Inloggen
Zoek in kronieken
Aanwezig jaargangen:
Start - 1813 - 1814 - 1815 - 1816 - 1817 - 1818 - 1819 - 1820 - 1821 - 1822 - 1823 - 1824 - 1825 - 1826 - 1827 - 1828 - 1829 - 1830 - 1831 - 1832 - 1833 - 1834 - 1835 - 1836 - 1837 - 1838 - 1839 - 1840 - 1841 - 1842 - 1843 - 1844 - 1845 - 1846 - 1847 - 1848 - 1849 - 1850


Bevat   Exact
 

Kronieken uit 1838


02 januari 1838


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 januari. Den 29 passato (opm: verleden [maand]) arriveerden te Helvoetsluis YPES, P. Dunk, van Rye, en ZEEMEEUW, D. Noordhoek, van Lissabon, en zeilde HOOP, F. Goetz (opm: buitenlander), naar Newcastle.
Den 30 zeilde VROUW ANNA, A. de Zeeuw Bagghus, naar Gibraltar, en arriveerde MARY, B. Smaal, van Dundee. De wind Z.Z.W. en Z.
Den 31 arriveerde HILLECHINA WILKENS (opm: kof HILLEGINA WILKENS), J.J. de Jong, van St. Martin (op het eiland Rhé), laatst van St. Mary (op Scilly) en Douvres (opm: Dover).


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 januari. Den 31 passato (opm: verleden [maand]) zeilde van Maassluis SCHEEPSBOUWLUST (opm: hoeker), C. Goedenraad, naar St. Ubes (opm: Setubal). Kwam den 1 bij De Pan ten anker. De wind Z.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 januari. Op Terschelling is den 26 december aangespoeld een zwart plankje met een groene rand, waarop met uitgehouwen vergulde letters FENNEGINA. (opm: kof, kapt. H.J. Puister, 15 december 1837 op de Ooster vergaan, zie RC 191237)


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 januari. De schepen (opm: koffen) AKKE BOON, kapt. B.A. Potjer, van Amsterdam naar Genua, en ANTOINETTE MARIA, kapt. J.J. Cramer, van Amsterdam naar Marseille, zijn den 22 te Ramsgate wegens tegenwind binnengelopen.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 januari. Het schip (opm: kof) de HOOP, kapt. J.H. Mugge, van Amsterdam naar Triëst, te Falmouth binnen (opm: RC 231237 en PGC 261237, ZP 220238, 230238, 050338, ZZC 060338, ZP 030438), was den 21 december 1837 geheel ontlost.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 januari. Lijst der schepen, die sedert den 1 januari 1837 tot den 31 december 1837 in de Maas en Goeree zijn ingekomen en uitgezeild, opgemaakt naar de authentieke zeetijdingen.
Ingek. Uitgeg. Ingek. Uitgeg.
Antwerpen 5 10 Londen 240 252
Arensburg (opm: Kuressaare) 15 8 Marennes 20 -
Baltimore 27 12 Marseille 14 9
Batavia 79 74 Nantes 2 22
Belfast - 20 Nerva 10 13
Bergen (Noorwegen) 41 46 Newcastle 121 120
Bordeaux 26 8 New-York 20 31
Cardiff 29 13 Oost Zee - 36
Cuxhaven 16 - Petersburg (St.) 10 21
Dantzig (opm: Gdansk) 6 11 Riga 84 24
Drammen 28 27 Rostock - 11
Duinkerken 58 50 Rye 19 18
Glasgow 12 12 Shoreham 10 9
Guernsey 10 8 Stettin (opm: Szczecin) 6 24
Hamburg 2 42 Stockholm 10 3
Havre 27 38 Sunderland 131 114
Hull 160 181 Triëst 11 11
Ipswich 11 12 Bijleggers 12 -
Leith 15 29 Onbekende destinatie - 46
Liebau (opm: Liepaja) 32 14 Overige 215 verschillende havens 340 347
Lissabon 37 38
Liverpool 95 52 Totaal aantal schepen 1791 1816
(opm: alleen de havens met 10 of meer schepen gespecificeerd)
Dus 1.791 ingekomen en 1.816 uitgezeild, behalve de vishoekers, jagers, haringbuizen en schepen die van Rotterdam, Dordrecht, Schiedam, enz. langs de Zeeuwse Stromen zijn ingekomen of uitgezeild, of die binnendoor langs de Wadden, van Hamburg, Bremen, enz. zijn gearriveerd of derwaarts vertrokken.
In 1836 ingekomen 1.707, dus meer ingekomen 84; in 1836 uitgezeild 1.692, dus meer 124.


  RC - Rotterdamsche Courant

Van Dordrecht zijn in het afgelopen jaar 1837 naar zee gegaan 305 schepen, en aan die stad uit zee aangekomen 256 schepen, welke aangebracht hebben 20.647 lasten. De in 1837 aldaar aangekomen schepen kwamen, te weten: uit Groot-Brittanje met steenkolen 79, met klipzout 29 en met ijzer 6; uit Frankrijk met ruw zout 35, met stukgoederen 12 en met wijn 1; uit Pruissen met kalk 4, met boekweit 1 en met koolzaad 6; uit Noorwegen met stokvis en traan 24; uit Noorwegen en Rusland met hout 46; uit Rusland met stukgoederen 2; uit Zweden met teer en ijzer 7; uit Tarente met olie 1, en uit Batavia met suiker en koffij 3.
Het jaar tevoren waren minder naar zee gezeild 32, minder uit zee aangekomen 5 schepen en werden 202 lasten minder aangebracht.
In het afgelopen jaar 1837 zijn te Schiedam uit zee aangekomen 136 schepen, waaronder 29 met hout, kolen, traan, enz, en 97 met granen van Liebau (opm: Liepaja), Riga, Arensburg (opm: Kuressaare), Greifswald en Stralsund, waarmede, als mede met 18 schepen van Keulen, Mannheim, Mainz en andere aan de Rijn gelegen plaatsen, en verder van binnen ’s lands, zijn aangevoerd 21.338 lasten rogge en gerst, zijnde 2.565 lasten meerder dan in 1836.
Van Maassluis zijn gedurende het jaar 1837 uitgezeild 305 en binnengekomen 3 koopvaardijschepen, behalve de haring- en visschepen.


  RC - Rotterdamsche Courant

Londen, 31 december 1837. Bij order in rade van den 11 dezer wordt, overeenkomstig het op 27 oktober 1837 gesloten handel-tractaat tussen Groot-Brittanje en de Nederlanden, bepaald, dat de Hollandse schepen, in de havens van Groot-Brittanje binnenkomende of daaruit vertrekkende, met de ladingen aan boord daarvan (mits uit goederen bestaande wier in- en uitvoer bij de wet veroorloofd is), voortaan aan generlei andere of hogere regten en lasten zullen zijn onderworpen, dan die welke van Britse schepen, de genoemde havens in- en uitgaande, of op gelijke artikelen, met Britse schepen in- of uitgevoerd, worden of zullen worden geheven; en tevens, dat zodanige artikelen, met Hollandse schepen uit genoemde havens aangevoerd, dezelfde voorregten, restitutiën en vergunningen zullen genieten, welke daaraan zijn toegestaan, wanneer zij met Britse schepen uitgevoerd worden. (opm: zie ook RC 281137 en LC 190638)


  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 28 december. De brik DIANA, kapt. Lindeman, van de quarantaine ontslagen, is uithoofde van zware lekkage en door een kanonneerboot geconvoyeerd naar Antwerpen opgezeild.


  AH - Algemeen Handelsblad

Hellevoetsluis, 30 december. Kapt. B. Smaal, voerende het schip MARY, van Dundee, is met het naar binnen zeilen op Scheelhoek aan de grond geraakt. Hij heeft manschappen aangenomen tot adsistentie. (opm: de volgende dag vlotgebracht).


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Aan de respectieve deelhebbers in de Maatschappij van Dordrechtsche Scheepsreederij wordt kennis gegeven: dat door heren commissarissen met en benevens de commissie van zes heren deelhebbers, daartoe volgens art. 19 der Statuten benoemd, en door directeuren overgelegde rekeningen en balance goedgekeurd, gesloten en ten hunnen decharge getekend zijnde, van nu af aan, gedurende veertien dagen, ter visie van alle de leden zullen liggen, ten kantore van de heren Klerk en Voogd, op de Kuipershaven, alhier; en verder, dat het dividend nog niet is kunnen worden bepaald, maar dat daarvan later aankondiging zal plaats hebben, zijnde intussen voor ieder der deelhebbers een exemplaar van de balance bij de mede-directeur F.C. Déking Dura verkrijgbaar, van den 1 tot en met den 9 januari 1838.
Dordrecht, 30 december 1837.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 1 januari. Het schip der RHEIN, hetwelk onlangs de eerste proefvaart van Keulen naar London gedaan heeft, is den 25 dezer, na een zeer stormachtige reis, uit laatstgenoemde stad te Vlissingen binnengelopen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Ten overstaan van Mr. J.W. Quintus, openbaar notaris te Groningen, zal op vrijdag den 12 januari 1838, des avonds te 7 uren, ten huize van E.J. Tiddens, in het Huis de Beurs aldaar, publiek worden verkocht het welbezeild en net afgetimmerd kofschip, genaamd MERCUUR, laatst gevoerd door kapt. W. Arkema Jr, lang 22 Ellen 24 Duimen, wijd 4 Ellen 16 Duimen, hol 2 Ellen 36 Duimen, groot plus minus 98 Tonnen, nieuw uitgehaald in het jaar 1832; liggende thans in de Zalmhaven te Rotterdam, met al deszelfs opgoed en toebehoorenen wijders kompleten Inventaris; welke inventaris ter lezing zal liggen en de noodige inlichting te bekomen zal zijn te Rotterdam, bij de heeren Kuiper, Van Dam en Smeer, en te Groningen ten kantore van den notaris en ten huize van verkoop.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Op donderdag den 4 januari 1838, des voormiddags te 11 uren, zal na bekomende autorisatie, door een bevoegd Ambtenaar, ten huize van D.B. Romelingh, in de Wildeman te Delfzijl, voor contant geld, bij kavelingen, worden verkocht:
- 700 Ned. ponden melis broden;
- 10.250 Nederlandse ponden koffij, meerder en minder door zeewater beschadigd;
- een mast, giek, boegspriet en enig touwwerk, anker, boot en wat verder ter verkoop zal worden gepresenteerd; alles afkomstig van het gestrande schip de VROUW JANNA, schipper J.A. Santjer (opm: gestrand 26 december 1837, zie o.a. RC 060138).


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. van der Tuuk, notaris te Veendam, zal op dinsdag den 9 januari 1838, des namiddags te 4 uren, ten huize van de logementhouder Evert van Linge te Veendam, publiek verkopen:
1e Het kofschip genaamd de TWEE GEBROEDERS, groot volgens meetbrief, 88 tonnen, in der tijd bevaren door nu wijlen kapt. Jan Roelfs Bossinga van Veendam en laatst gevoerd door G.H. Nagel, liggende thans te Dordrecht en zulks met al deszelfs opgoederen van masten, zeilen, ankers, touwen, boot en sloep, koksgereedschappen en verdere toebehoren; waarvan de gedrukte inventaris te bekomen is ten kantore van de notaris en ter lezing ligt ten huize van verkoop.
2e 2/32e Aandelen in het kofschip genaamd ALIDA GIEZEN, gevoerd door kapt. Gosse Germs Boon van Veendam.
3e 1/29e Aandeel in het kofschip de CHRISTINA, gevoerd door Kapt. Abraham Hindriks Dijkhuis van Nieuwe Pekela.
En zal bij deze gelegenheid mede publiek ter koop worden gepresenteerd het kofschip ANNETTA CLARA, lang 20 ellen 55 duimen, wijd 3 ellen 76 duimen, hol 1 el 70 duimen, en geijkt op 58 tonnen, gevoerd door kapt. W.D. Dekker van Veendam, thans aanwezig op de scheepstimmerwerf van Freerk T. Rogaar, aan het Westerdiep te Veendam, zijnde in den jare 1835 op de werf nieuw gebouwd (opm: sinds april 1836 in de vaart). Wordende hierbij mede verkocht de daarvan nog aanwezige opgoederen.
Nadere informatie en de notitiën der opgoederen zijn te bekomen bij de bovengenoemde notaris.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen. Uitgezeild: den 24 december de schonerschepen LIVELY, kapt. S.H. Finch, en FLORA, kapt. J. Manning, beide naar Londen.
Den 27 dito het kofschip NEPTUNUS, kapt. K.R. de Jong, naar Havanna.
Den 30 dito het smakschip de VERWACHTING, kapt. J. Eilers, naar Schotland.


  LC - Leeuwarder Courant

Utrecht, 28 december. Men wil (opm: het verhaal gaat), dat de Nederlandsche Stoomboot Maatschappij pogingen zoude aanwenden, om het plan van een aanleg van een spoorweg naar Arnhem te verijdelen. Daartoe zoude door deszelve het ontwerp ener versnelde inrichting van vervoer, zowel te water als ter lande, tussen Amsterdam en Vreeswijk zijn voorgesteld. Men wil, dat deze pogingen door enige Amsterdamse kooplieden ondersteund zoude worden. Hoe ongelofelijk het een en ander ook moge schrijven, daar reeds de spoorweg tot Arnhem ternauwernood met de Belgische zal kunnen wedijveren zo de eerste niet tot Keulen wordt doorgelegd, zo hebben wij toch dit gerucht niet geheel onopgemerkt willen laten, daar het een ongeluk voor het Vaderland zoude zijn, wanneer de stoomboot maatschappij ook slechts mocht slagen, de uitvoering der heilzame voornemens van het gouvernement, door de overweging van dergelijke middelen te vertragen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De strandvonder van Westdongeradeel, zal, op maandag den 8 januari 1838, des voormiddags ten 10 ure precies, ten huize van W.A. Post, kastelein in het Moddergat onder Nes, publiek bij strijkgeld, tegen contante betaling, verkopen: zes eiken balken, lang van 7 tot ruim 13 el, en dik van 30 à 32 tot 54 à 54 duim; voorts 109 kromhouten en 10 dito kniers (opm: knieën); alles afkomstig van het verongelukte schip MARTHA (opm: smak de VROUW MARTHA, kapt. J.K. Vlas, zie RC 211137, volgend bericht en LC 050138). De gegadigden gelieven de te Wierum liggende houtwaren bestaande in 1 balk en 3 kromhouten, vooraf te bezichtigen, daar alles in het Moddergat zal worden geveild.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De strandvonder van Oostdongeradeel, zal, op maandag den 8 januari 1838, des namiddags ten 3 ure, ten huize van Andries de Jong, kastelein te Metselawier, tegen gerede betaling verkopen: vier eiken balken en twee mastbalken, liggende te Ezumazijl onder Anjum, alwaar deszelve vooraf kunnen worden bezichtigd, zijnde afkomstig van de lading van het gestrande smakschip de VROUW MARTHA, gevoerd geweest door schipper J.K. Vlas.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris P. Steensma, te Minnertsga, zal, op donderdag den 11 januari 1838, des namiddags ten 3 ure, ten huize van Lykle Goukes Rodenhuis, kastelein in Het Wapen van Barradeel, te Pietersburen, tegen genot van strijk en verhoog gelden, presenteren te verkopen: De gerechte helft in een snikschip, met alles wat er toe en aanbehoort, varende in de beurt van Pietersburen op Harlingen, Franeker en elders, waarvan de wederhelft aan Auke Dijkstra behoort; den 12mei 1838 te aanvaarden.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Friesche Maatschappij tot Onderlinge Verzekering van Schepen, gevestigd te Heerenveen.
De ondergetekenden maken door dezen aan belanghebbende bekend, dat onder hun bestuur en onder toevoorzicht van drie commissarissen is opgericht een maatschappij, waarbij de gezamenlijke deelhebbers elkander onderling waarborgen tegen alle verliezen en schade, toegebracht wordende aan derzelve schepen, door onweder, stormwind, brand, stranding en alle andere gevaren der zee, mitsgaders van de rivieren en binnen wateren, binnen dit rijk gelegen.
Deze onderlinge verzekering bepaalt zich alleenlijk tot zodanige vaartuigen, waarvan de eigenaren of gezagvoerders in de provincie Friesland te huis behoren; kunnende men zich tot bekoming van nadere inlichtingen en tot deelneming adresseren aan ondergetekende directeuren van gemelde maatschappij.
Heerenveen, de 1e januari 1838, G. Hemminga, B. Sievers


03 januari 1838


  JC - Javasche Courant

Batavia, 26 december. De 14e november l.l. is vergaan op de hoogte van Kaap Bolina de Amerikaanse brik THEODORA. Het volk en de lading zijn geborgen.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 1 januari. De 29e december is hier aangekomen de Nederlandse brik RIO DE JANEIRO PAKET, kapt. B.M. Corbière, vertrokken van Amsterdam de 23e augustus.
Heden is hier aangekomen het idem schip BETSY EN SARA, kapt. F.P. Reinhold, met Zr.Ms. troepen, vertrokken van Amsterdam de 20e september.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 3 januari. Het hier ter rede liggende Nederlands-Indische brikschip NORIET is thans hernaamd SALAMAT en heden onder gezagvoerder Dieman van hier naar Tagal vertrokken.


04 januari 1838


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 januari. Den 2 dezer arriveerde te Helvoetsluis DANIEL MARIUS (opm: galjoot), J.R. Butter, van Cardiff, VROUW STEINA (opm: kof VROUW STIJNA), E.H. Bekkering, van Newport, en de JONGE JACOB, P. Joupens, van Kniphausen.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 januari. Door de Texelse loodsschuit no. 2 is, op drie mijlen O.t.N. van Kijkduin, gepraaid het schip MARIA FREDRIKA, kapt. K.B. Duveerd (opm: bark, kapt. K.B. de Weerd), naar Suriname bestemd, aan welks boord alles wel was.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 januari. Kapt. T. Driewes, van Rio-Janeiro in Texel binnen, heeft den 30 december, op de hoogte van Scheveningen, vier mijlen uit de wal, gepraaid het schip (opm: fregat) het SCHOON VERBOND, kapt. B. Drayer, met troepen van Amsterdam naar Batavia; aan boord was alles wel (ook was het door een visser de vorige dag op de hoogte van Kamperduin gepraaid).


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 januari. Het schip (opm: bark) KOLONEL KOOPMAN, kapt. A.L. van der Valk, van Rotterdam naar Batavia, is den 18 november 1837 gepraaid op 12º NB 24º WL.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 januari. Het schip (opm: fregat) BELLONA, kapt. R. Rolufs, van Rotterdam naar Batavia, is den 26 september 1837 gepraaid op 42º NB 19º WL.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 januari. Te New-York lagen den 6 december 1837 in lading de schepen DE DRIE VRIENDEN, kapt. J. Sipkes Fzn, voor Amsterdam, en MINERVA, kapt. J.H. Knoll, voor Hamburg.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 3 januari. Aan deze stad is gearriveerd het schip HILLECHINA WILKENS, kapt. J.J. de Jong, van St. Martin, met ongeraffineerd zout.


  DC - Dordtsche Courant

Gedurende het afgelopen jaar 1837 zijn te Amsterdam uit zee gearriveerd 1.933 schepen, waaronder 55 van Java en Sumatra en 3 van China. In het jaar tevoren had het aantal der te Amsterdam aangekomen zeeschepen bedragen 1.694, waaronder 51 van Java en Sumatra.


05 januari 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Schepen in lading te Amsterdam:
Batavia: het gekoperd tweedeks fregatschip NEERLANDS INDIË, kapt. Isaac Gerard Veening, adres bij Coopman en De Witt en Lenaerts, Van Olivier & Co., Hoyman & Schuurman en De Vries & Co.
Suriname: het gekoperd tweedeks fregatschip DE JONGE LODEWIJK ANTONIE, kapt. R. Tjebbes, adres bij Hoyman & Schuurman en Windhouwer.
Suriname: het gezinkt schoenerkofschip AMSTERDAM, kapt. C. Abrahamsz Jr., adres bij B.D. Boscher.
Suriname: het gekoperd driemast galjootschip CATHARINA JACOBA, kapt. J.J. Brouwer, van Schiedam, adres bij Hoyman & Schuurman en de Vries & Co., of de Groot Roelants & Co.
Suriname: het brikschip DE VERWACHTING, kapt. H.K. Hillers, adres bij Hoyman & Schuurman.
Suriname: het nieuw gekoperd tweedeks fregatschip NOORDHOLLAND, kapt. H.K. Ruyl, adres bij Hoyman & Schuurman. Sluit in februari.
Buenos Aires:het gekoperd Nederlands schip DE GEZUSTERS, kapt. Enne Ytjes Post, adres bij De Vries & Co.
New York: de Nederlandse kof DE VREDE, kapt. D.J. Wiersma, adres bij Jan Corver & Co. Vertrekt vóór of op 15 januari.
Bordeaux: het Nederlands smakschip HET VERTROUWEN, kapt. J. Bakker, adres bij Van Ulphen en Ruys.
Bordeaux: het Nederlands kofschip HET JONGE REINTJE, kapt. R.W. Mellema, adres bij Van Ulphen en Ruys.
Bordeaux: het Nederlands kofschip MARIA, kapt. G. Wortelboer, adres bij Frederik Smit.
Bordeaux: het Nederlands kofschip NEPTUNUS, kapt. K.G. Sipsma, adres bij Frederik Smit. Vertrek 15 januari.
Marseille: het Nederlands kofschip KLASINA THEODORA, kapt. P. Fyn, adres bij Van Ulphen & Ruys.
Livorno en Genua: het Nederland schoenerkofschip MARIA CATHARINA, kapt. G.L. Swart, adres bij C.I. de Grijs & Zoon, en J. de Rooy.
La Rochelle: het Nederlands smakschip AGATHA, kapt. Roelf P. Dik, adres bij Van Ulphen & Ruys.
Port à Port: het Nederlands kofschip IDA CATHARINA, kapt. J. V. Veenhorst, adres bij H. Verweyde Czn. en Kranenborg & Zonen.
Triëst: het gezinkt Nederlands kofschip MARIA, kapt. J.D. Bos, adres bij de wed. J. van Wessel & Zoon, Van den Bey & Co, Nobel & Holzapffel.
Triëst: het Nederlands kofschip INDUSTRIE, kapt. J. van Duyn, adres bij C.J. de Grys & Zoon en J de Rooy.
Bremen: het Nederlands schip DE GOEDE VERWACHTING, kapt. W.A. de Boer, adres bij Blikman & Co.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Op voordelige voorwaarden uit de hand te koop het kofschip EGBERTUS, groot 62 commercie lasten, 117 tonnen, of 85 rogge lasten, met alle deszelfs zeilen, ankers, touwen, enz, zo als door L.E. Tiktak is bevaren, thans liggende in de Zuiderhaven te Harlingen. Te bevragen bij L.E. Tiktak te Pekela.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Op dinsdag den 9 januari 1838, des avonds te 5 uren, zal in het Gemeentehuis te Sappemeer, bij contant geld, publiek worden verkocht: het Tjalkschip, genaamd de TWEE GEBROEDERS, in den jare 1828 nieuw uitgehaald, groot 72 tonnen, met al deszelfs opgoed en boot, invoege bevaren geweest door wijlen Freerk Jacobs Waterborg, en liggende thans voor het huis van deszelfs Weduwe, in het Hoofddiep te Sappemeer, alwaar het dagelijks te bezien is.
De Notitie van het opgoed ligt ter lezing te huize van verkoop en is te bekomen ten Kantore van de ondergetekende Notaris te Sappemeer.
Mr. C. Hartman Busmann


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris Waubert de Puiseau, in de Lemmer, zal, daartoe gerechtelijk gecommiteerd, en ten overstaan van den Heer Vrederechter van het kanton Lemmer, op zaterdagen den 6 en 20 januari 1838, telkens des avonds ten 6 ure, in het logement Wildeman aldaar, in het openbaar verkopen en veilen: een tjalkschip de DRIE GEZUSTERS, thans liggende in de Zijlroede in de Lemmer, groot 91 tonnen. Acht dagen na de finale toewijzing te aanvaarden.
De verkoop voorwaarden zullen, 10 dagen voor de veiling, ten kantore van voornoemde notaris te vernemen zijn.
(opm: volgens LC 190138 was op 6 januari de zeer geringe som van NLG 1.427 geboden).


  LC - Leeuwarder Courant

Zr.Ms. Korvet ALGIERS, kommandant Machielsen, in het voorjaar naar de West-Indiën gezeild, zal herwaarts terugkeren, met de scheeps-bevelhebber Buijs, terwijl de kommandant Machielsen in de West-Indiën in zijne betrekking zal verblijven, zullende genoemde Korvet, bij het aanstaande uit te rusten exercitie-eskader, als vlaggenschip dienen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een tjalk, lang 15 el 6 palm 2 duim, wijd 3 el 4 palm 8 streep (opm: 15,62 x 3,408 m.), hol naar rato, met zeil en treil, ankers en touwen, zoals dezelve thans bevaren wordt door D.G. Wijkstra, liggende te Stavoren.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris Metz, te Heerenveen, presenteert publiek aan de meestbiedende, op zeer voordelige voorwaarden te verkopen: zeker tjalkschip, genaamd de DRIE GEBROEDERS, lang over steven 19 el 8 palm, wijd 3 el 8 palm 7 duim, groot 79 Ned. Ton, voorzien van een volledige inventaris; liggende op de Heerenwal bij de Sociëteit.
Wie hieraan gading maken, worden verzocht, ten huize van de logementhouder Meijer, te Heerenveen, op zaterdag den 6 januari 1838, des namiddags te 3 ure, en kopen op alsdan voor te lezen conditiën, die inmiddels bij de opgenoemde notaris te vernemen zijn.


06 januari 1838


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 januari. Gedurende het jaar 1837 zijn te Oostende aangekomen 549 schepen, zijnde 20 meer dan het jaar tevoren.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 januari. Het schip ALIDA FREDRIKA, kapt. P. Hakkepoffer, naar de kust van Afrika, den 27 december als uitgezeild van Texel vermeld, is abusief, daar zodanig schip in Texel niet bekend is


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 januari. Het schip de VROUW JANNA, kapt. J.A. Santjer (opm: buitenlander), met koffij en suiker van Rotterdam naar Bremen, is, volgens brief van Delfzijl van den 1 dezer, den 26 dezer 1837 tegen het hoofd van de havendijk aldaar gestrand, doch het grootste gedeelte der vleet (opm: tuigage) en ook een gedeelte der lading beschadigd geborgen (opm: zie RC 200138).


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 januari. Het schip HERMANUS, kapt. H.W. Roosenbroek, met stukgoederen van Rotterdam naar Hamburg, is, volgens brief van Delfzijl van den 1 dezer, den 26 dezer met verlies van ankers, touwen, zeilen, boot zwaard, enz. met hulp aldaar binnengebragt; moet lossen om te repareren.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 januari. Een Nederland schip, tonende vlag van het Collegie Zeemanshoop, met no. 210, zijnde die van kapt. J.A. Witzen, voerende het schip (opm: fregat) DE JAVAAN, van Amsterdam naar Batavia, is den 8 november 1837 gezien op 15º44’ N.B. 29º50’ W.L.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 januari. Kapitein Sorgdrager (opm: kapt. P.C. Sorgdrager, voerende de kof GEBROEDERS), van Suriname in Texel binnen, heeft den 23 november 1837, op 32º24’ NB 60º33’ WL, gezien een masteloos schip, waarschijnlijk een schooner, vol water en door het volk verlaten, hebbende alleen de boegspriet nog staan; het schip had geschilderde gangen en witte lijsten om de spiegel.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 januari. Het schip (opm: smak) de VROUW ALIDA, kapt. K. van Timmeren, heeft den 29 december 1837 te Londen een aanvang gemaakt met laden voor Amsterdam.


  RC - Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare verkoping op maandag den 8 januari 1838, des voormiddags ten 11 ure, in het Notarishuis, aan de Gelderschekade, te Rotterdam, ten overstaan van de Griffier van de Regtbank van Koophandel aldaar, van 6 vaten spijkers, door zeewater beschadigd aangebragt van Cuxhaven, met het schip MINERVA, kapt. A.J. Mees; gemelde spijkers zijn liggende in een pakhuis aan de Wolfshoek, en aldaar heden te zien.
Nadere informatie ten kantore van de Heren Johs. Ooms Ez. en Co.


  AH - Algemeen Handelsblad

Het Journal de la Haye (opm: een krant) behelst een brief, door de heer Brun, adjunct-onderinspecteur bij het koloniale leger, aan de kolonel Timmermans van datzelfde leger, tegenwoordig in deze residentie (opm: Den Haag) woonachtig, geschreven uit Mozambique
na het verbranden van het schip de NIJVERHEID (opm: brik, bouwjaar 1827, kapt. T.J.J. Bouman, zie o.a. ook JC 251137 en ZZC 220339). Dezelve bevat de volgende bijzonderheden:
Mozambique, 26 juni 1837
Mijn waarde kolonel,
De welwillendheid, welke gij hebt willen betonen, terwijl ik mij in Indië onder uw bevelen bevond, maakt het mij ten plicht u mede te delen, wat mij is wedervaren gedurende mijn overtocht van Batavia naar het moederland, werwaarts ik mij wegens redenen van gezondheid en familiezaken begaf. Trouwens, ik weet hoeveel belang gij in de officieren van uw corps stelt.
Ik scheepte mij in op de brik NIJVERHEID, onder bevel van kapt. Bouman uit Rotterdam. Eerst was onze reis zeer voorspoedig, doch de 29e maart jl., toen wij ons 29º56’ ZB 43º38’ OL van Greenwich (opm: plm 300’ ZW van Madagascar) bevonden, overviel ons een verschrikkelijk onweer, vergezeld met windstoten, en de bliksem op ons dek slaande, zette hetzelve in de brand. Het scheepsvolk en de passagiers stelden ongehoorde pogingen in het werk om de brand meester te worden, maar vruchteloos; wat de vlammen spaarden, werd door de golven verzwolgen. Wij betwistten ons aan boord zo lang aan het vuur, als er slechts enige hoop tot redding van hetzelve bestond, zo zelfs, dat het hekwerk van onze grote sloep reeds door de vlammen bereikt werd, toen wij er in slaagden om dezelve over boord te krijgen, en hadden wij nu aan het water het behoud van dit vaartuig te danken, daar korte tijd daarna het rokend wrak van de NIJVERHEID in de golven verdween.
Wij hadden er het leven, doch ook niets anders afgebracht, en wij zetten onze gevaarlijke vaart tot de 15e april voort, toen wij de Afrikaanse kust, bij de Kaap de los Corientos op 24º18’ breedte en 35º46’ lengte (opm: Cape Correntes, 24º06’ ZB 35º30’ OL) bereikten. Wij hadden bijkans geen levensmiddelen meer om het leven van 22 schipbreukelingen te onderhouden; 40 ponden beschuit, omstreeks een kwart waterton en 2 hammen, ziedaar onze hele levensvoorraad voor zo veel mensen, en voeg hierbij een verschrikkelijke droogte, voor ongelukkigen die de hemel, al was het een enkele regendroppel, afsmeekten. Meer dan eens geraakten wij door de verbolgen zee en de stromen in het grootste gevaar; doch wij werden telkens gered, dank zij de tegenwoordigheid van geest en onverschrokkenheid van onze kapitein, en dank bovenal de Goddelijke barmhartigheid, waarin wij al onze hoop hadden gesteld, en die, daar zij ons voor alle noodlottige tweedracht behoedde, ons vergunde tot het laatste ogenblik van onze ontscheping, het kleine dagelijkse rantsoen te ontvangen, wat vooraf was verdeeld, om hetzelve te langer te doen duren. Wij waren niet ver van Madagascar verwijderd, doch tegenwind en stroom hielden ons er van af, verbrijzelde onze sloep op de klippen, welke de gehele kust bedekken, doch wij waren gelukkig genoeg om de branding te overkomen, en het strand te bereiken. Gedurende onze moeilijke tocht, hadden wij de gepensioneerde sergeant-majoor verloren, doordien hij te veel zout water had gedronken; hij stierf in het gezicht van de kust, bij ons zijn ongelukkig dochtertje van 14 jaar achterlatende. Wij moesten nog een matroos achterlaten op het strand, waar wij landden, die wij door de uitputting van onze krachten niet verder binnen ‘s lands konden vervoeren.
Onze tocht vervolgende ontmoetten wij kaffers, en wij konden niet dan de gastvrijheid van die arme lieden roemen; zij, die in de eenvoudige natuurstaat verkeerden, deelden met ons het weinige wat zij hadden. Na een moeilijke tocht in het binnenland dezer alsnog nooit bezochte streken, en gedurende welke wij, tegen ruiling van enige spijkers en ijzerwerk van onze sloep, die wij de voorzorg hadden gebruikt mede te nemen, verschaften wij ons een weinig maïs, enige maniok wortelen en soms enige oranjeappelen kwamen wij de 26e april, afgemat en bijkans naakt te Inhambaai aan (opm: Inhambane, pos: 23º52’ ZB 35º23’ OL). De Portugese gouverneur, señor Candido Montes, en de aanzienlijken van dit oord, onthaalden ons vriendschappelijk en verzorgden ons, zo veel als in hun vermogen was: daar kwamen wij een weinig op verhaal van de ellende en de ontberingen, welke wij een maand lang geleden hadden, want toen wij aankwamen, zweemden wij niet meer naar mensen, zodanig had onze fysieke en morele gesteldheid geleden.
De 4e mei scheepten wij op een Portugese brik in, die naar Mozambique bestemd was, alwaar wij de 30e daaraanvolgende aankwamen, na twee der onzen verloren te hebben, die aan de vermoeienissen, welke wij hadden geleden, waren gestorven. Te Mozambique ontving Zijne Excellentie de gouverneur-generaal Don Antonio de Mello, met het hoofdbewind over de Portugese etablissementen op deze kust belast, ons met voorkomendheid en met de edelmoedigste menslievendheid, terwijl de inwoners als om strijd alles te brengen wat tot verlichting van onze toestand kon strekken.
Ik behoef u niet te zeggen, kolonel, hoe zeer wij naar het ogenblik haken, om het vaderland weder te zien doch de rechtstreekse gelegenheden naar Europa zijn zeldzaam; reeds bevinden wij ons sedert twee maanden alhier, en wellicht moeten wij nog even lang hier vertoeven; wij zouden ons denkelijk, voor die tijd, naar Bourbon (opm: Réunion) of Mauritius kunnen inschepen, werwaarts de equipage van de VULCAIN, van Nantes, zich denkt te begeven. Dit schip is in de baai van Imhambaai vergaan, doch de lading is geborgen. Door genoemd middel zouden wij onze terugkomst in Europa niet verhaasten. Zijne Excellentie de gouverneur-generaal heeft zich diensvolgens wel willen verbinden om ons, op kosten van zijn bewind, hetzij naar Engeland, hetzij naar Lissabon, te doen vertrekken door een gelegenheid, welke hij eerlang wacht. Ik kan de oplettendheid en de kiese behandeling, die wij van die hoge gezagvoerder ondervinden, niet genoeg roemen; doch hetgeen ons nog meer vleit, is de geestdrift, welke men in deze vergelegen streken voor onze geëerbiedigde Monarch, voor de instellingen, de nationale geest en de handelsbloei van Nederland, mitsgaders voor de wijsheid van deszelfs koloniaal bewind aan de dag legt; zo gij bespeurt, kolonel, blijf ik niet ten achter om u al te melden wat ik weet en dit schriftelijk onderhoud verzacht het leed des afzijns en verkort de eenzaamheid van een langdurige uitlandigheid.
Vaak heeft Z.E. bij de feesten, welke dezelve geeft, toasten aan de koning en het volk van Nederland gebracht, welke heildronken telken male door de luidste toejuichingen werden ontvangen, en bij die gelegenheid heeft Z.E. ons steeds verzekerd, dat hetgeen hij voor ons deed, niet slechts het uitvloeisel van gevoelen van menslievendheid was, maar ook een minder belangeloze strekking had, te weten, om op die wijze te doen zien welk een grote prijs het Portugese bewind stelt op de vriendschap van Z.M. de Koning der Nederlanden, en ter zelfder tijd betreurde Z.E., dat hij niet meer kan doen, want, zei hij, de ontwerpen tot kolonisatie van deze streken zijn nog niet rijp genoeg om tot uitvoering te worden gebracht, en tot dusver zijn onze handelsbetrekkingen zo onbetekenend, dat zij ons ter nauwernood het strikt nodige verschaffen.
Nog ben ik aan de ijverige oplettendheden van mijn gastheer, de kapitein der artillerie, señor Antonio Candido Pedrozo Gamitto, het genot van een goede gezondheid verschuldigd, want het oord, waar wij ons bevinden en deze gehele kust, zijn niet in de beste geur wat derzelver gunstige gesteldheid voor de gezondheid der Europeanen betreft; doch het is even waar, dat de Europeanen zich gemeenlijk niet genoeg ontzien, dat zij als het ware het luchtgestel tarten en niet de minste leefregel in het gebruiken van spijzen in acht nemen.
Met een goed stelsel van beheer, waarmede men zich in het moederland bezig houdt, en aan welks hoofd de tegenwoordige gouverneur-generaal verdient geplaatst te blijven, zal deze volksplanting zeker een even grote mate van bloei als Brazilië bereiken; wellicht zal Mozambique weder een tussenliggend punt voor de handel en de scheepvaart tussen Europa, Amerika en Azië worden. Vermits tegenwoordig de negerhandel (opm: slavernij) alhier afgeschaft is, kan men met veel gemakkelijkheid uitmuntende arbeiders bekomen, aldus zijn deze streken wel waardig om de aandacht van volksplanters van ondervinding te vestigen, die er menigvuldige voortbrengselen uit de drie rijken zullen aantreffen, welke thans aan de onbebouwde natuur zijn overgelaten.
Waarschijnlijk zal ik eerlang gelegenheid vinden, om u nadere bijzonderheden en nieuwe berichten mede te delen; doch ik heb vermeend van de tegenwoordige gelegenheid te moeten gebruik maken, om des te vroeger hulde te bewijzen aan allen die ons op deze kust zulk een edelmoedige gastvrijheid hebben verleend, en verder aan de kapitein der NIJVERHEID, wiens gehele gedrag, van het ogenblik onzer inscheping niet opgehouden heeft een voorbeeld voor allen te zijn, en boven alle lof verheven is.
Ik ben, enz.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 5 januari. Aan deze stad is gearriveerd het schip de VROUW STIJNTJE, kapt. E.A. Bekkering, van Newport, met ijzer.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 5 januari. Het Nederlands-Indische brikschip PATRIOT, is thans genaamd FATAL BARIE, en is, gevoerd wordende door Sech Said bin Mochamat, heden van hier naar Samarang vertrokken.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 4 januari. De 2e januari is hier aangekomen het Nederlandse schip ’s-GRAVENHAGE, kapt. D.J. Bulsing, met enige passagiers, vertrokken van Rotterdam de 21e september.
Gisteren is hier aangekomen het dito schip STAD AMSTERDAM, kapt. L. Spengler, vertrokken van Amsterdam de 5e september, het dito schip OCEAAN, kapt. P. Zunderdorp, vertrokken van Amsterdam de 25e september, het dito schip ADMIRAAL ZOUTMAN, kapt. L. Heijkoop, met een passagier, vertrokken van Rotterdam de 22e september, het dito schip JAVAAN, kapt. J.A. Witzen, met drie passagiers, vertrokken van Amsterdam de 30e september, het dito schip EENDRAGT, kapt. J.Y. van der Zweet, vertrokken van Schiedam de 21e september, en het dito schip ANTOINETTA MARIA, kapt. H.B.C.H. Ruijsch, vertrokken van Rotterdam de 20e september.
Heden zijn hier aangekomen de dito brik JOHANNA, kapt. E. Bergman, vertrokken van Rotterdam de 20e september, en het dito schip HELENA CHRISTINA, kapt. J. Martens, vertrokken van Rotterdam de 6e september.


09 januari 1838


  RC - Rotterdamsche Courant

’s Gravenhage, 7 januari. Een octrooi in dato 7 juli 1837, voor de tijd van vijftien jaren, is verleend aan G.M. Röntgen, te Rotterdam, op de invoering van een nieuw werktuig, dienende tot het vervaardigen van loden pijpen, platen, enz.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 januari. Den 31 december (opm: 1837) is te Havre een bijeenkomst der deelhebbers in de naamloze maatschappij voor de stoomvaart, tussen die haven en Holland gehouden, waaruit is gebleken dat, ofschoon eerst den 10 juni laatstleden de stoomboot dezer maatschappij ROTTERDAM tussen Havre en Rotterdam in de vaart is gebragt, de winsten gedurende twintig reizen reeds groot genoeg zijn geweest om dadelijk een uitdeling van 7 per cent per aandeel te doen. Er is evens besloten, om het kapitaal der maatschappij van 500.000 tot een millioen francs te vermeerderen, en daarvoor een tweede stoomboot aan te bouwen en in de vaart te brengen, welke stoomboot de naam van AMSTERDAM voeren zal.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 januari. In 1837 zijn te Hamburg 2601 schepen uit zee aangekomen, waaronder 7 uit Oost-Indië, 118 uit Brazilië, 52 uit de Verenigde Staten, 414 uit Holland, 109 uit België, 865 uit Groot-Brittanje en Ierland, 140 uit Frankrijk en 51 uit Spanje en Portugal.
De 23 stoomboten welke van daar af- en aan varen hebben 300 reizen gemaakt, namelijk: 9 van Londen 110; 8 van Hull 114; 1 van Goole 5; 1 van Leith 5; 3 van Havre 42 en 1 van Amsterdam 24 reizen. Er zijn in de loop van gemeld jaar 2155 zeeschepen van Hamburg naar verschillende bestemmingen afgevaren.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 januari. Den 6 dezer zeilden van Helvoetsluis SARA LYDIA, B. van der Tak, naar Batavia; FORTUNA, L. Berkhoff, naar Nantes; JOHANNA CATHARINA, R.D. Lovius, naar Duinkerken, WEBBINA, B.H. Kuiper, naar Newry; JONGE JAN, T.B. Teunissen, naar Baltimore; GOEDE VERWACHTING, A. Hogendijk, naar Gibraltar; FELIX, A. Smoor, naar Bordeaux; HOOP EN VERWACHTING, J. Haasnoot, naar Dublin; HOOP, L. Storm, naar Rochefort; ZWAANTIENA, H.J. Schuring, naar Guernsey; ANTOINETTE, P.C. Peters, en NIORD, P.H. Brinck, naar Triëst; JOHANNA, H.T. de Jong en DE HOOP, E.H. Mugge, naar New-York; MARIA, E. Pekelder, DIANA, R.H. Duit, en MERWESTROOM, D.H. Hazewinkel, naar Belfast; SOPHIA, N. Michelsen, naar Antwerpen, en GEZIENA, P.P. Muntendam, naar Havre.
Den 7 dezer zeilden DE BEURS, C. van Alen, naar Antwerpen; MAASNYMPH, J.T. Verschuur, naar Philadelphia, en arriveerden AMPHITRITE, J. Jaborg, van Baltimore, en ’s LANDS WELVAREN, W. Schep, van Lissabon.
Den 8 dezer zeilde VROUW MAARTJE, J. Spanjersberg, naar Lissabon; de wind O.N.O.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 januari. Den 7 dezer zeilde van Maassluis VROUW JOHANNA, S. Post, naar Lissabon.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 januari. Gepraaid den 23 november 1837, op 49º NB 9º30’ WL de brik ALIDA, gevoerd dor kapt. J.T. Visser, van Amsterdam naar Havanna.


  AH - Algemeen Handelsblad

Volgens bericht van kapt. A.I. Rieke, voerende de kof GREGORIUS, de 7e januari van Drammen te Zaandam gearriveerd, was hij de 18e november l.l. met verscheidene andere schepen met goed weder voor het gat van het Vlie geweest en had aldaar te vergeefs om een loods geseind. Dezelve niet uitkomende, was hij genoodzaakt weder zee te kiezen en door westelijke winden de Eems binnen te lopen, waarna hij de reis binnendoor naar Zaandam voortgezet heeft.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Bij de Gebroeders Abrahams te Middelburg is thans in boekformaat gedrukt het verhaal der geledene schipbreuk door het stoomschip WILLEM I op de Lucipara’s, onlangs door de dagbladen medegedeeld (opm: WILLEM DE EERSTE, zie o.a. JC 300837). De prijs is 30 cents.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De kof HELENA, kapt. J. Mengers, met hout van Stettin naar Bordeaux, is volgens brief van Elseneur van den 30 december 1837, in de nacht tussen den 28 en 29 dito, bij de tweede pannenbakkerij, een vierde mijl ten zuiden van daar gestrand; de nodige hulp was dadelijk door de kapitein aangenomen, om het schip het welk geheel digt gebleven was, weder af- en te Elseneur binnen te brengen. (opm: zie PGC 120138)


  LC - Leeuwarder Courant

Kronstadt, 23 december. De rede van Kronstadt is thans geheel met ijs bedekt; alle scheepvaart is daarom gestaakt.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen. Binnengekomen den 1 januari het schoenerschip FAME, Kapt. S. Holeman, van Londen.
Den 6 dito, het schoenerschip FRIENDS, kapt. J. Manning, van Londen.
Uitgezeild: den 31 december 1837, de schoenerschepen NORTHAM, kapt. D. Charrosin, en ORWELL, kapt. J. Hall, beide naar Londen.
Den 3 januari, de kofschepen COURIER, kapt. N.M. Lindegaard, en VOLHARDING, kapt. E.T. Eekmeijer, beide naar Newcastle.
(opm: de VOLHARDING, bouwjaar 1825, kapt. Egbert Tiktak Eekmeijer, vertrok op 20 februari van Sunderland met een lading kolen naar Nederland en is waarschijnlijk op 23 februari vergaan; zie NSC 080350)
Den 6 dito, het kofschip GROOT LANKUM, kapt. J.O. Stuut, naar Liverpool; het schoenerschip HOPE, kapt. W. Cousins, en UNION, kapt. H.B. Disneij, beide naar Londen.


10 januari 1838


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Op een nader te bepalen dag zal door E.S. Voute & Co. op publieke vendutie worden verkocht voor rekening van de belanghebbenden een partij oud koper, afkomstig van de bark BLORA.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Op een nader te bepalen dag zal door de commissionairs E.S. Voute & Co. publiek worden verkocht het barkschip INDIAAN, groot 370 tonnen, gevoerd door kapt. Kievijt, met deszelfs complete inventaris, zijnde hetzelve bijzonder goed geschikt tot de kustvaart, liggende thans alhier ter rede.
Nadere informatiën te bekomen bij de agenten van hetzelve schip, de heren P. Suermondt & Co., en ten kantore van E.S. Voute & Co., alwaar de inventaris dagelijks ter inzage ligt.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 7 januari. De 5e januari zijn hier aangekomen de Nederlandse bark INDIAAN, kapt. O. Kievijt, vertrokken van Rotterdam de 20e september, de dito bark NEDERLANDER, kapt. J. Lloyd, met twee passagiers, vertrokken van Calcutta de 6e december, het dito schip MARY EN HILLEGONDA, kapt. D.A. de Jong, met vier passagiers, vertrokken van Rotterdam de 21e september. de dito bark STRAAT SUNDA, kapt. G. Mulder, vertrokken van Rotterdam de 29e september, en het dito schip PALEMBANG, kapt. G.L.J. van der Hucht, met drie passagiers en Zr.Ms. troepen, vertrokken van Amsterdam de 20e september.
Gisteren is hier aangekomen de dito bark NEDERWAARD, kapt. M.D. Meijer, met enige passagiers, vertrokken van Rotterdam de 20e september.
Heden is hier aangekomen het dito schip ZUID HOLLAND, kapt. J.C. Jansen, vertrokken van Rotterdam de 29e augustus.


11 januari 1838


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 januari. Gedurende het jaar 1837 zijn in Pillau (opm: Baltiysk) en Koningsbergen (opm: Kaliningrad) aangekomen 776 en uitgezeild 781 schepen, onder welke 63 Nederlandse.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 januari. Den 9 dezer zeilde van Helvoetsluis HET DORP PERNIS, J. Noordsey, naar Lissabon. De wind O.N.O.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 januari. Het schip NEPTUNUS, kapt. K.D. de Groot, van Harlingen naar Havanna, is den 2 dezer te Southwold binnengelopen.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 januari. Het schip CANTON, kapt. J.A. Cockling, van Amsterdam naar Buenos-Ayres, is den 3 december 1837 te Deal binnengelopen, doch heeft dadelijk haar reis voortgezet.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 januari. Het schip de HARMONIE, kapt. J. Roderkerk, van Rotterdam naar Triëst, te Weymouth binnen, heeft, na volbragte reparatie, den 3 dezer de reis voortgezet (opm: zie RC 160138).


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 januari. Het schip (opm: hoeker) de KLEINKINDEREN, kapt. D.M. Noordhoek, van Rotterdam naar Lissabon, te Falmouth binnen, heeft den 31 december de reis vervolgd.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 januari. Den 24 december 1837 gepraaid, op 42º43’ NB, een Hollandse galjoot, tonende een rode vlag met no. 396, gaande naar de Verenigde Staten.


  RC - Rotterdamsche Courant

Advertentie. Kapitein John Burlinson, gevoerd hebbende het Engels Barkschip THE INDIAN, van Newcastle, komende van Riga, bestemd naar Londen, op den 27 november 1837, nabij Den Hoorn op Terschelling gestrand (opm: zie RC 051237), presenteert, als daartoe geautoriseerd door de Heer Edward Collings, agent van heren Assuradeurs te Newcastle, North- en South-Shields en van andere Engelse, Schotse Franse en Belgische Maatschappijen van Zee-Assurantie, op donderdag den 18 januari 1838, des voormiddags ten 10 ure, aan de strandingplaats op Terschelling voormeld, publiek, om contant geld, te doen verkopen: het wrak van het gemeld schip, zo als hetzelve aldaar is liggende, benevens de geborgen tuigagie en inventaris, bestaande in 24 zeilen met kettingschoten, marszeils- en bramzeils-schoten, 3 zware ankers, 3 werpankers, 2 kabelkettingen ieder van 100 vademen, 1 kettingtros, 1 tros van 9 duimen en 2 dito van 6 duimen dik (alles Engelse maat), staand en lopend want, staggen, zogenoemd lier of spil tot het uitwinden (opm: uittakelen) van hout, kettingen en al hetgeen verder behoort tot de inventaris van een schip, voor de houthandel gebezigd wordende, liggende in het Domein-pakhuis en aldaar twee dagen vóór de verkoping te bezigtigen.
Inmiddels kunnen informatiën dienaangaande worden genomen bij de heer C. Zunderdorp Junior, commissionair, op Terschelling, en bij bovengemelde heer Edward Collings, te Amsterdam, op de Snoekjesgracht no. 4. (opm: zie RC 130138).


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Na sedert enige dagen het verlies te betreuren hebbende van het jongste onzer kinderen, trof mij heden nog zwaarder slag door het afsterven van mijn dierbare echtgenoot, de heer K.P. Schinkel, eertijds koopvaardij-kapitein op Nederlands Indië (opm: laatstelijk van het fregat STAD DORDRECHT), in de ouderdom van bijna 49 jaren, mij nalatende 3 kinderen.
Dordrecht, 10 januari 1838, A.C. Schotman, wed. K.P. Schinkel.


  DC - Dordtsche Courant

Het volgende is ons ter plaatsing ingezonden:
Het zeemanskollegie alhier, onder de zinspreuk Tot Nut van Handel en Zeevaart, vierde op gisteren luisterrijk het verjaarfeest van deszelfs oprichting, door het houden van een bij uitnemendheid wel ingerichte maaltijd, in een der zalen van het Hof van Holland, daartoe expresselijk smaakvol gedecoreerd.
Een vijftigtal leden, zo effectieve (scheepskapiteins), als honoraire, merendeels bestaande uit scheepsreders en handelaren dezer stad, woonde hetzelve bij, en brachten ieder het hunne toe, om dit feest zo veel mogelijk luister bij te zetten; zowel de keur der spijzen, als de onderscheidene toepasselijke toasten, brachten dan ook niet weinig toe tot de algemene vreugde, welke hier zo gul als vriendschappelijk plaatsvond; velen dezer toasten, zoals aan Z.M. de Koning, het Vorstelijke Huis, de Handel-Maatschappij, de Hollandse Vlag, Koophandel, Scheepsbouw en meer andere, werden met geestdrift gedronken, doch bijzonder werd die geestdrift opgewekt, bij het instellen ener conditie “ten voordele van het St. Nicolaas Genootschap te Albany in Noord-Amerika”; ieder verheugde zich hier zijn dankbaar gevoel te kunnen uiten voor het goede hart, welk de leden van dat genootschap, bij het vieren hunner feesten, tonen ons vaderland toe te dragen, en voor de bewijzen, welke zij geen gelegenheid laten voorbijgaan te geven, dat het Hollandse bloed hunner voorouders in hun aderen niet is verbasterd: hetwelk dan ook het besluit deed ontstaan, dit blijk van dankbare toegenegenheid, op een gepaste wijze, aan het Albanysche genootschap kenbaar te maken.
En zo duurde, in de vrolijkste stemming, tot laat in de nacht, een feest, dat bij de aanwezigen lang in blijde geheugenis zal blijven.


12 januari 1838


 ZZC - Zierikzeesche Courant

’s Gravenhage, 7 januari. Den 31 december is te Havre een bijeenkomst der deelhebbers in de naamlooze maatschappij voor de stoomvaart tussen die zeehaven en Holland gehouden, waaruit is gebleken dat, ofschoon eerst den 10 juni l.l, de stoomboot dezer maatschappij, ROTTERDAM, tussen Havre en Rotterdam in de vaart gebracht, de winsten gedurende twintig reizen reeds groot genoeg zijn geweest, om dadelijk een uitdeling van 7 percent per aandeel te doen. Er is tevens besloten, om het kapitaal van de maatschappij van 500.000 tot een miljoen franken te brengen en daarvoor een tweede stoomboot aan te bouwen en in de vaart te brengen, welke stoomboot de naam van AMSTERDAM voeren zal.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De kof HELENA, kapt. J. Mengers, van Stettin naar Bordeaux, bij Elseneur gestrand (opm: zie PGC 090138), is volgens brief van daar van 2 januari, zonder schade weder af- en in de haven binnengebragt.


13 januari 1838


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 januari. De verkoping op Terschelling van het wrak van de bark THE INDIAN (opm: zie advertentie RC 110138) wordt, wegens de ingevallen vorst, uitgesteld tot nadere advertentie. (opm: zie LC 010438)


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 januari. Het getal schepen welke gedurende het jongst verlopen jaar de rede van Vlissingen zijn gepasseerd, en alzo de Schelde zijn op- en afgevaren, of binnen door de andere vaarwaters zijn op- en afgestevend, uit en naar zee, heeft bedragen 1.459 binnengekomenen en 1.267 uitgezeilden; onder welk getal geen beurtschepen, vissers of andere kleine vaartuigen gerekend zijn. In 1836 waren binnengekomen 1.336 en uitgezeild 1.348 zeeschepen.
Te Veere zijn in 1837 ingeklaard 50 schepen, en daarmede aangevoerd 9.871 tonnen koopmanschappen, en uitgeklaard 41, meest met ballast, inhoudende 10.756 tonnen scheepsruimte.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 januari. Van Brielle wordt den 10 dezer gemeld, dat het ijs halverweg vast in de rivier zit; de wind O.N.O.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 januari. Een Hollandse kof, naar Noord-Amerika bestemd, tonende vlag van het Collegie Zeemanshoop, ogenschijnlijk met no. 396, is den 24 december 1837 gezien op 42º43’ NB 45º5’ WL van Parijs.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 januari. Van Middelburg is naar Batavia gezeild het fregatschip de PHOENIX, kapt. H. Eeltjes.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 januari. Uittreksel uit de Lloydslijst tot den 9 januari:
Aangekomen bij Dungeness KONINGIN DER NEDERLANDEN (opm: fregat), van Batavia naar Dordrecht gedestineerd, met zeeschade.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Op de vendutie van vrijdag de 19e januari bij P. Roselje zal worden verkocht de gebroken fokkemast van het Nederlandse schip DIANA, gevoerd door kapt. H. Reiniersen.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Op de vendutie van woensdag de 17e januari 1838, precies ten 11 ure, zal voor het vendutiehuis van E.S. Voute & Co. worden verkocht, voor rekening van wijlen de Arabier Sech Salim bin Said Sadie, het barkschip genaamd ATIAT RACHMAN, groot 83 lasten, hebbende een dek en drie masten, met diens inventaris, zo als hetzelve ter rede alhier (opm: Batavia) is liggende.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. In de loop dezer maand, op een nader te bepalen dag (opm: zie JC 070238), zal publiek worden verkocht de voor de dienst van het departement der recherche afgekeurde gekoperde schoener TRENGANO, met deszelfs staand en lopend touwwerk en zeilen, liggende dezelve thans in de Groote Rivier nabij de Passer-Pisang.
Batavia, 10 januari 1838


  JC - Javasche Courant

Batavia, 9 januari. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip de DRIE MARIAS, kapt. J. Glazener, vertrokken van Rotterdam de 6e september.


16 januari 1838


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 januari. Het schip (opm: brik) l’AVENTURE, kapt. S. Lams, met suiker van Havana naar Rotterdam, is den 8 dezer wegens tegenwind te Ostende binnengelopen.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 januari. Volgens brief van kapt. J. Baak Ezn, voerende het schip d’ELMINA (opm: schoener ELMINA), van Amsterdam naar St. George d’Elmina, den 27 december 1837 uit Texel naar zee gezeild, in dato vier dezer, was hij toen in goede staat zeilende op de hoogte van Wight.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 januari. Het schip de HARMONIE, kapt. J. Roderkerk, van Rotterdam naar Triëst, te Weymouth binnen (opm: zie RC 110138), heeft den 7 dezer de reis vervolgd.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 januari. Het schip ULYSSES, kapt. H. Galt, van Rotterdam naar Baltimore, te Torbay binnen, heeft den 5 dezer de reis voortgezet.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 januari. De schepen MERCURIUS, kapt. J.C.R. Fonk,van Amsterdam naar Port-à-Bouc, en de TWEE GEBROEDERS, kapt. L. den Breems, van Rotterdam naar Smyrna (opm: Izmir), beide te Dartmouth binnen, hebben den 6 dezer hunnen reizen vervolgd.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 januari. Het schip VREDE EN HOOP, kapt. F. Gulleliema (opm: kof, kapt. F.G. Mellema), van Amsterdam naar Gibraltar, Malta, Konstantinopel (opm: Istanbul) en Odessa, heeft den 6 dezer de reis voortgezet.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop het nieuw gebouwd galjootschip de ONDERNEMING, lang over steven 31 ellen 6 palmen, wijd 7 ellen 3 palmen 4 duimen, hol in het ruim 4 ellen 4 palmen 6 duimen, Nederlandse maat, met losse tussenbalken en aangelegd om gekoperd te kunnen worden, zeer geschikt voor de vaart op de West-Indiën. Te bevragen bij de scheepmaker Jan Schouten te Dordrecht. Brieven franco. (opm: zie AH 180438)


  DC - Dordtsche Courant

Ter zelver tijd, dat de BATO, kapt. J. Keyzer, op de hoogte van Plymouth was, bevond zich nog een andere Dordrechtse Oost-Indiëvaarder, de KONINGIN DER NEDERLANDEN, kapt. P. Sipkes, in het Kanaal, op de hoogte van Dungeness, dit laatste echter met schade aan de verschansing, enz. De BATO schijnt, volgens latere berichten, in Plymouth binnen gelopen te zijn.


  DC - Dordtsche Courant

Het Pruisisch Rijnschip der RHEIN, kapt. H. Otto, hetwelk 30 september jl. van Keulen naar London was vertrokken, is den 5 dezer op zijn terugreis naar Keulen te Gorinchem voorbij gekomen, beladen met 66 lasten, voor de helft uit ruw ijzer, en overigens uit verfhout, horens en punten, ebbenhout, terra japonica, salpeter, loodwit, goudglit, amandelen, schellak, indigo, Arabische gom, wijn, en verschillende kleinigheden bestaande.
Den 8 dezer is dit schip te Gorinchem teruggekeerd, om aldaar te overwinteren, naardien het wegens de ijsgang op de rivier de reis niet verder hoger op heeft kunnen voortzetten.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip CAREL JOHN, kapt. H.F. Wilcken (opm: buitenlander), van Cardiff naar Hamburg, is in de Noordzee gezonken en de kapitein en deszelfs zoon daarbij verdronken.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip JOHANNA HILLEGONDA, kapt. J.D. Flik (opm: smak, kapt. Jan Derks Flik), van Petersburg naar Bordeaux, is volgens brief van Kragerø van den 3 december 1837, na dat den eersten dito op de hoogte van Skagen bij hevige storm de stuurman over boord geslagen en verdronk was, in goede staat te Kragerø binnengelopen, om een anderen stuurman aan te nemen; hetzelve zou de met de eerste gunstige gelegenheid de reis voortzetten.


18 januari 1838


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 januari. Kapt. K.A. Stek, voerende het schip AMASIS, van Riga naar Amsterdam, meldt van het Nieuwe Diep van den 13 dezer, dat hij, na sedert het vertrek van Boldera (opm: Bolderaja), gedurende de gehele reis aanhoudend tegenwind te hebben gehad, reeds den 4 dito bij zware mist voor het Vlie van een Terschellinger loods voorzien was geworden, waarbij de loodsboot tot voorzeilder diende om het Vlielandsche Gat te zoeken, doch door de steeds toenemende mist genoodzaakt werd tot den 6 dito te blijven liggen, en alstoen door de O.Z.O. wind weder naar zee en op Texel moest afhouden, alwaar hij de volgende dag werd geloodst en bij de buitenste ton van het Schulpengat ten anker kwam; wegens het ijs tot den 12 dito aldaar hebbende moeten blijven liggen, was hij die avond met behulp van vier sloepen en volk binnengebragt; aan boord was alles wel.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 januari. Volgens brief van Scheveningen, van den 12 dezer, was de vorige avond ten 8 ure aldaar voor de wal aangekomen de Engelse stoomboot GIRAFFE, kapt. J. Stranack (opm: lijndienst Londen-Rotterdam v.v.), met de brievenmaal van den 9 en 20 passagiers van Londen naar Rotterdam; ook bevonden zich destijds aldaar voor de wal verscheidene Vlaardingse en Maassluise vishoekers, om hun vangsten te lossen, hebbende wegens het ijs de zeegaten van de Maas of van de Goeree niet kunnen binnenkomen. (opm: zie RC 200138)
DC 180138
Volgens nader bericht van kapt. P. Sipkes, voerende het van Batavia komende en naar deze stad bestemd fregatschip de KONINGIN DER NEDERLANDEN, was hij te Portsmouth binnengelopen.


19 januari 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Men vraagt uit de hand te koop een Nederlands kof- of smakschip van de eerste klasse, groot 45 à 55 rogge-lasten, voorzien van een complete inventaris en geheel gereed om dadelijk naar zee te kunnen varen. Adres, met opgave van prijs, conditiën en inventaris, bij de cargadoors Canne & Balwé op de Geldersche Kade bij de Schreierstoren no. 61 te Amsterdam. Brieven franco.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris F.IJ. de Boer, te Makkum, zal op maandagen den 22 januari 1838, in het logement de Zwaan, bij provisionele, en den 29 daaraanvolgend, in het logement de Prins, te Makkum, telkens des namiddags ten drie ure, tegen genot van strijk en verhoog gelden, in het openbaar veilen en ter verkoop presenteren: een sterk betimmerd en wel onderhouden tjalkschip, de JONGE TAMME, gemeten ter lengte 16 el, breedte 2 el 62 streep, en alzo groot 44 ton, benevens een snikschip, groot 5 ton, met al deszelfs staand en lopend want en verder toe, aan, en bijbehoren, volgens inventaris daarvan zijnde, invoegen gelijk het tot dusver door de schipper Klaas L. Kool, is bevaren geworden, en thans is liggende aan de Turfmarkt te Makkum. Dadelijk na de finale toewijzing voor de koper te aanvaarden.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een in 1827 nieuw gebouwd, sterk en deugdzaam kofschip, lang 17 el, wijd 4 el, hol 1 el 80 duim, met al deszelfs staand en lopend touwwerk, zeilen, ankers, touwen en verder aanbehoren, zodanig als hetzelve 10 jaren voor de post van in en uitklaringen op den Abt (opm: bank ten zuiden van Terschelling, thans Grote Plaat en Jacobsruggen) heeft gediend. Te bevragen bij den heer T.W. Overmeer, te Makkum.


20 januari 1838


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 januari. Volgens brief van Scheveningen, van den 15 dezer, was de Engelse stoomboot GIRAFFE, kapt. R. Stranack, in de namiddag van den 13 dito, met de brieven van den 9 en enige passagiers, naar Londen, en waren de vishoekers weder naar de visserij vertrokken; de stoomboot COLUMBINE, kapt. W. Norwood, met enige passagiers en de brieven van den 12 van Londen, was die ochtend aldaar voor de wal aangekomen en dadelijk met 18 passagiers en de brieven van den 12 naar Londen teruggekeerd. Ook waren opnieuw drie vishoekers, waarvan twee gevoerd door de stuurlieden (opm: schippers) C. Rijke en Van Gelder, voor de wal aangekomen.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 januari. Sedert woensdag (opm: 17 januari) vertrekt van het Groothoofd alhier (opm: Moerdijk), onder bestuur der stoombootschippers tussen deze stad en Rotterdam, des morgens ten half 8 ure een slede met een paard over het ijs naar Rotterdam, ten dienste van passagiers en goederen, en is hier in de namiddag omstreeks 4 ure terug.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 januari. Aangaande het schip de JANNA (opm: VROUW JANNA), kapt. J.A. Santjer, van Rotterdam naar Bremen (opm: zie RC 060138), wordt van Delfzijl van den 15 dezer berigt, dat het niet tegen het hoofd van de havendijk aldaar, maar tegen het hoofd van de zeedijk, bij Fiewiel (opm: Fiemel, Punt van Reide) is gestrand.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 januari. Volgens brief van kapt. W. Groen, voerende het schip (opm: fregat) CLAUDIUS CIVILIS, van Amsterdam naar Batavia, was hij den 8 dezer in goede staat zeilende op de hoogte van Wight.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 januari. Het schip (opm: bark) CATHARINA JOHANNA, kapt. J.E. Schneebeke, van Batavia naar Amsterdam, is den 14 dezer in acht vademen water gepraaid door de Helvoetse ijssloep DE GLORIA, schipper J. Adams.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 januari. De hoeker HET DORP PERNIS, kapt. L. Noordzy, van Vlaardingen naar Lissabon, te Deal binnen, heeft den 12 dezer de reis vervolgd.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 17 januari. Heden zijn hier aangekomen het Nederlandse schip ADMIRAAL DE RUYTER, kapt. E. van Duyn, met enige passagiers, vertrokken van Amsterdam de 15e oktober, het dito schip OOST INDIËN, kapt. G. Blom, met drie passagiers, vertrokken van Amsterdam de 13e oktober, en het dito schip DOROTHEA, kapt. E.D. Dekker, met een passagier, vertrokken van Amsterdam de 22e september.


23 januari 1838


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 januari. HH. KK. HH. de prinsen Willem en Alexander en prinses Sophia zijn zaterdag ochtend hier uit ’s Gravenhage aangekomen en aan Hendriksens New Bath-Hotel afgestapt, ten einde getuige te zijn van de ijsvreugd op de (opm: dichtgevroren) Maas. Met welgevallen is door de jeugdige prinses het verzoek van een onzer stadgenoten aangenomen, om een te bouwen fregatschip naar haar naam te mogen noemen, tot een aandenken aan haar wandeling op de bevroren oppervlakte der rivier.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 januari. Volgens brief van Egmond-aan-Zee, van den 17 dezer, was die ochtend ten 11 ure aldaar voor de wal aangekomen een driemast-bark, echter op te grote afstand om te kunnen worden herkend, tonende vlag van de voortop en geest (opm: waarschijnlijk is bedoeld: geus); na enig verwijl uit ontstentenis van een goede sloep waren enige vissers met hun sloep in zee gestoken om de bark van loodsen te voorzien en, zo mogelijk, in Texel binnen te brengen.


  DC - Dordtsche Courant

Door de Staats-Courant is dezer dagen een koninklijk besluit medegedeeld van de 28e december 1837, houdende nadere bepalingen omtrent de doortocht van landverhuizende personen, en waarvan wij dezer dagen bereids een enkel woord gesproken hebben. Daarbij wordt hoofdzakelijk bepaald, dat alle binnen dit rijk gevestigde reders, scheepsmakelaars en cargadoors, die zich met het vervoer van landverhuizers mochten willen belasten, daarvan behoren kennis te geven aan een door het bestuur hunner woonplaats te benoemen commissie, vergezeld van een opgaaf van het getal der landverhuizers; van een akte waarbij zij zich verplichten voor de goede ontvangst, doortocht, huisvesting, verpleging, proviandering en spoedige inscheping der landverhuizers te zorgen, van het bewijs dat zij voorzien zijn van de nodige gelden of kredieten, opdat, ingeval van zeerampen, hun verzorging niet tot laste van de landen kome; en eindelijk van een acte houdende doorlopende verbintenis tot eventuele oplegging, ten behoeve van het rijk, van zo veel maal NLG 150,-, als het getal landverhuizers bedraagt. Voor de scheepsruimte zal worden tot grondslag genomen, vier personen per elke vijf lasten, kinderen beneden 15 jaren, twee voor een volwassen persoon rekenende. De reders, enz. zullen insgelijks moeten zorgen dat de landverhuizers van behoorlijke paspoorten zijn voorzien.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Het ijs op de Maas was de 19e dezer in het algemeen drie à vierentwintig Nederlandse duimen (opm: centimeters) sterk. De Waal, van boven tot aan Gorinchem, is geheel met ijs bedekt en op vele punten is het ijs vast ineen gedreven. De Beneden Merwede tot aan Dordrecht, zo ook de Noord, zijn geheel met ijs bedekt, zodat men het te voet en met sleden passeert.


24 januari 1838


  JC - Javasche Courant

Batavia, 22 januari. De 19e dezer is hier aangekomen het Nederlandse schip MIDDELBURG, kapt. C. Riekels, vertrokken van Middelburg de 14e oktober.
Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark WILLEM ERNST, kapt. H. Wittebal, vertrokken van Amsterdam de 27e september.


25 januari 1838


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 januari. Volgens brief van Scheveningen, van den 21 dezer, dat de pink (opm: visserspink) DE TIENDAAGSCHE VELDTOCHT, laatst van Yarmouth, na de equipagie van een op de Engelse kust verongelukt schip gered te hebben, te Vlissingen binnengelopen.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 januari. Het schip de VROUW ZWAANTJE, kapt. J.A. Bakker, met suiker, bindrotting, enz. van Rotterdam naar Hamburg, is, volgens brief van Norden van den 15 dezer, aldaar voor de haven ingevroren; een gedeelte der lading was reeds gelost en men was bezig met het schip in te ijzen. (opm: door het ijs binnen de haven te brengen)


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 januari. Het schip (opm: brik) MARIA EN JACOBA, kapt. D.J. Bart, van La Guayra naar Amsterdam, is den 13 dezer te Douvres (opm: Dover) binnengelopen.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 januari. De Texelse loodsboot no. 3 en de Helvoetse loodsboot no. 8 zijn den 14 dezer te Cowes binnengelopen.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 januari. Het schip ANNA ELIZABETH, kapt. E.G. Boekhout, van Livorno naar Amsterdam, is vóór den 16 dezer te Scilly (opm: Zuid-Ierland) binnengelopen.


26 januari 1838


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Uit Scheveningen schrijft men van den 21 dezer: De zee is, voor zo ver men kan zien, met ijs bedekt. Hedenmorgen zijn er twee Engelse stoomboten voor de wal gekomen met de brievenmalen en enige passagiers. Onmiddellijk is een der stoomboten weder vertrokken met de brievenmaal en een groot aantal reizigers, waaronder er zijn die over land van Hamburg herwaarts zijn gekomen. De andere stoomboot blijft voor de wal liggen, om op een latere brievenmaal te wachten.
Een vaartuig van Vlissingen, naar hier met oesters bestemd, is in het ijs bezet geraakt. Twee matrozen zijn handen en voeten bevroren, en het vaartuig zal weg zijn, doch de lading is met grote moeite gelost.
Van den 22 dezer: Nadat het ijs in het vaarwater voor Cortgeen (opm: Kortgene) zich in de nacht van woensdag op donderdag l.l. had vastgezet, is men hetzelve reeds in de namiddag van laatst gemelde dag te voet overgegaan. Sedert geschiedde de overtocht van weerszijden.
Deze laatste dagen zijn geen schepen de rede van Vlissingen gepasseerd; de ganse rede boven en beneden de stad was heden vol drijfijs.


27 januari 1838


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 januari. In de loop van 1837 zijn de Sont gepasseerd 13.103 schepen, zijnde 1.178 meer dan in het jaar 1836, waarvan 6.637 uit de Noordzee en 6.464 uit de Oostzee.
Te Koppenhagen zijn gedurende 1837 aangekomen 1.769 schepen, 289 meer dan in het vorig jaar.


  RC - Rotterdamsche Courant

Te Rotterdam In lading liggende schepen naar:
Batavia: het snelzeilend gekoperd en kopervast gebouwd Fregatschip MAASSTROOM,
gevoerd bij kapt. P.S. Schuil, voor goederen en passagiers.
Idem: het schip (opm: fregat) DE JONGE ADRIANA, kapitein C.T. Hempel, om terstond na open water te vertrekken.
Idem: het gekoperd Fregatschip BATAVIER, kapt. J.F. Scharper, om dadelijk na open water te vertrekken.
Adres ten Kantore van Kuyper, Van Dam en Smeer, Hudig en Blokhuyzen, en bij de kapitein
New-York: het schoener-galjootschip (opm: kof, ex-VIER GEBROEDERS) HET ZEEPAARD, kapt. A.J. Bakker, mede voor passagiers.
Idem: het gezinkt Galjootschip HARMONIE, kapt. J. Parrel.
Triëst: het Kofschip EENDRACHT, kapt. Cornelis Ouwehand.
Lissabon: het Kofschip ZEEMEEUW, kapt. D.M. Noordhoek.
Bordeaux: het Kofschip MARIA, kapt. S.M. Tanger.
Liverpool: het Kofschip VROUW HENRIETTE, kapt. H.F. Klie.
Belfast: het Schoener-kofschip ANJA, kapt. A.C. Hazewinkel.
Londonderry: het Kofschip (opm: galjoot) GOEDE TROUW, kapt. K.J. Masker.
Adres ten Kantore van Kuyper, Van Dam en Smeer.
New-York: het Galjootschip VENILLIA (opm: VENILIA), kapt. R.J. Kranenburg.
Idem: het gekoperd Schooner-galjootschip ONDERNEMING, kapt. Z.J. Prins.
Liverpool: het Kofschip TWEELINGEN DANIEL EN WILCO, kapt. H.F. Klein.
Idem: het Kofschip JANTINA ENGELINA, kapt. H.T. de Jonge.
Belfast: het Kofschip AGATHA, kapt. D.G. Schuur.
Idem: het Kofschip IDA BERENDINA, kapt. W.L. Hensema.
Idem: het Kofschip JONKVROUW ELIZABETH, kapt. H.L. Heres.
Idem: het Schooner-galjootschip CATHARINA, kapt. M.M. Pott Jr.
Adres ten Kantore van Hudig en Blokhuyzen.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 januari. Den 26 zeilde van Helvoetsluis MARIA (opm: bark), D. Keus, naar Batavia, en heeft ijssloepen tot assistentie. Er drijft veel ijs op de stroom. De wind N.O. en O.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 januari. Kapt. W.H. de Boer, voerende het pinkschip DE VRIENDSCHAP, van Tjilatjap (opm: Cilacap) naar Amsterdam, te Dartmouth binnen, meldt van daar den 14 dezer, dat hij daar den 12 dito was binnengelopen wegens de aanhoudende oostelijke winden; het schip en de equipage bevonden zich in goede staat.


  DC - Dordtsche Courant

Van Rotterdam meldt men, dat de RHOON EN PENDRECHT binnen de haven in veiligheid was gebracht. De WELTEVREDEN van Alblasserdam lag nog aan het eind der Boompjes ingevroren.


30 januari 1838


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 januari. Het schip (opm: galjoot) ZEELUST, kapt. D.J. Mik, van Newport naar Dordrecht, is den 19 dezer te Newhaven binnengelopen.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 januari. De Hanoverse kof LOUISE, kapt. E.E. Valk, van Odessa naar Amsterdam, is den 20 dezer op de Modderbank bij Portsmouth binnengelopen en ligt in quarantaine.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 januari. De Helvoetse loodsboot no. 8, van Cowes komende, is den 21 dezer te Portsmouth binnengelopen.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 januari. Men meldt van la Roche-Bernard, dat de Hollandse kof GEZINA, kapt. Muntendam, van Havre (opm: Le Havre) naar Nantes, in de Vilaine (opm: rivier Vilaine) wegens tegenwind is binnengelopen.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 januari. Te Hull heeft den 19 aanvang gemaakt met laden het schip (opm: smak) NEPTUNUS, kapt. C.H. Kraanstuiver, voor Amsterdam.


  DC - Dordtsche Courant

In te Keulen verschijnende Allgemeine Organ für Handel und Gewerbe beklaagt men zich op de navolgende wijze over het oponthoud, welk het bekende Keulse zeeschip de RHEIN in Holland ondervonden heeft:
De 2e januari te Dordrecht aangekomen, moest de kapitein tot de 5e op een sleepboot wachten, daar men het aangezegde abonnement geweigerd had. Met opzettelijke traagheid, waarover een notarieel protest is opgemaakt, werd het schip door de SIMSON van den 5 tot den 8 dezer tot slechts Tiel voortgesleept, alwaar de kapt. Otto door drijfijs genoodzaakt werd de veilige haven van Gorinchem te bereiken. Wanneer dus de RHEIN voor de vorst, Keulen niet heeft kunnen bereiken, dan is zulks alleen te wijten aan het deel, dat onze “vriendelijke” (“leutselige”) naburen aan de zaak nemen. Om aan het punt in geschil eenvoudiglijk een einde te maken, zal Keulen zich een eigen, tot de sleepdienst en het lichten geschikt vaartuig moeten aanschaffen. Dan zijn schepen met volle lading bij elke waterstand binnen twee dagen afwaarts in zee, en binnen acht dagen stroomopwaarts weder te huis”.
Opdat een ieder oordelen kunnen over de rechtmatigheid van het beklag des “Organs”, strekke, dat de administratie van de nationale nijverheid, in de Staatscourant van 2 januari aangekondigd hebbende, dat de stoomsleepdienst op de Waal van Rotterdam naar Lobith in 1838, voor zoveel de vorst niet inviel, zou worden voortgezet, en dat de eerste dag van afvaart voor de stoomslepers van Rotterdam zou zijn 3 januari, dienvolgens de kapitein van het schip der RHEIN schijnt gerekend te hebben om dadelijk de volgende dag daarmede naar boven gesleept te worden. Maar zij, die verlangen gesleept te worden, moeten zich daartoe aanmelden, en indien op het bepaalde ogenblik van vertrek van Rotterdam aldaar geen schip om te slepen, noch ook bericht is van enig schip op de tussenplaatsen dat zou wensen gesleept te worden, dan gaat geen stoomsleper af. Dit was nu juist het geval op 3 januari, en dit schijnt het “Organ” te noemen “het aangezegde abonnement te weigeren”. Kapt. Otto de 3 hier vergeefs op een sleepboot gewacht hebbende, en zich daarover hier beklagende, werd van zijn verlangen om gesleept te worden naar Rotterdam bericht gezonden, en toen op het bepaalde uur, des morgens ten 7 ure van 5 dezer, een sleepboot van Rotterdam afgezonden. Dit was de SIMSON, (de HERCULES onderging op dat ogenblik aan Fijenoord enige reparatie) Het is waar, dat, tegen stroom, en weldra ook tegen de felle N.O. wind, deze boot het niet verder kon brengen dan aan deze kant der droogte van Tiel; maar dit was een groot geluk voor der RHEIN, die daardoor in de gelegenheid bleef om de rivier weder af te zakken en de veilige wijkplaats in de haven van Gorinchem te bereiken; had de RHEIN, door middel van een meer krachtige boot, het tot boven de droogte van Tiel gebracht, dan had het schip niet meer terug gekund, op de Waal in het ijs gezeten, en bij het losgaan der rivier door het ijs moeten verbrijzeld worden. Verkiest overigens Keulen zich voor zijn zeeschepen een eigen sleepboot aan te schaffen, daarop hebben wij niet aan te merken, dat dit enige, dat het zou zijn een molen bouwen om een zak graan te malen.


