik des tijds in de bloeiende leeftijd van 22 jaren aan de maatschappij, aan zijne echtgenote en het pand hunner liefde, ouders, broeders en verdere bloedverwanten ontrukt, terwijl zij, welke met deze wakkere zeeman die bodem bemanden hem met weemoedige tranen naöogden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 30 oktober. Gisteren avond werden wij verheugd door de terugkomst van de zeeloods W. Verbrugge en diens zoontje, welke op de 9e dezer met de stoomboot LOCH RYAN van hier naar zee ging, die alstoen door de hoge zee en felle wind in zee is gezonken, zijnde de gehele equipage uitgenomen één man gelukkig gered en te Vlissingen aangebracht. (opm: de LOCH RYAN was op reis van Rotterdam via Hellevoetsluis naar Londen)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 30 oktober. Het schip LOUISA, kapt. Verschuur, is volgens brief van Batavia van de 28e augustus bij Bezoekie aan de grond vastgeraakt, waardoor hetzelve lekkage heeft bekomen en zal moeten kielen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zoltkamp, 26 oktober. Eergisteren is in de buitengronden alhier gestrand een kof van Nederlands maaksel, de naam onbekend.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 22 oktober. De kof WENDELINA, kapt. Mulder (opm: bouwjaar 1835; kapt. Hidde Jacobs Mulder), te Veendam thuis behorende, met rogge van Koningsbergen naar Amsterdam, is de 19e dezer bij Nexö op Bornholm gestrand, doch het volk gered. Nadere berichten ontbreken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Penarth Roads, 26 oktober. De galjoot SIEWERDINA, kapt. De Haan, van Liverpool naar Rotterdam, is de 23e dezer met verlies van zeilen en tuigage alhier binnengekomen. Ook is de galjoot (opm: kof) EGBERDINA ANNECHINA, kapt. Drent, van Liverpool naar Hamburg, die dag hier binnengekomen met verlies van zeilen en boegspriet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Ives, 25 oktober. Gisteren hebben zeelieden op omtrent 10 mijlen afstands van deze plaats een Nederlands schip ontmoet, dat boten en verschansingen verloren had, met opgeslagen dek en zich in zeer ontredderde staat bevond. De naam is niet bekend. De zeelieden, die het ontmoet hebben, zijn genoodzaakt geweest het weder te verlaten.


  AH - Algemeen Handelsblad

De dagbladen van New York bevatten breedvoerige verhalen, niet alleen omtrent de gunstige beoordelingen over ’s Konings oorlogsschepen, het fregat JASON, de brik ECHO en de schoener de ADDER, die zich in de voorledene maand aldaar bevonden en waarvan het bevel als divisie-commandant was opgedragen aan de kapt. ter zee Willinck, maar ook ten aanzien van de algemene goede dunk, der tot dat smaldeel behoord hebbende Nederlandse zee-officieren, die, zo als dan ook uit de berichten en mededelingen van deze, alsmede is gebleken, vanwege de Amerikaanse autoriteiten de meest mogelijke eerbewijzingen en beleefdheden hebben mogen ondervinden. Als een bijzondere hun ten deel gevallene onderscheiding heeft men opgemerkt, dat door het gewestelijk bestuur van New York, in overleg met de stedelijke autoriteiten, een commissie werd daargesteld, door welke aan de tegenwoordig zijnde Nederlandse zee-officieren, enz. de meest geschikte en aangename gelegenheden zijn aangeboden, tot het bezichtigen der merkwaardigheden van New York. Een door die commissie ter hunner ere aangeboden, en aangenomen groot en luisterrijk gastmaal, heeft verder aanleiding gegeven, tot vernieuwde bewijzen van achting en het openlijk betuigen van luide toegejuichte gevoelens van eerbied voor Nederlands Koning en hoogachting voor Nederland, die op een alleszins gepaste wijze door de Nederlandse officieren beantwoord zijnde, besloten zijn, met de uitboezeming van de wensen tot bestendiging van eenstemmige, wederkerige nationale gevoelens.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 30 oktober. Het schip HUGO GROTIUS, kapt. Glazener, van Bali te Batavia aangekomen moet naar Wijnkopersbaai verzeilen om te laden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 30 oktober. Kapt. Noodt, voerende het schip CASTOR, van Whampoa naar herwaarts bestemd, meldt van Batavia in dato 5 augustus, dat hij, op 12 juni ll. van Whampoa vertrokken zijnde en de koers gesteld hebbende rond de Filippijnse eilanden, verplicht is geworden, door ziekte van enige manschappen, der equipage, op 29 juni ll. ter rede van Batavia binnen te lopen en na aldaar twee man aangenomen te hebben, voornemens was 6 augustus van daar de terugreis herwaarts aan te nemen.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 30 oktober. Voor deze stad zijn ingeklaard: de schepen NOOIT GEDACHT, kapt. D. Lovius, van Brewich, en ADOLPHINE, kapt. …, van Memel, beide met hout.


  DC - Dordtsche Courant

Brielle, 28 oktober. Gisteren namiddag is zwaar lek in de haven gekomen, het schip SVANEN, kapt. C.P. Thuesen, van Odense.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Op de vendutie in de volgende week bij de ondergetekenden zal worden verkocht het barkschip ANNOOR, groot 100 lasten, met deszelfs inventaris, zo als het thans ter rede alhier is liggende. (opm: vergelijk met JC 171046)
Voute & Guérin


  JC - Javasche Courant

Batavia, 27 oktober. Het Nederlandse brikschip ORESTES is heden onder gezagvoerder L.J.N.F.C. Eschauzier van hier met een passagier naar Soerabaija vertrokken.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 29 oktober. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip STAD TIEL, kapt. E.M. Chevalier, met zes passagiers, vertrokken van Amsterdam de 11e juli.


02 november 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare vrijwillige verkoping. De notarissen Sander en Plaats, residerende te Rotterdam, als lasthebbend van hun principalen, zijn van mening op 3 november 1846 te veilen een overdekt paviljoens-kraakschip genaamd MARIA ELISABETH, groot volgens meetbrief 41 tonnen, thuisbehorende te Rotterdam en aldaar liggende in de Blaak. (opm: bekort).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 31 oktober. De schepen VIJF GEZUSTERS, kapt. Siemers, van Hamburg naar Londen, DRIE GEZUSTERS, kapt. Weij, met hout van Dantzig naar Rouaan, en ALFRED MARIE, kapt. Hardi, van Gothenburg naar Redon, zijn volgens brief van Delfzijl van de 28e dezer aldaar binnengelopen, het eerste de 26e dito en de beide laatsten de 28e dito, alle zwaar lek. Zij moeten lossen, hebbende zware stormen doorstaan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 31 oktober. Het schip COLLINA, kapt. Tonnesen (opm: buitenlander), van Koningsbergen met erwten en lijnzaad naar Groningen, is volgens brief van de Zoltkamp van de 29e dezer in het Vriesche Gat op de Engelsmansplaat gestrand. Men was bezig zo veel mogelijk te bergen. Naar men verneemt, schrijft men dit ongeluk enig en alleen toe aan de onkunde van de visser, die het schip voor loods moest dienen (opm: zie PGC 271146)
Nog was op de buitengronden op het binnenrif bij de Engelsmansplaat gestrand het schip VROUW NEELTJE, kapt. Kuijpers (opm: kof NEELTJE, bouwjaar 1843; kapt. Jacob Fransen Kuipers, zie ook GSG 040747), van Memel met tarwe en lijnzaad naar Rotterdam. Het schip zal weg zijn, doch de equipage is met veel moeite door de visser Bosveld van de schuit VROUW CORNELIA gered. (opm: zie PGC 271146)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Terschelling, 26 oktober. Het schip OCEANET, kapt. M. Arnesen, van Drammen naar Amsterdam, is heden nacht op de buitenbanken verongelukt, doch de equipage gered


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 29 oktober. Het bericht van het verongelukken van de stoomboot LOCH RYAN, van Rotterdam naar Londen, heeft zich bevestigd. De equipage is, uitgenomen één man, door het schip DOLPHIJN gered en te Vlissingen aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 30 oktober. De TWEE GEBROEDERS, kapt. Hazewinkel, te Groningen thuis behorende (opm: tjalk, bouwjaar 1846; kapt. Hindrik Jans Hazewinkel, Wildervank), is op de 26e dezer bij de Galloper gezeild tegen een grote brik, naam onbekend, en onmiddellijk gezonken. De equipage is gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sheerness, 27 oktober. Alhier is een anker en verscheidene zeilen binnengebracht, welke gered zijn van een op de Muse Sand schipbreuk geleden hebbende galjoot, welke men verondersteld te zijn de TWEE BROEDERS, bestemd naar Londen met een lading haver.
(opm: TWEE GEBROEDERS, kapt. Hazewinkel, zie voorgaand bericht)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Ab. Tall en H. Geyzelaar, makelaars, zullen op maandag de 23e november 1846, des avonds na vijf ure, in het voormalig O.Z. Heeren Logement, door de notaris Alex. Tall, verkopen de opstal ener extra kapitale en welgelegen scheepstimmerwerf, genaamd De Pelikaan, met 3 langshellingen, loods, huizing met boven- en benedenwoning, benevens nog 2 apart verhuurde huizen met bovenwoningen en verdere getimmerten, alles tezamen in één koop, op de Hoogte van de Kadijk, No. 264, 265 en 266.
Breder bij biljetten omschreven en dinsdags en donderdags van 11 tot 2 ure te bezichtigen. De bewijzen van eigendom en veilcondities zijn vier dagen bevorens te zien, ten kantore van de notarissen Van Varick & Tall, Oude Schans bij de Snoekjesgracht.


03 november 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Christiania, 20 oktober. Men meldt van Nevlungshavn in dato 16 dezer: heden is alhier binnengekomen kapt. Hemmer, voerende de brik DELPHIN, komende van Honfleur, welke meldt, dat hij op de 10e oktober op 51º38’ NB 02º32’ OL met levensgevaar voor zijn eigen manschappen 20 man van de zinkende Engelse stoomboot LOCH RYAN heeft gered. De stoomboot was van Nederland naar Londen bestemd en had aan boord 80 ossen en 280 schapen. Van de geredde equipage zijn 14 man hier binnen gebracht zijnde de overige zes in zee door een Zweeds schip, hetwelk naar Nederland bestemd was, overgenomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Vlie, 30 oktober. Kapt. Postema, van St. Petersburg alhier binnen, rapporteert op 45º NB gezien te hebben het barkschip EUROPA, van Drammen, hebbende nog hout op het dek, doch geheel masteloos en door het volk verlaten.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 2 november. Voor deze stad zijn ingeklaard: de schepen TALETTA, kapt. J.T. Uffen, van Bergen, met stokvis en traan; DORA, kapt. J.P. Krohn, van Riga, met hout; TWEE GEBROEDERS, kapt. J. Drewes, van Neiburg, met raapzaad; MERWESTROOM, kapt. D.H. Hazewinkel, van Bergen, met stokvis.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 31 oktober. Gisteren namiddag arriveerde uit zee: MERWESTROOM, kapt. D.H. Hazewinkel, van Bergen.
Op 29 oktober te Cowes, het schip CONCORDIA, kapt. Eddes, van Liverpool naar Dordrecht.


  DC - Dordtsche Courant

Het schip LORENZ, kapt. Von Ehren, van St. Petersburg naar Rotterdam, na bij ’t Vlie op strand gezeten te hebben, is lek geworden en gezonken, doch de equipage door kapt. Krohn, voerende het schip MARIA, gered en te Antwerpen aangebracht.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De schepen ALIDA, kapt. Boeling, van Cardiff, EGBERDINA ANNECHINA, kapt. Drent, van Liverpool, beide naar Hamburg, en SIEWERDINA, kapt. De Haan, van Liverpool naar Rotterdam, zijn de 23e oktober ter rede van Penarth binnengelopen, de beide eerste met verlies van de boegsprieten enz, en het laatste met verlies van zeilen en tuigage.


04 november 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 november. Het overdekt paviljoen-kraakschip MARIA ELISABETH (opm: binnenvaarder), heden in veiling, is afgeslagen tot NLG 410 en tot die prijs verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 3 november. Het schip ANJA, kapt. De Boer (opm: smak ANJE, bouwjaar 1839, kapt. Jan Hindriks de Boer), van St. Petersburg naar herwaarts, is volgens brief van St. Petersburg van de 23e oktober, op de hoogte van Hochland door de stoomboot WALDEMAR (opm: latere berichten spreken over WLADIMIR) overzeild en gezonken. De kapitein en een jongen zijn daarbij omgekomen, de stuurman en de overige equipage gered (opm: zie ook AH 201146).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harwich, 30 oktober. Het schip JUFFER JANTJE, kapt. De Boer, van Newcastle naar Malaga, alhier met schade binnengelopen, heeft heden na volbrachte reparatie de reis weder voortgezet.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Publieke Verkoping op Texel. Men presenteert op vrijdag 6 november e.k. des morgens 11 ure, in het Logement De Zeven Provincien aan het Oudeschild op Texel, ten overstaan van de notaris J.L. Kikkert, publiek te verkopen het Hannoverse kofschip de JONGE ANTONI, en het Nederlandse kofschip MARIA CATHARINA (opm: zie NRC 281046), zo als dezelve in de Eyerlandsche Buitengronden zijn zittende, gevoerd geweest bij schippers Beckman en Kievit, van Sint Petersburg naar Antwerpen gedestineerd geweest.
En eindelijk plm. 4 lasten door zeewater licht beschadigde, en plm. 30 lasten zwaar beschadigde rogge, een en ander uit gemeld schepen geborgen en in ’s Rijks Dominiaal Pakhuis op de Haven van Texel opgeslagen. Nadere informatiën zijn op franco aanvrage te bekomen ten kantore van de heren Zunderdorp en Ran, scheepsagenten te Texel.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Kapt. M. Arnesen, gevoerd hebbende het bij Terschelling gestrande Noorse brikschip OCEANET (opm: zie NRC 021146), met balken van Drammen naar Amsterdam bestemd geweest, zal op dinsdag de 10e november 1846, ten 10 ure voormiddags, te West Terschelling publiek doen verkopen het geborgene der tuigage van voorzegd schip, bestaande in ankers, kettingen, 1 nieuwe kabel en tros, zeilen, touwwerk en verder scheepstoebehoren, alsmede de wrakken en rondhout van genoemd schip. Informatie bij de scheeps-commissionairs H. Stobbe en Liberg en bij de notaris op Terschelling.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 2 november. Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark TALSUM, kapt. P.J. van Eijsden met drie passagiers, vertrokken van de Golf van Perzië de 26e september.