31 januari 1838


  JC - Javasche Courant

Wij ontvangen uit Ramsgate d.d. 24 september 1837 3 ure namiddag het volgende bericht. Heden morgen omstreeks 8 ure is de Nederlandse brik PADANG, kapt. Sandman, varende voor het huis Van Straten van Amsterdam, gisteren 23 dezer de rede van Texel verlaten hebbende om naar Padang en Batavia te stevenen met 13 man equipage en vier passagiers, op de Goodwin Sands in het zuidoosten ¼ mijl van Ramsgate gestrand (opm: zie LP 270937). Deze bodem had alle zeilen bij en legde 10 à 12 knopen in het uur af. De equipage was aan het ontbijt. De equipagemeester (opm: kwartiermeester) stond aan het roer. Ten kwart over 8 ure waren de masten gekapt; ten 9 ure waren uit Ramsgate zes sloepen en een menigte andere uit Deal uitgevaren om de brik ter hulp te komen. De eerste en tweede stuurman met vijf matrozen hebben in twee sloepen het schip verlaten. Tot dus verre is men onkundig van hun lot; men gelooft dat zij in de branding zijn omgekomen.
Ten 10 ure bevonden zich verscheiden sloepen bij het gestrande schip, maar de zee stond vreselijk onstuimig. De sloep van Thomas King, van Ramsgate, heeft de kapitein, vier matrozen, twee passagiers (mejufvrouwen Carolina Doulemans en haar zuster uit ’s-Gravenhage), een klein kind van 4 à 5 jaren, en een mulattin-dienstbode gered.
Te 11 ure lagen reeds 16 sloepen rondom het schip voor anker, het eerste gunstige ogenblik afwachtende om er aan boord te klimmen ten einde een gedeelte der lading te redden. De sloepschipper Thomas King is ten 1¾ ure in het bijzijn van meer dan 3000 mensen in de haven van Ramsgate aangekomen. Een rijtuig bracht de passagiers naar een logement, waar hun alle mogelijke zorg is bedeeld.
Aangezien het scheepsvolk niets van deszelfs goederen heeft kunnen redden, deed men een collecte, die in een uur tijds een belangrijke som opbracht, waaronder zelfs guinjes (opm: guineas, 21 shilling) werden opgemerkt. Dit doet onze ingezetenen eer aan. Morgen zal ik (opm: de briefschrijver) alle verdere bijzonderheden mededelen, welke de kapitein of de passagiers mij kunnen geven, uit wier mond alleen ook het bovenstaande is geschreven.
Ten 5 ure des avonds: de jufvrouwen Doulemans, die naar hunne familiën in Oost-Indië terugkeerden, zijn in een hartverscheurende staat aan land gebracht. De Nederlandse consul, de heer Hodges, had reeds aan al de geredden nieuwe klederen gegeven, en door zijn toedoen is een inschrijving geopend. De assuradeurs kunnen het schip als gans en al verloren beschouwen.


  JC - Javasche Courant

Ramsgate, 25 september. Van de brik PADANG is geen spoor meer te zien, zij is gedurende de nacht geheel verbrijzeld. Gisteren avond, omstreeks licht en donker, zijn al de van Ramsgate naar het gestrande schip uitgevaren sloepen in de haven teruggekeerd, en hebben in handen van de tol-administratie de volgende goederen ontscheept:
- 90 à 100 kisten van 12 flessen ieder
- Twee stukken gedistilleerd
- 80 kazen en dozen groene kaas
- 300 à 400 stukken wit katoenen lijnwaden
- Ettelijke gerookte hammen
- Verscheidene voorwerpen der scheeps-uitrusting als de chronometer, de sextant, enz.
- Een zak piasters
- Een eind kabeltouw van 3 vademen
- Enige ponden koper, voortkomende van de scheepsbekleding.
De in Deal teruggekeerde schuiten zullen waarschijnlijk mede enige goederen aangebracht hebben. Van de acht personen, die het schip verlaten hebben, is het aan drie gelukt zich naar Deal te redde, maar derwijze uitgeput, dat zij geen teken van leven meer gaven. Hun namen zijn nog niet bekend. De PADANG had voor NLG 13.000 niet-geassureerde goederen aan boord.
Van Douvres (opm: Dover) schrijft men, dat aldaar een grote menigte kisten is ontscheept, zo men meent van de PADANG voortkomende.
Amsterdam, 29 september. Aangaande de op Goodwinsand (opm: op de Goodwin Sands) gestrande brik PADANG wordt in de Lloyd´s List van 25 september uit Ramsgate nog gemeld, dat de passagiers en de equipage, uitgezonderd de eerste stuurman, de hofmeester, de stuurmansleerling en twee licht-matrozen, benevens een klein gedeelte der lading zijn gered. Te Dover is een menigte kisten en dozen aangespoeld, welke men verondersteld van bovengenoemde brik afkomstig te zijn. (opm: zie ook LP 270937 en RC 300937)


01 februari 1838


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 januari. Volgens brief van kapt. J. Sipkes Feykesz, voerende het schip (opm: fregat) DE DRIE VRIENDEN, in dato New-York den 23 december 1837, zou hij vermoedelijk den 26 of 27 dito van daar naar Amsterdam vertrekken.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 januari. Volgens brief van St. George d’Elmina, in dato 19 september 1837, was het schip (opm: fregat) HENDRIKA, kapt. J. Admiraal, van Rotterdam, aldaar den 13 dier maand gearriveerd en zou in drie of vier dagen de reis naar Batavia voortzetten.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 januari. Den 10 december 1837 gepraaid, bij het Oosteind van Wight, het schip (opm: fregat) DE NEDERLANDEN, kapt. A.J. Struyk, van Amsterdam naar Batavia.


  AH - Algemeen Handelsblad

In een dagblad leest men het volgende:
Tot de belangrijkste en grootste fabrieken van ons land behoort ongetwijfeld die van de Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Fijenoord bij Rotterdam. Het bestaat uit een scheepswerf met langs- en dwarshelling voor het bouwen en repareren van zo wel ijzeren als houten stoomboten, een stoommachine-fabriek en verschillende ruime ketelmakerijen. Verder vindt men daar ruime, schrijnwerkers-, ververs-, blokkenmakers-, koperslagers-, en andere winkels ter voltooiing en uitrusting van stoomschepen.
De fabriek van stoomwerktuigen bevat een modelmakerij, ijzer- en kopergieterij, smederij en draaierij. Hier worden een groot aantal der volmaaktste draaibanken, boor- en schaafmachines en andere dergelijke werktuigen tot het bewerken van ijzer gevonden, die alleen al een waarde van NLG 160.000 hebben. De waarde van de gehele fabriek bedraagt ruim NLG 600.000, zonder de magazijnen, welke ruim NLG 400.000 bedraagt.
De stoomboten en stoomwerktuigen, daar thans onder handen, zijn de volgende:
1. Een ijzeren stoomsleper van 400 paardenkrachten.
2. Twee stoomboten, grotendeels van ijzer, voor het vervoer van reizigers en
goederen naar Keulen, de ene met 80 en de andere met 60 paardenkracht.
3. Een ijzeren stoomboot voor de Zuiderzee, met 60 paardenkracht.
4. Een zeestoomboot nagenoeg gelijk aan de BATAVIER, met werktuig van 200
paardenkracht.
Behalve de stoomwerktuigen hiervoor, worden daar thans nog vervaardigd.
5. Twee stel stoomwerktuigen voor stoomboten, die aan de Donau gebouwd
worden, het ene van 60, het andere van 70 paardenkracht.
6. Een stel stoomwerktuigen voor een stoomboot, die aan de Elve gebouwd wordt,
van 60 paardenkracht
7. Een stel stoomwerktuigen van 70 paardenkracht voor een stoomjacht voor het
veer tussen Rotterdam en Middelburg.
8. Een stoomwerktuig voor het droogmaken van de Zuidplas, gelijk aan dat,
van het stoomwerktuig wat daar gedurende het vorige jaar met zo veel succes
heeft gewerkt.
9. Twee stoomwerktuigen, het ene van 18 en het andere van 4 paardenkracht, voor
fabrieken hier in het land.
Deze hebben samen een waarde van meer dan NLG 1.000.000. Behalve de bestellingen, waaraan nog niet is kunnen begonnen, worden daar veel andere werktuigen vervaardigd; en de fabriek, die tot nu toe bijna uitsluitend voor de stoomvaart werkzaam was, wordt nu ook geschikt gemaakt voor andere fabrieken.
Aan deze fabriek wordt met dit doel een belangrijke uitbreiding gegeven, ten einde daar nog in dit jaar, alle spinmachines en weefgetouwen te kunnen vervaardigen, die tot nu toe met grote kosten uit het buitenland verkregen moesten worden. Met de bouw van de daartoe benodigde gebouwen is reeds begonnen, en zelfs de huidige strenge winter is niet in staat de voortgang daarvan te beletten.
Door deze grote onderneming vinden 900 nijvere personen ( en wel het meest Nederlanders) een ruime verdienste; iets wat vooral op dit ogenblik niet genoeg gewaardeerd kan worden; aan deze werklieden enz, wordt wekelijks ruim NLG 8.000 uitbetaald; de zieke werklieden, de weduwen en wezen van de overledenen worden ondersteund. Hierdoor wordt de onder de lagere volksklasse in dit seizoen zo algemene heersende armoede verminderd. Men mag ook gerust aannemen, dat men met NLG 8.000, op deze wijze onder het volk verspreid, meer nut sticht dan door milde gaven, die niet het loon van eigen werkzaamheden zijnde, de armen minder aangenaam moeten zijn.
De uitbreiding, die aan de fabriek gegeven wordt, zal, vleit men zich, nog van meer algemeen nut zijn voor dit land dan het vroeger gepresteerde. Zo lang de werktuigen voor de fabrieken uit het buitenland aangevoerd moeten worden, kunnen de fabrieken geen duurzame bloei hebben, daarom zullen ze lang door beschermende wetten of anderszins ondersteund moeten worden. Dit is tot nu toe het geval met onze katoen- en wolfabrieken; uit Engeland, Frankrijk, België en Duitsland moeten onze fabrikanten het grootste gedeelte van de benodigde werktuigen invoeren. Niettegenstaande de uitvoer daarvan uit Engeland streng verboden is (men rekent dat dit gemiddeld ongeveer 60 procent van de waarde kost) hebben verschillende van onze fabrikanten voor NLG 100.000 en meer, dergelijke werktuigen van daar ingevoerd. Aan deze moeilijke en hoogst nadelige omstandigheid hoopt men door een nationale onderneming een einde te maken. Dit zal ook in het belang van de fabrikanten zijn, en de nodige fondsen zijn dan ook grotendeels gegeven door meer dan 20 van onze voornaamste fabrikanten, en het overige wordt door enige personen verstrekt, aan wie de nijverheid van dit land veel te danken heeft.
Van hoe veel belang het is, om deze uitgestrekte fabrieken te Fijenoord tegen brand te beschermen, hoeft niet gezegd te worden; de vernieling daarvan zou vele honderden werklieden van hun brood beroven. Om dit ongeluk voor te komen, wordt door omtrent 30 man der equipage der stoomboten, die daar liggen, wacht gehouden en ronden gedaan; tenminste zes brandspuiten zijn altijd gereed en in goede staat, terwijl 16 reservoirs met warm water dag en nacht op verschillende punten van de fabriek gereed staan, ten einde de brandspuiten zonder verzuim in werking te kunnen brengen; een gedeelte van deze reservoirs wordt steeds door een stoommachine gevuld gehouden.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 30 januari. Gisteren avond arriveerde uit zee, met assistentie van ijssloepen, METHA, kapt. N. Michelsen, van Bergen, gedestineerd naar Dordrecht, dezelve ligt aan strand bij het Steenen Baken. Heden morgen heeft men een begin gemaakt om de Maas op te breken van de Brielschen Heuvel tot aan het hoofd tot berging van de stoomboot de ATTWOOD.


02 februari 1838


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. H.J. Offerhaus, Notaris te Delfzijl, gedenkt op zaterdag den 10 februari 1838 des avonds te 6 uren ten huize van de Weduwe J.A. Smaal, in het Gemeentehuis te Delfzijl, namens zijn Principalen, publiek te verkopen: een extra-ordinair welbezeild Nederlands, in het najaar van 1829 nieuw uitgerust en in 1835 met een spijkerhuid gedubbeld kofschip, genaamd CATHARINA, gevoerd bij kapt. E.R. Huisman, zijnde groot, ingevolge den laatste meetbrief, 159 tonnen en ladende omstreeks 115 roggelasten met al deszelfs rondhout, staande en lopend want, ankers, touwen, zeilen, verdere gereedschappen en behoeften, alles invoegen zo als hetzelve schip thans te Amsterdam aan de werf van den heer C.E. Duijts, op de hoogte van de Kadijk is liggende.
Nadere onderrigting te bekomen bij de heren Nobel en Holtzapffel te Amsterdam of ten Kantore van opgemelde notaris te Delfzijl (opm: zie ZP 140238).


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Wegens bodemarij-schulden zal den 17 februari 1838 te Greetzijl (opm: Greetsiel), in Oostvriesland, gerechtelijk verkocht worden: het Kofschip HILLEGINA, groot omtrent 56 à 63 tonnen, gevoerd door kapt. W.J. Panman van de Pekela; belang hebbenden moeten zich bij de verkoop melden.


03 februari 1838


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 februari. Te Bordeaux zijn gedurende 1837 aangekomen 630 schepen.
Te Dantzig (opm: Gdansk) zijn in 1837 gearriveerd 1081 en van daar uitgezeild 1095 schepen.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 februari. Het schip de VROUW ETKO IHNKEN, kapt. J. Hook, van Carolinerzijl (opm: Carolinensiel) naar Antwerpen, lek en met verlies van zeilen, ankers enz. te Embden (opm: Emden) binnen, was den 23 januari van de geleden schade hersteld en gereed om dadelijk de reis in open water voort te zetten.


  RC - Rotterdamsche Courant

Bericht aan de Handel. De Waagmeester der Oude Keulse Beurt, G. van der Pot, maakt, in naam van de Commissie der Scheepvaart-Vereeniging te Keulen, het navolgende bekend:
Dat de schippers der Oude Keulse Beurt, tot de door ons voor dit jaar verenigde Beurtvaart tussen hier en Rotterdam, vice-versa, vastgestelde voorwaarden toegetreden zijnde, zich met ons hebben verenigd.
Dat, buiten de stoomboten voor dit jaar, alleen deze verenigde Beurtvaart bestaan zal, hetwelk hoofdzakelijk voor de Handel der beide plaatsen de gunstigste gevolgen belooft, daar, door de vereniging van al de goederen, het vertrek der schepen, zowel te Rotterdam als hier, bevorderd zal worden.
De hoofdzakelijke veranderingen in het Contract, met dat van het vorige jaar, zijn de volgende:
Partijen graan kunnen in een nog niet in lading liggend schip der Vereeniging ingeladen worden, zonder dat de Inlader de in lading liggende schipper der Vereeniging in aanmerking behoeft te nemen; echter blijft de bedoelde schipper aan zijn beurt verbonden.
Medeleden der Vereeniging, in vreemde schepen granen of andere landsproducten boven Keulen ladende, zijn bevoegd, ook in zodanige schepen, ter voltooijing van derzelver lading, met uitzondering van stukgoederen, alhier bij te laden.
In Rotterdam wordt het waaggeld voor de helft door de afzender en voor de andere helft door de schippers betaald, met uitzondering van ijzer, losse zwavel, ruwe suiker en droge huiden, van welke vier artikelen het waaggeld te Rotterdam in de vracht begrepen is.
Ter bespoediging van de vervoer, worden alle schepen dezer Beurt op de Waal en, naar omstandigheden, tot naar Keulen door de sleepboot opgesleept, waarvoor hoogstens de voorheen bepaalde vergoeding van 15 centimes per 50 Ned. ponden betaald wordt (waarin mogelijk nog een vermindering zal plaats hebben).
Partijen van 40 lasten zullen door de schippers aan het pakhuis of zeeschip, zonder extra onkosten, worden afgehaald, na gedane aanvraag hiertoe aan de Waagmeester door de Aflader.
De vracht naar Keulen is over het algemeen met 5 centimes per 50 Ned. ponden verhoogd, boven de vrachtlijst van het vorige jaar. Verwhout in stukken blijft echter onveranderd, waartegen stokvis, haring en zoute vis 10 centimes per 50 Ned. ponden hoger gesteld zijn.
De Bepalingen van de Vracht van Keulen naar Rotterdam blijven volgens de eerste Lijst van het vorige jaar.
Keulen, de 8e januari 1838, de Commissie der Scheepvaart-Vereeniging


  AH - Algemeen Handelsblad

Volgens bericht van Dover is de 26e januari aldaar met schade, lek en beschadigde lading binnengelopen de VROUW ANNA, kapt. Langhetee, van Liverpool naar Antwerpen.


06 februari 1838


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 februari. Den 4 dezer zeilde van Helvoetsluis MAASSTROOM, P.S. Schuil, naar Batavia, welke ijssloepen tot assistentie heeft gehad. Er drijft weinig ijs op de stroom; de wind W, O. en O.N.O.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 februari. De schepen de VROUW TJELKEA, kapt. W.K. Henrichs, van Grootenzyl (opm: Greetsiel), en JAN ISAAC, kapt. E. Tammes, van Harlingerzyl (opm: Harlingersiel), beide met koolzaad naar Antwerpen, te Embden binnen, zijn volgens brief van daar van den 25 januari van de geleden schade hersteld en gereed om dadelijk na open water hunne reizen voort te zetten.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

’s Gravenhage, 1 februari. Zijne Majesteit heeft autorisatie verleend om, uit aanmerking van het strenge winterseizoen, aan al de arbeiders van ’s Rijks werven, gedurende de twee eerste maanden van dit jaar, het volle loon te doen behouden, hetwelk door hen des zomers genoten wordt.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

’s Gravenhage, 1 februari. Volgens bericht van Batavia zou Zr.Ms. oorlogsfregat BELLONA, kapt. Arriens, aan boord hebbende Z.K.H. prins Willem Frederik Hendrik der Nederlanden, den 28 september van Batavia, over Riouw, Singapore en Calcutta naar Nederland vertrekken.


07 februari 1838


  JC - Javasche Courant

Het Hoog Militair Gerechtshof van Nederlands-Indie heeft, na behoorlijk onderzoek der zaak van de gewezen commandant van Zr.Ms. stoomschip WILLEM I, J.K.D. Lammleth, bij een uitvoerig gemotiveerde sententie van de 30e januari j.l. verklaard, dat de 1e luitenant honorair bij het op te richten corps mariniers Johannes Karel Daniel Lammleth, gewezen bevelhebber van Zr.Ms. stoomschip WILLEM I, zich wegens het verlies van gemeld vaartuig volkomen heeft verantwoord, en heeft dezelve vrij gesproken van alle schuld of plichtverzuim deswege en hem mitsdien ontheven van alle verdere vervolgingen te dezer zake, als mede van de kosten.
De voormelde uitspraak is hoofdzakelijk gegrond geweest op de overwegingen, dat het verlies van Zr.Ms. meergemeld stoomschip WILLEM I alleen moet worden toegeschreven aan de omstandigheid dat de ligging der Lucipara-eilanden en reven op de daarvan bestaande kaarten, en speciaal op die van Horsburgh (opm: bekend Brits cartograaf), en in 1833 uitgegeven, en welke door alle zeevarenden steeds wordt geraadpleegd en gevolgd, niet behoorlijk is geplaatst en bekend gesteld, zijnde het uit het gehouden onderzoek volkomen gebleken, dat de gezagvoerder Lammleth in de bepaling van de koers al die maatregelen van voorzichtigheid heeft in het werk gesteld, welke van een goede en getrouwe gezagvoerder van een Landsvaartuig konden verwacht worden.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. De in de courant van de 17e januari j.l. geannonceerde verkoop van de gekoperde recherche-schoener TRENGANO zal plaats hebben op woensdag de 7e dezer op de vendutie bij de heren Voute & Co.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 5 februari. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip KOLONEL KOOPMAN, kapt. A.L. van der Valk, vertrokken van Rotterdam de 14e oktober.


08 februari 1838


  RC - Rotterdamsche Courant

’s Gravenhage 6 februari. Van Regerings wege zijn thans de heren D. Mentz, inspecteur, en M.G. Beyerink, hoofd-ingenieur van den waterstaat, mitsgaders G.M. Roentgen, adviseur in zaken van werktuigkunde, en G. Simons, adviseur in wiskundige zaken, gecommitteerd tot het onderzoek der keus van de middelen, in geval van droogmaking en drooghouding van den Haarlemmermeer.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 februari. Van Leyden meldt men dat door J. Weytenburg, thans particulier aldaar, aan Z.M. de Koning een request is gepresenteerd, om prolongatie van zijn vorige octrooi, om de dienst van de Spanjaardsbrug, onder Leyderdorp, bij Leyden, over de Haarlemmermeer tot aan de Overtoom, bij Amsterdam, met een stoomboot, die voor die dienst zeer geschikt en reeds aangekocht is, te mogen uitoefenen.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 februari. Den 6 dezer arriveerde in de Maas met behulp van ijssloepen (opm: meestal vissersschepen, fungerend als ‘sleepboot’) HOOP EN VLIJT, J. van der Borden, van Bergen, en ligt aan het strand bij het Stenen Baken. De wind O.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 februari. Van Aberdeen wordt van den 27 januari gemeld, dat het toen aldaar hevig had gestormd, waardoor op die kust vermoedelijk verscheiden schepen waren verongelukt, zijnde een grote partij Memelse en Noordse planken, als ook een menigte wrakhout aldaar aangespoeld, waaronder twee gedeelten van een Hollands gebouwd schip.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 februari. De Texelse loodsboot DE DRIE GEBROEDERS, schipper Kuiper, is den 29 januari naar zee gezeild.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 februari. Volgens brief van kapt. J.J. Remkes, voerende het schip (opm: fregat) MARIA, van Batavia naar Amsterdam, in dato Portsmouth den 1 dezer, was hij, na gedurende 25 dagen met oosten wind en stormweêr in het Kanaal gekruist te hebben, den 31 januari in goede staat aldaar binnengelopen.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 februari. De kof ANNA SIBERDINA, kapt. J.H. Ugen, met ijzer van Newport naar Rotterdam, is den 1 dezer te Cowes binnengelopen.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 februari. De schepen de HOOP (opm: hoeker), kapt. D. Guyt, en ZORG EN VLIJT (opm: tjalk), kapt. J.R. Berghuis, beide van Liverpool naar Rotterdam, zijn den 22 januari te St. Mary (op Scilly) binnengelopen. (opm: zie o.a. ZP 220238)


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 februari. Het schip (opm: fregat) OLIVIER VAN NOORT, kapt. G. de Jong, van Amsterdam naar Batavia, als mede nog twee schepen, het een tonende de vlag van het Collegie Zeemanshoop, met no. 316, zijnde die van kapt. C.W. Flens, voerende het schip (opm: fregat) DE VRIENDEN, mede van Amsterdam naar Batavia, en het ander tonende dezelfde vlag met no. 336, zijnde die van kapt. H.B. Ezink (opm: H.B. Esink), voerende het schip (opm: bark) MERCURIUS, van Middelburg naar Batavia, zijn den 11 oktober 1837 in Straat Sunda gezien door kapt. Thompson, voerende het schip DUMFRIES, van Batavia te Plymouth binnen.


09 februari 1838


 ZZC - Zierikzeesche Courant

’s Gravenhage, 6 februari. Onderscheidene Nederlandse schepen, uit Java teruggekeerd, zijn dezer dagen in Engeland moeten binnenlopen, dewijl zij wegens het ijs in onze zeegaten niet konden komen.
De Sont was reeds den 19 januari geheel toegevroren, zodat tussen Zweden en Denemarken een drukke gemeenschap over het ijs plaats vond.


10 februari 1838


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 februari. Van Lerwick (opm: Shetland) wordt den 25 januari gemeld, dat bij Ness Sound is aangespoeld is een boei, gewoonlijk door Hollandse vissers op de Doggersbank gebruikt wordende, aan de kop gemerkt PD en op de bodem W als ook bij Skerries een andere dergelijke boei, met een Nederlandse vlag daaraan.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 februari. Aangaande het schip CARL GUSTAV, kapt. P.E. IJsberg, van Smyrna (opm: Izmir) en Samos naar Amsterdam, te Douvres (opm: Dover) binnen, wordt van daar van den 1 dezer berigt dat het lek was.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 februari. Het schip BRISEÏS, kapt. J. Jansen, van Smyrna (opm: Izmir) naar Amsterdam, was den 2 dezer op de hoogte van Douvres.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 februari. Het schip (opm: hoeker) MARIA JOHANNA, kapt. D. van der Valk, van Messina naar Rotterdam, was den 2 dezer op de hoogte van Hastings.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 februari. De Texelse loodsboot DE DRIE GEBROEDERS, schipper Kuiper, van Douvres komende, is den 2 dezer te Portsmouth binnengelopen.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 februari. Het schip (fregat) BATO, kapt. J. Keizer, van Batavia naar Dordrecht, te Plymouth binnen, is naar de Hamoase (de oorlogshaven) verhaald en aan de bestaande vaste ankers vertuid, ten einde de heropening der scheepvaart in Holland af te wachten (opm: i.v.m. ijs).


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 februari. Het schip (opm: hoeker) MARIA JOHANNA, kapt. A. van der Weyden, van Villa-Nova naar Rotterdam, is den 1 dezer te Falmouth binnengelopen.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 februari. Uittreksel uit de Lloyd’s lijst tot den 6 februari.
Men meldt van Lissabon, 30 januari, dat de JOHANNA, van Rotterdam naar New-York, aldaar met lek was binnengelopen (opm: kof, zie RC 130238 en PGC 200338).


  AH - Algemeen Handelsblad

Volgens brief van Porto in dato 23 januari, was aldaar sedert enige dagen voor de baai kruisende de MERCURIUS, kapt. Fonck, van Amsterdam. Dezelve kon wegens tegenwind en stroom niet binnenkomen.


12 februari 1838


  ZP - Zeepost

Kapt. J. Meyer, voerende de EDAMS WELVAREN (opm: kof), van Suriname naar Amsterdam, meldt in dato St. Eustatius den 9 december 1837, dat hij den 25 oktober uit Coppename vertrokken en den 25 november een zware storm had doorgestaan, waardoor het schip lek geworden en schade had bekomen en de kapitein genoodzaakt was geweest te St. Eustatius binnen te lopen. Aldaar echter niet kunnende lossen om te repareren, zoude hij een andere haven opzoeken om de geleden schade te herstellen. (opm: zie ZP 130338, 130438 en AH 280338)


  ZP - Zeepost

Volgens brief van kapt. J.N. Klint, voerende het schip WILHELMINA, van Suriname naar Amsterdam, van Plymouth in dato 9 februari, was hij den 6 dito aldaar wegens tegenwind binnengelopen. Hij is den 19 december van Suriname vertrokken.


  ZP - Zeepost

Te Cuxhaven overwinteren: VRIENDSCHAP, kapt. Apveld, van Greifswald naar Rotterdam, PETRONELLA, kapt. De Boer, van Rostock naar Amsterdam, JONGE JAN, kapt. Plukje, van Hamburg naar dito, METTA MARGARETHA, kapt. Backhauss, van dito naar dito, en DIANA, kapt. De Boer, van Cardiff naar Hamburg.
In reparatie liggen aldaar: ANNA, kapt. Behrens, van Fedderwarderzyl (opm: Fedderwardersiel) naar Antwerpen, VROUW SIEVER, kapt. Buss, van Wismar naar Zaandam, en MARIA, kapt. Van de Wijk, van Hamburg naar Amsterdam.


  ZP - Zeepost

Volgens bericht van Arendahl in dato 12 januari was aldaar binnengelopen het schip ANNA ELSABE, van Hamburg naar Gothenburg gedestineerd. De kapitein was op de reis overleden.


  ZP - Zeepost

Het schip (opm: brik) BRISEÏS, kapt. J. Jansen, van Smirna (opm: Izmir), den 9 dezer in Texel binnen, is de 11e dito van de quarantaine ontslagen (opm: zie ZP 130238).


13 februari 1838


  ZP - Zeepost

Volgens brief van kapt. J. Jansen, voerende de BRISEÏS (opm: brik), van Smirna (opm: Izmir) in het Nieuwe Diep binnen, in dato 10 februari, was hij, na in die nacht bij hevige N.W. wind, zware ijskruiïng en het breken van twee paardelijnen (opm: jaaglijnen waaraan het schip m.b.v. paarden wordt voortgetrokken), tegen de stenen dam geraakt, waardoor het onderste gedeelte van het roer verloren en de koperen huid beschadigd geworden is. Hetzelve is met adsistentie achter het wachtschip gebracht en zou hij met behulp van sloepen voor de sluis halen.


  ZP - Zeepost

Volgens brief van kapt. P.S. Schuyl, voerende het schip (opm: fregat) de MAASSTROOM, van Rotterdam naar Batavia gedestineerd, was hij den 5 dezer, des morgens ten 9 ure, in goede staat zeilende bij het eiland Wight.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 februari. Het schip (opm: kof) JOHANNA, kapt. H.T. de Jong, van Rotterdam naar New-York, is den 28 januari te Lissabon lek binnengelopen.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 februari. Volgens brief van kapt. P.S. Schuil, voerende het schip (opm: fregat) MAASSTROOM, naar Batavia bestemd, was hij den 5 dezer, des morgens ten 9 ure, in goede staat zeilende bij het eiland Wight, alwaar hij zijn loods heeft afgegeven, die de vorige dag bij zijn uitzeilen van voor Helvoetsluis was aan boord gebleven.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 februari. Het schip (opm: smak) HET VERTROUWEN, kapt. H.D. Klatter, van Hartlepool naar Amsterdam, is den 9 januari 6 mijlen van Yarmouth (opm: Great Yarmouth) gezonken, doch de hele equipagie door het Engels vissersvaartuig VENUS gered en te Yarmouth aangebragt.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 februari. Het schip (opm: kof) JOHANNA OTTILIE, kapt. A.H. van Wijk, van Bordeaux naar Amsterdam, is den 3 dezer, en het schip (opm: sloep) MARS, kapt. J. Metzon, van Lissabon naar Vlaardingen, den 4 dezer te Douvres (opm: Dover) binnengelopen.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 februari. Een Hollandse kof is den 5 januari, onder quarantaine-vlag, Cowes voorbij gezeild, naar de Modderbank koers stellende (opm: zie volgend bericht).


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 februari. Het schip (opm: kof, zie vorig bericht) CORNELIS, kapt. R.F. Mellema, van Cette (opm: Sète) naar Amsterdam, was den 5 dezer op de hoogte van Wight.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 februari. Van Vlissingen meldt men den 9 dezer: Gisteren op de middag zagen wij voor het eerst na de vorst een drietal vaartuigen uit zee hier ter rede, zijnde twee visschuiten en een kotterscheepje, welk laatste hier tehuis behoort; ook was een loodsboot naar zee gevaren.Heden kwam ter rede het schip CLIO, J. Beniest, van Marennes naar Antwerpen, zijnde binnen het Lange Hoofd bij de Duintjes nagenoeg tegen de wal gedreven en daarna veilig binnen de Westerhaven gekomen.


  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 februari. Uittreksel uit de Lloyd’s lijst tot den 9 februari:
Gepraaid PHÉNOMÈNE (opm: fregat, kapt. F.P. Hoedt), van Batavia naar Rotterdam, den 12 laatstleden, op 28º breedte en 45º lengte.


  RC - Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Vlaardingen ligt in lading naar Gibraltar, om dadelijk bij open water te vertrekken het Nederlands hoekerschip EENDRAGT, kapt. C. van Gelderen jr.
Adres bij Kuyper, Van Dam en Smeer.


  DC - Dordtsche Courant

Middelburg, 7 februari. Met het bericht, dat het schip AZIA, op deszelfs terugreis van Java naar deze stad, de 30e januari aan Lands End was, is tegelijk de treurige tijding ontvangen, dat de kapitein van die bodem A. Ritchie, de 13de dier maand, na een kortstondige ziekte, aan boord was overleden. De AZIA is daarna, de 4de februari, in Falmouth binnengelopen.


14 februari 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. J. Corver, makelaar, zal op maandag de 5e maart 1838, ’s avonds ten 6 ure precies, te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, ten overstaan van de notaris C. Metzelaar, verkopen een extra ordinair, welbezeild tjalkschip, genaamd de EENDRAGT, gevoerd door wijlen schipper W.R. Reiningh, volgens Nederlandse meetbrief lang 18 ellen 50 duimen, wijd 3 ellen 11 duimen, hol 1 el 57 duimen, en alzo gemeten op 21 lasten of 40 tonnen. breder bij biljetten, waarop inventaris, en bericht bij bovengemelde makelaar. (opm: zie AH 070338)


  ZP - Zeepost

Helvoet, 12 februari. Schipper J. Adams, voerende de ijssloep GLORIE, rapporteert aan boord geweest te zijn van het schip (opm: hoeker) de HOOP, kapt. L. Storm, van Rochefort, welke naar Scheveningen is gezeild. Het schip was op 16 vadem water in zee.


  ZP - Zeepost

Volgens bericht van Bergen in dato 22 januari was te Hegholmen, 4 mijl van daar, echter zonder schade binnengelopen het schip NAJADEN, kapt. Schoof, van Abö naar Cadix, als ook te Blomvög in goede staat het schip CAROLINA, kapt. Winberg, van Stettin (opm: Szczecin) naar Bordeaux gedestineerd.


  ZP - Zeepost

Advertentie. Na wederopening der vaart (opm: wegens ijsgang gesloten) zal eerlang naar Batavia vertrekken het gekoperd driedeks fregatschip FLEVO, kapt. H.T. Amsberg, voor passagiers en goederen. Te bevragen bij de cargadoors Jan Corver & Co en d’Arnaud & Co te Amsterdam. (opm: de FLEVO, bouwjaar 1836, was toen met 753 lasten het grootste Nederlandse koopvaardijschip)


  ZP - Zeepost

Verkoop van schepen te Delfzijl op 10 februari: het Nederlands kofschip CATHARINA, kapt. E.R. Huisman, verkocht voor NLG 9.660, voor Groninger rekening.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 10 februari. Heden is hier aangekomen de Nederlandse brik de NOORD, kapt. J.A. Weijerbusch, vertrokken van Rotterdam de 13e oktober.


15 februari 1838


  ZP - Zeepost

Helvoet, 14 februari. Het schip ENDRAGTHEDEN, kapt. Jessen, van Bergen, bij de Kwak ten anker, is in de namiddag op het kanaal gekomen, doch, wegens ijsgang lek geworden zijnde en het schip met de pompen niet meer lens kunnende houden, is hetzelve in de Voorhaven gezonken. Men is bezig van de lading stokvis zo veel mogelijk te bergen.


  ZP - Zeepost

Ramsgate, 11 februari. Het schip (opm: hoeker) MARIA JOHANNA, kapt. D. van der Valk, van Messina naar Vlaardingen, hetwelk reeds enige dagen voor de Nederlandse kust gekruist had doch wegens ijsgang in geen der haven had kunnen binnenlopen, is alhier binnen gelopen.


  ZP - Zeepost

Advertentie. Naar Suriname ligt in lading het gezinkt schoener-kofschip DE ZEEVAART, kapt. K.J. Haasnoot, van Amsterdam. Adres bij B.D. Bosscher.


16 februari 1838


  ZP - Zeepost

Grimsby, 11 februari. Alhier is heden binnen gelopen het schip TWEE GEBROEDERS, kapt. Loets, van Bergen naar Antwerpen. Het heeft op de kust van Noorwegen anker en touw verloren.


  ZP - Zeepost

Het schip CHARLOTTE, kapt. Hohorst, van Bremen naar New York, is den 6 februari te Lisbon lek en met opengeslagen dek binnengelopen. Het moet lossen om te repareren.


  ZP - Zeepost

Het schip IDA, kapt. Dahl, van Barcelona naar St. Domingo, is bij St. Domingo verongelukt.


  ZP - Zeepost

Het schip de MERCUUR, kapt. J.F.P. Smit, van Ibraïl naar Antwerpen, den 23 januari lek te Falmouth binnen gelopen, is bezig de lading te lossen (opm: zie o.a. PGC 020338).


  AH - Algemeen Handelsblad

Schepen in lading te Amsterdam naar:
Batavia: het gekoperd tweedeks fregatschip NEERLANDS INDIË, kapt. Isaac Gerard Veening, adres bij Coopman en De Witt en Lenaerts, Van Olivier & Co., Hoyman & Schuurman en De Vries & Co.
Batavia: het gekoperd tweedeks barkschip ANNA CATHARINA, kapt. Pieter Bakker, adres bij Coopman en De Witt en Lenaerts, Van Olivier & Co., Hoyman & Schuurman en De Vries & Co.
Batavia: het gekoperd driedeks fregatschip FLEVO, kapt. H.T. Amsberg, adres bij Jan Corver & Co. en d’Arnaud & Co.
Curaçao (via La Guayra): het gekoperd tweedeks brikschip MARIA EN JACOBA, kapt. Dirk Jansz. Bart, adres bij E. Windhouwer, De Vries & Co, Hoyman & Schuurman.
Suriname: het gekoperd tweedeks fregatschip DE JONGE LODEWIJK ANTONIE, kapt. R. Tjebbes, adres bij Hoyman & Schuurman en Windhouwer.
Suriname: het brikschip DE VERWACHTING, kapt. H.K. Hillers, adres bij Hoyman & Schuurman.
Suriname: het nieuw gekoperd tweedeks fregatschip NOORDHOLLAND, kapt. H.K. Ruyl, adres bij Hoyman & Schuurman. Sluit in februari.
Suriname: het gekoperd tweedeks fregatschip SOPHIA MARIA., kapt. Jens Andresen, adres bij Hoyman & Schuurman en E. Windhouwer.
Suriname: het gezinkte schoenerkofschip DE ZEEVAART, kapt. K.J. Haasnoot, adres bij B.D. Bosscher.
Buenos Aires: het gekoperde Nederlands schip DE GEZUSTERS, kapt. Enne Ytjes Post, adres bij De Vries & Co.
Havana: het gekoperd barkschip ALCYON, kapt. H.G. Bergveld, adres bij B. J. van Hengel.
New York: de Nederlandse kof DE VREDE, kapt. D.J. Wiersma, adres bij Jan Corver & Co.
New York: het gekoperd tweedeks fregatschip DE DRIE VRIENDEN, kapt. Jan Sipkes Feykesz., adres bij d’Arnaud & Co.
Bordeaux: het Nederlands kofschip HET JONGE REINTEJ, kapt. R.W. Mellema, adres bij Van Ulphen en Ruys.
Bordeaux: het Nederlands kofschip NEPTUNUS, kapt. K.G. Sipsma, adres bij Frederik Smit.
Marseille: het Nederlands kofschip KLASINA THEODORA, kapt. P. Fyn, adres bij Van Ulphen & Ruys.
Lissabon: de gekoperde Nederlandse schoenerkofschip DE HARMONIE, kapt. A. v.d. Meyden, adres bij Coopman en de Witt en Lenaerts en J. Daniëls en Arbman.
Livorno en Genua: het Nederlands schoenerkofschip MARIA CATHARINA, kapt. G.L. Swart, adres bij C.I. de Grijs & Zoon, en J. de Rooy.
Port à Port: het Nederlands kofschip IDA CATHARINA, kapt. J. V. Veenhorst, adres bij H. Verweyde Czn. en Kranenborg & Zonen.
Triëst: het gezinkt Nederlands kofschip MARIA, kapt. J.D. Bos, adres bij de wed. J. van Wessel & Zoon, Van den Bey & Co, Nobel & Holzapffel.
Triëst: het Nederlands kofschip INDUSTRIE, kapt. J. van Duyn, adres bij C.J. de Grys & Zoon en J de Rooy.
Bremen: het Nederlands schip DE GOEDE VERWACHTING, kapt. W.A. de Boer, adres bij Blikman & Co.
Danzig: het Nederlands kofschip GESINA, kapt. Philippus K. d Boer, adres bij de wed. J. Salm en Meyer en H. A. Hespe.
Danzig: het Nederlands smakschip GESINA JACOBA, kapt. J.J. Wever, adres bij Kranenborg & Zonen, en de wed. P. Poolman Jz. & Zoon.
Koningsbergen: het Nederlands kofschip DE JONGE YPE, kapt. Jeppe P. Teensma, adres bij wed. J. Salm en Meyer en H. A. Hespe.
Koningsbergen: het Nederlandse smakschip DE VROUWE HENDRIKA, kapt. L. K. de Jonge, adres bij Kranenborg & Zonen en de wed. P. Poolman Jz. & Zoon.
Lübeck: Het Nederlands smakschip MEINSINA, kapt. D.D. Klontje, adres bij H. Gullen.
Petersburg: het Nederlands kofschip GEERDINA, kapt. Eelt Alberts Doewes, adres bij de wed. J. Salm en Meyer en H. Hespe.
Petersburg: het Nederlands kofschip MARIA THERESIA, kapt. C.H. Uil, adres bij Coopman en de Witt en Lenaerts, F. Smit, De Vries & Co. en F. der Kinderen.
Riga: het Nederlands kofschip HYLKE JANSZ., kapt. Bordze Jans Siedzes, adres bij de wed. J. Salm en Meyer en H. Hespe.
Riga: het Nederlands kofschip DE HARMONIE, kapt. H.J. Visser, adres bij P. Scheffer & Zoon en J.W. Boekhout.
Riga: het Nederlands kofschip JEREMIAS, kapt. S.L. Stellingwerf, adres bij Jan Daniëls & Zonen en Arbman.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

’s Gravenhage, 13 februari. Den 8 dezer is het te Hamburg zeer sterk beginnen te dooien.
Zaterdagochtend was de Schelde voor Antwerpen vol drijfijs, daar de rivier ten gevolge van de sterke zuidwesten wind en regen van de vorige dag, van boven los was gegaan.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Kapt. H.C. de Jonge, voerende het schip ELISABETH ALIDA (opm: ELISABETH EN ALIDA, kapt. H.P. de Jonge), van Grimsby te Bordeaux gearriveerd, meldt van daar van den 2 februari, dat hij gedurende de gehele reis aanhoudend tegenwind gehad had; door aanzeiling van een driemastschip de boegspriet en de fok verloren, als ook van een als wrak ronddrijvend Frans schip de door de overige equipagie op hetzelve achtergelaten jongen gered heeft.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De stoomboot VICKSBURG, van Vicksburg naar New York, is volgens brief van New York van den 10 Januari, den 29 december geheel verbrand, doch alle aan boord zijnde passagiers gered.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Mr. E.J. Offerhaus, notaris te Groningen, zal op dinsdag den 20 februari 1838, des avonds ten 7 ure, bij E. Tiddens, in het huis De Beurs, te Groningen, publiek verkopen: een nieuw, welbevaren veerschip, varende van het Heerenveen op Groningen, en vice versa, met alle daarbij behorende opgoederen, wordende thans bevaren door K.J. de Vries.
Mr. E.J. Offerhaus, advocaat en notaris


17 februari 1838


  ZP - Zeepost

Nieuwediep, 16 februari. Heden morgen ten 11 ure is bij Callandsoog in goede staat zeilende gezien het schip (opm: galjoot) NEERLANDS WELVAREN, kapt. O. Hanssens, van Bordeaux naar Amsterdam.


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 14 februari. Het schip ENDRAGTIGHEDEN, kapt. J.B. Jessen, is heden namiddag op het kanaal gekomen, doch heeft door de ijsgang zodanige zware lekkage bekomen, dat het in de voorhaven gezonken is; men is bezig de lading stokvis zo veel mogelijk te bergen. De stroom drijft vol ijs. De wind N.N.O.


  DC - Dordtsche Courant

Het Keulse Organ für Handel und Gewerbe bevat de statuten der Rijn-zeevaart-kompagnie. Uit de preliminairen blijkt, dat de maatschappij voor de Rijnscheepvaart bereids een schip bezit, hetwelk de vaart waarneemt tussen Keulen en London, van waar het voor enige weken is teruggekomen en thans in de haven van Gorinchem overwintert. Nog twee andere schepen staat op stapel en zullen spoedig voltooid zijn. De maatschappij zal het getal dezer schepen vermeerderen en stoomboten gebruiken, om de schepen tot in zee en van zee tot in de Rijnhavens te slepen; zij zal zich, wanneer er gebrek aan ladingen op de Rijn mocht zijn, met het vervoer tussen vreemde havens belasten, en eindelijk verzekert zij haar diensten aan alle Rijnsteden, welke zij met haar schepen zal kunnen bereiken.


19 februari 1838


  ZP - Zeepost

St. Helena, 28 december. Het schip (opm: fregat) ADMIRAAL TROMP, kapt. P.J. Kerkhoven, den 1 november van Batavia naar Amsterdam vertrokken, is alhier heden lek binnen gekomen.


  ZP - Zeepost

Dover, 13 februari. Het schip HENDRIKA ELIZABETH (opm: brik HENDRICA ELISABETH), kapt. A. Riedijk, van Smirna (opm: Izmir) naar Rotterdam gedestineerd, is alhier heden met verlies van zeilen en schade aan het roer binnen gelopen.


  ZP - Zeepost

Volgens brief van kapt. P. Huidekoper, voerende het schip (opm: bark) POLLUX, van Batavia naar Amsterdam, in dato den 17 februari, was hij toen des morgens 3 ure zeilende in de Noordzee, Egmond O.N.O. ¾ mijl afstands. Kapt. Huidekoper wachtte een loods en hoopte, indien de wind niet hoger werd en het ijs zulks doenlijk maakte, nog diezelfde dag het Nieuwe Diep te bereiken.


  ZP - Zeepost

Het schip (opm: galjoot) NEERLANDS WELVAREN, kapt. O. Hanssens, van Bordeaux naar Amsterdam, gisteren gemeld, was volgens nader bericht van Den Helder voor de wal tussen Callandsoog en Petten kruisende en door wind en ijs belet om binnen te komen.


  ZP - Zeepost

Dover, 15 februari. Alhier is zwaar lek en met schade aan zeilen binnengelopen het schip (opm: hoeker) de NEDERLANDER, kapt. C. Hofker, van Suriname naar Amsterdam. Het moet lossen om te repareren. (opm: zie o.a. ZP 200338)


  ZP - Zeepost

Plymouth, 14 februari. Alhier zijn door het schip (opm: fregat) de PHÉNOMÈNE, kapt. F.P. Hoedt, van Batavia naar Rotterdam, aangebracht de op den 28 januari geredde passagiers en equipage, benevens enige specie (opm: muntgeld), allen afkomstig van het schip COLUMBIA, kapt. Thornton, van Bombay naar Londen bestemd, welk schip den 21 januari op 43º NB 29º WL gedurende een hevige storm deszelfs roer verloren en zware lekkage bekomen had, waardoor er vijf voet water in het ruim stond. (opm: zie ook ZZC 020338, PGC 230338, ZP 020538 en ZZC 110538)


  ZP - Zeepost

Advertentie. Uit de hand te koop een extra ordinair, welbezeild kofschip, volgens meetbrief lang 25,40 ellen, wijd 5,28 ellen, hol 3,32 ellen en alzo gemeten op 198 tonnen.
Te bevragen bij de makelaar Dirk Beth, Buitenkant no. 10 te Amsterdam.


20 februari 1838


  LC - Leeuwarder Courant

Zr.Ms. brik DE VALK, ter rede van Curaçao gestationeerd, had onlangs een tocht gedaan naar een plaats waar men bij geheugenis de Hollandse vlag nog niet gezien had, namelijk naar de Kuksche eilanden (Haïti of St. Domingo); men wilde (opm: men zegt) dat het doel dier reize was geweest, om de toestand der zoutpannen aldaar op te nemen, daar men meende dit de inrichting derzelve met vrucht in onze zoutpannen te Curaçao en Bonaire zoude kunnen worden ingevoerd. Toen de VALK Kaap Haïtien aandeed, had men er in dertig jaren geen Hollands oorlogschip gezien, en de loods dacht dat het een Frans schip was met een verkeerde vlag. Te Kaap Haïtien zag men nog de sporen der verwoestingen als: een reeks grote gebouwen zonder dak, enz. Te Port-au-Prince woonde de staf der brik een inspectie der troepen bij door de president Boyt gehouden in een nabij de stad gelegen kamp. Onder de inspectie hielden de officieren, die Mulatten waren, de sigaren in de mond, en bij het kommando ‘Plaats Rust!’ vielen alle de negersoldaten achterover in het zand.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Te koop of te huur: de scheepstimmerwerf met woonhuis, cum annex, te Kootstertille. De gegadigden kunnen zich vervoegen, bij de griffier Feringa, te Augustinga, voor 15 maart e.k; kunnende in cas van (opm: in geval van) koop, ten minsten ¾ onder het verkocht blijven uitstaan.


22 februari 1838


  ZP - Zeepost

Falmouth, 15 februari. Het schip AZIA, kapt. Doodenhen (voor wijlen kapt. Ritchie), van Batavia naar Middelburg, alhier den 4 dezer wegens tegenwind en ijs binnengelopen, is, na enige tijd voor deszelfs ankers gedreven te hebben, tot onder de wind van het schip RANGER vervallen, en vreest men, dat hetzelve, zo de wind bedaarde, op strand zou geraken, hebbende het roer reeds verloren.


  ZP - Zeepost

Falmouth, 15 februari. De schepen MERKUUR (opm: MERCUUR, zie ZP 160238 en latere berichten), kapt. Smit, van Ibrail naar Antwerpen, en DE HOOP, kapt. Mugge (opm: zie RC 020138), van Rotterdam naar Triëst, beide alhier met schade binnen en onder reparatie liggende, zijn door een zware storm in deze haven omgeslagen.


  ZP - Zeepost

In het Engels Kanaal heeft van 14 op 15 februari een allerhevigste orkaan gewoed, waardoor vele schepen zijn verongelukt en die welke schade hebben bekomen nog niet te bepalen. De oudste zeelieden herinnerden zich niet een soortgelijke orkaan bijgewoond te hebben, welke meer dan 48 uren aanhield.


  ZP - Zeepost

Door kapt. Heerma, van Bordeaux te Vlissingen gearriveerd, is gepraaid op 13 februari een smakschip tonende witte vlag met de letter D, zijnde de JOHANNA HILLEGONDA, kapt. J.D. Flik, van Petersburg naar Bordeaux, hebbende 100 dagen reis.


  ZP - Zeepost

Scilly (opm: Scilly Isles), 17 februari. De schepen TWEE GEBROEDERS, kapt. Potjewijd (opm: kof, kapt. J.K. Potjewijd, zie ook ZP 230238), van Suriname naar Amsterdam, en ZORG EN VLIJT, kapt. Berghuis (opm: tjalk, kapt. J.R. Berghuis), van Liverpool naar Rotterdam, zijn alhier op de rotsen van St. Mary verongelukt. Een gedeelte der ladingen zijn geborgen. (opm: zie ook ZP 080238, 230238, 020338, 090338 en ZZC 270238)


23 februari 1838


  ZP - Zeepost

Van de lading van het schip de TWEE GEBROEDERS, kapt. Potjewijd, van Suriname naar Amsterdam, op de rotsen van St. Mary verongelukt (opm: zie o.a. ZP 220238), zijn 60 balen katoen op de rots geborgen. Het schip is vol water en vreest men, dat hetzelve geheel weg zal zijn. De equipage is gered.


  ZP - Zeepost

Het schip ZORG EN VLIJT, kapt. Berghuis, van Liverpool naar Rotterdam, op de rotsen van St. Mary gestrand (opm: zie ZP 220238), zit bij Sampson Eiland in diep water aan de grond.


  ZP - Zeepost

De AZIA, kapt. Doodenhen (voor wijlen kapt. Ritchie), te Falmouth van voor deszelfs ankers gedreven, is volgens nader bericht van daar in dato 17 februari, na op de Wester bank het roer afgestoten te hebben, veiling in de haven gehaald.


  ZP - Zeepost

Kapt. P.J. Kerkhoven, voerende het schip (opm: fregat) ADMIRAAL TROMP, van Batavia naar Amsterdam, meldt in dato Portsmouth, 19 februari, dat hij, sedert veertien dagen met zuidooster en zuidzuidooster stormen op de gronden gekruist hebbende, die dag aldaar was binnengelopen, doordien hij door een loods het bericht ontving, dat Texel vol ijs en onderscheidene schepen in Engelse havens waren binnengelopen. Het schip en equipage waren in de beste staat.


  ZP - Zeepost

Aangaande het schip DE HOOP, kapt. J.H. Mugge, van Amsterdam (niet van Rotterdam als gemeld) naar Triëst, in de haven van Falmouth omgeslagen, wordt nog gemeld, dat hetzelve vol water gelopen en de equipage gered is. (opm: zie o.a. RC 020138 en PGC 020338).


  ZP - Zeepost

Het schip (opm: kof) GROOT LANKUM, kapt. J.O. Stuit, van Liverpool naar Amsterdam, is den 17 februari in het Engelse Kanaal masteloos, met verlies van het roer en 5 voet water in het ruim hebbende, door de equipage verlaten, die door de stoomboot GIPSEY opgenomen en te Liverpool is aangebracht. (opm: zie ook ZP 050338).


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip LISETTE CAROLINE, kapt. T.M. Gnodde (opm: waarschijnlijk kapt. Simon Mennes Gnodde), met wijn van Bordeaux naar Amsterdam, is volgens brief van Petten van den 15 februari, die dag aldaar gestrand, doch het volk gered; een zwaar anker was dadelijk, door een daartoe aangenomen bomschip met volk uitgebragt, om zo mogelijk het schip af en in Texel binnen te brengen. (opm: de kof bleef behouden, zie PGC 270238 en 020338).


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip DE TWEE GEBROEDERS, kapt. J.J. Loets (opm: buitenlander), van Bergen naar Antwerpen, is den 12 februari met verlies van een anker en touwen te Grimsby binnengelopen.


24 februari 1838


  ZP - Zeepost

Kapt. Machielsen, Zr.Ms. fregat ALGIERS, den 1 december (1837) alhier van Texel gearriveerd, heeft den 6 dito het commandement van Zr.Ms. zeemacht in de West-Indiën overgenomen.


  DC - Dordtsche Courant

Onder de wegens de vorst in Engelse havens binnengelopen Nederlandse schepen is ook de PHENOMÈNE, kapt. Hoed, thans liggende te Plymouth, die de 29 januari met veel gevaar heeft gered 34 personen van de equipage en passagiers, benevens de brievenmaal en enige vaatjes geld van de COLUMBIA, van Bombay naar London bestemd, en welk schip men heeft moeten verlaten. De kapitein en het scheepsvolk van de PHENOMÈNE genoten wegens deze redding veel onderscheiding.


  DC - Dordtsche Courant

De 14 en 15 februari heeft in het Kanaal een geweldige storm uit het O.Z.O. en Z.O. gewoed, waardor verscheidene schepen, zo in het Kanaal als aan de Sorlingseilanden (opm: Scilly Isles) en in de wateren tussen Ierland en Engeland, verongelukt zijn. Ook de AZIA, die onlangs in Falmouth binnengelopen was, is gedurende die storm driftig geworden, heeft haar roer afgestoten en is van Carrecks-roads aan de westzijde der rivier naar de oostelijke oever bij Trefusis-Point gedreven, waar het op 4½ vadem water ten anker gekomen is, en het verder gedurende de storm daar voor haar ankers gehouden heeft. De storm de 16 bedaard zijnde, is de AZIA in diep water gehaald. Het kofschip de HOOP van deze stad, en de Belgische brik MERCUUR zijn in de haven Falmouth gestrand, en moeten vol water gelopen zijn, waardoor de suiker, die in de HOOP, geladen was, weg zal zijn.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 20 februari. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip PLEIADES, kapt. P. Berg, met een passagier, vertrokken van China de 29e januari.


26 februari 1838


  ZP - Zeepost

Texel, 24 februari. Het schip (opm: galjoot) NEERLANDS WELVAREN, kapt. O. Hanssens, den 19 dezer alhier gearriveerd van Bordeaux, heeft bij het binnenkomen van het Nieuwe Diep de boeg beschadigd.


  ZP - Zeepost

Volgens bericht van kapt. Kramer, voerende het schip de AMSTEL (opm: brik, kapt. V.H. Kramer), den 22 januari van Amsterdam te Boston (opm: V.S.) gearriveerd, had dezelve op de reis veel storm doorgestaan en daarbij door stortzeeën twee man der equipage en boten verloren en meer andere schade bekomen.


  ZP - Zeepost

Volgens bericht van Dover in dato 22 februari was de lading van het schip (opm: hoeker) de NEDERLANDER, kapt. C. Hofker, van Suriname naar Amsterdam, den 14 dito aldaar lek binnengelopen, nog niet gelost en moest men gestadig pompen om het schip lens te houden. (opm: zie o.a. ZP 200338).


  ZP - Zeepost

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Montevideo en Buenos Ayres via Kaap Verdische Eilanden het nieuw gebouwd Nederlands gekoperd barkschip SNELHEID, kapt. K.P. Haasnoot.
Adres ten kantore van Hudig & Blokhuyzen te Rotterdam en B.J. van Hengel alhier.


27 februari 1838


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Een à twee scheepstimmerknechten, hun werk verstaande, kunnen dadelijk vast werk bekomen bij de scheepstimmerbaas R.D. Noorderwerf, te Woudsend.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Naar Batavia zal kort na open water vertrekken het snelzeilend tweedeks fregatschip NEERLANDS INDIË, kapt. J.G. Veening. Passagiers, van de bijzonder gunstige gelegenheid, welke dit schip daartoe heeft, voor de overtocht naar Java wensende gebruik te maken, of iemand goederen te laden hebbende, gelieven zich te adresseren bij de cargadoors Hoyman & Schuurman te Amsterdam.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Na wederopening der scheepvaart zal ten spoedigste naar Batavia vertrekken het nieuw gebouwd en gekoperd Nederlands tweedeks barkschip JAN PIETERSZ. KOEN, kapt. P. van Duivenbooden, liggende te Rotterdam. Personen of familiën van deszelfs welingerichte kajuit wensende gebruik te maken of goederen te verschepen hebbende, gelieven zich in tijds aan te melden te Rotterdam bij Kuyper, Van Dam & Smeer en Hudig & Blokhuyzen, en te Amsterdam bij F. der Kinderen, De Vries & Co. en Hoyman & Schuurman.
(opm: eerste reis van dit nieuwe schip).


  ZP - Zeepost

Zr.Ms. fregat BELLONA, kapt. Arriens, aan boord hebbende Z.K.H. Prins Willem Frederik Hendrik, en Zr.Ms. brik DE SNELHEID, luit. H. Ferguson, zijn den 9 oktober (1837) van Batavia en Riouw te Singapore gearriveerd en den 11 dito door Straat Malacca naar Calcutta vertrokken. (opm: zie LC 080538)


  ZP - Zeepost

Volgens brief van kapt. J. Hilbrands, voerende het schip (opm: bark) JULIA, van Suriname den 25 februari in Texel binnen, heeft hij gedurende de reis veel stormen doorgestaan en in het bijzonder op de gronden buiten het Kanaal, alwaar hij van den 14 op den 15 dezer een orkaan uit het zuidoosten heeft gehad, waardoor de verschansingen gedeeltelijk weggeslagen zijn, en meer dan gewoonlijk moest pompen. Vele naden van boven op het dek waren ontzet, waardoor hij veronderstelde het water doorgedrongen moest zijn en enige schade aan de lading toegebracht. Na die tijd was het schip wederom zo dicht als te voren, zo dat het van onder niet mankeerde.


  DC - Dordtsche Courant

In ons vorig nummer is, ten aanzien van het schip de HOOP, kapt. Mugge, van deze stad, abusievelijk gemeld, dat, ten gevolge van het omslaan en vol water lopen in de haven van Falmouth, de suiker, die er in geladen was, weg zou zijn. Gemeld schip, vroeger, op de reis van Amsterdam naar Triëst, in Falmouth met schade binnengelopen, had deszelfs lading gelost om te repareren, en was bij het laatste ongeluk ledig.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Londen, 20 februari. Tussen den 14 en 16 dezer heeft er in het Kanaal een hevige storm uit het zuidoosten gewoed. Onderscheidene schepen zijn daardoor gestrand en vernield, onder welk genoemd worden de Nederlandse kof DE HOOP (opm: kapt. J.H. Mugge, zie echter ZZC 060338), de TWEE GEBROEDERS, van Suriname naar Amsterdam bestemd, en de ZORG EN VLIJT, kapitein Borghuis (opm: tjalk, kapt. J.R. Berghuis), op zijn reis van Liverpool naar Rotterdam. (opm: zie o.a. ZP 220238).


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Volgens brief van kapt. T.M. Gnodde (opm: waarschijnlijk kapt. Simon Mennes Gnodde), voerende het schip LISETTE CAROLINE, van Bordeaux naar Amsterdam bij Petten gestrand (opm: zie PGC 230238), in dato den 18 februari, was het schip de vorige avond af, na een anker en het roer uitgehaald te hebben, hetwelk echter met grote moeite weder ingehangen was en niet mogelijk zijnde in Texel binnen te komen, bij de derde ton ten anker gebragt; ofschoon slechts zeer weinig lek zijnde, kunnende met één pomp lensgehouden worden, had men het volk van een schooijersschuit tot pompen aan boord gehouden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De schepen HENDRIKA ELISABETH (opm: brik HENDRICA ELISABETH), kapt. A. Riedijk, van Smirna naar Rotterdam en MARGINA (opm: kof), kapt. J.P. Boer, van Oleron naar Amsterdam, zijn den 13 te Douvres binnengelopen; het eerste met verlies van zeilen en schade aan het roer.


28 februari 1838


  ZP - Zeepost

Van Suriname zouden vertrekken de schepen WEST INDIEN (opm: galjoot WEST INDIË), kapt. J.J. Boon, op 12 januari naar Amsterdam; EQUATOR (opm: brik), kapt. J. van der Kolff, in het laatst van januari naar Rotterdam; AGENORIA opm: (brik), kapt. van der Kolff, eveneens in het laatst van januari naar Middelburg, en ANTHONIA, kapt. Speelman (opm: kof ANTONIA, kapt. E. Speelman), begin februari naar Amsterdam.


  ZP - Zeepost

Volgens brief van kapt. G.J. Cushman, voerende het Amerikaanse brikschip LOUISA, van New York naar Amsterdam gedestineerd, in dato 27 februari, was dezelve sedert twee dagen voor anker liggende bij Kijkduin, hebbende wegens het vele drijfijs niet kunnen binnenkomen, doch hoopte de volgende dag daarin te kunnen slagen. (opm: zie ook ZP 010338)


  ZP - Zeepost

Volgens rapport van kapt. De Ruyter, voerende de brik PRESIDENT, van Port au Prince naar Antwerpen, den 18 februari te Falmouth binnengelopen, had hij den 3 februari op 43º56’ NB 34º05’ WL gepraaid de Nederlandse schoener (opm: schoenergaljoot) MARGARETHA, kapt. H.G. Henrichs, 49 dagen reis hebbende van Havana naar Rotterdam, hebbende in een hevige storm van 21 januari beide masten, boegspriet en deklast verloren. Het schip was echter niet lek, en aan boord alles wel. Kapt. De Ruyter had dezelve van water, provisie, enz. voorzien en verliet de bodem nadat men een noodmast opgezet had, ten einde zo mogelijk te Falmouth binnen te lopen. (opm: zie ZP 020338).


  JC - Javasche Courant

Batavia, 25 februari. Gisteren is hier aangekomen de Nederlandse bark HENRIËTTE CLASINA, kapt. H. Blokziel, vertrokken van Amsterdam de 6e november.
Heden is hier aangekomen de dito brik ELIZA, kapt. S.G. Molenaar, vertrokken van Rotterdam de 15e november.


01 maart 1838


  ZP - Zeepost

Het schip ERASMUS, kapt. Macks (opm: brik, kapt. P.F. Marks), ligt sedert 5 november te Batavia met bestemming naar Cowes.


  ZP - Zeepost

Het schip (opm: hoeker) JONGE ARIE, kapt. L. Hus, is op den 9 januari te Suriname gearriveerd van Amsterdam. Het schip (opm: kof) WILHELMINA FREDERIKA, kapt. J.H. Bodeman, is op 19 december van Suriname naar Curaçao vertrokken. De schepen SURINAME (opm: fregat), kapt. R. van der Mey, en DRIE GEBROEDERS (opm: bark), kapt. S.IJ. Parma, zouden ultimo februari van Suriname vertrekken, beide naar Amsterdam gedestineerd.


  ZP - Zeepost

Nieuwediep, 28 februari. De LOUISE, kapt. J.G. Cushman, van New York komende – zie ons nommer van de 28e februari – is heden tot aan Den Helder geweest, echter wegens het ijs genoodzaakt weder terug te keren. Heden avond is de haven vrij van ijs en dus hoop, dat er morgen geen verhindering zal zijn om binnen te komen. Hetzelve ligt thans aan de uiterste ton ten anker.


  DC - Dordtsche Courant

Volgens de berichten van Batavia was kapt. Vogelsang, voerende het brikschip de DANKBAARHEID, van deze stad, hetwelk de 13 april van verleden jaar van hier over New York naar Oost Indië vertrok, in het begin van oktober te Batavia aangekomen en had de 26 van daar de reis naar China aangenomen.


02 maart 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Nieuwediep, 28 februari. Het schip DE LEMMER, kapt. Johannes Tammes, zou de 1e maart van Livorno naar Amsterdam vertrekken.


  AH - Algemeen Handelsblad

Het schip de GOEDE HOOP, kapt. Remmelt Steffens Pinksterboer, van Bordeaux naar Amsterdam, lag volgens brief van Den Helder van de 27e februari bij de uiterton van het Texelse zeegat ten anker.


  ZP - Zeepost

Gepraaid op 5 februari op 44º NB 27º WL een Nederlands galjoot met noodmasten, misschien het schip MARGARETHA, kapt. Henrichs, van Havana naar Rotterdam (opm: zie volgend bericht en ZP 280238).


  ZP - Zeepost

Texel, 1 maart. Heden arriveerde alhier het schip MASON BARNEY, kapt. J. Budd, van New York, aan boord hebbende de equipage van de MARGARETHA (opm: schoenergaljoot), kapt. H.G. Henrichs – zie ons nummer van de 28e februari – (opm: zie ook ZP 030338) – van Havana naar Rotterdam gedestineerd.


  ZP - Zeepost

Het schip (opm: fregat) CANTON, kapt. D.G. Niesen, is den 13 oktober 1837 van Batavia naar Sourabaya vertrokken en zoude in het begin van november de reis naar Rotterdam aanvaarden.


  ZP - Zeepost

Van Suriname zouden vertrekken, allen met bestemming naar Amsterdam: op 5 februari de schepen JONGE WILLEM, kapt. Van Medevoort (opm: pink, kapt. G. van Meedevoort), en CONCORDIA, kapt. Diets (opm: galjoot, kapt. J.D. Dietz); op 6 dito de SUSANNA MARIA, (opm: driemaster) kapt. C. Spiegelberg, en op 14 dito de SNELHEID, kapt. Wessels (opm: schoener, kapt. C. Wessels).


  ZP - Zeepost

Het schip NEDERLANDER, kapt. C. Hofker, van Suriname naar Amsterdam, den 14 februari te Douvres (opm: Dover) lek binnengelopen, was volgens bericht in dato 25 februari bezig de lading beschadigd te lossen. (opm: zie o.a. ZP 200338)


  ZP - Zeepost

De lading van het schip (opm: tjalk) ZORG EN VLIJT, kapt. J.R. Berghuis, van Liverpool naar Rotterdam, bij Scilly gestrand (opm: zie o.a. ZP 220238), is gedeeltelijk beschadigd geborgen. Het schip is verbrijzeld.


  ZP - Zeepost

Volgens bericht van Scilly in dato 19 februari, was de katoen (67 balen) van het aldaar gestrande schip (opm: kof) de TWEE GEBROEDERS, kapt. J.K. Potjewijd, van Suriname naar Amsterdam gedestineerd geweest, geborgen, doch de lading suiker zal geheel weg zijn. Het wrak van het schip zat nog op de rotsen. (opm: zie o.a. ZP 220238)


  ZP - Zeepost

De schepen (opm: fregatten) MARIA, kapt. J.J. Remkes, en ADMIRAAL TROMP, kapt. P.J. Kerkhoven, beide van Batavia naar Amsterdam, waren den 24 februari te Portsmouth gereed om met de eerste gunstige wind de reis te vervolgen.


  ZP - Zeepost

Suriname, 4 januari. In het gepasseerde jaar 1837 zijn alhier uit Nederland gearriveerd 81 schepen en van hier naar Nederland uitgeklaard 68 schepen, dewelke als lading hebben uitgevoerd:
Suiker: 18.194 vaten, wegende 24.086.664 ponden.
Hele koffij: 127 vaten en 10.204 balen, wegende 1.715.187 ponden.
Gebroken koffij: 94 vaten en1.922 balen, wegende 567.398 ponden.
Schone katoen: 2.852 balen, wegende 928.620 ponden.
Vuile katoen: 155 balen, wegende 52.015 ponden.
Cacao: 608 balen, wegende 84.538 ponden.
Indigo: 8 kisten, wegende 783 ponden.
Tonkabonen (opm: aromatische, zwartbruine, gerimpelde, glanzige zaden van de tonkaboom, waarmee men destijds snuiftabak geurig maakte): 1 kist en 3 vaten, wegende 1.143 ponden.
Loänger Tétei: 1 vat.
Hout: 678 pieces van onderscheidene soorten.
Maderawijn: 44 hele,19 halve, 44 kwart delen en 6 achtste pijpen.
Rum: 25 punchons en 64 vaten.
Oud koper: 18.851 ponden.
Oud tin: 1.485 ponden.
Metaal: 3 kisten, wegende 590 ponden.
Huiden: 2 vaten en 113 stuks.
Vislijm: 10 kisten en 1 vaatje.
Arraroet: 8 kisten.
En in hetzelfde tijdvak zijn vertrokken naar Noord Amerika 35 schepen, hebbende als lading medegenomen 5.043 vaten melassie, inhoudende 535.046 gallons.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Onder de wegens de vorst in Engelse havens binnengelopen Nederlandse schepen, is ook de PHÉNOMENE (opm: fregat), kapt. F.P. Hoed, thans liggende te Plymouth, die den 29 januari met veel gevaar, in de Spaanse Zee, heeft gered 34 personen van de equipage en passagiers, waaronder zeer aanzienlijke personen, benevens de brievenmaal en enige vaatjes goudgeld van de COLUMBIA, van Bombay naar Londen bestemd, welk schip in zinkende staat was, en men heeft moeten verlaten. De kapitein en het scheepsvolk van de PHÉNOMENE genoten, wegens deze redding, in Engeland veel onderscheiding. (opm: zie ZP 190238 en ZP 020538)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Kapt. T.M. Gnodde (opm: waarschijnlijk kapt. Simon Mennes Gnodde), voerende het schip LISETTE CAROLINE, van Bordeaux naar Amsterdam, in het Nieuwe Diep binnen, meldt van daar de 21 februari, dat hij deszelfs stranding te Petten (opm: zie PGC 230238) de equipagie niet gered en hetzelve geenzins daardoor verlaten geworden was, zijnde het schip door dezelve met behulp van de aangenomen bom, sloep en 13 manschappen weder af en in Texel binnengebragt; de bekomen lekkagie scheen te verminderen, zijnde ook het laatste gedeelte der lading weder ingenomen en de schooijersschuit afgedankt.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De schepen MERCUUR, kapt. J.F.P. Smit (opm: Belgische vlag), van Ibrail naar Antwerpen en de HOOP (opm: kof), kapt. J.H. Mugge, van Amsterdam naar Triëst, beide te Falmouth binnen, zijn volgens brief van daar van den 15 februari die dag bij hevige storm driftig geworden en in de haven omgeslagen, doch het volk gered; het laatste was van een nieuwe zinken huid voorzien geworden en gereed om de lading weder in te nemen (opm: zie ZP 160238 en 230238, PGC 130338, ZP 210338).


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip (opm: tjalk) ZORG EN VLIJT, kapt. J.R. Berghuis, van Liverpool naar Rotterdam te St. Marys op de Scilly-eilanden binnen, is volgens brief van daar van den 15 februari, van de rede weggeslagen en op de rotsen van Sampsons-eiland (opm: Samson-eiland) gestrand, doch de equipage gered; men hoopte een gedeelte der lading te zullen bergen (opm: zie o.a. ZP 220238).


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip de TWEE GEBROEDERS, kapt. J.K. Potjewijd, van Suriname naar Rotterdam, is volgens brief van St. Marys op de Scilly-eilanden, van den 15 februari, die nacht op de rotsen van dat eiland gestrand en gebarsten, doch het volk gered; het wrak zat vol water en zou vermoedelijk geheel weg zijn, van de lading waren omstreeks 60 balen katoen op de rotsen geworpen en zouden waarschijnlijk, ofschoon beschadigd geborgen worden (opm: zie o.a. ZP 220238 en PGC 160338).


03 maart 1838


  ZP - Zeepost

Te Curaçao is op 30 december gearriveerd van Suriname het schip (opm: kof) WILHELMINA FREDERIKA, kapt. J.H. Bodeman. Het zoude den 20 januari weder naar Suriname vertrekken.


  ZP - Zeepost

Volgens brief in dato Nieuwe Diep 2 maart is van het aldaar liggende schip (opm: bark) CATHARINA JOHANNA, gevoerd door kapt. J.E. Schneebeke, van Batavia naar Amsterdam, den 1 dito door zware ijsgang het roer geheel gebroken. Het schip is echter dicht.


  ZP - Zeepost

Volgens brief uit Rotterdam in dato 2 maart is aldaar bericht ontvangen van kapt. Henrichs, gevoerd hebbende de schoener-galjoot MARGARETHA, van Havana naar Rotterdam gedestineerd, dat hij den 11 februari l.l. op de hoogte der Azorische eilanden gedurende een felle orkaan zijn schip verloren had (opm: zie o.a. ZP 020338). Kapitein en equipage zijn door kapt. J. Budd, voerende de bark MASON BURNEY, gered en op Texel aangebracht.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 1 maart. De 27e februari is hier aangekomen het Nederlandse schip PRINCES MARIANNE, kapt. A. Plug, met 14 passagiers, vertrokken van Rotterdam de 9e november.
Heden is hier aangekomen het dito schip IJSTROOM, kapt. A.F. Oosterloo, met 3 passagiers, vertrokken van Amsterdam de 6e november.


05 maart 1838


  ZP - Zeepost

Van Dublin wordt van den 26 februari gemeld, dat langs de gehele kust een menigte wrakhout, waaronder ook dat van een Nederlands galjoot, is aangespoeld. Te Bray Point is een gedeelte van een spiegel, benevens enige geharpuisde planken aan strand gedreven, en te Wicklow het roer van een vermoedelijk Nederlandse boot, aan welks einde, zo ver men zien kon, enige vergulde letters, grotendeels onleesbaar, het woord Harlingen stond en een bordje met de naam Jan O. Stuit. Ook meldt men van daar in dato 28 dito, dat bij Bray Head aan strand gedreven en opgevist is de zijde en een gedeelte van een half dek, waarschijnlijk afkomstig van het de 7e februari in het Iersche Kanaal in zinkende staat door het volk verlaten Harlinger schip GROOT LANKUM, kapt. J.O. Stuit, van Liverpool naar Amsterdam (opm: zie ZP 230238).


  ZP - Zeepost

Het schip DE HOOP, kapt. Mugge, van Amsterdam naar Triest, in de haven van Falmouth omgeslagen. is volgens brief van daar in dato 26 februari, opgericht en ligt bij het basinhoofd ten anker. (opm: zie o.a. RC 020138 en ZZC 060338)


06 maart 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Het schip AVENTURE, kapt. Lams, van Havana naar Rotterdam (te Oostende binnen) zou den 4de maart de reis voortzetten. (opm: zie RC 160138; het vertrek moest worden uitgesteld wegens zware ijsgang in de Nederlandse wateren)


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Volgens bericht uit Falmouth, van den 24 februari, was het schip DE HOOP, kapt. J.H. Mugge, hetwelk in de storm van den 15 dier maand omgeslagen en vol water gelopen was (opm: zie ZZC 270238), den 23, na zeer veel moeite en bezwaren, weer overeind en op een veilige plaats gebracht; het schip, vertrouwde men, zou weinig geleden hebben, doch van het tuigage enz. was een gedeelte verloren geraakt en beschadigd.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip (opm: fregat) PRESIDENT SCHIMMELPENNINCK, kapt. A. Nannings, 120 dagen reis hebbende van Batavia naar Amsterdam, is den 20 februari te Cowes binnengelopen.


07 maart 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Amsterdamsche Stoomboot Maatschappij, stoomvaart tussen Amsterdam en Hamburg, in correspondentie met Lübeck en St. Petersburg. Dadelijk na open water zal het stoomschip de BEURS VAN AMSTERDAM, kapt. J.H. Savert, deze vaart wederom voor dit jaar op de gewone wijze openen en vervolgens geregeld voortzetten als volgt: van Amsterdam de 5e,15e en 25e van iedere maand, van Hamburg de 10e, 20e en 30e van iedere maand.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ op maandag de 5e maart 1838: het tjalkschip de EENDRAGT, gevoerd door wijlen schipper W.R. Reiningh: NLG 1.155, in slag NLG 100. Koper: Jan Corver. (opm: zie AH 140238; sinds 1823 uit de binnenvaart; naam van koper achter makelaar Corver onbekend)


  JC - Javasche Courant

Advertentie. NLG 28 à NLG 30.000 benodigd op bodemarij op het Franse schip NEPTUNE, kapt. Salaun, liggende te Soerabaija en te bevragen alhier bij P. Suermondt & Co. (opm: het Franse schip NEPTUNE, kapt.C.F.J. Salaun, is de 8e april van Soerabaija naar Havre vertrokken)


  JC - Javasche Courant

Batavia, 6 maart. Het Nederlandse schip INDIAAN, kapt. J. Christensen, is heden van hier naar Indramaijoe vertrokken. (opm: zie JC 100138, verkocht aan een reder te Batavia en mogelijk omgetuigd tot fregat; schip betekent in de zeetijdingen van de JC fregat)


08 maart 1838


  ZP - Zeepost

Straat Sunda passeerden: den 7 november 1837 het schip (opm: brik) ERASMUS, kapt. P.F. Marks, van Batavia naar Rotterdam, en den 12 november de schepen ROTTESTROOM (opm: brik), kapt. B.H. Kuiper, van Batavia naar Rotterdam, ABEL TASMAN (opm: fregat), kapt. H. Zeylstra, van Batavia naar Amsterdam, en VROUW JOHANNA ELISABETH (opm: bark), kapt. Bonn, van Batavia naar Rotterdam.
Te Batavia arriveerden, onder meer andere (opm: buitenlandse) schepen, den 10 november het schip VEREENIGING, kapt. Herman, van Samarang, den 12 dito VROUW MARIA, kapt. Kley, van Pekalongang, den 13 dito HELENA, kapt. Blom, den 6 augustus van Amsterdam herwaarts vertrokken, en de KONING DER NEDERLANDEN, kapt. Van Barneveld Kooy, den 20 juli van Amsterdam herwaarts vertrokken. Den 14 november arriveerden de schepen JAVA’S WELVAREN, kapt. Van Delden, den 5 augustus van Amsterdam vertrokken, JACOB CATS, kapt. Van der Linden, den 6 augustus van Rotterdam vertrokken, en WALCHEREN, kapt. Bart, van Amsterdam, laatst van New York. Den 15 november arriveerden de schepen STAD SCHIEDAM, kapt. De Boer, op 6 augustus van Rotterdam herwaarts vertrokken, en ANNA EN LOUISA, kapt. De Jong, den 20 juli van Amsterdam vertrokken. Den 18 november arriveerde te Batavia het schip STAD DORDRECHT, kapt. Van Nassau, den 26 juli van Rotterdam vertrokken, en den 20 dito arriveerde de DE COCQ, kapt. Schuth, op 26 juli van Rotterdam vertrokken, terwijl den 21 november het schip NEPTUNUS, kapt. Van Duin, alhier van Amsterdam arriveerde, zijnde den 7 augustus van Amsterdam vertrokken.
Ter rede van Batavia lagen onder meer anderen de reeds voor den 15 november gearriveerde schepen MARGARETHA CATHARINA, kapt. J.H. Schippers, van Calcutta (opm: zie JC 011137), SUMATRA, kapt. Joosens (opm: een Nederland-Indische bark, kapt. R. MacIver, zie JC 020538 en 220838), van Padang, BATAVIA, kapt. Pronk, van Soerabaya, ZEEUW, kapt. Ter Hofstede, van Soerabaya, en ONDERNEMING, kapt. Dekker, eveneens van Soerabaya.


09 maart 1838


  ZP - Zeepost

Volgens brief in dato Oporto 15 februari van kapt. J.C.R. Fonck q.q., voerende het schip MERCURIUS, van Amsterdam, was hij de 5 dito aldaar binnengekomen, na gedurende 22 dagen met de loodsen van de baar aan boord, reeds voor de baar gekruisd te hebben. Hij had alle dagen storm en slecht weder gehad en enige schade aan tuigage en zeilen bekomen.


  ZP - Zeepost

Het wrak van het schip (opm: kof) TWEE GEBROEDERS, kapt. J.K. Potjewijd, bij Scilly gestrand, is publiek verkocht geworden. (opm: zie o.a. ZP 220238)


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Nadat in de Benedenrijn zaterdag namiddag een vak ijs voor de stad Arnhem was weggedreven, is hedennamiddag een verdere ijskruiïng gevolgd, welke, na enige tijd gebroken te zijn, zich dezelfde nacht heeft hervat.
Het vloedwater van de dijkbreuken boven Rees breidt zich meer en meer uit en overstroomt meer en meer gemeenten, zoals Westervoort, Zevenaar, Drempt en andere laag gelegene, waarover dit water zich naar de IJssel en Benedenrijn uitloost.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De directie van de Nederlandsche Stoomboot Maatschappij maakt bekend, dat het stoomschip de BATAVIER, kapt. D. Dunlop, deszelfs dienst tussen Rotterdam en Londen zal hervatten, van Rotterdam dinsdag de 13 maart des morgens ten 11 ure, en dezelve zal voortzetten van Londen elke zondag en van Rotterdam elke dinsdag.
Ten gevolge van het tractaat, tussen dit rijk en Engeland gesloten, kunnen thans ook met dit schip alle goederen van hier naar Londen worden verzonden zonder enig bezwaar op inkomende rechten te Londen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Aangaande het schip de TWEE GEBROEDERS, kapt. J.K. Potjewijd, van Suriname naar Amsterdam, op de Scilly-eilanden gestrand (opm: zie o.a. ZP 220238), wordt van daar van den 19 Februari gemeld, hetzelve op de rotsen den bodem uitgestoten heeft; van de lading was al de katoen, ten getale van 67 balen beschadigd geborgen, doch de suiker geheel weg.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip ZORG EN VLIJT, kapt. J.R. Berghuis, van Liverpool naar Rotterdam, mede bij de Scilly-eilanden gestrand (opm: zie o.a. ZP 220238), is volgens brief van daar van den 19 februari, gebarsten; de inventaris en de lading zouden ofschoon gedeeltelijk beschadigd geborgen worden.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notarissen J. Albarda, Hz, en A. Lijcklama, beide te Leeuwarden, zullen, op maandagen den 19 maart en 2 april 1838, telkens des namiddags ten 4 ure, ten huize van Rinze Brouwer, kastelein in het Schippershuis op het Zuidvliet te Leeuwarden, publiek tegen genot van strijk en verhoog gelden, presenteren te verkopen: een schuiteschip of tjalk, van ouds de JONGE WIERD, thans genaamd de VROUW ANNA, zijnde lang 17 el en 56 duim, wijd 3 el en 10 duim, en hol 1 el 61 duim, met zeil, treil, ankers, touwen en verder toebehoren, zodanig als hetzelve is liggende in de stadsgracht, aan de Grachtswal, voor de door Mevrouw de weduwe Cats bewoonde huizinge. Dadelijk na finale toewijzing te aanvaarden, en inmiddels uit de hand te koop; te bevragen bij Marten Harkes Smits, koopman in de Schrans onder Huizum, no. 115.
Conditiën te vernemen en biljetten te bekomen ter kantore van voornoemde notarissen.


10 maart 1838


  ZP - Zeepost

De Nederlandse Zuidzeevisser PROSERPINA, kapt. Smidt, van Rotterdam naar de Zuidzee, is in het begin van oktober (opm: 1837) gepraaid op 60º ZB, met 900 vaten olie.


  ZP - Zeepost

Volgens brief van Rotterdam in dato 9 maart is het schip de NEDERLANDSCHE NIJVERHEID, kapt. Pot, bij het aankomen te Sourabaya door het onweder in het tuig getroffen. Niemand der equipage is gekwetst, doch het schip heeft schade aan stengen en ra’s bekomen.


  DC - Dordtsche Courant

Volgens bericht van kapt. J. van der Linden, uit Batavia van 15 november, was hij aldaar daags tevoren met zijn schip JACOB CATS van deze stad, in de beste staat aangekomen, hebbende juist 100 dagen reis, en zou de 17 november naar Passarouang vertrekken om aldaar te laden. De HELENA, kapt. Blom, en JAVAAS WELVAREN, kapt. Van Delden, die daags voor de JACOB CATS uit het vaderland zeilden, zijn, de eerste de 13 en de laatste enige uren na kapt. Van der Linden, ter rede van Batavia aangekomen. Van de tegelijk met, of kort voor hem uit het vaderland gezeilde schepen heeft kapt. Van der Linden wijders nog ontmoet, te weten: de 10 augustus de STAD SCHIEDAM, kapt. De Boer, die toen 7 dagen bijbleef; de 17 en 27 dito de JOHANNA ELISABETH, kapt. Bonn; de 29 dito en de 9 september de STAD DORDRECHT, kapt. J. van Nassau. Met laatstgemeld schip zeilde hij van 9 september op 2° NB 25°30’ WL, tot de 19 dito op 21° ZB 32° WL samen, doch verloor hem toen uit het gezicht.
De berichten van Batavia tot 22 november, heden alhier ontvangen, berichten voorts, dat ook de STAD DORDRECHT, kapt. J. van Nassau, des namiddags ten 2 ure van de 18 dier maand ter rede van Batavia aangekomen is, alles wel aan boord, en de 22 naar Sourabaya is verzeild om aldaar te laden. De STAD SCHIEDAM, kapt. De Boer, was de 15 te Batavia aangekomen.


 OHC - Opregte Haarlemsche Courant

Te Helvoet is binnengelopen L’AVENTURE (opm: brik), kapt. Lams, van Havana.


  JC - Javasche Courant

Volgens berichten van Ampenan (eiland Lombok) is de Nederlandse schoener MARIA FREDERIKA, kapt. J. Gregory, bestemd naar China, op den 9 oktober j.l. (opm: 1837) bij de noordoosthoek van Balie door twee roversvaartuigen aangerand en genomen geworden. Een tot gemelde schoener behoord hebbende mandoor (opm: bootsman), een inlandse matroos en een Chinees, middel gevonden hebbende uit handen der rovers te ontsnappen, waren te Bima, van waar de bovengemelde tijdingen afkomstig zijn, aangekomen, verhalende voorts, dat de roversvaartuigen ten anker lagen bij het eiland Satonda, op de kust van Sumbawah, toen zij dezelve hebben verlaten en dat de gezagvoerder van de bovengemelde schoener zich nog in handen der rovers bevond. (opm: zie ZP 151038 en JC 140340)


12 maart 1838


  ZP - Zeepost

Het schip de VROUW CATHARINA, kapt. T. Lange (opm: kof, kapt. Thomas Lange), van Suriname naar Amsterdam, is volgens brief van Falmouth van den 7 maart, den 16 februari op 43º NB 15º WL masteloos, lek en met verlies van roer door het volk verlaten geworden, hebbende den 21 januari een zware storm doorgestaan en door een stortzee de masten, boegspriet en alles van dek verloren en 4 à 5 voet water in het ruim bekomen. De lading was, door gedurig het schip lens te houden, geheel weg gepompt. De kapitein, stuurman en vier matrozen zijn met het schip HOPE, kapt. Coombes, van Calcutta, te Falmouth aangebracht. De overige equipage is door het Amerikaanse schip JOHN DUNLOP gered. (opm: zie ook ZP 180538).


  ZP - Zeepost

Het schip FREDERIK, kapt. Bunning, van St. Ubes (opm: Setubal) naar Libau (opm: Liepaja), is volgens brief van Dundee in dato 3 maart, de vorige dag masteloos in Tees Baai binnengebracht.


13 maart 1838


  ZP - Zeepost

De schoener-kof EDAMS WELVAREN, kapt. J. Meyer – zie ons nommer van de 12e februari j.l. – is den 3 januari van St. Eustatius te St. Thomas gearriveerd en zoude aldaar gedeeltelijk lossen om een nieuwe inspectie te ondergaan.


  AH - Algemeen Handelsblad

Smyrna, 2 februari. Het Nederlandse brikschip HESPERUS, kapt. P. Schackel, zal waarschijnlijk in het begin der toekomende week deszelfs reis naar Amsterdam aannemen.


  AB - Avondbode

Rotterdam, 9 maart. Het schip de AVONTUUR (opm: brik AVENTURE), kapt. Lams, gister van de Havana binnen, brengt 704 kisten suiker mede.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen. Binnengekomen den 7 maart 1838 de schoenerschepen HOPE, kapt. W. Cousins, LIVELY, kapt. S.H. Finch, en FLORA, kapt. J. Manning, alle drie van Londen.
Uitgezeild den 6 maart de kofschepen MARTHA ALIDA, kapt. K.H. Plukker, naar Newcastle en HZ, kapt. S.K. de Vries, naar Liverpool, de schoenerschepen THE FAME, kapt. S. Holeman en FRIENDS, kapt. J. Manning, beide naar Londen. Den 9 dito het smakschip HET TOEVAL, kapt. H.H. Ebes, naar Dundee.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Publieke Verkoping. R. Bloembergen Santee, deurwaarder bij de rechtbank te Leeuwarden, zal, op maandagen den 19 maart 1838, provisioneel, en de 26 daaraanvolgende, bij de finale toewijzing, telkens des namiddags 4 ure, ten huize van Siersma, logementhouder in de Zon bij de Ducomartenapijp op de Nieuwstad te Leeuwarden, bij strijk en verhoog gelden, verkopen: een overdekt tjalkschip, genaamd de JONGE WYTZE, groot 23 tonnen, met staand en lopend want, en al hetgeen wijders tot een weluitgeruste tjalkschip is behorende inventaris, bevaren wordende door J.O. Dalstra en liggende in het Ruiterskwartier, tegen over de stal van de heer Salverda, alwaar hetzelve is op de verkoopdagen is te bezichtigen, en tweemaal 24 uren na de finale toewijzing te aanvaarden.
(opm: LC 230338 berichtte dat op 19 maart op hetzelve geboden is NLG 301)


14 maart 1838


  ZP - Zeepost

Zr.Ms. transportschip WILLEM FREDRIK HENDRIK, onder commando van de luit.t.zee Van der Hart, is den 7 januari van Hellevoetsluis te Suriname gearriveerd.


  AH - Algemeen Handelsblad

Volgens brief van Havana in dato 5 februari zou het schip TRITON, kapt. J.H. Jasen (opm: mogelijk Jansen) de 7e dito naar Matanzas vertrekken om aldaar de verdere lading voor Amsterdam in te nemen.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 12 maart. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip ELISABETH ANTHONIA, kapt. S.H. Veer, vertrokken van Dordrecht de 16e november.


15 maart 1838


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, Aan deze stad is gearriveerd het schip ZEELUST, kapt. D.J. Mik, van Newport, met ijzer.


16 maart 1838


  ZP - Zeepost

Het schip (opm: fregat) KONINGIN DER NEDERLANDEN, kapt. P. Sipkes, den 14 dezer van Batavia ter rede van Hellevoetsluis gearriveerd, is met het naar binnen zeilen op het Pampus aan de grond geraakt, doch heden morgen, na een lichter met koffij gelost te hebben, er af en over het Pampus ten anker gekomen. Gemelde lichter is echter heden nacht met het onder zeil gaan insgelijks op strand geraakt en men is thans bezig de koffij met wagens te Hellevoetsluis aan te voeren.


  ZP - Zeepost

Het schip VROUW MARIA, kapt. Kley, van Batavia naar Rotterdam, is den 4 december op 15º ZB 83º OL gepraaid met verlies van voorsteng, boven-fokkemast en kluiverboom. (opm: zie ZP 190338).


  AH - Algemeen Handelsblad

Kapt. H.H. Zeijlstra, voerende het schip ABEL TASMAN, van Batavia in Texel binnen, heeft de 29e november bij Anjer in Straat Sunda gepraaid het schip ANTHONY, kapt. Geyt voor wijlen kapt. F. Mattheysen, met troepen van Batavia naar Padang.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

’s Gravenhage, 13 maart. Z.M. heeft aan commissarissen en directeuren der Rijn- en IJssel Stoomboot Maatschappij concessie verleend tot het aanleggen van een geregelde stoombootdienst, voor de overbrenging van personen en goederen van Amsterdam naar Kampen, en van daar over de IJssel naar Arnhem en terug. Aan de raad der stad Kampen is bereids door hoogstdeszelve autorisatie verleend tot het doen van een geldlening van 50.000 gulden, om van stadswege te strekken in de oprichting van deze maatschappij.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Het water op onze rivieren is sterk vallende, hetwelk ook het gelukkig gevolg heeft, dat het inudatiewater van de doorbraken te Rees, hetwelk een gedeelte van Gelderland en Overijssel, aan de rechteroever van de IJssel heeft overstroomd, reeds den 10 sterk verminderd was. (opm: sterk verkort)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het wrak van het schip (opm: kof) de TWEE GEBROEDERS, kapt. J.K. Potjewijd, van Suriname naar Amsterdam, op de rotsen van St. Marys op de Scilly-eilanden gestrand, (opm: zie o.a. ZP 220238) is aldaar openlijk verkocht (opm: op 6 maart).


  LC - Leeuwarder Courant

De ondergetekende brengt bij deze ter kennis van de scheepstimmerbazen, eigenaren, of directie voerenden van schepen in het arrondissement van Heerenveen, dat hij scheepsmeter Stoffels, als zodanig te Joure heeft vervangen, en tevens tijdelijk belast is met het doen van scheepsmetingen over het gehele arrondissement Herenveen.
De scheepsmeter te Joure, A.W. Pied


 ZZC - Zierikzeesche Courant

’s Gravenhage, 15 maart. Gedurende het afgelopen jaar zijn alhier te lande 76 schepen nieuw aangebouwd en in de vaart gebracht, bestaande uit 15 fregatten, 3 brikken, 8 barken, 4 schoeners, 27 koffen, 10 tjalken, 4 smakken, 3 hoekers, 1 kaag en 1 praam, gezamenlijk uitmakende 10.507 lasten.
Gedurende hetzelfde jaar zijn door verongelukking, sloping of buitenlandse verkoop buiten de vaart geraakt 33 schepen, bestaande uit 2 fregatten, 1 pink, 13 koffen, 6 tjalken, 6 smakken, 1 plijtschip, 2 schoeners, 1 stoomschip en 1 vissnik, gezamenlijk van 2.049 lastdragende inhoud. De tegenwoordige sterkte van onze koopvaardijvloot bedraagt thans 1.394 bodems, bevattende een belaadbare ruimte van 111.824 lasten. (opm: zie ook ZP 170338)


17 maart 1838


  ZP - Zeepost

Overzicht van de scheepvaart onder Nederlandse vlag in 1837.
Het getal der nieuw gebouwde schepen, waarvoor in het jaar 1837 voor de eerste maal zeebrieven zijn verleend, bedraagt 76 bodems, houdende te zamen 10.507 lasten.
In het jaar 1837 zijn door verongelukking, sloping of buitenlandse verkoop 33 schepen, houdende 2.049 lasten, buiten de vaart geraakt.
Op ultimo december 1836 bedroeg het getal der in de vaart voorhanden Nederlandse zeeschepen 1.351, houdende 103.366 lasten, en was hetzelve op ultimo december 1837 tot op 1.394, houdende 111.894 lasten vermeerderd.
Uit bovenstaande opgave blijkt, welke belangrijke voortgangen de handel en scheepvaart gedurende het jaar 1837 hebben gemaakt. De hoeveelheid en capaciteit der Noord-Nederlandse zeeschepen is, na aftrek van diegenen welke buiten de vaart zijn geraakt, wederom toegenomen met een getal van 43 schepen en een belaadbare ruimte van 8.458 lasten.
Ofschoon in 1837, even als in enige voorgaande jaren, in evenredigheid meer grote dan kleine schepen van stapel zijn gelopen en de Oost-Indische vloot gerekend kan worden te zijn vermeerderd met 30 ra-schepen, waaronder 15 fregatten, is echter de aanbouw van schepen voor de vaart op de Europese havens mede bijzonder toegenomen, als hebbende in de provincie Groningen alleen bedragen een getal van 36 bodems en is het totaal van de scheepsbouw in opgemeld jaar gestegen tot een getal van 10.507 lasten, waardoor het gunstige resultaat van 1836 nog is overtroffen met 3.599 lasten.
Ook de in- en uitklaringen zijn beide aanzienlijk toegenomen, als leverende boven 1836 een vermeerdering op: voor de inklaringen van 585 schepen, houdende 105.572 tonnen, en voor uitklaringen van 112 schepen, houdende 47.303 tonnen, waaronder de Nederlandse vlag voorkomt voor een vermeerdering van 261 schepen en 47.743 tonnen.


  ZP - Zeepost

Te Amsterdam zijn den 16 dezer gearriveerd, onder meer andere, de schepen JULIA, kapt. Hilbrands, van Suriname met suiker en katoen, MARIA EN JACOBA, kapt. D.J. Bart, van Curaçao, met katoen, koffij, verfhout en sigaren, ANTJE, kapt. K. Welger, van Havana met suiker en sigaren, DRIE VRIENDEN, kapt. J. Sipkes Fzn, van New York met stukgoederen, BRISEIS, kapt. J. Jansen, van Smirna (opm: Izmir), met fruit, katoen, teergaren, verfwaren, enz, DE HOOP, kapt. K. Haasnoot, van Lisbon met suiker en vruchten, JOHANNA JACOBA, kapt. G. Zwanenburg, van dito met suiker en vruchten, JOHANNA OTTELLIE (opm: kof JOHANNA OTTILIE), kapt. A.H. van Wijk, van Bordeaux met wijn, brandewijn en vruchten, en NEERLANDS WELVAREN, kapt. O. Hansens (opm: galjoot, kapt. O. Hanssens), van dito met wijn.


  DC - Dordtsche Courant

In een particulier bericht uit Hellevoetsluis, van de 15, wordt gemeld, dat het schip KONINGIN DER NEDERLANDEN, kapt. P. Sipkes, na een schuit ontlost te hebben, in goede orde over het Pampus is gekomen, zonder dat het schip enig leed zal zijn toegekomen. De lichterschuit, naar binnen willende, met een zeeloods aan boord, is buiten het vaarwater geraakt door dikte van mist en is achter de Quack gestrand, doch de schuit is dicht gebleven, en de koffie wordt er uit gelost en met wagens naar Hellevoetsluis overgebracht om aldaar terstond in een andere lichterschuit geladen te worden.


19 maart 1838


  ZP - Zeepost

Zr.Ms. stoomboot CERBERUS, commandant kapt.luit.t.zee van Frank, is den 18 dezer van Texel naar Hellevoetsluis vertrokken.


  ZP - Zeepost

Advertentie. Aan de handel wordt bericht, dat het stoomschip de BEURS VAN AMSTERDAM, kapt. J.H. Savert, voor het eerste weder van hier de 25e dezer naar Hamburg zal vertrekken en vervolgens de 5e, 15e en 25e van iedere maand, zijnde de nieuwe
tarieven der vrachten bij de ondergetekenden te bekomen. (opm: toen pas werd de vaart, in de wintermaanden o.m. wegens ijsgang gestaakt, hervat).
Amsterdam, 19 maart 1838, de Wed. Jan Salm & Meyer, cargadoors.


  ZP - Zeepost

Volgens bericht van Mauritius in dato 18 december was aldaar binnengelopen het schip de VROUW MARIA, kapt. Kley, van Batavia naar Rotterdam, met schade, hebbende op den 5 december 1837 op 20 mijlen beoosten dat eiland een hevige orkaan doorgestaan. Men had aldaar nog geen nadere berichten omtrent de schade van het schip ontvangen. (opm: zie ZP 160338 en 200338).


20 maart 1838


  ZP - Zeepost

Het schip de VROUW MARIA, kapt. Kley, van Batavia naar Rotterdam te Mauritius binnengelopen – zie ons nommer 31 – heeft volgens later bericht van 19 december in de storm van de 5e dier maand op 15º ZB 83º OL deszelfs stengen verloren en andere schade bekomen.


  ZP - Zeepost

Volgens brief van Dover in dato 15 maart van kapt. C. Hofker, voerende het schip (opm: hoeker) de NEDERLANDER, van Suriname naar Amsterdam gedestineerd, en den 15 februari lek en met schade aldaar binnengelopen, was van de lading slechts een zeer klein gedeelte weinig beschadigd, doch het schip afgekeurd geworden. (opm: zie ZP 140238, 260238, 020338 en 140538).


  AH - Algemeen Handelsblad

Zeeland, 17 maart. Men verneemt, dat Zr.Ms. schepen fregat de RUPEL, korvet NEHALENNIA en transportschip MERWEDE onverwijld in dienst zullen worden gesteld. Men meent, dat deze bodems bij het uit te rusten exercitie-eskader zullen worden gebezigd.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Van Lissabon wordt van den 1 maart gemeld, dat het aldaar binnengelopen Engels schip GAZELLE, van Sierra Leone naar London, door aanzeiling van de Nederlandse kof JOHANNA, (opm: kapt. H.T. de Jong, zie RC 100238) schade bekomen heeft.


21 maart 1838


  ZP - Zeepost

Zr.Ms. brik WINDHOND, commandant kapt.luit.t.zee Kist, is op de 15e januari van Suriname naar Curaçao vertrokken; ook vertrok de 5e februari Zr.Ms. transportschip WILLEM FREDERIK HENDRIK, commandant kapt.luit.t.zee Van der Hart, van Suriname naar Curaçao.


  ZP - Zeepost

Het schip (opm: fregat) PHÉNOMENE, kapt. Hoedt, van Batavia naar Rotterdam, passeerde den 19 dezer Vlissingen ten einde te Terneuzen een gedeelte van de lading in lichters te lossen om in Helvoet te kunnen binnenkomen.


  ZP - Zeepost

Volgens brief van Falmouth in dato den 14 maart, was de reparatie van het aldaar van Ibrail, laatst van Lisbon, binnengelopen en naar Antwerpen bestemde schip MERCUUR, kapt. Smith (opm: kapt. J.F.P. Smit) bijna geheel voltooid.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 18 maart. Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse bark CATHARINA, kapt. F. Rietmeijer, vertrokken van Rotterdam de 3e december, het dito schip NEERLANDS KONINGIN, kapt. J.C. Hahn, vertrokken van Rotterdam de 25e november, en de dito bark DECIMA, kapt. K.J. Bolhuis, met een passagier, vertrokken van Amsterdam de 6e november.


22 maart 1838


  DC - Dordtsche Courant

Amsterdam, 20 maart. Heden is van de scheepstimmerwerf De Walvisch, met het beste gevolg te water gebracht het koopvaardij barkschip CHERIBON, gevoerd zullende worden door kapt. A.C. van Braam Hoeckgeest, gebouwd voor rekening van de heer N.M. Klein, bestemd voor de vaart op de Oost-Indiën.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 21 maart. Aan deze stad is gearriveerd het schip DE KONINGIN DER NEDERLANDEN, kapt. P. Sipkes, van Batavia, met koffie en suiker.


23 maart 1838


  ZP - Zeepost

De 21e dezer arriveerde te Middelburg het schip AZIA, kapt. Doodenhen, voor wijlen kapt. Ritchie, van Batavia.


  ZP - Zeepost

Het schip (opm: fregat) JEANNETTE PHILIPPINE, kapt. Boulet, is den 27 november van Canton naar Batavia vertrokken.


  ZP - Zeepost

Op 18 november arriveerde Zr.Ms. fregat DIANA, kapt. J.C. Koopman, van Sourabaya te Batavia.


  ZP - Zeepost

Op 28 januari arriveerde het schip (opm: kof) DIANA, kapt. Barends, q.q. voor H. Wente, van Amsterdam te Berbice. Het zou in het begin of medio maart de terugreis aannemen.


  ZP - Zeepost

Volgens bericht van Vlissingen in dato 21 maart was het schip ONRUST, kapt. Heeres, van Antwerpen naar Amsterdam gedestineerd, zwaar lek ter rede van Rammekens ten anker gekomen. Het moest in de haven gehaald worden om te repareren. Men wist echter nog niet of de lading beschadigd zoude zijn.


  ZP - Zeepost

Het schip de TWEE GEBROEDERS, kapt. Michelsen (opm: schoenerbrik, bouwjaar 1830, Belgische ex-Zuid-Nederlandse vlag, kapt. J.J. Michelsen), van Newcastle naar Lissabon gedestineerd, is den 3 maart bij de Cascaes baai (opm: de Baia de Cascais, 38º41’ NB 09º25’ WL) totaal verongelukt.


  ZP - Zeepost

Hamburg, 20 maart. De Elve (opm: Elbe) is zo ver bevaarbaar, dat bij westenwind het grootste gedeelte der schepen, te Cuxhaven binnen, aan de stad kunnen komen; 25 à 30 derzelven bevinden zich reeds tussen de Löhe en Glückstadt; benedenwaarts de Elve is nog veel drijfijs. Heden morgen zijn reeds enige schepen met oostenwind van de stad vertrokken. De vaart van Harburg is weder hersteld (opm: tot 20 maart 1838 was de vaart op de rivier de Elbe dus nog belemmerd door ijsgang)


  AH - Algemeen Handelsblad

Texel, 21 maart. Binnengekomen MARGARETHA CATHARINA, J.H. Schippers van Batavia.
Cargalijst Amsterdam MARGARETHA CATHARINA, J.H. Schippers van Batavia met 4.607 balen koffie, 299 kisten indigo en 1.026 bundels bindrotting. N.H.M.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Stoomvaart tussen Rotterdam en Duinkerken. de 5e, 10e, 15e, 20, 25e en laatste van iedere maand. De 25e maart, zondag des morgens ten 9 ure, l’ESTAFETTE, kapt. E. Perre. Adres bij Joh. Ooms Ezn. & Co., agenten (opm: eerste vermelding van dit later als AMSTEL onder Nederlandse vlag komende stoomschip; mogelijk is dit pas later gebeurd, want Perre was eind maart nog gezagvoerder op de DUNKERQUOIS op dezelfde lijndienst).


  AH - Algemeen Handelsblad

Op zaterdag 24 maart, des namiddags ten half twee ure, zal op de werf De Hoop van de scheepsbouwmeesters Jeremias Meijjes & Zonen in de Kleine Kattenburgerstraat te water gebracht worden het fregatschip LUCIA MARIA, groot 450 lasten, gebouwd voor rekening van de heer J.P. Jeannette Walen, gevoerd zullende worden door kapt. Hendrik Wente.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Te Plymouth is binnengelopen het te Rotterdam te huis behorende schip (opm: fregat) PHÉNOMÈNE, kapitein F.P. Hoedt, aan boord hebbende de equipage en passagiers, die het uit de COLUMBIA, een schip dat van Bombay kwam, heeft gered.
Het volgende is een verhaal van deze voor de brave kapitein Hoedt zo vererende daad, opgemaakt door de luitenant Stirling, van het Koninklijk regiment der Koningin, een der passagiers van de COLUMBIA:
Des ochtend van den 21 januari verloor het schooner schip de COLUMBIA, kapt. Thornton, van Liverpool op zijn reis van Bombay naar London, in een schrikkelijke storm ter hoogte van de Wester-eilanden (opm: Azoren), het roer en werd derhalve genoodzaakt om het voor de wind te laten weglopen, hetwelk het zo goed mogelijk acht dagen volhield, waarbij het schip aanmerkelijk over beide boegen geduchte stortzeeën overkreeg. Het volk werd gestadig aan de pompen gehouden, tot dat het geheel afgemat was. Een zee, voornamelijk die des ochtends van maandag den 22 het schip van achteren opliep, nam de loef-galerij weg, benevens de verschansingen en de op zijde hangende sloepen, sloeg in de op het balamrif (opm: balansrif of grote gei) gereefde bezaan, nam die mede met gaffel en boom, verbrijzelde de loefzijde van de kampagne en vulde genoegzaam de benedenhutten. Al de passagiers waren dus genoodzaakt naar boven te vlugten en zich te bergen in hetgeen van de kampagne overgebleven was, waar zij zich ophielden, tot dat zij van het wrak werden gehaald. Door de hevige storm was de spiegel geheel vernield en derhalve geheel open liggende, werd het schip alleen bewaard om niet geheel vol te lopen, door het aanbrengen van oude zeilen enz., als een tijdelijk hulpmiddel tot dat wij het geluk zouden hebben, een schip te ontmoeten, dat ons hulp zou kunnen verlenen.
Dat had God zij dank, zondag den 28 plaats, toen des avonds te 5 uren het Hollands schip PHÉNOMÈNE, van Batavia naar Rotterdam, het schip achterop liep, ons praaide en kapt. Hoedt, onze benarde toestand ziende, beloofde dat hij tot de ochtend bij ons zou blijven en ons alle assistentie, die in zijn vermogen was, zou verlenen. De equipage van de COLUMBIA verklaarde dadelijk, dat zij voornemens was het schip te verlaten en hoezeer kapitein Thornton zijn verlangen te kennen gaf, om aan boord te blijven indien zijn volk hem wilde bijstaan, weigerde het volstrekt zulks te doen. Maandag ochtend begaf zich kapitein Thornton aan boord van de PHÉNOMÈNE, met oogmerk om zo mogelijk zodanige hulp te bekomen als waardoor hij in staat zijn zou, het schip in behouden haven te brengen, maar hiertoe waren geen middelen voorhanden. Daarop verzocht hij kapitein Hoedt aan boord van de COLUMBIA te komen, ten einde over de toestand van die bodem te oordelen, hetwelk deze deed en zodra hij de staat van het achterschip gezien en de wezenlijke toestand van dien gehele bodem opgenomen had, verklaarde hij dat bij de eerste windvlaag of het terugkeren van het ruwe weder, de COLUMBIA noodwendig moest zinken en niemand te redden zou zijn, daar er op dat ogenblik 5 voet water in het ruim stond.
Kapitein Thornton, dit gevoelen van kapitein Hoedt gehoord hebbende, riep zijn officieren en het volk achter op en vroeg hen of zij aan boord wilden blijven, zeggende dat zo zij dit wilden, hij zijn best zou doen om het in een haven te brengen. Het volk verklaarde eenstemmig, dat het niet wilde blijven, en ik geloof dat het gelijk had, daar het schip zeker nooit een haven had kunnen bereiken. Ik vertrouw dit te moeten zeggen, omdat ik zelf enige jaren in zeedienst geweest zijnde, volkomen bekend was met de ware toestand van het schip. Zodra nu kapitein Hoedt besloot het schip te verlaten, zette hij zijn sloepen uit (niettegenstaande de zee toen zeer hol stond en het met sterke rukwinden woei), en liet twee dames met een klein meisje, benevens al de zieken van de COLUMBIA, aan boord van de PHÉNOMÈNE brengen, die er behouden aankwamen. Kapitein Hoedt bleef de ganse dag bij ons, en stelde ons zo door zijn pogingen, als die van zijn manschap in staat een groot deel onzer bagaadje, alsmede een aanzienlijke gedeelte van een kostbare vracht specie (opm: muntgeld) te redden. Kapitein Thornton bleef aan boord van de COLUMBIA, en hield zich bezig met de specie af te schepen, tot dat het donker was; toen bevond men, dat het schip 6 voet water in had, zo dat hierbij de zware lading in aanmerking genomen, het onvermijdelijk scheen, dat het schip spoedig zou te grond gaan. Het was nu 7 uren en geheel donker geworden, toen kapitein Hoedt sein deed, dat de boten naar zijn schip terug zouden keren, waaraan gehoorzaamd werd, en nu werden al de manschappen van de COLUMBIA aan boord van de PHÉNOMÈNE opgenomen. Kapitein Hoedt was dus 28 uren lang bij ons gebleven en ondanks hij van een lange reis kwam, met een zwaar geleden schip en hij een gunstige wind had voor het Kanaal, met een zeer kleine provisie zoet water, dat op de edelste wijze met de passagiers en het volk van de COLUMBIA gedeeld werd.
Wat verder in het gedrag van kapitein Hoedt zeer te prijzen is, was dat toen hij voor het eerst ons schip ontdekte, hij op een afstand van 14 mijlen was, maar ziende dat wij onder klein zeil liepen en ogenschijndelijk weinig voortgang maakten, hij aan zijn stuurman zei: “Dat schip moet in nood zijn, en ik zal het zien op te lopen”, hetwelk hij ook deed, zo als ik verhaald heb.
Ik vind mij te zeer genoopt om van deze omstandigheid te gewagen, omdat zijn gedrag zo zeer afsteekt met dat van een schip, de naam onbekend, dat des avonds voor dat de PHÉNOMÈNE ons praaide in het gezigt was, en niettegenstaande onze noodschoten en noodseinen, deed als of het ons niet bemerkte, hoewel wij ons toen slechts op een afstand van een kwart mijl bevonden. Ik hoop dat de kapitein van dat schip, tot welke natie hij ook moge behoren, zich nooit in een toestand moge bevinden, gelijk toen de onze was.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Men zal op woensdag 28 maart e.k, des voormiddags ten elf ure, binnen Harlingen, op de Groote Ossenmarkt, publiek, bij boelgoed en tegen contante betaling, presenteren te verkopen: een grote partij scheepstuigage, waaronder differente zeilen, staand en lopend wand, enige ankers, zo groot als klein, kettingen, blokken, watervaten, en hetgeen meer te voorschijn zal worden gebracht.


24 maart 1838


  ZP - Zeepost

Kapt. P.F. Marks, voerende het brikschip ERASMUS, van Batavia naar Rotterdam, rapporteert in een brief uit Cowes van den 7 dezer, dat hij op den 23 februari laatstleden ter hoogte van de Wester-Eilanden (opm: Azoren) door een zware storm is belopen geworden, waardoor met een hoge verbolgen zee het schip zo geweldig werkte en slingerde, dat hij voor het behoud daarvan vreesde, waarop het schip een zware stortzee overkreeg, die de verschansingen geheel wegsloeg, de rustingen (opm: bevestigingspunten van het staande want) aan bakboord braken en de kap van het volkslogies insloeg, waardoor het voorschip veel water inkreeg en 1 el 25 duim (opm: 1,25 m.) bij de pompen stond. Men pompte onophoudelijk en bevond, dat de suiker beschadigd was, daar men veel molasses pompte. Ook bevond men, dat het halve galjoen (opm: licht, ondersteunend deel van de boeg, waarop de boegspriet rust) was weggeslagen, de voorsteven ontzet, en drie der roerhaken gebroken waren. Tot den 28 dier maand bleef hij met zware stormen en hooglopende zeeën worstelen, gestadig pompende. Den 29 bedaarde het weder en toen vervolgde hij de reis tot Cowes, alwaar hij gelukkig arriveerde.


  ZP - Zeepost

Zr.Ms. fregat DE MAAS, hetwelk door hoogstdenzelve (opm: dus door de koning) in oktober j.l. is in dienst gesteld onder bevel van de kapitein ter zee H.W. van Maren, is als nu finaal bestemd om met de eerste gelegenheid naar Oost-Indië uit te zeilen ter vervanging van het zich aldaar bevindend fregatschip DIANA (opm: zie LC 301038). Derwaarts zal met het eerstgenoemd fregat vertrekken de kapitein ter zee E. Lucas, benoemd tot commandant van Zr.Ms. zeemacht aldaar, ter vervanging van de thans ad interim met dat bevel belaste kapitein ter zee J.C. Koopman. Na overgave en overname van het commandement door gemelde zee-officieren, zal laatstgemelde bevelhebber dadelijk met de DIANA de terugreis herwaarts aannemen.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 22 maart. De 20e dezer zijn hier aangekomen de Nederlandse bark EGMOND, kapt. L. Vink, vertrokken van Amsterdam de 13e oktober, en het dito schip SUSANNA, kapt. F.J. Hoffman, vertrokken van Amsterdam de 6e november.
Heden is hier aangekomen het dito schip OUD ALBLAS, kapt. J.E. Strumphler, met een passagier en Zr.Ms. troepen, vertrokken van Amsterdam de 5e december.


26 maart 1838


  ZP - Zeepost

Helvoet, 24 maart. Het schip (opm: fregat) BATO, kapt. J. Keizer, van Batavia, is den 23 alhier binnengekomen, gesleept door Zr.Ms. stoomboot CERBERUS, hebbende op de Hinderd het roer afgestoten, en is vervolgens met adsistentie van ijssloepen voor het Pampus ten anker gebracht.


  ZP - Zeepost

Het schip EENDRAGT, kapt. Van Gelderen (opm: hoeker, kapt. C. van Gelderen), van Vlaardingen naar Gibraltar, is den 12 maart lek te Dartmouth binnengelopen.


  ZP - Zeepost

Elseneur (opm: Helsingör), 17 maart. Het schip (opm: kof) HELENA, kapt. J. Mengers, van Stettin (opm: Szczecin) naar Bordeaux, is alhier uit zee teruggekomen, zijnde lek.


  ZP - Zeepost

Volgens brief van Lisbon van den 13 maart is bij het fort Braz den 3 dier maand gestrand een Belgische brik, de naam onbekend. De equipage is gered.


  ZP - Zeepost

Van Greenock wordt van 20 maart gemeld, dat door het in de Clyde gearriveerde schip ROGER STEWART op den 4 maart op 42º NB 37º WL masteloos is ontmoet het schip AURORA, gevoerd geweest door kapt. Blok (opm: brik, kapt. L. Blok), van Havana naar Amsterdam, hetwelk de vorige dag in een storm op zijde gelegen had, en waarbij de kapitein over boord was geslagen. Hetzelve was door de ROGER STEWART van zeilen enz. voorzien en zoude koers naar Lisbon stellen. (opm: zie ZP 110438, 120438 en 160438)


  ZP - Zeepost

Middelburg, 23 maart. Door de AZIA, kapt. S. Doodenhuis, van Batavia alhier binnen, is aangebracht de equipage, uit 11 man bestaande, van de Engelse brik JANUS, kapt. G. Londridge, van Sunderland naar Charente, welk schip bij Bevezier (opm: Beachy Head) door aanzeiling gezonken was, en gemelde equipage nauwelijks tijd had zich met achterlating van alles met de boot te redden. Op de AZIA, het gekerm horende, deed gemelde kapitein een sloep uitzetten en had na veel moeite en gevaar het geluk bovengemelde equipage te redden.


  AH - Algemeen Handelsblad

’s-Gravenhage, 23 maart. Naar men verneemt. zijn er gedurende deze winter, alleen uit Scheveningen, een twintigtal zogenaamde bommen ter koopvaardij op Engeland en België gevaren. Dezelve behoorden tot de kantoren van de heren P. Varkevisser en Kouwenhoven Pals. Daaruit blijkt, dat de geheerst hebbende felle koude gelukkig nog enig vertier en levendigheid in dit dorp heeft doen ontstaan, waarover men zich dubbel mag verheugen, omdat er de armoede zeer hoog gestegen was.


  AH - Algemeen Handelsblad

De 24e maart, circa 2 ure na de middag is alhier met het beste gevolg te water gelopen het fregat LUCIA MARIA, gevoerd zullende worden door kapt. H. Wente, bestemd voor de vaart op de Oost-Indiën. (opm: zie AH 230338).


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Het bestuur der Nederlandsche Kofscheepsreederij alhier brengt hiermede ter kennis van deelhebberen in dezelve, dat de rentebetaling over den jare 1837, bepaald zijnde op 5 pCt. of 50 guldens per aandeel, van heden af ten kantore van de Associatie Kassa tegen intrekking der behoorlijk ingevulde coupon zal geschieden.
Amsterdam, 26 maart 1838, namens het bestuur voornoemd, C.A. Schröder, directeur.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. G.J. Roland Holst, H.J. Rietveld en J. Schutte Hoyman, makelaars, zullen op maandag de 2e april 1838, des avonds ten 6 ure, ten overstaan van de notarissen De Man en Louwerse, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ verkopen:
- 1/8e part in het gekoperd fregatschip MARIA, gevoerd bij kapt. J.J. Remkes.
- 1/8e part in het brikschip de VERWACHTING, gevoerd bij kapt. H.K. Hillers.
- 1/16e part in het gekoperde brikschip CATHARINA, gevoerd bij kapt. K.M. Hillers.
Breder bij biljetten en nader bericht bij bovengemelde makelaars.


27 maart 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Dordrecht, 24 maart. Heden namiddag ten 3 ure is met goed gevolg te water gelaten het kofschip de EENDRAGT, van de werf der scheepsbouwmeesters C. van Limmen & Zoon, en daarna onmiddellijk de kiel gelegd van een barkschip van omtrent 400 lasten, genaamd PICTURA, bestemd voor de vaart op de Oost-Indiën voor een rederij, gevestigd alhier, onder het boekhouderschap van de heer H. Brunner.


  AH - Algemeen Handelsblad

Schepen in lading te Amsterdam:
Batavia: het gekoperd tweedeks fregatschip NEERLANDS INDIË, kapt. Isaac Gerard Veening, adres bij Coopman en de Witt en Lenaerts, Van Olivier & Co., Hoyman & Schuurman en De Vries & Co.
Batavia: het gekoperd driedeks fregatschip FLEVO, kapt. H.T. Amsberg, adres bij Jan Corver & Co. en d’Arnaud & Co.
Batavia: het gekoperd tweedeks barkschip THEODORA EN SARA, kapt. J. Schut, adres bij B.D. Bosscher.
Batavia: het gekoperd tweedeks barkschip DE JAVAAN, kapt. J.P. Meyer, adres bij B.D. Bosscher.
Batavia: het nieuw gebouwd en gekoperd tweedeks fregatschip PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN, kapt. Pieter Huidekoper, adres bij d’Arnaud & Co. en Jan Corver & Co.
Curaçao (via La Guayra): het gekoperd tweedeks brikschip MARIA EN JACOBA, kapt. Dirk Jansz. Bart, adres bij E. Windhouwer, De Vries & Co., Hoyman & Schuurman.
Suriname: het gekoperd tweedeks fregatschip DE JONGE LODEWIJK ANTONIE, kapt. R. Tjebbes, adres bij Hoyman & Schuurman en Windhouwer.
Suriname: het nieuw gekoperd tweedeks fregatschip NOORDHOLLAND, kapt. H.K. Ruyl, adres bij Hoyman & Schuurman.
Suriname: het gekoperd tweedeks fregatschip SOPHIA MARIA., kapt. Jens Andresen, adres bij Hoyman & Schuurman en E. Windhouwer.
Suriname: het gezinkt schoenerkofschip DE ZEEVAART, kapt. K.J. Haasnoot, adres bij B.D. Bosscher.
Suriname: het gekoperd tweedeks brikschip PHOENIX, kapt. H.L. Kayzer, adres bij B.D. Bosscher.
Suriname: het gezinkt Nederlands kofschip REMKE, kapt. G.R. Glim, adres bij Hoyman & Schuurman.
Suriname: het gekoperd tweedeks barkschip JULIA, kapt. Jan Hilbrands, adres bij B.D. Bosscher.
Suriname: het Nederlands kofschip SARA ANNA CORNELIA, kapt. N.K. Dykhuis, adres bij B.D. Bosscher.
Suriname: het Nederlands gekoperd tweedeks barkschip SURINAME, kapt. Reinder van der Mey, adres bij Jan Corver & Co.
Suriname: het gekoperd driemast galjootschip WILHELMINA, kapt. Johan Nielsen Klint, adres bij Hoyman & Schuurman.
Suriname: het tweedeks driemast galjootschip NICOLAAS WITZEN, kapt. F. Lange, adres bij B.D. Bosscher.
Havana: het gekoperd barkschip ALCYON, kapt. H.G. Bergveld, adres bij B. J. van Hengel.
Buenos Aires: het gekoperd Nederlands schip DE GEZUSTERS, kapt. Enne Ytjes Post, adres bij De Vries & Co.
New York: het gekoperd tweedeks fregatschip DE DRIE VRIENDEN, kapt. Jan Sipkes Feykesz., adres bij d’Arnaud & Co.
Rio de Janeiro: het gekoperd schoenerschip DE KOOPHANDEL, kapt. E.E. Hoeksma, adres bij De Vries & Co., Jan Daniëls & Zonen en Arbman, Coopman en De Witt en Lenaerts en Hoyman & Schuurman.
Bayonne: de Nederlandse kof ALIDA IKINA, kapt. W.A. de Jonge, adres bij Jan Corver & Co.
Bordeaux: het Nederlands kofschip HET JONGE REINTJE, kapt. H.W. Mellema, adres bij Van Ulphen en Ruys.
Bordeaux: het Nederlands kofschip NEPTUNUS, kapt. K.G. Sipsma, adres bij Frederik Smit.
Bordeaux: het Nederlands kofschip JOHANNA, kapt. Hendrik Veen, adres bij Frederik Smit.
Marseille: het Nederlands kofschip Klasina Theodora, kapt. P. Fyn, adres bij Van Ulphen en Ruys.
Marseille: het Nederlands kofschip CORNELIS, kapt. R.F. Mellema, adres bij Van Ulphen en Ruys.
Rochefort: het Nederlands kofschip FREDERIKA, kapt. Johannes Barends, adres bij Jan Corver & Co.
La Rochelle: de Nederlandse smak JOHANNA GEBINA, kapt. R.H. Nagel, adres bij Jan Corver & Co.
Lissabon: het gekoperde Nederlandse schoenerkofschip DE HARMONIE, kapt. A. v.d. Meyden, adres bij Coopman en De Witt en Lenaerts en J. Daniëls en Arbman.
Lissabon: het Nederlands gekoperd sloepschip DE HOOP, kapt. Klaas Haasnoot, adres bij Jan Daniëls & Zonen en Arbman en Coopman en De Witt en Lenaerts.
Lissabon: het Nederlands galjasschip KLASINA EN DIRKJE, kapt. Arie Schilperoort, adres bij Coopman en De Witt en Lenaerts en Jan Daniëls en Zonen en Arbman.
Liverpool: het Nederlands kofschip PETRUS JACOBUS, kapt. M.P. de Jong, adres bij Jan Corver & Co.
Liverpool: het Nederlands kofschip INDUSTRIE, kapt. J. van Duyn, adres bij C. de Grys & Zoon en J. de Rooy. Vertrekt 5 april.
Newcastle: het Nederlands smakschip DE VRIENDSCHAP, kapt. H.J. Dick, adres bij Jan Corver & Co.
Port à Port: het Nederlands kofschip IDA CATHARINA, kapt. J. V. Veenhorst, adres bij H. Verweyde Czn. en Kranenborg & Zonen.
Bremen: het Nederlands kofschip DE VROUW NEELTJE, kapt. J.F. Kuipers, adres bij de wed. J. Salm & Meyer.
Bremen: het Nederlands smakschip LEONORA, kapt. M. Muller, adres bij Blikman & Co. Vertrekt vóór of op 4 april.
Bremen: de Nederlandse kof DE VROUW CATHARINA, kapt. R. A. van Laten, adres bij Blikman & Co.
Bremen: het Nederlands schip ROELINA, kat. K.J. Pronk, adres bij J.C. van Oven.
Bremen: het Nederlands kofschip DE VROUW GESINA, kapt. H.J. Brunius, adres bij de wed. Jan Sam & Meyer.
Bremen: het Nederlands smakschip MARIA, kapt. J.A. Westerling, adres bij J.C. van Oven.
Danzig: het Nederlands kofschip GESINA, kapt. Philippus K. de Boer, adres bij de wed. J. Salm & Meyer en H.A. Hespe.
Danzig: het Nederlands smakschip GESINA JACOBA, kapt. J.J. Wever, adres bij Kranenborg & Zonen, en de wed. P. Poolman Jz. & Zoon.
Danzig: het Nederlands kofschip DE TWEE VRIENDEN, kapt. G.S. Bakker, adres bij Jan Corver & Co. Vertrekt vóór of op 3 april.
Hamburg en Altona: het Nederlands smakschip DE VIER GEBROEDERS, kapt. D. Fokkes, adres bij Blikman & Co. Vertrekt vóór of op 4 april.
Hamburg en Altona: het Nederlands kofschip PIETERDINA, kapt. H.R. Duit, adres bij J.C. van Oven.
Hamburg en Altona: het Nederlands kofschip EUROPA, kapt. Koop Jans Scholtens, adres bij J. C. van Oven.
Hamburg en Altona: het Nederlands smakschip ANNA ELISABETH, kapt. Sietze Harkes, adres bij J.C. van Oven.
Hamburg en Altona: het Nederlands smakschip DE VROUW ANTJE, kapt. K.D. Ekamp, adres bij Blikman & Co.
Hamburg en Altona: het schip DE VROUW RIENSKE, kapt. G.A. Brouwer, adres bij J.C. van Oven.
Koningsbergen: het Nederlands kofschip DE JONGE YPE, kapt. Jeppe P. Teensma, adres bij de wed J. Salm & Meyer en H.A. Hespe.
Koningsbergen: het Nederlands smakschip DE VROUW HENDRIKA, kapt. L.K. de Jonge, adres bij Kranenborg & Zonen en de wed. P. Poolman Jz. & Zoon.
Koningsbergen: het Nederlands kofschip GEERTRUIDA SMIT, kapt. Eilt Christiaan Eilts, adres bij Canne en Balwé.
Kopenhagen: het Nederlands kofschip MEINSINA, kapt. W.F. Kuiper, adres bij Da Costa en Buens
Kopenhagen: het Nederlands kofschip DE ONDERNEMING, kapt. B.H. Stubbe, adres bij B.J. van Hengel.
Libau: het Nederlands kofschip MARIA, kapt. H.J. Brouwer, adres bij Jan Corver & Co.
Lübeck: het Nederlands smakschip MEINSINA, kapt. D.D. Klontje, adres bij H. Gullen.
Memel: de Nederlandse kof ELISABETH JACOBA TROMP, kapt. P.Y. Jobs, adres bij Jan Daniëls & Zonen en Arbman..
Petersburg: het Nederlands kofschip GEERDINA, kapt. Eilt Alberts Doewes, adres bij de wed. J. Salm & Meyer en H A. Hespe. Vertrekt 18 april.
Petersburg: Het Nederlands kofschip MARIA THERESIA, kapt. C.H. Uil, adres bij Coopman & De Witt en Lenaerts, F. Smit, De Vries & Co. en F. der Kinderen.
Petersburg: het Nederlands kofschip LIBRA, kapt. G.R. Engelsman, adres bij Nobel & Holzapffel en Jan Corver & Co.
Petersburg: de Nederlandse gezinkte kof JOHANNA JACOBA, kapt. G. Zwanenburg, adres bij J. Daniëls & Zonen en Arbman.
Petersburg: het Nederlandse kofschip AGATHA, kapt. K.L. Spykman, adres bij Nobel & Holzapffel en Jan Corver & Co. Vertrek 20 april.
Rendsburg, Kiel en Flensburg: het Nederlands smakschip ANNEGINA SOPHIA, kapt. H.P. Heeres, adres bij J. C. van Oven.
Reval: het kofschip DE VROUW MARIA, kapt. P. F. Friedrichs, van Emden, adres bij Coopman & de Witten Lenaerts.
Riga: het Nederlands kofschip HYLKE JANSZ., kapt. Bordze Jans Siedzes, adres bij de wed. J. Salm & Meyer en H.A. Hespe.
Riga: het Nederlands kofschip DE HARMONIE, kapt. H.J. Visser, adres bij P. Scheffer & Zoon en J.W. Boekhout.
Riga: het Nederlands kofschip JEREMIAS, kapt. S.L. Stellingwerf, adres bij Jan Daniëls & Zonen en Arbman.
Riga: het Nederlands kofschip ANNA, kapt. H.J. Korter, adres bij Jan Corver & Co.
Rostock: het Nederlandse schip HENDRIKA, kapt. W.J. Drewes, adres bij Blikman & Co. Vertrekt vóór of op 3 april.
Stettin: het Nederlandse smakschip GESINA CATHARINA, kapt. H.R. Stutvoet, adres bij Blikman & Co.
Stettin: het Nederlandse smakschip GESINA, kapt. A.A. Hansen, adres bij Jan Corver & Co. Vertrekt 4 april.
Tonningen, Rendsburg en Wismar: het Nederlandse smakschip CATHARINA, kapt. H.G. Lever, adres bij Kranenborg & Zonen en de wed. P. Poolman Jz. & Zoon.


  DC - Dordtsche Courant

Middelburg, 23 maart. Bij de harde wind op ll. Maandag bevond zich het te Rammekens voor anker liggende Kniphauser tjalkschip ONRUST, kapt. J.H. Mees, komende van Cuxhaven, en geladen met lood, spijkers, manufacturen enz., in dringend gevaar van te zinken, en gaf daarvan sein. Zodra werd zulks niet gezien door de schipper-visiteur A. Smaal, of deze aarzelde niet met zijn sloep en drie matrozen, J.H. Smaal, Cornelis en Jan Hak, van het recherchevaartuig, dat op een afstand ten anker lag, dadelijk ter hulp te komen, door hun krachtige bijstand met pompen, gedurende de ganse nacht tot de volgende middag, het schip dicht te krijgen en alzo te behouden.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 26 maart. Heden namiddag is van deze stad vertrokken het alhier voor Rotterdamse rekening gebouwde barkschip SOURABAYA, bestemd naar Batavia.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 26 maart. Zaterdag namiddag, omstreeks half 4 ure, is alhier van de werf van de heren B. van Limmen en Co. met het beste succes te water gelaten het kofschip de EENDRACHT, en onmiddellijk daarna de kiel gelegd voor het barkschip PICTURA, bestemd voor de vaart op O.I.
Ter zelver tijd is te Amsterdam, van de werf De Hoop, in de Kleine Kattenburgerstraat, te water gelaten het mede voor de vaart op Oost Indië gebouwde fregatschip LUCIA MARIA.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen. Binnengekomen: den 15 maart de schoenerschepen NORTHAM, kapt. D. Charrosin en ORWELL, kapt. J.S. Hall, beide van Londen.
Den 16 dito het schoenerschip FAME, kapt. S. Holeman, van Londen; het kofschip COURIER, kapt. N.M. Lindegaard, van Newcastle, het schonerschip SARAH & HELEN, kapt. J. Atkins, van Londen.
Den 23 dito het schoenerschip FRIENDS, kapt. J. Manning en het kofschip WIBBINA, kapt. (opm: waarschijnlijk B.H. Kuiper), beide van Londen.
Uitgezeild: den 11 maart het smakschip de GOEDE HOOP, kapt. H.B. de Jonge, de schoenerschepen LIVELY, kapt. S. Finch en FLORA, kapt. J. Manning, alle drie naar Londen.
Den 16 dito de kofschepen MARGARETHA, kapt. T.K. Mulder, JONGE DIRK, kapt. W.H. Mulder, beide naar Noorwegen en JOHANNES, kapt. A. Sluik jr, naar Liverpool.
Den 18 dito de schoenerschepen HOPE, kapt. W. Cousins en ORWELL, kapt. J. Hall, beide naar Londen, het kofschip de DRIE GEZUSTERS, kapt. P.P. Dijkstra, naar Liverpool.
Den 19 dito de kofschepen JACOBA HAZEWINKEL, kapt. J.G. Boon, naar Newcastle, GEZIENA, kapt. B.A. Visser, WILHELMINA, kapt. R.K. Visser, beide naar Noorwegen, COURIER, kapt. N.M. Lindegaard, naar Schotland.
Den 22 dito de kofschepen JAN FREDRIK, kapt. H.H. Kok, ZELDENRUST, kapt. G.A. Jonkhoff en smakschip de VROUW ELISABETH, kapt. J.H. Cappen (opm: J.H. Kappen), alle drie naar Noorwegen, het schoenerschip SARAH & HELEN, kapt. J. Atkins, naar Engeland.
Den 23 dito de kofschepen VRIENDSCHAP, kapt. K.J. Klazen, naar …… (opm: open gelaten), GEZIENA JOHANNA, kapt. H.W. Lukema, de HOUTHANDEL, kapt. D.K. de Grooth, beide naar Noorwegen, JAN FREERK, kapt. G.H. Smit, naar Schotland, de VROUW ANTJE, kapt. K.D. de Grooth, de JONGE DERK, kapt. H.E. Vos, ELIZABETH MARIA, kapt. J.A. Keun, CONCORDIA, kapt. H.B. Drok, IJPEUS, kapt. H. de Weerd, jr, en het smakschip AMELIA, kapt. H.H. Naatje, alle zes naar Noorwegen; het barkschip SPITSBERGEN, kapt. H. Rickmers, naar Groenland (opm: zie ZP 290338).
Den 24 dito de kofschepen ZEELUST, kapt. R. Sluik, naar Schotland en de HUNSE, kapt. H.J. Ketelaar, naar Noorwegen.


28 maart 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Groningen, 15 maart. Heden is alhier met goed gevolg te water gebracht het barkschip genaamd PRINS HENDRIK, bestemd voor de vaart op de Oost-Indiën, zullende gevoerd worden door kapt. Harmanus K. Dijkhuis, onder directie van de heren Kranenborg & Zonen te Amsterdam.


  AH - Algemeen Handelsblad

Kennisgeving. Contract d.d. 16 maart tussen de heren Johannes Boelen, scheepsreder, en enige commanditaire associés, houdende oprichting ener associatie in een rederij voor de vaart en handel op de kust van Afrika, welke rederij zal gevoerd worden door de eerstgenoemde heer Johannes Boelen als enig handelend compagnon, en wel op de firma van Johannes Boelen & Co. De associatie wordt geacht te zijn ingegaan met primo juni 1837 en zal voortduren tot 31 december 1847. Buiten het kapitaal, door de handelende compagnon ingelegd, zal door de commanditaire associés voorlopig aangebracht worden een som van NLG 140.000.


  AH - Algemeen Handelsblad

St. Thomas, 16 februari. Het gekoperd schoener-kofschip EDAMS WELVAREN (opm: bouwjaar 1827, zie o.a. ZP 130338), kapt. J. Meijer, is alhier afgekeurd geworden. De equipage en lading zou met een andere gelegenheid naar Amsterdam overgevoerd worden.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 23 maart Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark MARGARET, kapt. C. Lindstedt, met drie passagiers en 74 Chinezen, vertrokken van China de 4e maart.


29 maart 1838


  ZP - Zeepost

Het schip SPITSBERGEN, kapt. H. Rickmers, is den 27 maart uit het Vlie naar Groenland gezeild (opm: ter walvis- en robbenjacht).


  AH - Algemeen Handelsblad

Het barkschip JACOBA MAURINA, gevoerd zullende worden door kapt. J.A. de Haas, groot 300 lasten, voor rekening van de heer H. Bylaart, en bestemd voor de vaart op Oost-Indië, is op heden, den 28 maart, des middags te 2 ure, met het beste gevolg te water gelaten op de scheepswerf Koning William van de scheepsbouwmeester C.E. Duyts Corn.zn te Amsterdam.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De ondergetekende geeft door deze aan daarbij belanghebbenden kennis van de oprichting en in werking brenging zijner fabriek op het Roeters-eiland alhier ter vervaardiging van machinerie en werktuigen, met uitzondering van stoommachines, benevens alle andere gegoten of gesmede voorwerpen van ijzer, koper of metaal.
Amsterdam, 28 maart 1838, Christiaan Verveer.
(opm: later ook scheepwerf van ijzeren schepen)


30 maart 1838


  ZP - Zeepost

Advertentie. Naar Batavia zal vermoedelijk in de maand mei eerstkomende vertrekken het nieuw gebouwd tweedeks gekoperd fregatschip PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN, kapt. P. Huidekoper, voor passagiers en goederen.
Te bevragen bij de cargadoors d’Arnaud & Co en Jan Corver & Co, beide te Amsterdam.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Publieke Verkoping, door de makelaars G. Mauritz, O.J. van Wageningen, E. Boonen, J. Boonen, H. Vriesendorp en J.P.M. Boonen, te Dordrecht, ten overstaan van de Heer Griffier der Rechtbank van Koophandel, in het Koffijhuis van J. Zahn, over het Marktplein, te Dordrecht, bij veiling en afslag, op donderdag de 5de april 1838, des middags ten 12 ure, van:
• 1/32 gedeelte in het te Dordrecht, in den jare 1836, gebouwd gekoperd fregatschip OUD ALBLAS, groot volgens meetbrief 758 tonnen, gevoerd door kapt. J.E. Strumphler, met deszelfs inventaris en toebehoren, thans vervracht aan de Nederlandsche Handel-Maatschappij en op de reize naar Batavia.
• 1/48 gedeelte in het te Dordrecht, in de jare 1829, gebouwd gekoperd brikschip de DANKBAARHEID, groot volgens meetbrief 214 tonnen, gevoerd door kapt. P.M. Vogelsang, met deszelfs inventaris en toebehoren, thans op een reize over New York en Batavia naar China en terug naar Dordrecht.
Beiden te huis behorende te Dordrecht.
• Drie aandelen in de Maatschappij van Dordrechtsche Scheepreederij, elk groot NLG 400,-, met het daarop eventueel te goed zijnde dividend.
• Porties van verschillende grootte in 16 vissersschepen, te huis behorende te Vlaardingen, Maassluis, Pernis en Middelharnis, breder in de publicaties omschreven, benevens:
• Twee 1/20 aandelen in de Associatie der Reederij van Vischsloepen, binnen Middelharnis.
Nadere informatiën te bekomen bij bovengenoemde makelaars, alsmede bij de Cargadoors J.B. ’t Hooft, G. Mauritz en Sandberg & Co., te Dordrecht.


  AH - Algemeen Handelsblad

Ramsgate, 24 maart. Binnengelopen CLÉMENCE (opm: Belgische ex-Zuid-Nederlandse schoenerkof), kapt. D. Stinze, van Antwerpen naar Konstantinopel.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Dinsdagmiddag (opm: 27 maart) is te Amsterdam aan de werf de Nachtegaal, in de Groote Bikkerstraat, met gewenst gevolg, afgebouwd en gekoperd van stapel gelaten het koopvaardij fregatschip PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN, voor rekening van de heer Jacob Hartsen, gebouwd door de scheepsbouwmeester Jan Nuveen.

PGC 300338
Het schip ONRUST, kapt. J.A. Mees, met stukgoederen van Antwerpen naar Amsterdam, is volgens brief van Vlissingen van den 21 maart, de vorige dag zwaar lek tot rede van Rammekens binnengelopen. (opm: het schip voer onder de vlag van Kniphausen)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip (opm: kof) HELENA, kapt. J. Mengers, van Stettin naar Bordeaux, laatst van Elseneur, is volgens brief van daar van den 17 maart, nabij Anholt in het ijs bezet te zijn geweest, lek teruggekomen en bij Gilleleje geankerd (opm: zie PGC 250538).


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip ANNA, kapt. P.N. Linde (opm: buitenlander), van Bergen naar Holland, is den 25 februari met schade te Bergen teruggekomen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een overdekt tjalkschip, lang ruim 12 en wijd 2½ el, geijkt op 23 ton, met zeil en treil, staand en lopend want; zodanig laatst is bevaren geweest bij Errit Johannes Roersma, en thans ter bezichtiging ligt aan de Heerenwal onder Nijehaske, voor het huis van Harmen A. de Bruin, bij wien hetzelve tevens te bevragen is.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Amsterdamsche Stoomboot Maatschappij. Vaart tussen Amsterdam en Harlingen. Opening derzelve op zaterdag 31 maart 1838 van Amsterdam en zondag 1 april van Harlingen.
Vertrek: Van Amsterdam, dinsdag, donderdag en zaterdag des ochtends ten 8 ure.
Vertrek: Van Harlingen, woensdag, vrijdag en zondag des ochtends ten 8 ure.
Vrachtprijzen voor passagiers, als het vorige jaar.
Informatie te bekomen bij de directie der maatschappij te Amsterdam, en bij de heer W. van der Woude, te Harlingen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris O.B. Oeberius, te Sint Anna Parochie, zal, op donderdag den 12 april 1838, des namiddags ten 5 ure, in het koffijhuis te Sint Anna Parochie, tegen strijk en verhoog gelden veilen: een in 1827 nieuw gemaakt en sedert uitmuntend onderhouden snikschip, zijnde overdekt, genaamd de JONGE MAAIKE, groot 7 ton, met zeil en treil, haken, kloeten, touwen en verder toe en aanbehoren.
(opm: volgens LC 200438 was er geboden NLG 217,00)


31 maart 1838


  DC - Dordtsche Courant

Gisteren is hier van de werf van de heer Jan Schouten van stapel gelaten een allerfraaist gekoperd kotterscheepje, de NOORDSTAR genaamd, bijzonder op snelzeilendheid gebouwd voor rekening van de heren Udink en Comp. te Amsterdam. (opm: waarschijnlijk een plezierjacht).


01 april 1838


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen. Binnengekomen: den 25 maart de schoenerschepen FLORA, kapt. J. Manning, LIVELY, kapt. S.H. Finch, van Londen.
Den 29 dito het kofschip MARTHA ALIDA, kapt. K.H. Plukker, van Newcastle.
Uitgezeild: den 25 maart de schoenerschepen NORTHAM, kapt. D. Charrosin en FAME, kapt. S. Holeman, beide naar Londen.
Den 26 dito het pinkschip DIRKJE ADAMA, kapt. H.B. Rickmers, naar Groenland (opm: walvis- en robbenjager).
Den 27 dito de kofschepen AMICITIA, kapt. H.J. Benes en EGBERTUS, kapt. K.H. Bakker, beide naar Noorwegen.
Den 2 dito het kofschip ARENDINA, kapt. H.D. de Groot, naar Hull.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Openbare Verkoping. C. Zunderdorp, als daartoe behoorlijk geauthoriseerd op woensdag 8 april 1838 (in plaats van 18 januari, alstoen wegens de ingevallen vorst uitgesteld [opm: zie RC 110138 en 130138]) des voormiddags ten 10 ure, aan de stranding plaats Terschelling, door een bevoegd beambte publiek, om contant geld, te doen verkopen:
De geborgen tuigage en inventaris van het aldaar gestrande Engelse barkschip THE INDIAN, kapt. J. Burinson, van Newcastle, komende van Riga naar Londen gedestineerd, bestaande in 24 differente zeilen, 3 zware ankers, waaronder een nieuw ketting anker, zwaar tussen de 1700 en 1800 halve Nederlandse ponden, 3 werp ankers, 2 kabelkettingen van 4 en 4½ duim, ieder van 100 vademen, 2 einden zware ketting, van 3 duimen, een á 60 en een á 40 vadem, diverse ketting schoten, 2 ijzeren water ketels, benevens 3 kabeltrossen, van 9 duim tot 6 duim dik, voorts staand en lopend wand, gekapt touwwerk, stagen, ijzeren lier, sloep en watervaten, en hetgeen verder van genoemd schip is geborgen en gepresenteerd zal worden.
Liggende deze goederen bij en in het domeinpakhuis te Hoorn op genoemd eiland en aldaar twee dagen voor en op verkoopdag behoorlijk gekaveld en genummerd, voor een ieder te zien.
Inmiddels kunnen informatiën worden genomen ten kantore van de wel edele heer Edward Collings, agent van de heren assuradeurs te Newcastle, North en South Shields en van andere Engelse, Schotse, Franse en Belgische maatschappijen van zee assurantie, te Amsterdam, op de Snoekjesgracht no. 4, en bij Zunderdorp en Ran, te Texel, en C. Zunderdorp jr, te Terschelling, mits brieven franco.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: de helft in het geoctroijeerd veerschip varende van Rauwerd op Leeuwarden en Sneek vice versa. Te bevragen Hessel F. Postma, te Rauwerd.


02 april 1838


  ZP - Zeepost

Kapt. P. Jagtman, voerende het schip HENDRIKA (opm: kof HENDRINA), den 17 maart van Genua in Texel binnengekomen, rapporteert, dat hij op gemelde reis den 18 december l.l. in de baai van Almarica (opm: waarschijnlijk de Golf van Almería) met mooi weer zeilende, door een vissersschuit, met 9 man bemand, werd aangehouden, welke voorgaven gemelde kapitein een visserslijn had stuk gezeild en zij daarvoor schadevergoeding eisten, doch dit door de kapitein geweigerd zijnde, joegen zij eerst de matroos, welke aan het roer stond, weg en begonnen alstoen met de breefok af te slaan, doch werden hierin door de kapitein en stuurman verhinderd, welke hen echter toch met tabak, genever en meer ander proviand moesten voorzien, waarna gemelde vissers hen de reis lieten vervolgen.


  ZP - Zeepost

De schepen VROUW ALIDA (opm: smak), kapt. P.T. Swiers, van Rostock naar Bremen, VROUW GESINA, kapt. Schröder, van Kopenhagen naar dito, en JOHANNA, kapt. Zander, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Engeland, welke te Rendsburg overwinterd hebben, zijn de 25/26 maart met oostenwind van daar vertrokken. Volgens bericht van Tonningen (opm: Tönning) van 26 maart lagen aldaar nog wegens ijs de schepen VROUW TRIJNTJE (opm: tjalk), kapt. J.A. Meijer, en ONS GENOEGEN (opm: smak), kapt. M. Douwes, beide van Schiermonnikoog naar de Oostzee.


  ZP - Zeepost

De NEPTHUNUS, kapt. Klein, van Emden naar Noord-Amerika, is, na reeds in zee te zijn geweest, volgens brief van Emden van 24 maart, aldaar, waarschijnlijk wegens schade, op de rivier terug gekomen.


03 april 1838


  ZP - Zeepost

Het schip ZEEUW, kapt. J.J. ter Hofstede, van Batavia naar Middelburg, is den 29 maart bij Falmouth gearriveerd wegens gebrek aan proviand.


  ZP - Zeepost

Volgens bericht van Falmouth in dato 29 maart was het schip DE HOOP, kapt. Mugge, van Amsterdam naar Triëst, den 16 december aldaar zwaar lek binnengelopen en den 15 februari door een zware storm omgeslagen, na volbrachte reparatie gereed om de volgende dag de reis te vervolgen. (opm: zie o.a. RC 020138)


  ZP - Zeepost

Verkoping van scheepsaandelen te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg op maandag 2 april:
- 1/2e Part in het gekoperd fregatschip MARIA, kapt. J. Remkes: NLG 3000, koper H.J. Rietveld.
- 1/8e Part in het brikschip de VERWACHTING, kapt. H.K. Hillers: NLG 1000, koper H.J. Rietveld.
- 1/16e Part in het gekoperd brikschip CATHARINA, kapt. K.M. Hillers: NLG 1075, koper H.J. Rietveld.
(opm: H.J. Rietveld was makelaar, waarschijnlijk gekocht voor zijn lastgever)


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. H. Montauban van Swijndregt, F. van Dam en F.N. Montauban van Swijndregt, makelaars, te Rotterdam, zijn mening op dinsdag 10 april 1838, des namiddags ten vier ure, in het Lokaal op de hoek der Scheepmakershaven en Bierstraat, wijk A no. 458, te veilen het Nederlands hoekerschip (opm: galjas) JULIANA, gevoerd door kapt. Frederik Poodts, volgens meetbrief lang 19,10 el, wijd 3,72 el, hol 3,1 el, en alzo groot 50 lasten, met al deszelfs rondhout, staande en lopend want, ankers, touwen en verdere inventaris, zoals hetzelve is liggende in de Zalmhaven, achter de scheepstimmerwerf genaamd St. Joris. Het voorschreven schip is inmiddels uit de hand te koop. (opm: het schip, bouwjaar 1809, mogelijk 1806, is waarschijnlijk verkocht voor de sloop, maar definitieve bevestiging is niet gevonden)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Aangaande het schip HELENA, kapt. J. Mengers, van Stettin naar Bordeaux, wordt van Elseneur van den 20 maart gemeld, dat hetzelve ten gevolge van in het Kattegat, op de Zweedse kust in het ijs bezet te zijn geweest (opm: zie PGC 300338), en twee malen gestoten te hebben, zou moeten lossen om te repareren.


04 april 1838


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Op de 27e dezer overleed alhier Francis MacKenzie, gezagvoerder van de Nederlandse brik LUCILE.
Debiteuren en crediteuren worden verzocht binnen zes weken aangifte of betaling te doen aan de ondergetekenden, codicilaire executeuren.
Grissee, 29 maart 1838, Van Haasen, Martens.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Died at the house of F. Hall Esq. capt. James Lewis, late captain of the barque ELIZABETH, much respected and regretted by a numerous circle of acquaintance.
Degenen, die iets te vorderen hebben van, dan wel verschuldigd zijn aan de boedel van wijlen de heer James Lewis, in leven gezagvoerder van de bark ELIZABETH, gelieve daarvan aangifte of betaling te doen binnen de tijd van drie maanden aan de tweede ondertekenaar.
Batavia, 27 maart 1838, Felix Hall en H. Batten, testamentaire executeuren.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 2 april. Gisteren is hier aangekomen het Nederlandse schip STAD UTRECHT, kapt. H. Rolff, vertrokken van Amsterdam de 7e december.
Heden is hier aangekomen Zr.Ms. korvet HIPPOMENES, commandant kapt.luit.t.zee J.W. Moll, vertrokken van Vlissingen de 15e november.


05 april 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 4 april. Op de eerste dezer bestond ’s Rijks Marine uit de volgende schepen en vaartuigen van Oorlog:
2 van 84 stukken (de ZEEUW en NEPTUNUS); 6 van 74 (WATERLOO, KORTENAAR, JUPITER, TROMP, DE RUYTER en PIET HEIN); 1 van 64 (ZEELAND); 2 van 60 de WAAL en de DOGGERSBANK); 1 van 54 (de RIJN); 14 van 44 DIANA, de AMSTEL, de SCHELDE, de SAMBRE, de MAAS, BELLONA, ROTTERDAM, PALEMBANG, JASON, de ZAAN, CERES, de IJSEL, de LEK en HOLLAND); 5 van 32 (EURIDICE, KENAU HASSELAAR, MARIA REIGERSBERGEN, JUNO en ARGO): 11 van 28 (de RUPEL, een geraseerd fregat, ALGIERS, mede een geraseerd fregat, de DOLFYN, POLLUX, de TRITON, ATALANTE, NEHALENNIA, HIPPOMENES, AJAX, BOREAS en CASTOR); 2 van 20 (de EENDRAGT en AMPHITRITE, geraseerd korvet); 10 van 18 (de KEMPHAAN, de VALK, de PANTER, ECHO, PEGASUS, de MEERMIN, MERKUUR, VENUS, de KOERIER en de ZWALUW); 4 van 14 (de VLIEGENDE VISCH, de POSTILLON, de SNELHEID en de AREND); 1 van 12 (de WINDHOND); 3 van 8 (de GIER, de PELIKAAN en de BRAK); voorts het instructie-vaartuig URANIA van 12 stukken; 4 stoomschepen, 1 van 8 stukken (CERBERUS), en 3 van 7 stukken (CURAÇAO, PHOENIX en de ETNA); 3 transportschepen (DORDRECHT, de MERWEDE en PRINS WILLEM FREDERIK HENDRIK); wijders 10 gaffel-kanonneerboten à 1 mortier en 3 stukken, waarvan 5 in dienst; 33 gaffel-kanonneerboten, groot model, à 5 stukken, waarvan 14 in dienst; 46 gaffel-kanonneerboten, klein model, à 3 stukken, waarvan 21 in dienst, en 15 roei kanonneerboten, à 2 stukken.
Van deze schepen zijn in dienst: 5 van 44 (DIANA, de AMSTEL, de MAAS, BELLONA en de ZAAN); 2 van 32 (EURIDICE en KENAU HASSELAAR); 8 van 28 (de RUPEL, ALGIERS, de TRITON, ATALANTE, HIPPOMENES, AJAX, BOREAS en CASTOR); 1 van 20 (AMPHITRITE); 4 van 18 (de KEMPHAAN, de VALK, PEGASUS en MERKUUR); 1 van 14 (de SNELHEID); 1 van 12 (de WINDHOND); het instructie-vaartuig, de 3 bovengemelde stoomschepen; alsmede de 3 transportschepen en de kanonneerboten, waarvan her getal insgelijks hierboven is opgegeven.
In aanbouw zijn: 3 van 74 (TROMP, DE RUITER EN PIET HEYN); 2 van 60 (de WAAL en de DOGGERSBANK); 3 van 44 (de YSEL, de LEK en HOLLAND); 2 van 32 (JUNO en ARGO); 3 VAN 18 (VENUS, de KOERIER en de ZWALUW); 1 van 14 (de AREND); en 1 stoomschip (de ETNA).