05 november 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 november. Heden is van de werf van de heer F. Smit aan de Kinderdijk met goed gevolg te water gelaten het barkschip JAPARA, groot circa 300 lasten, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heer Wm. Ruys Jan Daniëlszoon alhier.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 4 november. Het schip HELIOS, kapt. Pedersen, van Drammen naar …, is volgens brief van Harlingen van 31 oktober, aldaar ontramponeerd en met verlies van ankers, ketting, zeilen enz. binnengelopen, hebbende in de Gronden gestoten.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 4 november. De 26ste oktober is door de Texelse loodsschipper van de boot No. 5, in goede staat zeilende op de hoogte van de Singels gepraaid, het schip AMSTEL, kapt. Boijsen, van Amsterdam naar St. Thomas, hebbende drie weken reis.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 4 november. Aangaande het schip COLLINA, kapt. Tonnesen, van Koningsbergen naar Groningen, in het Vriesche Gat gestrand, wordt van daar gemeld, dat hetzelve vol water was gelopen en totaal weg zou zijn; circa een derde gedeelte der lading was geborgen en door vissers te Groningen aangebracht.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 4 november. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht geworden de navolgende schepen, als:
Voor Amsterdam: de ZEEMANSHOOP, kapt. G.J. Teensma; de ANNA EN ELISE, kapt. C.J. Jaski; de ’S HERTOGENBOSCH, kapt. F.J. Matthijsen, en de BROEDERTROUW, kapt. N.H. Brouwer, beide van Dordrecht.
Voor Rotterdam: de MERCATOR, kapt. M. Korteland; de CELEBES, kapt. J.R.N.J. Bijl, en de MARGARETHA IDA, kapt. D.H. Kramer.
Voor Dordrecht: de MARIE JULIE, kapt. P.F. Marker, van Rotterdam.
Voor Middelburg: de PHOENIX, kapt. P.J. Kasse.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Dordrecht ligt in lading naar Batavia, voor passagiers en goederen, het Nederlandse gekoperde en kopervast fregatschip ’S HERTOGENBOSCH, kapt. F.J. Mathijszen, varende een geëxamineerde scheepsdokter. Adres bij Sandberg en Co., cargadoors.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading het nieuw gekoperd en kopervast snelzeilend fregatschip BROEDERTROUW, gevoerd door kapt. N.H. Brouwer, om spoedig naar Java te vertrekken.
Voor passagiers en goederen adressere men zich aan de heren Hudig en Blokhuyzen aldaar, of bij de kapitein aan boord.


06 november 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lissabon, 24 oktober. De MARGARETHA, kapt. Behrens, van Hamburg naar Vera Cruz, is de 3e dezer (opm: oktober) alhier binnengelopen met verlies van verschansing, enz.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 november. Volgens bericht van Macao in dato 18 augustus is het schip de DRIE MARIA’S, kapt. Verbeek, nog bezig te Whampoa te repareren en hoopte de gezagvoerder tegen half september gereed te zijn om weder zee te kiezen.


07 november 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cronstadt, 24 oktober. Het op 22 dezer van hier gezeilde schip ANJA, kapt. De Boer, is gisteren morgen tegen 4 ure bij Hochland overzeild en gezonken. De kapitein en de kajuitwachter zijn verdronken, de stuurman en een matroos zijn echter gered en alhier aangekomen. (opm: zie ook NRC 041146 met opmerking uit AH)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cronstadt, 26 oktober. Kapt. De Haan, voerende het schip HENRIËTTE, van Livorno alhier aangekomen, rapporteert op de westzijde van Hochland gezien te hebben een kof, welke onder water lag, vermoedelijk het schip FROUKE, kapt. Boomgaard, de 21e dezer van St. Petersburg naar Groningen vertrokken. (opm: kof FROUKE, bouwjaar 1841, kapt. Christoffer Adriaan Boogaard), zie ook NRC 121146 en PGC 201146).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mandahl, 14 oktober. Het schip EMMELINA, kapt. Lorentsen, van Heiligenhafen naar Zaandam, is met schade te Fahrsund l.v. Egvaag binnengelopen. Men is bezig te lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mandahl, 24 oktober. Het schip EMMA, kapt. Nielsen, van Dantzig naar Amsterdam, is de 21e dezer met vier voet water in het ruim te Kleven binnengelopen en moet lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 19 oktober. Het schip MARIA, kapt. Boldt, van Altona naar Schiedam, alhier met schade binnengelopen, is bezig de lading, waarvan een groot gedeelte is beschadigd geworden, te lossen.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 5 november. Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark WILLEM DE CLERCQ, kapt. J.C. Hoek, vertrokken van Amsterdam de 24e juli.


09 november 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 3 november. Het schip VROUW JULIE JOHANNA, kapt. De Boer, van Praestoe (opm: mogelijk Præstbro, Denemarken) naar Antwerpen, is alhier lek binnengelopen, hebbende in het Friesche Gat gestoten. Het moet lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 7 november. Volgens brief van Bergen, dato 23 oktober l.l, is het everschip HENRIËTTE, kapt. Breckwoldt, met een lading traan en stokvis van Hammerfest naar Amsterdam bestemd, na in de nacht van de 18e op de 19e oktober op 2 mijlen van Udsire (opm: waarschijnlijk Utsira, Rogaland, Noorwegen) op een blinde klip gestoten te hebben, door de equipage met levensgevaar en met verlies van al hun goederen verlaten geworden. Dezelven zijn de 21e oktober te Bergen (opm: Noorwegen) met de boot aangekomen. De 23e oktober daaropvolgende werd door enige boeren, die van de kust te Bergen aankwamen, bericht, dat zij circa 6 mijlen noordwest van daar op een plaats genaamd Hegholmen (opm: waarschijnlijk Håholmen, Askøy) een omgeslagen op de lading drijvend vaartuig met de masten en zeilen in het water hadden gezien. Daar naar de beschrijving van de bouw van dit schip verondersteld werd, dat het de HENRIËTTE kon zijn, heeft kapt. Breckwoldt en zijn commissionair te Bergen de enige aldaar aanwezige stoomboot aangenomen om zo mogelijk schip en lading te redden en in een zekere haven binnen te brengen, zijnde met de eigenaars van de stoomboot zodanig arrangement gesloten, dat bijaldien het schip verbrijzeld of dat er geen mogelijkheid mocht zijn iets te redden, zij hoegenaamd geen kosten voor de bewezen hulp zullen berekenen.
(opm: zie ook NRC 111146).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 november. Bij de storm, die op 10 en 11 oktober te Havana heeft gewoed, is het schip COURIER, kapt. T. Teijgeler (opm: kapt. Jan Teijgeler), zie ook DC 101146 en 081246), van Rotterdam, geheel omgeslagen en ligt met de kiel naar boven.
(opm: de Consul Generaal te Havana stuurde de zeebrief terug onder vermelding ‘schip is verongelukt’; de brik bleek echter nog van voldoende waarde om te worden geborgen; het wrak kwam in bezit van R. de Toca en kapitein J.A. di Villar uit Spanje, die het schip na herstel onder de naam BETICA weer in de vaart brachten)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Verkoop van een stoomschip. Een in Nederland gebouwd sterk ijzeren zeestoomschip met dubbele laagdrukkende machines van 90 paardekracht, kajuiten, slaapplaatsen, benevens ruimte voor 70 à 80 lasten stukgoederen, wordt ter verkoop uit de hand aangeboden. Nadere informatiën zijn te bekomen bij de cargadoors de Wed. Jan Salm en Meijer, en Blikman & Co te Amsterdam. (opm: waarschijnlijk betreft dit het toen onder Duitse vlag zijnde stoomschip KONING WILLEM II)


10 november 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 10 november. Het schip COURIER, kapt. O.B. Van Santen, heeft volgens brief van St. George d’Elmina van medio juli door zwaar stoten de masten verloren en ligt te Apam om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 9 november. Het schip CHRISTINA MARIA, kapt. Stuiveling, van St. Petersburg naar Bayonne, is volgens brief van Grimstad van de 28e oktober de 25e dito aldaar met schade binnengelopen, hebbende gestoten. Het moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 5 november. Het schip A.R. FALCK, kapt. Boulet, van Rotterdam naar Batavia, alhier met schade binnengelopen, heeft heden na volbrachte reparatie de reis weder voortgezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Havana, 12 oktober. De LOUISE, kapt. Lams, van hier vertrokken op 9 oktober naar Matanzas om deszelfs lading te completeren, boezemt veel ongerustheid in; men hoopt echter, dat het schip nog vóór de storm de haven heeft kunnen bereiken.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 9 november. Volgens brief van Batavia van de 27e augustus waren al de aldaar ter rede liggende en nog onbevrachte Nederlandse schepen door de Factorij der Nederlandsche Handel Maatschappij bevracht geworden om suiker te laden voor Cowes om order, en zulks tegen NLG 105 met 15 pCt. per last.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 9 november. Voor deze stad zijn ingeklaard: de schepen ROELAND, kapt. K.J. Pronk, van Londen, met ijzer en katoen; GOEDE VERWACHTING, kapt. H.K. Teut, van Karrebæksminde, met tarwe.


  DC - Dordtsche Courant

Uit Havana wordt onder dagtekening van 12 oktober gemeld: “Ons eiland is weder door een verschrikkelijke ramp getroffen. In de nacht van den 10 dezer is een allerhevigste orkaan losgebroken, welke tot gisteren namiddag met onafgebroken woede heeft aangehouden, en de grootste verliezen van eigendommen heeft berokkend, terwijl al de gunstige vooruitzichten van de ophanden zijnde oogsten hierdoor zijn vernietigd. Verscheidene kerken, de schouwburg en een groot aantal huizen, zo in de stad als de omstreken, zijn ingestort; weinige publieke gebouwen zijn zonder schade gebleven, en van ongeveer 80 schepen, welke in onze haven lagen, zijn slechts drie in zodanige staat gebleven, dat zij gereed zijn zee te bouwen, namelijk de Engelse stoomboot (welke tengevolge van deze ramp is opgehouden), het Bremerschip CHARLESTON, en het Australische schip CLAS; alle de overige hebben min of meer schade bekomen, de masten verloren en het grootste gedeelte is gestrand en gezonken, of tot wrakken geslagen. Onder de schepen die schade geleden hebben is ook het schip COURIER, kapt. Teigeler (opm: zie NRC 091146), van Rotterdam, hetwelk geheel is omgeslagen en met de kiel boven ligt. Wij hebben nog geen berichten van Matanzas en het binnenland, doch wij vrezen met grond, dat de schade aan de oogsten, en op de plantages in het algemeen, verschrikkelijk zal zijn, terwijl deze orkaan, welke veel erger is geweest dan die van 1844, blijken zal de hevigste ramp te zijn, welke ooit het eiland Cuba overkomen is.”


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip JOHANNA, kapt. H.H. Schoon (opm: buitenlander, zie LC 101146), van Friedrichstadt naar Londen, is de 26e dezer te Ameland gestrand, doch sedert weder af en in het Schuitengat binnengebracht. De equipage is met de reddingboot gered en de lading zwaar beschadigd geborgen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Verkoping aan de meestbiedenden, á contant, ten overstaan van een bevoegd beambte, van:
A: De geborgen tuigage en scheepsgoederen van het schooner Kofschip de NIJVERHEID, kapitein T.M. Mulder (opm: zie NRC 301046, wrak nummer 367), voornamelijk bestaande in: 2 ankerkabels, trossen, differente zeilen, lopend touwwerk, koksgereedschappen en 1 boot.
Op donderdag den 12 november 1846, des morgens ten 9 ure, aan het Pakhuis te Hollum op Ameland.
B: De lading van het Tjalkschip JOHANNA, kapitein Schoon, bestaande in plus minus 42.000 Nederlandse ponden raapkoeken.
Op vrijdag den 13 dito, mede des morgens ten 9 ure, aan het Pakhuis te Hollum op Ameland.
Er zal op den middag van woensdag 11 dito een schip te Holwerd aanwezig zijn voor de gegadigden van den vaste wal.


11 november 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 november. Het schip KOOPHANDEL (opm: zie NRC 231046), heden geveild, is voor NLG 7.000 opgehouden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 10 november. Het wrak van het schip HENRIËTTE, kapt. Breckwoldt, van Hammerfest naar herwaarts, is, volgens brief van Bergen van de 26e oktober, deze nacht door een stoomboot aldaar binnengesleept. Bij de aankomst van de stoomboot bij het wrak waren de luiken, waarschijnlijk door aandrang van water, open en ca. 90 tonnen traan weggespoeld, welke echter zijn opgevist en in beschadigde staat door boeren aldaar zijn aan gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wandal, 27 oktober. Op de 21e dezer is in Kleven binnengelopen de galjas EMMA, kapt. Nielsen, van Dantzig naar Amsterdam met een lading hout; het schip is zwaar lek en moet lossen.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Wordt bodemarij gevraagd op het Nederlandse barkschip ANNA EN LOUISA en deszelfs lading, liggende alhier ter rede, voor een som van plm. NLG 45.000. De inschrijvingsbiljetten gelieve men op aanstaande donderdag de 12e dezer voor 12 ure ’s middags in te zenden ten kantore van de notaris J.J. Mijnssen.
Batavia, 7 november 1846. (opm: zie JC 181146).