06 april 1838


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Londen, 31 maart. Gisteren vertrok van Londen het eerste stoomschip naar Amerika. Hetzelve stevent naar het zuidelijk gedeelte van Ierland, en zal van daar, zo men verwacht, in 15 dagen de Atlantische Oceaan doorvaren.
Dezer dagen is een zeer groot stoomschip, genaamd the GREAT WESTERN, voor de vaart op de Verenigde Staten van Noord-Amerika voltooid. Dit is het grootste stoomschip dat tot dusverre is gebouwd geworden. (opm: zie LC 010638).


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Openbare verkoping. C. Zunderdorp, als daartoe behoorlijk geauthoriseerd, op donderdag den 18 april 1838, des voormiddags ten 10 ure, in het logement Zwaan, te Terschelling, door een bevoegd beambte, publiek om contant geld te doen verkopen, de volgende Riga houtwaren, geborgen van het aldaar gestrande Engelse barkschip THE INDIAN, kapt. J. Burinson (opm: zie o.a. RC 110138), van Newcastle, komende van Riga naar Londen gedestineerd, bestaande in:
- 177 stuks vierkante grenen balken, lang 5 el 328 streep tot 12 el 432 streep.
- 250 stuks blokken eiken kroon wagenschot, lang van 4 el 440 streep tot 7 el 104 streep.
- 2460 stuks kroon delen, lang van 4 el 440 streep tot 6 el 216 streep, dik 7 duim 3 streep.
- 5 vadem splithout.
Liggende deze lading gedeeltelijk op het Oosteinde van genoemd eiland en in het dorp Hoorn, en aldaar twee dagen voor en op de verkoop dag behoorlijk gekaveld en genummerd voor een ieder te zien, terwijl inmiddels alle informatiën te bekomen zijn ten kantore van de weledele heer A. Horstman, agent van Lloyd’s, te Amsterdam, bij Zunderdorp en Ran, te Texel, en C. Zunderdorp jr, te Terschelling, mits brieven franco.


07 april 1838


  ZP - Zeepost

Van Vlissingen meldt men, dat het Nederlandse schip (opm: fregat) PRINS VAN ORANJE, kapt. P. de Boer, van Batavia naar Rotterdam, genoodzaakt was, te diep gaande om over de Hindert te komen. (opm: zie ZP 160438).


  RC - Rotterdamsche Courant

In lading naar Dantzig (door het Holsteinse kanaal) het Nederlandse kofschip JONGE EGBERTUS, kapitein J.B. Mulder.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. De deurwaarder Bartholemeus van Geluk, te Dordrecht, als last hebbende van zijn principaal, is voornemens, op woensdag 18 april 1838, des voormiddags ten elf ure, ten huize en herberge van Gerrit van Erp, aan het Vlak, te Dordrecht, te verkopen, om contant geld het hol van het Rijnschip de VROUW CHRISTINA, laatst gevoerd door kapt. Dirk Meeuwsen, liggende in de Wollewevershaven, te Dordrecht, zo mede het staande en lopend want, ankers, blokken, kabels, lijnen, enz. Alles breder bij biljetten omschreven.
Nadere onderrichting te bekomen ten kantore van de heer A. Olivier, de Jonge, op de Kuipershaven, en ten huize van gemelde deurwaarder Van Geluk, in de Grootekerksbuurt, letter A. no. 68, beiden te Dordrecht.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 5 april. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip NASSAU, kapt. E. Visser, met vier passagiers, vertrokken van Amsterdam de 5e december.


09 april 1838


  ZP - Zeepost

Helvoet, 8 april. Het schip VASCO DA GAMA, kapt. J.H. Zeeman, van Batavia, den 6 dezer bij de Goeree ten anker, heeft gisteren met het naar binnen zeilen op de Bol van de Hinderd het roer afgestoten en is in het vaarwater ten anker gekomen. Het is echter later door adsistentie van ijssloepen en vissersvaartuigen met verlies van anker en ketting tot voor het Pampus ten anker gebracht. Heden is het met gemelde adsistentie van voor het Pampus op het kanaal gebracht. (opm: het fregat was op 29 juni 1837 onder kapitein J.H. Zeeman naar Batavia uitgezeild)


  ZP - Zeepost

Ter rede van Oostmahorn arriveerde den 30 maart het schip (opm: tjalk) de VIER GEBROEDERS, kapt. P.T. Teensma, van Neustadt naar Zaandam, laatst van Ezumazijl, na gerepareerd te hebben.


  ZP - Zeepost

Van Triëst wordt in dato 23 maart gemeld, dat den 22 dito bij Umago (opm: Umag, 45º24’ NB 13º31’ OL) (St. Lorenzo) gestrand is het schip WATERHORST, kapt. Gerdes, van Bergen met stokvis naar Triëst gedestineerd (opm: zie ZP 130338 en 130438). Het schip zoude geheel weg zijn, doch hoopte men de lading te kunnen bergen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. J. Salm, H. Salm en C.J. de Grijs, makelaars, zullen ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte, op maandag de 23ste april 1838, ’s avonds ten 6 ure, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads Herberg, aan het IJ, verkopen een extra ordinair welbezeild in dit jaar nieuw vertimmerd kofschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd MARIA CATHARINA, gevoerd door kapt. G.L. Swart, liggende aan de Werf De Boot, op Wittenburg, volgens Nederlandse meetbrief lang 23 ellen, 70 duimen, wijd 4 ellen 61 duimen, hol 2 ellen 57 duimen, en alzo gemeten op 65 lasten of 123 tonnen. Breder bij de inventaris.


  AH - Algemeen Handelsblad

Batavia, 23 november 1837. Aangekomen HENRY EN WILLEM (opm: bark), Martens, van Padang.


10 april 1838


  ZP - Zeepost

Men heeft vrees voor het Nederlandse schip (opm: fregat) DE ZEEUW, kapt. O.F. Kamp voor wijlen kapt. J.J. ter Hoffstede, van Batavia komende, gedestineerd naar Middelburg, den 29 maart bij Falmouth wegens gebrek aan proviand, hetwelk men zegt op de Banjaard gestrand te zijn (opm: zie o.a. ZZC 100438).


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 9 april. Van goederhand vernemen wij, dat de thans bestaande koloniale marine in onze Oost-Indische bezittingen, zal worden gesupprimeerd, en het geheel bij de Nederlandse Marine zal worden georganiseerd, zodat zij geen op zich zelf bestaand lichaam meer zal uitmaken, maar alles Nederlandse Marine zal zijn; dat de nieuw benoemde schout-bij-nacht Lucas, met de nodige volmacht ter organisatie voorzien derwaarts is vertrokken, en de kapt. ter zee Koopman daarbij als commissaris zal ageren, als ook, dat binnen enige maanden hoofd-officieren der marine naar Java zullen worden gezonden om het bevel over de respectieve stations op zich te nemen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Naar men verneemt, zal op a.s. donderdag de 12e dezer, des namiddags ten 1½ ure, aan ’s Rijks werf alhier van stapel gelaten worden Zr.Ms. korvet ARGO, nieuw gebouwd.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Zierikzee, 10 april. In de morgen van zondag den 8 dezer, is op de Banjaard, bij het eiland Schouwen, gestrand het fregatschip DE ZEEUW, kapt. O.F. Kamp (voor kapt. J.J. ter Hofsteede, welke gedurende de reis met nog zes manschappen, zo aan boord als in de hospitalen te Batavia en St. Salvador, zijn overleden), geladen met koffie, suiker, enz., op deszelfs reis van Batavia naar Middelburg. De equipage en passagiers, waaronder zich de equipage van het verbrande schip DILIGENCE (opm: fregat, kapt. H. Bos, zie o.a. RC 071237), van Amsterdam bevonden, zijn allen gered en gedeeltelijk hier aangebracht (opm: zie ZZC 150339 en 210539), uitgenomen de Engelse loods en een jongen, die door vermoeienis als anderszins overleden zijn.
Het schip, welke nog maar kortelings te Middelburg gebouwd en deszelfs eerste reis zou volbracht hebben, zal geheel verloren zijn, als ook de lading, waarvan nog weinig of niets geborgen kan worden. Hetzelve moet een geruime tijd voor de wal geweest en tevergeefs op loodsen gewacht hebbende, op gemelde ondiepte zijn geraakt, waarna de sloepen zijn uitgezet en met dezelve een gedeelte der equipage en passagiers, waaronder zich vrouwen en kinderen bevonden, ten getale van 35 personen, met behulp van andere vaartuigen, behouden aan de wal zijn gekomen, met achterlating van meest al hun goederen. Het overige gedeelte der equipage, zijnde de eerste, tweede en derde stuurman en enige matrozen, zijn naderhand mede gered.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Sedert october 1834 tot het einde van maart 1837, zijn door de zorg der Noord- en Zuid-Hollandsche Reddingmaatschappij 100 schipbreukelingen uit 15, meest vreemde, schepen gered, zijnde door die maatschappij, sedert haar oprichting, 398 mensen behouden.


  AB - Avondbode

Havana, 19 februari. Binnengekomen GUSTAVE (opm: Belgische ex-Nederlandse brik), kapt. A.J. Meulenaer, van Antwerpen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip (opm: tjalk) de VIER GEBROEDERS, kapt. P.T. Teensma, van Neustadt naar Zaandam, laatst van Ezumazijl, is volgens brief van Zoltkamp van den 30 maart, na te Ezumazijl gerepareerd en de geloste lading weder ingenomen te hebben, die dag ter rede van Oostmahorn geankerd, doch zou met eerste gunstige gelegenheid de reis voortzetten.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip NEPTUNES, kapt. W.H. Klein (opm: buitenlander; zie ook PGC 200438), van Emden naar Baltimore, laatst van Delfzijl, is met schade op de Eems teruggekomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip de HOOP, kapt. J.H. Mugge, van Amsterdam naar Triëst, te Falmouth binnen, was volgens brief van daar van den 29 maart, van de geleden schade hersteld (opm: zie RC 020138) en gereed om de reis voort te zetten.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen. Binnengekomen: den 3 april de schoenerschepen MARY AND ROSE, kapt. A. Reach, van Sunderland, HOPE, kapt. W. Cousins, en ORWELL, kapt. J. Hull, beide van Londen.
Den 7 dito het kofschip COURIER, kapt. N.M. Lindegaard, van Newcastle, het schoenerschip NORTHAM, kapt. D. Charrosin, van Londen.
Uitgezeild: den 1 april de schoenerschepen FRIENDS, kapt. J. Manning en UNION, kapt. H.B. Disneij, beide naar Londen.
Den 5 dito de kofschepen de VROUW JANTINA, kapt. H.H. de Weerd en MARGARETHA, kapt. K.F. Harding, beide naar Noorwegen.
Den 7 dito de kofschepen de WILLEM, kapt. H.W. Kiers, naar Noorwegen, AUGUSTA CATHINKA, kapt. L.J. Dreijer, en het smakschip TWEE GEBROEDERS, kapt. H.J. Bruins, alle drie op avontuur, de kofschepen ANNEGINA, kapt. R.J. Kuiper, de JONGE JAN, kapt. J.K. Bart en MARIA BARBARA, kapt. D. Meesman, alle drie naar Noorwegen, het smakschip JACOBA CATHARINA, kapt. E.A. Niehoff, naar Arbroath, het kofschip GEERTRUIDA HENDRIKA, kapt. E.R. Zoutman, naar Schotland.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: de gerechte helft van het schip en veer, varende van Sneek naar Franeker vice versa, met al deszelfs toe- en aanbehoren.
Te bevragen bij Hobbe Wouda, koopman te Sneek.


11 april 1838


  ZP - Zeepost

Vlie, 7 april. Het schip DIRKJE ADAMA, kapt. H.B. Rickmers, is heden van hier naar Groenland vertrokken (opm: Harlinger robben- en walvisjager).


  ZP - Zeepost

Volgens brief van Rotterdam in dato 10 april is aldaar, zo van Middelburg als van Zierikzee, de bevestigende tijding van het de 8e april op de Banjaard bij Schouwen totaal verongelukken van het schip de ZEEUW, wijlen kapt. Ter Hoffstede, van Batavia naar Middelburg – zie ons nommer 50 – aangebracht. De passagiers, waaronder kapt. Bos, gevoerd hebbende het schip DILIGENCE, en equipage zijn gered, behalve een jongen, die verdronken, en een Engelse loods, die na de ramp overleden is. Volgens brief van Middelburg in dato 9 april, was hetzelve toen tussen 8 en 9 uren reeds vol water en ten 1 ure omgeslagen, zodat schip en lading totaal weg zijn, en de equipage behouden op het eiland Schouwen aangekomen zijn. (opm: zie o.a. ZZC 100438)


  ZP - Zeepost

Kopenhagen, 3 april. De alhier aangekomen schepen zijn ingeijsd geworden en op heden is de rede vanaf de kalkbranderij tot de lunette weder vol met ijs.


  ZP - Zeepost

Volgens particulier bericht zou het schip AURORA, wijlen kapt. Blok, van Havana naar Amsterdam, op zee ontmoet zijn, en volgens sommigen zoude hetzelve te Lisbon binnen zijn. (opm: zie o.a. ZP 260338)


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Die iets te vorderen heeft van, dan wel verschuldigd is aan de boedel van de op de 15e dezer alhier ab intestato overleden Boeginees Nachoda Bassoo, gevoerd hebbende de te Grissee te huis behorende topschoener FATTAL KAIR MOEBARAK, wordt verzocht aangite of betaling te doen binnen de tijd van vier maanden, gerekend van heden, aan de agenten der Bataviasche Wees- en Boedelkamer te Riouw.
Riouw, 24 maart 1838, J.H. Walbeehm, M.A. Borgen


  JC - Javasche Courant

Batavia, 6 april. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip MAKASSER, kapt. H.F. Gieseke, vertrokken van Rotterdam de 3e december.


12 april 1838


  ZP - Zeepost

Het schip AURORA, wijlen kapt. Blok, van Havana naar Amsterdam, masteloos in zee ontmoet – zie onze nommers 37 en 51 – is, volgens nader bericht, den 18 maart gepraaid, zeilende met noodtuig. Het schip was dicht gebleven en bevond de equipage zich in goede staat.


  AH - Algemeen Handelsblad

De 7e dezer is van de werf van de scheepsbouwmeester Jan Smit aan het Slikkerveer onder Ridderkerk met het beste gevolg van stapel gelaten het fregatschip genaamd MARGARETHA JOHANNA, gebouwd voor Amsterdamse rekening en voor de vaart op de Oost-Indiën bestemd, waarna op genoemde werf terstond de kiel is gelegd van het fregatschip PRINSES SOPHIA.


13 april 1838


  ZP - Zeepost

Middelburg, 11 april. Omtrent het treurig voorval wegens het vergaan van het schip DE ZEEUW – zie ons nommer 51 (opm: ZP 110438, en o.a. ZZC 100438) – kunnen wij thans mededelen, dat laatstleden zondag (opm: 8 april) voormiddag tussen 11 en 12 uren, na herhaalde malen sedert donderdag voor gaats te zijn geweest zonder loodsen aan te treffen, het schip te dicht de wal genaderd zijnde, het roer is afgestoten, waarop is afgehouden en het schip in vlot water ten anker is gekomen, doch bij het vallen van de vloed begon hetzelve door de hoge zeeën te stoten, en bevond zich weldra in zulk een gevaarvolle toestand, dat men alleen op levensbehoud moest bedacht zijn. Ten 4 uren in de namiddag besloot men het schip te verlaten. De barkas met 19 personen is ten 9 uren des avonds op Schouwen aangekomen, maar de sloep, waarin zich de passagiers bevonden, heeft de gehele nacht in de branding omgedoold en grote gevaren doorgestaan, tot dat de mensen des morgens ten 6 uren door een vaartuig zijn opgenomen en naar Zierikzee vervoerd. De giek (opm: roeiboot) met de overige manschappen is te Burgsluis aangekomen, en bij deze laatste tocht, die zeer gevaarlijk was, is de aan boord geweest zijnde Engelse loods en een kleine jongen door vermoeienis bezweken.
De passagiers, mevrouw Schuurmans met haar drie kinderen en twee bedienden, en kapitein H. Bos (opm: van de DILIGENCE, zie o.a. RC 071237), zijn nog te Zierikzee verbleven. De manschappen uit de barkas en sloep zijn reeds hier aangekomen.
De bodem en lading zijn geheel verloren. Dit schone schip was in het jaar 1836 alhier nieuw gebouwd en voer onder administratie van de heren Van den Broecke, Luteyn & Schouten. Hetzelve vertrok van hier den 18 april 1837 en was den 29 november van Batavia gezeild, bevracht voor de Nederlandsche Handel-Maatschappij.


  ZP - Zeepost

Van St. Thomas wordt in dato 9 maart gemeld, dat het aldaar binnengelopen en afgekeurde schip (opm: kof) EDAMS WELVAREN, kapt. Meyer, van Suriname naar Amsterdam, publiek is verkocht geworden. (opm: zie ZP 120238 en 130338).


  ZP - Zeepost

Het schip WATERHORST, kapt. Gerdes, van Bergen naar Triëst, is den 22 maart bij Umaga (opm: Umag, 45º24’ NB 13º31’ OL) (kust van Istrië) gestrand. Een gedeelte der lading is geborgen. (opm: zie ZP 090448)


  ZP - Zeepost

Het schip MERCUUR, kapt. Smith (opm: kapt. J.F.P. Smit), van Ibrail naar Antwerpen, is volgens bericht van Falmouth in dato 8 april bezig de lading weder in te nemen.


  ZP - Zeepost

Het schip UNION, kapt. Van de Steene, den 7 april te Liverpool van Oostende gearriveerd, is, volgens bericht van den 8 dito van aldaar, door zware aanzeiling genoodzaakt wordende de ankers te kappen, vol water op strand geraakt. Men zou trachten het schip in vlot water te brengen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Onder begunstiging van fraai lenteweder is gisteren namiddag ten half twee ure met de beste uitslag van de Landswerf te water gelaten de oorlogskorvet ARGO, geboord voor 32 stukken. Een vermeldenswaardige bijzonderheid is, dat dit het eerste oorlogsschip is, hetwelk men gekoperd heeft doen van stapel lopen.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Naar men verneemt, zal de expeditie van generaal Verveer naar Afrika tegen den 15 dezer maand onder zeil gaan. De generaal zelf zal aan boord van een koopvaardijschip uit Rotterdam vertrekken, terwijl de fregatten uit Hellevoetsluis zullen zeilen (opm: zie ZZC 200438).


  LC - Leeuwarder Courant

De openbare notaris G. Wilhelmij, als daartoe bij vonnis van de rechtbank van eersten aanleg zitting houdende te Leeuwarden benoemd, zal, op donderdag den 19 april 1838, des namiddag ten 3 ure, ten huize van Jacob IJpes Miedema, herbergier te Oenkerk, ten overstaan van de Heer Vrederechter van het kanton Bergum, bij strijkgeld presenteren te verkopen: de gerechte helft van het Veer- en Beurt schip, varende van Oenkerk op Leeuwarden heen en weder, met deszelfs zeilage en verder toebehoren, zoals bij Jan Zuiderveld wordt bevaren, en mandelig is met de weduwe van Binnes Romkes Kooistra, bij finale toewijzing vrij te aanvaarden.


16 april 1838


  ZP - Zeepost

Zr.Ms. korvet AMPHITRITE, kapt.luit.t.zee Tengbergen, wordende gesleept door Zr.Ms. stoomboot CURAÇAO, luit.1e kl. Coertzen, zijn den 14 dezer van Texel naar de Goeree vertrokken. Zij kwamen echter den 15 weder terug uit zee. (opm: ZP 210438 – 60: opnieuw beiden van Texel naar Goeree vertrokken op 20 april 1838).


  ZP - Zeepost

Volgens brief van Rotterdam van 15 april was den 14 dito op de hoogte van de plaat voor de Steenbergsche Vliet vastgeraakt het lichterschip ST. JORIS, schipper M. Mereel, van Vlissingen met een gedeelte der lading van het schip PRINS VAN ORANJE, kapt. De Boer, van Batavia, den 3 april te Vlissingen binnengelopen om een gedeelte der lading te lossen (opm: zie ZP 070438).


  ZP - Zeepost

Het schip AURORA, wijlen kapt. Blok, van Havana naar Amsterdam – zie onze nommers 37, 51 en 52 (opm: ZP 260338, 110438 en 120438) – is den 30 maart masteloos te Lisbon binnengelopen en zal waarschijnlijk moeten lossen om te repareren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Naar Batavia zal vermoedelijk in de maand mei eerstkomende vertrekken het nieuw gebouwd gekoperd tweedeks fregatschip PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN, kapt. P. Huidekoper, voor passagiers en goederen. Te bevragen bij de cargadoors d’Arnaud & Co. op de Oude Schans bij de Keizerstraat no. 24, en bij Jan Corver & Co. op de Buitenkant bij de Kalkmarkt no. 36 (opm: eerste reis).


17 april 1838


  ZP - Zeepost

Zr.Ms. transportschip WILLEM FREDRIK HENDRIK, kapt.luit. Van der Hart, is den 15 dezer van Curaçao te Helvoet gearriveerd.


  ZP - Zeepost

De hoeker het VERTROUWEN, kapt. Overgaauw, van Cephalonia naar Rotterdam, is den 8 april op 42º45’ NB 41º13’ WL gepraaid, reeds 75 dagen reis hebbende.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip WATERHORST, kapt. H. Gerdes (opm: buitenlander), van Bergen naar Triëst, is volgens brief van daar van den 29 maart, de vorige dag bij S. Lorenzo (opm: mogelijk San Lorenzo, Z-kust Sicilië) gestrand en zou vermoedelijk weg zijn; men hoopte echter een gedeelte der lading te zullen bergen.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen. Binnengekomen den 13 april het schoenerschip FAME, kapt. W. Barfield, van Londen, de kofschepen IJPEUS, kapt. H.G. de Weerd, jr, de JONGE DIRK, kapt. W.H. Mulder en ZELDENRUST, kapt. G.A. Jonkhoff, alle drie Oostrisoer.
Uitgezeild: den 8 april de schoenerschepen FLORA, kapt. J. Manning en LIVELY, kapt. S.H. Finch, beide naar Londen.
Den 10 dito het schoenerschip ANTJE, kapt. K. Welger, naar Havanah, de kofschepen MARTHA ALIDA, kapt. K.H. Plukker, naar Schotland en JONGE BARENT, kapt. B.R. van Wijk, naar Noorwegen.
Den 11 dito het smakschip de VERWACHTING, kapt. J. Eilers, naar Noorwegen.
Den 14 dito het smakschip de VROUW BOUWINA, kapt. H.J. Dekker, naar Hamburg.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Amsterdamsche Stoomboot Maatschappij.
Vertrek: Van Amsterdam, dinsdag, donderdag en zaterdag des ochtends ten 8 ure.
Vertrek: Van Harlingen, woensdag, vrijdag en zondag des ochtends ten 8 ure.
De boot zal, even als vroeger, Enkhuizen aandoen.
Verdere informatie te bekomen bij de directie der maatschappij te Amsterdam.


18 april 1838


  ZP - Zeepost

Schiermonnikoog, 14 april. In morgen van den 13 dezer is alhier gestrand de nieuwe Engelse brik CHOICE, gevoerd geweest door kapt. John Forster, met steenkolen van Sunderland naar Hamburg gedestineerd, waarvan de gehele equipage waarschijnlijk verongelukt is, doordien door de aldaar gestationeerde reddingboot, welke na drie reizen eindelijk gelukte met veel inspanning het schip te bereiken, niemand aan boord is gevonden, en de beide sloepen op het strand aangespoeld zijn. De lading zal geheel weg zijn; men hoopte een gedeelte der vleet (opm: zeilen, inclusief staand en lopend tuig) te bergen. Alle de aan boord zijnde papieren waren bereids geborgen.
(opm: zie ook ZP 210438, LC 150638 en LC 261038).


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Publieke Verkoping. De makelaars G, Mauritz, O.J. van Wageningen, E. Boonen, J. Boonen, H. Vriesendorp en J.P.M. Boonen, te Dordrecht, presenteren, als lasthebbende van hun principalen, ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte, publiek bij opbod en afslag te verkopen het hol van het in den jare 1837, te Dordrecht gebouwd tweemast galjootschip, genaamd de ONDERNEMING, lang over stevens 31 el 1 palm 4 duim, wijd op de buitenkant der houten op het groot spant 7 el 3 palm 6 duim, hol van de bovenkant der kiel tot op de benedenkant der balken, aan boord op het grootspant 4 el 5 palm 3 duim, Nederlandse maat, met deszelfs rondhout, zalingen, marsen, ezelshoofden en barkas, zo als hetzelve is liggende aan de Werf van de Scheepmaker Jan Schouten, te Dordrecht.
Dit schip voorzien van metalen roerstellen, halve manen en kielplaten aan de stevens, is door deszelfs constructie zeer geschikt voor de vaart op de West-Indiën.
De verkoping, bij opbod en afslag, zal geschieden ten huize van J. Zahn, in het Nederlandsch Koffijhuis, over het Marktplein, te Dordrecht, op zaterdag de 28ste april 1838, des voormiddags ten elf ure.
Nader onderrichting te bekomen bij bovengenoemde makelaars, zijnde gemelde galjoot intussen uit de hand te koop. (opm: de galjoot, tewatergelaten 29 juli 1837, werd eerst op 15 juni 1838 gekocht door J.J. Poncelet & Zoon, Amsterdam en kreeg PARAMARIBO als nieuwe naam; kapt. J.C. Töpper)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Openbare vrijwillige verkoping. De notarissen Jongeneel en Dijkman, residerende te Rotterdam, als lasthebbende van derzelver principaal, zijn voornemens om op maandag de 23e april 1838, des voormiddags ten elf ure, in het Lokaal voor Publieke Verkoopingen, aan de Gelderschekade, wijk B, No. 52, aldaar, in het openbaar, bij opbod, zonder afslag, te veilen en verkopen een Nederlands hecht en sterk gebouwd en gekoperd, mitsgaders welbezeild barkschip, genaamd PIET HEIN, laatst gevoerd bij kapt. Edward Wylde, liggende in de Leuvehaven, omtrent het Tarwenakker, te Rotterdam, zijnde lang over steven 31,10 ellen, wijd 5,85 ellen, hol 4,50 ellen, en alzo gemeten op 364 tonnen, en dat met al deszelfs rondhout, staande en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere scheepsgereedschappen en goederen, volgens inventaris, welke bij geafficheerde biljetten is gespecificeerd. (opm: het ex-fregat werd niet verkocht)
Het voorschreven schip en toebehoren zal dagelijks (except zondag) kunnen worden bezichtigd, terwijl inmiddels nadere informatiën zijn te bekomen ten kantore van de voornoemde notarissen Jongeneel en Dijkman, in de Oppert te Rotterdam.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 16 april. De 13e dezer zijn hier aangekomen het Nederlandse schip het SCHOON VERBOND, kapt. B. Draijer, met twee passagiers en Zr.Ms. troepen, vertrokken van Amsterdam de 6e januari, en het dito schip SARA LYDIA, kapt. B. van der Tak, met een passagier, vetrokken van Rotterdam de 7e januari.
De 14e dezer zijn hier aangekomen het dito schip NEDERLANDEN, kapt. A.J. Struijk, met vier passagiers, vertrokken van Amsterdam de 7e december, de dito schoener PHOENIX, kapt. H. Eeltjes, vertrokken van Middelburg de 7e januari, en het dito schip de MAAS, kapt. M. van Velthoven, vertrokken van Rotterdam de 6e december.
Heden is hier aangekomen het dito schip VERONICA, kapt. D.G. Doeksen, vertrokken van Rotterdam de 3e december, en het dito schip CLAUDIUS CIVILIS, kapt. W. Groen, met vijf passagiers en Zr.Ms. troepen, vertrokken van Amsterdam de 6e januari.


19 april 1838


  ZP - Zeepost

Den 18 april zijn, onder meer anderen, te Amsterdam gearriveerd de schepen de JONGE CORNELIS, kapt. O.G. Bikker (opm: mogelijk O.G. Bakker), van Hull met manufacturen, aardewerk en hardwaren, en MINERVA, kapt. A.J. Mees, van Cuxhaven met spijkers, lood, klompen, enz, en den 19 zijn te Amsterdam gearriveerd de CATHARINA ANNA HELENA (opm: fregat), kapt. F.H. Zeylstra, van Suriname met suiker en katoen, ANTONIA (opm: kof), kapt. E. Speelman, van dito met suiker en katoen, het TOEVAL, kapt. H.H. Ebbes, van Newcastle met steenkolen, en TWEE GEBROEDERS, kapt. J.J. Lootz, van Cuxhaven met glas en spijkers.


 MCO - Middelburgsche Courant

Vlissingen, 18 april. Voor Antwerpen bestemd is alhier ter rede gekomen de HARRIET, kapt. F. Beniest, van Lissabon en Setubal, met zout en stukgoederen.


20 april 1838


  ZP - Zeepost

Het schip LAMBERTUS, kapt. Lindeboom, van Hamburg naar Blackney, is den 15 april terug uit zee te Cuxhaven binnengelopen met zware schade. Het moet lossen om te repareren.


  ZP - Zeepost

Het schip MERCUUR, kapt. Smit, van Ibrail naar Antwerpen, lag volgens bericht van Falmouth zeilkaar om den 18 april de reis van daar voort te zetten.


  ZP - Zeepost

Volgens bericht van Elseneur (opm: Helsingör) in dato 14 april is in de Noordzee den 10 dito lek geworden en gezonken het schip CERES, kapt. J. Backer (opm: buitenlander), van Skeen naar Duinkerken. De equipage is gered en door een Engels schip te Elseneur aangebracht.


  AH - Algemeen Handelsblad

Het schip GEZINA, kapt. Koops, van Routerveen (opm: buitenlander) naar Koningsbergen met ballast, is de 9e april op de Jutse kust gestrand. De equipage en inventaris zijn gered, doch het schip zou bezwaarlijk af te brengen zijn.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

’s Gravenhage, 16 april. De generaal-majoor Verveer is van hier naar Hellevoetsluis vertrokken, ten einde met de eerste gelegenheid van daar, met de expeditionaire functionarissen voor Zijner-Majesteits etablissementen, ter kust van Guinea uit te zeilen (opm: zie ZZC 130438).


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het berigt (zie no. 28) dat het schip NEPTUNUS, kapt. W.H. Klein, van Emden naar Amerika, laatst van Delfzijl, met schade op de Eems teruggekomen zoude zijn (opm: zie PGC 100438), is volgens brief van Emden van den 6 april geheel ongegrond, hebbende men aldaar dienaangaande niets vernomen, als dat hetzelve volgens rapport van de loods, in de avond van den 23 maart in zee was gekomen.


  LC - Leeuwarder Courant

Het gouvernement heeft, gerekend van den 20 maart jongstleden, buiten dienst gesteld de brik DE PELIKAAN, liggende te Willemsoord, onder bevel geweest van de luitenant der 1ste klasse W. Stort, zijnde de état-major en de equipage van die bodem overgegaan op het transportschip de MERWEDE, liggende te Hellevoetsluis, welke bodem, gerekend van den 21 maart, onder bevel van opgenoemde zeeofficier is in dienst gesteld.
Zijne majesteit heeft goedgekeurd het opgedragen kommando over de zich in de Oost-Indië bevindende korvet CASTOR aan de kapitein luitenant ter zee W. de Raet, afkomstig als eerste officier van Hoogstdeszelfs fregat DE ZWAAN.


21 april 1838


  ZP - Zeepost

Elseneur (opm: Helsingör), 14 april. Kapt. R.R. de Jonge, heden alhier aangekomen, rapporteert, dat hij woensdag den 11 dezer 5 mijlen omtrent oost van Hitteröe gepraaid heeft de kof VROUW ANNA MARIA CATHARINA, kapt. W.D. Kleininga. Dezelve had beide de masten en boot verloren en trachtte, van een noodtuig voorzien, Noorwegen te bereiken. Gemelde kapt. De Jonge is bij hem gebleven van des morgens 7 tot des avonds 6 ure ten einde hem alle hulp aan te bieden, waarvan hij echter geen gebruik heeft kunnen maken, en is van mening, dat kapt. Kleininga mogelijk een haven in Noorwegen heeft kunnen bereiken. (opm: zie PGC 190538)


  ZP - Zeepost

Volgens bericht van Harlingen in dato 19 april was van de inventaris van het te Schiermonnikoog gestrande schip CHOICE (opm: zie o.a. ZP 180438) een klein gedeelte der tuigage te Ternaard aan land gebracht. Overigens dacht men aldaar, dat schip en lading geheel weg zouden zijn. Van de equipage was nog niets bekend.


  JC - Javasche Courant

De 13e december is van Batavia te Hellevoetsluis binnengekomen de schoenerbrik SYLPH, gevoerd door kapt. P.D. Nap. Dit vaartuig was de 5e juni van Hellevoetsluis naar Falmouth vertrokken en de 14e dier maand van daar naar Batavia gezeild. Hetzelve heeft dus de reis van Hellevoetsluis en terug, met inbegrip van het oponthoud voor Java, in zes maanden en acht dagen afgelegd en, indien men Falmouth voor het punt van vertrek wilde nemen, de Indische reis nog in één dag minder dan een half jaar volvoerd. Nooit heeft een Nederlands schip zulk een korte heen- en terugreis naar Indië gedaan.


23 april 1838


  ZP - Zeepost

Het schip (opm: kof) WILHELMINA, kapt. R.K. Visser, arriveerde den 21 april van Laurwich (opm: Larvik) in het Vlie. Dezelve heeft zijn kok verloren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Volgens brief van Batavia van de 13e december was daags te voren aldaar van Canton wedergekeerd het fregatschip DORTENAAR, kapt. Abbema, en zou van Batavia naar Sourabaija zeilen om aldaar de lading in te nemen en vervolgens door Straat Bali de terugreis naar het vaderland aan te nemen.


24 april 1838


  ZP - Zeepost

Zr.Ms. transportschepen MERWEDE, luit.t.zee 1e kl. Stort, en DORDRECHT, kapt.luit.Koops, zijn den 23 april van Helvoet naar de kust van Guinee vertrokken.


  ZP - Zeepost

Volgens bericht van Brugge van 21 april is in de nacht van 19 op 20 dezer op de Paardemarkt (opm: een zandbank) tussen Heyst en Blankenberg verongelukt een waarschijnlijk Amerikaans driemastschip. Verscheidene stukken wrakhout en enige balen katoen waren aldaar reeds aan strand gedreven.


  ZP - Zeepost

Verkoop van schepen te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg op maandag 23 april: het kofschip MARIA CATHARINA, kapt. G.L. Swart: NLG 7.900, in slag NLG 300, opbrengst NLG 8.200. Koper Ament (opm: een makelaar, waarschijnlijk voor zijn principaal: A.G. Heineken).


  AH - Algemeen Handelsblad

Schepen in lading te Amsterdam:
Batavia: het gekoperd tweedeks barkschip DE JAVAAN, kapt. J.P. Meyer, adres bij B.D. Bosscher.
Batavia: het nieuw gebouwd en gekoperd tweedeks fregatschip PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN, kapt. Pieter Huidekoper, adres bij d’Arnaud & Co. en Jan Corver & Co.
Batavia: het gekoperd tweedeks fregatschip HENRIËTTE EN HENRI, kapt. J.F. Spiegelberg, adres bij Coopman & De Witt en Lenaerts, van Olivier & Co., Hoyman & Schuurman en De Vries & Co.
Batavia: het gekoperd tweedeks fregatschip ADMIRAAL TROMP, kapt. P.J. Kerkhoven, adres bij B.D. Bosscher.
Batavia: het gekoperd tweedeks barkschip POLLUX, kapt. C.C. Kat, adres bij Jan Corver & Co. en d’Arnaud & Co.
Batavia: het Nederlandse gekoperde tweedeks galjootschip DE ONDERNEMING, kapt. J. Klein, adres bij Jan Corver & Co.
Suriname: het Nederlandse gekoperde tweedeks barkschip SURINAME, kapt. R. van der Mey, adres bij Jan Corver & Co. Sluit 12 mei.
Suriname: het tweedeks driemast galjootschip NICOLAAS WITZEN, kapt. F. Lange, adres bij B.D. Bosscher.
Suriname (te Middelburg): het gekoperde tweedeks barkschip KLASINA ADRIANA, kapt. A.P. Havinga, adres bij Hoyman & Schuurman, te Amsterdam, en Boddaert & Co., te Middelburg.
Suriname: het gekoperde tweedeks barkschip SOPHIA CECILIA, kapt. J.C. Radeloff, adres bij B.D. Bosscher.
Suriname: het gezinkte Nederlandse schip ANTONIA, kapt. E. Speelman, adres bij Hoyman & Schuurman.
Suriname: het gekoperde tweedeks fregatschip CATHARINA ANNA HELENA, kapt. F.H. Zeylstra, adres bij Hoyman & Schuurman.
Suriname: het driemast galjootschip DE ANNA EN MARIA, kapt. D. Steenveld, adres bij Hoyman & Schuurman.
Suriname: het gekoperde tweedeks fregatschip DE JONGE WILLEM, kapt. G. van Medevoort, adres bij Hoyman & Schuurman en E. Windhouwer.
Suriname: het gekoperde tweedeks fregatschip WILHELMINA CATHARIA, kapt. J. C. Atkes, adres bij Hoyman & Schuurman en De Vries & Co.
Suriname: het gekoperde schoener brikschip DE SNELHEID, kapt. C. Wessels, adres bij Hoyman & Schuurman.
Suriname: het gekoperde tweedeks fregatschip DE HARMONIE, kapt. Dirk Spreeuw, adres bij B.D. Bosscher.
Baltimore (te Schiedam): het Nederlandse gezinkte brikschip ONRUST, kapt. J.A. van Borcum, adres bij Olivier & Co., en de Groot Roelands & Co te Schiedam. Vertrekt 1 mei.
Rio de Janeiro: het gekoperd brikschip CAROLINA JOHANNA, kapt. P. S. Matzen, adres bij Jan Daniëls & Zn. en Arbman, Coopman & De Witt en Lenaerts en Hoyman & Schuurman. Sluit 20 mei.
Rio de Janeiro: het gekoperde tweedeks barkschip SUSANNA MARIA, kapt. C. Spiegelberg, adres bij De Vries & Co., Jan Daniëls & Zn. en Arbman, Coopman & De Witt en Lenaerts en Hoyman & Schuurman.
Rio de Janeiro: het gekoperde schoenerschip DE KOOPHANDEL, kapt. E.E. Hoeksma, adres bij de Vries & Co., Jan Daniëls & Zn. en Arbman, Coopman & de Witt en Lenaerts, en Hoyman en Schuurman.
Bordeaux: het Nederlands kofschip HET VERTROUWEN, kapt. B.J. Bakker, adres bij Van Ulphen en Ruys.
Genua en Livorno: het Nederlandse kofschip AURORA, kapt. A.J. de Boer, adres bij J. de Rooy en C.J. Grijs & Zn.
Lissabon: het Nederlandse gekoperde sloepschip DE HOOP, kapt. Klaas Haasnoot, adres bij Jan Daniëls & Zonen en Arbman en Coopman en De Witt en Lenaerts.
Lissabon: het Nederlandse schoener hoekerschip DE VROUW MAARTJE, kapt. J. Spanjersberg, adres bij Coopman en De Witt en Lenaerts en J. Daniëls & Zonen en Arbman.
Liverpool: het Nederlandse kofschip AGATHA, kapt. B.J. Potjewijd, adres bij Jan Corver & Co.
Marseille: het Nederlandse kofschip CORNELIS, kapt. R.F. Mellema, adres bij Van Ulphen & Ruys.
Marseille: het Nederlandse gezinkte kofschip MONNIKENDAM, kapt. D.H. Kramer, adres bij Van Ulphen & Ruys.
Triëst: het Nederlandse kofschip WIGERDINA, kapt. W.J. Stuit, adres bij Jan Corver & Co.
Triëst: het Nederlandse kofschip DE KLEINKINDEREN, kapt. T.W. de Vries, adres bij Jan Corver & Co. en de wed. J. Salm en Meyer.
Arendahl, en Christiansand en omliggende plaatsen: het brikschip INGEBORG CAROLINA, kapt. A. Berendsen, adres bij J.W. Boekhout.
Bergen: het schoenerschip AMSTERDAM PAQUET, kapt. Hans Christian Ellertsen, van Bergen, adres bij Canne en Balwé.
Bremen: het Nederlandse kofschip DE VROUW GESINA, kapt. H.J. Brunius, adres bij de wed. Jan Salm & Meyer.
Bremen: het Nederlandse schip HILLEGINA, kapt. A.A. Wolkammer, adres bij Blikman & Co.
Danzig: Het Nederlandse kofschip GESINA, kapt. Philippus K. de Boer, adres bij de wed. J. Salm & Meyer en H.A. Hespe.
Danzig: het Nederlandse smakschip GESINA JACOBA, kapt. J.J. Wever, adres bij Kranenborg & Zonen, en de wed. P. Poolman Jz. & Zoon.
Hamburg en Altona: het Nederlandse schip DE JONGE BAREND, kapt. E.J. Stuurman, adres bij J.C. van Oven.
Hamburg en Altona: het Nederlandse schip DE VRIENDSCHAP, kapt. B.F. Apveld, adres bij de wed. Jan Salm & Meyer.
Hamburg en Altona: het Nederlandse schip DE VROUW HELENA, kapt. G. Esbra, adres bij Blikman & Co. Vertrekt vóór of op 30 april.
Hamburg en Altona: het schip DE VROUW RIENSKE, kapt. G.A. Brouwer, adres bij J.C. van Oven.
Koningsbergen: het Nederlandse kofschip DE JONGE YPE, kapt. Jeppe P. Teensma, adres bij de wed. J Salm & Meyer en H.A. Hespe.
Koningsbergen: het Nederlandse smakschip DE VROUW HENDRIKA, kapt. L.K. de Jonge, adres bij Kranenborg & Zonen en de wed. P. Poolman Jz. & Zoon.
Kopenhagen: het Nederlandse kofschip MEINSINA, kapt. W.F. Kuiper, adres bij Da Costa en Buens.
Kopenhagen: het Nederlandse kofschip DE ONDERNEMING, kapt. B.H. Stubbe, adres bij B.J. van Hengel.
Lübeck: het Nederlandse smakschip MEINSINA, kapt. D.D. Klontje, adres bij H. Gullen.
Petersburg: het Nederlands kofschip GEERDINA, kapt. Eilt. Alb. Doewes, adres bij de wed. J. Salm & Meyer en H.A. Hespe.
Petersburg: het Nederlandse kofschip MARIA THERESIA, kapt. C.H. Uil, adres bij Coopman en de Witt en Lenaerts, F. Smit, de Vries & Co, en F. der Kinderen.
Petersburg: het Nederlandse kofschip LIBRA, kapt. G.R. Engelsman, adres bij Nobel en Holtzapffel en Jan Corver & Co.
Petersburg: de Nederlandse gezinkte kof JOANNA JACOBA, kapt. G. Zwanenburg, adres bij Jan Daniëls & Zoon en Arbman.
Petersburg: het Nederlandse kofschip DE VRIENDFSCHAP, kapt. P. N. Huizing, adres bij Nobel en Holtzapffel en Jan Corver & Co. Vertrekt 5 mei.
Petersburg: het Nederlandse kofschip DE VROUW MARGARETHA, kapt. A.T. Steffens, adres bij de wed. J. Salm en Meyer en H.A. Hespe.
Petersburg: het Nederlandse kofschip HET AVONTUUR, kapt. Geert E. Hoveling, adres bij de wed. J. Salm & Meyer en H.A. Hespe.
Riga: het Nederlandse kofschip DE HARMONIE, kapt. H.J. Visser, adres bij P Scheffer & Zoon, en J.W. Boekhout.
Riga: Riga: het Nederlands kofschip JERMEIAS, kapt. S.L. Stellingwerf, adres bij Jan Daniëls & Zonen en Arbman.
Riga: het Nederlandse kofschip DE VROUW JOHANNA, kapt. D.D. Flik, adres bij de wed. J. Salm & Meyer en H.A. Hespe.
Rostock: het Nederlandse schip DE VROUW CATHARINA, kapt. R.A. van Laten, adres bij Blikman & Co.
Stettin: het Nederlandse tjalkschip HET VERTROUWEN, kapt. U.E. Pott, adres bij Jan Corver & Co.
Stettin: het Nederlandse kofschip DE VROUW JANTJE, kapt. G.A. Jonkhoff, adres bij F. der Kinderen en J. Daniëls & Zoon en Arbman.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen. Binnengekomen: den 15 april het schoenerschip SARAH & HELEN, kapt. J. Atkins, van Leith.
Den 16 dito het kofschip de HUNSE, kapt. H.J. Ketelaar, van Christiaansand.
Den 17 dito de kofschepen JAN FREDRIK, kapt. H.H. Kok en GEZIENA, kapt. B.A. Visser, beide van Osterrisoer.
Den 19 het schoenerschip FRIENDS, kapt. J. Manning, van Londen, het kofschip de HOUTHANDEL, kapt. D.K. de Grooth, van Christiaansand.
Den 20 dito de kofschepen de JONGE HENDRIK, kapt. B.H. Plukker, van Christiaansand, WILHELMINA, kapt. R.K. Visser, van Laurvig (opm: Larvik), GEZINA JOHANNA, kapt. H.W. Lukens, van Christiaansand en H.Z. (opm: ook HZ) kapt. S. de Vries, van Liverpool, het schoenerschip UNION, kapt. H.B. Disney, van Londen.
Uitgezeild: den 18 april de schoenerschepen ORWELL, kapt. J. Hall, en NORTHAM, kapt. D. Charrosin, beide naar Londen.
Den 19 dito het schoenerschip MARY & ROSE, kapt. A. Reach, naar Schotland, het sloepschip LAUREL, kapt. J. Reynolds, naar Hull, het kofschip COURIER, kapt. N.M. Lindegaard, naar Schotland.


25 april 1838


  ZP - Zeepost

Het schip SNELHEID, kapt. K.P. Haasnoot, is den 24 april van Helvoet naar St. Ubes (opm: Setubal) vertrokken. (opm: de nieuwgebouwde gekoperde bark SNELHEID, kapt. K.P. Haasnoot, lag al sinds eind februari 1838 te Rotterdam in lading naar Montevideo en Buenos Ayres, zie ook ZP 310538)


  AH - Algemeen Handelsblad

Het schip BROEDERTROUW, kapt. J.H. Hazewinkel, van Dordrecht naar Batavia, volgens brief van Dordrecht van de 22e april, in de vroege ochtend van de 16e dito, bij de Klundert ten anker liggende, door de bliksem getroffen, waardoor de bramsteng en drie ijzeren knipbanden der fokkemast verbrijzeld zijn; door een stoomboot naar Helvoet gesleept zijnde, is, na gehouden inspectie, gebleken, dat de mast uitgenomen moest worden, om dezelve nader te onderzoeken en te repareren.


27 april 1838


  ZP - Zeepost

De schepen ROELFINA, kapt. Doewes, van Amsterdam naar de Oostzee, EENDRAGT, kapt. Koops, van Amsterdam naar Dantzig (opm: Gdansk), CLASINA MARGARETHA (opm: kof CLASINA EN MAGRETA), kapt. J.R. Schippers, van dito naar dito, VRIESLAND, kapt. Stuit, van dito naar dito, ANNA ALIDA, kapt. Kortrijk, van dito naar dito, en JOHANNES, kapt. Douwes, van dito naar dito, zijn volgens bericht van Ystad van 18 april genoodzaakt geweest wegens drijfijs aldaar binnen te lopen.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

’s Gravenhage, 24 april. Gisteren morgen zijn uit Hellevoetsluis naar zee gezeild Zr.Ms. transportschip MERWEDE, luit. der eerste klasse Stort, en de RHOON en PENDRECHT (opm: handels-fregat), kapt. A. Schaap, welke zich zouden voegen bij Zr.Ms. korvet de AMPHITRITE, die voorgaats kruist, om gezamenlijk naar de kust van Guinea te vertrekken.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De kof GESINA, kapt. P.P. Muntendam, met wijn en azijn, van St. Martin op het Eiland Rhé (opm: Île de Ré) naar Bremen, is volgens brief van Termunterzijl van den 16 april den 9 dito wegens het breken van een der pallen van de braadspil, aldaar binnengelopen, doch was als toen, na volbragte reparatie, weder gereed om met de eerste gunstige gelegenheid de reis voort te zetten.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Kapt. R.R. de Jonge, voerende het schip FRANKE KNELSINA (opm: tjalk VROUW KNELSINA), ballast van Amsterdam naar Koningsbergen te Elseneur aan gekomen, rapporteert den 11 april des ochtens te zeven uren, 5 mijlen ten oosten Hitteroe, gepraaid te hebben de kof ANNA MARIA CATHARINA, kapt. Warner D. Kleininga, van Amsterdam op avontuur en tot des avonds zes uren in derzelver nabijheid te zijn, hebbende de masten en de boot verloren; kapt. Kleininga van de aangeboden hulp geen gebruik verkiezende te maken, zoude met een opgezet noodtuig een der havens van Noorwegen trachten te bereiken.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. A.J. van Roijen, notaris te Onderdendam, zal op woensdag den 25 april 1838 des morgens te elf uren, op het eiland Rottumeroog, ten verzoeke van de Heer Strandvonder, als daartoe geautoriseerd door Z. Exc. de Heer Gouverneur dezer Provincie, publiek, om contant geld, presenteren te verkopen: de opstaande goederen van het verongelukte schip (opm: geen rapportage gevonden) de DRIE GEBROEDERS, te Rottumeroog opgeslagen.
Des ’s morgens precies 6 uren vertrekt van de Noordpolderzijl, achter Warffum, een vaartuig naar het eiland Rottumeroog, na welks aankomst de verkoop een aanvang neemt; des namiddags vertrekt hetzelve wederom naar de wal, zodat gadingmakenden daarvan kunnen gebruik maken.
Mr. A.J. van Roijen


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Een scheepstimmerknecht, zijn werk goed verstaande en vast werk begerende, vervoege zich bij A.S. van Balen, scheepstimmerbaas, te Eernsum.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een sterk en wel betimmerde overdekte visschuit met ronde luiken, lang 11 el 8 palm, wijd en hol naar advenant, met een beste inventaris, bestaande in twee stel zeilen en twee fokken, het ene zeil en fok nieuw, en het andere zeil en fok zo goed als halfsleten, twee kluiver fokken en een busaan (opm: bezaan), een nieuw zeilkleed, verders visnetten, vislijnen en trossen, ankers en touwen, haken en bomen, koks gereedschappen, en wat dies meer zij.
Te bevragen bij de schipper Jan R. Krins, te Hindelopen, en bij H.O. Brouwer, te Makkum, Brieven franco toe te zenden.


28 april 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 27 april. Op de werf van de scheepsbouwmeester Boelen in de Bikkerstraat wordt een stoomboot getimmerd. (opm: de WILLEM DE EERSTE voor de Amsterdamsche Stoomboot Maatschappij).


  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 25 april. Heden is alhier met goed gevolg van stapel gelopen het fregatschip HENDRIK JAN, groot circa 750 tonnen, gebouwd voor rekening van de heer L.E. de Bruijn, op de werf van de Weduwe E. Visser, en is daarna opgehaald de kiel voor een schip van gelijke grootte, genaamd MOSAMBIQUE, zullende varen onder het boekhouderschap van de heren Hudig & Blokhuizen, voor rekening van enige ingezetenen dezer stad, welke zich met de heren A. van Hoboken en Zonen als commissarissen, verenigd hebben, ook met het doel om het gezag van dit schip op te dragen aan T.J.J. Bouman, als een hulde aan zijn bekwaamheid en bedaarde moed, bij de redding der passagiers en equipage van het verbrande schip de NIJVERHEID; voorts de kiel voor een schip genaamd de BEURS VAN ROTTERDAM, groot circa 560 tonnen, voor rekening van de heren C.W. van Dam & Co., als ook de kiel voor een schip genaamd JACATRA, voor rekening van de heren M.P. Ketelaar en H. van Rijckevorsel.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. H. Montauban van Swijndregt, F. van Dam en F.N. Montauban van Swijndregt, beëdigde makelaars, residerende binnen Rotterdam, zullen op dinsdag 22 mei 1838, des namiddags ten vier ure, op de Kade, voor het te veilen schip, veilen en aan de hoogste bieder verkopen het hecht, sterk en fraai gebouwd, onder Nederlandse vlag varende Rijnschip, genaamd HERZOG WILHELM, gevoerd bij kapt. Hendrik Claasen, Jr., groot volgens daarvan zijnde ijkbrief 7.364 centenaren, met al deszelfs rondhout, staande en lopend want, ankers, touwen, zeilen en verdere gereedschappen, zoals het hol met de daarin staande masten in de Haringvliet en de daarbij behorende goederen op de Kade voor het schip bij kavelingen en genummerd zullen zijn liggende, en aldaar daags vóór en op de dag der veiling voor een ieder zichtbaar zal zijn. Nadere onderrichting bij de makelaars.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 25 april. Heden zijn hier aangekomen Zr.Ms. korvet TRITON, commandant kapt.t.zee A.C. Edeling, met een passagier, vertrokken van Texel de 25e mei (opm: 1837!), en het Nederlandse schip INDIA, kapt. P. Vis, met vier passagiers en Zr.Ms. troepen, vertrokken van Rotterdam de 3e december.


30 april 1838


  ZP - Zeepost

Zr.Ms. korvet AMPHITRITE, kapt.luit.Tengbergen, arriveerde den 24 april ter rede van Deal, op reis van Texel naar Guinea.


  ZP - Zeepost

Het schip PAULINA, kapt. Van der Perre, van Liverpool naar Ostende, is volgens bericht van daar in dato 24 april in het nieuwe kanaal aan de grond vastgeraakt.


  ZP - Zeepost

Uit Rendsburg wordt in dato 25 april gemeld, dat het Nederlandse schip (opm: tjalk) TWEE GEBROEDERS, kapt. H.R. Onnes, met raapzaad van Wismar naar Amsterdam, na in Fehmer Sond (opm: Fehmarnsund) op de stenen geraakt en daardoor lek geworden te zijn, te Rendsburg binnengelopen is. Het moet lossen om de lading te onderzoeken en de schade te repareren.


  ZP - Zeepost

Blankenberg, 28 april. De Nederlandse kof DRIE VRIENDEN, kapt. Greven (opm: kapt. H.G. Greven), van Bremen naar Nantes, is in de nacht van 27 op 28 april in een hevige storm onder Wenduyne, op een ¼ mijl van hier, gestrand. De equipage is gered. De kapitein rapporteert in de nacht van 27 april bij zich gehad te hebben een brik en een smak, welke even als hij zelve in gevaar schenen te zijn. Men vreest, dat dezelve op de bank Paardemarkt verongelukt zullen zijn. Heden morgen was in het gezicht een Bremer galjoot, makende sein van gevaar, en was men beducht, daar de ankers niet hielden, bij doorstaand slecht weder op de kust zal verongelukt zijn. (opm: zie ZP 010538 en PGC 080538)


01 mei 1838


  ZP - Zeepost

Van Blankenberg wordt nog aangaande het de 27/28 april aldaar gestrande schip de DRIE VRIENDEN, kapt. Greven, van Bremen naar Nantes (opm: zie ZP 300438), gemeld, dat hetzelve den 29 dito stuk is geslagen en dat men slechts enige stukken wrakhout, welke op de kust aangedreven zijn, heeft kunnen bergen. Het schip, gisteren gemeld ten anker, heeft koers naar Ostende genomen. Bij het verzenden van dit bericht duurde de storm nog altijd onophoudelijk voort.


  ZP - Zeepost

Volgens brief in dato 17 april zijn de schepen de VRIENDSCHAP, kapt. W.J. Visser, en CONCORDIA, kapt. C.T. de Boer, beide van Amsterdam naar Oudsoen (opm: Oostkust Oslofjord) gedestineerd, den 13 en 14 dito wegens het ijs te Laarkol (opm: Larkollen, 59º20’ N.B. 10º40’ O.L.), 3 mijlen van Oudsoen, binnengelopen. Ter zelfder tijd lagen aldaar verscheidene Nederlandse schepen van Harlingen en Edam, en was het ijs nog ruim 3 voet dik.


  AH - Algemeen Handelsblad

Smyrna, 31 maart. Het Nederlandse hoekerschip TWEE GEBROEDERS, kapt. L. de Breems, de 14e maart alhier van Rotterdam in ballast aangekomen, zal eerstdaags met een volle lading vertrekken.
Het Nederlandse kofschip LUKKINA MAGRIETA, kapt. Hoveling, is te Triëst bevracht en zal een lading, naar Amsterdam bestemd, gaan afhalen.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen. Binnengekomen: den 22 april het kofschip de VROUW ANTJE, kapt. K.D. de Grooth, van Christiaansand.
Den 24 dito het kofschip de JONGE DERK, kapt. H.E. Vos, van Stadthil (opm: Stathelle).
Den 25 dito het kofschip de JONGE JAN, kapt. J.K. Bart, van Oostrisoer.
Den 26 dito de kofschepen MARGARETHA, kapt. K.F. Harding, van Christiaansand (opm: Kristiansand) en EGBERTUS, kapt. K.H. Bakker, van Oostrisoer.
Den 27 dito het schoenerschip FLORA, kapt. J. Manning, van Londen, het kofschip JAN FREERK, kapt. G.H. Smit, van Christiaansand.
Den 28 dito het brikschip WILHELM FRIEDERICH, kapt. S.A. Parr, van Droback.
Uitgezeild: den 22 april het smakschip JETSKA CORNELIA, kapt. K.E. Vos, naar Schotland, de schoenerschepen HOPE, kapt. W. Cousins, FAME, kapt. W. Barfield, beide naar Londen en SARAH & HELEN, kapt. J. Atkins, naar Newcastle.
Den 23 dito de kofschepen de HUNZE, kapt. H.J. Ketelaar, naar Noorwegen en WIBBINA, kapt. B.H. Kuiper, naar Koningsbergen (opm: Kaliningrad).
Den 24 dito het kofschip de JONGE DIRK, kapt. W.H. Mulder.


  LC - Leeuwarder Courant

De strandvonder van Westdongeradeel, zal, op donderdag den 10 mei 1838, des namiddags ten 2 ure, aan het pakhuis te Moddergat, onder Nes, tegen contante betaling verkopen: de geborgen tuigage enz. van het verongelukte smakschip de VROUW MARTHA, kapt. J.K. Vlas, bestaande in, 2 zeilen, 2 fokken, 1 anker, diverse stukken want en ander gekapt touwwerk, 1 grote mast, 1 kleine dito, boegspriet, ra, enz. (opm: zie RC 211137)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Amsterdamsche Stoomboot Maatschappij.
Vertrek: Van Amsterdam, dinsdag, donderdag en zaterdag des ochtends ten 8 ure.
Vertrek: Van Harlingen, woensdag, vrijdag en zondag des ochtends ten 8 ure.
NB. De Directie heeft zorg gedragen dat dadelijk, na het sluiten der vaart tussen Harlingen en Leeuwarden, de gelegenheid zal zijn, om met geschikt rijtuig, naar en van Leeuwarden, van en op de boot te kunnen komen. Waaromtrent informatie te bekomen zijn bij de directie te Amsterdam, bij de heer van der Woude, te Harlingen, en bij C. Pelle, te Leeuwarden.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een hecht en snel zeilend overdekt en geweigerd (opm: bedoeld wordt: gewegerd, van wegeringplanken voorzien) vaartuig, groot 14½ ton, met deszelfs toebehoren; zeer geschikt tot veerschip of eigen handel. Te bevragen bij W. Nijdam, scheepstimmerman te Bolsward.


  LC - Leeuwarder Courant

De Harlinger trekveerschippers maken bekend, dat zij, met overleg van de Burgermeester, zo de dijken het toelaten, dagelijks met een wagen zullen rijden, des morgens ten 9 ure van Harlingen, en des namiddags ten 5 ure van Leeuwarden; vrijdags twee wagens, ‘s morgens ten 5 en 9 ure van Harlingen, en ‘s namiddags ten 1 en 5 ure van Leeuwarden. Zij zijn voornemens te beginnen op maandag den 7 mei, ’s morgens ten 9 ure; zullende wederzijds afrijden voor hunne veerhuizen, waar de plaatsen kunnen besproken worden. Tevens maken zij bekend dat alle pakjes, paketten en andere kleinigheden, denzelfden avond bij hunne aankomst te Harlingen, aan de beurtschepen en stoomboot kunnen worden aangetekend, alzo een ieder verzekerd is dat zulks den volgende dag vervoerd wordt.
Harlingen, den 30 april, N. Hoedemaker, B. Hoffenga


02 mei 1838


  ZP - Zeepost

Volgens het Engelse blad Courier Anglais is door de Admiraliteit te Londen aan de PHÉNOMÈNE, kapt. F.P. Hoedt, van Batavia naar Rotterdam, gered hebbende de equipage van de COLUMBUS, van Bombay naar Liverpool gedestineerd, benevens 27 kistjes koopmansschappen, waaronder enige inhoudende tezamen 11.000 pond sterling, de helft als bergloon toegekend wegens de goede behandeling door kapt. Hoedt omtrent de geredde equipage en passagiers, en verdeeld als volgt: het schip 3/10e, de kapitein 2/10e en 5/10e voor de equipage. (opm: zie ZP 190238)


  JC - Javasche Courant

Batavia, 1 mei. De te Batavia te huis behorende Nederlandse bark SUMATRA, waarvan de gezagvoerder, die dezelve van daar naar Amboina gebracht had, ter laatstgemelde plaats was overleden (opm: kapt. R. MacIver), is in het begin van maart j.l. naar Menado gestevend, wordende het vaartuig toen gevoerd door de 1e stuurman Jeremias Ellis. Ongelukkiglijk kwam deze laatste gedurende die tocht ook te overlijden, en nu bevond zich niemand aan boord, welke dit vaartuig hetzij naar de plaats zijner bestemming, hetzij naar enige andere veilige haven voeren kon. In deze nood op Gods genade drijvende, werd de bark SUMATRA, aan welks boord zich een dertigtal mensen bevond, den 12 april j.l. op 13º44’ ZB 112º40’ OL ontdekt door George Coffen, voerende het Engelse schip PACIFIC, die onverwijld zijn eigen bestemming voorbij ziende, ter redding toesnelde, de schepelingen van al het nodige voorzag, zijn eerste stuurman aan boord van de SUMATRA stelde en dat vaartuig onder geleide van zijn eigen schip op den 21 april j.l. gelukkig behouden ter rede van Banjoewangie bracht. Het is dus aan de lofwaardige handelingen van deze edele zeeman, de brave George Coffen, dat het behoud van zo vele mensen, en van schip en lading te danken is. Een ieder zal hem gewis daarvoor gaarne die openlijke hulde en goedkeuring waardig achten, die wij hem door deze korte mededeling wensen toe te brengen.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 27 april. Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark SUMATRA, kapt. J. Stuwart, met vijf passagiers, vertrokken van Calcutta de 9e.
(opm: vermoedelijk de bark en ‘kapitein’ uit het vorige bericht, mogelijk met van de PACIFIC overgestapte passagiers; zie ook JC 220838)


03 mei 1838


  ZP - Zeepost

Het schip (opm: fregat) MINERVA, kapt. Ahlers, den 19 december van Batavia naar Amsterdam vertrokken, is den 14 februari bij de Kaap de Goede Hoop gepraaid, zijnde lek en met meer andere schade. Het was in de Tafelbaai aan de Kaap de Goede Hoop binnengelopen, doch in de nacht tussen den 12 en den 13 dito met harde zuid-oosten wind van een anker en ketting weggeslagen, doch zette alstoen, den 14 februari, weder koers naar genoemde baai.


  ZP - Zeepost

Helvoet, 2 mei. Het schip de VROUW MARIA, kapt. Kley, van Batavia naar Rotterdam, is bij het naar binnen zeilen op het Pampus aan de grond geraakt.


  AH - Algemeen Handelsblad

Batavia, 16 december 1837. Uitgezeild HENRY EN WILLEM, Martens, naar Amsterdam.


04 mei 1838


  ZP - Zeepost

Het schip de VROUW MARIA, kapt. Kley, gisteren gemeld op het Pampus aan de grond, is in de morgen van den 3 mei vlot en op de rede van Helvoet ten anker gekomen.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Zierikzee, 4 mei. Laatstleden maandag de 30e april is bij het eiland Schouwen gezonken het Engelse schoenerschip ANN WILLIAMS, kapt. James Duick, van Nieuwpoort naar Dordrecht bestemd, en geladen met ijzer. Dezelve heeft op de Banjaard gestoten en van het schip is slechts het bovenste gedeelte der tuigage zichtbaar. De equipage heeft zich met levensgevaar gered en zijn allen behouden te Brouwershaven aangekomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Kapt. W.W. Pattje (opm: voerende de kof ANNEGINA), uit Noorwegen te Zoltkamp binnen, rapporteert den 19 april op 57º11’ NB 7º 0L te hebben zien drijven het wrak van een ogenschijndelijk Friese kof, waarop van achteren Fortuin, zonder volk en hebbende alleen de bezaansmast met het bezaanszeil nog staande. (opm: in de periode 1834-1838 is de naam FORTUIN als naam van een zeeschip of kapitein onbekend)
(opm: zie ook AH 150538 en ZP 080638)


  LC - Leeuwarder Courant

De Harlinger trekveerschippers maken bekend, dat zij in plaats van op den 7 mei te rijden, zulks uitstellen tot nadere bekendmaking, en zulks om de ongeschiktheid van de wegen. (opm: zie LC 010538)


05 mei 1838


  ZP - Zeepost

Den 12 februari is bij de haven van Campos (opm: 21º42’ ZB 41º20’ WL) (Brazilië) gestrand en verongelukt het schoener-kofschip JEANNETTE, kapt. T. Bodeman (opm: bouwjaar 1828; kapt. T. Bodeman Hzn), van Amsterdam naar Rio Janeiro. De equipage en passagiers zijn gered, doch het schip zal geheel weg zijn. Men zoude van de lading zo veel mogelijk trachten te bergen.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht 4 mei. Den 1 dezer is de JACOB CATS, kapt. van der Linden, van deze stad in Texel binnengekomen. Gemelde kapitein, die op 26 december van Banjoewangie vertrokken was, heeft op de reis herwaarts o.a. gepraaid, te weten: den 14 februari op de hoogte van en 11 mijlen bewesten Kaap de Goede Hoop het schip MINERVA, kapt. G.H. Ahlers, die 19 december van Batavia vertrokken, doch door lek schip, gebroken bolwerk, verlies van zeilen enz. genoodzaakt was geweest naar de Tafelbaai te houden, en aldaar, in de nacht van 12 op 13 februari, op de buitenrede ten anker liggende, bij een harde Z.O. wind, met verlies van anker en ketting, weggedreven, en nu bezig was naar genoemde rede op te werken; de wind was toen Z.O. frisse koelte.


08 mei 1838


  ZP - Zeepost

Den 7 mei zijn te Amsterdam gearriveerd, onder meer (opm: naast de buitenlandse) schepen: De JONGE ARIE, kapt. L. Hus, van Suriname met suiker en katoen; de WELDAAD, kapt. B.E. Boll, van Newcastle met aardewerk en hardwaren; JAN EN FREDERIKA, kapt. H.H. Wey, van Wismar met tarwe; de VEREENIGDE TROUW, kapt. G.W. Stuit, van Warveroord (opm: Warwerort, 54º08’ NB 08º55’ OL) met raapzaad; GEERTRUIDA, kapt. J.J. Legger, van Hamburg met raapzaad; VROUW HEIDEWIKA, kapt. J.J. Pekelder, van Hamburg met raapolie, tabak, koehaar en ijzer; VROUW NEELTJE, kapt. J.F. Kuipers, van Bremen met tabak en lood; VROUW LUPPINA, kapt. E.J. Visser, van Bremen met tabak, koehaar en lood; VROUW SOPHIA, kapt. B.J. Borchers, van Bremen met tabak en lood, en TWEE GEBROEDERS, kapt. G. Heyen, van Fedderwarderzijl (opm: Fedderwardersiel) met raapzaad.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. G.J. Roland Holst, J.H.A. Balwé, J. Corver, H. Salm en B.D. Bosscher, makelaars, als lasthebbende van hun principalen, zullen op maandag de 11e juni 1838, des avonds ten zes ure, ten overstaan van een daartoe bevoegd Beambte, in de Nieuwe Stads Herberg, aan het IJ, verkopen:
• het extra ordinair welbezeild en gekoperd Nederlands brikschip de ONDERNEMING, kapt. R. Dekker, volgens Nederlandse meetbrief lang 24 ellen 80 duimen, wijd 4 ellen 62 duimen, hol 4 ellen 24 duimen en alzo gemeten op 216 tonnen.
• Het extra ordinair welbezeild en gekoperd Nederlands barkschip MERCURIUS, kapt. J.H. Seepe, volgens Nederlandse meetbrief lang 27 ellen 72 duimen, wijd 5 ellen 9 duimen, hol 4 ellen 37 duimen, en alzo gemeten op 274 tonnen.
• Het extra ordinair, welbezeild en gekoperd Nederlands barkschip HOLLAND, kapt. J.H. Struben, volgens Nederlandse meetbrief lang 30 ellen 85 duimen, wijd 5 ellen 71 duimen, hol 4 ellen 58 duimen, en alzo gemeten op 364 tonnen, en dat met al derzelver rondhouten, opstaand en lopend want, ankers, touwen, kettingen, zeilen en andere scheepsbehoeften. (opm: zie ZP 120638)
Breder bij inventarissen vermeld.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Aan de respectieve deelhebbers in de Maatschappij van Dordrechtsche Scheepsreederij wordt, ten vervolge der aankondiging van 30 december 1837, kennis gegeven, dat het dividend over den jare 1837 door directeuren en commissarissen nu bepaald zijnde op vijftig gulden voor ieder aandeel, deze uitdeling ontvangbaar is van heden tot de 15 dezer ingesloten, bij de mede-directeur F.C. Déking Dura, alhier, bij wie de kwitanties in blanco verkrijgbaar zijn.
Dordrecht, 7 mei 1838.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Advertentie. Openbare Verkoping. De Opper Strandvonder beoosten de Schelde, provincie Zeeland, zal ten overstaan van de heer burgemeester der Stad Zierikzee, in het openbaar ad opus jus habentium (opm: in het belang der rechtverkrijgenden) verkopen: enig scheepstuigage, chaloupen, balken, wrakhout, enz, enz, afkomstig van het verongelukte schip DE ZEEUW (opm: zie o.a. ZZC 100438). Deze verkoping zal plaats vinden:
- te Zierikzee, op maandag den 21 mei 1838, des voormiddags om 9 uren;
- te Bruinisse, op dinsdag den 22 mei 1838, des voormiddags om 9 uren;
- te Burgsluis en Haamstede, op woensdag den 23 mei 1838, des voormiddags om 9 uren;
- te Zierikzee, den 7 mei 1838.
De Opperstrandvonder voornoemd, W.D. de Jonge.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Advertentie. De notaris J.J. Ermerins zal, ten verzoeke van de erfgenamen van J. Mommaas, ten overstaan van de vrederechter over het kanton Zierikzee, op woensdag den 16 mei 1838, ’s middags ten 12 uren, bij na te melden perceel, presenteren te verkopen: een scheepstimmerwerf, met onderheide en beplankte zate en kanthelling, liggende aan de Engelsche Kaai buiten de Zuid-Havenpoort der stad Zierikzee. Zullende op voorgeschreven plaats en dag, ’s namiddags te 2 uur, nog worden geveild, alle gereedschappen tot dezelfde werf behorende, alsmede een gezaagde ijpenboom.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip de DRIE VRIENDEN, kapt. H.G. Greven, met beenzwart van Bremen naar Nantes, is volgens brief van Blankenberg van den 28 april, na lek geworden te zijn die ochtend te drie uren bij Westduyn gestrand, doch het volk gered (opm: zie ook ZP 300438 en 010538). Kapt. Greven rapporteert, die nacht zich in de nabijheid bevonden te hebben van een brik en eene schooner, welke hij vreesde dat op de Paardemarkt verongelukt zouden zijn.
Een later berigt meldt het volgende: Aangaande de kof de DRIE VRIENDEN, van Hoogezand, kapt. H.G. Greven, bij Blankenberg gestrand, wordt van daar d.d. 29 april gemeld dat het schip verbrijzeld was; de opgeviste stukken zouden den 2 mei verkocht worden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De smak de TWEE GEBROEDERS, kapt. R.R. Onnes, met raapzaad van Wismar naar Amsterdam, is na in Fehmersund (opm: Fehmarnsund) op een steen gestoten te hebben, den 23 april te Rendsburg lek binnengelopen, doch de lading dadelijk in goede staat gelost.


  LC - Leeuwarder Courant

Van Batavia wordt van den 8 december (opm: 1837) gemeld, dat, volgens aldaar ontvangen berichten van den 16 en 23 november, Z.K.H. Prins Hendrik, deszelfs, reis door de straat van Malacca voortzettende, behouden te Poelang-Pinang (opm: waarschijnlijk: Pulau Pinang = Pulau Penang) (Prince of Wallis-Island) aangekomen en door de gouverneur aldaar met vele eerbewijzen was ontvangen geworden, terwijl al het mogelijke was aangewend om het verblijf op die plaats aan Z.K.H. te veraangenamen. Gedurende hetzelve had Hoogstdezelve een bezoek afgelegd aan boord der toen aldaar ter rede liggende Engelse oorlogsvaartuigen ZEBRA en WOLF en moet Hoogstdezelve door de kommandanten der vaartuigen, de kapteins Mac Crea en Stanley met bijzondere onderscheiding zijn ontvangen.
Zr.Ms. Fregat BELLONA, vergezeld van de brik DE SNELHEID, hadden den 2 november de rede van Poelang-Pinang verlaten, de reis naar Calcutta voortzettende (opm: zie ZP 270238).


09 mei 1838


  ZP - Zeepost

Van Zierikzee wordt in dato 4 mei gemeld, dat den 30 april bij het eiland Schouwen gezonken is, na op de Banjaart gestoten te hebben, het Engelse schoenerschip ANN WILLIAMS, kapt. J. Dulk, van Newport naar Dordrecht gedestineerd, geladen met ijzer. De equipage heeft zich met levensgevaar gered en zijn te Brouwershaven aangekomen. Van het schip is slechts het bovenste gedeelte der tuigage zichtbaar.


  AH - Algemeen Handelsblad

’s-Gravenhage, 7 mei. Bij koninklijk besluit van de 2e mei 1838 (Staatsblad No. 13), is de overeenkomst van deelhebbers in de Nederlandsche Kofscheeps Reederij te Amsterdam gevestigd, om met wijziging van het IIde Artikel der maatschappelijke statuten, het bestuur dezer naamloze vereniging voortaan slechts aan een directeur, onder toezicht van drie commissarissen, op te dragen, goedgekeurd en bekrachtigd, en zijn mitsdien de bepalingen der onderscheiden artikelen dezer statuten, voor zo verre daarin van directeuren of een der directeuren, gesproken wordt, voortaan te lezen, alsof er stond de directeur, of deszelfs gemachtigde. Tot directeur is bij voortduring benoemd de heer C.A. Schröder, te Amsterdam, en tot commissarissen de heren Abm. Heemskerk, D. Borski en F. Melvil; blijvende overigens de verdere bepalingen der statuten van deze Maatschappij op de voet zo als die bij de Koninklijke besluiten van de 30ste september 1830, No. 88 en 16 november 1831, No. 36, zijn goedgekeurd, van kracht en waarde, en zullen dienvolgens in allen dele moeten worden opgevolgd en nageleefd.


10 mei 1838


  ZP - Zeepost

Volgens brief van Delfzijl van 7 mei is op Borkum gestrand het kofschip GESINA, kapt. R.F. Taay (opm: kapt. Roelf Fokke Taay, ook wel Taaij), van Noorwegen met zinksteen naar Delfzijl gedestineerd. De equipage is gered. Men was bezig de tuigage te bergen (opm: zie PGC 050638 en 010139).


11 mei 1838


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Men zal zich herinneren, dat de kapitein Hoedt, bevelvoerder van het Rotterdamse koopvaardijschip PHÉNOMÉNE, onlangs de equipage en gedeeltelijke kostbare lading van het Engelse schip de COLUMBIA, gevoerd geweest door kapitein Thornton (opm: zie ZP 190238) heeft gered, en zich daarbij, zowel als zijn bemanning, op een hoogst loffelijke wijze heeft onderscheiden. Thans verneemt men, dat de Engelse Admiraliteit de helft van het geredde kapitaal, zijnde 5500 pond sterling, aan de rederij, kapitein en bemanning van de PHÉNOMÉNE heeft toegekend, hetwelk op de volgende verdeling uitkomt: 33.000 NLG voor de reders, 24.500 NLG voor de bemanning en 8.500 NLG voor de kapitein. Aangenaam is de op nieuw ontvangen overtuiging, dat iedere beschaafde natie dergelijke daden van beleid en mensenliefde weet te waarderen, en de kapitein Hoedt, bij zijn prijzenswaardige daad, de Engelsen andermaal heeft bewezen, dat het karakter van de Nederlandse zeeman zich in geen omstandigheden verloochent.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Uit Christiansund schrijft men, dat den 5 april de vaart weer open was en vijf Nederlandse schepen aldaar waren aangekomen. Van Stockholm wordt gemeld, van den 17 april, dat het moeilijk zou zijn te bepalen, wanneer daar het water open kwam; want tot in zee toe was hetzelve toen nog met ijs bedekt.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De ondergetekende, gepatenteerd (opm: patent, [rijks-]belasting tussen 1805 en 1893, geheven door de gemeente, waarbij men het recht verwerft een bepaald beroep uit te oefenen) zijnde als scheepsbevrachter, recommandeert zich alzo in die betrekking ten vriendelijksten bij heren kooplieden aan tot het aannemen van schepen, en herinnert door deze de schippers om zich bij hem te vervoegen ter bekoming van vrachten.
R.J. Brouwer, in het schippershuis op het Vliet te Leeuwarden.


12 mei 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Het schip MINERVA, kapt. G.H. Ahlers, van Batavia naar Amsterdam, is de 14e februari op enige mijlen bewesten van Kaap de Goede Hoop ontmoet, zijnde lek, met verlies van zeilen en andere averij.


  LP - Le Précurseur (Antwerpen)

Op 16 februari vond op 17° westerlengte een ontmoeting plaats met de SURINAME (opm: fregat, kapt. R. van der Mey), onderweg naar Amsterdam, die haar masten had verloren.


  DC - Dordtsche Courant

Rotterdam, 10 mei. Heden is van de werf van de Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij te Fijenoord, met het beste succes te water gebracht; de aldaar gebouwde ijzeren stoomboot de ADMIRAAL KINSBERGEN, bestemd voor de vaart op de Zuiderzee, van Amsterdam op Kampen, en is tevens aldaar de kiel gelegd van een nieuwe zeestoomboot, van hetzelfde charter als de BATAVIER.


14 mei 1838


  ZP - Zeepost

Den 6 mei is te Elseneur (opm: Helsingör) gearriveerd het schip ACTIVE, kapt. Wilderman, van Antwerpen naar Petersburg. Het vaartuig is den 30 november l.l. van Vlissingen vertrokken. Sedert had men van hetzelve niets vernomen, hebbende dus 135 dagen reis.


  ZP - Zeepost

Het schip (opm: hoeker) de NEDERLANDER, gevoerd geweest door kapt. C. Hofker, is volgens bericht van Dover van 8 mei in publieke veiling verkocht voor GBP 250. (opm: zie o.a. ZP 200338)


  ZP - Zeepost

Het schip (opm: smak) MARIA, kapt. J.A. Westerling, van Bremen naar St. Sebastian, is, volgens bericht van Ramsgate van 8 mei, op Sandwich Flats gestrand. Het is echter zonder adsistentie weder vlot geworden en heeft dadelijk de reis vervolgd. Hetzelve had dus waarschijnlijk geen schade bekomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

De 9e mei j.l. is door de Vlissingse loodsboot No.4, schipper A. de Wijs, op de hoogte van Westkapelle in peiling Z.O. drie mijlen afstand gepraaid het Nederlandse kofschip MARIA, kapt. J. Brouwer, van Cette naar Rotterdam, hebbende twee maanden reis.


  AH - Algemeen Handelsblad

De kof, op Borkum gestrand, is volgens brief van Delfzijl van de 8e mei genaamd GESINA, kapt. Roelof F. Taay, met zinksteen uit Noorwegen naar Delfzijl. Het volk is gered en men was nog steeds bezig met het bergen der inventaris.


15 mei 1838


  ZP - Zeepost

Den 10 mei is het schip EMILIE, kapt. Sikkes (opm: brik ÉMILE, kapt. Charles Sikkes), van Liverpool naar Antwerpen, lek te Plymouth binnengelopen. (opm: zie ZP 180538)


  ZP - Zeepost

Het schip (opm: kof) ELSINA, kapt. H.A. Brouwer, van Newport naar Dordrecht, is den 10 mei met schade te Falmouth gearriveerd (opm: zie PGC 120638).


  AH - Algemeen Handelsblad

De 1e mei is op 56º30’NB 06º17’ OL gezien het wrak van een Nederlands galjoot (rondgat), waarop FORTUNA. Het wrak was ontmast en vol water.
(opm: zie ook ZP 080638).


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Dordrecht ligt in lading naar Batavia, voor passagiers en goederen, het snelzeilend gekoperde Nederlandse fregatschip BATO, kapt. J. Keijser, om op 31 dezer te vertrekken; hetzelve schip is bijzonder voor passagiers ingericht en van een bekwaam scheepsdokter voorzien. Adres bij de gezamenlijke cargadoors te Dordrecht.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

’s Gravenhage, 13 mei. Uit Dordrecht schrijft men van eergisteren het volgende: Sedert zondag (opm: 6 mei) is de alhier op de werf van de scheepsbouwmeesters C. Gips en Zonen nieuw gebouwde stoomboot de KONING DER NEDERLANDEN (opm: zie RC 281237), in de dienst tussen deze stad en Rotterdam, in de geregelde vaart gekomen. Door die boot is eindelijk in een grote, sedert lang algemeen gevoelde, behoefte gelukkig voorzien. Niet alleen laten de veel mindere diepgang, nog niet volkomen drie voet bedragende, en de aanmerkelijk snellere vaart, waardoor het publiek, ook bij de laagst mogelijk rivierstand, op een ongehinderde en spoedige overtocht rekenen kan, niets te wensen over; maar buitendien is in deze, met ongemeen ruime lokalen voor de passagiers voorziene stoomboot, niets gespaard, wat tot verfraaiing derzelve en tot gemak en aangenaamheid van het publiek dienen kan, gelijk ook het hofmeesters bedrijf beter tot verversingen ingericht is, en men op deze boot voortaan, tot matige prijs, ook porties beefsteak zal kunnen bekomen. Met deze voormiddagboot van deze stad vertrekkende, kan men nu voortaan rekenen te Rotterdam vóór beurstijd aan te komen.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen. Binnengekomen: den 30 april het schoenerschip LIVELY, kapt. S.H. Finch, van Londen.
Den 1 mei het schoenerschip NORTHAM, kapt. D. Charrosin, van Londen.
Den 2 mei dito het schoenerschip ORWELL, kapt. R. Cubith, van Londen.
Den 4 dito het kofschip COURIER, kapt. N.M. Lindegaard, van Hull.
Den 5 dito het brikschip HAABETS ANKER, kapt. C. Haagensen, van Droback.
Den 7 dito de kofschepen de VROUW JANTINA, kapt. H.H. de Weerd en de WILLEM, kapt. H.W. Kiers, beide van Droback.
Den 8 dito het kofschip CONCORDIA, kapt. H.B. Drok, van Arendahl (opm: Arendal), het tjalkschip OOSTERLING, kapt. B. Obbes, van Carolijnerzijl (opm: Carolinensiel); de kofschepen VRIENDSCHAP, kapt. K.J. Klasen, van Oleron en de JONGE BARENT, kapt. B.R. van Wijk, van Arendahl.
Den 9 dito het schoenerschip MINERVA, kapt. L. Ellessen, van Oostrisoer.
Den 11 dito het smakschip de VROUW ELIZABETH, kapt. J.H. Cappen, van Droback, het kofschip de DRIE GEZUSTERS, kapt. P.P. Dijkstra, van Liverpool.
Den 12 dito het kofschip ELIZABETH MARIA, kapt. J.A. Keun, van Oostrisoer, het schoener schip MARY & ROSE, kapt. A. Reach, van Dundee, het kofschip de JONGE DIRK, kapt. W.H. Mulder, van Christiaansand (opm: Kristiansand), het schoenerschip HOPE, kapt. W. Cousins, van Londen.
Uitgezeild: den 29 april de schoenerschepen FRIENS, kapt. J.Manning en UNION, kapt. H.B. Disneij, beide naar Londen.
Den 1 mei de kofschepen IJPEUS, kapt. H. de Weerd, jr, op avontuur, ZELDENRUST, kapt. G.A. Jonker, naar Droback, GEZIENA, kapt. B.A. Visser, naar Memel (opm: Klaipeda), de HOUTHANDEL, kapt. D.K. de Grooth, de JONGE HENDRIK, kapt. B.H. Plukker, WILHELMINA, kapt. R.K. Visser en GEZINA JOHANNA, kapt. H.W. Lukens, alle vier naar Noorwegen.
Den 2 dito de kofschepen JAN FREDRIK, kapt. H.H. Kok, naar Dantzig (opm: Gdansk), de VROUW ANTJE, kapt. K.D. de Grooth, de JONGE DERK, kapt. H.E. Vos, de JONGE JAN, kapt. J.K. Bart en MARGARETHA, kapt. K.F. Harding, alle vier naar Noorwegen.
Den 3 dito het smakschip HET TOEVAL, kapt. H.H. Ebes, naar Koningsbergen (opm: Kaliningrad).
Den 5 dito het kofschip JACOBA HAZEWINKEL, kapt. J.G. Boon, en het brikschip WILHELM FRIDRICH, kapt. S.A. Parr, beide naar Noorwegen; de schoenerschepen FLORA, kapt. J. Manning en LIVELY, kapt. S.H. Finch, beide naar Londen.
Den 8 dito de kofschepen EGBERTUS, kapt. K.H. Bakker, naar Dantzig en COURIER, kapt. N.M Lindegaard, naar Schotland.


17 mei 1838


  ZP - Zeepost

Zr.Ms. brik van oorlog MERCUUR, kapt.luit. Tuning, is den 15 dezer van Helvoet vertrokken, in zee gesleept door Zr.Ms. stoomschip PHOENIX.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. G.J. Roland Holst, H.I. Rietveld en B.D. Bosscher, makelaars, zullen als lasthebbende van hun Principalen op maandag de 11e juni 1838, des avonds ten 6 ure, in de Nieuwe Stads Herberg, aan het IJ, verkopen: Een extra ordinair welbezeild en gezinkt barkschip, genaamd ’t VERTROUWEN, gevoerd door kapt. C. Zaal, varende onder Nederlandse vlag en groot, volgens meetcedul, 323 tonnen of 170 lasten.
Breder bij de inventaris omschreven en nader bericht bij bovengenoemde makelaars.
(opm: zie ZP 120638)


18 mei 1838


  ZP - Zeepost

Het schip CATHARINA, van Suriname naar Amsterdam, is volgens brief van New York van 11 april, den 16 februari op 42º NB 16º WL geheel masteloos ontmoet.
Red: het schip CATHARINA, kapt. Lange, van Suriname naar Amsterdam, is den 16 februari op 43º NB 15º WL masteloos verlaten, zie ons nommer 25.
(opm: VROUW CATHARINA, kapt. Thomas Lange, zie ZP 120338 en 160338)


  ZP - Zeepost

Het schip EMILIE (opm: brik ÉMILE), kapt. Sikkes, van Liverpool naar Antwerpen, den 10 mei lek te Plymouth binnengelopen (opm: zie ZP 150538), moet lossen om te repareren.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Uit Kampen schrijft men van den 12 dezer: Wij kunnen met evenveel zekerheid als genoegen melden, dat de beide stoomboten, welke de Rijn- en IJsselstoomboot Maatschappij in de vaart zal brengen, dezer dagen te Fijenoord van stapel zijn gelopen; de ene is genoemd de ADMIRAAL DE RUITER en de andere de GRAAF VAN RECHTEREN.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een mooi stel jagtzeilen, getaand, groot plus minus 46 Ned. el, met mast, giek en gaffel; alles wel in order. Te bevragen bij Ids C. Sijtsma, op het Vliet te Leeuwarden.


19 mei 1838


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Kapt. Jan Toppes Brouwer, voerende de kof MARIA, van Cette naar Rotterdam te Vlissingen binnen, meldt van daar van den 11 mei, dat hij na een vrij langdurige reis in het laatst der maand april op de Gronden, door een hevige storm uit het N.W. is belopen geworden, waarbij het schip door zwaar zeilen zodanig lek werd, dat hetzelve daarbij de grond geraakt en was daardoor de lekkage nog vermeerderd.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip (opm: kof) de VROUW ANNA MARIA CATHARINA, kapt. Warner D. Kleininga, van Amsterdam op avontuur, is den 12 april te Egersund masteloos binnengesleept (opm: zie ZP 210438).


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De Nederlandse kof PAULINE (opm: PAULINA), kapt. S.T. de Boer, van Hamburg naar de Oostzee bestemd, is op Vogelsand gedreven, doch weder afgebragt en ligt bij Altenbruch ten anker.


20 mei 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Schepen in lading te Amsterdam:
Carolinersiel, Hooksiel, Rustersiel en Varel, het schip CATHARINA MARGARETHA, kapt. B. Bonker, adres bij Blikman & Co.
Christiansund: het schoenerschip AURORA, kapt. Jacob J. Dahl, van Christiansund, adres bij P Scheffer & Zoon.
Danzig: het Nederlandse schip DE VRIENDSCHAP, kapt. Marten Wybes, adres bij de wed. Jan Salm & Meyer en H. A. Hespe.
Hamburg en Altona:het Nederlandse schip ANNA ELISABETH, kapt. S. Harkes, adres bij J.C. van Oven.
Koningsbergen: het Nederlandse smakschip CATHARINA, kapt. H.G. Lever, adres bij Kranenborg & Zonen en de wed. P. Poolman Jz. & Zoon.
Koningsbergen: het Nederlandse kofschip DE VROUW MARGARETHA, kapt. A.T. Steffens, adres bij de wed. J. Salm & Meyer en H.A. Hespe.
Koningsbergen: het galjasschip LOUISA, kapt. E.A. Bakker, van Koningsbergen, adres bij Kranenborg & Zonen en de wed. P. Poolman Jz. & Zoon. Vertrekt vóór of op 7 juni.
Kopenhagen: het schoenerschip MARIA, kapt. Jacob Jurgensen, adres bij B.J. van Hengel.
Petersburg: het Nederlandse kofschip HILLECHIENA GEERDINA, kapt. H.L. Roelfsema, adres bij de wed. J. Salm & Meyer en H. A. Hespe.
Petersburg: het Nederlandse kofschip JANTINA ANNEGINA, kapt. Hendrik Genchjes Sap, adres bij Jan Daniëls & Zoon en Arbman.
Rendsburg, Kiel en Flensburg: het Nederlandse schip EUROPA, kapt. K.J. Scholtens, adres bij J. C. van Oven.
Riga: het Nederlandse kofschip VRIESLAND, kapt. Tonnis Willems Stuit, adres bij van Ulphen en Ruys.
Rostock: het Nederlandse schip DE VROUW CATHARINA, kapt. P.W. Drenth, adres bij Blikman & Co.
Weile en Friedericia: het Nederlandse smakschip HARMINA, kapt. P. S. Brouwer, adres bij J. C. van Oven.
Batavia: het nieuw gebouwd en gekoperd tweedeks fregatschip PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN, kapt. Pieter Huidekoper, adres bij d’Arnand & Co en Jan Corver & Co.
Batavia: het gekoperde tweedeks fregatschip HENRIËTTE EN HENRI, kapt. C. Spiegelberg, adres bij Coopman & De Witt en Lenaerts, Van Olivier & Co., Hoyman & Schuurman en De Vries & Co.
Batavia: het gekoperde tweedeks fregatschip ADMIRAAL TROMP, kapt. P.J. Kerkhoven, adres bij B.D. Bosscher.
Batavia: het gekoperde tweedeks pinkschip DE VRIENDSCHAP, kapt. W.H. de Boer, adres bij Coopman & De Witt en Lenaerts, Van Olivier & Co., Hoyman & Schuurman en De Vries & Co.
Batavia: het Nederlandse gekoperde barkschip MARGARETHA CATHARINA, kapt. Jan Hugo Schippers, adres bij Canne en Balwé en Floris der Kinderen
Batavia: het gekoperde tweedeks barkschip ABEL TASMAN, kapt. H.H . Zeylstra, adres bij Jan Corver & Co en B.D Bosscher.
Batavia: het nieuw gekoperde tweedeks barkschip CASTOR, kapt. Tjerk Gollards, adres bij d’Arnaud & C. en Jan Corver & Co.
Curaçao (via La Guayra): het gekoperde tweedeks barkschip ELISABETH MARIA, kapt. E.R. Borchers, adres bij De Vries & Co., Hoyman & Schuurman en E. Windhouwer.
Padang: het gekoperde Nederlandse barkschip GOUDA SUZANNA, kapt. H. Mulder, adres bij Canne en Balwé en Floris der Kinderen.
Suriname (te Middelburg): het gekoperde tweedeks barkschip KLASINA ADRIANA, kapt. A.P. Havinga, adres bij Hoyman & Schuurman en Boddaert & Co. te Middelburg.
Suriname: het gezinkte schoener kofschip ANTONIA, kapt. E. Speelman, adres bij Hoyman & Schuurman.
Suriname: het gekoperde tweedeks fregatschip CATHARINA ANNA HELENA, kapt. F.H. Zeylstra, adres bij Hoyman & Schuurman.
Suriname: het driemast galjootschip ANNA EN MARIA, kapt. D. Steenveld, adres bij Hoyman & Schuurman.
Suriname: het gekoperde tweedeks fregatschip DE JONGE WILLEM, kapt. G. van Medevoort, adres bij Hoyman & Schuurman en E. Windhouwer.
Suriname: het gekoperde tweedeks driemast galjootschip WEST-INDIËN, kapt. J.J. Boon, adres bij Hoyman & Schuurman.
Suriname: het tweedeks barkschip DE EENSGEZINDHEID, kapt. Casper Meyer, adres bij B.D. Bosscher.
Suriname: het gekoperde tweedeks barkschip DINA MARIA, kapt. A. Ahlers Jr., adres bij Hoyman & Schuurman.
Suriname: het Nederlandse gezinkte barkentijnschip DE JONGE ARIE, kapt. A.L. Hus, adres bij B.D. Bosscher.
Havana: het Nederlandse schip NEPTUNUS, kapt. K.D. de Jong, adres bij Canne en Balwé.
Rio de Janeiro: het gekoperde tweedeks barkschip SUZANNA MARIA, kapt. J.F. Spiegelberg, adres bij De Vries & Co., Jan Daniëls & Zn. En Arbman, Coopman & de Witt en Lenaerts en Hoyman & Schuurman.
Smirna en Constantinopel: het Nederlandse gekoperde tweedeks barkschip HESPERUS, kapt. Peter Schackel, adres bij J. de Rooy en Van de Beij & Co.
Het Nederlandse kofschip DE HOOP, kapt. W.K. Kok, adres bij Jan Corver & Co.
Bordeaux: het Nederlandse kofschip JOHANNA, kapt. H. van Veen, adres bij F. Smit.
Lissabon: het Nederlandse schoener hoekerschip DE VROUW MAARTJE, kapt. P. Poldervaart, adres bij Coopman & de Witt en Lenaerts, en J. Daniëls & Zonen en Arbman.
Het Nederlandse hoekerschip DE JONGE Alida, KAPT. Arie Gaag van Berkel, adres bij de wed. J. Salm & Meyer.
Genua en Livorno: het Nederlandse kofschip DE LEMMER, kapt. Johannes Tammes, adres bij C.I. de Grys & Zn. en J. de Rooy.
Livorno en Genua: het Nederlandse kofschip AURORA, kapt. A.J. de Boer, adres bij J. de Rooy en C.I. de Grys & Zn.


21 mei 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Het schip MINERVA, kapt. G.H. Ahlers, van Batavia naar Amsterdam, laatst van de Kaap de Goede Hoop, is de 14e februari aan de Kaap de Goede Hoop teruggekomen.


22 mei 1838


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Uit Pillau (opm: Baltiysk) den 2 mei, wordt gemeld, dat het ijs van het Elbinger- en Koningsberger Haff in de laatste dagen van april eindelijk was opengebroken, zodat de lang gestremde scheepvaart weer geopend was.


  AB - Avondbode

Helvoet, 23 mei binnengekomen. Volgens rapporten der Zeeloodsen, is voor den wal met loodsen aan boord de KOOPHANDEL, kapt. D. Steur, van Batavia. (12 januari van Banjoewangi vertrokken)
(opm: na lossing in Rotterdam werd besloten het fregat niet weer naar zee te sturen; op 20 september 1838 werd de zeebrief teruggezonden onder vermelding ‘schip zal worden gesloopt’; mogelijk niet gevonden schaden, maar vermoedelijk veeleer de slechte economische omstandigheden zullen aan dit besluit ten grondslag hebben gelegen; de gemiddelde levensduur van een schip lag in die jaren rond 17-18 jaar, en daar ligt dit in 1829 bij een uitstekende scheepswerf gebouwde fregat ver bij achter; zoals uit ZZC 120638 blijkt was de concurrentie bij de Nederlandsche Handel-Maatschappij door het grote aanbod van nieuwe schepen groot waardoor de vraag naar schepen werd overstegen; in januari 1839 werden de vrachten dan ook met 5 gulden per last verlaagd, zie DC 120139)


 GRC - Groninger Courant

Den 17 mei van Maassluis uitgezeild JONGE EGBERTUS, J.B. Mulder naar Dantzig.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een hecht en sterk potschip (opm: varende winkel in potten, pannen e.d.) met toebehoren. Te bevragen bij de heer A.T. Stam, te Sneek.


23 mei 1838


  ZP - Zeepost

Gedurende de eerste week van januari (opm: 1838) zijn te Batavia de navolgende schepen gearriveerd, als:
Op den 1 januari: BETSY EN SARA, kapt. Reinholt, den 20 september van Amsterdam vertrokken.
Op den 2 januari: ’s GRAVENHAGE, kapt. Bulsing, den 22 september van Rotterdam vertrokken.
Op den 3 januari: ADMIRAAL ZOUTMAN, kapt. Heykoop, den 23 september van Rotterdam vertrokken; OCEAAN, kapt. Zunderdorp, den 25 september van Amsterdam vertrokken; ANTOINETTA MARIA, kapt. Ruysch, den 20 september van Rotterdam vertrokken; EENDRAGT, kapt. Van der Zweep, den 22 september van Rotterdam vertrokken; JAVAAN, kapt. Witzen, den 30 september van Amsterdam vertrokken; en STAD AMSTERDAM, kapt. Spengler, den 5 september van Amsterdam vertrokken.
Op den 4 januari: HELENA CHRISTINA, kapt. Martens, den 6 september van Rotterdam vertrokken.
Op den 5 januari: PALEMBANG, kapt. Van der Hucht, den 20 september van Amsterdam vertrokken.
Op den 6e januari: MARY EN HILLEGONDA, kapt. de Jong, den 22 september van Rotterdam vertrokken; INDIAAN, kapt. Kievit, den 20 september van Rotterdam vertrokken, en STRAAT SUNDA, kapt. Mulder, den 29 september van Rotterdam vertrokken.
Op den 7 januari: NEDERWAARD, kapt. Meyer, den 20 september van Rotterdam vertrokken; ZUIDHOLLAND, kapt. Jansen, den 29 augustus van Rotterdam vertrokken, en DRIE MARIA’S, kapt. Glazener, den 6 september van Rotterdam vertrokken.


  ZP - Zeepost

Den 15 maart lagen Zr.Ms. fregat BELLONA, kapt. Ariens, en Zr.Ms. brik SNELHEID, luit. Ferguson, te Madras zeilkaar om naar Nederland te vertrekken. Den 19 maart is Zr.Ms. brik PEGASUS, kapt.luit. Meurer, van Suriname over St. Eustatius en St. Martin naar Curaçao vertrokken. Zr.Ms. schip AJAX, kapt. Koops, arriveerde den 26 maart te St. Helena en is den 28 dito van daar naar Nederland vertrokken.


  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 21 mei. Heden werd door de scheepsbouwmeester J. Otto te Krimpen op den IJsel de kiel gelegd voor een fregatschip, genaamd STRAAT BALY, groot ongeveer 1.000 tonnen, voor rekening van de heren Gebr. Henderichs & Co. te Amsterdam.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Alle degenen, welke iets te vorderen hebben dan wel verschuldigd zijn aan de boedel van wijlen Jean Joze Rogurol, in leven gezagvoerder van de Nederlandse bark JADUL KARIM, worden verzocht aangifte of betaling te doen binnen de tijd van zes maanden na dato dezer. (opm: zie ook JC 090638)
Koepang, de 10e maart 1838, de agent der Bataviase weeskamer te Timor Koepang, H.A. Werbijn.


25 mei 1838


  ZP - Zeepost

Het schip (opm: vermoedelijk een kof) GOEDE HOOP, kapt. M.J. de Jonge, is den 23 mei van Gloucester te Texel binnengekomen met enige schade en verlies van een man.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een van ouds bekende scheepstimmerwerf, genaamd De Hoop, met 3 langshelgen en 2 werkloodsen, 60 en 100 voeten lang, de woning, tuin en moesgrond zeer aangenaam gelegen aan het Noorder Sparen (opm: vermoedelijk Spaarne) bij de Boom.
Uit de hand te koop een extra fraai snelzeilende snebbe, daarbij 2 stelzeilen, 7 fokken en verdere inventaris, lang over steven 31 voet, wijd 10 voet, in meting 12 tonnen, alles in complete orde, benevens een Vriesch jachtje, met zeil en 2 fokken.
Te bevragen bij Hb Peltenburg, scheepsmaker te Haarlem. Brieven franco.


  AB - Avondbode

Texel, 23 mei. Binnengekomen HENRY EN WILLEM, Martens van Batavia.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Kapitein Leendert Berkhoff, het bevel voerende over het kofschip DE HOOP, van Rotterdam, die de equipage van het zinkende Franse schip LES TROIS FRÈRES, van Portbail, bestaande in vier man, gered en daaraan met een volmaakte belangeloosheid de hulp en zorgen, welke hun toestand vorderde, overvloedig verschaft heeft, is door het Franse gouvernement met een gouden eremedaille beschonken, zijnde de heer De Lagau, Frans consul alhier, de last opgedragen, om deze brave zeeman de erkentelijkheid der Franse regering, welke hij door zijn edelmoedig gedrag zich waardig heeft gemaakt, te betuigen.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Uit Deventer meldt men van den 18 dezer: In onderscheidene dagbladen vonden wij deze week het bericht van het te water lopen der stoomboten voor de vaart op de IJssel en de Zuiderzee over Kampen bestemd. De namen van deze boten worden daarin verschillend opgegeven. Wij vermenen intussen genoegzame zekerheid te hebben dat de rivierboot de naam DRUSUS, en de zeeboot die van de ADMIRAAL VAN KINSBERGEN zal voeren, dat de laatste alleen is te water gelopen, en naar alle waarschijnlijkheid beide boten met het begin van juli in de vaart gebracht zullen worden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Den 8 juni des jaars 1800 achtendertig, des middags te twaalf uren, zal te Molenrij, Gemeente Kloosterburen, worden overgegaan tot de verkoop van een Kofschip, genaamd DE VROUW GRIETJE, groot twaalf tonnen, met deszelfs mast, zwaarden, staand en lopend want, een bezaan-, een fokkezeil, twee ankers, een ankertouw, twee bomen, twee haken; laatst bevaren door schipper Luitje Jurriens Benes, wonende te Hornhuizen.
Welk Vaartuig ter plaatse van verkoop is liggende, en zulks aan de meest en laatst biedende, en onder dadelijke betaling.
J. Ebels, deurwaarder


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De kof HELENA, kapt. J. Mengers, van Stettin naar Bordeaux, te Elseneur met schade binnen (opm: zie PGC 300338), heeft na volbragte reparatie, den 12 mei de reis voortgezet.


  LC - Leeuwarder Courant

Men heeft, over land, dat is te zeggen over Suez en Marseille, berichten uit Indië ontvangen, waarvan de dagtekeningen uit Calcutta tot den 18, uit Madras tot den 23 en uit Bombaij (opm: Mumbai) tot den 31 maart lopen.
Z.K.H. Prins Hendrik van Oranje was den 13 te Madras op de BELLONA scheep gegaan om naar Europa terug te keren; de vorige dag was de Prins, in gemelde stad, door Lord Elphenstone op een prachtig gastmaal onthaald geworden. Men vreesde meer en meer voor het weder uitbreken van de oorlog met de Burmans (opm: Birmanen); het 63e regiment Koninklijke troepen had bevel ontvangen om naar Moulmein over te steken, en vier korpsen inlandse troepen moesten zich elk ogenblik gereed houden, om te Madras naar Rangoon scheep te gaan. In de westelijke provinciën van Voor-Indiën heerste vreselijke hongersnood en sterfte; te Agra had men gewone, onder deze luchtsoort zo verkwikkende, avondtoertjes moeten opgeven, wegens de stank der lijken die de plaats omringden, en men verhaalde dat de loop ener kleine rivier bij Cawupore letterlijk door deszelve verstopt was geworden. Te Calcutta had men, ter verschaffing van onderstand (opm: steun), inschrijvingen geopend, die op den 15 maart reeds ruim 40.000 ropijnen (opm: roepies) bedroegen.


26 mei 1838


  ZP - Zeepost

Volgens brief van kapt. C. Wessels (opm: voerende de schoener SNELHEID, zie PGC 010638 en 080638) in dato Dartmouth 20 mei, was hij aldaar door een Engelse loods binnengesleept, zijnde de vorige dag 10 mijlen van Lizard met een sterke zuidelijke wind en daarentegen met een geweldig hoge zee vervallen, waardoor een gedeelte van het galjoen (opm: licht, ondersteunend deel van de boeg, waarop de boegspriet rust) verloren, ijzerbeslag, want, juffers gebroken, en genoodzaakt was het staande want en lopend goed met ra’s en zeilen te kappen om verder geen schade aan het hol te bekomen; ook was de fokkera en de langszaling van de ondermasten gebroken.


  AH - Algemeen Handelsblad

De 12e mei is uit zee naar het strand van Oxbye, in het toldistrict Hjørting, aangebracht het wrak van een grote Nederlandse kof, met hout beladen, zeer diep gaande, de naam onbekend.


  AN - Antwerpsch Nieuwsblad

Men komt de tijding te ontvangen dat het nieuw Belgisch schip WINDHOND, kapitein Ruurds, voor rekening van den heer Serigiers dezer stad uitgevaren, na ene overtocht van 55 dagen te Montevideo is aangekomen. Den kapitein meldt dat zijn schip voortreffelijk zeilt, en bericht dat het Belgisch schip EDMOND, kapitein Fertig, met deszelfs lading is vergaan. Den kapitein en de equipagie bevonden zich in dato 8ste maart te Montevideo. (opm: de ex-Zuid-Nederlandse brik JONGE AUGUST, bouwjaar 1826, kapt. Carl Fertig, is onderweg van Montevideo naar Buenos Aires met zout vanuit Mayo circa 8 maart in de monding van de Rio de la Plata gezonken; zie AN 290538 en VCO 290538)


  JB - Javabode

Batavia, 22 mei. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip ELISABETH, kapt. F. Fokkens, met Zr.Ms. troepen, vertrokken van Rotterdam de 14e oktober. (opm: zeer lange reis).


28 mei 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Binnengekomen. Vlie, 24 mei. J.T. Mellema, JONGE WILLEM (opm: kof), van Koningsbergen.


29 mei 1838


  RC - Rotterdamsche Courant

Uittreksel uit de Lloydslijst tot den 25 mei. De HARRIET, kapt. F. Beniest, van Antwerpen naar Liverpool, is den 23 dezer bij Crygill op het strand geraakt.
(opm: Crygill ligt nabij Holyhead; het Belgische fregat kwam de volgende dag weer vlot)


  AB - Avondbode

Den EDMOND, kapitein Fertig, waarvan wij het vergaan gemeld hebben (opm: AN 260538), behoorde aan den heer E. van Regemortel, van Antwerpen, en was door de compagnie Morel voor 40.000 francs tegen brand en zeegevaar geassureerd.


 VCO - Vlissingsche Courant

Men meldt van Antwerpen, dat aldaar bericht is ingekomen van het verongelukken op de Plata rivier, van het Belgisch schip EDMOND, kapt. Fertig, van Antwerpen naar Montevideo bestemd, waar zich de kapitein en de equipage den 8 maart l.l. bevonden (opm: zie AN 260538).


  DC - Dordtsche Courant

Zr. Ms. korvet AJAX, kapt. ter zee Coops, is heden namiddag alhier ter rede, na een afwezigheid van vier jaren en zes maanden, uit de Oost-Indiën teruggekeerd. De luitenant ter zee Rink Zoutman, welke met Zr. Ms. korvet BOREAS, kapt.-luit. ter zee Paling, was uitgezeild, en met bovengenoemden was gerepatrieerd, is, benevens de luitenant ter zee Löben Sels op de terugreis overleden. Een gedeelte der equipage lijdt aan oogziekte, overigens alles wel aan boord.


  DC - Dordtsche Courant

Rotterdam, 25 mei. Woensdag namiddag (opm: 23 mei) ten 4 ure is alhier van ’s Lands werf met goed gevolg van stapel gelopen Zr.Ms. brik VENUS, groot 18 stukken.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Zierikzee, 25 mei. Heden is hier gearriveerd het Nederlandse kofschip ZEELUST, kapt. D.J. Mik, komende van Liverpool en geladen met klipzout (opm: steenzout) voor deze stad.


31 mei 1838


  ZP - Zeepost

Op den 5 mei werd op 57º NB 12º WL gepraaid het schip (opm: bark) SNELHEID, kapt. K.P. Haasnoot, van Rotterdam naar St. Ubes (opm: Setubal), Montevideo en Buenos Ayres. Alles wel aan boord.


  ZP - Zeepost

De Nederlandse kof de JONGE RENGER is volgens bericht van Harwich van 27 mei, vol water, door het volk verlaten, bij de haven van Mundesley (opm: 52º52’ NB 01º26’ OL) aangedreven. (opm: bouwjaar 1818; kapt. Jude Juis Brouwer, zie o.a. AH 070137).


  ZP - Zeepost

De schepen ALIDA EN LUCAS, kapt. H. Rentes, CECILIA, kapt. W. Smit, beide van Rouen naar Rostock, en TREKVOGEL, kapt. A.G. Sap, van dito naar Wismar, zijn den 25 mei te Delfzijl wegens tegenwind binnengelopen.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 30 mei. Den 22 dezer is door de stedelijke regering der stad Alkmaar aan heren reders van het in de loop des vorigen jaars op de scheepstimmerwerf van Jan Bagge gebouwde kofschip ALKMAAR, zijnde het eerste zeeschip waarvan te Alkmaar de kiel is gelegd en hetwelk aldaar geheel zeilvaardig is gemaakt, de Nederlandse vlag aangeboden. Men hoopt dat deze eerste proeve, om van de geschikte gelegenheid gebruik te maken, welke de stad Alkmaar sedert het aanwezen van het Noord-Hollandsch kanaal, met opzicht tot de zeehandel heeft bekomen, met een gunstige uitkomst worde bekroond en dit voorbeeld door meer andere worde gevolgd, om zo doende een nieuwe en tot dus verre onbekende bron van welvaart voor die stad te openen.


01 juni 1838


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip (opm: schoener) de SNELHEID, kapt. C. Wessels, van Amsterdam naar Suriname, is den 20 mei met hulp van een loodsboot en verlies van stengen, ra’s, zeilen, tuigagie, galjoen, enz., te Dartmouth binnengelopen (opm: zie ZP 260538).


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen. Binnengekomen: den 13 mei het schoenerschip HOPE, kapt. W. Barfield, van Londen.
Den 14 dito het kofschip de HOUTHANDEL, kapt. D.K. de Grooth, van Christiaansand, het schoenerschip SARAH & HELEN, kapt. J. Atkins, van Newcastle.
Den 15 dito het schoenerschip FRIENDS, kapt. J. Manning, van Londen, de kofschepen de GOEDE WELVAART, kapt. J.G. Vos, van Droback, MARTHA ALIDA, kapt. K.H. Plukker, van Sunderland, en de JONGE HENDRIK, kapt. B.H. Plukker, van Christiaansand, het schoenerschip UNION, kapt. H.B. Disneij, van Londen, het kofschip GEZINA JOHANNA, kapt. H.W. Lukens, van Oostrisoer.
Den 16 dito het kofschip COURIER, kapt. N.M. Lindegaard, van Hull, het smakschip de VERWAGTING, kapt. J. Eilers, van Oudsoen.
Den 17 dito de kofschepen ARENDINA, kapt. H.D. de Grooth en EIZO DE WENDT, kapt. W.G. Hellinga, beide van Christiaansand.
Den 19 dito de kofschepen LUDOLF THEODORUS, kapt. J.A. Zijl, van Drodack, IJPEUS, kapt. H. de Weerd jr, van Holmstrand en de HUNSE, kapt. H.J. Ketelaar, van Droback.
Den 21 dito het schoenerschip FLORA, kapt. J. Manning, van Londen.
Den 22 dito het schoenerschip LIVELY, kapt. S.H. Finch, van Londen.
Den 23 dito het barkschip JÖMFRAU MARIA, kapt. J.J. Giersoe, van Holmstrand.
Den 24 dito de kofschepen WILHELMINA, kapt. R.K. Visser, de JONGE JAN, kapt. J.K. Bart, beide van Oostrisoer, GEERTRUIDA HENDRIKA, kapt. E.R. Zoutman, van Stockton.
Den 26 dito de kofschepen MARGARETHA, kapt. K.F. Harding, van Oostrisoer en ZELDENRUST, kapt. G.A. Jonkhof, van Droback.
Uitgezeild: den 12 mei het kofschip JAN FREERK, kapt. G.H. Smit, naar Noorwegen.
Den 13 dito het kofschip H.Z, kapt. S.K. de Vries, naar Havannah, de schoenerschepen NORTHAM, kapt. D. Charrosin, en ORWELL, kapt. R. Cubith, beide naar Londen, het brikschip HAABETS ANKER, kapt. C. Haagensen, naar Droback.
Den 16 dito het schoenerschip MARY & ROSE, kapt. A. Reach, naar Schotland.
Den 17 dito de kofschepen de VROUW JANTINA, kapt. H.H. de Weerd, CONCORDIA, kapt. H.B. Drok en de JONGE DIRK, kapt. W.H. Mulder, alle drie naar Noorwegen, het everschip DER JUNGE HELDENMUTH, kapt. D. Stemmer naar Hamburg.
Den 18 dito de kofschepen de JONGE BARENT, kapt. B.R. van Wijk, WILLEM, kapt. H.W. Kiers en het schoenerschip MINERVA, kapt. L. Ellessen, alle drie naar Noorwegen; de schoenerschepen HOPE, kapt. W. Cousins, SARAH & HELEN, kapt. J. Atkins, naar Schotland, het everschip EMANUEL, kapt. N. Reekman, naar Hamburg.
Den 20 dito de kofschepen ELISABETH MARIA, kapt. J.A. Keun en de JONGE HENDRIK, kapt. B.H. Plukker, beide naar Noorwegen.
Den 21 dito de kofschepen VRIENDSCHAP, kapt. K.J. Klazen, op avontuur, de GOEDE WELVAART, kapt. J.G. Vos, naar Noorwegen, COURIER, kapt. N.M. Lindegaard, naar Schotland en de HOUTHANDEL, kapt. D.K. de Grooth, naar Noorwegen.
Den 24 dito het kofschip IJPEUS, kapt. H. de Weerdt, jr, naar Noorwegen.
Den 25 dito de schoenerschepen FRIENDS, kapt. J. Manning en UNION, kapt. H.B. Disneij, beide naar Londen.
Den 26 dito het kofschip EIZO DE WENDT, kapt. W.G. Hellinga naar Noorwegen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Publieke verkoop van een schip. De deurwaarder J.O. Terguin, woonachtig in de Groote Kerkstraat te Leeuwarden, zal, op vrijdagen den 1 juni 1838, provisioneel, en den 8 juni daaraanvolgend finaal, telkens des namiddags ten 4 ure, ten huize van kastelein H. Tieman in het klein wagentje bij de voormalige Vrouwenpoort, te Leeuwarden presenteren te verkopen: een overdekt tjalkschip, genaamd SCHUITJE, groot 26 tonnen, met staand en lopend wand, en verdere aan en toebehoren, volgens inventaris en zodanig als hetzelve door de eigenaar Herman Brands Krol bevaren wordt, en thans is liggende in de Stads Gracht bij de Kazerne Prins Frederik te Leeuwarden, alwaar hetzelve op de verkoop dagen is te bezichtigen van des morgens 11 tot des namiddags 2 uur en tweemaal 24 uren na de finale toewijzing te aanvaarden.


  LC - Leeuwarder Courant

Londen, 23 mei. De tweede grote stoomboot THE GREAT WESTERN, is thans ook uit Noord Amerika terug (opm: zie ZZC 060438) . Zij brengt brieven uit Nieuw York van 7 dezer, onder anderen behelzend, dat de blokkade der Mexikaanse kusten door de Fransen den 15 april begonnen was, en dat reeds een Amerikaanse schooner, van voor Tampico, naar Nieuw Orleans had moeten terugkeren. Men vreesde te Vera Cruz voor de inneming van het kasteel Juan Uloa en voor pogingen de federale partij (opm: hier ontbreekt een stuk tekst). Geruchten wilden dat Mexico Engelands bemiddeling had ingeroepen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een overdekt tjalkschip, lang 14 el 2 palm, wijd 3 el 195 streep, en hol naar rato, met zeil en treil, anker en tros, haken en bomen, staand en lopend want, zoals hetzelve bevaren is door Sietze Uiltje de Jong.
Te bevragen bij Gerben U. de Jong, te Oppenhuizen.


02 juni 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Gedurende de maand juni zal des woensdags en zaterdags van 10 tot 1 ure de balans van de Vereenigde Reederij over het 9e boekjaar, door heren commissarissen nagezien en goedgekeurd, ten kantore van de boekhouders, Heerengracht bij de Spiegelstraat, ook ter inzage van de deelgenoten liggen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. H. Montauban van Swijndregt en F.N. Montauban van Swijndregt, beëdigde makelaars binnen de Stad Rotterdam, zullen op donderdag de 14de juni 1838, des middags ten 12 ure, in het Lokaal der Openbare Verkoopingen, op de Scheepmakershaven, veilen en verkopen een partij puike en vers van de Visserij aangebracht partij van omtrent 1.400 vaten Zuidzee-traan en 100 Nederlandse vaten spermaceti, bij kavelingen van 50 Nederlandse vaten, en een partij van 5.000 Nederlandse ponden Zuidzee-walvisbaarden, bij kavelingen van 500 Nederlandse ponden tevens, alles Nederlandse visserij, en alhier aangebracht per het schip PROSERPINA, liggende de traan in een pakhuis aan de Haringvliet, Maaszijde, en de walvisbaarden in Vrij-Entrepot. Nadere onderrichting bij de makelaars.


  AB - Avondbode

Dublin, 26 mei. Binnengekomen CLOTILDE (opm: Belgische bark), kapt. P. Ocket Sr, van Antwerpen.
JC 020638
Advertentie. In de loop van de maand juli aanstaande zal publiek worden verkocht het barkschip KALIEMAAS, met diens inventaris, toebehorende aan de heren De Nijs, Brown & Co., zijnde inmiddels uit de hand te koop en te bevragen bij Reijnst & Vinju, q.q.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Te koop de brik genaamd TEKSEENG (opm: ook TEKSING, zie JC 300638), groot 56 lasten, liggende thans in lading te Samarang. Nadere informatiën te bekomen ten vendu-kantore alhier.
Batavia, 25 mei 1838.


05 juni 1838


  ZP - Zeepost

Het schip (opm: kof) LISETTE CAROLINA, kapt. T.M. Gnodde, van Bordeaux naar Amsterdam, is, na door aanzeiling aanmerkelijke schade bekomen te hebben, den 1 juni zwaar lek te Douvres (opm: Dover) binnengelopen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. H.J. Offerhaus, notaris te Delfzijl, zal op donderdag den 7 juni 1838 des voormiddags precies te 11 uren, ten huize van de kastelein D. Hoeksema te Farmsum, ten verzoeke van de scheepskapitein R.F. Taai, publiek bij kavelingen, om contant geld verkopen: het bijna volledig geborgen inventaris van deszelfs gestrand Kofschip, genaamd GEZINA, bestaande in ankertouwen en verder different touwerk, ankers, zeilen, een sloep, boot enz. (opm: zie ZP 100538; naam kapitein ook wel Taaij of Taay, en scheepsnaam waarschijnlijk GESINA)


  LC - Leeuwarder Courant

Uit Vlissingen verneemt men, dat de Nederlandse marine wederom het verlies van twee harer officieren heeft te betreuren, te weten: de luitenants ter zee van de eerste en tweede klasse Rink Zoutman en Von Löbensels, die beiden, met de korvet AJAX, uit de Oost-Indiën terugkeerden, gedurende de overtocht zijn overleden; eerstgenoemde in de Straat Sunda, ten gevolge van een zenuwkoorts, in ouderdom van 35 jaren, en laatstgenoemde in de Noord-Atlantische Oceaan, in de ouderdom van 23 jaren.


  LC - Leeuwarder Courant

Dezer dagen is tussen Egmond aan Zee en Zandvoort, door een Scheveningse visser, een stuk geschut of zogenaamde draaibas gevonden, dat, na enige kentekenen en bijzonderheden, welke zich daarop bevinden, zo men meent, tot de vloot van Doggersbank behoord heeft.


06 juni 1838


  ZP - Zeepost

Genua, 28 mei. Heden arriveerde alhier het schip (opm: kof) JANTINA MARGARETHA, kapt. B.H. Smit, van Amsterdam. De kapitein vreesde, dat de lading beschadigd zal zijn, hebbende op de hoogte van Majorca een lek ontdekt. De naad bij de voorsteven was ontzet, welke echter zo goed mogelijk gestopt werd. Men had 4 of 5 dagen zwaar moeten pompen en onder het water suiker bespeurd.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. G.J. Roland Holst, F. der Kinderen, J. Boelen, H.J. Rietveld, G.W. Sesink Clee en B.D. Bosscher, makelaars, zullen op maandag de 25e juni 1838, ’s avonds ten zes ure, in de Nieuwe Stadsherberg aan het IJ verkopen een extra ordinair welbezeild en gekoperd brikschip, genaamd PARAMARIBO, gevoerd door kapt. J.C. Töpper, groot volgens Nederlandse meetbrief 252 tonnen, en dat met al deszelfs opstaand en lopend want, ankers, touwen, kettingen en verdere scheepsgereedschappen. Breder bij de Inventaris. (opm: zie ZP 260638)


  AH - Algemeen Handelsblad

Het schip de JONGE JAN, kapt. J.B. Teuneszen, van Rotterdam naar Baltimore, te Lissabon binnen, heeft de 20e mei de reis voortgezet.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. C. Smit, B. Moerman en H.C. Smit Czn, makelaars, zullen op maandag de 18e juni 1838, des avonds ten 5 ure, in het voormalig O.Z. Heeren Logement, ten overstaan van de notarissen H. Meijer Cluwen en M.C. van der Moolen verkopen de bijzonder goed gesitueerde en wel aangelegde scheepstimmerwerf De Vrede met twee afzonderlijke huizen op stadsgrond op de Hoogte van de Kadijk no. 277 en 278. Breder bij biljetten omschreven.
De veilconditiën zijn vier dagen bevorens te zien bij bovengemelde notarissen.


07 juni 1838


  ZP - Zeepost

Den 6 juni zijn te Amsterdam gearriveerd onder meer andere (opm: naast buitenlandse) schepen: MARIA CATHARINA, kapt. G.L. Swart, van Cardiff met ijzer; MARIA, kapt. B.G. Smit, van dito met dito; JONGE CORNELIS, kapt. O.G. Bakker, van Hull met raapzaad; JACOBA CATHARINA, kapt. E.A. Niehoff, van Sunderland met steenkolen en aardewerk; MARGINA MARGARETHA (opm: smak MARGINA MARGRIETA), kapt. H.J. Oortjes, van Dantzig (opm: Gdansk) met tarwe.


  ZP - Zeepost

Volgens brief van kapt. Bos, voerende het schip MARIA, in dato Triëst 26 mei, had hij een lading koolzaad naar Amsterdam aangenomen. Hij moest echter naar Rovigno (opm: 45º05’ NB 13º38’ OL) – 15 of 16 mijlen (opm: plm. 45 zeemijlen ) van Triëst – verzeilen om gemelde lading in te nemen, naar welke plaats hij de volgende dag zou vertrekken.


  ZP - Zeepost

Schepen ter verkoop in de Nieuwe Stads Herberg te Amsterdam: op maandag 25 juni: het gekoperd brikschip PARAMARIBO, kapt. J.C. Töpper.


08 juni 1838


  ZP - Zeepost

Volgens bericht van Christiania (opm: Oslo) in dato 19 mei, is de 17 dito op de kust van Jutland een verzegelde fles gevonden, waarin het navolgende in Noorse, Engelse en Duitse taal geschreven biljet:
De kof FORTUNA, gevoerd door G.F. Hetting, van Arendahl naar Havre bestemd, bekwam den 21 maart in de Noordzee een lek. De equipage werd den 25 dito door de Groenlandvaarder JONGE MARTIN, kapt. Mayn, uit Flensburg, op 58º30’ NB 30º30’ WL geborgen en moest mede naar Groenland vertrekken om na 4 of 5 maanden terug te keren. Aan boord de JONGE MARTIN, den 25 maart 1838, G.F. Hetting.
Zijnde hierdoor bekend het de 18 april in de Noordzee aangetroffen schip FORTUNA, uit Arendahl, hetwelk door het volk verlaten en tot op het dek gezonken was, liggende voor anker. (opm: buitenlands schip).


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Kapt. C. Wessels, voerende het schip de SNELHEID, van Amsterdam naar Suriname te Dartmouth binnen, meldt van daar van den 23 mei, dat de grote mast zwaar gescheurd was, en door een nieuwe vervangen zoude moeten worden (opm: zie ZP 260538).


  LC - Leeuwarder Courant

Hamburg, 1 juni. Het stoomschip NICOLAI 1, kapt. Stahl, met 132 passagiers en 33 man equipage aan boord, is op deszelfs reis van Petersburg en Travemünde in de nacht van 31 mei, omstreeks half twaalf ure, niet ver van Groot-Klütz, circa een mijl van de Travemünde rede in brand geraakt. Zie hier de nadere bijzonderheden van dit ongelukkige voorval, zo als dezelve langs verschillende wegen zijn medegedeeld:
„De reis van Petersburg had bij het fraaiste weder plaats. Gisteren ochtend (30 mei) werd de brievenmaal bij Rügen afgegeven. Des avonds omstreeks 11 ure, toen reeds alle dames en kinderen derzelver slaapplaatsen hadden betrokken, doch de heren nog aan de avondmaaltijd of de speeltafel gezeten waren, hoorde men de noodkreet: Er is brand in het schip. Spoedig daarna ontwaarde men dan ook rook en vonken uit het ruim, waar de stookkamer is, opstijgen. Kapt. Stahl, die zijn tegenwoordigheid van geest niet verloor, maakte van de nog werkende kracht der machines gebruik om het land te bereiken, en deed slechts met handspuiten water in de vlammen werpen; want door de machines te laten stilstaan en de stoomspuiten te bezigen, zouden, bij gemis van het benodigde getal boten en de alsdan ont-stane verwarring, misschien al de aan boord zich bevonden hebbende personen in de vlammen of de golven hun dood hebben gevonden. De brand sloeg derwijze snel voort, dat men ter nauwernood de tijd had om het schip nabij Klütz (opm: 53º58’ NB 11º10’ OL), ontrent 100 schreden van het land, op het strand te zetten. Behalve de 33 man equipage waren 132 passagiers en 11 rijtuigen aan boord. De angst en verwarring had nu de hoogste stap bereikt, ieder wilde het eerst gered worden; verscheidene reizigers sprongen in het water, andere wilden met geweld de boot los maken, die bij deze poging brak.
Alle aanwezigen zijn intussen gered, op vijf na, die vermist worden, te weten een zekere heer van Golowkof (of Golowin) en een bediende van de Russische kabinet courier Markeloff (beide lijken, zegt men, zijn reeds aangespoeld), voorts een zekere heer Meijer, chef van een suikerfabriek des heren Baird te Petersburg, benevens twee man der equipage. Van de 11 reiskoetsen heeft men twee in zee geworpen, de andere zijn verbrand, als ook een groot gedeelte der passagiers goederen. Ook het postvalies en de depêches van drie couriers heeft men niet kunnen redden. Van klinkende munt moet zich slechts een vat goud aan boord hebben bevonden, hetwelk men echter hoopt terug te zullen erlangen. Kapt. Stahl, die slechts op de redding der passagiers was bedacht, heeft ook van zijn goederen niets behouden. De meeste passagiers zijn blootshoofds en barrevoets te Travemünde aangekomen. Het schip is gelijk met het water afgebrand; men is thans bezig uit de romp nog te redden wat mogelijk is. Het vaartuig is te Londen geassureerd.”
(opm: zie ook LC 110938)


09 juni 1838


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. De scheepsbouwmeester Jan Schouten, te Dordrecht, is voornemens, zo het water de vereiste hoogte bereikt, aanstaande dinsdag den 21 dezer, des morgens tussen 7 ½ en 8 ure, het schip de ADMIRAAL JAN EVERTSEN, van zijn werf, te water te laten.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Tegen het einde der maand juni aanstaande, de dag nader te bepalen, zal door de Wees- en Boedelkamer te Samarang op publieke vendutie worden verkocht het alhier ter rede liggende barkschip genaamd JADUL KARIM ALLA MOLLA (opm: zie JC 230538), toebehorende tot de boedel van nu wijlen de Arabier Sech Abdulla bin Doos Makawie.
Samarang, 31 mei 1838, namens het college voornoemd, de secretaris A.F.R. Meijer.


12 juni 1838


  ZP - Zeepost

Het schip GROTIUS (opm: buitenlander), kapt. …, van Trinidad de Cuba naar ….., is den 8 juni lek te Cowes binnengelopen.


  ZP - Zeepost

Verkoop van schepen te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg op maandag 11 juni:
- Het gekoperd barkschip HOLLAND, gevoerd door kapt. J.H.M. Struben: NLG 30.300, in slag NLG 2.800, NLG 33.100. koper Abrahamsz.
- Het gekoperd barkschip MERCURIUS, gevoerd door kapt. J.H. Seepe: NLG 15.300, in slag NLG 2.800, NLG 18.100. koper F. der Kinderen.
- Het gekoperd brikschip de ONDERNEMING, gevoerd door kapt. R. Dekker: NLG 8.000, in slag NLG 1.400, NLG 9.400. koper A. van der Sluis.
- Tezamen NLG 60.600.
Vervolgens alle drie de schepen bij elkander geveild aan de meestbiedenden en opgeboden tot NLG 3.800, zijnde dezelve alstoen verkocht voor NLG 64.600, koper B.D. Bosscher. (opm: deze makelaar handelde in opdracht van J.H. Hackman Asschenbergh, Amsterdam; nieuwe kapitein voor de HOLLAND werd R. Dekker; de MERCURIUS werd op 25 juni voor NLG 19.000 doorverkocht aan Fredrik Smelt, nieuwe kapitein C. Wessels; op 3 juli werd de ONDERNEMING voor NLG 11.100 doorverkocht aan de Gebrs. Reelts, nieuwe naam HEPPENS, kapt. G.D. Swart)
- Het gezinkt barkschip ’t VERTROUWEN, gevoerd door kapt. C. Zaal: NLG 10.000, in slag NLG 4.500, NLG 14.500. Koper H.I. Rietveld (opm: makelaar, namens J. & T. van Marselis; nieuwe naam GOEDE VREDE, kapt. C. Zaal).


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Laatstleden woensdag (opm: 6 juni) is te Amsterdam de jaarlijkse vergadering van de raad der Nederlandsche Handel-Maatschappij geopend. De president, de heer Van der Houven, heeft bij die gelegenheid een overzicht gegeven van de gang en de stand van zaken van die maatschappij, gedurende het boekjaar 1837.
De uitbreiding van de betrekkingen der maatschappij is blijkbaar zowel in de vermeerderde retouren, voor haar uit Oost-Indië aangebracht, als in het toegenomene bedrag van de derwaarts uitgezondene goederen en waarden. Aan het gevaar, waarmede de handelscrisis in Amerika, in haar uitwerkselen en gevolgen, ook de maatschappij bedreigde, is zij gelukkig ontkomen, zonder aanmerkelijke schade te lijden.
In de veilingen van de maatschappij gedurende 1837 werden opgenomen: 662.453 balen en 200 vaten koffie; 117.556 krajangs en kanassers (opm: krandjang, gevlochten mand van bamboe als verpakking voor suiker, resp. kanaster of knaster, kist of korf van vlechtwerk voor verzending van tropische producten, in 't bijzonder mand van grof rottingriet voor suiker), 1453 kisten en 1150 matten en balen suiker; 2893 kisten indigo en een aanzienlijke hoeveelheid specerijen, 28.047 schuitjes tin (opm: á ½ pikol = 30,8806 kg.), benevens enige curcuma (opm: ook wel geelwortel genoemd [bevordert de spijsvertering]) en Java thee. Dit alles werd geredelijk geplaatst, waaruit blijkt, wat er is van de vestiging van een markt van koloniale producten hier te lande, en van hoe veel belang het beginsel is der vereniging van die producten in één krachtige en doelmatig bestuurde hand.
De maatschappij bevrachtte in 1837 127 schepen, waaronder één van Groningen, metende tesamen 36.335 en uitmakende 43.560 uitleverende lasten; dat is 29 schepen meer dan in 1836, terwijl bovendien nog onderscheidene bodems, ter gehele of gedeeltelijke belading, bij de factorij te Batavia werden aanbevolen. Van de in 1836 uitgezonden schepen is alleen nog DE TWEE CORNELISSEN, ten gevolge der afgelegde Japanse reis, niet in onze havens teruggekeerd. De maatschappij heeft zich onthouden van het verlenen van toezegging van bevrachting van nieuw gebouwde schepen; zij acht die aanmoediging onnodig, ja zelfs schadelijk, vermits, ofschoon het de directie gelukken mocht, in 1837, al de gereed komende aangebodene en geschikte bodems te bevrachten, echter, zoals reeds in het vorige jaar, door de heer president, was opge¬merkt, de aanbouw van schepen, in weerwil van de uitbreiding der cultuur op Java, in geen verhouding meer staat tot de behoefte aan scheepsruimte, en zonder een matiging in die aanbouw het gebruik van al de bodems, voor de vaart op Oost-Indië geschikt, een volslagen onmogelijkheid gaat worden.
De noodzakelijkheid dier matiging valt allerwege in het oog. Negentien schepen, meestal van buitengewone grootte, werden in 1837 op stapel gezet, en in de loop van 1838 is dit getal met nog 15 vermeerderd. Reeds bevinden zich 146 bodems, in staat om meer dan 50.000 lasten aan te brengen, in de vaart op Oost-Indië, en de onmatige toeneming van dat getal is geheel onevenredig aan de vermindering, welke, langs de ge¬wone weg van sloping, daarin kan worden verwacht, terwijl het de vurige wens blijft, dat die vermindering niet door buitengewone rampen moge wor¬den daargesteld.
De maatschappij betaalde in 1837 aan vrachtgelden voor retouren NLG 6.704.156,40 en aan assurantiepremies NLG 791.909.
De president wees voorts de gang en de stand van de fabriekmatige nijverheid hier ten lande aan, en leverde deswege een, over het geheel genomen, gunstig verslag, terwijl de gehele aanspraak overtuigend aantoonde, dat en hoe de Nederlandsche Handel-Maatschappij voortgaat met te beantwoorden aan het doel harer oprichting, door op de algemene belangen van Handel, Scheepvaart en Nijverheid de voordeligste invloed uit te oefenen.
(opm: dit artikel is bewerkt en bekort en grotendeels complementair aan LC 120638, zie hierna; vergelijk ook het jaarverslag over 1836 in RC 100637)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip de VROUW HELENA, kapt. Kramer (opm: buitenlander), naar Papenburg, is den 18 mei te Osterrisoer lek binnengelopen; moest lossen om te repareren.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip ELSINA, kapt. Brouwer (opm: zie ZP 150538), naar Dordrecht te Falmouth binnen, heeft na een nieuwe grote mast bekomen te hebben, den 29 mei de reis voortgezet.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip CÉLINA, kapt. Chambord (opm: buitenlander), den 26 mei van St. Domingo naar Falmouth vertrokken, is den 29 dito, nadat door verscheiden stortzeeën de gehele equipage, uitgezonderd de kapitein, welke wegens ziekte de kajuit niet konde verlaten, over boord geslagen was, zwaar lek geworden en gezonken; een matroos is na drie dagen op een stuk wrakhout rondgedreven te hebben, op het onbewoonde eiland Conception aan wal gekomen en van daar, na een verblijf van 18 dagen door een Amerikaanse schoner gered.


 GRC - Groninger Courant

Lijst der Nederlandse schepen, welke de Sond gepasseerd zijn.
Den 1 juni. De JONGE BRECHTUS, kapt. T.P. Teensma (Krommenie), van Groningen naar de Oostzee. (opm: eerste reis van de kof onder kapt. Teunis Pieters Teensma.)


  LC - Leeuwarder Courant

Amsterdam, 7 juni. De gewone Jaarlijkse Vergadering van de Raad der Nederlandsche Handel-Maatschappij is gisteren, woensdag den 6 dezer, te Amsterdam geopend. In een bij die gelegenheid gehouden aanspraak, heeft de President, de heer H.C. van der Houven, de gang en stand der zaken en aangelegenheden van de gemelde Maatschappij doen overzien, door de aanwijzing van de werkkring, het werk en de geschiedenis dier inrichting, gedurende haar met ultimo december 1837 verstreken dertiende boekjaar. Aan die aanspraak, welke bij vernieuwing aantoonde, dit en hoe deze Maatschappij aan de edele en verhevene bedoelingen van haar Koninklijke Stichter, ten behoeve van Nederlands Handel, Scheep-vaart, Scheepsbouw en Nijverheid beantwoordt, en dat, zo als ook uit de aan heren Commissarissen ter goedkeuring voorgelegde balans over genoemd boek¬jaar nader blijken zou, haar werkzaamheden op nieuw in toenemende mate zijn gezegend geworden, ontlenen wij nog de volgende bijzonderheden:
Er had geen verandering plaats gehad in het personeel der directie, noch ook in dat van het agentschap te Rotterdam, en ook geen in dat der factorij te Batavia. Te Dordrecht zijn de heren F. van Wageningen en H.J. Knottenbult benoemd tot Agenten, niet uitsluitend aan de dienst der Maatschappij verbonden, en zulks ten gevolge van het overlijden van de heer Jacob van Wageningen. Bij de agentschappen der factorijen op Java en Sumatra hadden almede geen ver¬anderingen plaats, dan allen te Passarouang (opm: Pasuruan), alwaar het beheer van zaken was opgedragen aan de heer C.D. Schlegel, in de plaats van wijlen de heer W. Beth.
Gelijk in de personen, in haar dienst werkzaam, zo mocht de Maatschappij zich ook in haar zaken en betrekkingen mildelijk gezegend zien.
De door haar gedane uitzendingen bestonden voornamelijk uit speciën (opm: muntgeld), katoe¬nen lijnwaden, goederen ten dienste van het Indische bestuur r waaronder voor ruim NLG 76.000 aan gezouten vlees en gerookt spek, en voorts uit lakens voor ruim NLG 122.000, polemieten (opm: goedkope soorten stof van wollen grein) voor ruim NLG 98.000, koffij-zakken (door de behoef¬tige klasse vervaardigd) voor ruim NLG 123.000, bladkoper voor ruim NLG 87.000, be¬nevens papier, Delfts aardewerk en inlands tarwemeel, van welk laatstge¬noemd artikel de genomen proeven bijzonder hebben voldaan.
Omtrent de uitbreiding der cultuur van de verschillende voortbrengselen des Javaanse gronds luiden de berichten, bij voortduring, gunstig, en zowel aan de verbetering der qualiteit als aan de vermeerdering der hoeveelheden wordt met zorg en vlijt gearbeid, ook blijkens de pogingen, ter vermeerdering der sorteringen in de koffij veilingen en de toenemende roem, welke de qualiteit der Java suiker, bij de raffinadeurs, verwerft; terwijl sommige partijen Java indigo (opm: blauwe kleurstof) met de Bengaalse konden wedijveren. De uitwerking der handelscrisis drukte meest op de specerijen. De aanmerkelijke prijsverlaging der noten muskaat in de voorjaarsveiling van 1837 getuigde daarvan. Omtrent de kaneelcultuur koestert men zeer gunstige verwachtingen. Er werd geen cochenille (opm: rode verfstof) aangevoerd, doch men ziet die in 1838 tegemoet.
Ook de tabaksteelt wordt met kracht doorgezet, ofschoon de qualiteit der ontvangene partijen nog steeds te wensen overliet. Omtrent de theecultuur luiden de berichten almede gunstig, en men mag daarvan eerlang regelmatige aan¬voeren in diverse, voor de Hollandse markt geschikte sorteringen tegemoet zien. In 1837 werden niet meer dan ongeveer 6000 ponden aangebracht. De vier in 1837 ontvangen kisten ruwe Java zijde stoffen troffen een ongunstige markt. Tot nog toe beantwoordt de zijde teelt in Indië niet aan de daaraan bestede moei¬te en kosten, 41.176 stuks huiden, door de Maatschappij aangevoerd, werden, hoewel in afnemende mate, echter nog meestal, tot enigszins verliesgevende prij¬zen verkocht. Aanmerkelijk was het verlies, door de Maatschappij geleden, op de door haar in 1837 ingevoerde, zo in veiling als uit de hand verkochte 23.118 schuitjes tin, waardoor de vroeger op dit artikel genoten winst voor een goed deel wederom werd weggenomen.
Op Java wordt een ongestoorde rust genoten, en, terwijl de handel op Oost-Indië bloei en welvaart onder alle standen in het moederland verspreidt, worden welvaart en bloei allerwege bij de inlandse bevolking op Java waargenomen, meer bijzonder nog in de binnenlanden en residentiën, alwaar het tegenwoordige stelsel van cultuur in al deszelfs kracht ontwikkeld wordt en in deze opmerking voorzeker een allerkrachtigste verdediging vindt.
De werkkring der factorij te Batavia breidt zich, met die der Maatschappij, gelijkelijk uit, en de wijze, waarop de factorij zich in dezelve beweegt, draagt alleszins de goedkeuring der directie weg. De lijnwaad (opm: linnen) handel behoort thans mede tot de hoofdbemoeijingen van dat lichaam, welks jongste boekjaar mede gunstig gekenmerkt werd, door de gehele opruiming van al de nog overgeblevene goederen, tot vroegere uitzendingen behorende.
Met China werden de betrek¬kingen levendig gehouden, doch de door de factorij derwaarts gedane ondernemingen slaagden echter niet bijzonder gelukkig. Levendiger was de handel met Calcutta, zo door de behoefte aan Bengaalse opium, als door die aan Goenje (opm: jute) koffij zakken.
Onder de agentschappen der factorij ontwikkelde dat te Padang, onder het bestuur van de heer L.M.F. Plese, zich in de laatste tijd bijzonder gelukkig.
Bij het herstel der rust in de bovenlanden van Sumatra, door de eindelijke val van het zo hardnekkig verdedigde Bonjol, opent zich een nieuw tijdperk voor dat belangrijke eiland, met opzicht tot deszelfs handel met Nederland. Intussen stond, in de laatste tijd, het enige voor retouren geschikte artikel, koffij namelijk, nog steeds te hoog in prijs, om, met hoop op voordeel, herwaarts te kunnen worden gezonden, waarom de Maatschappij zich dan ook ge-lukkig achtte, in 1837 slechts 8460 balen Padang koffij ontvangen te hebben. Het handels etablissement te Paya Kombo, onder het bestuur van de heer Van Heel, neemt toe in belangrijkheid en bloei, en dat te Padang Panjang, thans onder het bestuur van de heer Kopersmit, begint zich inschikkelijk te ontwikkelen.
Voor de Japanse expeditie in 1837, is het schip DE TWEE CORNELISSEN, van Amsterdam, bevracht geweest.
Het octrooi der Javaanse Bank werd voor tien jaren vernieuwd, en een divi¬dend van 32 percent NLG 160 per aandeel, door die inrichting, over haar 9e boekjaar, uitgedeeld.
Van die, in 1837 bevrachte bodems, brachten er reeds op ultimo mei l.l. 70 derzelver retourladingen hier (opm: Amsterdam) aan, en op dat tijdstip kende men hier 101 dier bodems als behouden te Batavia aangekomen. Daaronder behoorde mede de DILIGENCE, van welk schip men echter het verlies te betreuren heeft, daar hetzelve op den 27 augustus 1837, ter rede van Passarouang, in brand geraakt en zo goed als geheel verteerd is (opm: zie RC 071237), benevens DE ZEEUW, een uitmuntend nieuw schip, bij het binnen komen na de bijna afgelegde reis, op den 8 april j.l, op de Banjaard gestrand en totaal verongelukt (opm: zie ZZC 100438).
De Maatschappij betaalde, in 1837, aan vrachtgelden, voor retouren, NLG 6.704.156,40, terwijl de vermeerderde uitzending van goederen naar Oost-Indië haar bij toeneming de gelegenheid ver¬schafte, om, ook door het verlenen van uitvrachten, de rederjjen te doen delen in de voordelen uit het bestaan en de handelingen der Maatschappij voortvloeiende.
(opm: dit artikel is bewerkt en bekort en grotendeels complementair aan ZZC 120638)


  LC - Leeuwarder Courant

Amsterdam, 7 juni. Dezer dagen heeft men in sommige dagbladen gemeld, dat de Regering concessies had verleend, tot het aanleggen van een stoomboot van Leiden naar Amster¬dam over het Haarlemmer Meer, een besluit hetwelk zou kunnen doen onderstellen, dat de Regering had afgezien van het plan om dat Meer droog te maken. Men verneemt echter tevens dat de Regering bij het verlenen dier concessie uitdrukkelijk heeft bepaald, dat de geoctroijeerde geen aanspraak zal kunnen maken op schadevergoeding, welke hem zoude kunnen te beurt vallen, indien mee tot de droogmaking van het Meer mocht overgaan.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen. Binnengekomen: den 27 mei de kofschepen de JONGE JOHAN VAN LETTEN, kapt. J.U. Jansen, van Dantzig (opm: Gdansk), de JONGE DERK, kapt. H.E. Vos, van Oostrisoer, MINERVA, kapt. H. Albers, van Dantzig en de VROUW ANTJE, kapt. K.D. de Grooth, van Droback.
Den 28 dito het kofschip MARIA BARBARA, kapt. D. Meesman, van Fredrikshall (opm: Fredrikshald, thans Halden).Den 29 dito het hoekerschip ENIGHEDEN, kapt. C. Olsen, van Oudsoen.
Den 30 dito het smakschip de VROUW ANTJE, kapt. J. Scherpbier, van Oudsoen, de schoenerschepen ORWELL, kapt. R. Cubith, HOPE, kapt. W. Cousins en NORTHAM, kapt. D. Charrosin, alle drie van Londen; het kofschip MARGARETHA, kapt. T.K. Mulder, van Oleron, het brikschip WILHEM FRIEDRICH, kapt. S.A. Parr, van Droback. Den 4 juli de schoenerschepen UNION, kapt. H.B. Disneij, van Londen, MARY & ROSE, kapt. A. Reach, van Kirkaldij en FAME, kapt. W. Barfield, van Londen.
Den 6 dito de kofschepen COURIER, kapt. L.M. Lindegaard, van Newcastle en de HOUTHANDEL, kapt. D.K. de Grooth, van Christiaansand.
Den 7 dito het kofschip de VROUW JANTINA, kapt. H.H. de Weerd, van Christiaansand; de schonerschepen SARAH & HELEN, kapt. J. Atkins, van Leith en FRIENDS, kapt. J. Manning, van Londen.
Den 8 dito het kofschip JONGE DIRK, kapt. W.H. Mulder, van Christiaansand.
Uitgezeild: den 27 mei het tjalkschip de OOSTERLING, kapt. B. Obbes, naar Carolinerzijl (opm: Carolinensiel), het smakschip de VROUW ELIZABETH, kapt. J.H. Cappen en het kofschip MARTHA ALIDA, kapt. K.H. Plukker, beide naar Schotland.
Den 28 dito het smakschip de VERWAGTING, kapt. J. Eilers, naar Schotland.
Den 31 dito de kofschepen de HUNSE, kapt. H.J. Ketelaar, naar Memel (opm: Klaipeda), WILHELMINA, kapt. R.K. Visser en de JONGE JAN, kapt. J.K. Bart, beide naar Noorwegen; de schonerschepen FLORA, kapt. J. Manning en LIVELY, kapt. S.H. Finch, beide naar Londen.
Den 2 juni de kofschepen ARENDINA, kapt. H.D. de Grooth, naar Hull, GEERTRUIDA HENDRIKA, kapt. E.R. Zoutman, op avontuur, MARGARETHA, kapt. K.F. Harding en de VROUW ANTJE, kapt. K.D. de Grooth, beide naar Noorwegen.
Den 4 dito de kofschepen de DRIE GEZUSTERS, kapt. P.P. Dijkstra, naar Liverpool, LUDOLF THEODORUS, kapt. J.A. Zijl en MARIA BARBARA, kapt. D. Meesman, beide op avontuur.
Den 6 dito het brikschip WILHELM FRIEDRICH, kapt. S.A. Parr en het kofschip de JONGE DERK, kapt. H.E. Vos, beide naar Noorwegen.
`Den 8 dito de schoenerschepen HOPE, kapt. W. Cousins en NORTHAM, kapt. D. Charrosin, beide naar Londen.
Den 9 dito het schoenerschip ORWELL, kapt. R. Cubith, naar Londen.


  LC - Leeuwarder Courant

Londen, 6 juni. De stoomboot THE GREAT WESTERN heeft, den 2 dezer, haar tweede reis naar New York ondernomen, aan boord hebbende 65 passagiers, 40.750 souvereinen (opm: sovereign, goudstuk waard 1 pond sterling) en een aantal koopwaren.


13 juni 1838


  JC - Javasche Courant

Batavia, 11 juni. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip MAASSTROOM, kapt. P.S. Schuil, vertrokken van Rotterdam de 4e februari.


14 juni 1838


  ZP - Zeepost

Texel, 13 juni. Het schip PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN, kapt. P. Huidekoper, is heden van hier naar Batavia vertrokken (opm: eerste reis van dit fregat; zie ook ZP 180638)


  ZP - Zeepost

Dordrecht, 13 juni. Gisteren morgen, omstreeks half 9 ure, is alhier van de werf van de scheepsbouwmeester J. Schouten van stapel gelopen het fregatschip ADMIRAAL JAN EVERTSEN, en onmiddellijk daarna de kiel gelegd voor het fregatschip DELTA, beide bestemd voor de vaart op Oost-Indiën.


15 juni 1838


  ZP - Zeepost

Helvoet, 14 juni. Heden vertrok Zr.Ms. stoomboot PHOENIX, commandant kapt.luit. Le Jeune, van hier naar Londen.


  ZP - Zeepost

Volgens brief van kapt. Wessels, voerende het schip de SNELHEID, van Amsterdam naar Suriname, van Dartmouth in dato 9 juni, aldaar met schade binnengelopen – zie ons nommer 89 – had dezelve de geleden schade hersteld en zou den 10 dito de reis weder vervolgen.


 LCO - Leydsche Courant

Gepraaid den 7 juni bij de Hoofden CAROLINA EN JOHANNA, P.S. Matzen van Amsterdam naar Rio de Janeiro.


  LC - Leeuwarder Courant

Duitsland, 4 juni. Tot dusver is het bedrag onbekend, van hetgeen op de stoomboot NIKOLAI 1, aan goederen en kontanten is verbrand; een voornaam huis alhier heeft de tijding ontvangen, dat 80.000 mark van hetzelve zijn gered; andere huizen alhier hadden mede vele bezendingen aan boord, en reikhalzen naar nadere tijdingen. Het schip is tot op de waterlijn afgebrand, en ligt ongeveer 8 voet diep gezonken.


  LC - Leeuwarder Courant

Warffum, 11 juni. Voor een paar dagen is op het naburig en onder deze gemeente behorende eiland Rottum aangespoeld het lijk van een matroos, naar gissing omstreeks van een dertigjarige ouderdom. Men heeft bij het lijk gevonden een brieventas, bevattende niets anders, dan een stukje kalfs- of schapenleder, waarop met inkt geschreven stond Laurence Huson. Vermoedelijk is deze schipbreukeling afkomstig van het Engelse met steenkolen geladen brikschip, hetwelk in het midden van april j.l, in de nabijheid van Schiermonnikoog met man en muis is vergaan (opm: CHOICE, zie ZP 180438).


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Op zeer aantrekkelijke voorwaarden uit de hand te koop een geoctroijeerd beurtschip, varende van Drachten op Leeuwarden vice versa.
Te bevragen bij J.S. Zijlstra, te Drachten.


16 juni 1838


  JC - Javasche Courant

Batavia, 12 juni. Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark MARIA, kapt. D. Keus, met drie passagiers en Zr.Ms. troepen, vertrokken van Rotterdam de 26e januari.


18 juni 1838


  ZP - Zeepost

Texel, 16 juni. Het schip (opm: brik) JONGE JAN, kapt. P.J. de Jong, van hier naar Londen vertrokken, is uit zee teruggekomen met verlies van stengen en andere schade.


  ZP - Zeepost

Smirna (opm: Izmir), 19 mei. Het schip (opm: hoeker) SNELLE ZEEPOST, kapt. Zwanenburg, laadt alhier een lading rozijnen met bestemming naar Amsterdam.


  ZP - Zeepost

Teneriffe, 17 mei. Zr.Ms. korvet AMPHITRITE, commandant kapt. Tengbergen, en Zr.Ms. transportschip MERWEDE, commandant lt.t.zee 1e klasse Stort, beide van Helvoet naar St. George d’Elmina, zijn alhier heden binnengelopen.


  ZP - Zeepost

Kapitein P. Huidekoper, voerende het schip PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN, den 16 dezer in het Nieuwe Diep terug uit zee, meldt den 14 bevorens des namiddags ten 4 ure, dwars van Scheveningen, door het breken der ijzeren puttingband van de fokkemast verloren te hebben de voor-, grote- en kruisstengen en de buitenkluiver boven, waardoor de grote sloep zwaar was beschadigd. Men vleide zich intussen met de hoop, dat een en ander in tien à veertien dagen tijds zou hersteld zijn (opm: zie ZP 020738).


19 juni 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Schiedam, 16 juni. Heden is alhier met het beste gevolg van de scheepstimmerwerf De Nijverheid, door de scheepsbouwmeesters C. Gips en Zonen te water gebracht het barkschip genaamd PROTEUS, bestemd voor de vaart op de Oost-Indiën, zullende gevoerd worden door kapt. H.H. Deuling, onder directie van de heren De Groot Roelants en Co., en onmiddellijk daarop de kiel gelegd voor een schip van 350 lasten, de naam zullende voeren van PRINS VELDMAARSCHALK, voor rekening van een rederij, onder dezelfde directie; terwijl tevens voor rekening van een andere rederij de kiel gelegd is van het schip DELFT, groot 500 lasten.


 GRC - Groninger Courant

Den 11 juni de Sont gepasseerd FORTUNA (opm: kof, ex-NIEUWE ONDERNEMING), F. Taay (Dordrecht) van Liverpool naar Nerva.


  LC - Leeuwarder Courant

Stockholm, 29 mei. Sedert den 23 dezer heeft de regering enige veranderingen gemaakt in de bestaande quarantaine maatregelen, waarbij onder anderen is bepaald geworden, dat de schepen, die van deze zijde van de Kaap Finisterre komen, niet meer verplicht zullen zijn een gezondheidspas te vertonen, doch dat de bevelhebber in de eerste haven, welke hij aandoet, een beëdigde verklaring moet afleggen, dat in de plaats, vanwaar hij komt, op het tijdstip van zijn vertrek de cholera niet heerste, en dat hij, gedurende de reis, noch met een schip, noch met een land in aanraking is geweest, hetwelk met deze ziekte besmet was.
Van deze maatregel zijn alleen de schepen uitgesloten, die van Noorwegen, van Deense Staten of van Duitse havens, aan of tussen de Elbe en de Eems komen. (opm: zie ook ZP 031138)


  LC - Leeuwarder Courant

Rotterdam, 13 juni. Zijne Exc. de Heer Baron van der Capellen, Zr.Ms. buitengewoon gezant ter bijwoning der kroningsplechtigheid van H.M. de Koning van Engeland, is deze morgen te vijf ure, aan boord Zr.Ms. oorlogsstoomschip PHOENIX, die tot dat einde bijzonder was ingericht, en onder bevel staat van kapt. luitenant ter zee le Jeune, van hier naar Londen vertrokken. Zijne Exc. is vergezeld door Mevrouw zijne Gemalin, de edellieden tot zijne ambassade behorende, en verder gevolg.