  JC - Javasche Courant

Batavia, 9 november. Gisteren is hier aangekomen de Nederlandse bark JAVA KOERIER, kapt. F.G. Rienits, vertrokken van Amsterdam de 24e juli.
Heden zijn hier aangekomen het dito schip de VRIENDSCHAP, kapt. H.W. de Boer, vertrokken van Amsterdam de 5e juli, het dito schip VAN DER WERF, kapt. P. van Duijvenbooden, vertrokken van Amsterdam de 23e juli, het dito schip MARGARETHA SIMONETTA, kapt. F.J. Hoffman, vertrokken van Amsterdam de 5e juli, en het dito schip PRINS VAN ORANJE, kapt. P. de Boer, met elf passagiers, vertrokken van Rotterdam de 24e juli.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Alzo president en leden van de Raad van Justitie te Makasser op het daartoe door Johannes Josephus Pielaat, gezagvoerder van de alhier gestationeerde kruisboot No.18 gedane verzoek autorisatie hebben verleend om zijn zoon Willem Godfried, verwekt bij Cornelia Weerteringbuis, echtelieden, nu zes à zeven jaren geleden gediend hebbende als stuurman aan boord van het barkschip ZEELUST, kapt. Fontijn, en volgens informatie op een reis van Batavia naar Padang met die bodem destijds in Straat Sunda is vermist, te mogen oproepen, zo is het dat ik ondergetekende, deurwaarder bij gemelde Raad, oproep Willem Godfried Pielaat om drie maanden na datum dezer courant te compareren ter rolle van gemelde Raad, ten einde blijken van leven te doen geven.
Makasser, 2 november 1846, de deurwaarder W. Wiels.
(opm: bekort).


12 november 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helsingfors, 28 oktober. Volgens bericht uit Fredrikshavn van 25 dezer (opm: oktober) is de Nederlandse kof FROUKE, kapt. Boomgaard, van Petersburg naar Groningen, op Hogland gestrand (opm: zie NRC 041146) en heeft dadelijk de nodige bijstand gekregen.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 11 november. Voor deze stad is ingeklaard: het schip CONCORDIA, kapt. F.H. Eddes, van Liverpool, met zout en stukgoederen.


13 november 1846


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip ARGO, kapt. Lenger, van Memel naar Amsterdam, is met een ander schip in aanzeiling geweest en naar Gothenburg opgezeild om de schade te herstellen. Het schip zou de 2e november bezichtigd worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen datum of plaats) Bij besluit van Z.M. in dato 31 oktober ll. no. 98 is H.D. bewilliging verleend op de acte van oprichting der Naamloze Vennootschap onder de titel van Algemeene Sleephelling-Sociëteit, te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 12 november. Gisteren is het schip HOFFNUNG, kapt. C.G.T. Purs, van Koningsbergen met lijnzaad bestemd naar Rotterdam, bij de zwarte uiterton van de Maasdroogte verongelukt. De bemanning is hier met loodsjollen aangebracht. Heden is het vaartuig, in zinkende staat drijvende, tot aan de zwarte uiterton van het nieuwe gat genaderd.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Men presenteert uit de hand te koop 1/16e part in het onlangs nieuw gebouwd gekoperd Nederlands schoenerschip genaamd ANNA ELISABETH, kapt. A.A. Harken, thans op deszelfs eerste reis naar Suriname.
Te bevragen en verdere informatiën te bekomen bij de heer B.H. Zwart, Geldersche Kade no. 42 te Amsterdam. Brieven franco.


14 november 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle 13 november. Bij de strandvonder alhier is aangebracht de mast en enige tuigage van het schip HOFFNUNG, en het genoemde schip drijft in stukken door zee.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tonningen, 7 november. Het schip FRAUKEA, kapt. De Boer, van Bremen naar Stettin, is bij het naar binnen zeilen 1 mijl van deze haven aan de grond vastgeraakt doch, na een gedeelte der lading gelost te hebben, weder in vlot water gekomen. Het schip dicht en de lading onbeschadigd gebleven zijnde, heeft hetzelve, na het geloste weder ingenomen te hebben, onmiddellijk de reis voortgezet.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te koop het welbezeild kofschip VROUW HENDRIKA, gevoerd wordende door J. Venster, met deszelfs inventaris en toebehoren, groot 60 roggelasten, liggende in het Westerdok te Amsterdam. Te bevragen bij Gebr. Zurmuhlen Taylor aan het Nieuwe Diep, en te Amsterdam, bij Gebr. Zuhrmuhlen, op de Voorburgwal, achter het postkantoor. Brieven franco.


  DC - Dordtsche Courant

Brouwershaven, 12 november. Heden is aan de binnenzijde van de Ooster gestrand, de Russische brik TOIVO, kapt. E.J. Svahn, van Kroonstad naar Schiedam, met rogge, de equipage is hier behouden aan wal gekomen, men zal trachten om een gedeelte der lading en de inventaris te bergen.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 13 november. In de nacht van de 5e dezer, is het Nederlandse schip CERAM, gezagvoerder Veltman (opm: fregat, bouwjaar 1842; kapt. T.K. Veldman; zie ook JC 181146, 211146, 200347, 140447 en 220947), op de Noordkust van het Prinsen-Eiland gestrand.
De tijding van dit ongeluk werd op de 8e daaropvolgende door de gezagvoerder van het voorbij zeilend Engels schip THE LADY OF THE LAKE te Anjer medegedeeld. Onverwijld zijn drie prauwen maijang van Tjiringin naar het gestrande vaartuig gezonden om de nodige hulp te verlenen, en later is Zr.Ms. schoener SIJLPH tot dat einde derwaarts gestevend.
Het schip was inmiddels in reddeloze staat geraakt, zodat het door de gezagvoerder en de equipage, tezamen 44 koppen, is verlaten; deze zijn door Zr.Ms. schoener SIJLPH ontmoet en aan boord opgenomen, terwijl zij in de boten van de CERAM Anjer poogden te bereiken.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 12 november. De 10e dezer is hier aangekomen het Nederlandse schip (opm: fregat) OCEAAN, kapt. N.D. de Boer, vertrokken van Amsterdam de 31e juli.
Gisteren is hier aangekomen de dito bark OLIVIER VAN NOORD, kapt. J.W. Verberne, vertrokken van Rotterdam de 29e juli.
Heden zijn hier aangekomen het dito schip JAN VAN HOORN, kapt. J. Bouten, vertrokken van Dordrecht de 14 juli, en het dito schip ERFPRINSES VAN ORANJE, kapt. C.J. Kaleshoek, vertrokken van Rotterdam de 14e juli.


16 november 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 9 november. Het schip DE GOEDE HOOP, kapt. Mulder, van Cardiff naar Schiedam, is alhier lek binnen gelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 13 november. Kapt. Meijer van de Hannoverse kof GESINA, alhier aangekomen, rapporteert op 55º NB 07º10’ OL ontmoet te hebben een Nederlandse smak, in zinkende staat. De naam van het schip, hetwelk te Veendam te huis behoort, heeft hij niet kunnen onderscheiden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 12 november. Bij besluit van Z.M. de Koning is bewilliging verleend tot het oprichten ener Naamloze Vennootschap, ten titel voerende Algemeene Sleephelling-Sociëteit te Rotterdam. Zo als men weet is de Sleephelling Sociëteit te Fijenoord de enige onderneming van dien aard hier te lande (buiten die voor eigen schepen van de heer F. Smit, te Alblasserdam), alwaar tegen hellinglonen schepen kunnen worden gekalfaat en gerepareerd, deze helling is echter alleen voor zeeschepen geschikt. Deze nieuwe onderneming is echter van een geheel nieuwe en andere aard, en zal zowel voor zee- als riviervaart in een grote behoefte voorzien, en een nieuwe industrie daarstellen. Allergunstigst op een zandplaat aan de rivier de Maas alhier, bij genoegzaam terrein opgericht, zullen aldaar behalve zeeschepen, waarvoor een kielhelling wordt gelegd, dwarshellingen worden daargesteld, ter herstelling van ijzeren Rijnvrachtschepen, die thans, ingeval zij belangrijke reparaties moeten ondergaan, eerst naar Antwerpen, alwaar reeds een dergelijke bestaat, werden gesleept. Zo ook zullen op deze hellingen ter herstelling kunnen worden gehaald, allerlei soorten van koffen, smakken en lichtere vaartuigen. Het op zij-halen der schepen zal dus geheel vervallen en te hopen is het, dat deze onderneming, die eerst na vele moeilijkheden er in geslaagd is zich te vestigen met haar industrie, die ondersteuning vinde, dat zij haar voornemen moge uitvoeren, de hellingen volgens haar plan nu met meerdere te vermeerderen, waardoor zeker vele werkzaamheden zullen ontstaan.


17 november 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Constantinopel, 26 oktober. De MARIA THERESIA, kapt. Schumacher, van Odessa naar Amsterdam, is alhier binnen gelopen met onklare pompen. Het moet lossen om te repareren.


18 november 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen datum of plaats) De 24e van de gepasseerde maand te 4 ure des morgens heeft het Russische stoomschip WLADIMIR in de Baltische Zee, 8 mijlen van Cronstadt, een Nederlands schip ontmoet, hetwelk niettegenstaande hij gemanoeuvreerd werd om het te ontwijken, is overzeild, waarop hetzelve dadelijk zonk. Twee man, die zich aan het touwwerk van het Russische schip hebben vastgeklemd, zijn gered kunnen worden. (opm: ANJE, zie NRC 041146).


  AH - Algemeen Handelsblad

Gepraaid: 13 september, op 21° Z. Br. 20° W.L.; WOLTEMADE, Guyt naar de Kaap de Goede Hoop.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Voor het land. De schout-bij-nacht, commandant van Zr.Ms. zeemacht in Oost-Indië en inspecteur der marine, maakt bekend, dat zich aan boord van Zr.Ms. korvet BOREAS bevinden de manschappen, behoord hebbende tot de equipage van het op Prinsen-eiland gestrande koopvaardijschip CERAM (opm: zie JC 141146). Gezagvoerders van koopvaardijschepen, welke wensen om hun equipage voltallig te maken, worden verwittigd, dat aan boord van genoemd korvet de gelegenheid zal worden gegeven om met deze mensen te spreken en over een engagement te onderhandelen.
De schout-bij-nacht voornoemd, E.B. van den Bosch.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Vendutie op maandag de 23e november 1846, voor het entrepot alhier, tegen 4 pCt. vendu-salaris, van de inventaris van de Nederlandse walvisvanger ANNA EN LOUISA, bestaande uit masten, spieren, takelage, zeilen, sloepen, riemen, touwwerk, duigen, nieuw hoepel-ijzer, harpoenen, lansen, pannen, steenkolen, enz.
En precies ten 11 ure, voor afbraak de romp van bovengenoemd schip, groot 319 tonnen, zo als zij dan zal liggen ten anker ter rede alhier, van heden af voor een ieder te zien.
Cristall, Marten & Co.
(opm: zie JC 050846; in november afgekeurd, zie ook AH 010247)


  JC - Javasche Courant

Batavia, 16 november. De 14e dezer is hier aangekomen de Nederlandse bark CLARA ANNA MARIA, kapt. P.J. Bakema, vertrokken van Rotterdam de 29e juli.
Gisteren zijn hier aangekomen de dito bark ZEEVAART, kapt. J.A. Knaap, vertrokken van Amsaterdam de 1e augustus, de dito bark MAASNYMPH, kapt. J.J. Muntendam, vertrokken van Rotterdam de 10e juli, het dito schip WILHELMINA CATHARINA, kapt. K.L. Swart, vertrokken van Amsterdam de 29e juli, het dito schip ZUID HOLLAND, kapt. O. Lindeman, vertrokken van Rotterdam de 6e augustus, het dito schip IDA WILHELMINA, kapt. G.G. Geeling, vertrokken van Dordrecht de 14e juli, de dito bark MINERVA, kapt. J.A. van Hoven, vertrokken van Middelburg de 29e juli, het dito schip ELISABETH EN ANTONIA, kapt. B. Bakker, vertrokken van Amsterdam de 25e juli, het dito schip ADMIRAAL VAN HEEMSKERK, kapt. J.F.P.A. Abbema, vertrokken van Amsterdam de 11e juli, en het dito schip TWEE ANTHONYS, kapt. A. Plug, met negen passagiers, vertrokken van Rotterdam de 31e juli.
Heden zijn hier aangekomen het dito schip ELISABETH EN ANTOINETTE, kapt. H.A. Besier, met vier passagiers en Zr.Ms. troepen, vertrokken van Amsterdam de 24e juli, het dito schip GRAAF VAN HOGENDORP, kapt. G. van Heel, vertrokken van Rotterdam de 30e juli, het dito schip DELFTSHAVEN, kapt. J.D. Nordlohne, vertrokken van Rotterdam de 29e juli, het dito schip BARON VAN GEEN, kapt. P.B. Wijland, vertrokken van Dordrecht de 30e juli, het dito schip de ZWIJGER, kapt. J.H. Mugge, vertrokken van Dordrecht de 14e juli, het dito schip NASSAU, kapt. J.J. Duintjer, vertrokken van Amsterdam de 11e juli, het dito schip ANJER, kapt. G. Gerrits, vertrokken van Amsterdam de 24e juli, het dito schip JAVA’S WELVAREN, kapt. G. Gollards, vertrokken van Amsterdam de 23e juli, het dito schip STRAAT SUNDA, kapt. T.C.H. Kock, vertrokken van Amsterdam de 24e juli, en het dito schip DECIMA, kapt. C.H. Smit q.q., vertrokken van Amsterdam de 30e juli.