  LC - Leeuwarder Courant

De vrijdom en de vermindering van Scheepvaartrechten voor Nederlandse schepen, ten gevolge van het tractaat met Pruissen, van den 3 juni 1837 (opm: zie o.a. RC 020138), op de Waal en Lek daargesteld, zijn door de regering alsnu ook, naar men verneemt, toepasselijk gemaakt op de IJsselvaart.


20 juni 1838


  JC - Javasche Courant

Van Samarang is de 12e dezer naar Banjermassing vertrokken de Nederlandse bark HOHIEN, thans hernaamd FATHOOR RACHMAN en gevoerde wordende door Intje Doola.


21 juni 1838


  ZP - Zeepost

Helvoet, 20 juni. Zr.Ms. stoomboot PHOENIX, commandant kapt.luit. le Jeune, arriveerde alhier heden van Londen.


  ZP - Zeepost

Volgens rapport van kapt. J.E. Witzen, voerende het schip JAVAAN (opm: fregat DE JAVAAN), den 20 dezer van Batavia in Texel binnen, is het schip (opm: fregat) DORDTENAAR, kapt. J.F.P.A. Abbema, van Soerabaya naar Batavia en Rotterdam gedestineerd, den 10 februari op de bank tussen Madura en Java vastgeraakt, en was den 24 dito nog niet vlot. Alles wel aan boord. (opm: zie ZP 230638)


22 juni 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Op heden, vrijdag de 22e dezer, des namiddags ten half twee ure, zal alhier het koopvaardijschip CHRISTINA AGATHA, gebouwd op de werf De Witte Olijfant, in de Kleine Kattenburgerstraat, toebehorende aan de heren Jer. Meijjes & Zonen, zullende gevoerd worden door kapt. G. Fabius, van stapel lopen.


  LC - Leeuwarder Courant

Groningen. 18 juni. Heden werden alhier op de Noorderwerf van de scheepsbouwmeester H.J. Limburg (opm: Hendrik Johannes Limborgh), de stevens gericht voor een barkschip, genoemde ADOLF VAN NASSAU, zullende ruim 280 Java lasten groot worden, bestemd voor de vaart op de Oost-Indiën, onder directie van de heer C.M. Nap, te Groningen.


  LC - Leeuwarder Courant

Bekendmaking. De ondergetekende maakt aan het geëerd publiek bekend, dat van nu af aan, het veerschip van de Lemmer op Leeuwarden en vice versa, tweemaal in de week, op de gewone tijdstippen zal varen.
Lemmer, 20 juni 1838, G.J. van Dijk, commissaris


23 juni 1838


  ZP - Zeepost

Volgens het door kapt. Witsen medegedeelde bericht, dat het schip DORDTENAAR, kapt. Abbema, van Soerabaya naar Dordrecht bestemd, bij Madura op de banken vastzat – zie ons nommer 111 – wordt van Soerabaya in dato 22 februari het volgende gemeld: de DORDTENAAR, den 7 dezer van hier gezeild, is op de Noorderbank, tussen hier en Passaroeang vast geraakt, iets waar wel geen gevaar, doch groot oponthoud mede gepaard gaat, vooral dan, wanneer dat schip met het springtij, dat heden en morgen invalt, niet vlot raakt (opm: zie ZP 210638, 120738).


  ZP - Zeepost

Van Tonningen (opm: Tönning) wordt in dato 17 juni gemeld, dat aldaar zwaar lek en met verlies van zeilen uit zee terug gekomen is het schip CONCORDIA, kapt. Bastiaans, van Stettin (opm: Szczecin) naar Antwerpen. De lading is gelost, waarvan 102 tonnen (opm: vaten) raapzaad geheel beschadigd waren.


  ZP - Zeepost

Volgens brief van Hamburg in dato 12 juni was de vorige dag lek te Cuxhaven binnengelopen het schip (opm: tjalk) HELENA JACOBA, kapt. B. Davids, van Kopenhagen naar Amsterdam gedestineerd. De lading was gelost en gedeeltelijk beschadigd. (opm: zie volgend bericht en ZP 050738)


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 22 juni. Reeds voor enige tijd was door in onze havens binnenvallende en van Passaroean komende schepen het gerucht verspreid, dat de DORTENAAR, kapt. Abbema, na Sourabaya verlaten te hebben, met spring op de Modderbank vastgezeild was. Thans wordt authentiek uit Sourabaya, van 22 februari ll., het volgende gemeld:
De DORTENAAR, den 7 van hier gezeild, is op de Noorderbank, tussen hier en Passaroean, vast geraakt, iets daar wel geen gevaar, doch groot oponthoud mede gepaard gaat, vooral dan, wanneer dat schip met het springtij, dat heden en morgen invalt, niet vlot geraakt.
Volgens rapport van kapt. Witzen, van Batavia in Texel binnen, zou voorts de DORTENAAR de 24 februari nog niet vlot geweest, maar overigens alles wel aan boord zijn.


25 juni 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. H.J. Rietveld, B.D. Bosscher en J. Schutte Hooijman, makelaars, zullen op heden, de 25e juni 1838, des avonds ten zes ure, in de Nieuwe Stads Herberg, aan het IJ, presenteren te verkopen het extra snelzeilend paviljoenschip JACOBA (opm: binnenschip), laatst gevoerd door kapt. A.H. Trip; groot volgens meetbrief achtentachtig tonnen, en dat met deszelfs inventaris, breder bij biljet vermeld en ander onderricht bij bovengemelde makelaars.


26 juni 1838


  ZP - Zeepost

Volgens brief uit Hamburg in dato 22 juni aangaande het schip HELENA JACOBA, kapt. B.J. Davids, komende van Kopenhagen, te Cuxhaven binnengelopen, is en klein gedeelte der lading door beschadigdheid verkocht, doch het overige gedeelte zou overgeladen worden in het schip ANNA ERICA, kapt. G.F. Bakker (opm: tjalk ANNA EVINA, kapt. Geuchien Fredriks Rasker; zie ook ZP 050738).


  ZP - Zeepost

Verkoop van schepen te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg op maandag den 25 juni:
- Het gekoperd brikschip PARAMARIBO, kapt. J.C. Topper: NLG 7.600, in slag NLG 1.500, NLG 9.100, opgehouden. (opm: in augustus alsnog verkocht voor de sloop, zie ZP 311238)
- Het paviljoenschip JACOBA, schipper A.H. Trip: niet geveild, daar inmiddels uit de hand verkocht.


  JC - Javasche Courant

St. Helena, 14 april. Gearriveerd ’s GRAVENHAGE, kapt. Bulsing, van Java den 21 februari vertrokken.


  LC - Leeuwarder Courant

De Minister van Koloniën, als door Zijne Majesteit gemagtigd tot het doen bevrachten van drie á vier schepen (bij voorkeur kofschepen) tot afhaling van hout uit de kolonie Suriname en bestemd naar Rotterdam, om hier bij tussenruimte van drie of vier weken naar die kolonie te vertrekken, en welke schepen de rivier Coppename zullen moeten opvaren, alwaar zich het voorhanden zijnde hout bevindt, nodigt, bij deze, de belanghebbenden, om tot afhaling van dat hout, hunne schepen aan het ministerie voornoemd aan te bieden, met opgave van derzelve grootte en van de verlangde vracht, per kubiek voet berekend, de uit en thuis reis daaronder begrepen, ééns zonder meer.
De biljetten van inschrijving waarin tevens vermeld moet worden het tijdstip waarop de schepen tot vertrek gereed kunnen zijn, zullen aan het locaal van het ministerie voornoemd, te ’s Gravenhage, moeten worden ingezonden voor of op den 10 juli 1838, terwijl de zodanige, welke in aanmerking zullen kunnen komen, aan een inspectie van de zijde van het ministerie zullen kunnen worden onderworpen.
’s Gravenhage, den 18 juni 1838, de luitenant Generaal voornoemd, J. van der Bosch.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris Meijer, te Bolsward, zal, publiek bij strijk en verhoog geld, presenteren te verkopen: ¼ gedeelte in twee geadmitteerde veerschepen, varende van Witmarsum op Bolsward, Franeker en Harlingen, vice versa, met al het staand en lopend want, zeilen, haken, bomen, en hetgeen daar verder toe en aanbehoort, zodanig en in dier voege als een en ander in gebruik is geweest bij wijlen Klaas Siebrens de Boer.
Dadelijk na toewijzing te aanvaarden.
Wie hieraan gading maken, komen op donderdag den 5 juli 1838, des namiddag te 2 ure, bij de beschrijving en verhoging, en des avonds te 5 ure, bij de finale toewijzing, telkens in het logement Het Hof van Holland, te Bolsward.
De conditiën zijn intussen bij bovengenoemde notaris te vernemen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Noord-Hollandsche Vriese Stoomschip-Associatie te Londen is van voornemen, alle zaterdagen, ’s avonds, van Harlingen naar Londen met stoomschepen van de eerste klas de vaart te ondernemen met goederen en passagiers, om, bij gewoon weder, de volgende dag voor de markt in Londen aan te komen.
De handelaars in boter en andere goederen op de Leeuwarder en bijmarkten, die thans hun goederen een week moeten overhouden, kunnen dezelve nu reeds de volgende maandag op markt in Londen krijgen, ten minste even vroeg als de goederen op de Friese markten der eerste dagen in de week gekocht, met de tegenwoordige zeilschepen, en gewoonlijk zelfs enige dagen voor de aankomst derzelve.
Ook kunnen de Londense orders van dinsdag (die met de boot gebracht zullen worden), op de Leeuwarder markt uitgevoerd worden. Het artikel boter (dat vroeger van Hamburg en Rotterdam met zeilschepen was ingevoerd), komt nu alleen en geheel met stoomboten dan vers en doorgaans in veel beter conditie dan met zeilschepen, vooral bij tegenwind, wanneer het artikel te lang op weg blijft.
De maatschappij vleit zich dus met de onderneming der verzenders in Friesland, verwachtende een opmerkelijke verbetering in de handel voor het algemeen tussen de provincie en Londen, speciaal in het artikel boter. Hiertoe spaart zij geen kosten, en vertrouwen dat het grote kapitaal tot zo een werk vereist met enige matige rente zal beloond worden, hoewel de vrachtkosten niet verhoogd zullen worden.
De maatschappij is van intentie om van Harlingen naar Londen tweemaal in de week te varen zodra hun schikkingen compleet zijn; ook van Londen naar Amsterdam tweemaal in de week.
Londen, den 19 juni 1836


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Noord-Hollandsche Vriese Stoomschip-Associatie te Londen.
Stoomboot van Harlingen naar Londen, direct in 24 uren.
Zaterdag den 7 juli, met goederen en passagiers, het stoomschip SCOTIA, kapitein Moule.
Voorts alle zaterdagen.
Passagiersgeld naar Londen: kajuit NLG 26 of GBP 2.2/6, dek NLG 13 of GBP 1.1/0, alle fooien daaronder begrepen.
De stoomboten van de maatschappij zullen alle woensdagen vroeg van Londen naar Amsterdam direct varen met goederen en passagiers, beginnende den 4 juli.
Men kan zich verder informeren bij de heren Wed. Bouwe Rodenhuis & zonen, te Harlingen, en bij de heer James Wijnen, Mincing Lane, of bij de heer J.P. Robinson, agent cargadoor, 137 Leadenhallstreet, te Londen.
N.B. De inladers van boter en andere goederen moeten daarvoor scheepsruimte bestellen op, of voor den 4 juli e.k, bij de heren Wed. Rodenhuis & Zonen, te Harlingen.
Londen, de 19 juni 1838 (opm: dit was een Engelse rederij met schepen onder Engelse vlag)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Noord-Hollandsche Vriese Stoomschip-Associatie te Londen.
Agenten van bekende soliditeit en ondervinding om de zaken van maatschappij als Cargadoors en Boekhouders te besturen op de centrale kantoren te Amsterdam, Harlingen, en ook op onderstaande plaatsen, voor de prompte bevordering van goederen en passagiers van en naar die havens, en andere zaken van de maatschappij, kunnen hun schriftelijke voorstellingen franco adresseren aan de Noord Hollandsche Stoomboot-Associatie te Londen (te bezorgen bij den heer W. Vissering, te Amsterdam), waartoe de eigenaars van beurtschepen, diligences en andere publieke rijtuigen, die zouden wensen in correspondentie met de stoomboten te komen, worden uitgenodigd.
Leer, Emden, Weener, Jemgum (in Oost Friesland), Delfzijl, Winschoten, Dam (opm: Appingedam), Groningen, Leeuwarden, Dokkum, Franeker, Bolsward, Sneek, Makkum, Heerenveen, de Joure, Hindelopen, Stavoren, de Lemmer, Meppel, Kampen, Zwolle, Deventer, Harderwijk, de steden van Holland en Noord-Braband.


27 juni 1838


  ZP - Zeepost

Volgens bericht van kapt. J.H. Savert, voerende de stoomboot BEURS VAN AMSTERDAM, den 20 juni van Cuxhaven vertrokken, is hij den 21 dito tot op de hoogte van Terschelling geweest, doch genoodzaakt wegens bekomen schade en hevige storm af te houden en getracht weder te Cuxhaven binnen te lopen, hetgeen hem dan ook gelukte, en is vervolgens naar Hamburg opgestoomd, alwaar hij des morgens ten half elf ure gearriveerd is en van waar hij den 30 juni weder zou vertrekken. (opm: zie ook DC 300638)


  RC - Rotterdamsche Courant

Advertentie. Schepen in lading.
Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia, het Nederlands gekoperd brikschip ANJER, kapt. L. Hawegh.
Adres ten kantore van Kuyper, Van Dam en Smeer en Blokhuyzen.


  JC - Javasche Courant

’s-Gravenhage, 18 maart. Op het einde van het jaar 1836 bedroeg het aantal der in de vaart voorhanden zijnde Nederlandse zeeschepen 1.351, houdende 103.366 lasten. In het laatst van 1837 bedroeg hetzelve 1.394, houdende 111.824 lasten.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 23 juni. Heden is hier aangekomen de Kniphuizer brik DIANA, kapt. O. Lindeman, vertrokken van Vlissingen de 10e maart.


28 juni 1838


  ZP - Zeepost

Zr.Ms. brik MERCUUR, commandant luit. H.J. Tuning, arriveerde den 10 juni te Gibraltar, met bestemming naar de Middellandse Zee.


  ZP - Zeepost

De procedures tegen de Engelse assuradeurs in de zaak van het stoomschip de PYLADES, kapt. Bunnemeijer, den 2 januari 1835 uit Helvoet naar Batavia vertrokken en even buiten gaats gezonken, zijn, naar men verneemt, bij minnelijke schikking ten einde gebracht.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een Nederlands tweedeks gekoperd en met koperen bouten voorzien barkschip, groot circa 180 rogge-lasten, met een complete inventaris. Iemand hierop reflecterende gelieve zich tot nadere informatiën te adresseren bij de makelaar F. der Kinderen of H.J. Rietveld te Amsterdam.


30 juni 1838


  DC - Dordtsche Courant

Volgens bericht uit Hamburg, van den 23, was het Nederlands stoomschip de BEURS VAN AMSTERDAM, kapt. J.H. Savert, van Hamburg naar Amsterdam, na zware stormen doorgestaan te hebben en reeds voor Terschelling geweest zijn, die morgen, met een gebroken rad en andere schade aan de machine, te Hamburg uit zee teruggekomen, en zou aldaar deszelfs schade herstellen. (opm: zie ook ZPP 270638)


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Op vrijdag de 6e juli, precies te 11 ure, zal voor het commissiehuis van E.S. Voute & Co. openbaar verkocht worden, voor rekening van de Chinees Qua Boentjiang, de brik genaamd TEKSING (opm: ook TEKSEENG, zie JC 020638), groot 56 lasten, met diens inventaris, zo als dezelve alhier (opm: Batavia) ter rede is liggende.


02 juli 1838


  ZP - Zeepost

Het schip PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN, kapt. P. Huidekoper, uit zee met schade terug gekomen – zie ons nommer 108 - is den 1 juli weder van Texel naar Batavia vertrokken.


  ZP - Zeepost

Het schip ALWINA CLARA, kapt. Otzen, is den 6 juni te Fiume van Triëst gearriveerd om een lading voor Amsterdam in te nemen.


  ZP - Zeepost

Het schip de VROUW TAATJE, kapt. Roelofs, van Hartelepool naar …., is, volgens bericht van Hamburg, den 25 juni bij Neuwerk (opm: plaat met grote vuurtoren noordwestelijk van Cuxhaven) gestrand. De equipage is gered, doch van schip en lading is slechts weinig geborgen kunnen worden (opm: zie ZP 110738).


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Publieke verkoping op gerechtelijke autorisatie op donderdag de 12e juli 1838, des namiddags om 2 ure precies, te Vlissiingen in de societeit aan de ijzeren brug, van 29 oxhoofden, 1 kist wijn, en een fust brandewijn, voortkomende van het gestrande schip ARTHUR, kapt. Schultz, gekomen van Bordeaux. (opm: bekort).


03 juli 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

H. Salm, B.D. Bosscher en D.Beth, makelaars zullen op maandag de 16de juli 1838 presenteren te verkopen in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, ’s avonds ten zes ure:
• Een vierde part in het Nederlands barkschip HENRI EN WILLEM gevoerd door kapt. J. Riekels, groot 162 lasten en varende onder directie van de heer B.W. van Straten.
• Drie zestiende parten in het Nederlands kofschip de GOEDE TROUW, gevoerd door kapt. K.J. Masker, groot 68 lasten en varende onder directie van de heren J. & H. Salm, en P.C. de Gijzelaar.
De beide parten zullen worden verkocht met alle baten en schaden of zo als dezelven reilen en zeilen. Liggende het eerstgemelde schip voor deze stad, aan de Werf De Walvisch, in de Bikkerstraat, en hebbende het laatstgenoemde schip de reis naar Archangel aanvaard. Nadere onderrichting bij bovengenoemde makelaars.


  AH - Algemeen Handelsblad

Schepen in lading te Amsterdam:
Batavia: het Nederlandse gekoperde schip MARGARETHA CATHARINA, kapt. Jan Hugo Schippers, adres bij Canne en Balwé en Floris der Kinderen.
Batavia: het gekoperde tweedeks barkschip ABEL TASMAN, kapt. H.H. Zeylstra, adres bij Jan Corver & Co. en B.D. Bosscher.
Batavia: het gekoperde tweedeks pinkschip JOHANNA, kapt. Rudolf Maalsteed, adres bij Coopman & de Witt en Lenaerts, Van Olivier & Co.
Curaçao (via Laguayra): het gekoperde tweedeks barkschip ELISABETH MARIA, kapt. E.R. Borchers, adres bij De Vries & Co, Hoyman & Schuurman en E. Windhouwer.
Padang: het gekoperde Nederlandse barkschip GOUDA SUZANNA, kapt. H. Mulder, adres bij Canne en Balwé en Floris der Kinderen.
Suriname: het gekoperde tweedeks fregatschip DE JONGE WILLEM, kapt. G. van Medevoort, adres bij Hoyman & Schuurman en E. Windhouwer.
Suriname: het schoener kofschip ELISABETH, kapt. Pieter Pybes, adres bij B.D. Bosscher.
Suriname: het tweedeks barkschip de GOEDE VREDE, kapt. C. Zaal, adres bij Hoyman & Schuurman. Sluit 7 juli.
Suriname: het gekoperde tweedeks brikschip RIO DE JANEIRO PACKET, kapt. B. M. Corbière, adres bij Hoyman & Schuurman.
Rio de Janeiro: het gekoperde tweedeks barkschip SUSANNA MARIA, kapt. J.F. Spiegelberg, adres bij De Vries & Co., Jan Daniëls & Zn. en Arbman, Coopman & De Witt en Lenaerts en Hoyman & Schuurman.
Smirna en Constantinopel: het Nederlandse gekoperde tweedeks brikschip HESPERUS, kapt. Peter Schackel, adres bij J. de Rooy en Van den Beij & Co.
Bayonne: het Nederlandse kofschip GERBERDINA, kapt. H.A. Oldenburger, adres bij Jan Corver & Co.
Genua en Livorno: het Nederlands kofschip DE LEMMER, kapt. Johannes Tammes, adres bij C.I. de Grys & Zn. en J. de Rooy.
Livorno en Genua: hert Nederlands kofschop AURORA, kapt. A.J. de Boer, adres bij J. de Rooy en C.I. de Grys & Zn.
Marseille: het Nederlandse gezinkte kofschip MONNIKENDAM, kapt. D. H. Kramer, adres bij Van Ulphen en Ruys.
Bremen: het Nederlandse schip ANNEGINA SOPHIA, kapt. H.P. Heeres, adres bij J.C. van Oven.
Bremen: het Nederlandse schip DE VROUW HILLEGINA, kapt. A.A. Wolkammer, adres bij Blikman en & Co.
Carolinersiel, Hooksiel, Rustersiel en Varel: het schip CATHARINA MARGARETHA, kapt. B. Bonker, adres bij Blikman & Co.
Hamburg en Altona: het Nederlandse schip ANNA ELISABETH, kapt. S. Haikes, adres bij J.C. van Oven.
Koningsbergen: het Nederlandse smakschip CATHARINA, kapt. H.G. Lever, adres bij Kranenborg & Zonen en de wed. P. Poolman Jz. & Zoon.
Koningsbergen: het Nederlandse schip SARA, kapt. H.G. Botje, adres bij de wed. J. Salm & Meyer en H.A. Hespe.
Petersburg: het Nederlandse kofschip HILLECHIENA GEERDINA, kapt. H.L. Roelfsema, adres bij de wed. J. Salm & Meyer en H.A. Hespe. Vertrekt 5 juli.
Rendsburg en Straalsund: het Nederlandse schip DE VROUW HEIDEWIKA, kapt. J.J. Pekelder, adres bij de wed. J. van Wezel & Zoon.
Rostok: het Nederlandse schip DE VROUW CATHARINA, kapt. P.W. Drent, adres bij Blikman & Co.
Stettin: het Nederlandse kofschip DE VROUW BARBARA, kapt. R.J. Jonker, adres bij Blikman & Co.
Stettin: het Nederlandse schip DE DRIE GEBROEDERS, kapt. J.J. Kroon, adres bij Blikman & Co. vertrek vóór of op 3 juli.
Stettin: het Nederlandse kofschip DE JONGE HENDRIK, kapt. W.T. Hitman, adres bij Blikman & Co.


  LC - Leeuwarder Courant

Denemarken, den 16 juni. Met veel verlangen ziet men hier thans de stoomboot tegemoet, die in de volgende maand van Havre naar St. Petersburg zal beginnen te varen, en te Kopenhagen binnenlopen zal. Op zodanige wijze zal men binnen 8 dagen tijds, van de Russische hoofdstad over hier en Havre naar Parijs kunnen gaan.


  LC - Leeuwarder Courant

Keulen, 25 juni. Ten gevolge van een door het kabinet van Berlijn en dat van ’s Gravenhage getroffen overeenkomst, zijn alle zwarigheden, welke er, wegens het bevaren van de Rijn en IJsel bevaren door stoomboten, bestonden, uit den weg geruimd. Beiden, de Rijn- en IJsel- stoomboot maatschappijen, zien dus dagelijks hunne concessiën tegemoet. Laatst gemelde is met het bouwen van een ijzeren stoomboot reeds zo ver gevorderd, dat aan deszelve alleen de inrichtingen ontbreken. Het scheepsvolk is reeds aangenomen, en met de agenten zijn de nodige schikkingen gemaakt.
De Keulse stoombootmaatschappij heeft ook te Frankfort een expeditie bureau opgericht, ook van daar wordt in de middelen van transport naar de naastgelegen landingsplaats, Mainz, voorzien, even als zulks aan de bureau te Wiesbaden en Darmstadt kan geschieden.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen. Binnengekomen: den 17 juni het schoenerschip NORTHAM, kapt. D. Charrosin, van Londen.
Den 18 dito het kofschip de VROUW ANTJE, kapt. K.D. de Grooth, van Christiaansand.
Den 19 dito het kofschip EIZO DE WENDT, kapt. W.G. Hellinga, van Christiaansand.
Den 20 dito de kofschepen WILLEM, kapt. H.W. Kiers, van Droback en MARTHA ALIDA, kapt. K.H. Plukker, van Sunderland, het schoenerschip ORWELL, kapt. R. Cubitt, van Londen.
Den 21 dito het schoenerschip HOPE, kapt. W. Cousins, van Londen; het kofschip VRIENDSCHAP, kapt. K.J. Klaasen, van Liverpool.
Den 25 dito het smakschip de VERWACHTING, kapt. J. Eilers, van Newcastle, de kofschepen JOHANNES, kapt. A. Sluik, jr, van Lübeck, de JONGE JAN, kapt. J.K. Bart, van Oostrisoer, de JONGE HENDRIK, kapt. B.H. Plukker, van Droback, de VREEDE, kapt. J.J. Greeven, van Dantzig (opm: Gdansk) het smakschip de BUITENWERF, kapt. A. Rozema, van Oostrisoer.
Den 26 dito het kofschip WILHELMINA, kapt. R.K. Visser, van Christiaansand.
Den 27 dito het schoenerschip SARAH & HELEN, kapt. J. Atkins, van Newcastle.
Den 29 dito de schoenerschepen UNION, kapt. H.B. Disneij en FRIENDS, kapt. J. Manning, beide van Londen.
Den 30 dito het tjalkschip ANNEGINA (opm: VROUW ANNEGIENA), kapt. R.H. Dokman, van Stettin (opm: Szczecin); het smakschip JETSKA CORNELIA, kapt. K.E. Vos, van Oostrisoer.
Uitgezeild: den 17 juli het barkschip JÜMFRAÜ MARIA, kapt. J.J. Giersoe, en het schoenerschip MINERVA, kapt. L. Ellessen, beide naar Noorwegen.
Den 18 dito het kofschip de VROUW JANTINA, kapt. H.H. de Weerd, naar Petersburg; het schoenerschip MARY & ROSE, kapt. A. Reach, naar Leith.
Den 20 dito het kofschip de VROUW JANTINA, kapt. G.G. Smit, naar Petersburg; de galjas ever CATHARINA SOPHIA, kapt. H. Brandt, naar Hamburg.
Den 23 dito de schoenerschepen FAME, kapt. W. Barfield en FLORA, kapt. L. Manning, beide naar Londen.
Den 27 dito de kofschepen NIMPHIA, kapt. H.K. de Weerd en de VROUW ANTJE, kapt. K.D. de Grooth, beide naar Noorwegen.
Den 28 dito de kofschepen EIZO DE WENDT, kapt. W.G. Hellinga en de WILLIAM, kapt. H.W. Kiers, beide op avontuur.
Den 29 dito het kofschip MARTHA ALIDA, kapt. K.H. Plukker, naar Newcastle; de schoenerschepen LIVELY, kapt. S.H. Finch, NORTHAM, kapt. D. Charrosin en ORWEL, kapt. R. Cubitt, alle drie naar Londen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Amsterdamse Stoomboot-Maatschappij.
Dienst tussen Amsterdam en Hamburg, in correspondentie met Lübeck en Petersburg.
Het stoomschip de BEURS VAN AMSTERDAM, kapitein J.H. Savert, zal vertrekken:
Van Amsterdam den 5, 15 en 25 juli.
Van Hamburg den 10, 20 en 30 juli.
De passagiers behoren de dag voor vertrek voor middernacht aan boord te zijn.


 GSG - Gedeputeerde Staten van Groningen

Een zeer aangename taak is het voor ons u de verzekering te kunnen geven, dat de gesteldheid der scheepvaart van dit gewest in den jare 1837 gunstiger is geweest dan in de laatste jaren.
De vrachten voor de buitenlandse vaart openden, reeds vroeg in het voorjaar, op dezelfde hoogte, waarop zij in het vorige jaar stonden, en bleven langzaam tot aan de zomer klimmen, vermoedelijk ook, omdat de eerste reis der koopvaardijvloot, door het buitengewoon stormachtige en koude voorjaar, wederom zeer lang aanhield; vooral voor de naar de Oostzee en Rusland bestemde schepen, welke, nog gedurende het grootste gedeelte van april, door het ijs werden belemmerd.
De meer gunstige stand der vrachten, eerst in het laatst van de herfst iets verflauwd, schijnt voornamelijk te moeten toegeschreven worden aan de belangrijke aanvoeren van houtwaren uit de Oostzee en Noorwegen en van klipzout uit Engeland; wijders aan de meerdere voorkeur, welke, wegens de inkomende rechten op granen, bij de aanvoer van dat artikel, aan Nederlandse schepen gegeven wordt, hoewel die aanvoer slechts gering is geweest. Eindelijk blijven enige der grootste kofschepen voortdurend hun bestaan zoeken in de vaart op de Nederlandse bezittingen in West-Indië, alsmede op Noord-Amerika, waarheen vele bodems, door de vraag naar granen in het laatste van 1836 en begin van 1837, hun bestemming gevonden hebben.
De uitvoer van granen naar Engeland had nog in 1837 bijna uitsluitend plaats met Engelse schepen. Het nadeel, dat de handel, ten opzichte der hogere rechten in Engeland op Nederlandse schepen, moest ondervinden, zal door het onlangs gesloten traktaat voortaan niet meer bestaan. Door deze gunstige verandering wordt men niet meer genoodzaakt, om op Engelse schepen te wachten en daarvoor hogere vrachten te betalen, hetwelk niet zonder weldadige gevolgen zal blijven. Ook mocht men zich, in het belang der scheepvaart, verblijden het door de Nederlandse Regering met Pruissen gesloten handelstraktaat, waardoor het vlaggengeld en het verhoogde havengeld weder zijn afgeschaft.
In de verwachting, welke men, bij de aanvang dezes jaars, van de scheepvaart had opgevat, is men niet teleurgesteld geworden. De grotere bodems hebben een gereed emplooi, tegen bestaanbare vrachten, gevonden; terwijl ook de binnenlandse vaart, niet zonder redelijke voordelen, in gedurige beweging is gebleven.
Bij de ruimere verdiensten der scheepvaart heeft zich de zegen gevoegd, dat men, gedurende 1837, veel minder zeeschaden heeft te betreuren gehad dan in de onmiddellijk voorgaande jaren, hetwelk alsmede op de in dit gewest gevestigde verenigingen van assurantie een heilzame invloed heeft gehad.
Ook de binnenlandse scheepvaart van dit gewest heeft een evenredig ruimer bestaan mogen vinden dan in de laatst voorgaande jaren; ofschoon het niet kan ontkend worden, dat deze, nog meer dan de buitenlandse vrachtvaart, en meer dan enige tak van nijverheid in dit gewest, het gemis ener rechtstreekse gemeenschap met de zuidelijke provinciën des Rijks blijft gevoelen.
De scheepsbouw heeft in 1837 gelijke tred gehouden met de verlevendigde scheepvaart. Vijfendertig nieuwe zeeschepen zijn uit dit gewest in de vaart gebracht. De meeste scheepstimmerwerven hebben nieuwe bestellingen bekomen, zowel voor rekening van ingezetenen dezer provincie, als voor die van Hollandse rederijen; terwijl men zich tevens daarin mag verheugen, dat binnen Groningen door dezelfde scheepsbouwmeester, die voor het eerst een bodem van ruim tweehonderd Javaanse lasten heeft voltooid, waarvan wij in ons vorig verslag melding maakten, andermaal een schip is aangebouwd, van nog ruimere inhoud dan het eerste, en mede voor de buitenlandse zeevaart bestemd, een onderneming, welke door ’s Konings deelneming niet weinig is ondersteund en aangemoedigd; zijnde de kiel van een derde zodanig schip reeds gelegd.
Het ontwerp, tot het maken van bepalingen op het ter groeiing nederleggen van oesters en het verzekeren van een veilige ligplaats aan de oestervissers, heeft tot dusverre niet kunnen geregeld worden. De daarover door ons gevoerde briefwisseling zullen wij, in deze zitting, aan u mededelen, met zodanige voordracht, als wij gemeend hebben aan de overwegingen van u te moeten onderwerpen.


04 juli 1838


  ZP - Zeepost

Den 22 februari lagen ter rede van Batavia de schepen ZAANSTROOM, kapt. Middel, KOLONEL KOOPMAN, kapt. Van der Valk, DE NOORD, kapt. Weyerbrusch (opm: brik, kapt. J.A. Weyerbusch), en INDIAAN, kapt. Kievit (opm: fregat, kapt. O. Kievijt; het schip werd rond deze tijd ter plaatse verkocht aan ingezetenen uit Indië).


  LP - Le Précurseur (Antwerpen)

Antwerpen, 4 juli. Vanuit Maastricht schrijft men, dat op zaterdag 30 juni twee schepen passeerden, komende van Luik en onderweg naar Venlo, beladen met 15.000 kogels en 7.000 bommen plus een zeker aantal affuiten en mortieren, die door 3 Belgische kanonniers werden begeleid.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Op maandag de 30 juli a.s. en volgende dagen zal door de vendumeester te Rembang vendutie gehouden worden aan het huis van wijlen de heer Johannes Jacobus Hornung, in leven scheepsbouwmeester aldaar van een op stapel staande schoener, groot circa 80 koijangs. diverse sloepen en een aanzienlijke partij scheepsbouwmaterialen (opm: in de advertentie nader omschreven).
Rembang, 23 juni 1838, de testamentaire executrice en executeuren, M.J.W. Jacobz wed. Hornung, A. Knuppel. J.H Hornung, J.D. Michel.
(opm: sterk bekort).


05 juli 1838


  ZP - Zeepost

Den 4 juli zijn te Amsterdam gearriveerd, onder meer andere (opm: behalve buitenlandse) schepen: CATHARINA, kapt. H.G. van Dam, met tarwe en lijnzaad van Koningsbergen (opm: Kaliningrad); GESINA JACOBA, kapt. J.J. Wever, van Dantzig (opm: Gdansk) met tarwe; LIBRA, kapt. H.G. Greven, van dito met dito; CONCORDIA, kapt. J.E. Kwakenburg, van dito met dito; MARGARETHA, kapt. G.J. Teerling, met roggemeel van Hamburg; de VROUW MARIA, kapt. Kutsch, van dito met dito; JOHANNES, kapt. J.M. Holst, van dito met suiker, olie, lood en duigen; ANNA MARGARETHA, kapt. L.M. Luths, van Bremen, met tarwe, koehaar, tabak, hout, etc, en WELDAAD, kapt. Ponsteyn, van Harlingerzyl (opm: Harlingersiel) met tarwe.


  ZP - Zeepost

Het schip ANNA ELSABE, kapt. Rasker (opm: tjalk ANNA EVINA, kapt. G.F. Rasker), van Hamburg, is den 30 juni te Ameland binnengekomen met een gedeelte der lading van het met schade te Cuxhaven binnengelopen schip (opm: smak) HELENA JACOBA, kapt. B.J. Davids, van Kopenhagen naar Weesp – zie ons nommer 113 – (opm: ZP 260638). Eerstgemeld schip had nog twee lasten moeten achterlaten, daar hetzelve de gehele lading niet kon innemen, welke echter in een ander schip zouden worden overgeladen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te Schiedam ligt in lading naar Batavia voor passagiers en goederen, om half deze maand te vertrekken, het nieuwgebouwd gekoperd en kopervast tweedeks barkschip PROTEUS, gevoerd door kapt. H.H. Deuling. Adres bij de cargadoors De Groot, Roelants & Co. (opm: eerste reis).


06 juli 1838


  ZP - Zeepost

Rio Janeiro, 5 mei. Heden arriveerde alhier Zr.Ms. fregat MAAS, commandant kapt. Van Maaren, van Texel naar Batavia gedestineerd.


  ZP - Zeepost

Het schip (opm: smak) HET TOEVAL, kapt. H.H. Ebes, den 19 juni van Bolderaa naar Amsterdam vertrokken, is den 23 dito aldaar lek uit zee teruggekomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Door de Javasche couranten tot 21 februari jl. wordt het volgende medegedeeld:
De ineenzetting der twee ijzeren stoomboten, die niet lang geleden van gouvernementswege naar Indië zijn verzonden, was te Soerabaya tot stand gebracht. Een dier vaartuigen, de ETNA, heeft zeer goed aan de verwachting voldaan; met het andere, de HEKLA, was dit minder het geval. Het model, waarnaar dit laatste is vervaardigd geworden, hetzelfde zijnde als dat, hetwelk voor de ETNA is gebezigd, zo geeft deze omstandigheid alle hoop, dat, bij meerdere ondervinding, de bespeurde gebreken niet onoverkomelijk zullen bevonden worden; de HEKLA was dan ook reeds bestemd geworden, om langs de Noordkust van Java te kruisen, ter verjaging en verdelging van zeerovers, en op die wijze zal de gelegenheid verkregen worden, om de verschillende gebreken van het vaartuig, en tegelijkertijd, zo men hoopte, de middelen tot herstel te leren kennen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. M. van der Tuuk, openbaar notaris in het Kanton Veendam, zal ten verzoeke zijner principalen, op woensdag den 11 juli 1838, des avonds te 6 uren in het Gemeentehuis te Muntendam, publiek te koop presenteren: een in den jare 1828 nieuw gebouwd tjalkschip, genaamd HELENA, groot 74 tonnen, laatst door nu wijlen Hendrik Egberts Kistenkast, als schipper bevaren en thans liggende in het Diep te Muntendam. Zulks met alle deszelfs opgoederen van mast, zeilen, ankers, touwen, boot en verdere toebehoren, waarvan de Nota ten huize van verkoop aanwezig is.


  LC - Leeuwarder Courant

In de Javasche Couranten tot den 14 februari vindt men het volgende.
Het hoog militair gerechtshof van Nederlands-Indië heeft, na een behoorlijk onderzoek der zaak van de gewezen Commandant van Zr. Ms. Stoomschip WILLEM 1 (opm: WILLEM DE EERSTE, zie o.a. JC 300837), J.K.D. Lammleth, bij een uitvoerig gemotiveerde sententie (opm: vonnis) van 30 januari j.l, verklaard, dat de 1e luitenant honorair bij het op te richten corps mariniers, J.K.D. Lammleth, gewezen bevelhebber van Zr.Ms. stoomschip WILLEM DE EERSTE, zich, wegens het verlies van gemeld vaartuig, volkomen verantwoord, en heeft hem vrijgesproken van alle schuld of plichtsverzuim deswege, en mitsdien ontheven van alle verdere vervolgingen te dezer zaak, alsmede van de kosten. De voormelde uitspraak is hoofdzakelijk gegrond geweest op de overwegingen, dat het verlies van Zr.Ms. meergemeld Stoomschip WILLEM DE EERSTE alleen moet worden toegeschreven aan de omstandigheden, dat de ligging der Lucipara eilanden en riffen op de daarvan bestaande kaarten en speciaal op die van Horsburgh (opm: Brits cartograaf), in 1833 uitgegeven, en welke door alle zeevarenden steeds wordt geraadpleegd en gevolgd, niet behoorlijk is geplaatst en bekend gesteld, zijnde uit het gehouden onderzoek volkomen gebleken, dat de gezagvoerder Lammleth, in de bepaling van de koers, al die maatregelen van voorzichtigheid heeft in het werk gesteld, welke van een goede en getrouwe gezagvoerder van een landsvaartuig konden worden verwacht.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris E.T. Kuiper, te Bolsward, zal publiek, bij strijk en verhoog gelden presenteren te verkopen: een welbezeild en goed onderhouden overdekt veerschip, groot 12 ton, met zeilen, touwen, haken, bomen en verder toebehoren, varende in de veer van Bolsward op Heerenveen en Joure, vice versa, benevens de gerechtigheden van voormeld veer, zodanig en in voege hetzelve thans voor de Weduwe en erven Eeuwe Johannes van der Heide, wordt bevaren; terstond na toewijzing vrij te aanvaarden.
Wie hieraan gading maakt, kome op donderdag 19 juli 1838, des namiddag om 2 uur, ten huize van H.W. Wiebes, in de Wijnberg te Bolsward, en kope op dan voor te lezen conditiën, die intussen ten kantore van den notaris te vernemen zijn.
(opm: in LC 130738 bleek er NLG 625 te zijn geboden)


07 juli 1838


  ZP - Zeepost

Amsterdam, 7 juli. Gisteren avond is in het alhier in het Entrepotdok liggende schip (opm: kof) ALIDA GIEZEN, kapt. J.J. Zelling, naar Stettin (opm: Szczecin) gedestineerd, de bliksem in het tuig geslagen en tot in het ruim doorgedrongen, waardoor de steng, ra’s, en twee dekdelen geheel weg als ook twee derzelve zwaar beschadigd zijn geworden.


  ZP - Zeepost

Kapt. J.H. Uil, voerende het Rotterdamse kofschip ELIZE, den 14 juni van Belfast te Archangel gearriveerd, rapporteert, dat hij op den 5 dito bij het inkomen der Witte Zee onder een zware storm uit het noord-noord-oosten met dikke sneeuw voor het ijs moest bijdraaien en de daarop volgende nacht gered heeft de equipage van het Russische schip MARIA BRANDT, kapt. Grutrian, bestaande uit 32 man, welke hij den 14 dito bij zijn aankomst te Archangel heeft aangebracht.


09 juli 1838


  ZP - Zeepost

Het te Nantes te huis behorende schip NEPTUNE, kapt. Salaun, van Samarang naar Havre, is, na in Straat Bali op een bank gestoten te hebben, den 30 januari lek uit zee te Samarang terug gekomen. De lading is gelost om het schip te doen inspecteren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De directeur der Amsterdamsche Stoomboot Maatschappij brengt bij deze ter kennis, dat, te beginnen met maandag de 9e juli aanstaande, dagelijks, uitgezonderd zaterdag en zondag, van des ochtends 10 tot 1 ure na de middag, ten kantore van de heren Di Gazar, Francken & Co. alhier, betaling zal worden gedaan op de 5e coupon bij de aandelen gevoegd, van de over het afgelopen jaar 1837 op 25 guldens per aandeel vastgestelde uitdeling.
Amsterdam, 6 juli 1838, de directeur voornoemd Paul van Vlissingen.


10 juli 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia, om de 28e dezer te vertrekken, het nieuw gebouwd en gekoperd Nederlands fregatschip HENDRIK JAN, kapt. H.B.C.H. Ruysch, hetzelve heeft uitmuntende inrichtingen voor passagiers en voert een bekwame scheepsdokter. Adres ten kantore van Kuijper, Van Dam & Smeer & Hudig & Blokhuijzen.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Dordrecht ligt in lading naar Batavia, voor passagiers en goederen, het opnieuw gekoperd Nederlands fregatschip KONINGIN DER NEDERLANDEN, kapt. Pieter Sipkes, om in de loop dezer maand te vertrekken; hetzelve heeft zeer goede inrichting voor passagiers. Adres bij de gezamenlijke cargadoors.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Zierikzee, 7 juli. Gisteren is alhier gearriveerd het Engels brikschip PEARL, kapt. Matthen C. Garrett, van Sunderland met steenkolen; en heden het kofschip ZEELUST, kapt. D.J. Mik, van Marennes, met ruw Frans zout, beide voor deze stad.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

De Javaanse couranten tot de 21 februari behelzen, dat de ineenzetting van de twee ijzeren stoomboten die van regeringswege naar Indië gezonden zijn, te Soerabaja bewerkstelligd is. Een derzelve, de ETNA, had aan de verwachting beantwoord; aan de HEKLA (opm: zie ook RC 110537) waren gebreken opgemerkt die echter niet onoverkomelijk schenen.


 GRC - Groninger Courant

Den 1 juli de Sont gepasseerd de JONGE EGBERTUS (Veendam), J.B. Mulder van Dantzig naar Amsterdam


  LC - Leeuwarder Courant

De aanbouw van schepen in nauw verband staande met de meerdere of mindere scheepvaart, zo heeft dan ook de opbeuring, welke aan de buitenlandse scheepvaart onder Nederlandse vlag is ten deel gevallen gunstig op de scheepsbouw gewerkt. Op alle wel ingerichte scheepstimmerwerven is bestendig werkt geweest; te Harlingen en elders zijn een aantal schepen gebouwd en bij het einde van het jaar waren er verschillende bestellingen tot aanbouw zo op de grote, als op de kleine werven, voorhanden. Het zoude de wel¬vaart dezer Provincie zeer bevorderlijk zijn, indien de scheepsbouw en met de¬zelve de scheepsrederijen weder in bloei mochten geraken.
Het door de heren Barend Visser en Zonen te Harlingen ter walvis- en robbenvangst uitgezonden schip SPITSBERGEN heeft geen gunstige vangst gehad, zo dat de premie voor wanvangst aan de onderneming is toegekend. In het vorige jaar deelden wij UEd. Gr. Achtb. mede, dat deze heren nog een schip hadden aangekocht met het voornemen om ook hetzelve tot visserij uit te zenden. Dit voornemen is ten uitvoer gebracht, en in dit voorjaar zijn de beide schepen SPITSBERGEN en DIRKJE ADAMA uit de haven van Harlingen, ter walvis en robbenvangst, uitgezeild.
Tot de kustvisserij zijn in het vorige jaar gebezigd geworden 35 schepen bemand met 180 koppen.
De vangst is gering geweest en dit was derhalve oorzaak dat de visserij niet veel voordelen heeft opgeleverd, ofschoon voor de vis anders tamelijk goede prijs konden worden bedongen.
De gedroogde vis is tot goede prijzen verkocht, doch over het geheel heeft er te weinig kunnen worden gedroogd, om veel voordeel te kunnen aanbrengen.
Te Paesens moet echter een vrij aanzienlijke hoeveelheid zijn gedroogd geworden.
(opm: overgenomen uit een veel groter artikel dat verder niets met de scheepvaart te maken heeft)


11 juli 1838


  ZP - Zeepost

Het schip ANNA MARGARETHA, kapt. Bradheering, met lijn- en raapzaad van Riga naar Antwerpen, is volgens bericht van Christiansand den 24 juni bij de buitenhaven Ulvesund (opm: 58º14’ NB 11º53’ OL) door sterke mist op een blinde klip vastgeraakt. Het is echter zwaar lek vlot geworden en met adsistentie in de haven van Ulvesund gebracht. Men was bezig de lading te lossen, hetgeen slechts zeer langzaam kon geschieden, dewijl het water tot aan het dek stond. Een zwaar beschadigd gedeelte derzelve was reeds verkocht geworden.


  ZP - Zeepost

Aangaande het bij Neuwerk gestrande schip de VROUW TAATJE, kapt. Roelofs – zie ons nommer 120 (opm: ZP 020738) – wordt van Cuxhaven in dato den 4 juli nog gemeld, dat hetzelve weder vlot en op een werf gebracht was. De masten en het dek waren weggeslagen en de steven en romp zwaar beschadigd.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verslag, gedaan door de Gedeputeerde Staten van Zuid- en Noord-Holland, aan de Staten der Provincie Holland, in derzelver gewone vergadering, gehouden te ’s-Gravenhage, op dinsdag de 3e juli 1838.
De nationale scheepvaart en scheepsbouw heeft, met de meerdere ontwikkeling en uitbreiding van de handel met de Oost-Indische bezittingen, gelijke trede gehouden. Te Amsterdam zijn verschillende bodems te water gelopen en weder voor anderen is de kiel gelegd. Ook te Nieuwendam zijn twee koffen van 130 en 180 lasten afgebouwd, en te Alkmaar is van de aldaar gevestigde scheepstimmerwerf het eerst gebouwde zeeschip van 80 lasten van stapel gelopen.
Te Rotterdam zijn, gedurende 1837, twee nieuwe Oost-Indië-vaarders en een schoener afgebouwd en vertrokken; te Delfshaven en Groningen zijn, voor rekening van Rotterdamse ingezetenen, twee kofschepen gebouwd, en nog negen schepen, bestemd voor de vaart op de Oost-Indiën, benevens een schoener en een hoeker, zijn aan de werven dier stad in aanbouw. Ook aan de Kinderdijk, aan de IJssel, onder Ridderkerk en te Schiedam, gaat men voort grote schepen te bouwen, zodat, in het volgende jaar, omtrent 90 schepen voor de vaart op de Oost-Indiën, zo te Rotterdam als elders gebouwd, van die stad zullen varen.
Te Dordrecht zijn insgelijks weder vier schepen op stapel gezet, en worden de vooruitzichten als gunstiger beschreven; terwijl de reders hun vertrouwen vestigen op een voortdurend emplooi der schepen door de Nederlandsche Handelmaatschappij.
Onzes inziens neemt de algemene lust tot aanbouw dier schepen zodanig toe, dat derzelver getal eerlang de behoefte vermoedelijk zal overtreffen.
Niet gelukkig is Rotterdam geslaagd in de herhaalde proef, om, door de walvisvangst, een vroeger zo rijke bron van welvaart en bestaan, gedeeltelijk in het vaderland terug te brengen. Ook de reis naar de Zuidzee van een opnieuw daartoe uitgerust schip, heeft niet aan de verwachting der ondernemers beantwoord. Na een afwezigheid van 22 maanden, is hetzelve met 19 vissen, die circa 1.500 Nederlandse vaten traan opleverden, teruggekomen; terwijl het bijna dubbel had kunnen laden. Intussen wordt deze zaak door de Amerikanen met goed gevolg voortgezet, en het laat zich aanzien, dat dezelve, na de verkregen ondervinding en bij ernstige volharding, veellicht ook eindelijk in dit rijk voordelige uitkomsten zal kunnen opleveren.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Die iets te vorderen heeft van, dan wel verschuldigd is aan de boedel van wijlen F.X. Kool, in leven gezagvoerder van de schoener ZOUTMAN, gelieve daarvan binnen de tijd van drie maanden, gerekend van heden, opgave of betaling te doen aan de testamentaire executrice.
Sumanap, 27 juni 1838, Weduwe Kool, geboren Fransz.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 8 juli. Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark JACOBUS, kapt. P. Romijn, met een passagier, vertrokken van Rotterdam de 29e maart.


12 juli 1838


  ZP - Zeepost

Aangaande het schip de DORDTENAAR, kapt. Abbema, van Soerabaya naar Dordrecht, den 10 februari l.l. op de Noorderbank tussen Soerabaya en Passaroeang vastgeraakt – zie ons nommer 111 en 113 - wordt van Bavavia van 22 maart gemeld, dat hetzelve vlot was geraakt en de reis naar Dordrecht had voortgezet (opm: zie ook ZP 140738).


  DC - Dordtsche Courant

Van Batavia verneemt men de dato 22 maart, dat men toen aldaar bericht had, dat de DORTENAAR, kapt. Abbema, weder vlot van de modderbank was geraakt en de reis naar het vaderland had voortgezet.


13 juli 1838


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Uit een overzicht van de invloed die de Handelmaatschappij op de nationale scheepsbouw heeft uitgeoefend, hetwelk in de Avondbode van heden voorkomt, ontlenen wij de volgende opgave van het aantal door haar sedert derzelver oprichting bevrachte bodems:
In 1824 8, metende 1.622 last. In 1831 43, metende 10.800 last.
In 1825 30, ,, 5.570 last. In 1832 49, ,, 12.440 last.
In 1826 28, ,, 5.946 last. In 1833 55, ,, 13.762 last.
In 1827 45, ,, 10.261 last. In 1834 86, ,, 21.385 last.
In 1828 54, ,, 13.500 last. In 1835 92, ,, 24.450 last.
In 1829 45, ,, 10.000 last. In 1836 98, ,, 32.633 last.
In 1830 43, ,, 11.400 last. In 1837 129, ,, 44.270 last.


  ZP - Zeepost

Het schip PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN, kapt. C.A. de Cocq, van Rotterdam naar Batavia, is den 29 juni lek te Lisbon binnengelopen (opm: zie ook ZP 140837; dit is een brik, niet te verwarren met het fregat van dezelfde naam onder kapt. P. Huidekoper)


  ZP - Zeepost

De NICOLINE, kapt. Jockstra, van Hamburg naar St. Ubes (opm: Setubal) is, na wegens aanzeiling de boegspriet, grote steng en kluiverboom verloren en schade aan bakboordszijde bekomen te hebben, den 9 juli te Portsmouth binnengelopen.


  LC - Leeuwarder Courant

Londen, 7 juli. De stoomboot de VULCAN, zijnde een gewapende kruiser in ‘s Lands (opm: Britse) dienst, onder bevel van Luitenant Crispin, is verleden zaterdag te Wiemouth (opm: Weymouth) binnen gekomen met een prijs, daags te voren gemaakt, bestaande uit een Frans schip, een smokkelaar, onder de naam VICTORIA, met 8 man en 162 vaten met geestrijke dranken aan boord. Het volk, aan boord der smokkelaar, was zodanig bedrogen door het gewone voorkomen van de kruiser, welke al zijne oorlogstoerustingen bedekt heeft, dat het hem, zonder enig vermoeden, als een gewone stoomboot heeft zien naderen, en zonder kwaad te vrezen, hem op de zijde gelegen heeft, tot dat de kruiser hem op het onverwachts aan boord klampte.


  LC - Leeuwarder Courant

Leeuwarden, 12 juli. Zaterdag voormiddag (opm: 7 juli) te half negen ure, is te Vlaardingen aangekomen de eerste jager, den 26 juli uit de vloot te huis gezeild, met 40½ ton haring, waarvan dadelijk de gewone geschenken per expressen zijn afgezonden aan Z.M. de Koning, H.H. K.K. H.H. de Kroonprins en Prins Frederik der Nederlanden, en is vervolgens de eerste openbare verkoop geschied tegen NLG 700 de ton.
De haringvloot, dit jaar in de provincie Holland uitgerust, bestaat uit 122 schepen, als: van Vlaardingen 81, Maassluis 15, Zwartewaal 4, Delftshaven 4, Middelharnis 2, Scheveningen 1, Pernis 1, Amsterdam 7, de Rijp 6 en Enkhuizen 3.


  LC - Leeuwarder Courant

Leeuwarden, 12 juli. Van Groningen wordt gemeld: op den 3 juli j.l. is binnen Texel en later te Amsterdam van Batavia gearriveerd het hier gebouwde barkschip de PROVINCIE GRONINGEN, kapt. J.H. Brandt. Met veel genoegen wordt hier het wel gelukken van de eerste reis van dit schip vernomen; hetzelve heeft, naar men verneemt, goed voldaan; de proef is derhalve op een voldoende wijze doorgestaan en geeft gegronde hoop, dat ook het nu bijna voltooide, op dezelve werf gebouwde, tweede barkschip (opm: ADOLF VAN NASSAU) mede aan zijn bestemming zal voldoen, en dat deze nieuwe bron van welvaart, voor deze stad en dit gewest, voortdurend zal blijven bestaan.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een overdekt Jagt, groot 21 ton, met een uitmuntende inventaris en ronde luiken.
Te bevragen bij H.S. Postma, logementhouder in het Wapen van Zwol te Lemmer.


14 juli 1838


  ZP - Zeepost

Uit Soerabaya wordt in dato 9 maart gemeld, dat de DORTENAAR, kapt. Abbema, die den 9 februari op de Modderbank vastgeraakt was, gelukkig den 26 dier maand wederom vlot is gekomen en heeft, na te Passaroeang water te hebben ingenomen en door deskundigen te zijn geëxamineerd, die bevonden geen schade bekomen te hebben, de reis naar Nederland voortgezet.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 12 juli. Heden is hier aangekomen Zr.Ms. fregat DE MAAS, commandant kapt.t.zee H.W. van Maren, vertrokken van het Nieuwediep de 26e maart.


16 juli 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, (geen datum). Heden morgen, ongeveer ten 5 ure, is de bliksem geslagen in de fokkemast van de stoomboot de BEURS VAN AMSTERDAM, kapt. J.H. Savert, waarbij de steng is weggeslagen en enige weinige schade aan zeilen en tuigage veroorzaakt, zijnde daarbij geen verdere ongelukken voorgevallen.


17 juli 1838


  ZP - Zeepost

Verkoop van schepen te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg op maandag 16 juli:
- ¼ Part in het Nederlands barkschip HENRY EN WILLEM, kapt. J. Rieckels: NLG 2.350, in slag NLG 100, totaal NLG 2.450. koper: B.W. van Straten.
- 2/16e Part in het Nederlands kofschip (opm: galjoot) de GOEDE TROUW, kapt. K.J. Masker: NLG 1.210, in slag NLG 8, totaal NLG 1.218. Koper: H. Salm.
- 1/16e part in het dito kofschip voor NLG 615, in slag NLG 2. Koper: B.W. van Straten.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij. De ondergetekenden, deelhebbers in dezelve maatschappij, daartoe door de Algemene Vergadering van stemhebbende aktiehouders, naar aanleiding van de Artikelen 22 en 34 der Statuten verzocht en gecommiteerd, verklaren bij deze, dat zij de boeken en rekeningen der directie, over het afgelopen jaar 1837, opgenomen en in order bevonden hebben, adverterende wijders, dat het dividend over het jaar 1837 is bepaald op 8 procent, of veertig gulden per aandeel, met welke som de coupons (na behoorlijke invulling door de houder) betaalbaar zijn ten kantore van voormelde directie, te Rotterdam, in de Boompjes, A no. 124/125, na 1 augustus aanstaande, telken woensdag en zaterdag, des morgens van 10 tot 1 ure.
Eindelijk, dat de balans, gedurende de maand augustus, ter visie zal liggen, ten kantore van de directie voornoemd.
Rotterdam, 13 juli 1838. Jhr. D.F. van Alphen, president, E.P. Löhnis, E. Canneman, Joan van Vollenhoven, E.B. van den Bosch, A. Blussé van Oud-Alblas.


  LC - Leeuwarder Courant

De commandeur (opm: kapitein) van een den 23 juni van het ijs vertrokken en den 9 juli te Glückstadt (opm: plaats aan de Elbe) aangekomen Groenlandvaarder, rapporteert, dat bij zijn vertrek de Harlinger Groenlandvaarders SPITSBERGEN, commandeur H. Rickmers, 2 vissen en 600 robben, en DIRKJE ADAMA, commandeur J. Rickmers, 2 vissen en 130 robben gevangen hadden.
Volgens rapport van een Groenlandsvaarder, te Peterhead teruggekomen, had hij den 16 juli een der Hollandse Groenlandsvaarders vol spek, bij het ijs verlaten.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen. Binnengekomen: den 30 juni het kofschip ZELDENRUST, kapt. G.A. Jonkhoff, van Stockton.
Den 1 juli de kofschepen de VOS, kapt. G. van der Velde, van Holmstrand en de HOUTHANDEL, kapt. D.K. de Grooth, van Christiaansand.
Den 2 dito het kofschip de JONGE DIRK, kapt. W.H. Mulder, van Christiaansand, het tjalkschip de ZES GEBROEDERS, kapt. H.J. Waterborg, van Stettin (opm: Szczecin).
Den 3 dito de kofschepen MARGARETHA, kapt. K.F. Harding, van Droback, ARENDINA, kapt. H.D. de Grooth, van Arendahl, EGBERTUS, kapt. K.H. Bakker, van Dantzig (opm: Gdansk), de GOEDE WELVAART, kapt. J.G. Vos, van Droback, de JONGE BARENT, kapt. B.R. van Wijk, ZEELUST, kapt. R. Sluik, beide van Memel (opm: Klaipeda) en CONCORDIA, kapt. H.B. Drok, van Drammen.
Den 5 dito het kofschip JAN FREDRIK, kapt. H.H. Kok, van Dantzig.
Den 6 dito de kofschepen MARGARETHA ANNA, kapt. F. Eckmeijer, van Droback en HEBE, kapt. H.B. Meinolts, van Dantzig.
Den 7 dito de schoenerschepen FLORA, kapt. John Manning en FAME, kapt. W. Barfield, beide van Londen.
Den 8 dito het kofschip COURIER, kapt. N.M. Lindegaard, van Newcastle, de schoenerschepen NORTHAM, kapt. C. Catter en LIVELY, kapt. S.H. Finch, beide van Londen.
Den 9 dito het schoenerschip MARY & ROSE, kapt. A. Reach, van Arbroath, de smakschepen de VROUW ELIZABETH, kapt. J.H. Cappen, van Oostrisoer en de HOOP, kapt. L.S. de Vries, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad).
Den 11 dito het kofschip de HUNSE, kapt. H.J. Ketelaar, van Memel.
Den 12 dito het schoenerschip ORWELL, kapt. R. Cubitt, het tjalkschip de Oosterling, kapt. B. Obbes, van Carolinerzijl (opm: Carolinensiel).
Den 14 dito het kofschip GEZINA JOHANNA, kapt. H.W. Lukens.
Uitgezeild: den 3 juli de kofschepen JOHANNES, kapt. A. Sluik, jr, naar Petersburg en WILHELMINA, kapt. R.K. Visser, naar Noorwegen.
Den 4 dito het smakschip de BUITENWERF, kapt. A. Rozema, op avontuur.
Den 5 dito het schoenerschip UNION, kapt. H.B. Disneij, naar Londen.
Den 6 dito het schoenerschip FRIENDS, kapt. J. Manning, naar Londen; het kofschip de JONGE JAN, kapt. J.K. Bart, naar Noorwegen.
Den 8 dito het smakschip de VERWACHTING, kapt. J. Eilers, naar Schotland.
Den 10 dito de kofschepen de VREEDE, kapt. J.J. Greven, naar Dantzig, de HOUTHANDEL, kapt. K.D. de Grooth, de JONGE DIRK, kapt. W.H. Mulder, MARGARETHA, kapt. K.F. Harding, ARENDINA, kapt. H.D. de Grooth, alle vier naar Noorwegen en ZEELUST, kapt. R. Sluik, naar Memel.
Den 11 dito de kofschepen de GOEDE WELVAART, kapt. J.G. Vos, naar Noorwegen en de JONGE BAREND, kapt. B.R. van Wijk, naar Christinastad.
Den 12 dito het kofschip de VRIENDSCHAP, kapt. K.J. Klazen, naar Liverpool, het tjalkschip ANNEGINA (opm: VROUW ANNEGIENA), kapt. R.H. Dokman, naar Hamburg, het smakschip JETSKA CORNELIA, kapt. K.E. Vos, de kofschepen EGBERTUS, kapt. K.H. Bakker, en CONCORDIA, H.B. Drok, alle drie naar Noorwegen, het kofschip DRIE GEBROEDERS, kapt. D.H. Heijen en het motschip VROUW MARIA, kapt. J. Fuls, beide naar Hamburg.
Den 13 dito de schoenerschepen HOPE, kapt. W. Cousins en FAME, kapt. W. Barfield, beide naar Londen, het kofschip ZELDENRUST, kapt. G.A. Jonkhof, van Liverpool.
Den 14 dito het schoenerschip MARY & ROSE, kapt. A. Reach, naar Schotland.


18 juli 1838


  ZP - Zeepost

Het schip de ACHT GEBROEDERS, kapt. Duintjer (opm: buitenlander), van Hamburg naar Rouen, is, volgens bericht van Grietzyl (opm: Greetsiel), de … juni aldaar met schade binnengelopen en afgekeurd geworden. De lading zou in augustus e.k. publiek verkocht worden.


19 juli 1838


  ZP - Zeepost

Voor de wal van Texel is den 18 dezer gearriveerd Zr.Ms. fregat BELLONA, commandant kapt.t.zee Ariens, van Batavia, laatst van Kaap de Goede Hoop en St. Helena.


  AH - Algemeen Handelsblad

Provincie Zeeland, 17 juli. Zr.Ms. korvet AJAX, onlangs onder bevel van de kapitein ter zee Coops van Java geretourneerd, is heden in het nieuwe droge dok te Vlissingen gehaald, ten einde aldaar de nodige herstellingen te ondergaan, en voor de weder indienststelling te worden gereed gemaakt. Dit is het eerste schip, dat in het nieuwe daargestelde droge dok is geplaatst. Moge deze, voor die stad zo veel belovende inrichting, de schoonste vruchten dragen, en de hoop der ingezetenen, op meer handelsvertier en bedrijvigheid verwezenlijken.


20 juli 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Ter beurze liep het gerucht, dat het schip de ZAANSTROOM, kapt. P.P. Middel, van Batavia naar Amsterdam bestemd, bij de Kaap de Goede Hoop verongelukt zou zijn. De equipage zou door kapt. Riekels van Middelburg zijn gered geworden.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

De commandeur van een den 23 juni van het ijs vertrokken en den 9 dezer te Glückstad aangekomen Groenlandvaarder rapporteert, dat bij zijn vertrek de Harlinger Groenlandvaarders SPITSBERGEN, commandant H. Rickmers, 2 vissen en 600 robben, en DIRKJE ADAMA, commandant J. Rickmers, 2 vissen en 130 robben gevangen hadden. Volgens rapport van een Groenlandvaarder, te Peterhead teruggekomen, had hij den 16 juni één der Nederlandse Groenlandvaarders vol spek bij het ijs verlaten.


  LC - Leeuwarder Courant

Amsterdam, 17 juli. Heden is alhier bij de scheepstimmerbaas der Amsterdamsche Stoomboot Maatschappij, J.L. Ceuvel, aan de werf VREDENHOF, op de hoogte van de Kadijk, de kiel gelegd voor het stoomvaartuig FRISO, hetwelk voor rekening der Friesche Stoomboot Rederij, onder directie van de heren Fontein, Harmens en Rodenhuis te Harlingen, bestemd is om tussen Amsterdam en Harlingen dienst te doen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Rijn en IJselstoomboot Maatschappij.
De directie heeft de eer te berichten dat zij in de loop dezer maand de vaart tussen Amsterdam en Kampen, en in het begin der volgende maand die tussen Kampen en Arnhem hoopt te openen.
De tijden en dagen der afvaart zullen nader worden bekend gemaakt, terwijl verdere informatie te bekomen zijn bij de agenten der maatschappij.
Te Amsterdam bij de heren Westenenk en Frowein.
Te Kampen bij de heren Engelenberg en van Romunde.
Te Zwolle bij de heer C.A. van Deventer.
Te Zutphen bij de heren van Ginkel en Reesink.
Te Doesburg bij de heer J. Colenbrander.
Te Arnhem bij de heren Weerts en van der Sluis, en
te Deventer bij de directie.


21 juli 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Kapt. Molenaar, voerende de brik ELIZA, van Batavia. laatst van Mauritius, te St. Helena gearriveerd, rapporteert dat bij zijn vertrek van Mauritius aldaar nog in reparatie lag het schip DIANA, kapt. Reineira, van Batavia naar Amsterdam bestemd; alsmede dat de 3de mei bij het Kaapse rif, bij hevige storm gezonken is het schip ZAANSTROOM, kapt. Middel van Batavia naar Amsterdam, zijnde de equipage door de MIDDELBURG, kapt. Rieckles gered. (Hierdoor bevestigt zich het gerucht van het verongelukken der ZAANSTROOM, in ons vorig nommer medegedeeld).


  DC - Dordtsche Courant

Volgens een door Zr.Ms. fregat BELLONA overgebracht bericht van de agent der Nederlandsche Handel-Maatschappij aan de Kaap de Goede Hoop, de heer Truter, van de 22ste mei uit Simonsstad in Baai-Fals gedagtekend, was aldaar daags te voren door Hr.Ms. schoener BONITO (opm: een Brits oorlogsschip), gecommandeerd door de luitenant Stoll, het volgende rapport aangebracht:
Bij bedaard weer, op de hoogte van de Mosselbaai, werd ik ontmoet door een boot van het Nederlandse schip DORTENAAR, kapt. J.F.P.A. Abbema, komende van Java; gemeld schip was op of omstreeks de 4de mei op de hoogte van de Algoabaai door een stortzee getroffen, welke hetzelve het roerhoofd en een gedeelte der verschansing wegnam, en meer andere schade toebracht, het schip maakte vrij wat water, maar vroeg, op weg naar deze ankerplaats, Simonsbaai, geen assistentie.
De voornoemde heer Truter had, aangezien het schip door de Nederlandsche Handel-Maatschappij beladen was, van zijn benoeming als derzelver agent aan kapt. Abbema kennis gegeven met de havenmeester, die de 22e afging.
In een brief van een der heren commanderende officieren op het fregatschip BELLONA, waarvan ons door een vriendelijke hand een uittreksel is medegedeeld, wordt verder gemeld, dat, toen de BELLONA de Simonsbaai de 23e mei verliet, de DORTENAAR aldaar nog niet binnen was en ook nog niet van de BELLONA gezien werd; maar dat de schrijver van deze brief daarna te St. Helena van kapt. Molenaar, voerende de brik ELISABETH (opm: dit moet zijn de brik ELIZA, kapt. S.G. Molenaar) had vernomen, dat deze de DORTENAAR de 24e op het rif gepraaid had, en die bodem, naar zijn gissing, die dag de Smitswinkelbaai (de zuidelijkste in Baai-Fals), heeft kunnen bereiken.


  DC - Dordtsche Courant

Het fregatschip OUD-ALBLAS, kapt. Strumphler, is, volgens bericht van Batavia, van 30 maart, die dag uitgeklaard om de volgende dag naar Sourabaya te verzeilen ter inneming van de lading.


 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 20 juli. Voor Antwerpen bestemd is alhier ter rede gekomen de HARRIET, kapt. P. Beniest, van Liverpool, met klipzout en katoen.


23 juli 1838


  ZP - Zeepost

Suriname, 6 juni. Heden vertrok van hier Zr.Ms. schip DORDRECHT, commandant kapt.luit. Koops, naar Curaçao en Nederland, aan boord hebbende Z.E. de heer Gouverneur-Generaal der Nederlandse West-Indische bezittingen, zijnde dit transportschip den 27 mei j.l alhier gearriveerd van Vlissingen na 32 dagen reis.


  ZP - Zeepost

Met het schip (opm: bark) MIDDELBURG, kapt. C. Rieckels, den 19 juli te Middelburg gearriveerd, is aangebracht de equipage en passagiers van het den 3 mei op het rif Aguilla gezonken schip (opm: bark) de ZAANSTROOM, kapt. P.P. Middel, van Batavia naar Amsterdam. (opm: zie ZP 020838)


  ZP - Zeepost

Het schip AVONTUUR, kapt. Dinze, bij Bath gezonken, is den 20 juli gelicht en bij de Doel ten anker gebracht.


  ZP - Zeepost

Het schip INDUSTRIE, kapt. Obree, van Macao naar Antwerpen, is den 17 juli met verlies der grote steng en beschadigde windas (horizontale spil) te Falmouth binnengelopen.


  ZP - Zeepost

Het schip (opm: hoeker) de JONGE ARIE, kapt. L. Hus, van Amsterdam naar Suriname, is den 16 juli met verlies van fokkesteng te Falmouth binnengelopen. Het heeft echter den 18 dito weder de reis vervolgd.


  AH - Algemeen Handelsblad

Hellevoetsluis, 20 juli. Het schip MARY EN HILLEGONDA, kapt. D.A. de Jong, van Batavia gisteren gemeld, is met het naar binnen zeilen op het Pampus aan de grond geraakt, echter heden morgen, na een lichter gelost te hebben, met hoog water er af, en op de rede ten anker gekomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Volgens particuliere tijding is Zr.Ms. korvet HIPPOMENES, kapt. luit. ter zee Moll, de 2e april ter rede van Batavia aangekomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Vlie, 20 juli. Binnengekomen de JONGE EGBERTUS, J.B. Mulder van Dantzig.


24 juli 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Memel (opm: Klaipeda), 8 juli. Binnengekomen BELLE ALLIANCE, kapt. S. Petri, van Amsterdam.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Zierikzee, 23 juli. Heden morgen te zeven uur is op deze kust verongelukt het Zweeds schoenerschip FRED. LINDBERG, komende van Helsingfors, gedestineerd naar Antwerpen met houtwaren. De equipage, bestaande uit acht man, is door enige manschappen, zich bevindende op een vissersvaartuig, gevoerd door Izak de Waard, gered en heden namiddag alhier aangebracht. Het schip zal geheel weg zijn.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Vier à zes scheepstimmerknechten kunnen dadelijk vast werk bekomen bij D. en L. Alta te Harlingen.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen. Binnengekomen: den 17 juli het brikschip WILHELM FRIEDRICH, kapt. S.A. Parr, van Droback, het kofschip IJPEUS, kapt. H. de Weerd, jr, van Nerva.
Den 18 dito het smakschip DOROTHEA MARIA, kapt. D.J. de Groot, van Stettin (opm: Szczecin).
Den 19 dito de kofschepen de VROUW ANTJE, kapt. K.D. de Grooth, van Christiaansand en JAN FREERK, kapt. G.H. Smit, van Stockholm, het schoenerschip MINERVA, kapt. L. Ellessen, van Oostrisoer.
Den 20 dito het brikschip VESTA, kapt. W. Swalwell, van Stockton, het schoenerschip FRIENDS, kapt. Jos. Manning, van Londen, de kofschepen de JONGE HENDRIK, kapt. B.H. Plukker, van Christiaansand en ELIZABETH MARIA, kapt. J.A. Keun, van Nerva.
Uitgezeild: den 17 juli het tjalkschip de ZES GEBROEDERS, kapt. H.J. Waterborg, naar Dantzig (opm: Gdansk).
Den 18 dito het schoenerschip SARAH & HELEN, kapt. J. Atkins, naar Schotland, het kofschip JAN FREDRIK, kapt. H.H. Kok, en het smakschip de VROUW ELIZABETH, kapt. J.H. Cappen, beide naar Noorwegen, het stoomschip SCOTIA, kapt. J. Mowle, naar Londen.
Den 20 dito de schoenerschepen FLORA, kapt. John Manning en LIVELY, kapt. S.H. Finch, beide naar Londen.


  LC - Leeuwarder Courant

’s Gravenhage, 20 juli. Gisteren ontving men alhier door de telegraaf de heugelijke tijding uit Vlissingen, dat Zr.Ms. fregat BELLONA, kapt. Arriens, waarmede Z.K.H. Prins Frederik Hendrik uit de Oost-Indië terug verwacht werd, aldaar was geseind; dat alles wel aan boord was, en dat het schip de tocht naar Texel voortzette. Ten gevolge van dit bericht, begaf Z.K.H. de Prins van Oranje zich deze nacht van Tilburg herwaarts, om zijn jongste zoon te ontvangen.
Tussen 4 en 5 ure deze middag, kwam de jeugdige Prins, met de kapitein Arriens, van Den Helder, in de beste welstand aan op het Paleis in het Bosch aan, alwaar de leden der Koninklijke Familie, welke zich in de residentie bevinden, ter maaltijd verenigd waren. Men kan zich lichtelijk een denkbeeld vormen van de wederzijdse vreugde, maar ook tevens van de aandoening, die bij deze ontmoeting, na zulk een langdurige afwezigheid, en na zodanige en treffende gebeurtenis, als het overlijden van H.M. de Koningin onder de leden van het koninklijk geslacht geheerst hebben.


  LC - Leeuwarder Courant

’s Gravenhage, 20 juli. Ingevolge Zr.Ms. besluit van 18 dezer, is de korvet NEHALENNIA, liggende te Hellevoetsluis, bestemd om op het eind dezer maand, onder bevel van kapitein luitenant ter zee W.A. Lans, naar de Oost-Indië te vertrekken, ter vervanging van de zich aldaar bevindende korvet BOREAS, gecommandeerd door de kapitein ter zee D.W. Paling, die na aankomst van eerstgenoemde korvet zal repatriëren.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

’s Gravenhage, 19 juli. Gisteren ontving men alhier door de telegraaf de heugelijke tijding van Vlissingen, dat Zr.Ms. fregat BELLONA, kapt. Arriëns, waarmede Z.K.H. prins Willem Frederik Hendrik uit Oost-Indië terug verwacht werd, aldaar was geseind; dat alles wel aan boord was, en dat het schip de tocht naar Texel voortzette.

PGC 240738
Te Delfzijl is den 13 juli gearriveerd het schip HARMONIE, kapt. William Brown, van London naar Koningsbergen met schade; het moest lossen om te repareren.


25 juli 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. G. Salm, J.E. Lublink, G.J. Roland Holst, F. der Kinderen, J. Corver, J. Boelen, H.J. Rietveld, G.W. Sesink Clee, B.D. Bosscher en Dirk Beth, Makelaars, zullen op maandag de 6e augustus 1838, ’s avonds ten zes ure, in de Nieuwe Stads Herberg, aan het IJ, verkopen een extra welbezeild, gekoperd en met koperen bouten voorzien, tweedeks barkschip, genaamd CLARA HENRIETTE, gevoerd door kapt. D. Grim, groot volgens Nederlandse meetbrief 298 tonnen, en dat met al deszelfs opstaand en lopend want, ankers, touwen en verdere scheepsgereedschappen; breder bij de Inventaris vermeld.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 21 juni. Heden zijn hier aangekomen het Nederlandse schip GENERAAL VAN DEN BOSCH, kapt. J. Parlevliet, met drie passagiers, vertrokken van Rotterdam de 22e april, de dito bark JAN PIETERSZOON KOEN, kapt.P. van Duijvenbooden, vertrokken van Amsterdam de 22e april, en het dito schip FLEVO, kapt. H.T. Amsberg, met twee passagiers, vertrokken van Amsterdam de 20e april.


26 juli 1838


  ZP - Zeepost

Het schip DIRKJE ADAMA, kapt. H.B. Rickmers, is den 25 dezer te Texel binnengelopen van Groenland met vier vissen (opm: walvissen) en 130 robben.


  ZP - Zeepost

Volgens brief van Delfzijl zijn aldaar den 18 juli binnengelopen de schepen HARMONIE, kapt. Brown, van Londen naar St. Petersburg, met lekkage en moet lossen om te repareren, en ZEELUST, kapt. Heddes (opm: smak, kapt. J.F. Deddes, zie ook ZP 100938) van Hamburg naar Rouen, wegens tegenwind.


  AH - Algemeen Handelsblad

Texel, 24 juli. Uitgezeild MARGARETHA CATHARINA, J.H. Schippers, naar Batavia.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. H. Montauban van Swijndregt, F. van Dam en F.N. Montauban van Swijndregt, makelaars te Rotterdam, zijn van mening op dinsdag 7 augustus 1838, des namiddags ten vier ure, in het Lokaal op de hoek der Scheepmakershaven en Bierstraat, wijk A no. 458, publiek te veilen het snelzeilend gezinkt eenmast hoekerschip FORTUNA, groot volgens meetbrief 100 tonnen, laatst gevoerd door kapt. L. Berkhoff, met deszelfs inventaris, zo als het thans is liggende aan de Punt.


27 juli 1838


  ZP - Zeepost

Zierikzee, 25 juli. Heden morgen ten 7 ure is op deze kust verongelukt het Zweeds schoenerschip EURYDICE, kapt. F. Lindberg, van Helsingfors (opm: Helsinki) naar Antwerpen met hout. De equipage, uit 8 man bestaande, is door enige manschappen van het vissersvaartuig, gevoerd door Izak de Waard, gered en heden namiddag alhier aangebracht. Het schip zal geheel weg zijn.


  ZP - Zeepost

Het schip (opm: galjoot) ALCYON, kapt. C. van der Linden, den 17 juni van Havana naar Rotterdam vertrokken, is den 28 dito, na het doorstaan van hevige stormen, met verlies van tuigage te Baltimore binnengesleept. (opm: zie ZP 030838).