  JC - Javasche Courant

Soerabaija, 8 november. De Nederlandse schoener PILADES, thans hernaamd de bark MENADO en gevoerd door kapt. W.F.C. van Helsdingen, is heden met Zr.Ms. troepen en bannelingen van hier vertrokken over Samarang naar Batavia.


19 november 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 12 november. De alhier onder averij geweest zijnde Nederlandse kof JONGE JOHANNA, kapt. Beerta, is begonnen de lading weder in te nemen.


20 november 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) Men meldt uit Wognum, dat aldaar in de maand oktober l.l. de uitreiking plaats had der zilveren medaille en het getuigschrift van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen, toegekend aan de heer J. Hanon, voor betoonde moed en beleid bij en na de schipbreuk op de St. Paulus rots van het schip JAN HENDRIK, waarop hij als geneesheer diende. De voorzitter, J. Kwast, hield bij die gelegenheid een rede.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 19 november. Wij hebben onlangs melding gemaakt van het overzeilen van het schip ANTJE, kapt. J.H. de Boer (opm: smak ANJE, zie NRC 041146 en 181146), in de Oostzee, bij Hochland, door het stoomschip WLADIMIR. Een reiziger op die stoomboot deelt uit Petersburg, omtrent dit ongeluk, de volgende bijzonderheden mede:
Des morgens 3 ure werden wij door een ontzaggelijke schok uit de slaap gewekt. Natuurlijk ijlden al de passagiers op het dek. Daar hoorden wij gewee en gejammer en zagen vlammen uit de schoorsteen opstijgen. De onrust en angst was natuurlijk van dien aard, dat alle meenden, als ware het laatste uur gekomen. Dadelijk werden verscheidene lantaarnen aangestoken, en nu zagen wij eerst wat er gebeurd was. Ons schip had een Hollands schip in de grond geboord. Het was ons met volle zeilen tegemoet gekomen, en gelijk ons naderhand de kapitein zei had hij geen licht op het dek, tengevolge waarvan hij aan boord van ons schip niet kon gezien worden. Behalve enige gescheurde zeilen was van het gehele schip niets meer te zien; twee mensen zijn gered geworden, de overige werden slachtoffers van deze ramp. Ons schip heeft geen ander letsel bekomen, dan dat het aan de kiel enigszins is beschadigd geworden. Men liet de noodboot te water om wellicht nog van de schipbreukelingen te redden, maar alle pogingen bleven zonder gevolg.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Groningen, 19 november. Aangaande de Nederlandse kof FROUKE, kapt. C.A. Boomgaard, welke de 22e oktober op Hochland gestrand (opm: zie NRC 071146) is, vernemen wij nader, dat schip en lading weg zijn, doch het volk gered is en, op een Engelse brik overgenomen zijnde, te Elseneur aan wal gebracht zou worden. De kapitein is de 17e november alhier in welstand teruggekomen tot grote vreugde zijner vrouw en betrekkingen, die acht dagen lang in zorgvolste onzekerheid verkeerden omtrent zijn lot.


 GRC - Groninger Courant

Het schip JONGE JOHANNES, kapt. Beerta, van Amsterdam naar Stettin, te Cuxhaven met schade binnen gelopen (opm: zie NRC 211046 en 241046), heeft de reparatie geëindigd en is bezig de lading weder in te nemen.


21 november 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lissabon, 8 november. De Belgische galjoot GUSTAVE ADOLPHE, kapt. Arends, van de kust van Afrika, is de 30e oktober genoodzaakt geweest hier binnen te lopen met schade aan de pompen. Hij heeft een gedeelte der lading moeten lossen om te repareren.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 19 november. De 17e dezer zijn hier aangekomen het Nederlandse schip BATO, kapt. P. Sipkes, met 10 passagiers, waaronder zes passagiers zijnde werklieden behorende tot het stoomschip ONRUST, vertrokken van Rotterdam de 5e juli, de dito bark JUNO, kapt. W.J. Chevalier, vertrokken van Dordrecht de 29e juli, de dito bark URANIA, kapt. C. Abrahams Jr., vertrokken van Amsterdam de 7e juli, en de dito bark ABEL TASMAN, kapt. L. van Haften, vertrokken van de Tafelbaai de 8e oktober.
Heden is hier aangekomen het dito schip LIBRA, kapt. U. Trip, vertrokken van Rotterdam de 11e juli.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Op een nader te bepalen dag zal door de ondergetekenden publiek worden verkocht de gedeeltelijk geborgen inventaris, van het op de Noordwestkust van het Prinsen-Eiland gestrande (opm: zie JC 141146), en door de equipage verlaten fregatschip CERAM, gecommandeerd geweest zijnde door kapt. T.K. Veldman, bestaande uit 2 boten, 1 chronometer,1 sextant, 1 barometer, 1 kijker, diverse kompassen, 1 medicijnkistje met geneeskundige instrumenten, verder zeilen, vlaggen, enz. enz.
En eindelijk het wrak van het schip, met 50 blokken lood, en restant inventaris; liggende of niet liggende op een rif, nabij de Noord-Westkust van Prinsen-Eiland.
Voute & Guérin.


22 november 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Kapt. H. Olsen, gevoerd hebbende het bij Terschelling over de buitengronden geslagen en in de haven aldaar zwaar beschadigd, masteloos en vol water binnen gebrachte Noors brikschip MINERVA, met balken van Drammen naar Amsterdam bestemd geweest, zal op woensdag 26 november 1846 te 10 ure voormiddag te West Terschelling doen verkopen: het geborgene der gekapte tuigage van voorzegd schip, bestaande in ankers, kettingen, kabels, zeilen, boot, chaloup, touwwerk en meer scheepsgoederen, alsmede het wrak of hol van gedacht schip, zoals hetzelve is liggende in gemelde haven.
Informatie bij de scheepscommissarissen H. Stobbe en Liberg, en bij J. Reedeker Fzn, notaris op Terschelling.


23 november 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Kapt. M. Arnesen, als daartoe behoorlijk gerechtelijk geautoriseerd, zal op woensdag 2 december 1846, ten 11 ure voormiddags, te Terschelling, aan de meestbiedende publiek doen verkopen een partij van 1.106 stuks Dramse balken, van diverse lengte en dikte, afkomstig uit het aldaar gestrande schip OCEANET, bestemd geweest van Drammen naar Amsterdam.
Nader informatiën zijn te bekomen bij de heren H. Stobbe & Liberg, te Terschelling en J.W. Boekhout, te Amsterdam.


24 november 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cardiff, 20 november. De Nederlandse kof HOOP is met de voorsteven tegen de wal van het oude kanaal gestoten en heeft een gedeelte van de kiel verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 17 november. Het schip JUFVROUW FRESINA, kapt. Postema, te Hoogezand thuis behorende, van St. Petersburg met rogge naar Bremen, kwam hier heden de haven binnen; hetzelve is aangezeild, waarbij de boegspriet is gebroken, en zal waarschijnlijk moeten lossen om te repareren.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 24 november. Voor deze stad zijn ingeklaard: de schepen VROUW HENDRIKA, kapt. H.H. Kwint, van Londen, met ijzerwerk; CERES, kapt. P. Vernes, MARTHA JOHANNA, kapt. R.J. van Driesten, beiden van Liverpool, met ruw zout.


  DC - Dordtsche Courant

Zierikzee, 17 november. Het scheepsvolk der aan de binnenzijde van de Ooster gestrande Russische brik TOIVO, kapt. E.J. Svahn, met rogge, van Kroonstad naar Schiedam, is door de Hellevoetsluisse loodsboot nummer 4. schipper B. Hans, gered en behouden te Brouwershaven aangebracht; een klein gedeelte der lading, bestaande uit 250 mudden onbeschadigde rogge, alsmede het grootste gedeelte van de inventaris, is te Brouwershaven geborgen, doch het schip, dat later vlot geworden en van de Ooster op de Banjaard gedreven is, zat heden tot aan de verschansing onder water.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip JANTINA GESINA, kapt. Mulder (opm: Jan Harms Mulder), de 12e november van Dantzig naar Amsterdam vertrokken, is wegens tegenwind doch onbeschadigd te Dantzig in de haven teruggekomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Verkoop van schip en tuigage. Mr. H.J. Offerhaus, notaris te Delfzijl, zal, na bekomen rechtelijke autorisatie, op woensdag de 2e december 1846, des morgens te 11 uren, ten huize van de logementhouder K. Hazenhoek te Delfzijl, voor courant geld publiek verkopen de Franse brik genaamd ALFRED-MARIE, gevoerd geweest door de kapitein Hardy, en thans afgetuigd liggende in de haven van Delfzijl, met derzelver volledige inventaris, en wel bij kavelingen of in massa. (opm: de brik was in het najaar van 1846 met zware averij de haven van Delfzijl binnengekomen).


25 november 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

South Shields, 20 november. Een Nederlands galjoot en twee andere schepen hebben op de rotsen bij Tynemouth Cliffs schipbreuk geleden en zullen waarschijnlijk totaal verloren zijn.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. G.J. Roland Holst, J. Corver en R.L. Scholten, makelaars, zullen op maandag de 28e december 1846, des avonds ten zes ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte, verkopen een extra ordinair welbezeild kofschip, genaamd ANNA MARIA (opm: bouwjaar 1839, zie AH 231246), gevoerd door kapt. R.J. Sprik, en varende onder Nederlandse vlag. Volgens Nederlandse meetbrief lang 21 ellen 30 duimen, wijd 4 ellen 68 duimen, hol 2 ellen 59 duimen, en alzo gemeten op 115 tonnen of 61 lasten. Breder bij inventaris en bericht bij bovengenoemde makelaars.
N.B. Voornoemd kofschip is inmiddels uit de hand te koop.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Pro Justitia. Alzo president en leden in de Raad van Justitie te Soerabaija, op het daartoe door de fiscaal bij dezelfde raad R.O., voor en van wege het Gouvernement van Nederlands Indië gedaan verzoek, hebben verleend appointement van citatie bij edicte ad valvas curiae, tegen allen en een ieder die zouden vermenen enig recht, actie, aanspraak of pretentie te hebben op een barkas met zeil en treil, dreg etc., een chronometer, gemaakt door James Murray te Londen, een kompas, een nachtkijker, twee scheepsgeweren, een dubbel jachtgeweer, een pistool, enige timmermansgereedschappen, enige kledingstukken, (2 rokken en 3 jassen) gerold in een rode vlag, een ijzeren ketel, afkomstig van het waarschijnlijk verongelukte Engelse schip PRIMA DONNA, en welke gezegd worden te behoren aan de gezagvoerder van hetzelve schip Jonis (opm: mogelijk Jones).
Zo is het, dat ik ondergetekende, eerst gezworen exploiteur bij de Raad van Justitie voornoemd, bij deze voor de eerste maal dagvaard allen en een ieder, die zouden vermenen enig recht, actie of aanspraak of pretentie te hebben op bovengemelde voorwerpen, om op woensdag de 24e februari 1847, om half acht ’s morgens, ter openbare rolle van genoemde raad in persoon, dan wel bij gemachtigde te compareren, ten einde hun recht en pretentie te institueren en te justineren, voorts te aanhoren zodanige eis en conclusie, als door de fiscaal R.O., tot confiscatie van vermelde voorwerpen zal worden gedaan en genomen, daartegen te antwoorden en te procederen als haar rechten, sub poene tegen de nalatigen dat zij van hun recht en pretenties zullen worden verklaard te zijn verstoken, en hun deswege zal worden opgelegd een eeuwig stilzwijgen.
Aldus gepubliceerd en geaffigeerd (opm: geafficheerd = aangeplakt) op de puije van het stadhuis te Soerabaija, de 19e november 1846, de eerst gezworen exploiteur voornoemd, C.F Damwijk.


26 november 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cowes, 21 november. Een Nederlandse kof is gisteren morgen bij Lezard (opm: Lizard, Cornwall) verongelukt, en het volk daarbij verdronken.
(opm: zie ook DC 281146).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 22 november. De 18e dezer is door de loodsschipper Bloem van de Terschellinger boot No. 1 op de Oostpunt van het Eijerland oostzuidoost ca. ¾ mijl afstand, op 10 vademen onder water drijvende gezien een schip, vermoedelijk een schoener, waarvan de voorbramsteng met de bramra 7 à 8 voeten boven water uitstaken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 25 november. Volgens brief van kapt. E.A. Post, voerende het schip FOSKA HELENA (opm: FOSCA HELENA), van New York naar herwaarts, in Texel binnen, had hij in de West Passaat en verder in de Spaanse Zee hevige stormen doorgestaan, waardoor het schip door stortzeeën van boven beschadigd en zware lekkage had bekomen, en hij genoodzaakt was geweest een gedeelte der lading over boord te werpen. Nog rapporteert kapt. Post de 11e dezer op 48º45’ NB 19º11’ WL gezien te hebben een masteloos en door het volk verlaten driemastschip hebbende op het achterschip een spier met een zeil; de naam van het schip is onbekend.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Verkoop van schip en tuigage. Mr. H.J. Offerhaus, notaris te Delfzijl, zal, na bekomene rechterlijke autorisatie, op woensdag de 2e december 1846, des morgens ten 11 ure, ten huize van de logementhouder K. Hazenhoek, te Delfzijl, voor contant geld, publiek verkopen de Franse brik, genaamd ALFRED-MARIE, gevoerd geweest door kapt. Hardy, en thans afgetuigd liggende in de Haven te Delfzijl, met derzelver volledige inventaris, en wel bij kavelingen of in massa.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 25 november. Voor deze stad is ingeklaard: MARGARETHA GEZINA, kapt. R.H. Stutvoet, van London, met ijzerwerk.


  DC - Dordtsche Courant

Het schip HELLEN, kapt. Hoijt, van New York, met rogge en katoen, naar Antwerpen, is, volgens brief van Boulogne sur Mer, van den 21 dezer, die morgen op de kust van Equihen, op 8 mijlen afstands van die haven gestrand en verbrijzeld; van de equipage, bestaande uit 17 man, zijn slechts zes gered, de overige, waaronder de kapitein en stuurlieden, verdronken; men is bezig met de lading te bergen.


27 november 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 november. Het Handelsblad heeft in deszelfs nummer van heden een zeer overdreven en onjuist bericht gegeven omtrent het ongeval van het barkschip CHRISTIAAN HUYGENS, kapt. J.R. Butter, van Schiedam. De waarheid is, dat het schip bij het ten anker komen op de hoogte van het Katendrechtse Veer de grond heeft geraakt en waarschijnlijk op een anker heeft gestoten, waardoor hetzelve enig lek heeft bekomen. Dit lek is echter van zo weinig belang, dat men thans bezig is het schip op stroom in vlot water voor onze stad te lossen en dat tot nog toe de lading er geheel onbeschadigd uitkomt, terwijl de hoop bestaat, dat zulks met het overige gedeelte even zo zijn zal (opm: dit overdreven bericht staat o.a. in het AH van 281146, zie hieronder).


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Uit de hand te koop het wrakschip COLLINE, thans liggende te Zoltkamp. Te bevragen bij J.A. de Boer, kastelein te Zoltkamp. (opm: zie NRC 021146)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Op maandag de 30e november 1846, des namiddags precies te 2 uren, zal ten overstaan van een daartoe bevoegde beambte publiek, voor en bij de behuizing van de ondergetekende, kastelein te Zoltkamp, voor contant geld worden verkocht het geborgen opgoed van het verongelukte Nederlandse kofschip NEELTJE, kapitein J.F. Kuipers, bestaande in zeilen, ankers, kabels, touwwerk, vaten, enz. enz. – waarvan veel zo goed als nieuw – en wel bij kavelingen, zo als op de dag van verkoop zal worden gepresenteerd.
Get. J.A. de Boer (opm: zie NRC 021146).


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Mr. H.J. Offerhaus, notaris te Delfzijl, zal, na bekomen rechterlijke autorisatie, op woensdag den 2 december 1846, des morgens ten 11 ure, ten huize van den logementhouder K. Hazebroek, te Delfzijl, voor contant geld, publiek verkopen:
De Franse brik, genaamd ALFRED - MARIE, gevoerd geweest door den kapitein Hardy, en thans afgetuigd liggende in de haven te Delfzijl, met derzelver volledige inventaris, en wel bij kavelingen of in massa.


28 november 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 23 november. De NEPTUNUS, kapt. Krohn, van Antwerpen naar Odessa, is hier aangekomen met verlies van een gedeelte zijner verschansingen, doordat hij aangezeild is geweest.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hull, 23 november. Het schip CATHARINA, kapt. Akkerman, van hier vertrokken, is lek uit zee teruggekomen, hebbende de laatste stormen doorgestaan.


  RC - Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 25 november. Te Bahia is den 15 oktober aangekomen de GUSTAVE (opm: Belgische ex-Nederlandse brik), kapt. B.C. Ketelsen, van Antwerpen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 26 november. De lading van het schip CHRISTIAAN HUYGENS, ofschoon grotelijks beschadigd, is door assistentie van lichters en een honderdtal sjouwers voor het grootste gedeelte gelost; door een aantal pompen heeft men, niettegenstaande de felle wind, het schip op het water gehouden; hetzelve zal waarschijnlijk morgen ledig komen. Men vermoedt dat het schip in de Maas op zijn anker heeft gestoten.


  DC - Dordtsche Courant

Plymouth, 23 november. Men verneemt, dat een Nederlands schip, geladen met wijn en vijgen, in de Bigburybaai is verongelukt en de equipage geheel is omgekomen (opm: vergelijk ook volgend bericht).


  DC - Dordtsche Courant

Thurlestone, 23 november. Een schip, vermoedelijk een Nederlandse kof, van Bordeaux, is gisteren avond hier in de nabijheid gestrand en geheel aan wrakken geslagen (opm: zie NRC 261146); men vreest, dat de equipage is omgekomen of dat dezelve het schip in zee heeft verlaten. Verscheidene fusten wijn zijn aangespoeld, waarvan enige zijn gemerkt als volgt: PDEEAA en C – N. Propre – Eibourne JP X JP JP JP JP, dus Jacques Partheau – Een kwart vat no. 3. Het deksel van een kist (fragile) gemerkt CCCC in een ruit, waaronder der E.S. en F. Medoc. Pse Deludon Lemone A B., zijnde vermoedelijk hetzelfde schip als van Plymouth wordt gemeld. (opm: zie PGC 011246)


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Bodemarij, ten bedrage van ongeveer NLG 23.000, wordt aangevraagd op het casco van het Franse schip LE JAVA. Gegadigden gelieven hun biljetten in te zenden ten kantore van de notaris J.J. Mijnssen, voor op op zaterdag de 28e dezer.
Batavia, 24 november 1846.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 25 november. Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse brik JOHANNA, kapt. E. Verschoor, vertrokken van Rotterdam de 13e augustus, de dito bark WILHELMINA ARNOLDA, kapt. J.L. Mulder, vertrokken van Amsterdam de 24e juli, en de dito bark WILLEM ERNST, kapt. H. Wittebol, vertrokken van Amsterdam de 1e augustus.


30 november 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 27 november. Wij vernemen dat met 1 december aanstaande de sedert een twintigtal jaren dienstdoende stoomboot op Zaandam uit de vaart genomen en met het voorjaar vervangen zal worden door een nieuw ijzeren stoomschip, dezer dagen voltooid aan de Koninklijke Fabriek van Stoom- en Andere Werktuigen alhier.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 28 november. Het schip NIEUWLAND, kapt. Visser (opm: hoeker, kapt. D.H. Visser), van Cette naar Rotterdam, in Helvoet binnen, heeft op de reis zware stormen doorgestaan, waardoor hetzelve schade aan de zeilen en tuigage had bekomen en genoodzaakt was geweest te Deal binnen te lopen, alwaar hij zo veel doenlijk had gerepareerd.


01 december 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 30 november. Het schip DOROTHEA, kapt. Giese, van hier, laatst van Delfzijl naar Hamburg, is volgens brief van Hamburg van 27 dezer, bij de Ooster Eems totaal verongelukt, doch het volk gered en te Grietzijl (opm: Greetsiel) aangekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 30 september. Op de 7e september, des namiddags te 2½ ure, is het van Amsterdam komende schip KONING DER NEDERLANDEN, kapt. T.W. Retgers, en toebehorende aan de rederij van wijlen de heer B.W. van Starckenborg van Straten in de nabijheid van Poelo Dapoer (opm: Kombuis-eiland) op een koraalrif vervallen, met zoveel geweld, dat enige uren later er vier voet water in het ruim stond. Er waren verscheidene passagiers aan boord, alsmede de helft van het houtwerk voor het droge dok te Soerabaya – de andere helft is aan boord van de PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN aangebracht. Veel van het tuig is echter nog geborgen. Op de 18e ’s morgens begaven zich Zr.Ms. schoener SYLPH en het stoomschip KONINGIN DER NEDERLANDEN derwaarts om het schip hulp toe te brengen, doch was het reeds vol water gelopen en gebroken. Men vreest dat het totaal zal zijn verloren. De equipage is gered. Men zegt dat dit ongeluk wel enigszins aan nalatigheid is toe te schrijven.
In de avond van de 24e september is alhier op een afstand van p.m. 9 engelse mijlen, tussen Poeloe Bessie en Tjie Boekor, een drijvend wrak gezien, alleen met fokke- en bezaansmast, zonder stengen of ra’s. Er zijn van hier pogingen in het werk gesteld om het wrak te bereiken, doch de grote afstand en de sterke stroom, benevens de invallende duisternis, hebben zulks belet. Bij het vertrek van de post van de 25e j.l. waren de uitgezonden boten niet uit zee terug. (opm: zie o.a. JC 120945).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 24 november. Van de Nederlandse kof, welke in Bigbury baai verongelukt is, zijn geborgen 9 okshoofden gemerkt PAVLT, Poulvere, Montboyellia en Iyinger; een okshoofd CH No. 14; ene pijp met Armanac, Deyon & Fils ainé, Point de Bourne; drie okshoofden H & L, PDS & Co.; een okshoofd JBK, PD & Co.; een okshoofd Delage & Co., Nieu Point, Libourne, gebrand boven op Couts Corbet; ene pijp gebrand BENL, LM.5; ene pijp gebrand op den mond 6, D; 10 okshoofden AB, en vele anderen met een loden plaatje, waarop Bordeaux. Volgens een gedeelte der merken betreft het vermoedelijk het schip GERHARDUS HENDRIKUS, kapt. T.B. Konter, van Bordeaux naar Amsterdam. (opm: zie o.a. PGC 011246)


  DC - Dordtsche Courant

Malta, 14 november. De stoomboot VULCANO, de eerste dezer van Marseille vertrokken, is, door storm en tegenwind, alhier niet voor den 10 dito aangekomen, waardoor dat gedeelte der over Frankrijk verzonden en naar Indië bestemde overland-post niet per de ORIENTAL had kunnen bevorderd worden, welke stoomboot den 8 dezer van hier vertrokken was. Dezelve is dus achter gebleven, en zal, na aankomst der van Engeland verwacht wordende stoomboot ACHILLES, per ARIEL, verzonden worden.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Dordrecht ligt in lading, naar Portorico, het nieuw gekoperd en kopervast Nederlands barkschip TIMOR, kapt. C.M. Borghorst, om tegen half december eerstkomende te vertrekken. Adres voor goederen en passagiers bij de cargadoors Visser en Van der Sande, te Dordrecht, of bij de kapitein aan boord.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Volgens brief van Thurlestone, in de baai van Bigbury, bij Plymouth, van de 23e november, was in de nabijheid dier plaats gestrand en verbrijzeld een schip, vermoedelijk een Nederlandse kof, komende van Bordeaux en beladen met wijn, fruit en confituren. Men dacht, dat hetzelve in zee door het volk verlaten was. Volgens brief van Plymouth van de 24e dito waren nog enige goederen van de lading geborgen, naar welker merken men vermoedde, dat het zijn zou het schip GERHARDUS HENDRIKUS, kapt. F.B. Konter, van Bordeaux naar Amsterdam. (opm: kof GERHARDUS HENRICUS, bouwjaar 1828, kapt. Tjipke Botes Konter, zie NRC 261146, DC 281146, RC 011246, NRC 081246 en 040147)


02 december 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 1 december. Het schip AMPHITRITE, kapt. De Jong, na een reis van 92 dagen van hier te Batavia aangekomen, heeft de 17e augustus op de hoogte van de eilanden St. Paulus en Amsterdam een zware orkaan, vergezeld van regen en onweder doorgestaan, waardoor de bliksem bij de grote mast nederkwam zonder echter iets aan de tuigage te beschadigen, doch werden zeven man der equipage dermate getroffen, dat een daarbij het leven verloor, en de overigen gedurende drie à vier uren bewusteloos op het dek liggen bleven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 30 september. Het verongelukte schip KONING DER NEDERLANDEN (zie ons vorige nummer) is, benevens al het houtwerk voor het dok te Soerabaya, voor een som van NLG 11.000 verkocht aan de heren Parker en Johns. De kopers, zich naar de plaats begeven hebbende waar het schip gestrand is om hetzelve te zien, hebben het niet gevonden, daar het weder vlotgeraakt en weggedreven was. De kopers wendden zich tot het vendu-departement om het gekochte vaartuig en lading te doen bezorgen ter plaatse waar het was gekocht. Doch toen deze kwestie afgedaan was, vernam men, dat het vaartuig voor Anjer gezien was, en is hetzelve later ook door het stoomschip MERAPI buiten Straat Anjer gevonden en op de rede van Batavia aangebracht. Van de inventaris, touwwerk, enz. is veel geborgen en enige dagen geleden publiek verkocht, hebbende, volgens bericht, zulks nog een 40 duizend gulden gerendeerd. Een gedeelte der houtwerken is niet kunnen gered worden. Desniettegenstaande meende commandeur Tinneveld, voor dat werk uit Nederland gezonden, dat daardoor de ineenzetting van het drijvend droogdok niet zou behoeven uitgesteld te worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) Op de 3e september was te Batavia aangekomen en verder naar Sourabaya gezeild het koopvaardijschip PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN met een gedeelte der materialen, bestemd voor het drijvend droog dok, dat ter laatstgemelde plaats zou worden ineengezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 2 december, Het schip VROUW TONKEA, kapt. Lucht, van Horumerzijl (opm: Horumersiel) naar Zaandam, is volgens brief van Delfzijl van de 29e november de vorige dag aldaar lek, met verlies van zeilen, anker en touw, enz. binnengebracht. Het moet lossen om te repareren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 30 november. De schepen PLATO, CHESAPEAKE, als ook het Nederlandse schip THERESIA, zijn weder met Nederlandse en Duitse landverhuizers bevolkt naar Amerika zeilvaardig; de zucht tot landverhuizing moet toch zeer sterk geklommen zijn, daar men onder de emigranten zelfs blinden aantreft.
Onder de bepalingen nopens het vervoer van landverhuizers komt voor, dat voor elke kop aan boord een vast getal ponden voedsel moet zijn. Hoe men echter gedoogt, maar daartoe schijnt toezicht te ontbreken, dat hier ter stede beschuit (kaken) worden gebakken van drie delen grent en een deel meel en dat die aan boord komen om het brood te vervangen, is onbegrijpelijk. Zulks kan toch waarlijk de reis niet veraangenamen.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Degenen, welke genegen mochten zijn NLG 23.000, meer of minder, tegen bodemarij-brief op het casco van het vijfjarige Franse schip LE JAVA, thans nagenoeg zeilvaardig, te geven, worden alsnog uitgenodigd hun inschrijvings-biljetten in te zenden voor of op zaterdag de 5e dezer, des voormiddags ten 12 ure.
Batavia, 1 december 1846.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 29 november. Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark ALBATROS, kapt. K.P. Haasnoot, met drie passagiers, vertrokken van Amsterdam de 20e augustus.