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Volgens bericht van kapt. S.G. Molenaar, voerende het schip ELISA (opm: brik ELIZA), is den 3 mei, met hevige storm bij het Kaapse Rif gezonken het schip ZAANSTROOM, kapt. P.P. Middel (opm: bark, zie o.a. ZP 020838), van Batavia naar Amsterdam; de equipagie is door kapt. C. Riekels, voerende het schip (opm: fregat) MIDDELBURG, gered.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen, 25 juli. Heden is alhier de tijding bekomen, dat het schip DIRKJE ADAMA, commandeur (opm: kapitein) H.B. Rickmers, behouden in Texel is binnen gekomen, met 4 vissen (opm: walvissen) en 130 stuks robben, zo mede dat het schip SPITSBERGEN, commandeur H. Rickmers, met 3 vissen en 600 stuks robben, bij het Vlie (opm: Vlieland) voor de wal gepraaid was.


  LC - Leeuwarder Courant

Leeuwarden, 17 juli. Naar men verneemt, is Zr.Ms. stoomschip PHOENIX, liggende te Hellevoetsluis, en gecommandeerd wordende door den kapitein luitenant ter zee Le Jeune, tot het doen ener reize naar de Oost-Indië bestemd geworden. Tot het vertrek derwaarts zal hetzelve onverwijld in gereedheid gebracht worden. Voorts zijn, vanaf 1 augustus, in dienst gesteld Zr. Ms. brikken PANTER en VLIEGENDE VISCH, respectievelijk liggende te Hellevoetsluis en Amsterdam; zullende het bevel daarover worden opgedragen, voor zo veel betreft de brik de PANTER, bemand met 100 koppen, aan de kapt. luit. ter zee L.J. de Vriese, en wat aangaat de brik de VLIEGENDE VISCH, bemand met 60 koppen, aan de luitenant ter zee van de eerste klasse D.J. Baron Rengers. (opm: zie ZP 131138)


28 juli 1838


  DC - Dordtsche Courant

Van Den Helder wordt gemeld, dat aldaar woensdag namiddag, omstreeks 6 ure, twee personen, genaamd Willem Christiaan Henkes en Antony Watjon, die zich in een Noorse jol met zeiltuig op zee hadden begeven om assistentie aan binnenkomende schepen te verlenen, het ongeluk hadden van door een windvlaag, op korte afstand van de zeedijk, omvergeslagen te worden. Op het geroep om hulp van een op de dijk zijnde persoon, kwamen onmiddellijk toesnellen Johannes Schutter, van beroep barbier, Hendrik van Hert, koopman, en Jan Baker, brievenbesteller, die, onaangezien het onstuimige weder en het holle water, niet aarzelden om zich in een kleine jol naar het omgeslagen vaartuig te begeven, en de ongelukkigen, die zich intussen op de bodem van het omgeslagen vaartuig bevonden en wellicht zouden verdronken zijn, in hun jol over te nemen en behouden aan wal te brengen.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Op woensdag den 15 augustus 1838 zal door vendumeesteren ten overstaan van een commissie uit de Raad van Justitie te Batavia, krachtens appointement condemnatoir d.d. 5 juli 1838, ter instantie van de advocaat Mr. Fredrik van Teutem, agerende voor en van wege de firma Thompson, Roberts & Co bij executie worden verkocht een vierde gedeelte van de driemast stoomboot genaamd VAN DER CAPELLEN, toebehorende aan Anna Julian, weduwe J. Burges. Indien er iemand mocht zijn, welke zich zoude opponeren tegen gemelde executie en verkoping, die kome en make het mij, ondergetekende, bekend.
De 1e gezworen exploiteur bij de Raad voornoemd, Schouten


30 juli 1838


  ZP - Zeepost

Het schip ALWINA, kapt. Kortlang, van Hamburg naar Bremen, is den 22 juli te Cuxhaven met verlies van anker en ketting binnengelopen, is echter, na andere bekomen te hebben, op de rede gekomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Heden ontving ik het treurig bericht, dat mijn waardige echtgenoot, Alewijn L. van der Valk, gezagvoerder der Nederlandse bark genaamd: KOLONEL KOOPMAN, van Alblasserdam, de 22e juni jongstleden, aan boord van het gemelde schip, op de terugreis van Batavia, in de ouderdom van circa 35 jaren, aan de gevolge van het graveel (opm: nier- of blaassteentjes), overleden is, mij nalatende drie kinderen, die te jong zijn om hun verlies te kunnen berekenen.
Vlaardingen, de 25e juli 1838, Margaretha Schouten, wed. A.L. van der Valk.


31 juli 1838


  ZP - Zeepost

Helvoet, 30 juli. Heden arriveerde alhier van Suriname Zr.Ms. transportschip DORDRECHT, commandant kapt.luit. Koops.


  ZP - Zeepost

Het schip MARIA, kapt. Ludders, van Wismar, is volgens brief van Gravesend van 27 juli bij Coal House Point op strand geraakt en moet een gedeelte der lading lossen om afgebracht te worden.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Den 25 is behouden van Groenland in Texel binnengelopen het schip DIRKJE ADAMA, commandeur (opm: kapitein) H.B. Rickmers, met 4 vissen en 130 stuks robben, en bij het Vlie was voor de wal gepraaid het schip SPITSBERGEN, commandeur H. Rickmers, met 3 vissen en 600 stuks robben.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip MARIA HILLEGONDA, kapt. De Jong (opm: fregat MARY EN HILLEGONDA, kapt. D.A. de Jong), van Batavia naar Rotterdam te Helvoet aangekomen, is den 19 juli bij het binnenzeilend op Pampus aan de grond geraakt, doch de volgende dag, na een ligter gelost te hebben, met de vloed weder vlot geworden en op de rede geankerd.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen. Binnengekomen den 23 juli de kofschepen JOHAN VAN LETTEN, kapt. J.U. Jansen, van Memel (opm: Klaipeda), de JONGE JAN, kapt. J.K. Bart, van Oostrisoer en de HOUTHANDEL, kapt. D.K. de Grooth, van Christiaansand, het smakschip de BUITENWERF, kapt. A. Rozema, van Laurvig, het schoenerschip UNION, kapt. H.B. Disneij, van Londen.
Den 24 dito het stoomschip SCOTIA, kapt. J. Mowle, van Londen, de kofschepen ARENDINA, kapt. H.D. de Grooth, van Christiaansand, de JONGE DIRK, kapt. W.H. Mulder, van Holmstrand, WILLEM, kapt. H.W. Kiers, van Droback en WILHELMINA, kapt. R.K. Visser, van Oostrisoer, het smakschip JETSKA CORNELIA, kapt. K.E. Vos, van Oostrisoer, het kofschip EIZO DE WENDT, kapt. W.G. Hellinga, van Christiaansand, het hoekerschip ENIGHEDEN, kapt. C. Olsen, van Oudsoen.
Den 25 dito het galjootschip ENIGHEDEN, kapt. C. Lie, van Holmstrand, het kofschip CONCORDIA, kapt. H.B. Drok, van Oudsoen, het barkschip JUMFRAU MARIA, kapt. J.J. Giersoe, van Drammen.
Den 26 dito het kofschip MARGARETHA, kapt. K.F. Harding, van Droback.
Den 27 dito het kofschip SOPHIA WILHELMINA, kapt. A. Anderson, van Oudsoen.
Den 28 dito de schoenerschepen HOPE, kapt. W. Cousins, en FAME, kapt. W. Barfield, beide van Londen, het pinkschip DIRKJE ADAMA, kapt. H.B. Rickmers, van Groenland, de kofschepen de DRIE GEZUSTERS, kapt. P.P. Dijkstra, van Liverpool en de GOEDE WELVAART, kapt. J.G. Vos, van Droback.
Uitgezeild: den 24 juli het kofschip MARGARETHA ANNA, kapt. F. Eekmeijer, op avontuur, het smakschip de HOOP, kapt. L.S. de Vries, naar de Oostzee, het kofschip de HUNSE, kapt. H.J. Ketelaar, naar Memel, het tjalkschip de OOSTERLING, kapt. B. Obbes, naar Hamburg, het kofschip GEZINA JOHANNA, kapt. H.W. Lukens, naar Noorwegen, het brikschip WILHELM FRIEDRICH, kapt. S.A. Parr, naar Noorwegen.
Den 26 dito het stoomschip SCOTIA, kapt. J. Mowle, naar Londen.
Den 27 dito de schoenerschepen NORTHAM, kapt. C. Carter, en ORWELL, kapt. R. Cubitt, beide naar Londen, de kofschepen COURIER, kapt. N.M. Lindegaard, naar Newcastle en de VROUW ANTJE, kapt. K.D. de Grooth, naar Noorwegen, het schoenerschip MINERVA, kapt. L. Ellessen, naar Noorwegen, het kofschip de JONGE HENDRIK, kapt. B.H. Plukker, naar Noorwegen.
Den 28 dito het kofschip ELIZABETH MARIA, kapt. J.A. Keun, naar Noorwegen, het brikschip VESTA, kapt. W. Swalwell, naar Stockton.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Noord-Hollandsche en Vriese Stoomschip-Associatie.
Directeuren maken bekend dat het zo wel hun als heren ontvangers van boter te Londen, voldoende is gebleken dat de boter per stoomboot en bij de grootste zomerhitte aangebracht, evenwel in de beste conditie bij ontlossing is bevonden te zijn.
Verder dat iedere zaterdag een van hun eerste klasse stoomschepen vertrekken zal van Harlingen naar Londen, met goederen en passagiers, en zo spoedig mogelijk zodra hun schikkingen gemaakt zijn, tweemaal in iedere week met nieuwe stoomschepen, expresselijk voor deze vaart gebouwd en ingericht.
Vracht van boter 18 pence per ¼, klaverzaad 18 pence per uitgeleverde cwtr. met daarboven 10%, vlas 15 pence per idem, kaas 18 pence per idem, andere goederen naar rato.
Passagiersgeld van Harlingen naar Londen kajuit NLG 20 of GBP1.12/6, dek NLG 13 of GBP 1.1/-, alle fooien daaronder begrepen.
Heren afschepers van goederen in de stoomboot maatschappij zullen van de vracht hunner goederen 5% voor premie genieten.
Verdere inlichtingen te bekomen bij de heren Wed. Bouwe Rodenhuis & Zonen, te Harlingen, aan wie heren afladers tevens verzocht worden iedere week tijdig op te geven hetgeen zij verschepen zullen, terwijl er bij deze heren gelegenheid is om tot een allermoderaatste (opm: meest gematigde) premie hun goederen verzekerd te krijgen.
Harlingen, den 20 juli 1838


01 augustus 1838


  ZP - Zeepost

Harlingen, 30 juli. Heden arriveerde alhier van Groenland het schip SPITSBERGEN, kapt. H. Rickmers, met drie vissen (opm: walvissen) en 600 robben.


  ZP - Zeepost

Het schip (opm: fregat) ELISABETH ANTHONIA, kapt. S.H. Veer, zou volgens bericht van Batavia tegen ultimo april naar Amsterdam vertrekken.


  ZP - Zeepost

Den 7 maart lagen ter rede van Sourabaya de schepen WILLEM ERNST, kapt. Wittebol, GENERAAL BARON VAN GEEN, kapt. Kortrijk, DOROTHEA, kapt. Dekker (reeds te Batavia terug en 3 april van daar naar Amsterdam vertrokken) en OOST INDIËN, kapt. Blom.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Op de 6e augustus 1838 zal te Grissée publiek worden verkocht de bark DIDO met diens inventaris, toebehorende aan Smith & Muller.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 30 juli, Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip BROEDERTROUW, kapt. J.H. Hazewinkel, met drie passagiers, vertrokken van Dordrecht de 7e mei.

ZP 020838
Door een passagier van het op den 9 mei j.l. bij het Kaapsche rif ontredderde barkschip ZAANSTROOM zien wij ons in staat gesteld om van dit noodlottig voorval de volgende bijzonderheden mede te delen, die waarschijnlijk niet zonder belangstelling gelezen zullen worden.
Het genoemde barkschip, gevoerd door kapt. P.P. Middel, vertrok den 3 maart j.l. van Batavia, destinatie hebbende naar Amsterdam, en kwam, na zeventien dagen in Straat Sunda door tegenwinden te zijn opgehouden, den 20 dito eerst in het ruime sop. Door gestadige koelten begunstigd, zette het nu zijn reis zonder hinder voort tot den 3 mei, toen het, ter hoogte van het Natanspunt bij het Kaapsche Rif gekomen, door een geweldige storm belopen werd, die 48 uren aanhield, waardoor het schip, door zwaar weer geteisterd, onder andere een gedeelte zijner verschansing verloor en enige lekkage bekwam. Nadat de storm bedaard en de zee aan het afnemen was, herstelde men het beschadigde zo goed mogelijk en trachtte men, met over en weer te laveren, tegen de ongunstige noordwesten en zuidwesten winden op te zeilen. Dit duurde tot op den 9 mei, toen de wind zich eensklaps weer verhief, en de zee hoog kwam opzetten. Tot op het groot marszeil, de bezaan- en voorsteng en het stagzeil na, werden nu alle zeilen geborgen, en bereidde men zich overigens op het nieuwe onheil voor. De storm nam hand over hand toe, de zee ging hoe langer hoe hoger en sloeg gestadig over het vaartuig heen, waardoor al wat op het dek stond omver en over boord geslagen werd, onder andere een tiental varkens, al de watervaten enz, terwijl de kombuis totaal vernield werd; de boot werd door de woedende storm uit haar klampen losgerukt, en niet dan met de grootste inspanning kreeg men dezelve weer tegen boord vastgesjord. Tot overmaat van ramp scheurde de wind het dichtgereefd groot marszeil van boven tot beneden op en nam het bezaan en schoenerzeil geheel weg. Een nieuw groot marszeil verving weldra het gescheurde en werd onder de ra gereefd.
In die toestand, en terwijl de zware buien onophoudelijk aanhielden, ging men de nacht tegemoet. Ten twee ure na de middernacht werd men gewaar dat er beweging in het roer was en verkreeg men aldra de gewisheid dat het in de kop gespleten en van onderen los was. Hierdoor sloeg hetzelve met zulk een geweld tegen het achterschip, dat men alle ogenblikken moest duchten, dat het door het schip heenstoten en het vaartuig alzo onvermijdelijk een prooi der golven zou worden. Geen kans ziende om hetzelve vast te zetten, werden thans alle pogingen aangewend om het geheel kwijt te worden, hetgeen na veel moeite tegen 5 ure in de morgenstond gelukte. Verblijd over het welgelukken hiervan, wilde men zich met nieuwe moed aan het pompen begeven, toen men tot aller ontsteltenis het water gaande weg in het schip zag wassen, hetgeen bij onderzoek bleek veroorzaakt te worden door het afwijken van de achtersteven, en doordien al de stutten van het dek bij het over boord slaan der verschansing tevens met een gedeelte van het potdeksel mee waren afgerukt. Die benauwende toestand duurde tot op den 11 op de middag voort, toen eerst werden het weer en de zee enigszins handzamer. Hiervan maakte men terstond gebruik om een noodroer samen te stellen, doch door de nog steeds hoge zee en daarop volgende windstilte wilde het schip niet sturen, en moest men hetzelve, onder gestadig pompen, op Gods genade laten voortdrijven.
Den 13, met het aanbreken van de dag, werd men onder lij een schip gewaar en bespeurde men, met de kop om de noord liggende, tevens land, zijnde dit het land bij de Mosselbaai. Terstond werd op de ZAANSTROOM de Nederlandse vlag ten onderste boven van de voortop gehesen, hetgeen door het hijsen der Nederlandse vlag van de gaffel van het in het gezicht zijnde vaartuig beantwoord werd, hetwelk tegelijkertijd koers naar het in nood zijnde barkschip zette. In de namiddag was hetzelve bij de ZAANSTROOM genaderd, en bleek alsnu te zijn de MIDDELBURG, kapt. C. Rieckels, van Batavia naar Nederland. Op de vraag van laatstgenoemde kapitein, waarin hij van dienst kon zijn, begaf kapt. Middel zich met de sloep naar zijn boord, om de toestand van zijn vaartuig bekend te maken, waarna kapt. Rieckels met de meeste bereidvaardigheid besloot om vooreerst zich niet te verwijderen. Tegen de avond zag men in de verte nog een barkschip, hetwelk eerst koers naar de ZAANSTROOM scheen te zetten, doch naderhand weer afhield. Vol van verlangen om de schipbreukelingen van nut te wezen, maakte kapt. Rieckels jacht op dit vaartuig, doch moest hiermee ophouden, daar hij anders de ZAANSTROOM uit het gezicht had kunnen verliezen. De nacht werd weer onder aanhoudend pompen doorgebracht; maar des morgens bevond men desniettemin dat er drie voet water in het schip stond, hetgeen de equipage de kapitein deed verzoeken om het schip te verlaten, daar er nu nog gelegenheid voor lijfsbehoud was, terwijl bij het opsteken van de wind die gelegenheid voorbij was en de MIDDELBURG mede groot gevaar zou lopen. Kapt. Rieckels hierop aan boord van de ZAANSTROOM komende, en de drangredenen der equipage vernomen hebbende, nam hij de staat van het schip op, en verklaarde, dat hij wel bij het wrak wilde blijven, maar hetzelve niet op sleeptouw kon nemen, of het althans bij noodweer toch moest laten glippen. Na nogmaals rijpelijk de toestand overwogen te hebben waarin men zich bevond, kwam men tot het besluit om het steeds meer en meer reddeloos wordende vaartuig, hoe ongaarne dan ook, te verlaten, daar anders niets dan de dood voor ogen was. In boot en sloep werd nog zo veel van de provisie enz. geladen als mogelijk was; en des achtermiddags ten 4 ure verliet men gezamenlijk het ontreddende vaartuig, om zich aan boord van kapt. Rieckels te begeven, die zich toen en gedurende de ganse verdere reis even gastvrij als menslievend betoonde, en in aller behoeften zoveel mogelijk voorzag. De volgende morgen zag men het verlaten wrak nog drijven en deed de manschap nog een poging om iets meerder van de provisie te redden, hetgeen hun nog gelukte; het water stond toen echter reeds tussendeks.
Tegen de avond kwam een koelte opzetten en stuurde de MIDDELBURG koers naar het vaderland. Met weemoed oogden de gezagvoerder en de manschap van de ZAANSTROOM naar het vaartuig dat zij ten spel der vernielende golven moesten achterlaten. Den 3 juni wierp de MIDDELBURG het anker te St.Helena, alwaar te gelijker tijd het schip MARY EN HILLEGONDA, kapt. De Jong, van Batavia naar Rotterdam aankwam, volgens wiens verklaring een menigte voorwerpen, tot de ZAANSTROOM behoord hebbende, reeds drijvende waren gezien.
De passagiers op het schip de ZAANSTROOM, waren de gepensioneerde kapitein der infanterie G. Bernaerts, doctor Grimms met echtgenoot en kind, de wachtmeester Menprooit en een korporaal. (opm: zie ook ZP 230738 en JC 241038)


02 augustus 1838


  DC - Dordtsche Courant

Op 1 juli ll. was de staat van ’s Rijks zeemacht als volgt: In actieve dienst: 9 fregatten, waaronder 3 wachtschepen; 7 korvetten, waaronder een kostschip; 4 grote brikken, waaronder een kostschip; 2 kleine brikken, 3 stoomschepen, 2 transportschepen, 1 exercitie-vaartuig; 13 gaffel-kanonneerboten en 5 stukken ieder, en 25 idem van 3 stukken. Alle welke schepen bemand zijn met 4.793 koppen.
In non-actieve dienst waren op gemeld tijdstip: 8 linieschepen, 13 fregatten, 7 korvetten, 9 grote brikken, 3 kleine brikken, 1 stoomschip en een groot aantal gaffel-kanonneerboten.


03 augustus 1838


  ZP - Zeepost

Aangaande het schip ALCYON, kapt. Van der Linden, van Havana naar Rotterdam, den 28 juni te Baltimore binnengelopen – zie nommer 142 – wordt nog van daar gemeld, dat een gedeelte der lading gedurende de doorgestane storm over boord geworpen was.


  ZP - Zeepost

Het schip JULIA, kapt. Ames, van Mobile naar Liverpool, is den 22 juni bij Key West door de bliksem getroffen en tot op het water toe afgebrand. De equipage is gered.


  ZP - Zeepost

Den 29 juli lagen te Cuxhaven wegens tegenwind de schepen de VROUW JANTINA, kapt. Wessels, en HELENA JACOBA (opm: tjalk), kapt. B. Davids, beide van Hamburg naar Amsterdam.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Het nieuw gebouwd tweedeks fregatschip JACOBA MAURINA, kapt. J.A. de Haas, zal in de maand september a.s. naar Batavia vertrekken. Daar deze bodem tot overvoer van passagiers bijzonder geschikt is, worden degenen die daarvan gebruik willen maken, verzocht zich te vervoegen bij de cargadoos Hoyman & Schuurman te Amsterdam. (opm: eerste reis).


 UCO - Utrechtsche Courant

Utrecht, 2 augustus. De brik ELIZA, kapt. Molenaar, van Batavia naar Rotterdam, is den 30 juli, des avonds, te Hellevoetsluis binnen gekomen.


  LC - Leeuwarder Courant

Arnhem, 30 juli. Blijkens de vreemdelingen lijst, is het aantal der hier aangekomen vreemdelingen heden zo groot, dat onderscheidene familiën geen huisvesting in de logementen hebben kunnen vinden, en genoodzaakt zijn geweest op de stoomboot DE ZEEUW, waarmede zij aangekomen waren, te overnachten. (opm: het betreft hier waarschijnlijk migranten, vanuit de Boven-Rijn onderweg naar de Verenigde Staten)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris C.J. Jorritsma, te Sneek, zal publiek, tegen strijk en verhoog gelden, verkopen een uitmuntend Jagt, lang 5 el en 3 palm, met zeil en treil, haken, kloeten, en verder toebehoren, behorende J.A. Bijvoets c.s, na de finale toewijzing te aanvaarden.
Wie gading maken, komen donderdag den 15 augustus e.k. bij de provisionele, en den 30 daaraanvolgend, bij de finale verkoop, ten huize van Jan Tjeerds Nolles, kastelein te Woudsend, telkens des namiddags ten 3 ure.


04 augustus 1838


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Op de 25e augustus aanstaande zal bij publieke veiling te Sourabaija worden verkocht het barkschip ELEONORA met diens inventaris, zo als hetzelve aldaar ter rede is liggende, groot 205 lasten.
Nadere informatiën te bekomen aldaar bij de heren Fraser, Eaton & Co., en alhier bij Paine, Stricker & Co.
Batavia, 3 augustus 1838.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 31 juli. Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse bark WELTEVREDEN, kapt. Lupcke, met een aantal passagiers, vertrokken van Rotterdam de 23e april, en het dito schip NEERLANDS INDIË, kapt. Veening, met vijf passagiers, vertrokken van Amsterdam de 19e april.


06 augustus 1838


  ZP - Zeepost

Het schip MINERVA, kapt. Tiedeman, van Lübeck naar Weymouth, is den 31 juli zwaar lek en met onklare pompen te Douvres (opm: Dover) binnengelopen. Het moet lossen om te repareren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 3 augustus. Gisteren liep alhier op de werf de Naarstigheid met het beste gevolg van stapel het fregatschip BANCA, groot 800 tonnen, gebouwd voor rekening van de heren C. en A. Vlierboom door de scheepsbouwmeesters De Jong, Korteland en Anthony, waarna onmiddellijk op dezelfde werf voor dezelfde rekening de kiel werd opgehaald voor een fregatschip van gelijke grootte, hetwelk de naam zal voeren van KENAU HASSELAAR.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. H.J. Rietveld en J. Schutte Hoyman, makelaars, zullen op maandag de 20e augustus 1838, ’s avonds ten zes ure, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ verkopen een extra welbezeild tweedeks brikschip de VERWACHTING gevoerd bij kapt. H.K. Hillers lang volgens Nederlandse meetbrief 24 el 40 duim, wijd 4 el 42 duim, hol 3 el 87 duim, en alzo groot 185 tonnen of 98 lasten. Verder met al deszelfs opstaand en lopend want, ankers, touwen, zeilen en verdere scheepsgereedschappen.
Breder bij de inventaris en bericht bij bovengenoemde makelaars.


07 augustus 1838


  ZP - Zeepost

Den 20 juni lagen ter rede van Suriname de schepen JULIA, kapt. Hilbrands (om den 30 juni naar Amsterdam te vertrekken), SOPHIA MARIA, kapt. Andresen (om den 28 juni naar dito te vertrekken), NICOLAAS WITSEN, kapt. Lange (om den 7 juli naar dito te vertrekken), PHOENIX, kapt. Kayzer (om den 22 augustus naar dito te vertrekken), REMKO, kapt. Glim, SARA ANNA CORNELIA, kapt. Dijkhuis, HILLEGONDA IDA, kapt. Hendriks, ZEEVAART, kapt. Haasnoot, GEBROEDERS, kapt. Sorgdrager en KOOPHANDEL, kapt. Popcken.


  AH - Algemeen Handelsblad

Zeeland, 2 augustus. De stoomboot de SCHELDE, tussen Vlissingen en Breskens, welke sedert zeven maanden buiten werking was uit hoofde van aanmerkelijke reparatiën, heeft gisteren voor het eerst zijn dienst hervat. Dit belangrijk vervoermiddel, welks gemis zo voor de spoedige en geregelde gemeenschap met het 4e en 5e district als voor reizigers, zich zeer deed gevoelen, is aldus in dit veer hersteld.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Naar Batavia zal in de loop van de maand september vertrekken het nieuw gebouwd gekoperd tweedeks fregatschip LUCIA MARIA, kapt. H. Wente, zijnde hetzelve schip voorzien van een bekwame scheepsdokter. Passagiers voor de reis naar Java, van deszelfs wel ingerichte kajuit wensende gebruik te maken, gelieven zich te vervoegen bij de cargadoors Hoyman & Schuurman te Amsterdam. (opm: eerste reis).


  AH - Algemeen Handelsblad

Schepen in lading te Amsterdam:
Batavia: het gekoperde tweedeks fregatschip WALCHEREN, kapt. Jacob Jansz. Bart, adres bij Coopman & De Witt en Lenaerts, van Olivier & Co., Hoyman & Schuurman en De Vries & Co.
Batavia: het gekoperde tweedeks fregatschip NEPTUNUS, kapt. W.H. Warnsink Czn.,
Adres bij F. der Kinderen.
Batavia: het gekoperde tweedeks barkschip PROVINCIE GRONINGEN, kapt. J.H. Brandt, adres bij Kranenborg & Zn., en de wed. P. Poolman Jzn. & Zoon.
Batavia: het gekoperde tweedeks barkschip HOLLAND, kapt. Riekel Dekker, adres bij B.D. Bosscher.
Batavia: het gekoperde tweedeks barkschip JAVA’S WELVAREN, kapt. Steven van Delden Azn., adres bij d’Arnand & Co.
Batavia: het gekoperde tweedeks pinkschip DE DRIE GEBROEDERS, kapt. Sikke Ysbrands Parma, adres bij Coopman & de Witt en Lenaerts, van Olivier & Co. Hoyman & Schuurman, en De Vries & Co.
Batavia: het gekoperde tweedeks fregatschip HELENA, kapt. Willem Blom, adres bij Coopman & de Witt en Lenaerts, van Olivier & Co., Hoyman & Schuurman en De Vries & Co.
Batavia: het gekoperde tweedeks fregatschip DE KONING DER NEDERLANDEN, kapt. G. W. van Barneveld Kooy, adres bij B.D. Bosscher.
Suriname: het gekoperde tweedeks fregatschip DE JONG WILLEM, kapt. G. van Medevoort, adres bij Hoyman & Schuurman en E. Windhouwer.
Suriname: het tweedeks barkschip MARIA FREDERIKA,, kapt. K.B. de Weerd, adres bij B.D. Bosscher. Sluit 8 augustus.
Suriname: het gekoperde tweedeks fregatschip DE JONGE LODEWIJK ANTHONIE, kapt. Renk Tjebbes, adres bij Hoyman & Schuurman en E. Windhouwer.
Kaap de Goede Hoop: het gekoperde tweedeks barkschip DE RHIJN, kapt. Coenraad Brandligt, adres bij de Vries & Co.
New York: het gekoperde tweedeks fregatschip DE DRIE VRIENDEN, kapt. Jan Sipkes Fzn., adres bij d’Arnand & Co.
Rio de Janeiro: het gekoperde tweedeks barkschip SUSANNA MARIA, kapt. J.F. Spiegelberg, adres bij De Vries & Co., Jan Daniëls & Zoon en Arbman, Coopman & de Witt en Lenaerts en Hoyman & Schuurman.
Bordeaux: het Nederlandse kofschip HET JONGE REINTJE, kapt. R.W. Mellema, adres bij Van Ulphen & Ruys.
Bordeaux: het Nederlands kofschip HET VERTROUWEN, kapt. Boele Jans Bakker, adres bij Van Ulphen & Ruys.
Livorno en Genua: het Nederlandse kofschip MARIA, kapt. S.M. Tanger, adres bij Van den Bey & Co. en Nobel en Holtzapffel.
Marseille: het Nederlandse kofschip DE VOS,, kapt. G. van de Velde, adres bij Van Ulphen & Ruys.
Marseille: het Nederlandse kofschip DE ONDERNEMING, kapt. G.B. Flik, adres bij Van Ulphen & Ruys.
Rochefort: het Nederlandse kofschip FREDERIKA, kapt. Johannes Barends, adres bij Jan Corver & Co.
Bergen: het schoenerschip AMSTERDAM PAQUET, kapt. H.C. Ellertsen, van Bergen, adres bij Canne en Balwé.
Bergen: het schoenerschip DOROTHEA, kapt. J. Walhammer, van Bergen, adres bij P. Scheffer & Zoon.
Bremen: het schip ANNA, kapt. F. Focke, adres bij Blikman & Co.
Bremen: het Nederlandse schip DE GOEDE VERWACHTING, kapt. W.A. de Boer, adres bij Blikman & Co.
Danzig: het Nederlandse smakschip MEDEMBLIK, kapt. Pieter Jacob Carst, adres bij Jan Corver & Co.
Danzig: het Nederlandse kofschip DE EENDRAGT, kapt. P.C. Koops, adres bij de wed. Jan Salm & Meijer en H. A. Hespe.
Hamburg en Altona: het schip FORTUNA, kapt. W.O. Wilters, adres bij J.C. van Oven.
Koningsbergen: het Nederlandse kofschip OUDEWERF, kapt. J.H. Jonker, adres bij Kranenborg & Zonen en de wed. P. Poolman Jz. & Zoon.
Koningsbergen: het Nederlandse smakschip GEZINA, kapt. Philippus K. de Boer, adres bij de wed. Jan Salm & Meyer en H.A. Hespe.
Kopenhagen: het Nederlandse kofschip MEINSINA,, kapt. W. T. Kniper, adres bij Da Costa & Bueno.
Petersburg: het Nederlandse kofschip KATHARINA, kapt. H.H. Bakker, adres bij Coopman & De Witt en Lenaerts, F. Smit, De Vries & Co. en F. der Kinderen.
Petersburg: het Nederlandse kofschip DE VLIJT, kapt. Jans Simons Bakker, adres bij de wed. J. Salm & Meijer en H.A. Hespe.
Petersburg: het Nederlandse kofschip ANNA ALIDA, kapt. G..J. Kortryk, adres bij Kranenborg & Zonen en de wed. P. Poolman Jzn & Zoon.
Riga: het Nederlandse kofschip JEREMIAS, kapt. Sake Luitjes Stellingwerf, adres bij Jan Daniëls & Zonen en Arbman.
Stettin: het Nederlandse kofschip BOUGINA, kapt. Remke J. de Jonge, adres bij Blikman & Co.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen. Binnengekomen: den 29 juli het kofschip ALIDA, kapt. K.H. Scholtens, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad).
Den 30 dito het barkschip SPITSBERGEN, kapt. H. Rickmers, van Groenland.
Den 2 augustus het stoomschip SCOTIA, kapt. J. Mowle en het schoenerschip LIVELY, kapt. S.H. Finch, beide van Londen.
Den 3 dito het schoenerschip FLORA, kapt. J. Manning, van Londen.
Uitgezeild: den 31 juli de kofschepen de HOUTHANDEL, kapt. D.K. de Grooth, de JONGE JAN, kapt. J.K. Bart, JAN FREERK, kapt. G.H. Smit en de JONGE DIRK, kapt. W.H. Mulder, alle vier naar Noorwegen.
Den 2 augustus de kofschepen ARENDINA, kapt. H.D. de Grooth, WILLEM, kapt. H.W. Kiers, WILHELMINA, kapt. R.K. Visser, CONCORDIA, kapt. H.B. Drok en het smakschip JETSKA CORNELIA, kapt. K.E. Vos, alle vijf naar Noorwegen.
Den 3 dito de schoenerschepen UNION, kapt. H.B. Disneij en HOPE, kapt. W. Cousins, beide naar Londen, het kofschip MARTHA ALIDA, kapt. K.H. Plukker, naar Schotland.
Den 4 dito het kofschip MARGARETHA, kapt. K.F. Harding, het smakschip DOROTHEA MARIA, kapt. D.J. de Grooth en het hoekerschip ENIGHEDEN, kapt. C. Otten, alle drie naar Noorwegen, het stoomschip SCOTIA, kapt. J. Mowle, naar Londen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Noord-Hollandsche en Vriese Stoomschip-Associatie.
Het aan deze maatschappij behorende stoomschip der eerste klasse de SCOTIA, kapt. J. Mowle, vertrekt van Harlingen naar Londen, met passagiers en goederen, op zaterdag 11 augustus 1838, des middags om 12 of 1 uur.
Verdere inlichtingen te bekomen bij de heren Wed. Bouwe Rodenhuis & Zonen, te Harlingen, bij wien tevens gelegenheid is om tot een zeer moderate premie de goederen die met de SCOTIA worden afgezonden, voor zeeschade verzekerd te krijgen.
(opm: een Engelse rederij met een onder Engelse vlag varend schip)


08 augustus 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

De Engelse schoener CAMPBELL, kapt. Francis Anley, met wijn van Cette naar Hamburg, is, volgens brief van Texel van de 4e augustus, in de avond van de 2e dito door dikke mist en harde wind op de Eijerlandse buitengronden gestrand en zal weg zijn. Van de lading en de tuigage is een klein gedeelte geborgen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoop van schepen te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ op maandag 6 augustus 1838: het welbezeild gekoperd en met koperen bouten voorzien barkschip CLARA HENRIETTE, kapt. Daniel Grim: NLG. 28.000, in slag NLG 2, totaal NLG 28.002. Koper F. der Kinderen (opm: een makelaar, optredende voor zijn opdrachtgever koopman J. Goedkoop, Amsterdam; deze verkocht 50% aandeel aan plaatsgenoot Kranenborg & Zonen; als HENDRIK WESTER ging de tot bark vertuigde brik onder kapt. H.D. van Wijk weer in de vaart).


  JC - Javasche Courant

Batavia, 4 augustus. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip CHERIBON PACKET, kapt. C. Kemish, vertrokken van Calcutta de 26e juni.


  JC - Javasche Courant

Zr.Ms. fregat DIANA, commandant kapt.t.zee J.C. Koopman, is de 5e augustus van Batavia naar Nederland vertrokken.


09 augustus 1838


  ZP - Zeepost

Het schip MARGARETHA, kapt. Kimme, met suiker van Amsterdam naar Bremen, is volgens brief van Enkhuizen van den 8 augustus, aldaar in zinkende staat binnengebracht.


  AH - Algemeen Handelsblad

Wij vernemen, dat de 10e augustus e.k. des namiddags ten 5½ ure, het stoomschip WILLEM DE EERSTE van de werf De Haan, in de Groote Bikkerstraat alhier, zal te water gebracht worden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Naar Batavia ligt in het Westerdok alhier in lading om in het laatst dezer maand in het Nieuwediep tot vertrek gereed te zijn het op de zeilage nieuw gebouwd en gekoperd tweedeks barkschip CHERIBON, gevoerd door kapt. A.C. van Braam Houckgeest, zijnde bijzonder wel ingericht voor passagiers. Iemand voor de overtocht naar Java of ter inscheping van goederen van deze gelegenheid gebruik willende maken, gelieve zich te adresseren bij de cargadoor B.D. Bosscher op de Buitenkant no. 26 te Amsterdam. (opm: eerste reis).


  RC - Rotterdamsche Courant

Advertentie. Schepen in lading.
Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia, het Nederlands gekoperd brikschip ANJER, kapt. D.G. Kleve (opm: nieuwe kapitein).
Adres ten kantore van Kuyper, Van Dam en Smeer en Blokhuyzen.


10 augustus 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Monnikendam, 5 augustus. Heden is tot veel genoegen der ingezetenen bij de scheepsbouwmeesters, de heren Gebr. Kater, de kiel gelegd voor een galjootschip, groot 200 lasten, voor rekening van de heer J.J. Beerekamp te Amsterdam.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Kopenhagen, 14 juli. In de eerste helft van dit jaar zijn 4.578 schepen, waaronder 411 Nederlandse, door de Sont gepasseerd, zijnde 647 minder dan in 1837 over hetzelfde tijdvak, alhoewel men in dit jaar reeds 60 Nederlandse bodems meer telt dan in 1837. Men schrijft deze vermeerdering toe aan het prijshouden der granen in de Nederlanden, waardoor de vraag naar schepen op de Oostzee voorduurt en ook hebben de graanprijzen in de havens der Oostzee een verhoging ondergaan, in het vooruitzigt, dat de behoefte in Engeland en Frankrijk tegen het najaar zal toenemen. Men denkt dat de oogst in Rusland door aanhoudende droogte laag en middelmatig zal inkomen.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Zierikzee, 9 augustus. Heden is hier gearriveerd het Engels brikschip BILBAO, kapt. R. Fox, van New-Castle met steenkolen voor deze stad.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Zierikzee, 8 augustus. In de morgen van den 6 dezer is, bij het eiland Schouwen, verongelukt het Franse brikschip TITUS, kapt. Le Merle, komende van Adra en gedestineerd naar Rotterdam, geladen met lood. De equipage, bestaande uit negen manschappen, is hedenmorgen door de schippers Adrianus Visser Sr en Izac de Waerd, ingezetenen van deze stad, gered en allen hier aangebracht.
Het verhaal van deze schippers komt hoofdzakelijk hierop neer: Op den 7 augustus j.l, de schippers Adrianus Visser Sr en Izac de Waerd liggende met hun vaartuigen te Burghsluis, op het westeinde van het eiland Schouwen, bij gerucht vernomen hebbende, dat er een schip was zittende op een bank genaamd het Oestert, begaven zich, alzo zij door de hevige storm, voor het ogenblik buiten staat waren, zich met hun vaartuigen in zee te begeven, naar de hoogste duin van het eiland, alwaar zij met behulp van een verrekijker, op verre afstand een brikschip zagen zitten, met de masten alleen boven water, en, bij dezelfde gelegenheid, ook opmerkte een kofschip, hetwelk alleen met zijn topzeil langs het verongelukte brikschip zeilende, hetzelve topzeil brassende, op die hoogte enige minuten vertoefde en daarna doorzeilde naar Goeree, hetgeen hen deed vermoeden, dat er misschien enige manschappen, van hetzelve brikschip, in de masten zaten, welke de opmerkzaamheid van het zeilende kofschip hadden tot zich getrokken, doch door hetzelve, uit hoofde van het stormweer, niet hadden kunnen gered worden.
Ofschoon nu bij de bovengemelde schippers alleen het vermoeden bestond, dat er zich mensen, in gevaar van hun leven te verliezen, bevonden, werd evenwel hun menslievendheid zo zeer opgewekt, dat zij dadelijk het besluit namen om, zodra de mogelijkheid bestond, al ware dat er dan ook nog enig gevaar bij gepaard, hun opgevat vermoeden te doen veranderen in zekerheid, door met hun vaartuigen zich te begeven naar het verongelukte brikschip zelve.
In de morgen van de volgende dag, zijnde den 8 augustus, ongeveer 4 uur, zeilden dan de beide schippers met hun vaartuigen, niettegenstaande de hevige NW wind, hoge zee en branding, naar het meergemelde brikschip, wordende zelfs Visser door een stortzee, welke in zijn vaartuig sloeg en waardoor een man van zijn equipage bijna over boord geslagen werd, niet afgeschrikt om in zijn besluit, van mogelijk mensen te kunnen redden, te volharden. Doch doorzeilende, meende men geen menselijk wezen op hetzelve te erkennen, waardoor de Waerd aan Visser toeriep: “er zijn geen mensen aan boord”, en weer naar de wal terugzeilde, waarop Visser nog eenmaal uitzag en toen enige beweging in de voormars van het fokkewant meende te zien, gelijk naderhand ook gebleken is het wenken te zijn geweest van de schipbreukelingen, waarop zij naar het schip terugkeerden. Nu evenwel, het schip meer en meer naderende, verkreeg men de zekerheid, dat er enige manschappen van hetzelve zich in de voormars bevonden, hetgeen hen aanmoedigde om alles in het werk te stellen, tot redding van die ongelukkige schipbreukelingen.
Aan hetzelve brikschip genaderd, zeilde de Waerd langs de voormars zo kort mogelijk, waardoor twee der manschappen in de gelegenheid gesteld waren, om uit de voormars in het vaartuig te springen. Nu volgde Visser het voorbeeld van de Waerd, en had geluk twee andere manschappen uit hetzelve voormars aan te pakken en tegelijk twee andere door middel van een toegeworpen touw, terwijl eindelijk Visser, voor de tweede maal langs de voormars zeilende, de laatste schipbreukeling, zijnde de stuurman, insgelijk door het uitwerpen van een touw, het leven redde en waardoor hij bij de laatste poging nog enige schade aan zijn vaartuig bekwam.
Alzo nu alle de manschappen van hetzelve brikschip, negen in getal, gered waren, stevenden beide schippers hun vaartuigen naar deze stad, alwaar zij in de middag behouden mochten aankomen. En wanneer men nu in aanmerking neemt dat er van deze negen schipbreukelingen er vijf zijn, van welke, alvorens zich in de voormars te kunnen redden, armen, benen en andere ledematen deels gebroken, deels zwaar gekneusd waren (veroorzaakt door het uitzetten der sloep) en daarbij opgemerkt, dat alle ongelukkigen gedurende 51 uur, beroofd van spijs en drank en niets hebbende om hun dorst te lessen, het zeewater hebben gedronken.
De namen van hen, welke zich bij die gelegenheid aan boord bevonden van gemelde twee vaartuigen, verdienen bij deze een eervolle vermelding, vanwege de grote bereidvaardigheid, deze zijn: Johannes Visser, Leenderd Visser, Hubrecht de Vos, Frans Visser, Adrianus Visser Jr, Adrianus de Vos, schipper Lambrecht de Waerd, Arend de Waerd, Jan de Waerd, Johannes Heuzeveld en Jan de Pruijs. (opm: zie ook LC 140838 en ZZC 091138 en ook NRC van 26 juni 1880)
De weled.achtb. heer M.C. de Crane, burgemeester van deze stad, heeft zorg gedragen dat de schipbreukelingen bij hun aankomst behoorlijk werden verzorgd, en de vijf gekwetsten in het Liefdadig Armengesticht alhier ondergebracht, waar zij zich onder behandeling van de genees- en heelkundige faculteit bevinden.
Dit is in een tijdvak van 4 maanden dat genoemde schipper Visser reeds drie en schipper De Waerd twee equipages van verbrijzelde schepen hebben gered.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een extra best, welbezeild, beschoten Tjalkschip, lang 22 el, wijd 4 el 3 palm, groot 47 ton, zijnde een buitenvaarder van de sterkste soort, liggende te Bergumerdam; te bevragen bij J.S. de Boer, aldaar, en Bouwke Oostergaa, aan de Wanswerder Streek bij Birdaard. Zegt het voort.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Twee á drie scheepstimmerknechten kunnen van stonden aan of den 25 september aanstaande vast werk bekomen bij Jelle J. Croles, te IJlst.


11 augustus 1838


  ZP - Zeepost

Te Amsterdam zijn den 10 augustus gearriveerd de schepen:
- JOHANNA DE VRIES (opm: kof), kapt. L.C. de Vries, van Genua en Nissa (opm: Nice) met olijfolie, sucade, vruchten etc.
- De VERWAGTING (opm: smak), kapt. J. Eilers, van Wemyss, met steenkolen.
- VRIENDSCHAP (opm: kof), kapt. B.J. de Boer, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) met tarwe.
- ELISABETH (opm: kof), kapt. J.G. Engelsman, van Koningsbergen met tarwe.
- GEERDINA, (opm: kof) kapt. H.W. Stuit, van Dantzig (opm: Gdansk) met tarwe en houtwerk.


  ZP - Zeepost

Kaap de Goede Hoop, 1 juni. Zr.Ms. brik DE SNELHEID, commandant luit. Ferguson, van Madras komende, vertrok heden van hier naar Nederland.


  ZP - Zeepost

In de nacht van 8 op 9 augustus is bij het Vlie op de punt van de Horst gestrand een met delen (opm: dikke planken) beladen Zweedse bark, de naam onbekend. De equipage is met schuiten van Texel gered en aldaar aangebracht (opm: zie ZP 140837).


  ZP - Zeepost

Aangaande het schip (opm: fregat) de DORDTENAAR, kapt. J.F.P.A. Abbema, van Sourabaya naar Dordrecht, den 28 mei aan de Kaap de Goede Hoop binnengelopen, wordt van den 1 juni van daar gemeld, dat hetzelve in twee zware stormen, de eerste van den 2 tot den 3, en de tweede van den 9 tot den 13 mei, zware lekkage bekomen, roer en boegspriet gebroken en de verschansing verloren had. Ook vreesde de kapitein voor zware schade aan de lading. (opm: zie ook ZP 230638, 280838, 221038, 231038, 301038, 041238, 071238, 111238 en 141238)


  ZP - Zeepost

De stoomboot WILLEM DE EERSTE is op gisteren de 10e augustus, ’s namiddags 5½ uur, reeds gekoperd zijnde, met het beste gevolg te water gelaten (opm: scheepsbouwmeester J.R. Boelen, werf de Haan, Amsterdam, zie ook DC 140838


  AH - Algemeen Handelsblad

Kampen, 8 augustus. Men verneemt, dat de ijzeren IJselstoomboot laatstleden maandag (opm: 6 augustus) met goed gevolg een proeftocht heeft gedaan en nu eerlang op de IJsel verwacht wordt, gelijk mede de zeeboot (opm: voor de vaart op de Zuiderzee), die te Amsterdam wordt gemeubileerd.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 10 augustus. Door berichten van de Kaap de Goede Hoop, van 1 juni, verneemt men, dat het fregatschip de DORTENAAR, kapt. Abbema, van deze stad, ten gevolge der op de terugreis van Batavia bekomen schade in twee geweldig harde stormen, de eerste van den 2 tot den 5, en de tweede van den 9 tot den 12 mei, den 28 mei met een zwaar lek schip, gebroken roer en boegspriet en verloren verschansing, in Simonsbaai is binnengelopen, en er vrees voor grote schade aan de lading bestond; den 30 mei had een formele beschouwing van de beschadigde staat plaats gehad. Den 29 mei, daags na de DORTENAAR, was ook in Simonsbaai zwaar beschadigd binnengelopen het barkschip de TWEED, van Hull, komende van Manilla en bestemd naar London.
Volgens dezelfde berichten, moet Zr.Ms. brik de SNELHEID, gecommandeerd door de luitenant Ferguson, en welke den 16 mei, almede met schade, in baai Fals was binnengelopen, den 1 juni de reis naar het vaderland vervorderd hebben.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Dordrecht ligt in lading voor goederen en passagiers, naar Batavia, om tegen het einde dezer maand te vertrekken, het snelzeilend nieuw gekoperd brikschip de DANKBAARHEID, kapt. T. Veldman. Adres bij de cargadoors J.B. ’t Hooft en G. Mauritz.


  DC - Dordtsche Courant

Brielle, 8 augustus. Kapt. J.N. Coxon is gisteren wegens lekkage naar Rotterdam opgezeild.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 9 augustus. Gisteren zijn hier aangekomen het Nederlandse schip GENERAAL CHASSÉ, kapt. M. Harkema, met een aantal passagiers, vertrokken van Rotterdam de 4e mei, en de dito bark FACTORIJ, kapt. P. Jansen, vertrokken van Rotterdam de 22e april.
Heden zijn hier aangekomen de dito bark DE MAAS, kapt. M. van Velthoven, vertrokken van Calcutta de 26e juni, en het dito schip NEERLANDS KONING, kapt. M. Schaap, met een aantal passagiers, vertrokken van Rotterdam de 22e april.


13 augustus 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. J.E. Lublink, F. der Kinderen, H. Salm en C.F. Kopersmit, makelaars, zullen op maandag de 27e augustus 1838, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte, verkopen een extra ordinair welbezeild, gekoperd en met koperen bouten voorzien tweedeks fregatschip, genaamd RESOLUTIE, varende onder Nederlandse vlag, en gevoerd door kapt. J.N. Schnijder, volgens Nederlandse meetbrief lang 35 ellen 80 duimen, wijd 6 ellen 73 duimen, hol 5 ellen 47 duimen, en alzo gemeten op 586 tonnen of 309 lasten.
Breder bij inventaris en bericht bij bovengemelde makelaars. (opm: het fregat, gebouwd in Rügenwalde, in 1819 als IDUNA uit het buitenland aangekocht, werd in etappes uiteindelijk verkocht voor de sloop, zie diverse latere berichten waaronder AH 260938)


14 augustus 1838


  ZP - Zeepost

De Zweedse bark, de 8/9 augustus op de punt van de Horst bij het Vlie gestrand – zie nommer 155 – is genaamd UNION, gevoerd geweest door kapt. A. Hernst (opm: kapt. August Nernest, zie ook AH 160838 en LC 110938), van Lulea met delen naar Marseille gedestineerd.


  ZP - Zeepost

Het schip PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN, kapt. Kok (brik, ook wel kapt. C.A. de Cock, of Cocque), van Dordrecht naar Batavia, den 29 juni lek te Lisbon binnengelopen – zie nommer 130 – heeft den 22 juli de reis voortgezet. (opm: zie ook volgend bericht).


  AH - Algemeen Handelsblad

Texel, 12 augustus. Heden nacht is in de gronden van het Eijerland komen te vervallen de Engelse schoener PENELOPE, kapt. W.M. Mullan, van Venetië, laatst van Gibraltar, naar Amsterdam gedestineerd, beladen met raapzaad. De equipage is gered en in de haven van Texel gebracht.


  DC - Dordtsche Courant

Te Amsterdam is vrijdagavond van de werf De Haan, in de Groote Bikkerstraat, te water gelaten de stoomboot WILLEM DE EERSTE, gebouwd voor de Amsterdamsche Stoomboot-Maatschappij. (opm: zie ook ZP 110838).


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Voornemens zijnde om op zaterdag den 18 dezer, ’s namiddags ten twee ure, van de werf De Nijverheid, te Schiedam, in het water te laten het fregatschip WILLEM DE EERSTE, zo hebben wij het van onzer plicht geacht onze geëerde begunstigers daarvan te informeren.
Dordrecht, 13 augustus 1838, C. Gips & Zonen.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen. Binnengekomen: den 8 augustus het kofschip de JONGE DERK, kapt. H.E. Vos, van Riga.
Den 9 dito het schoenerschip MONARCH, kapt. A. Gallawaij en het stoomschip SCOTIA, kapt. J. Mowle, beide van Londen.
Den 10 dito het schoenerschip NORTHAM, kapt. C. Carter, van Londen, het kofschip EGBERTUS, kapt. K.H. Bakker, van Christiaansand.
Uitgezeild: den 10 augustus de schoenerschepen FRIENDS, kapt. J. Manning en FAME, kapt. W. Barfield, beide naar Londen.
Den 11 dito het stoomschip SCOTIA, kapt. J. Mowle, naar Londen.


  LC - Leeuwarder Courant

Den 8 dezer hebben de Zierikzeese schippers Adrianus Visser Sr. en Izac de Waerd, die met hunne vaartuigen te Burgsluis op het westeinde van het eiland Schouwen lagen, het geluk gehad om de equipage te redden van de Franse brik TITUS, kapitein Le Merle, van Adra naar Rotterdam, met lood geladen, welke in de ochtend van den 6 dezer nabij Schouwen verongelukt was (opm: zie ZZC 100838 en 091138). Met grote stoutmoedigheid en met voorbijzien van alle gevaar, waren genoemde brave schippers naar het wrak gestevend en hadden al de manschap, uit negen personen bestaande, die sedert vijftig uren lang, zonder spijs en drank, in de hachelijkste toestand in de voormast zaten, gered en behouden te Zierikzee aan wal gebracht, waar zij door de zorgen van de burgermeester, de heer C. de Crane, liefderijk opgenomen en behoorlijk verzorgd zijn.
De schippersgasten, die zich aan boord van de gemelde twee vaartuigen bevonden en door voorbeeldige inspanning van krachten het menslievend doel van hun schippers hebben bevorderd, heten Johannes Visser, Leendert Visser, Hubrecht de Vos, Frans Visser, Adrianus Visser sr, Adrianus de Vos, schippers, Lambrecht de Waerd, Arend de Waerd, Jan de Waerd, Johannes Heuzeveld en Jan de Pruis.
In vier maanden tijds heeft schipper Adrianus Visser sr. reeds drie, en schipper Izac de Waerd twee equipagien van vergane schepen gered.


15 augustus 1838


  ZP - Zeepost

Wij zijn verzocht het volgende te plaatsen: Het in een der dagbladen medegedeelde bericht, dat den 22 juli van Lisbon vertrokken zoude zijn de bark PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN, kapt. P. Huidekoper, van Amsterdam naar Batavia, den 29 juni aldaar met onklare pompen binnengelopen, is gebreken abusief te zijn, daar de bark PRINS FEDERIK DER NEDERLANDEN, welke aldaar lek was binnengelopen – zie nommer 129 en 157 – gevoerd wordt door kapt. Kok, en van Dordrecht naar Batavia gedestineerd is, en het fregatschip PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN, gevoerd door kapt. P. Huidekoper, van Amsterdam naar Batavia, den 1 juli uit Texel is vertrokken.


  ZP - Zeepost

Het Nederlandse stoomschip BATAVIER, kapt. Dunlop, den 14 van Brielle naar Londen vertrokken, is door de hoge zee teruggekomen en van daar opgestoomd naar Hellevoetsluis.


  ZP - Zeepost

Den 9 augustus lagen te Cuxhaven wegens tegenwind de schepen JUFVROUW MARTHA, kapt. Mulder, MINERVA, kapt. Kroger, VROUW JANTJE, kapt. De Vries, VROUW IDA, kapt. De Vries, ALBERDINA, kapt. Joosten, CATHARINA, kapt. Kopcke, JETSINA, kapt. Bakker, en REGINA, kapt. Riebeling, allen van Hamburg naar Amsterdam, VROUW TIETJE, kapt. Visser, van dito naar Rotterdam, VROUW HELENA, kapt. Esbra en GEERTRUIDA, kapt. Bontekoe, van dito naar Groningen, VROUW NEELTJE, kapt. Kuiper, van dito naar Stettin (opm: Szczecin), HELENA JACOBA, kapt. Davids, van Kopenhagen naar Amsterdam, JONGE JACOB, kapt. De Vries, van Bremen naar Amsterdam, en de EENDRAGT, kapt. Kolder, van Rostock naar Hull.


  AB - Avondbode

Antwerpen, 12 augustus. Binnengekomen LOUISE, kapt. L.F. Mussche, van Havanna.
(opm: na lossing werd de brik vertuigd tot schoener-brik)


  JC - Javasche Courant

Advertentie. In de loop van deze maand zal door de Wees- en Boedelkamer te Samarang op publieke vendutie worden verkocht de alhier ter rede liggende bark SALAMET, toebehorende tot de boedel van de nu wijlen Maleier Intje Abdul Rahim Alie.
Samarang, 30 juli 1838, namens het college voornoemd, de boekhouder P.D. van Ossenbruggen.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. De publieke verkoop van de bark KALIE MAAS, groot 145 lasten, zal plaats vinden in de loop der volgende week op een in de volgende courant te bepalen dag, liggende de inventaris ter visie ten vendu-kantore. (opm: de verkoping vond plaats op 22 augustus te Batavia; het schip lag ter rede van Batavia en was eigendom van de gewezen firma De Nijs, Brown & Co. te Samarang).


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Op de 27e augustus 1838 zal te Grissee publiek worden verkocht de gekoperde bark FATHAL HAIR, toebehorende aan de boedel van wijlen Sech Oemar Bahanan.
Said Alie bin Achmat Segaf, q.q.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 13 augustus. De 11e dezer zijn hier aangekomen de Nederlandse bark SOERABAIJA, kapt. C. Neurenberg, met een passagier, vertrokken van Rotterdam de 22e april, en het dito schip J.C.J. VAN SPEIJK, kapt. M.A. Smit, vertrokken van Rotterdam de 23e april.
Gisteren zijn hier aangekomen het Nederlandse schip de VROUW HENDRIKA, kapt. H. Zoetelief, vertrokken van Amsterdam de 14e april, en het dito schip de JONGE ADRIANA, kapt. C.F. Hempel, met twee passagiers, vertrokken van Rotterdam de 22e april.
Heden zijn hier aangekomen het Nederlandse schip BATAVIER, kapt. J.F. Scharper, met twee passagiers, vertrokken van Rotterdam de 22e april, het dito schip VLASHANDEL, kapt. H.H. Uil, met een passagier, vertrokken van Rotterdam de 22e april, en het dito schip ANNA CATHARINA, kapt. P. Bakker, met een passagier, vertrokken van Amsterdam de 14e april.


16 augustus 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

De Zweedse bark UNION, kapt. August Nernst, met delen van Lulea naar Marseille, is, volgens brief van Texel van de 11e augustus, in de nacht tussen de 8e en 9e dito, bij harde wind en dikke mist, in de Eijerlandsche Buitengronden vervallen en op de punt van de Horst gestrand; het volk, bestaande uit dertien man, is gered en een gedeelte der deklast geborgen, doch het schip zal geheel weg zijn.


  AH - Algemeen Handelsblad

Volgens brief van Zoltkamp van de 11e augustus, is op het Simonszand, tussen Schiermonnikoog en Rottum gestrand, een Engelse brik, beladen met steenkolen; de equipage, ten getale van zeven man, heeft zich in de sloep gered en is te Hornhuizen, een uur van Zoltkamp, aan de wal gekomen; aldaar niemand de Engelse taal verstaande, had men de scheeps- of kapiteinsnaam, noch de destinatie kunnen ontwaar worden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Arnhem, 13 augustus. Men bericht ons, dat morgenavond alhier zal aankomen de geheel nieuwe ijzeren stoomboot genaamd de ADMIRAAL VAN KINSBERGEN, die eerlang als zeeboot de dienst zal doen tussen Amsterdam en Kampen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Binnengekomen. Helvoetsluis, 14 augustus. Gisteren FORTUNA, F. Taay van Nerva.


17 augustus 1838


  ZP - Zeepost

Van Duinkerken zijn op 10 maart naar Rotterdam vertrokken de stoomschepen PRINCES VAN ORANJE, kapt. H.C. Kool, en l’ESTAFETTE, kapt. E. Perre.


  ZP - Zeepost

Havana, 4 juli. Zr.Ms. brik PEGASUS, commandant kapt.luit Meurer, arriveerde heden alhier van Curaçao.


  ZP - Zeepost

Het schip ELIZA, kapt. McKensie, van Newcastle naar Cuxhaven, is den 11 augustus op Simonszand bij Rottum gestrand. De equipage heeft zich met de sloep gered en is te Hornhuizen aangekomen. (opm: zie ook LC 190739).


  ZP - Zeepost

Het schip de GOEDE HOOP, kapt. Oostra (opm: kof, kapt. Jan Roelfs Oostra), van Dantzig (opm: Gdansk) met tarwe en as naar Rotterdam, is volgens bericht van Svaneke (Bornholm) in dato 5 augustus aldaar zwaar lek binnengelopen. Het is bezig te lossen om te repareren. (opm: zie ZP 011038).


  ZP - Zeepost

Het schip de JONGE HENDRIKA, kapt. Wever (opm: kof JONGE HENDRIK, kapt. Tidde Jacobs Wever), van Dantzig (opm: Gdansk) naar Caen, is den 10 augustus lek en met verlies van boegspriet te Elseneur (opm: Helsingör) binnengelopen (opm: zie PGC 040938).


  AH - Algemeen Handelsblad

Aangaande de schoener PENELOPE, kapt. William M. Mullan, van Venetië naar Amsterdam, op de Eijerlandsche Buitengronden gestrand, wordt van Texel van de 13e augustus gemeld, dat dezelve op een zeer gevaarlijke bank vastzittende was en, ofschoon nieuw en gekoperd zijnde, vermoedelijk weg zijn zoude; een gedeelte der tuigage, drie ankers en een boot waren geborgen en men hoopte, bij gunstig weder, ook een gedeelte der lading te zullen bergen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Het schip CONCORDIA, kapt. J.H. de Wit, voor kapt. J.D. Diets, van Archangel naar Zaandam, is, volgens particulier bericht, de 14e augustus in Texel binnengekomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Rijn- en IJssel-Stoomboot-Maatschappij. De directie bericht dat de dienst tussen Amsterdam en Kampen, vice versa, te beginnen met zondag de 19e augustus, des middags ten twaalf uur van Kampen zal worden geopend, en dat dezelve dagelijks, van Amsterdam te beginnen met maandag de 20e daaraanvolgende, ’s morgens ten 6 uur, en van Kampen een uur na de aankomst der Boot van Amsterdam, tot nadere aankondiging zal worden voortgezet.
Nadere informatiën bij de Agenten Westenenk en Frowein te Amsterdam en Engelenburg en Van Romunde te Kampen.
De directie voornoemd, Westenenk, Budde.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een zeer snelzeilende boot, hebbende veertien prijzen gewonnen, lang over steven 6 el 10 duim, wijd 2 el 12 duim, hol 1 el 4 duim, met twee stel zeilen, alles in een goede toestand. Nader onderricht bij H.W. de Vries, te Kuikhorne.


18 augustus 1838


  ZP - Zeepost

Helvoet, 17 augustus. Zr.Ms. oorlogskorvet NEHALENNIA, commandant kapt.luit. Lans, is heden van her naar zee vertrokken, gesleept wordende door Zr.Ms. stoomschip CERBERUS, commandant kapt.luit Van Frank. (opm: de NEHALENNIA kwam de volgende dag weer uit zee terug; de reden wordt niet vermeld).


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Dordrecht ligt in lading naar Batavia, voor passagiers en goederen, het opnieuw gekoperd Nederlands fregatschip de STAD DORDRECHT, kapt. Jan van Nassau, om in de loop dezer maand te vertrekken; hetzelve heeft zeer goede inrichtingen voor passagiers. Adres bij de cargadoors G. Mauritz, J.B. ’t Hooft en Sandberg & Co., aldaar.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 16 augustus. Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark THEODORA EN SARA, kapt. J. Schut, met vijf passagiers, vertrokken van Amsterdam de 14e april.


19 augustus 1838


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen. Binnengekomen: den 11 juni het schoenerschip LIVELY, kapt. S.H. Finch, van Londen.
Den 14 dito het schoenerschip FLORA, kapt. J. Manning, van Londen; het kofschip NIMPHIA, kapt. H.K. de Weerd, van Dantzig (opm: Gdansk) het schoenerschip MINERVA, kapt. L. Ellessen, van Oostrisoer.
Uitgezeild: den 10 juni het kofschip MARGARETHA, kapt. T.K. Mulder, het smakschip de VROUW ANTJE, kapt. J. Scherpbier, en het hoekerschip ENIGHEDEN, kapt. C. Olsen, alle drie naar Noorwegen; het schoenerschip SARAH & HELEN, kapt. J.Atkins, naar Newcastle, de kofschepen ZELDENRUST, kapt. G.A. Jonkhoff, naar Stockton, de JONGE JOHAN VAN LETTEN, kapt. J.U. Hansen en MINERVA, kapt. H. Albers, beide op avontuur.
Den 13 dito het kofschip de JONGE DIRK, kapt. W.H. Mulder, naar Noorwegen.
Den 15 dito het kofschip de HOUTHANDEL, kapt. D.K. de Grooth, naar Noorwegen, de schoenerschepen UNION, kapt. H.B. Disneij en FRIENDS, kapt. J. Manning, beide naar Londen, het kofschip COURIER, kapt. N.M. Lindegaard, naar Leith.
Den 16 dito het kofschip NEPTUNUS, kapt. K.D. de Jong, naar Havanah.


20 augustus 1838


  ZP - Zeepost

Uit Smyrna (opm: Izmir) wordt gemeld, dat den 27 juli aldaar van Athene en Syra (opm: Ermoepolis, Siros eiland) arriveerde Zr.Ms. brik MERCUUR, commandant kapt.luit Tunning.


  ZP - Zeepost

Het schip IDA MATHILDA, kapt. Kraeft, van Stralsund naar …., is den 10 augustus in het Kattegat tussen Kullen en Anholt gezonken. De equipage is gered en den 11 dito te Elseneur (opm: Helsingör) aangebracht.


  ZP - Zeepost

Het schip REGINA, kapt. Riebeling, van Hamburg naar Amsterdam, is volgens bericht uit Glückstad van 16 augustus aldaar met schade binnengelopen. Hetzelve had de lading gelost en het schip was op de werf gehaald om te repareren.


  AH - Algemeen Handelsblad

De schoener CAMPBELL, kapt. Francis Anley, van Cette naar Hamburg, op de Eijerlandsche Buitengronden gestrand, is, volgens brief van Texel van de 16e augustus, nadat de gehele lading zwaar beschadigd door schuiten geborgen was, weder af en de 15e dito aldaar in de haven binnengebracht.


  AH - Algemeen Handelsblad

Aangaande het schip PENELOPE, kapt. William M. Mullan, van Venetië naar Amsterdam, op de Eijerlandsche buitengronden gestrand, wordt van Texel van de 16e augustus gemeld, dat hetzelve de masten en het roer verloren had, doch van de lading de vorige dag reeds tussen de 20 en 25 lasten raapzaad geborgen waren, en steeds, met gestadige hulp der equipage daarmede voortgegaan werd; men hoopte ook het schip nog weder te zullen afbrengen.


21 augustus 1838


  ZP - Zeepost

Verkoop van schepen te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ op maandag 20 augustus 1838: het brikschip de VERWACHTING, kapt. H.K. Hillers: NLG 5.000, in slag NLG 1200, totaal NLG 6.200. Koper J.H.A. Balwé. (opm: makelaar, handelend namens Harmens en Zoonen, Harlingen).


  AH - Algemeen Handelsblad

Kampen, 18 augustus. De zeeboot van de Rijn- en IJsel-Stoomboot Maatschappij, de ADMIRAAL VAN KINSBERGEN, heeft de 17e dezer de proeftocht volbracht, hebbende dezelve naar Amsterdam in 6½ uur en terug in 6 uur afgelegd. Wanneer de machinerie haar volle werking heeft, koestert men de hoop, dat de boot in het vervolg de reis in kortere tijd zal kunnen doen, terwijl men de overtuiging heeft, dat de boot een volkomen goed zeeschip is en aan geen schudding, die men op andere boten ondervindt, onderhevig is.


  DC - Dordtsche Courant

Schiedam, 18 augustus. Heden namiddag is alhier met het beste gevolg van de scheepstimmerwerf De Nijverheid, door de scheepsbouwmeesters C. Gips & Zonen, te water gelaten het fregatschip WILLEM DE EERSTE, gevoerd zullende worden door kapt. H. Poppen, en onmiddellijk daarna de kiel gelegd van het fregatschip OUD-NEDERLAND, groot circa 600 lasten, beiden voor rekening van de Schiedamsche Scheepsreederij; terwijl daarna op dezelfde werf nog de kiel is gelegd van het fregatschip LUCIE, zullende gevoerd worden door kapt. D.J. Bulsing, voor rekening van de heren J. Roelants & Comp. te Rotterdam.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Advertentie. De notaris Mr. C. van der Lek de Clerq zal, op last van zijn principalen, op donderdag den 30 augustus aanstaande, des namiddags te 2½ uur, op de Oude Haven te Zierikzee, publiek presenteren te verkopen, beste eikenhouten scheepsplanken, balken, ribben en hetgeen verder zal worden te voorschijn gebracht, afgekomen van het verongelukte schip DE ZEEUW (opm: zie o.a. ZZC 100438).


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Advertentie. Openbare verkoping. De opperstrandvonder beoosten de Schelde, provincie Zeeland, zal, ten overstaan van de heer Burgemeester der gemeente Burgh, ad opus ius habentium (opm: in het belang der rechtverkrijgenden), in het openbaar verkopen 2816 voor het merendeel greene platen en enige denne delen; voorts een aanzienlijke partij scheepstuigage, bestaande uit zeilen, touwwerk, ankers en eindelijk dekbalken en overblijfselen van het gestrande schip de EURIDICE. Deze verkoop zal plaats vinden onder Haamstede en Renesse: op dinsdag den 4 september 1838, des voormiddags om 9 uur, te beginnen bij de Wed. Blom, en na de afloop aldaar, te Renesse; te Zierikzee op woensdag den 5 september 1838, des voormiddags om 10 uur.
Zierikzee, de 20e augustus 1838, de opperstrandvonder voornoemd, De Jonge

GRC 210838
Den 14 augustus de Sont gepasseerd de JONGE EGBERTUS (Veendam), J.B. Mulder van Amsterdam naar de Oostzee.


  LC - Leeuwarder Courant

Amsterdam, 17 augustus. Volgens alhier ontvangen brieven uit de Oost-Indië, is op den 27 maart alleronverwachts te Riouw, aan boord van de schoener DE KROKODIL, overleden, de luitenant ter zee van de 2e klasse C.L. Lapiou.
De Nederlandse marine heeft dezer dagen mede te betreuren het overlijden van de Wel. F.d. heer H. van der Beek, 1e luitenant adjudant bij het korps mariniers te Vlissingen en van de adelborst der 1e klasse C.C.A. van Voorst.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen. Binnengekomen: den 12 augustus de kofschepen JAN FREDERIK, kapt. H.H. Kok, van Laurvig en VRIESLAND, kapt. T.W. Stuit, van Riga, het schoenerschip SARAH & HELEN, kapt. J. Atkins, van Newcastle.
Den 13 dito het schoenerschip ORWELL, kapt. J. Hall, van Londen.
Den 15 dito het kofschip de VROUW ANTJE, kapt. K.D. de Grooth, van Christiaansand.
Den 16 dito de kofschepen de JONGE HENDRIK, kapt. B.H. Plukker, de HOUTHANDEL, kapt. D.K. de Grooth, ARENDIA, kapt. H.D. de Grooth, alle drie van Cristiaansand en de NIJVERHEID, kapt. E.E. Hoveling, van Dantzig (opm: Gdansk), het stoomschip SCOTIA, kapt. J. Mowle, van Londen.
Den 17 dito de smakschepen JETSKA CORNELIA, kapt. K.E. Vos, en de VROUW ELIZABETH, kapt. J.H. Cappen, beide van Oostrisoer.
Den 18 dito het schoenerschip HOPE, kapt. W. Cousins, van Londen, het kofschip WILHELMINA, kapt. R.K. Visser, van Christiaansand.
Uitgezeild: den 15 augustus het schoenerschip ANTJE, kapt. K. Welger, naar Havanah.
Den 17 dito de schoenerschepen MONARCH, kapt. A. Gallawaij en LIVELY, kapt. S.H. Finch, beide naar Londen.
Den 18 dito het stoomschip SCOTIA, kapt. J. Mowle, naar Londen, het kofschip ALIDA, kapt. K.H. Scholtens, naar Newcastle, het smakschip de BUITENWERF, kapt. A. Rozema, op avontuur.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Verkoping van een visaak. De notaris E.T. Kuiper, te Bolsward, zal publiek, bij strijk en verhoog gelden, presenteren te verkopen een zo goed als nieuwe visaak, met zeil en verder toebehoren, laatst door wijlen Hotze Jans Buwalda gebruikt, als mede een beste Seine (opm: schip waarop men met de zegen vist; hier meest gebruikt op de Zuiderzee t.b.v. de vangst op haring en ansjovis), dadelijk na de toewijzing en betaling te aanvaarden.
Wie hieraan gading maken, komen op donderdag 23 augustus 1838, des namiddags om 3 uur, ten huize van de Wed. Feike Lolkes Lolkema, in Pasver te Bolsward.


22 augustus 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Kapt. H. Wittebol, voerende het schip WILLEM ERNST, van Banjoewangie te Texel binnen, rapporteert, dat het de 16e juli te St. Helena aangekomen schip ZUID-HOLLAND, kapt. J.C. Jansen, van Sourabaija naar Rotterdam, enige weinige lekkage bekomen had, doch zulks ten spoedigste zou herstellen en de reis voortzetten.
Volgens rapport van kapt. Defoy, van Bourbon te Nantes aangekomen, was het genoemde schip ZUID-HOLLAND zwaar lek en had ook meer andere schade bekomen.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Te koop de thans alhier ter rede liggende Nederland-Indische bark SUMATRA, kunnende circa 140 koijangs laden. (opm: zie JC 020538)
Voor verdere informatiën dienaangaande adressere men zich bij Gebr. Eilbracht.
Batavia, 21 augustus.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 18 augustus. Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark DANKBAARHEID AAN DE NEDERLANDSCHE HANDEL MAATSCHAPPIJ, kapt. P. Landberg, met een passagier, vertrokken van Rotterdam de 22 april.


24 augustus 1838


  ZP - Zeepost

Het schip EMELIE, kapt. Sikkes (opm: brik ÉMILE, Belgische vlag, kapt. Charles Sikkes), van Antwerpen naar Cette (opm: Sète) is den 22 augustus met schade te Ostende binnengelopen. Het moet lossen om te repareren. (opm: zie ZP 270838)


  ZP - Zeepost

Het schip (opm: kof) ANNA, kapt. G.S. Vegter, is den 15 augustus in de haven van Dantzig (opm: Gdansk) gekomen om te repareren.


  ZP - Zeepost

Het schip CATHARINA, kapt. D.L. Stief, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Amsterdam, is den 7 augustus in het Kattegat aan de grond geraakt, is echter met adsistentie en na 8 à 9 lasten tarwe over boord geworpen te hebben, de volgende morgen weder met geringe schade vlot gekomen en heeft de reis vervolgd.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een fraaie en wel onderhouden Sloep met beun, zeil, treil, touwen, anker, tent en verdere geriefelijkheden, zeer geschikt tot visserij, liggende te Irnsum, en te bevragen bij Jelle van Dijk, Mr. Timmerman aldaar.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een welbezeild Veerschip, groot 21 ton.
Te bevragen bij P. Brouwer, te Joure.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop of te huur: de helft van een geoctroijeerd Veer- of Beurtschip, van het Heerenveen naar Leeuwarden vice versa.
Te bevragen bij de eigenaar P.O. de Jong, te Wolvega. (opm: zie ook LC 180938)


25 augustus 1838


  AB - Avondbode

Volgens bericht van Deal van 20 augustus, is aldaar op Goodwind Sand vastgeraakt de SOPHIA DOROTHEA, kapt. du Barche (opm: Belgische ex-Zuid-Nederlandse brik, kapt. Joannes De Barsée), van Antwerpen naar Buenos Aires; is weder, na assistentie, vlot en met enige schade in de haven gebracht.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 22 augustus. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip ZEEMEEUW, kapt. T.C. Claus, vertrokken van Amsterdam de 19e april.


27 augustus 1838


  ZP - Zeepost

Het schip AZIA, kapt. Freeman, van Batavia naar Cowes of Hamburg, den 8 juli te St. Helena gearriveerd, heeft in een storm zware lekkage bekomen en zal moeten lossen om te repareren.


  ZP - Zeepost

Het schip VERGINIE, kapt. Messemaekers, van Antwerpen naar Havre, is den 22 augustus bij Calais gestrand, doch na een gedeelte der lading gelost te hebben, weder vlot en den 25 dito aldaar in de haven gekomen (opm: zie ZP 010938).


  ZP - Zeepost

Aangaande het schip EMELIE (opm: brik ÉMILE), kapt. Sikkes, van Antwerpen naar Cette, den 22 augustus te Ostende met schade binnengelopen – zie nommer 166 – wordt van den 24 dito van daar gemeld, dat men niet zal behoeven te lossen, dewijl hetzelve slechts een boot en het grootzeil verloren had.


  ZP - Zeepost

Het schip (opm: kof) DE VOS, kapt. G. van der Velde, van Amsterdam naar Marseille, is den 21 augustus met verlies van zeilen te Ramsgate binnengelopen en den 22 dito het schip (opm: Belgische ex-Zuid-Nederlandse schoenerbrik) MARIA CATHARINA, kapt. J. Schaeper, van Antwerpen naar Cork, met verlies van ankers, ketting en meer andere schade.


  ZP - Zeepost

Het schip MARIA, kapt. van den Steene, van Liverpool naar Ostende, is den 23 augustus aldaar lek uit zee teruggekomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

De Zweedse brik FRITHEOF, kapt. Edlund, van Bordeaux met wijn, brandewijn, terpentijn en thee geladen en bestemd voor Antwerpen, is gisteren op de hoogte van Zoutelande vastgeraakt en in een reddeloze staat door de equipage verlaten. Men is bezig de lading zo veel doenlijk te bergen en te Vlissingen in bewaring te stellen.


  AB - Avondbode

Texel, 25 augustus. Uitgezeild HENRY EN WILLEM, kapt. J. Rieckels naar Batavia.


28 augustus 1838


  ZP - Zeepost

Te Amsterdam zijn den 27 augustus gearriveerd de schepen:
- WILLEM ERNST, kapt. H. Wittebol, van Soerabaija met suiker en koffij.
- WILHELMINA, kapt. J.N. Klint, van Suriname met suiker en katoen.
- SARA ANNA CORNELIA, kapt. N.K. Dijkhuis, van dito met suiker en katoen.
- ASTREA, kapt. J.A. de Lang, van Bahia met suiker.
- JOHANNA, kapt. H. van Veen, van Bordeaux met wijn en diversen.
- AMELIA, kapt. E.G. Jonker, van Cardiff met ijzer.
- VROUW ANNA MARIA CATHARINA, kapt. W.D. Kleininga, van dito met ijzer (opm: zie ZP 210438).
- VROUW ALIDA, kapt. R. Roelofs, van Leer met raapzaad en stukgoederen.


  ZP - Zeepost

Aangaande het bij Vlissingen gestrande schip FRIDHIOF, kapt. Edelund, van Bordeaux naar Antwerpen – zie nommer 167 – wordt van 26 augustus van daar gemeld, dat de lading bijna geheel gelost is, doch dat dezelve zwaar beschadigd is geworden en het schip geheel verbrijzeld was.