03 december 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 2 december. Gisteren avond heeft de stad een harer waardigste burgers, de Amsterdamse handel een zijner hechtste steunpilaren en bevorderaars, de kamer van koophandel en fabrieken alhier haar ijverige en onvermoeide voorzitter verloren. Jhr. Pieter Hartsen heeft gisteren avond het tijdelijke met het eeuwige verwisseld, diep betreurd door zijn betrekkingen en door de verschillende instellingen, die hij met de hem eigen liefdadigheid en zucht voor kunst en wetenschap krachtdadig ondersteunde. De nagedachtenis van deze brave zal lang bij zeer velen in het geheugen blijven en bijzonder de kamer van koophandel en fabrieken alhier zal het gemis voelen van een man, die de ziel van dit lichaam was. Als assuradeur en reder stond hij bij zijn stad- en landgenoten en bij de vreemdeling in hoge achting.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 2 december. Aangaande het stranden van het fregatschip KONING DER NEDERLANDEN nabij Poeloe Dapoor (opm: Pulau Dapur), hebben de Zeepost en de Nieuwe Rotterdamsche Courant bijzonderheden medegedeeld, welke wij uit een echte bron gerechtigd zijn onnauwkeurig te noemen. Volgens de door ons ingenomen berichten moet het schip, na weder vlot geraakt te zijn, voor de tweede maal gestrand zijn te Krakatau, aan het einde der Straat Sunda, naar welke plaats een vaartuig is toegezonden om te onderzoeken in welke staat het schip zich bevond. Het wrak was voor NLG 11.000 verkocht en hetgeen van de inventaris enz. is geborgen heeft ca. NLG 20.000 opgebracht.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 2 december. Voor deze stad is ingeklaard: het schip VESTA, kapt. G.B. Lohman, van St. Petersburg, met rogge.


04 december 1846


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Scheepstimmerwerven te koop.
1. Een grote, binnen de stad Groningen zeer gunsig gelegen scheepstimmerwerf, de Noorderwerf genoemd, met daarop staande loods of schuur, in welke schepen van meer dan 300 lasten kunnen gebouwd worden, benevens een kraan tot inzetten van masten, een kantplaats, sleephelling, aangenaam gelegen woonhuis en fraaie tuin.
2. Een scheepstimmerwerf, even buiten de stad, de Buitenwerf genoemd, mede met grote schuur, huis, tuin, en vier knechtenwoningen
Kunnende over de beide percelen het grootste deel der kooppenningen naar 4½ procent blijven uitstaan.
Te bevragen bij de eigenaar H.J. Limborgh.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 december. Daar het toch tot nog toe bij elke gelegenheid, dat onze berichten met die van het Handelsblad in verschik waren, gebleken is, dat onze scheeps- en handels-correspondentie (vooral uit Oost-Indië) veel nauwkeuriger en vollediger is dan die van het Handelsblad, zo houden wij ons gehele bericht over het schip KONING DER NEDERLANDEN voor juist, zoals het door ons gegeven is, tot zo lang dat ons het tegendeel zal gebleken zijn door een krachtiger bewijs dan een machtspreuk en een blote verzekering van het Handelsblad, hetwelk voor ons juist niet dat grote gewicht en waarde heeft.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Canton, 26 september. Aanhoudende regens hebben een vertraging veroorzaakt in de reparatie van het schip de DRIE MARIA’S, kapt. L.G. Verbeek. Men verwacht, dat dit schip niet voor medio oktober de reis naar Nederland zal kunnen aannemen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cowes, 28 november. De GRONINGEN, kapt. Stoelman, van Odessa naar Amsterdam, is hier heden in noodstaat binnengekomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip GRONINGEN, kapt. Stoelman, van Odessa, laatst van Cowes, is te Portsmouth lek, met verlies van zeilen en stengen, onklare pompen en broeiende lading binnengebracht.


05 december 1846


  JC - Javasche Courant

Batavia, 4 december. In de avond van de 20e november is de kruisboot No. 46 in Straat Sunda, op de hoogte van Poeloe Merak, gestrand en geheel verloren gegaan. Door een hevige zuid-westen wind verhinderd wordende zeil te voeren, was men verplicht onder de wal ten anker te komen en is de boot toen tegen het strand gedreven. Van de inventaris heeft men een groot gedeelte kunnen redden, verlies van mensenlevens heeft men niet te betreuren.


07 december 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Reval, 20 november. De schepen HERMAN HESSELAAR (opm: ook HERMANUS HESSELAAR), kapt. Mellema, en VROUW JOHANNA, kapt. Flik, beide van Amsterdam naar St. Petersburg, zijn met schade te Baltishport binnengelopen. Beide schepen zijn lek, hebben de zeilen verloren en meer andere schade bekomen. Zij zullen moeten lossen om te overwinteren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Havana, 18 oktober. De Belgische schoener ROSALIE, de 10e dezer gestrand, is niet weder vlot geraakt. Men vraagt 1.000 piasters om het te beproeven, maar men denkt, dat de kosten om dit schip weder vlot te maken, wel 8.000 piasters kunnen belopen.


08 december 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 7 december. Het schip ALEXANDER BRANDT, kapt. Hubert, van Archangel herwaarts gedestineerd, is volgens brief van daar van de 6e november, na reeds tot op de hoogte van de Noordkaap geweest te zijn, aldaar uit zee teruggekomen en aan de mond der rivier in het ijs vastgeraakt. Hetzelve was lek en de kapitein bij hevige storm genoodzaakt geweest circa 500 tzw. rogge over boord te werpen. (opm: een tschetwert is een Russische inhoudsmaat; daarbij waren 67 tschetwert equivalent aan 150 hectoliter)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brixham-Thorbay, 3 december. De SUSANNAH, kapt. West, hier aangekomen, heeft op de hoogte van Goudstaart (opm: Start Point, Z-kust Engeland) een sloep gevonden van 18 voet lengte en dragende met witte letters de naam van GERHARDUS HENDRICUS. Het Nederlandse schip van Bordeaux, op de hoogte van Plymouth verongelukt, is dus ongetwijfeld het schip GERHARDUS HENDRICUS, kapt. Konter, van Bordeaux naar Amsterdam gedestineerd. (opm: zie onder meer PGC 011246)


  DC - Dordtsche Courant

Blijkens schrijven uit Havanah, van 28 oktober, zijn er van de door de orkaan van de 10de dier maand aldaar schrikkelijk geteisterde schepen, bereids 21 afgekeurd (opm: zie NRC 091146). Onder dezen bevindt zich het Nederlands barkschip (opm: brik) COURIER, kapt. Teijgeler.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip NEUSKE MARIA (opm: waarschijnlijk: NIESKE MARIA), kapt. De Boer, van de Eider naar Antwerpen, is in de nacht van de 28e november bij het naar binnenzeilen tussen Langeroog en Baltrum gestrand en verbrijzeld, doch de equipage gered.
(opm: waarschijnlijk buitenlander).


09 december 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 5 december. Het schip STAD AMSTERDAM, kapt. Seyfert, van Amsterdam naar Halte, is alhier de 3e dezer zwaar lek, met adsistentie uit zee teruggebracht. Het moet lossen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 8 december. Bij koninklijk besluit van 31 oktober jl., heeft Z.M. Hoogstdeszelfs bewilliging verleend tot de oprichting ener naamloze vennootschap, onder de titel van Algemeene Sleephelling-Sociëteit te Rotterdam. Het kapitaal is vastgesteld op een som van NLG 40.000,-, verdeeld in 80 aandelen, ieder groot NLG 500,-, allen op naam. Tot directeur wordt voor de gehele duur der vennootschap benoemd de heer J. Valkenier. Tot commissarissen zijn benoemd de heren A.A. Nieuwkamp, W.M. Hop en P. Buffart, die deze benoeming aannemen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De curator in het faillissement van de heer Christianus Ignatius de Grijs, zo in deszelfs privé, als onder anderen de cargadoors-affaire uitgeoefend hebbende onder de Firma C.J. de Grijs en Zoon, wonende te Amsterdam, brengt bij deze ter kennis van de daarbij belanghebbenden, dat het akkoord, door laatstgemelden met zijn crediteuren gesloten, bij vonnis der Arrondissementsrechtbank, zitting houdende aldaar, is gehomologeerd.
Amsterdam, 7 december 1846, de curator voornoemd, Mr. P.M. Nolthenius.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 6 december. De 4e dezer zijn hier aangekomen het Nederlandse schip DE AMSTEL, kapt. J. van Duijn, met 12 passagiers, vertrokken van Amsterdam de 2e september, en het dito schip OOST INDIA PAKKET, kapt. B. Bakker, vertrokken van Amsterdam de 5e september.
Heden zijn hier aangekomen het dito schip DELFT, kapt. B.J. Muller, met een passagier en Zr.Ms. troepen, vertrokken van Rotterdam de 29e augustus, en de dito bark CATHARINA JOHANNA, kapt. F.C. Jaski, met drie passagiers, vertrokken van Amsterdam de 24e augustus.


10 december 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 9 december. De stoomboot ATTWOOD is gisteren avond uit zee teruggekomen, op sleeptouw hebbende de smak CATHARINA, kapt. B.P. Akkerman, van Newcastle, welke na verlies van twee ankers en lekkage in gevaar verkeerde en door gemelde stoomboot alhier in het kanaal is gebracht. De stoomboot is weder in zee gestoomd.


  DC - Dordtsche Courant

Thans zijn op een na al de pinken van de Engelse wal te Scheveningen, Gode zij dank, behouden teruggekeerd. De schuit die nog afwezig is, behoort aan de reder A. A. Kouwenhoven Pals. Het getal haringen dat is aangebracht, bedraagt ruim vier en een half miljoen, en alzo een half miljoen meer dan verleden jaar. De visserij is gezegend afgelopen; slechts een paar reders zullen of niet, of ternauwernood, de kosten kunnen bestrijden. De overigen hebben alle reden van tevreden te zijn. De reder wiens schuiten de meeste haring hebben aangebracht, is de heer T. de Jager Gzn. Op hem volgt de heer D. Hoogenraad. De prijzen waren in de laatste dagen nog gestegen.


11 december 1846


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De 27e november is bij stormachtig weder, circa 1 mijl ten zuiden van Skagen gestrand de kof CATHARINA, kapt. Heijenga (opm: buitenlander), van Pillau naar Lynn bestemd. De equipage, uit vier man bestaande, is geborgen. Het schip is vol water gelopen, ligt in het zand en is totaal wrak. De takelage zal geborgen kunnen worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) Volgens schrijven van St. George d’Elmina van de 6e september heeft de brik COURIER, waarvan wij in ons nummer van 10 november gemeld hebben, dat door zwaar stampen zijn masten had verloren, en te Apam lag om te repareren, op nieuw averij geleden en zijn ankers verloren, doch na ondergane reparatie zonder ankers de reis naar het vaderland wederom aanvaard.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Delfzijl, 7 december. Kapt. J. Seiffert, voerende het kofschip STAD AMSTERDAM, komende van Amsterdam en bestemd naar Halte, is, na op een plaat gestoten te hebben, blijven zitten. Hij heeft twee lichters tot hulp genomen om een gedeelte der lading over te nemen en is na verlies van anker en ketting en een zware tros lek de haven van Delfzijl binnengebracht, Het moet lossen om te repareren.


12 december 1846


  JC - Javasche Courant

Batavia, 10 december. De 8e dezer zijn hier aangekomen Zr.Ms. korvet NEHALENNIA, kapt.luit.t.zee Van Braam Houchgeest, vertrokken van Vlissingen de 4e juli, het Nederlandse schip BATAVIER, kapt. H.H. Uil, vertrokken van Rotterdam de 23e augustus, en de dito bark NIEUW LEKKERLAND, kapt. W.H. Kramer, met enige passagiers, vertrokken van Rotterdam de 27e augustus.
Heden is hier aangekomen het dito schip VICE-ADMIRAAL RIJK, kapt. S. Lammerts, vertrokken van Dordrecht de 21e augustus.


14 december 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rendsburg, 8 december. De GEERDINA, kapt. Schaap, van Dantzig met erwten naar Rotterdam bestemd, is te Holtenau aangekomen. Op zijn reis tussen Bornholm en het kanaal had hij zulk een hevige storm uit het noord-oosten ondergaan, dat de kapitein genoodzaakt werd beide zwaarden te kappen, doordien dezelve losgeraakt waren. Het schip zal te Holtenau repareren, doch is naar mening van de kapitein dicht en de lading onbeschadigd gebleven.


15 december 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 december. Particuliere berichten uit Riga in dato 5 december melden, dat het Nederlandse schoener-kofschip PETERSBURG, gevoerd door kapt. J.G. Middel, gedestineerd naar de Maas, nog vóór het sluiten der rivier door de vorst de Bolderaa heeft kunnen bereiken en onmiddellijk zee dacht te kiezen. Enige uren later was alle communicatie door het ijs gesloten, zodat de scheepvaart voor geëindigd is te beschouwen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 14 december. Gisteren morgen is ten gevolge van de dikke mist het schip LAMORAAL ULBO, kapt. N.A. Smaal (opm: kapt. Nicolaas Aukens Smaal), geladen met zout, katoen en mahoniehout, buiten in het gat op de Hindert aan de grond geraakt, hebbende een loods uit het Engels Kanaal aan boord. Het schip is op het zogenaamde Tonneplaatje zittende, zijnde reeds gisteren middag het roer afgestoten en verder verbrijzeld. De equipage is gered, alsmede door vissers en de loodsboot No. 5 een gedeelte van de inventaris hier aangebracht. Dit schip was te Delfzijl te huis behorende, in 1831 gebouwd en 200 tonnen metende. (opm: zie ook NRC 010347)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 7 december. Het schip ST. ANTHONIUS, kapt. Van Dierendonck, van Dantzig naar Bremen, is alhier lek binnengelopen, hebbende op Falsterbo gestoten. Het moet lossen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. J.C. van Slooten, notaris te Veendam, gedenkt op maandag de 28e december 1846, des avonds te 7 uren, ten huize van de logementhouder W.J. Bakker te Veendam publiek te verkopen het Nederlandse kofschip GEZIENA WILKENS, in den jare 1842 nieuw uitgehaald, lang 20 ellen 79 duimen, wijd 4 ellen 4 duimen, hol 1 el 95 duimen, en geijkt op 73 tonnen, en zulks met al deszelfs opgoederen van masten, rondhouten, staand en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en andere toebehoren en gereedschappen, zo als hetzelve thans te Amsterdam is liggende en laatst door kapt. Hindrik Jans Top is bevaren, zullende de inventaris van heden af ten kantore van de notaris en ten verkoophuize ter lezing liggen. (opm: de kof werd nu voor NLG 5.900 verkocht; nieuwe naam GERRITJE KOUMANS, kapt. L.O. Post)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. B. Haitzema Viëtor, notaris te Winschoten, gedenkt, ten verzoeke van de heer J. Kranenborg, op vrijdag de 8e januari 1847, des avonds ten 6 uren, in het logement de Noordstar te Nieuwe Pekela in openlijke veiling te verkopen 3/30e aandelen van het in deze jare nieuw uitgehaald kofschip HENDERIKA, kapt. Rente R. Huisman (opm: zie PGC 150147).
De veilingconditiën zullen in tijds ter lezing liggen ten kantore van de notaris.


16 december 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 14 december. De Nederlandse kof JUFFER STIJNTJE, kapt. Boll (opm: JUFVROUW STIJNTJE, bouwjaar 1838, kapt. Harm Egberts Boll), de 8e september vertrokken van Marseille naar Antwerpen, baart bekommering daar zij de 21e oktober van de rede van Algeciras met vele andere schepen is gezeild, die sedert lang binnen zijn. (opm: zie twee advertenties GRC 180547, het schip is later verloren verklaard).


  JC - Javasche Courant

Batavia, 15 december. Na reeds de vorige dag in het gezicht te zijn gekomen, ankerde in de morgen van gisteren ter rede van Batavia het Nederlandse koopvaardijschip FANNY, kapt. Flens, hebbende dit jaar de Japanse reis gemaakt en zijnde de 21e november l.l. van Decima vertrokken. Aan boord bevonden zich als passagiers de heren J.P. Borst, J.C. Delprat, A.J.J. de Wolff en P.J. Lange.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 14 december. De 11e dezer is hier aangekomen de Nederlandse bark SARA MARIA ALIDA, kapt. H.A. Tekelenborg, vertrokken van Amsterdam de 1e september.
De 12e dezer is hier aangekomen de dito bark DILIGENTIA, kapt. H.T. Horneman, vertrokken van Rotterdam de 1e september.
Gisteren zijn hier aangekomen het dito schip LUCIA MARIA, kapt. B. Barends, met zeven passagiers, vertrokken van Amsterdam de 25e augustus, en het dito schip CANTON, kapt. K.W.E. Bergner, met een passagier, vertrokken van Rotterdam de 11e juli.
Heden zijn hier aangekomen het dito schip FANNY, kapt. C.W. Flens, met vier passagiers, vertrokken van Japan de 24e november, en het dito schip PILADES, kapt. J.A. Schmidt, met een passagier, vertrokken van Macao de 29e november.


17 december 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Mr. F.L. Rambonnet, Fz., notaris te Kampen, zal op woensdag de 20e januari 1847, des middags ten 12 ure, in het Logement Den Dom van Keulen, te Kampen, bij opbieding presenteren te verkopen een kofschip, met zeil en treil, genaamd de IJSSEL, gevoerd door kapt. H.C. Schröder (opm: H.C. Schreuder), groot circa 50 lasten, gebouwd in het jaar 1840 opm: als LEENTJE VAN GRONINGEN in 1841 in de vaart gebracht; thans liggende te Kampen, alwaar hetzelve dagelijks is te bezien en inmiddels uit de hand te koop.
Nadere informatiën ten kantore van de notaris. Brieven franco. Het schip werd eerst in 1848 verkocht en kreeg de naam ENGELINA, kapt. Jan Wiegchers Ketelaar)


18 december 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te Scheveningen ligt in lading naar Londen een snelzeilend bomschip, ten vervoer van alle vrije goederen, om spoedig van daar te vertrekken, bijaldien de vaart langs de rivieren gestremd blijft. Nadere informatie te bekomen bij P.A. van Es & Co., Phs. Van Ommeren, Rotterdam en Albertus Pronk, Scheveningen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris Wijma, te Harlingen, zal, aldaar op maandag den 4 januari 1847, des namiddags ten 3 ure, provisioneel en des avonds ten 7 ure finaal, in het Heeren Logement van D. Minnema, in het openbaar veilen: het welbezeild Kofschip, genaamd JOSINA WILHELMINA, gemeten op 70 ton, groot 55 roggelasten, met al deszelfs rondhout, zeil en treil en verder daarbij zijnde scheepsgoederen, volgens biljetten en inventaris; zodanig is liggende in de Zuiderhaven te Harlingen en gevoerd geweest door kapitein B.J. de Groot; terstond vrij te aanvaarden.
Nadere informaties ten kantore van de heren B. Visser & Zoon en gedachte notaris.
(opm: of de kof, bouwjaar 1833, is verkocht is niet duidelijk; het schip bleef met dezelfde boekhouder, scheepsnaam en kapitein in de vaart)


19 december 1846


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Op heden de 15e december des jaars 1846 heb ik ondergetekende Bartholomeus van Geluk, deurwaarder bij de Arrondissementsrechtbank, zitting houdende te Dordrecht, aldaar wonende op het Bagijnhof, behoorlijk gepantenteerd, ten verzoeke van William Gow Gordon, als kapitein, voerende het Engels schip FAIRY QUEEN, thans met hetzelve liggende te Dordrecht, wonende of te huisbehorende te Ramsgate, geïnsinueerd aan de onbekende houder of houders van het Connossement over honderdzestig ton ruw ijzer, te Dordrecht, van Grangemouth met gemeld schip aangebracht, door de requirant op de achtentwintigste november achttienhonderd zesenveertig, aan de order van de inladers, de heren Barley Brothers en Co., te Grangemouth, ondertekend.
Dat de bij Connossement bepaalde zeven legdagen op heden verstreken zijn.
Redenen waarom hij tegen de geïnsinueerde, hen bij deze in verzuimstellende, protesteert wegens oponthoud, overlegdagen, en kosten, schade en intressen, alles behoudens en onverkort de rechten hem bij voortdurende nalatigheid, met betrekking tot het ingeladene competeerd.
En heb ik, de namen en woonplaatsen derzelver houders onbekend zijnde, ten behoeve van de geïnsinueerde, afschrift van dit exploit aangeplakt, aan de hoofddeur van de gehoorzaal der Arrondissementsrechtbank alhier, alsmede een tweede afschrift overgegeven aan de Ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij dat rechterlijke Collegie mijn exploit doende aan de Edel Achtbare Heer Mr. J.A. Kouwens, Subst. Officier, welke het oorspronkelijke met gezien heeft getekend.
Zullende voorts van hetzelve exploit worden aangekondigd in de Dordrechtsche Courant van de zeventiende dezer maand.
De kosten zijn zes gulden zestig cents.
(get.) B. van Geluk, Deurwaarder.
Gezien (get.) J.A. Kouwens, Subst. Offic.
Op de ommezijde staat: Geregistreerd te Dordrecht de zestiende december achttienhonderd zesenveertig, deel tweeëndertig, folio honderd vijfentwintig, verso vak een, twee en drie. Ontvangen tachtig cents voor recht, makende met de achtendertig opcenten een gulden tien en een halve cent. (Een blad zonder renvooi).
De Ontvanger, Van den Santheuvel.
Voor copie conform, B. van Geluk, Deurwaarder.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 18 december. De schepen VROUW RENSKE, kapt. Konterman, van Hamburg, en EUROPA, kapt. Scholtens, van Cuxhaven, beide herwaarts gedestineerd, zijn, volgens brief van Delfzijl van 12 dezer, wegens tegenwind aldaar binnengelopen. Het schip de JONGE JAN, kapt. Rentes, van Bergen naar Rotterdam mede aldaar binnengelopen, heeft op deszelfs reis veel storm doorgestaan.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te Scheveningen ligt in lading naar Londen het Nederlands bomschip MARTIJNTJE MOS, schipper M. Mos, om spoedig te vertrekken. Nadere informatie te bekomen bij P.A. van Es en Co. en Phs. Van Ommeren, te Rotterdam, en Albertus Pronk, te Scheveningen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te Scheveningen ligt in lading naar Londen, het bomschip ADRIANA PIETERNELLA, schipper C. den Dulk. Adres bij de heren P. Varkevisser te Scheveningen, en M. Varkevisser te Rotterdam, alwaar ook bomschepen voor andere havens te bekomen zijn.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 16 december. Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse bark WOLTEMADE, kapt. F. Guijt Jr., vertrokken van Kaap de Goede Hoop de 5e november, en de dito bark JEANNETTE, kapt. S. Halfweg, vertrokken van Rotterdam de 11e september.


21 december 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dover, 17 december. De CATHARINA, kapt. Mulder, van Cardiff naar Rotterdam, is alhier in een zeer lekke staat binnengebracht. Het moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Havre, 17 december. De Belgische schoener BELGIQUE, kapt. Vent, de 7e december van Amsterdam vertrokken naar Lissabon, is heden deze haven binnengelopen met zeeschade, hebbende de 15e december in zee zijn boegspriet gebroken. Dit schip heeft zeer slecht weder gedurende zijn overtocht gehad.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zwolle, 18 december. Met blijdschap vernamen wij dezer dagen, dat bij enige onzer aanzienlijkste handelshuizen het denkbeeld was gerezen van de vestiging ener scheepsrederij te dezer stede, waartoe de vaartuigen achtereenvolgens op de werf van de scheepstimmerman W. van Goor zouden worden aangebouwd, en wij verheugen ons over de bijval, welke dit denkbeeld ondervond bij onze overige groothandelaren en bij enige kapitalisten, ten gevolge waarvan binnen weinige dagen van het voorlopig daartoe nodige kapitaal, groot NLG 30.000, voor ruim 2/3e was deelgenomen. Enigen der aandeelhouders betreuren het echter, dat men tot heden daarbij het voornemen schijnt te hebben om te beginnen met een schoener op stapel te zetten van 110 lasten. Men moet de tering naar de nering zetten en de schepen, die tot een rederij zullen dienen, aanleggen naar de vaarwaters, waarvoor zij bestemd zijn. Een vaartuig van die maat kan hier ledig, wanneer het van stapel komt, uitlopen, maar – al overtreffen de werken van het Zwolsche Diep verre de verwachting, waarvoor alle hoop bestaat – dan zal toch nimmer het Zwarte Water ons geladen schepen 110 lasten kunnen aanvoeren, en bij de eerste uitreis van zodanig vaartuig zou het voor altijd onze haven en ons vaarwater moeten vaarwel zeggen, waardoor het schone doel dezer rederij voor het grootste en duurzaamste deel zou verloren gaan. Dit doel is de welvaart onzer stad te bevorderen. Grote renten, dit bekennen de ondernemers zelve, moet men er zich niet terstond van beloven. Niet alleen het bouwen van schepen is hiertoe nodig – dit loopt in een bepaald tijdsbestek af – maar het voortdurend onderhoud, het herstel, de uitrusting der schepen, die nimmer in onze haven kunnen terugkeren. Bouwt men daarentegen vaartuigen van 70 à 80 lasten, die voor de vaart op alle Europese haven geschikt zijn, dan zal men dezelve aanhoudend voor de eigen handel kunnen bezigen. Dan zullen wij die geregeld, zodra de werken aan het Zwolsche Diep gereed zijn en uitkomsten opleveren, in onze haven kunnen ontvangen, en zal daardoor zowel het financiële van de onderneming grotelijks bevorderd, als het grote doel: verspreiding van welvaart en vertier binnen onze stad bereikt worden, terwijl volgens het eerste plan de grootste en ware voordelen der zaak naar andere havens zullen heen vloeien, hetgeen voorzeker het doel der geldschieters niet zal zijn. Mogen deze gedachten, die bij velen der aandeelhouders meer en meer veld winnen en welke zij voornemens zijn zo mogelijk te doen zegevieren, ook bij de ontwerpers ingang vinden en het plan daarnaar gewijzigd worden, dan stellen wij ons veel goeds van deze zaak voor en beschouwen ze als een grote schrede op de weg van vooruitgang en ontwikkeling van onze handel en vertier, die niet zal nalaten tot de welvaart van de stad Zwolle mede te werken.


22 december 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 21 december. Het schip MARIA THERESIA, kapt. Schoemaker, van Odessa herwaarts gedestineerd, te Malta binnengelopen, heeft volgens brief van daar van de 4e dezer schade bekomen, hebbende 40 mijlen west van Cerigo (Kithira) een Turkse schoener overzeild, welke onmiddellijk gezonken was en waarbij 17 man der equipage omgekomen, doch zes man door kapt. Schoemaker gered waren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Reval, 4 december. Het schip KLEINE EDMUND, kapt. Lange, naar de Maas, is de 1e dezer bij deszelfs vertrek van hier op de buitenpunt van de haven vastgeraakt, doch na 5 à 6 last der lading in boten gelost te hebben, weder in vlot water gekomen. Daar het schip dicht gebleven is, zal de kapitein, na het geloste weder ingenomen te hebben, morgen de reis voortzetten.


  DC - Dordtsche Courant

Te Texel binnengekomen op 19 december, KONINGIN DER NEDERLANDEN, kapt. E. Groenveld Cadee, van Batavia, met gesprongen masten, verlies van fokkera en zeilen.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. De heren deelhebbers in de Maatschappij van Dordrechtsche Scheepsreederij, worden bij deze opgeroepen om te compareren, op dinsdag 29 december, des middags ten twaalf ure, in het Hof van Holland alhier, ten einde de bij art. 19 der Statuten bepaalde Commisie van zes personen te benoemen.
Dordrecht, 21 december 1846, J.S. Vriesendorp, J. de Voogd, F.C. Déking Dura, directeuren.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Volgens bericht van Rendsburg van de 15e december lagen aldaar ingevroren de schepen DE VOS, kapt. Brunius, van Rügenwalde naar Wisbech, VROUW ANTJE, kapt. Kruse, van Stettin naar Groningen, en MEINTINA, kapt. Kuiper, van Korsör naar Schiedam.


23 december 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Christianstad, 5 december. Het schip PERLE, kapt. Dreyer, van St. Petersburg met rogge naar Amsterdam, is in de nacht van de 25e november bij Brantewick gestrand en wrak geworden, doch de equipage gered. De lading is beschadigd geworden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Daar het kofschip genaamd ANNA MARIA, gevoerd door kapt. R.J. Sprik, uit de hand verkocht is, zo zal de tegen de 28e december e.k. aangeslagen verkoping geen voortgang vinden. (opm: zonder naamsverandering kwam het schip onder kapt. D. Lovius)


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Op de 24e december zal door de ondergetekenden om 11 ure worden verkocht de schoener LOUISA, groot circa 55½ lasten.
Cristall, Marten & Co.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 19 december. Gisteren is hier aangekomen de Nederlandse bark MARIA JOHANNA, kapt. G. Sullock, met een passagier, vertrokken van Rotterdam de 2e september.
Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark LAURENS KOSTER, kapt. D.R. Klene, vertrokken van Rotterdam de 26e augustus.


24 december 1846


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 23 december. Heden morgen is van deze stad naar Hellevoetsluis vertrokken, het barkschip TIMOR, kapt. C.M. Borghorst, bestemd naar Porto Rico.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 23 december. Volgens statistieke opgaven nopens de Amerikaanse handel blijkt, dat in de zes maanden, eindigende 31 oktober l.l. te New York zijn aangekomen: 1.339 schepen, metende 383.803 ton, waarvan 909 onder nationale vlag, 257 Engelse, 4 Pruisische, 12 Franse, 44 Zweedse en Noorse, 9 Deense, 12 Nederlandse, 68 van de Hanzesteden, 2 Spaanse, 13 Portugese, 8 Oostenrijkse, 11 Sardinische en Siciliaanse schepen. De totale invoer in de haven van Philadelphia, gedurende het jaar, eindigende ultimo juni 1846, bedroef een waarde van 7.989.393 dollars. De betaalde rechten beliepen 2.482.200 dollars.


26 december 1846


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 24 december. Volgens brief van Texel van 23 dezer, was de vorige nacht achter de Wester aan strand gedreven, een door het volk verlaten Engelse schoener, op welks spiegel met vergulde letters stond FAIRY - Whitby, hebbende voorop een vrouwenbeeld in een blauw kleed; een boot stond achter op het dek, en de gehele inventaris, welke geborgen is, was nog aan boord; echter had men in de kajuit geen papieren gevonden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 24 december. Het schip ALEXANDER BRANDT, kapt. Hubert, van Archangel herwaarts gedestineerd, is, volgens brief van Archangel van 7 dezer, te Lapominka (opm: pos. 64º46’ NB 40º29’ OL) ingeijsd (opm: door het ijs heen naar binnen gebracht).


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een Hannovers kofschip, oud vier jaren, lang over steven 20 ellen 8 palm, wijd 4 ellen 7 palm, hol 2 ellen 1 palm 5 duim, ongeveer 50 lasten groot, met deszelfs tuigage. Te bevragen bij Jb. Bakker, mr. zeilenmaker, aan het Nieuwe Diep, waar dezelve is te bezichtigen.


  DC - Dordtsche Courant

Portsmouth, 20 december. Zr.Ms. transportschip PRINS WILLEM FREDERIK HENDRIK, luit. Collot d’Escury, van Hellevoetsluis naar Suriname, is met verlies van anker en ketting weder teruggekomen.


28 december 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 december. Volgens brief van kapt. D.H. Kramer, voerende het schip MARGARETHA IDA, van Rotterdam bestemd naar Batavia, in dato 26 dezer, wordt bericht, dat dit vaartuig bij het uitzeilen van de Goeree, op de vorige nademiddag, zonder dat de loods de geringste zwarigheid over de diepgang van het schip of het weinige water op de droge gemaakt had, door de vrij hoge zee zodanig heeft gestoten, dat het roer uit de vingerlingen geraakt, daarna bij het hennegat afbrak en zo het schip op 4½ vaam water tegen de Ooster met staande zeilen ten anker kwam.
Gedurende de gehele nacht, tot hedenmiddag 12 uren, lag het met een sterke noord en noord-oosten wind voor 45 vaam ketting, midden in de branding te stoten. Men verwachtte niet anders of het schip zou uit elkander slaan en het was alleen aan deszelfs hechtheid te danken, dat het gisteren avond te 6 ure, voornamelijk door de adsistentie van de stoomboot KINDERDIJK en twee vissloepen, ter rede van Brouwershaven ankerde, alwaar de kapitein onmiddellijk 28 pompers aannam ten einde het schip, dat bij deze gelegenheid veel geleden heeft, lens te houden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 27 december. Het schip ANNA, kapt. Fokken (opm: mogelijk buitenlander), van Rostock, laatst van Harlingen, herwaarts gedestineerd, is volgens brief van Enkhuizen van de 24e dezer op het Enkhuizer Zand gestrand en zal vermoedelijk geheel weg zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Deal, 21 december. De MARGARETHA, kapt. Bauer, van Batavia, is hier lek binnengekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Voor passagiers en goederen vertrekt, bij open water, tussen 20 en 25 december van Rotterdam naar Batavia het nieuw gebouwd en gekoperd barkschip JAPARA, kapt. K.H. de Groot (opm: het vertrek zou wegens ijsgang worden uitgesteld).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 26 december. Gisteren arriveerde alhier het schip HENDRIEKA ARENTINA (opm: lees HENDRIKA ARENDINA), kapt. A.H. Breeland, van Cefalonia; dezelve is met het naar binnen zeilen op Scheelhoek geraakt en er zijn schuiten naar toe om te lichten.
(opm: zie ook NRC 291246).


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. H.J. Rietveld en P. Blom, makelaars, zullen op maandag de 28e december 1846, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, ten overstaan van een daartoe bevoegd Beambte verkopen:
- Vier tweeëndertigste aandelen (ieder 1/32 afzonderlijk) in het Nederlands gekoperd tweedeks barkschip KONING WILLEM II, gevoerd door kapt. A. Rocquette, groot volgens meetbrief 382 lasten.
- Twee tweeëndertigste aandelen (mede ieder afzonderlijk) in het Nederlands gekoperd tweedeks barkschip GEERTRUIDA, laatst gevoerd door kapt. G. Blom, groot volgens meetbrief 242 lasten.
- Een tweeëndertigste aandeel in het Nederlands barkschip HENDRIK WESTER, gevoerd door kapt. J.J. Praag, groot volgens meetbrief 157 lasten.
- Een zestiende aandeel in het Nederlands gezinkt schoener kofschip ARJEN BROUWER, gevoerd door kapt. A.J. de Boer, groot volgens meetbrief 111 lasten.
Iemand nader onderricht begerende, spreke met bovengenoemde makelaars.


29 december 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Reval, 15 december. De KLEINE EDMUND, kapt. Lange, van hier naar Schiedam, is de 30e november met beschadigde watervaten te Baltishport binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 december. Ingevolge schrijven van Helvoet van heden, zat de HENDRIKA JACOBA (opm: lees HENDRIKA ARENDINA), kapt. A.H. Breeland, nog steeds op de bank. Men had bereids 100 vaten krenten zo grote als kleine en 27 balen sumak (opm: gedroogde en fijngemalen bessen) in twee schuiten geborgen en bleef aanhoudend werkzaam tot behoud van schip en lading. Het schip blijft nog steeds lek en het zal van omstandigheden afhangen of men hetzelve zal kunnen behouden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De opperstrandvonder in het Ressort van Texel, roept mits deze op, allen die vermenen enige reclame te kunnen doen gelden op het hol of casco alsmede tuigage, bestaande in zeilen, ankers, kettingen, staand en lopend want, enz. geborgen uit het op de 22e december 1846, zonder volk of lading aan de N.W. kust van dit eiland gestrand Engels schoenerscheepje FAIRY-Whitby, en thans zich onder zijn custodie bevindende, of wel het zuiver provenu daarvan, ten einde zich deswege, voorzien van de nodige bescheiden te vervoegen ten kantore van hem opperstrandvonder.
Texel, 26 december 1846.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De opperstrandvonder in het Ressort van Texel, als daartoe behoorlijk geautoriseerd, is voornemens op maandag de 4e januari 1847, des voormiddags 11 ure, aan Den Burg aldaar, ten overstaan van de notaris Kikkert, ad opus jus habentium, publiek te verkopen het hol of casco van het de 22e december ll. achter de Westen alhier gestrande Engels schoenerscheepje FAIRY-Whitby, zo als hetzelve op Strand is zittende, benevens de daarvan geborgen tuigage, bestaande in: enige zeilen en rondhouten, 2 zware en 2 werpankers, kabel en andere kettingen, enig staand en lopend want, en wat verder zal worden gepresenteerd.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 25 december. Het schip MARIE JULIE, heeft gisteren bij het ten anker komen, deszelfs zwaar anker verloren, zijnde de ketting gesprongen.


  DC - Dordtsche Courant

Brouwershaven, 27 december. Eergisteren is alhier binnengekomen, het schip ST. CLEMENT, kapt. R. Cobban, van Liverpool naar Dordrecht, met averij aan tuigage en verschansing.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Zr.Ms. transportschip PRINS WILLEM FREDERIK HENDRIK, kapt.luit.t/Zee Collot d’Escury, uit Helvoet naar Suriname, te Portsmouth binnen, heeft de 18e december de reis voortgezet, doch is de volgende dag met verlies van een anker en een ketting aldaar uit zee teruggekomen.


30 december 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 29 december. Gisteren avond ten 11 ure is de poonschuit OP HOOP VAN ZEGEN, schipper M. v.d. Maden, geladen met krenten, sumak en pokhout uit het op Scheelhoek aan de grond zittende kofschip HENDRICA JACOBA (opm: lees HENDRIKA ARENDINA), kapt. A.H. Breeland, terwijl de rivier overdekt was met drijfijs, lek geworden en onmiddellijk gezonken, zijnde de manschappen na drie uren met twee boten in het ijs gezeten te hebben, behouden aan wal gekomen. Gisteren nacht zijn er twee schuiten met lading alhier in de haven gekomen; het schip is lek geworden en men vreest dat het door het ijs verloren zal raken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 29 december. Het schip VROUW FROUKE, kapt. Groeneveld voor kapt. Huizinga, van Emden naar Glasgow, is volgens brief van Delfzijl van de 26e dezer, na achttien dagen in zee geweest en voortdurend storm doorgestaan te hebben, aldaar zwaar lek binnengelopen. Het moet lossen om te repareren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen op maandag 28 december in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ:
- 1/32 aandeel in het Nederlands gekoperd tweedeks barkschip KONING WILLEM II, kapt. A. Rocquette: NLG 2.750,-. In slag NLG 50, koper J.H. Rocquette.
- 1/32 dito dito. NLG 2.750,-. koper idem.
- 1/32 dito dito. NLG 2.750,-. koper idem.
- 1/32 dito dito. NLG 2.800,-. koper idem.
- 1/32 aandeel in het Nederlands gekoperd tweedeks barkschip GEERTRUIDA, kapt. G. Blom. NLG 800,-: Koper P. Blom.
- 1/32 aandeel in het Nederlands gekoperd tweedeks barkschip HENDRIK WESTER, kapt. J.J. Prange. NLG 800,-, in slag 10,-. Opgehouden.
- 1/16 aandeel in het Nederlands gezinkt schoener kofschip ARJEN BROUWER, kapt. A.J. de Boer: NLG 1.000,-, in slag NLG 50,- Koper G.J. Boelen.
- paviljoenschip de JONGE DIRK: niet geveild.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 25 december. Heden zijn hier aangekomen het Nederlandse schip LOUISA MARIA, kapt. B.C. Jaski, vertrokken van Londen de 12e september, het dito schip JAPAN, kapt. W. van der Zee, vertrokken van Amsterdam de 29e augustus, en de dito bark PICTURA, kapt. M.F. Tijdema, vertrokken van Dordrecht de 21e augustus.


31 december 1846


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Scheveningen ligt in lading naar Londen het bomschip ADRIANA PIETERNELLA, schipper C. den Dulk. Adres bij de heren P. Varkevisser aldaar en M. Varkevisser te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Scheveningen ligt in lading naar Londen het Nederlands bomschip DE JONGE CORNELIS MOS, schipper M. Mos, om spoedig te vertrekken. Adres bij P.A. van Es & Co en Phs. van Ommeren, beide te Rotterdam en A. Pronk te Scheveningen.