  ZP - Zeepost

Aangaande het schip DORDTENAAR, kapt. Abbema, van Batavia naar Dordrecht, te Simonsbaai met schade binnengelopen, wordt van Simonstad van den 18 juni gemeld, ten gevolge der eerste expertise van den 30 mei het tussendek ledig gelost en dit den 5 juni verricht zijnde, had den 8 juni een tweede expertise plaats gehad en was toen een verdere lossing van de koffij in het ruim en zo veel nodig ook van de suiker bevolen. Van de koffij tussendeks zijn 1.400 zwaar door zeewater beschadigd bevonden balen op den 16 juni verkocht en in het ruim nog 500 balen koffij en 421 zakken suiker bevonden zijnde zwaar door zeewater beschadigd te zijn, zouden deze den 26 juni verkocht worden.
De wijders door de experts bevolen reparatie aan het schip zich enigszins bepalende tot hetgeen door het geweld der stormen vernield was, waren aangenomen om in 55 werkdagen, den 18 juni te beginnen, gereed te zijn. Er lagen op dat ogenblik te Simonstad drie, en in de Tafelbaai zes schepen in averij, hetwelk grote schaarste aan werkvolk gaf en de werkzaamheden zeer vertraagde. Blijkens een omstandig bericht van kapt. Abbema van de in mei doorgestane geweldige stormen heeft hij van den 25 tot den 26 dier maand op de hoogte van Kaap Hanglip met zijn reeds deerlijk gehavend schip en zeer afgemat volk, een derde zware storm door te worstelen gehad, waarna het geheel ondoenlijk werd om de reis te vervolgen en met gezamenlijk overleg werd besloten om uit behoud van schip en lading in Simonsbaai binnen te lopen en de bekomen schade te herstellen.


  ZP - Zeepost

Verkoop van schepen te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ op maandag 27 augustus 1838: het tweedeks fregatschip RESOLUTIE, kapt. J.N. Schnijder: NLG 23.000, in slag NLG 1.200, totaal NLG 24.200. Opgehouden. (opm: zie ZP 250938)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Openbare Verkoping. De opperstrandvonder beoosten de Schelde, Provincie Zeeland, zal, ten overstaan van de heer Burgemeester der gemeente Burgh, ad opus jus habentium, in het openbaar verkopen 2.816 voor het merendeel grenen platen en enige dennen delen. Voorts een aanzienlijke partij scheepstuigage, bestaande in: zeilen, touwwerk, ankers en eindelijk dekbalken en overblijfselen van het gestrande schip de EURIDICE.
Deze verkoop zal plaatsvinden:
Onder Haamstede en Renesse op dinsdag de 4e september 1838, des voormiddags ten 9 ure, te beginnen bij de Wed. Blom, en na de afloop aldaar, te Renesse.
Te Zierikzee op woensdag de 5e september 1838, des voormiddags ten 10 ure.
Zierikzee, de 20e augustus 1838, de opperstrandvonder voornoemd De Jonge.


  DC - Dordtsche Courant

Vlissingen, 24 augustus. Eergisteren namiddag, omstreeks één uur, is door het stormweder, nabij Dishoek, aan de vaste wal door een zware bui uit het W.Z.W. op strand geraakt, de Zweedse brik FRITEHOFF, kapt. J. Edlund, komende van Bordeaux, met een lading wijn, brandewijn en terpentijn, zijnde naar Antwerpen gedestineerd; men is druk bezig de lading te redden, waarvan reeds een groot gedeelte in een pakhuis is geborgen. De brik heeft een gedeelte van derzelver achterkiel afgestoten, en is daardoor zwaar lek geworden. De aanhoudend zware wind belet om met dezelve zo als men wenste te kunnen handelen.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Zierikzee, 27 augustus. Te Middelburg zijn den 24 dezer, ter gelegenheid van de verjaardag van de koning, van de werf der Commercie Compagnie van stapel gelopen het fregatschip WILHELMINA LUCIA, groot ongeveer 450 roggelasten, bestemd voor de vaart op de Oost-Indiën, en het stoomjacht ZEELAND, bestemd voor het beurtveer tussen die stad en Rotterdam, beide gebouwd door de scheepsbouwmeester F. Haverkamp; de eerstgemelde voor rekening van de heer G.C. Bosch Reitz te Amsterdam, en de tweede voor rekening van de negotiatie ten behoeve van het voormelde beurtveer; en is dadelijk in de plaats van het voormelde fregatschip de kiel gelegd van een schip van gelijke grootte, mede bestemd voor de vaart op de Oost-Indiën.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Tijdingen van de kust van Guinea, lopende tot de 15e juni, melden de goede aankomst van de generaal majoor Verveer en van de expeditie onder zijn bevel.


  LC - Leeuwarder Courant

Kampen, 25 augustus. De zeestoomboot heeft haar reis herwaarts meermalen minder dan 6 uren, eens zelfs in 5 uren 17 minuten volbracht. Het vaartuig ligt in weerwil van de felle wind zo stil op het water, dat een glas wijn, tot de rand volgeschonken, geen nood heeft van overlopen. Men gevoelt volmaakt geen beweging. Het getal der passagiers begint ook aanmerkelijk toe te nemen.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen. Binnengekomen: den 19 augustus het schoenerschip UNION, kapt. H.B. Disneij, van Londen.
De 20 dito de kofschepen ELIZABETH MARIA, kapt. J.A. Keun, van Oostrisoer en GEZINA JOHANNA, kap. H.W. Lukens, van Laurvig.
De 21 dito de kofschepen de JONGE DIRK, kapt. W.H. Mulder, van Holmstrand en MARTHA ALIDA, kapt. K.H. Plukker, van Sunderland.
De 24 dito het stoomschip SCOTIA, kapt. J. Mowle, van Londen, het brikschip HAABETS ANKER, kapt. C Haagensen, van Droback.
De 25 dito de kofschepen MARGARETHA, kapt. K.F. Harding, van Droback en GEZIENA, kapt. B.A. Visser, van Memel (opm: Klaipeda).
Uitgezeild: den 19 augustus het kofschip IJPEUS, kapt. H. de Weerd jr, het galjootschip ENIGHEDEN, kapt. C. Lie, het barkschip JUMFRAU MARIA, kapt. J.J. Giersoe, de kofschepen SOPHIA WILHELMINA, kapt. A. Anderson, de JONGE DIRK, kapt. H.E. Vos en EGBERTUS, kapt. K.H. Bakker, alle zes naar Noorwegen, het schoenerschip SARAH & HELEN, kapt. J. Atkins, naar Newcastle.
De 20 dito de kofschepen de GOEDE WELVAART, kapt. J.G. Vos en JAN FREDRIK, kapt. H.H. Kok, beide naar Noorwegen.
De 23 dito het kofschip de JONGEN HENDRIK, kapt. B.H. Plukker, naar Noorwegen. Den 24 dito het kofschip de DRIE GEZUSTERS, kapt. P.P. Dijkstra, naar Liverpool, de schoenerschepen FLORA, kapt. J. Manning en ORWELL, kapt. J. Hall, beide naar Londen.
De 25 dito het stoomschip SCOTIA, kapt. J. Mowle, naar Londen.


29 augustus 1838


  ZP - Zeepost

Aangaande het schip (opm: bark) de EENDRAGT, kapt. J.Y. van der Zweep, van Batavia naar Rotterdam, den 10 april te Sourabaija aangekomen, wordt van Batavia in dato 30 april gemeld, dat tussen de equipage en de kapitein onenigheid gerezen zijnde, laatstgemelde de hulp van het te Sourabaija liggend wachtschip had ingeroepen, ten gevolge waarvan 18 man, waaronder de eerste en tweede stuurman, de boots- en timmerman in verzekerde bewaring waren genomen, ten einde deze zaak, die aan de beslissing der Raad van Justitie is onderworpen, nader te onderzoeken. (opm: zie volgend bericht)


  AH - Algemeen Handelsblad

Helvoetsluis, 27 augustus. Binnengekomen VROUW JACOBA (opm: kof), H.R. Grimminga van Archangel.


30 augustus 1838


  ZP - Zeepost

Het schip de EENDRAGT, kapt. van der Zweep – zie nommer 170 – is, na te Sourabaija voor zo veel nodig van andere manschappen tot de equipage voorzien te zijn geworden, volgens brief van Batavia in dato 15 mei, na een oponthoud van vier maanden en twaalf dagen, van daar naar Rotterdam vertrokken.


  ZP - Zeepost

Van Delfzijl wordt van den 27 augustus gemeld, dat op de Memmert (opm: plaat bij Borkum, zie ook ZP 040938) gestrand zoude zijn een Amerikaanse brik, met suiker naar Hamburg gedestineerd, de naam onbekend. Men was bezig de lading te bergen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Arrivementen: Te Memel 17 augustus JONGE EGBERTUS, J.B. Mulder van Amsterdam.


  DC - Dordtsche Courant

In de Londonse Shipping Gazette van 22 dezer wordt met veel ophef, en als een bewijs van toenaderende goede gezindheid en welwillendheid tussen Holland en België, aangevoerd, dat bij de verschijning in zee en het ankeren in Duins van twee kleine Belgische oorlogsvaartuigen, de begroetingen en beleefdheden, gebruikelijk tussen aangestelden van bevriende mogendheden, hebben plaats gehad tussen de officieren van die vaartuigen en het Nederlandse consulaat; zijnde bij die gelegenheid de Belgische vlag gehesen aan de woning van de Nederlandse consul, en de Belgische officieren aldaar ontvangen met alle bewijzen van beleefdheid en achting.


31 augustus 1838


  ZP - Zeepost

Het schip DELPHIN, kapt. J. Voss, van Amsterdam met stukgoederen naar Riga gedestineerd, is, na den 29 augustus van de stad vertrokken en tot in het Zuiderrak gekomen te zijn, met verlies van ankers en ketting den 30 dito voor deze stad teruggekomen.


  LC - Leeuwarder Courant

’s Gravenhage. Den 26 augustus. Door de directeur-generaal der Marine is ter kennisgeving van alle zeevarenden en daarbij belanghebbenden gebracht, dat de vroegere aangekondigde verplaatsing van de Zeekaap op Ameland thans is bewerkstelligd, zodat als nu tot het binnen zeilen van Noordwestelijk Amelander zeegat, de gedachte zeekaap, met den toren van Hollum, weder in één kan worden gebracht.


  LC - Leeuwarder Courant

Amsterdam. Den 24 augustus. In het belang van handel en scheepvaart is het niet onverschillig om meerdere bekendheid te geven aan de volgende maatregel, waaraan tot nog toe door het gouvernement van Zweden en Noorwegen met de meeste stiptheid de hand gehouden wordt. De bevelvoerders van schepen, namelijk, welke het voornemen hebben on naar een Zweedse of Noorse haven te zeilen, moeten in de haven, van waar zij vertrekken, hun manifesten door de Zweedse consul laten viseren, daar het verzuimen van deze bepaling in Zweden met een boete van twee honderd kronen bestraft wordt.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een snikschip, groot 10 ton, zo goed als nieuw.
Te bevragen bij T.B. Zandstra, te Menaldum.


  LC - Leeuwarder Courant

Leeuwarden, den 30 augustus. Uit verschillende steden en plaatsen komen er nieuwe berichten wegens de plechtige en vrolijke viering van ’s Konings verjaardag.
Te Amsterdam is, na afloop der godsdienstoefening, op het plein der kazerne Oranje Nassau, een luisterrijke parade gehouden, tot welke bataljon der 9de afdeling, de kurassiers, de garnizoenstroepen, twee bataljons mobiele schutterij en een bataljon van de tweede ban der schutterij waren samengekomen. Op de Amstel is een wimpelpartij gehouden, en ook op het IJ heerste buitengewone drukte, naardien door de heer B.W. van Straaten, aan boord van het onder zijn rederij varende Nederlands fregatschip DE KONING DER NEDERLANDEN, kapitein G.W. van Barneveld Kooy, een feest werd gegeven, tot hetwelk de stads regering, alle tot handel en zeevaart in rechtstreekse betrekking staande collegien, en een aantal bijzondere personen van beide kunne, genodigd waren. De toast op het welzijn Z.M. de Koning, en op het welvaren van het schip dat met Hoogstdeszelfs naam mag prijken, werd door de heer van der Houven, voorzitter der Nederlandsche Handel-Maatschappij, ingesteld, en, even als verscheidene volgende toasten, met geestdrift gedronken. Des avond werd het schip met ruim 400 lantaarns schitterend verlicht.
In de stad zelve zag men talrijke illuminatiën, waaronder die aan het Amortisatie Syndicaat, de Nederlandse bank, de Handels Maatschappij, de Sociëteit der onderofficieren van de schutterij, de bogen der Hooge Sluis, en de nieuwe Stads Herberg uitmuntten. (opm: bekort)
Op de werf der Commercie Compagnie te Middelburg is te dezer gelegenheid het fregatschip WILHELMINA LUCIA, bestemd voor de vaart op de Oost-Indiën, en het stoomjacht ZEELAND, bestemd voor het beurtveer tussen die stad en Rotterdam, van stapel gelaten.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Noord-Hollandsche en Vriese Stoomschip-Associatie.
In plaats van het stoomschip SCOTIA, zal het stoomschip der eerste klas ST. DAVID, kapitein W. Gallwey, voortaan de dienst tussen Londen en Harlingen waarnemen, zonder Den Helder aan te doen. Dezelve vertrekt van Londen elke zaterdag avond, en van Harlingen iedere woensdag met eerste hoogwater.
De vrachten voor passagiers en goederen blijven hetzelfde als met de SCOTIA.
Verdere informatie bij de heren Wed. Bouwe Rodenhuis & zonen, te Harlingen.


01 september 1838


  ZP - Zeepost

Het schip (opm: kof) de ONDERNEMING, kapt. J. Engelenberg, van Amsterdam naar Londen, is den 30 augustus van de rede van Texel in het Nieuwe Diep gekomen, hebbende door de harde wind de spil gebroken.


  ZP - Zeepost

Het schip (opm: kof) MARIA JOHANNA, kapt. J.H. Kraanstuyver, van Amsterdam met schors naar Hull, is den 30 augustus des namiddags ten 3 ure bezuiden Egmond aan Zee gestrand. De equipage is gered (opm: zie LC 070938, PGC 110938 en 180938).


  ZP - Zeepost

Het schip (opm: fregat) STAD DORDRECHT, kapt. J. van Nassau, naar Batavia, is den 31 augustus van Dordrecht naar Helvoet vertrokken, gesleept wordende door de stoomboot SAMSON.


  ZP - Zeepost

Het schip (opm: tjalk) de VRIENDSCHAP, kapt, B.F. Apveld, naar Rendsburg, is den 28 augustus met verlies van anker en touw te Delfzijl binnengelopen.


  ZP - Zeepost

Aangaande het schip VERGINIE, kapt. Messemaker, van Antwerpen naar Havre, den 22 augustus te Calais met schade binnengelopen – zie nommer 168 – wordt van 29 dito van daar gemeld, dat hetzelve bezig was de lading te lossen om de geleden schade, welke echter gering was, te repareren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Het schip HELENA, kapt. Greeven, van Schiedam naar Liverpool, is na door aanzeiling schade bekomen te hebben, de 27e augustus te Dover binnengelopen.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 31 augustus. Aanstaande dinsdag, de 4 september, des namiddags ten 4 ure, zal van de werf De Merwede, van de scheepsbouwmeesters C. Gips en Zonen, indien het water de vereiste hoogte zal hebben, te water gelaten worden het fregatschip ORION.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 31 augustus. Wij vernemen, dat het Amerikaanse schip MANDARIN, komende van China en bestemd naar New York, in de namiddag van den 24 dezer bij Poelo-Dapoer (zie opmerking onder dit bericht) tussen de klippen gekomen en zodanig daarop is geraakt, dat het schip als verloren moet worden beschouwd. Met behulp van de Nederlands-Indische stoomboot VAN DER CAPELLEN en andere vaartuigen, tot het verlenen van de vereiste hulp van hier gezonden, is echter een gedeelte van de lading geborgen.
(opm: twee eilandjes dragen de naam Pulau Dapur [keuken eiland]:
- 1,5 zeemijl ten zuiden van Tg. Pandan, Z-ingang Straat Bangka: 03º08’ ZB 106º31’ OL.
- 14 zeemijl noordwestelijk van Tg. Priok, Duizend eilanden groep: 05º55’ ZB 106º44’ OL.
uit het bericht valt niet op te maken bij welk eiland de stranding plaatsvond).


  JC - Javasche Courant

Soerabaija, 23 augustus. Op gisteren zijn alhier met het barkschip JOHANNA WILHELMINA, gevoerd door Ong Eng Seeng, van Banda aangekomen de passagiers, kapitein en verdere equipage van het verongelukte brikschip COURIER. Genoemde brik COURIER, gevoerd geweest door J.G. Kingdom, welke door de Factorij der Nederlandsche Handel-Maatschappij voor een reis door de Molukse archipel was bevracht, is op de reis van Amboina naar Banda, waartoe de koers wegens de sterk heerstende zuid-oosten winden benoorden Ceram genomen was, in de achtermiddag van den 7 juli j.l. in de Straat Kessing op het rif van het eiland Ceram gestrand. Niemand van de zich aan boord bevindende personen is hierbij omgekomen, hetwelk als te gelukkiger mag aangemerkt worden, aangezien de barkas en giek, juist toen men van dezelve tot eigen behoud wilde gebruik maken, door de hoge zee werden verzwolgen, en aldus, deze zwemmende, gene op een stuk hout drijvende, met groot levensgevaar de branding doorworsteld en in de achter dezelve in slecht water ten anker liggende praauwen aangekomen is. Van de lading, voornamelijk uit lijnwaden (opm: linnen), enige Gouvernements nagelen (opm: kruidnagels), enz. bestaande, is slechts een gering gedeelte, en zulks geheel beschadigd, terugbekomen, hetwelk vooral aan diefstal en roof, door de bevolking van het eiland gepleegd, moet geweten worden, en valt over het geheel over de ontvangst door de inwoners weinig te roemen. Gelukkig heeft men zich daar slechts 12 dagen moeten ophouden, toen op de aan de resident van Banda afgezonden brief, de door Z.Ed.Gestr. tot adsistentie en afhaling van personen en goederen gezonden bark JOHANNA WILHELMINA in het gezicht kwam. Deze bark, aan de kapitein der Chinezen te Banda behorende, lag op het ogenblik van de ontvangst der tijding aldaar, gereed om naar Java te vertrekken, en werd desniettegenstaande door genoemde Chinees onvoorwaardelijk en bereidwillig tot gezegd doel afgestaan. De passagiers, de heren Schuurman en Browne, zowel als de kapitein en de stuurman van de gestrande brik, maken met genoegen melding zowel van de spoedige en doelmatige hulp, hun toegezonden, als van de gulle gastvrijheid en hulpvaardigheid, welke zij in het bijzonder van de resident, de heer M.C. Lans, en ook van de magistraat, de heer Van Bemmel, gedurende hun verblijf te Banda hebben mogen ondervinden, en hetwelk niet weinig bijdroeg om de doorgestane rampen spoedig te kunnen vergeten. (opm: zie ZZC 281238)


  JC - Javasche Courant

Batavia, 30 augustus. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip POLLUX, kapt. C.C. Kat, vertrokken van Amsterdam de 23e mei, en dito schip GOED VERTROUWEN, kap. B. Bakker, met twee passagiers, vertrokken van Amsterdam de 18e mei.


03 september 1838


  ZP - Zeepost

In de middag van den 30 augustus is bij het Vlie gestrand en de volgende nacht verbrijzeld het Belgisch kofschip de VROUW ANNA, kapt. E. Langhetee (opm: bouwjaar 1822; kapt. Etienne Langethée, ex-Zuid-Nederlander), met lijnzaad van Petersburg naar Antwerpen. De kapitein en vier man der equipage zijn door de reddingboot gered en de kok verdronken. Van de lading heeft men niet kunnen bergen. (opm: zie ook ZZC 070938 en LC 070938)


  ZP - Zeepost

Den 30 augustus is op Terschelling gestrand een masteloos en door het volk verlaten schip, geladen met pijpen duigen. Achter op de spiegel stond SARAH AND ELISA – Bideford.


  AH - Algemeen Handelsblad

Dordrecht, 31 augustus. Aanstaande dinsdag de 4e september, des namiddags ten 4 ure, zal van de werf De Merwede van de scheepsbouwmeesters C. Gips & Zonen, indien het water de vereiste hoogte zal hebben, te water gelaten worden het fregatschip ORION.


  AH - Algemeen Handelsblad

Dordrecht, 31 augustus. Heden op de middag is van deze stad naar Hellevoetsluis vertrokken, gesleept wordende door de stoomboot de SAMSON, het fregatschip de STAD DORDRECHT, kapt. Jan van Nassau, bestemd naar Batavia.


04 september 1838


  ZP - Zeepost

Van Ostende wordt van 2 september gemeld, dat den 30 augustus door een visserssloep aldaar in de nabijheid is gezien een masteloos en door het volk verlaten driemast schip, genaamd NESTOR. Hetzelve is de volgende dag te Ostende binnengebracht en is waarschijnlijk gevoerd geweest door kapt. Nordling.


  ZP - Zeepost

Volgens bericht van Emden is den 23 augustus tussen Borkum en Juist gestrand een Amerikaans schip (opm: zie ZP 300838), waarvan vijf matrozen met een boot te Emden zijn aangekomen, volgens welker rapport het gestrande schip genaamd zoude geweest zijn CERES, kapt. Wight, van New Orleans met suiker naar Hamburg gedestineerd. Echter bleek volgens nader ingewonnen bericht, dat deze opgave geheel onjuist was, daar het gestrande schip een Amerikaanse brik was, genaamd BRAGANZA, gevoerd door wijlen kapt. Jolly, van Philadelphia naar Genua, en dat onder aanvoer van gemelde matrozen een muiterij aan boord was ontstaan en zij, na de kapitein en 1e stuurman over boord geworpen te hebben en de eigenaar van het schip, de heer Deal, deszelfs huisvrouw, de 2e stuurman, de kok en een neger bij de Portugese kust in een boot afgezet te hebben, het schip hadden prijs gemaakt. Dezelve zijn allen gearresteerd en zullen gerechtelijk vervolgd worden. Eén der matrozen heeft zich in de gevangenis opgehangen. (opm: zie volgend bericht en ZP 080938)


  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 1 september. Bij het onweer, dat woensdagmorgen 29 augustus j.l. boven de Schelde is losgebarsten, heeft de bliksem de stafkanonneerboot No. 78, liggende voor Bath, en waarop zich de commandant van het eskader, kapt.t.zee Courier dit Dubikart bevindt, deszelfs mast beschadigd en een steng verbrijzeld en vervolgens in zee geslagen, zonder iemand der equipage enig letsel toe te brengen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Hebben, in weerwil der aangewende pogingen van de bestuurders der Noord- en Zuid-Hollandsche Redding-Maatschappij, de heren Pr. van Lienen en Jacob Geurs, te Egmond aan Zee en Wijk aan Zee, om hun boten in zee te brengen tot redding der equipage van het op de 30e augustus 1838, des middags om drie ure, tussen de beide dorpen gestrande kofschip MARIA JOHANNA, gevoerd door kapt. J.H. Kraanstuijver, naar dien deze, uit vier personen bestaande, zich met haar eigen sloep gered heeft, geen meer dadelijk nut aangebracht, - allergezegendst zijn die geweest, welke de Reddingboot der Noord- en Zuid-Hollandsche Redding-Maatschappij, op Vlieland, onder het bestuur van de heer Mr. Fk.Hk. van der Kop, op dezelfde dag en hetzelfde uur, heeft in het werk gesteld, om met het beste gevolg te redden de equipage, bestaande toen nog uit vijf man, (als zijnde een over boord geslagen en verdronken), van het kofschip de VROUW ANNA, gevoerd door kapt. Etienne Lang Ketel (opm: Langhethée) komende van Petersburg en gedestineerd naar Antwerpen, met lijnzaad. Met de grootste erkentelijkheid betuigt dan ook de gehele equipage, dat door deze redding in een allerhevigste orkaan, en bij een hemelhoge zee van af de buitenbank, waarop het schip gestrand was, door een ongelooflijke inspanning van krachten en met het meeste beleid tot stand gebracht, ofschoon dan ook de stuurman zijn arm en een der matrozen zijn ribben had gebroken, naast God haar leven gered is; en roemt zij bij uitnemendheid de zorg en het hulpbetoon dezer gastvrije eilanders.
Het strand lag vol van pijpenduigen en goederen, zodat vermoedelijk meer schepen vergaan zijn. Het bovengemeld kofschip is geheel verbrijzeld.


  AH - Algemeen Handelsblad

Schepen in lading te Amsterdam:
Batavia: het gekoperde tweedeks barkschip JAVA’S WELVAREN, kapt. Steven van
Delden Azn., adres bij d’Arnand & Co.
Batavia: het gekoperde tweedeks fregatschip HELENA, kapt. Willem Blom, adres bij Coopman & De Witt en Lenaerts, van Olivier & Co., Hoyman & Schuurman en De Vries & Co.
Batavia: het gekoperde tweedeks fregatschip DE KOING DER Nederlanden, kapt. G.W. van Barneveld Kooy, adres bij B.D. Bosscher.
Batavia: het nieuw gebouwde gekoperde tweedeks barkschip CHERIBON, kapt. A.C. van Braam Houckgeest, adres bij B.D Bosscher.
Batavia: het gekoperde tweedeks fregatschip ADMIRAAL DE RUYTER, kapt. Evert van Duyn, adres bij F. der Kinderen.
Suriname: het Nederlands gezinkte kofschip STANT FRIESZ kapt. Feyke Feyles, adres bij B.D. Bosscher.
Suriname: het gekoperde tweedeks fregatschip JULIA, kapt. J. Hilbrands, adres bij Hoyman & Schuurman.
Suriname: het gekoperde tweedeks galjootschip CONCORDIA, kapt. J./D. Diets, adres bij Hoyman & Schuurman.
Suriname: het gekoperde tweedeks fregat SOPHIA MARIA, kapt. Jens Andresen, adres bij Hoyman & Schuurman en E. Windhouwer.
Suriname: het gekoperde tweedeks barkschip CATHARINA, kapt. K.M. Hillers, adres bij Hoyman & Schuurman.
Suriname: het gekoperde driemast galjootschip WILHELMINA, kapt. Johan Nielsen Klint, adres bij Hoyman & Schuurman.
Suriname: het gekoperde tweedeks brikschip ASTREA, kapt. J. A. de Lang, adres bij Hoyman & Schuurman en De Vries & Co.
Curaçao ( via St. Thomas), het gekoperde tweedeks brikschip MARIA EN JACOBA, kapt. Dirk Jansz. Bart, adres bij E. Windhouwer, De Vries & Co. en Hoyman & Schuurman.
Havana; het Nederlandse brikschip DE VERWACHTING, kapt. Niels Marstrand Lindegaard, adres bij Canne en Balwé.
Kaap de Goede Hoop: het gekoperde tweedeks barkschip DE RHIJN, kapt. Coenraad Brandligt, adres bij De Vries & Co.
New York: het gekoperde tweedeks fregatschip DE DRIE VRIENDEN, kapt. Jan Sipkes Fzn., adres bij d’Arnand & Co. Sluit 8 september.
Bayonne: het Nederlandse kofschip DE HOOP, kapt. Willem Kiers Kok, adres bij Jan Corver &Co.
Bordeaux: het Nederlandse kofschip HET VERTROUWEN, kapt. Boele Jans Bakker, adres bij Van Ulphen en Ruys.
Bordeaux: het Nederlandse kofschip JOHANNA, kapt. Hendrik van Veen, adres bij Frederik Smit.
Genua: het Nederlandse kofschip JOHANNA DE VRIES, kapt. L. C. de Vries, adres bij C.I. de Grys & Zoon en J. de Rooy.
Genua en Livorno: het Nederlandse kofschip NEPTUNUS, kapt. Klaas Geert Sipsma, adres bij Fredrik Smit.
Genua en Livorno: het Nederlandse kofschip ALETTA, kapt. Frans B. Nepperus, adres bij Jan Corver.
Genua en Livorno: de Nederlandse kof DE TWEELINGEN DANIEL EN WILCO, kapt. Haye Folkerts Klein, adres bij C.I. de Grijs & Zoon en J. de Rooy.
Lissabon: het Nederlandse gekoperde kotterschip DE NOORDSTAR, kapt. Foppe Jans Brouwer, adres bij Coopman & de Witt en Lenaerts en Jan Daniëls & Zonen en Arbman.
Lissabon: het Nederlandse kofschip JOANNA JACOBA, kapt. K. Haasnoot, adres bij Jan Daniëls &Zn., en Arbman en Coopman & De Witt en Lenaerts.
Liverpool: het Nederlandse kofschip LAKKINA MARGARETHA (opm: LUKKINA MAGRIETA), kapt. H.S. Hoveling, adres bij Jan Corver & Co.
Marseille: het Nederlandse kofschip DE ONDERNEMING, kapt. H.G. Flik, adres bij Van Ulphen & Ruys.
Marseille: het Nederlandse kofschip EIZO DE WENDT, kapt. Wytze Gerbens Hellinga, adres bij Van Ulphen & Ruys.
Marseille: het Nederlandse kofschip KLASINA THEODORA, kapt. P. Fyn, adres bij Van Ulphen & Ruys.
Marseille: het Nederlandse kofschip KATHARINA JOSEPHINA, kapt. Pieter Jans Muntendam, adres bij Jan Corver & Co.
Triëst: het Nederlandse gezinkte kofschip DE JONGE GERBRAND, kapt. R.C. Jaski, adres bij Jan Corver & Co.
Danzig: het Nederlandse kofschip DE EENDRAGT, kapt. P.C. Koops, adres bij de wed. Jan Salm & Meyer en H.A. Hespe. Vertrekt 5 september.
Flensburg: het Galjasschip JOHANNA, kapt. S.A. Braren van Flensburg, adres bij B.J. van Hengel.
Hamburg en Altona: het Nederlandse kofschip DE JONGE WICHER, kapt. D.D. Knitze, adres bij Blikman & Co.
Hamburg en Altona: het Nederlandse smakschip AMELIA, kapt. E. de Geerts Jonker, adres bij Blikman & Co.
Koningsbergen: het Nederlandse smakschip GESINA, kapt. Philippus K. de Boer, adres bij de wed. Jan Salm & Meyer en H.A. Hespe. Vertrekt 5 september.
Koningsbergen: de Nederlandse smak DE VROUW HENDRIKA, kapt. H.E. de Groot, adres bij Kranenborg & Zonen en de wed. P. Poolman Jzn. & Zoon.
Petersburg: het Nederlandse kofschip DE VLIJT, kapt. Jan Simons Bakker, adres bij de wed. Jan Salm & Meyer en H.A. Hespe. Vertrekt 5 september.
Petersburg: het Nederlandse kofschip MARIA THERESIA, kapt. Casper Hendriks Uil, adres bij Coopman & De Witt en Lenaerts, Fredrik Smit, De Vries & Co. en F. der Kinderen.
Riga: het Nederlandse kofschip DE VROUW JOHANNA, kapt. Derk Derks Flik, adres bij de wed. J. Salm & Meyer en H.A. Hespe.
Stettin: het Nederlandse kofschip BOUGINA, kapt. Remke J. de Jong, adres bij Blikman & Co.
Stettin: het Nederlandse kofschip DE VROUW STYNA, kapt. Eilt Hendriks Bekkering, adres bij Blikman & Co.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Zierikzee, 3 september. Gisteren is hier gearriveerd het Engels brikschip THE PEARL, kapt. Matthew Clark Garrelt, van Sunderland met kolen voor deze stad.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

De ijzeren stoomboot DRUSUS heeft zondag een tocht op de Zuiderzee, tot bij het eiland Urk, gedaan. Zij zou, zo men meende, den 30 de tocht naar Keulen ondernemen en zo men zich vleide, ongehinderd over de ondiepten van de IJssel varen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip de JONGE HENDRIK, kapt. T.J. Wever, van Dantzig naar Caen, te Elseneur binnen (opm: zie ZP 170838), heeft na van een nieuwe boegspriet voorzien te zijn geworden, den 19 augustus de reis voortgezet.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen. Binnengekomen den 26 augustus de kofschepen NIMPHIA, kapt. H.K. de Weerd, van Dantzig (opm: Gdansk) en de JONGE ANNA, kapt. H.J. Hubert, van Oudsoen, de schoenerschepen MINERVA, kapt. L. Ellessen, van Oudsoen en FAME, kapt. W. Barfield, van Londen, het kofschip de VREEDE, kapt. J.J. Greeven, van Dantzig.
Den 27 dito de kofschepen de JONGE JAN, kapt. J.K. Bart, CONCORDIA, kapt. H.B. Drok, beide van Oostrisoer en JAN FREERK, kapt. G.H. Smit, van Christiaansand.
Den 29 dito het stoomschip ST. DAVID, kapt. W. Gallweij, van Londen, het kofschip de WILLEM, kapt. A.W. Kiers, van Droback.
Den 31 dito de kofschepen MARGARETHA, kapt. T. Eikmeijer, van Drammen, IJPEUS, kapt. H. de Weerd, jr, van Christiaansand en ANNA MARIA, kapt. J.H. Kramer, van Dantzig.
Den 1 september het kofschip VRIENDSCHAP, kapt. K.J. Klasen, van Liverpool.
Uitgezeild: den 26 augustus de kofschepen de VROUW ANTJE, kapt. K.D. de Grooth, de HOUTHANDEL, kapt. D.K. de Grooth, ARENDINA, kapt. H.D. de Grooth, het smakschip de VROUW ELIZABETH, kapt. J.H. Cappen, de kofschepen WILHELMINA, kapt. R.K. Visser, ELIZABETH MARIA, kapt. J.A. Keun, GEZINA JOHANNA, kapt. H.W. Lukens, de JONGE DIRK, kapt. W.H. Mulder en HARLINGEN, kapt. J.J. Dijk, alle negen naar Noorwegen.
Den 31 dito het stoomschip ST. DAVID, kapt. W. Gallweij, de schoenerschepen NORTHAM, kapt. C. Carter en UNION, kapt. H.B. Disneij, alle drie naar Londen.
Den 1 september het brikschip HAABETS ANKER, kapt. C. Haagensen en het schoenerschip MINERVA, kapt. L. Ellessen, beide naar Noorwegen, de kofschepen COURIER, kapt. J.E. Schultze, naar Schotland en de JONGE ANNA, kapt. H.J. Hubert, naar Noorwegen.


  LC - Leeuwarder Courant

Amsterdam, 30 augustus. Men verneemt, dat dit jaar voor de steur-haring visserij, meer dan 80 visserspinken zullen worden uitgerust. Nog nooit is het getal zo hoog geweest. Te Scheveningen zal hetzelve wellicht meer dan 50 belopen, terwijl men zich nog een tijd herinnert, dat er slechts twee pinken ter visserij op haring onder de Engelse wal afvaarden. Het is bekend, dat het gouvernement voor ieder vaartuig op die visserij, een premie van NLG 300 schenkt, zodat ook niets onbeproefd gelaten wordt om derzelve zo veel mogelijk te bevorderen. Het is intussen te wensen, dat de vissers zich uitsluitend bij hun visserij zullen bepalen (opm: in plaats van bij de smokkel waaraan sommige vissers zich nog wel eens bezondigden).


  LC - Leeuwarder Courant

Deventer, 30 augustus. Nadat de rivier boot DRUSUS vrijdag den 24 augustus van de werf bij Rotterdam alhier aangekomen was, heeft zij daags daarna haar reis naar Kampen voortgezet en is heden den IJsel opwaarts gestoomd, om met heren directeuren en commissarissen een proefvaart naar Keulen te doen. Bij haar retour verwacht men de aankondiging van de geregelde dienst. De fraaiheid van het maaksel en de netheid der inrichting worden algemeen bewonderd.


  LC - Leeuwarder Courant

Kampen, den 30 augustus. De stoomboot DRUSUS is heden morgen te half acht ure naar Keulen vertrokken, en wordt met Z. Excell. de heer Gouverneur dezer provincie terug verwacht. De zeeboot is door de onstuimige weersgesteldheid in haar vaart niet in het minste verhinderd geworden.


05 september 1838


  ZP - Zeepost

Aangaande de in een boot uitzette personen van het bij Borkum gestrande schip BRAGANZA - zie nommer 175 – wordt van Greenock van den 25 augustus gemeld, dat dezelve door het aldaar gearriveerde schip HEBDEN den 12 augustus op 42º NB 16º WL alle gered en aldaar aangebracht zijn.


  ZP - Zeepost

Verkoop van schepen te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ op maandag 17 augustus 1838: het tweedeks fregatschipshol RESOLUTIE en scheepsgereedschappen. (opm: zie ZP 280838, toen opgehouden, nu onttakeld en weer aangeboden, zie ZP 250938)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. In de loop van deze maand zal van Amsterdam naar Batavia vertrekken het nieuw gebouwd en gekoperd tweedeks barkschip DECIMA, kapt. K.J. Bolhuis, voorzien van een goede, ruime en wel ingerichte kajuit.
Personen en families van deze gelegenheid voor de overtocht naar Java gebruik willende maken, iemand goederen te verzenden hebbende, gelieve zich te vervoegen ten kantore van de cargadoor F. der Kinderen te Amsterdam.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Schiermonnikoog, 2 september. Den 31 augustus is alhier een menigte wrak hout aangespoeld, waaronder het deksel van een langwerpig vierkant doosje, waarop in zwarte letters H.J. Middel (opm: stuurman Harm Jans Middel en zoon van de schipper, zie hieronder), en nog een ander deksel, waarop J.H. Middel, benevens een nog vrij nieuw jol zonder naam, met een half groene en half zwarte gang, als ook de volgende dag een uit Rotterdam den 3 februari 1838 gedagtekende brief van de heren N. van den Berg & Zonen aan de heer J. van der Meulen te Scheemda.
Tevens wordt door de op Schiermonnikoog te huis behorende kapt. Willem J. Visser gerapporteerd, dat hij de vorige dag op twee mijlen afstand van het Oosteinde van Ameland vastzittende heeft gezien het voorschip van een ogenschijnlijk nieuwe kof, waarvan de equipage vermoedelijk verongelukt zal zijn, drijvende de tuigage rondom het wrak. Een en ander vermoedelijk afkomstig van de kof CATHARINA, kapt. J.H. Middel, van Koningsbergen naar Amsterdam. (opm: kof, bouwjaar 1830, kapt. Jan Harms Middel)
(opm: ZP 27 augustus 1838: de CATHARINA, kapt. Middel, van Koningsbergen naar Amsterdam, passeerde op 20 augustus 1838 Elseneur)


  JC - Javasche Courant

Batavia, 3 september. De 31e augustus zijn hier aangekomen de Nederlandse bark NICKERIE, kapt. F.A. Bunnemeijer, vertrokken van Rotterdam de 10e mei, en de dito brik ROTTESTROOM, kapt. B.H. Kuijper, vertrokken van Rotterdam de 17e mei.
De 1e september is hier aangekomen het dito schip MARGARETHA JOHANNA, kapt. M. Schou, vertrokken van Rotterdam de 24e mei.
Heden zijn hier aangekomen de dito bark de JAVAAN, kapt. J.P. Meijer, vertrokken van Amsterdam de 6e mei, en de dito bark CATHARINA JOHANNA, kapt. J.E. Schneebeeke, vertrokken van Amsterdam de 15e mei.


06 september 1838


  ZP - Zeepost

In de middag van 4 september is in het IJ voor Amsterdam door de Helderse beurtman in de grond gezeild een schuit, bezig zijnde met enige goederen over te laden op de Hamburger stoomboot (opm: Nederlandse vlag) de BEURS VAN AMSTERDAM, kapt. J.H. Savert. De goederen zijn zwaar beschadigd geworden.


  ZP - Zeepost

Aangaande het schip (opm: kof) EENDRAGT, kapt. Stuit, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Amsterdam, den 25 augustus wegens tegenwind te Delfzijl binnengelopen, had hetzelve slagzijde bekomen. Het schip en de lading was zo verre men wist nog in goede staat (opm: zie ZP 100938).


  ZP - Zeepost

Het schip EMILIE, kapt. Van den Kerkhoven, naar Liverpool gedestineerd, heeft den 4 september, ter rede van Ostende liggende, schade aan het roer en tuigage bekomen.


  ZP - Zeepost

Het schip GESINA, kapt. Mencke, van Stettin (opm: Szczecin) naar Rouen, is, na op Kentish (opm: Kentish Knock, bank in de aanloop naar de Theems; 51º37’ NB 01º31’ OL) gestoten te hebben, den 1 september lek te Harwich binnengelopen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Publieke verkoping op het eiland Texel.
Kapitein August Nernest, gevoerd hebbende het Zweedse barkschip UNION, van Lulea naar Marseille gedestineerd, in de Eierlandse Gronden gestrand, presenteert, als daartoe behoorlijk geautoriseerd, op woensdag de 12de dezer en volgende dag, publiek te verkopen: ruim 2.500 stuks grenen delen ad 14 en 20 voet lang, dik 3 dm. Zweedse maat, benevens: Drie zware kettingkabels, twee zware ankers, twee werpankers,19 stuks zeilen (nieuw), vier nieuwe kabeltouwen en trossen, gekapte touwwerk en lappen zeildoek, scheepsboot, sloep, rondhouten, kompassen, enige vaten vlees en spek, boter en hetgeen verder gepresenteerd zal worden; zijnde alle deze geborgen tuigage geheel nieuw, en veelal nimmer gebruikt, waarvan de notitie en informaties zijn te bekomen ten kantore van de heer Hendrik Gullen, scheepsmakelaar te Amsterdam, en bij Zunderdorp en Ran, commissionairs te Texel.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Publieke verkoping op het eiland Texel.
Kapitein William MacMullan, gevoerd hebbende het Engelse schoener-schip PENELOPE, van Venetië naar Amsterdam gedestineerd, in de Eierlandse Gronden gestrand, presenteert als daartoe behoorlijk geautoriseerd op dinsdag de 11de dezer maand september des morgens te 10 uur, publiek te verkopen:
Ruim 23 lasten raapzaad, door zeewater min of meer beschadigd; benevens twee kettingankers, en twee dito kettingkabels, zeilen, ijzeren pompen, boot, sloep, gekapt touwwerk en hetgeen verder gepresenteerd zal worden, waarvan de informaties zijn te bekomen ten kantore van de heren Nobel en Holtzapfel, scheepsmakelaars te Amsterdam, en Zunderdorp en Ran, commissionairs te Texel.


07 september 1838


  ZP - Zeepost

Het schip GEPKEA, kapt. Duits, van Emden naar Hull, den 26 augustus vertrokken, is de 31e dito te Emden met schade uit zee teruggekomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Zwolle, 5 september. De schone ijzeren rivierboot DRUSUS, van de Rijn- en IJsel-Stoombootmaatschappij, bestemd voor de vaart tussen Kampen en Keulen, heeft deszelfs proefreis van eerstgenoemde tot laatst gemelde stad en terug volbracht. Op donderdag de 30ste augustus des morgens ruim 7 uur vertrok dezelve van Kampen (hebbende aan boord de heren commissarissen en directeuren van de maatschappij, aan welker hoofd zich de Graaf van Rechteren, gouverneur van Overijssel, bevindt) en arriveerde die avond te Emmerik, na bij derzelver oponthoud te Arnhem de eer te hebben gehad Z. Exc. de heer Staatsraad gouverneur van Gelderland, voor enige ogenblikken aan boord te hebben mogen ontvangen.
De volgende morgen te 7 uur werd de tocht voortgezet en te 11 uur arriveerde de boot te Wezel, alwaar men de hoge eer genoot de zich aldaar bevindende Prins Willem, tweede zoon van de Koning van Pruisen, vergezeld van hoogst deszelfs adjudanten, hoge civiele beambten en van de heer plaatselijke commandant van Wezel, aan boord te ontvangen, Z.K.H. bezichtigde met alle belangstelling de boot, terwijl dezelve een kleine tour voor de stad Wezel maakte, en keerde zeer voldaan aan wal terug.
Hierna werd de tocht te één uur voortgezet, en arriveerde de boot om half negen te Dusseldorp, welke plaats toen door een illuminatie aan de haven, ter ere van de nieuwe onderneming, een prachtig schouwspel opleverde.
De 1ste september stoomde de boot naar Keulen en arriveerde aldaar, in het gezicht van een talrijk samengevloeide menigte. De belangstelling allerwegen in de onderneming van de vaart tussen Amsterdam over Kampen, langs de IJssel en Rijn tot Keulen betoond, was bijzonder in de plaatsen, langs de Rijn gelegen, zeer groot en men kan niet genoeg de beleefdheid en voorkomendheid van de plaatselijke besturen en andere overheidspersonen, handels colleges enz., roemen. Van Arnhem tot Keulen wapperden op alle plaatsen vlaggen, en werden saluutschoten gedaan, welke van de boot werden beantwoord, terwijl op de gehele vaart, bijna overal waar de boot stil hield, zich deputaties van de plaatselijke besturen en genoemde colleges aan boord begaven en hun belangstelling aan commissarissen en directeuren betuigden. Op zondag 2 september werd met de boot een tochtje naar Bonn en Köningswinter gemaakt, bij welke gelegenheid de heer ober-burgemeester van Keulen, de heer president van de Keulsche Stoombootmaatschappij en andere notabelen uit Keulen, zich op dezelve bevonden.
Algemeen was men over de inrichting en de snelle vaart van de boot tevreden, en de reden waarom dezelve niet in kortere tijd de opvaart aflegde bestond in de aangename verplichting, om op alle aanlegplaatsen, de voormelde deputaties te ontvangen en dezelve de gelegenheid tot het bezichtigen van de boot te verschaffen.
Op maandag 3 september 1838, des morgens ruim 4 uur, vertrok de boot van Keulen en bevond zich reeds 23/4 uur daarna te Dusseldorp, van dáár zette zij de tocht voort, arriveerde te 31/4 uur te Arnhem, te 61/2 uur te Zutphen, alwaar de boot ongelukkig de brug raakte en enige schade aan dezelve veroorzaakte, en te 8 uur te Deventer, van waar de boot de volgende dag te 71/2 uur naar Kampen vertrok en te 101/2 uur aldaar arriveerde.
Algemeen werd bekend, dat geen van de stoomboten de Rijn bevarende, zodanige snelle vaart deden als de DRUSUS, terwijl dezelve door het meerder in gebruik zijn, nog in snelheid van vaart zal toenemen.
Weldra zal de boot de geregelde vaart aanvangen en een nieuwe communicatie daar stellen, welke vooral ook voor de plaatsen langs de IJssel van onberekenbare belangrijke gevolgen zal kunnen zijn en de handelsbetrekkingen tussen Nederland en Pruisen zal verlevendigen en bevestigen (opm: zie ook ZZC 070938).


  AH - Algemeen Handelsblad

Het schip (opm: kof) ZWAANTINA, kapt. H.J. Schuring, van Koningsbergen naar Amsterdam, is volgens brief van Delfzijl; van de 3de september, na door een stortzee geheel op zijde gelegen en veel water in de kajuit bekomen, alsook het grootzeil verloren te hebben, de vorige dag met slagzijde aldaar binnengelopen, doch zou zonder te repareren, na de lading weer verschoten te hebben, met de eerste gunstige gelegenheid de reis voortzetten.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Men meldt uit Kampen, van den 30 augustus, het volgende: De stoomboot DRUSUS is heden morgen te half acht naar Keulen vertrokken, en wordt met de Heer Gouverneur van deze provincie terug verwacht. De zeeboot is door de onstuimige weersgesteldheid in haar vaart niet het minst verhinderd geworden. Genoemde stoomboot is, ’s avonds te 9 uur van den 31 augustus, onder gebulder van het geschut, te Düsseldorf aangekomen. Z.K.H. prins Willem van Pruisen was te Wezel aan boord gekomen en had een eind weegs de tocht meegemaakt, bij welke gelegenheid Z.K.H. zijn levende deelneming betuigde aan een onderneming, waardoor een gedeelte van het Koninkrijk der Nederlanden, hetwelk tot dusverre in geen rechtstreekse betrekking met de aan de Rijn gelegen landen stond, thans door haar in verband gebracht wordt.
De bouw van dit schip, aldus leest men in de Düsseldorfer Courant, welke de aankomst van de stoomboot DRUSUS aldaar verslag geeft, is bewonderingswaardig, wanneer men in aanmerking neemt de rivier, namelijk de IJssel, die het bevaren moet, welke rivier op vele plaatsen nauwelijks een breedte van 100 voet heeft, en desniettegenstaande heeft de bouwmeester, de heer Röntgen te Fijenoord, Rotterdam, door zijn kunst op de natuur gezegepraald. De proefvaart van de mond van de IJssel, bij Kampen aan de Zuiderzee, is ten enenmale, zonder de minste hindernis gelukt. De DRUSUS is 140 voet lang en is slechts, op de grootste breedte, 18 voet wijd; hij is van ijzer gebouwd; zijn machine bezit ongeveer 60 paardekrachten; hij zal in het vervolg dienst doen tussen Kampen, Düsseldorf en Keulen en sluit zich aan een tweede zeestoomboot, de ADMIRAAL VAN KINSBERGEN, die tussen Amsterdam en Kampen vaart, zodat er een geregelde stoomvaart zal bestaan tussen Amsterdam, Düsseldorf en Keulen. (opm: enigszins bekort).


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip HELENA, kapt. Greeven (opm: kof, kapt. D.J. Greeven [ook wel Greven]), van Schiedam naar Liverpool of Marennes, is den 27 augustus, na die nacht op de hoogte van Bevezier (opm: Beachy Head) een bark aangezeild te hebben, met verlies van de boegspriet, de grote ra, en zware schade aan de boeg te Douvres binnengelopen (opm: zie PGC 280938).


08 september 1838


  ZP - Zeepost

Den 28 juli lagen te Suriname de schepen SOPHIA CECILIA, kapt. J.C. Radeloff, om ultimo juli te vertrekken, HARMONIE, kapt. Jansen, om den 14 augustus te vertrekken, PHOENIX (opm: brik), kapt. H.L. Kayser, om de 22 dito te vertrekken, SNELHEID (opm: schoener), kapt. Wessels, om evenzo den 22 dito te vertrekken, ANTONIA (opm: kof), kapt. E. Speelman, en CATHARINA ANNA HELENA (opm: fregat), kapt. F.H. Zeylstra.


  ZP - Zeepost

Aangaande het bij Ostende gestrande schip NESTOR, kapt. Nordling – zie nommer 175 – wordt van 6 september gemeld, dat een groot gedeelte van de tuigage was geborgen en dat de kapitein en 1e stuurman aldaar van Londen gearriveerd waren en einde bezit van het schip te nemen, doch men vreesde dat hetzelve afgekeurd zoude worden.


  ZP - Zeepost

Door een der passagiers, afkomstig van de bij de Memmert bij Borkum gestrande Amerikaanse brik BRAGANZA, kapt. A.F. Torbay – zie nommer 175 – wordt het volgende gemeld: den 5 augustus l.l. ten 2 ure na de middag in goede staat zeilende op 37º NB 13º WL, brak de muiterij uit en werd de kapitein door het scheepsvolk over boord geworpen, waarna zij de 1e stuurman door steken en slagen dodelijk wondden, en welke gemelde passagiers den 11 augustus stervend verlieten. Zij bevonden zich toen op 41º NB 15º WL in een open boot, 550 mijlen van land, en werden na 25 uren door hemelhoge zee rond gezworven te hebben, den 12 dito door het schip HEBDEN gered en te Greenock aangebracht – zie nommer 176.
Bovengemeld bericht behelst nog het signalement der muiters, zijnde vijf in getal, waaronder drie Duitsers, wier voornamen zijn Wilhelm, Heinrich en Hans, een Nederlander en een Engelsman. Ook aangaande het schip wordt gemeld, dat hetzelve te St. John bij Porto Rico een lading ingenomen had en geconsigneerd was geweest aan de heren Balfour & Co te Genua.


  AH - Algemeen Handelsblad

Dordrecht, 5 september. Gisteren namiddag, kwartier voor 5 ure, is hier van de werf de Merwede van de scheepsbouwmeesters C. Gips & Zonen met het beste gevolg te water gelaten het fregatschip ORION, en onmiddellijk daarna voor dezelfde rederij de kiel opgehaald voor het fregatschip ISIS.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Edictale citatiën. Alzo de Raad van Justitie te Amboina bij dispositie van de 1e augustus 1838, op verzoek van Mr. D.B. Bol. fiscaal bij genoemde raad, heeft verleend appointement van edictale citatie ad valvas curiae (opm: voorlopige rechterlijke beschikking die door de overheid aan de deuren van het gerecht is afgekondigd), tegen alle bekende en onbekende crediteuren van de boedel van wijlen T.S. Harriss, in leven gezagvoerder van het afgelopen (= door rovers geplunderd) Nederlands barkschip ALEXANDER, zo is het dat ik, Hebertus den Hartog, deurwaarder bij voornoemde raad, dagvaarde allen die enig recht op voorschreven boedel van T.S. Harriss te hebben, om op woensdag de 6e februari 1839 voor gemelde raad te compareren, ten einde hun pretentie aan te geven.
Aldus gepubliceerd en aangeplakt aan de puije van het raadhuis te Amboina, de 6e augustus 1838. (opm: sterk bekort).


09 september 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 8 september. Het voorlopig bericht aangaande het gereed maken van oorlogsschepen voor de Oost-Indië bevestigt zich. Reeds zijn orders gesteld tot het spoedig zeilklaar maken van de fregatten PRINS VAN ORANJE en SAMBRE, benevens de korvet BOREAS, voerende respectievelijk 60, 44 en 28 stukken; terwijl ten spoedigste zullen vertrekken de stoomschepen de PHOENIX van 125 en de BROMO van 220 paardenkracht, welke bodems, zo men beweert, eerlang zullen gevolgd worden door nog een stoomschip en meerdere zeilschepen. Ongetwijfeld worden bij het ministerie van oorlog de nodige orders gesteld ter uitzending van het benodigde getal landtroepen.
Deze maatregelen, met recht krachtdadig te noemen, zullen, zo wij hopen, met het gewenste gevolg bekroond worden, doch vinden daarin aanleiding tot de aanmerking, hoe toch de tegenwoordige tijdelijke minister van marine en koloniën, welke slechts gedurende zes maanden dit laatstgenoemde departement bestuurt, eensklaps kan verwezenlijken, hetgeen vroeger achtereenvolgend zo zeer gewenst en benodigd was. Wanneer er dus genoegzame schepen voorhanden en gereed waren ter versterking onzer zeemacht in Oost-Indië en van dezelve daartoe geen gebruik werd gemaakt, dan komt men onwillekeurig op het denkbeeld: óf dat er geen genoegzame fondsen, óf geen gerede medewerking van de kant van de voormalige minister van koloniën konden erlangd worden.
Dan wat hiervan zijn moge, in beide gevallen is het te betreuren, dat men niet de zo lang en met zoveel aandrang gevraagde versterking van zee- en landmacht heeft kunnen bekomen, waarna alsnu wellicht gedeeltelijk de catastrofe van Bali kan worden toegeschreven, onverminderd het verlies van veel tijd, welke de vijand zich heeft ten nutte gemaakt en nog zal ten nutte maken om een hardnekkige tegenstand te bieden en de zeerovers gaandeweg tot stoutmoedigheid aanzet.
Is onze berekening niet onjuist, dan zal, na aankomst van bovengemelde schepen, onze zeemacht in Oost-Indië tijdelijk bestaan in 4 fregatten, 3 korvetten, 4 brikken, 18 schoenerbrikken en schoeners en 10 stoomschepen; een zeemacht, welke bij afwisseling wel behoort vermeerderd maar niet verminderd te worden.


10 september 1838


  ZP - Zeepost

De schepen ZEELUST (opm: smak, zie ZP 260738), kapt. J.F. Deddes, van Hamburg naar Rouen, en EENDRAGT, kapt. Stuit, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Amsterdam, beide wegens tegenwind en schade te Delfzijl binnen geweest, hebben den 5 september de reis weder vervolgd.


  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 6 september. Heden arriveerde alhier het eerste stoomschip, genaamd: DE KROONPRINSES VAN PRUISEN, van de Stoomboot-Maatschappij voor de Neder- en Midden-Rijn, na een overtocht van 14 uren van Dusseldorp naar Rotterdam. Bij de eerste blik moet haar elegante en stevige bouw ook de oppervlakkigste beschouwer dadelijk in het oog vallen, doch de waarlijke verblindende pracht van de eerste kajuit en het paviljoen gaat alles te boven, wat men nog bij dergelijke ondernemingen gezien heeft; in één woord, dit vaartuig is een meesterstuk van kunst en weelde, en de indruk, die ons de bezichtiging veroorzaakte, werd nog verhoogd toen wij vernamen, dat een Nederlander, de heer Fop Smit, van de Kinderdijk, de eer als haar bouwmeester toekwam. Het kan niet missen, of zo veel aangenaams en gemak zal bij een voortreffelijke en zindelijke bediening en oppassing, die wij van onderscheidene passagiers hoorden roemen, de reizigers even veel aanbevelingen zijn, om van dit nieuw en snel middel van vervoer gebruik te maken.


  AH - Algemeen Handelsblad

Torbay, 3 september. Binnengekomen HENRY EN WILLEM, kapt. J. Rieckels van Amsterdam naar Batavia.


11 september 1838


  ZP - Zeepost

Te Amsterdam zijn den 10 september gearriveerd de schepen:
- HILLEGONDA IDA, kapt. H.A. Hendriks, van Suriname, met suiker, katoen en cacao.
- VROUW JANTJE, kapt. G.A. Jonkhoff, van Havre met suiker.
- DIANA, kapt. R.H. Duit, van dito met suiker.
- VROUW ALIDA, kapt. B.J. Jaski, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) met tarwe.
- HARMONIE, kapt. F.H. Lucht, van Cuxhaven met rogge.
- DRIE GEBROEDERS, kapt. C.F. Gaukema, van dito met stukgoederen.
- FRANCINA, H.A. Kemper, van Hamburg, met suiker en koehaar.
- JANTINA, kapt. G. Wessels, van dito, met rogge.
- JONGE ANDREAS, kapt. L.A. Plokkker, van dito, met rogge.
- HARMONIE, kapt. H.C. Wiethorn, van dito, met suiker en glas.
- VROUW CATHARINA, kapt. C. Koster, van dito, met suiker.
- GENOVEVA, kapt. A. Pieper, van dito, met stukgoederen.
- VROUW CATHARINA, kapt. S.J. de Jonge, van dito, met wol en koehaar.
- VROUW IKINA, kapt. D.L. Knoop, van Bremen, met tabak en zwartsel.
- VIER GEZUSTERS, kapt. L. Dublinga, van dito, met suiker, enz.
- VROUW HILLEGINA, kapt. A.A. Wolkammer, van dito, met stukgoederen.
- ANNA MARGARETHA, kapt. L.M. Luths, van dito, met tabak, lood, koehaar en linnen.
- VROUW CHRISTINA, kapt. B. Bringman, van dito met stukgoederen.
- VROUW IKINA, kapt. H.J. Mudder, van dito, met rogge.
- VIER GEBROEDERS, kapt. T. Hayen, van dito, met rogge.
- VERWACHTING, kapt. J.C. Tannen, van dito met rogge en raapzaad.
- TWEE GEBROEDERS, kapt. A. Pekelder, van dito, met rogge.
- ANTINA, kapt. C.W. Ceulemans, van Emden, met rogge.
- TWEE GEBROEDERS, kapt. H.O. Hanken, van Varel, met raapzaad.
- MARGARETHA, kapt. C.H. Luiken van dito, met raapzaad.
- VROUW JOHANNA, kapt. J.H. Boker, van Rusterzyl (opm: Rüstersiel), met tarwe en zaad.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De verkoping van het gekoperd tweedeks fregatschips-hol, genaamd RESOLUTIE en de scheepsgereedschappen blijft uitgesteld en bepaald op maandag de 24e september 1838, ter plaatse en ure vroeger vermeld.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Zwolle, 5 september. De nieuwe ijzeren Rijn- en IJssel-stoomboot DRUSUS is van haar eerste met goed gevolg volbrachte proefreis te Kampen teruggekeerd is. Maandag den 3 is deze boot, na een even vleiend onthaal te Keulen, te 4 uur ’s morgens van Keulen weggevaren, reeds kwart voor drie uur daarna is zij te Düsseldorf aangekomen en heeft haar tocht naar Arnhem voortgezet, waar zij kwart over 3 arriveerde. Te half 7 te Zutphen aangekomen, had zij het ongeluk tegen de brug aldaar aan te stoten, waardoor zij enige schade bekwam. Te 8 uur kwam zij in Deventer aan, van waar zij de volgende morgen om half 8 naar Kampen vertrok en daar om half elf arriveerde. (opm: enigszins bekort)


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Volgens bericht van Dordrecht van de 5e september, wordt door kapt. W.B. Lelean, voerende de Engelse schoener CATHARINE, van Liverpool aldaar aangekomen, gerapporteerd, dat hij de eerste september op 51º27’ NB 02º30’ OL drijvende gevonden heeft een mastloos, door het volk verlaten schip, groot omstreeks 500 tonnen, zijnde, blijkens aan boord zijnde papieren, de te Biorneburg thuis behorende bark NESTOR, kapt. F.W. Nordling, met ballast van Londen naar Biorneburg. Na hetzelve gedurende 12 uur op sleeptouw te hebben gehad, met het voornemen om het te Helvoet binnen te brengen, werd hetzelve hem tegen zijn wil ontnomen door de Belgische sloep NEPTUNUS, kapt. Block, van Ostende naar Londen, daarin bijgestaan door twee Belgische vissloepen van Ostende, welke gezamenlijk sedert aldaar hetzelve hebben binnengesleept. De equipage van genoemd schip ten getale van elf man, welke hetzelve de 30e augustus verlaten had, is gered en te Southwold aangebracht door het schip DIANA, kapt. F.J. Pauls, van Rotterdam naar Maldon.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Kapt. J.H. Savert, voerende het stoomschip De BEURS VAN AMSTERDAM, van Amsterdam, van Hamburg te Amsterdam gearriveerd, rapporteert dat in de avond van den 1 september, op de hoogte van Schiermonnikoog, in 14 vademen water, hem voorbijgedreven is het wrak van een het onderste bovenliggend, ogenschijnlijk platboomd vaartuig.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Aangaande het schip MARIA JOHANNA, kapt. Kraanstuiver, met schors van Amsterdam naar Hull, bij Egmond gestrand (opm: zie ZP 010938), wordt van daar den 2 september gemeld dat hetzelve vast in het zand geweld, doch van de tuigagie en inventaris een groot gedeelte geborgen was; van de lading was echter niets geborgen, zijnde gedeeltelijk weggeslagen en overigens geheel nat en dus de daarop lopende kosten van bergen niet waardig.


  LC - Leeuwarder Courant

Emden, 30 augustus. Onze criminele rechtbank houdt zich op dit ogenblik bezig met een belangwekkend onderzoek. Op den 26 dezer strandde op de Memmert bij Borkum een Amerikaanse brik, van welke bodem vijf man der equipage, deels Engelsen deels Hollanders, aan land wisten te komen. De haast, waarmede vier hunner naar Brake wensten te vertrekken en vele andere omstandigheden, verwekten het vermoeden dat niet storm of enig ander natuuronheil, maar veeleer een gruwelijke misdaad de ondergang van het schip konden hebben bewerkt. De geredden hebben namelijk in hun bezit niet slechts een menigte kledingstukken en voorwerpen van de scheepsinventaris, maar van de equipage worden nog vermist de kapitein, de stuurman, de bootsman en de kok, die het slachtoffer van muiterij schijnen geweest te zijn. Het gerecht heeft om deze reden gisteren avond een dezer matrozen doen arresteren; ook een ander, die naar Hamburg onder zeil was gegaan, werd aan de monding van de Eems achterhaald. Men is zeer gespannen na de uitslag van het onderzoek ener afschuwwekkende daad, die, tot schande van de mensheid, zich in onze tijden niet zelden voordoet.
Door de brik HEBDEN, kapt. Fowler, die den 25 augustus te Greenock binnen gekomen is, zijn uit een dobberende sloep gered en opgenomen geworden twee dames, een passagier en twee man van de equipage van de Amerikaanse brik BRAGANZA. Deze ongelukkigen waren reeds 25 uren in de sloep rondgeslingerd geworden, toen zij op een zo wonderdadige wijze uit hun nood werden gered. De geredden zijn de heer C. Diehl, van Philadelphia, eigenaar van het schip BRAGANZA, en zijn vrouw, de weduwe van de kapt. Turley, gezagvoerder op het schip, de heer Mois, en de kok.
Zie hier wat de zaak is geweest: De Amerikaanse brik BRAGANZA van Philadelphia, uit St. Jan van Porto Rico naar Genua vertrokken, met een lading suiker, moest om het slechte weder te Philadelphia binnen lopen, van waar het den 8 juli j.l. weder uitliep; de equi¬page bestond uit acht matrozen. Alles ging wel tot op den 5 augustus toen de stuurman de kapitein bericht kwam geven, dat de equipage oproerig was. De kapitein en stuurman begaven zich op het dek, de eerste slechts van een mes voorzien en de tweede geheel ongewapend. Beide lagen spoedig onder de voet, de kapitein werd door de muiters in zee geworpen; de stuurman, hoewel gewond, gelukte het de kajuit te bereiken, waarin de muiters hem met de passagiers opsloten. 's Morgens verschenen zij om alle wapenen en stuuurman gereedschappen van de opgeslotene te eisen, hun verzekerende dat, indien zij zich rustig hielden, hun geen letsel zou gebeuren. Den 7 ontwaardden de gevan¬genen een dikke rook die in de kajuit begon te dringen; zij vroegen wat dit betekende en ontvingen ten antwoord, dat zij dadelijk al hun kostbaarheden en geld hadden af te geven, of dat men hen in de kajuit vermoorden zou. Zij voldeden aan dezen eis en de rook werd geblust. Den 11 werden de drie passagiers met de kok, om hen te geleiden, in de sloep gezet, om te be¬proeven of het gunstig lot hen zou willen redden, maar in weerwil van al hun smeken, werd hun niet vergund de gewonde stuurman mede te nemen. Nu dobberden zij 25 uren lang in die beklagenswaardige toestand, tot dat ze ein¬delijk de brik HEBDEN in het verschiet ontdekkende, jacht op dezelve maakten en door deze opgenomen werden.
De genoemde brik BRAGANZA is den 28 augustus j.l. tussen Borkum en Juist, op de Oostfriesche kust gestrand, waarvan vijf matrozen in een boot te Emden aangekomen zijn. Deze zijn dadelijk in hechtenis genomen en zullen gerechtelijk vervolgd worden; een der matrozen had zich In de gevangenis opgehangen. (opm: zie ook LC 021038).


  LC - Leeuwarder Courant

Berlijn, 1 september. Men verneemt, dat een streng onderzoek begonnen is, betreffende het in brand geraken van de Russische stoomboot NICOLAI 1 (opm: zie LC 080638). Het is bekend, dat in gemelde stoomboot, zo men beweerde, belangrijke sommen geld waren geladen, en nu ook verzekerd, dat zich een der terug gevonden vaatjes lood in plaats van goud bevindt. Dit heeft aanleiding tot het vermoeden van brandstichting gegeven. Z.M. de Koning van Hannover wordt alhier verwacht; het beweren van sommige dagbladen, dat Z.M. alhier incognito geweest is, is onwaar.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen. Binnengekomen: den 2 september het kofschip EGBERTUS, kapt. K.H. Bakker, van Christiaansand, het schoenerschip LIVELY, kapt. S.H. Finch, van Londen, het brikschip WILHELM FRIEDRICH, kapt. S.A. Parr, van Droback.
Den 3 dito het kofschip WILHELMINA, kapt. J.G. de Wall, van Dantzig (opm: Gdansk), het schoenerschip SARAH & HELEN, kapt. J. Atkins, van Newcastle, het kofschip de VROUW JANTINA, kapt. H.H. de Weerd, van Petersburg, het schoenerschip MONARCH, kapt. J. Manning, van Londen.
Den 5 dito het kofschip ALIDA, kapt. K.H. Scholtens, van Newcastle.
Den 6 dito de kofschepen CONCORDIA, kapt. T.H. Straathouder, van Riga, de EENDRAGT, kapt. J.H. Hut, van Christiaansand en ZEELUST, kapt. R. Sluik, van Memel (opm: Klaipeda).
Den 7 dito het schoenerschip ORWELL, kapt. R. Cubitt, van Londen, het kofschip UNTERNEHMUNG, kapt. L.B. Jansen, van Dantzig.
Den 8 dito het kofschip de JONGE DIRK, kapt. H.E. Vos, van Christiaansand, het tjalkschip de JONGE JAN, kapt. H.E. Pluktje, van Stettin (opm: Szczecin), het kofschip de JONGE BARENT, kapt. B.R. van Wijk.
Uitgezeild: den 2 september de kofschepen NIJVERHEID, kapt. E.E. Hoveling, naar Koningsbergen (opm: Kaliningrad) en MARGARETHA, kapt. K.F. Harding, naar Noorwegen, het schoenerschip MARY & ROSE, kapt. A. Reach, naar Schotland.
Den 3 dito de kofschepen VRIESLAND, kapt. T.W. Stuit, naar Liverpool, GEZIENA, kapt. B.A. Visser en de JONGE JAN, kapt. J.K. Bart, beide naar Noorwegen.
Den 6 dito de kofschepen MARTHA ALIDA, kapt. K.H. Plukker, naar Schotland, IJPEUS, kapt. H. de Weerd,jr. en NYMPHIA, kapt. K. de Weerd, beide naar Noorwegen, het smakschip VERWAGTING, kapt. J. Eilers, naar Schotland.
Den 7 dito de schoenerschepen FAME, kapt. W. Barfield en LIVELY, kapt. S.H. Finch, beide naar Londen, het brikschip WILHELM FRIEDRICH, kapt. S.A. Parr en het kofschip WILLEM, kapt. H.W. Kiers, beide naar Noorwegen.


  LC - Leeuwarder Courant

Kampen, 4 september. De rivier stoomboot DRUSUS, bestemd voor de vaart tussen deze stad en Keulen, is van haar proefreis naar Keulen hedenmorgen hier terug gekomen. Dezelve was gisteren morgen ruim 4 ure van Keulen vertrokken, tegen 7 uur te Dusseldorp, te 3¼ uur te Arnhem, te 6½ te Zutphen en te 8 ure ’s avonds te Deventer aangekomen. Van daar is zij heden morgen te 7½ ure vertrokken, en te 10½ ure hier gearriveerd. Op deze tocht naar en van Keulen werd algemeen erkend, dat de vaart van geen der stoomboten, die de Rijn bevaren, zo snel is als die van de DRUSUS. De geregelde dienst der boot zal weldra aanvangen.


  LC - Leeuwarder Courant

Groningen, 6 september. Het alhier op de Noorderwerf van H.J. Limborgh gebouwde en thans voltooide barkschip, genoemd PRINS HENDRIK, groot ongeveer 300 Java lasten, bevarende wordende door Kapitein H.K. Dijkhuis, heeft heden morgen deze stad verlaten.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: de gerechte helft in een ordinaris Veerschip, varende in de beurt van Harlingen op Sneek vice versa, met de gerechtigheid van het aandeel in het veer, kwotele (opm: op basis van evenredigheid) toe- en aanbehoren van dien, invoege hetzelve door wijlen Jannes Witting als schipper bevaren; terstond te aanvaarden. Adres in persoon of met gefrankeerde brieven ten kantore van de griffier H. Smith, te Harlingen.


  LC - Leeuwarder Courant

Publieke verkoping op het eiland Texel. Kapitein August Nernest, gevoerd hebbende het Zweedse barkschip UNION, van Lulea naar Marseille gedestineerd, in de Eierlandsche gronden gestrand (opm: zie ZP 140838), presenteert, als daartoe behoorlijk geauthoriseerd, op woensdag den 12 dezer en volgende dag, publiek te verkopen:
- Ruim 2000 stuks grenen delen, ad 14 en 20 voet lang, dik 3 duim Zweedse maat.
- Benevens drie zware ketting kabels.
- Twee zware ankers.
- Twee werpankers.
- Negentien stuks zeilen (nieuwe).
- Vier nieuwe kabeltouwen en trossen.
- Gekapt touwwerk en lappen zeildoek.
- Scheepsboot, sloep, rondhouten en kompassen.
- Enige vaten vlees en spek, boter, en hetgeen verder gepresenteerd gaat worden.
Zijnde al deze geborgen tuigage geheel nieuw en veelal nimmer gebruikt; waarvan de notitiën en informatie zijn te bekomen ten kantore van de heer Hendrik Gullen, scheepsmakelaar te Amsterdam, en bij Zunderdorp en Ran, commissionairs te Texel.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Mr. F. Witteveen, notaris te Metslawier, zal, op woensdag den 19 september 1838, des namiddags te 4 ure, ten huize van de kastelein Andries Feenstra, te Dokkum, provisioneel, bij strijk en verhoog gelden, presenteren te verkopen een voor weinige jaren nieuw getimmerd kofscheepje, de HOOP genaamd, geijkt op 16 ton, met zeilen, ankers, touwen, haken, bomen, 50 zakken en verder scheepsaanbehoren, door Gjalt P. van Goinga bevaren, en thans liggende in de dorpsvaart te Nijkerk.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Dienst Amsterdam en Keulen.
Het stoomschip DRUSUS, kapt. J. Brouwer, te beginnen met zondag den 9 september 1838:
Vertrekt van Kampen naar Arnhem iedere zondag ’s midd. ongeveer 12 uur
“ “ Arnhem “ Keulen “ maandag ’s morg. 5 uur
“ “ Keulen “ Zutphen “ woensdag ’s morg. 5 uur
“ “ Zutphen “ Kampen “ donderdag ’s morg. 7 uur
“ “ Kampen “ Zutphen “ donderdag ’s midd. ongeveer 1 uur
“ “ Zutphen “ Kampen “ vrijdag ’s morg. 7 uur
“ “ Kampen “ Deventer “ vrijdag ’s midd. ongeveer 1 uur
“ “ Deventer “ Kampen “ zaterdag ’s morg. 8 uur
“ “ Kampen “ Zutphen “ zaterdag ’s midd. ongeveer 1 uur
“ “ Zutphen “ Kampen “ zondag ’s morg. 7 uur
Nadere informatie bij de directie en ten kantore van heren agenten.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De directie der Rijn en IJsel Stoomboot Maatschappij, waarvan de zetel te Deventer gevestigd is, heeft de eer te berichten, dat de vaart hunner ijzeren boten voorlopig bepaald is: Dienst Amsterdam en Kampen.
Het stoomschip ADMIRAAL VAN KINSBERGEN, Kapt. H. Werff, te beginnen met zondag den 9 september 1838 vertrekt iedere dag (behalve des maandags) van Amsterdam naar Kampen om 6 uur, en dezelfde middag om ongeveer 1 uur van Kampen naar Amsterdam.
(opm: bewerkt en sterk bekort)


12 september 1838


  JC - Javasche Courant

Batavia, 7 september. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip ANNA, kapt. P. Ebels, vertrokken van Rotterdam, de 1e juni.


13 september 1838


  ZP - Zeepost

Hellevoetsluis, 12 september. Heden arriveerde alhier Zr.Ms. stoomschip CERBERUS, commandant kapt.luit. van Frank, van Havre.
Het schip (opm: brik) JONGE MARIA, kapt. G.J. Meeuw, komende van Odessa, is heden alhier van de quarantaine ontslagen.


  ZP - Zeepost

Brielle, 11 september. Het heden van hier naar Londen vertrokken stoomschip BATAVIER, kapt. D. Dunlop, is door het te veel gevallen water uit zee terug gekomen en naar boven opgestoomd.


  ZP - Zeepost

Het schip (opm: kof) HENDRINA, kapt. P. Jagtman, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Rouen, is den 11 september lek in ’t Vlie binnen gelopen en is naar Harlingen opgezeild om te repareren, alwaar hetzelve die zelfde dag is aangekomen.


  ZP - Zeepost

Het schip (opm: smak) JACOBA EN CATHARINA, kapt. E.A. Niehoff, van Amsterdam naar Londen, is den 9 september lek en met schade te Delfzijl binnengelopen. Het moet lossen om te repareren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Naar Batavia zal in de maand oktober aanstaande van Middelburg vertrekken het nieuw gebouwde en gekoperde tweedeks fregatschip WILHELMINA LUCIA, gevoerd door kapt. B.F. Ipsen, hebbende alle gemakkelijke en voor de reis naar Java doelmatige inrichtingen voor passagiers, en vaart met een bekwame scheepsdokter.
Adres bij de kapitein aan scheepsboord en bij de cargadoor B.D. Bosscher te Amsterdam.
(opm: eerste reis).


14 september 1838


  ZP - Zeepost

Het schip de DRIE GEZUSTERS, kapt. Akkerman, van Grietzyl (opm: Greetsiel) naar Brewick (opm: Berwick, Oostkust Engeland, of Brevik, Oslofjord), is den 1 september, met verlies van een anker, touw, boegspriet, schanskleding (opm: verschansing) en met meer andere schade te Amrum binnengelopen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. H.J. Rietveld en J. Schutte Hoijman, makelaars, zullen op maandag de 1ste oktober 1838, in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ, des avonds te 6 uur precies, verkopen: Het extra ordinair welbezeild Nederlands gebouwd en gekoperd fregatschip, genaamd DE PLANTER, laatst gevoerd door kapt. C.L. Adboll, gemeten op 170 lasten, met deszelfs bijzonder goede inventaris; breder bij biljetten omschreven en nader bericht bij bovengemelde makelaars. (opm: zie AH 011038)


  AB - Avondbode

Vlissingen, 11 september. Uitgezeild CLOTILDE, kapt. P. Ocket Sr, naar Liverpool.


15 september 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 13 september. Kapt. Johs. Eilers, met het Nederlands smakscheepje de VERWACHTING, van Harlingen met kaas naar Leith bestemd, is de 6de dezer des namiddags omstreeks half vier ter rede van het Vlie ten anker gekomen, met de vlag van de bezaansmast, doch heeft niet vóór op de volgende dag een klaarmaker aan boord gehad, waarna hij die gehele dag vruchteloos om een loods geseind heeft, zodat genoemd schip, met een lading, waarvoor het geringste oponthoud zo schadelijk zijn kan, twee etmalen in de voortzetting van zijn reis verhinderd is geworden, en zulks onder gunstig weer en met ZZW wind. Gaarne zouden wij zien, dat deze klacht gevoegd bij de reeds zo dikwerf geuite, er toe kon bijdragen, om dusdanige voor handel en scheepvaart, zo verderfelijke misbruiken te doen ophouden en de regering er toe overging, om vooral ten opzichte van de loodsdienst die maatregelen te nemen, die strekken kunnen, om de handel te overtuigen, dat alhoewel men dan ook thans, zo veel meerder loodsgeld betaalt dan weleer, de dienst daarentegen dan ook zo veel is verbeterd, iets hetwelk tot heden toe, juist zo bijzonder niet gebleken is.


  AH - Algemeen Handelsblad

Volgens brief van kapt. J.H. Schippers, voerende bet schip MARGARETHA CATHARINA, van Amsterdam naar Batavia, in dato 18 augustus, bevond hij zich toen op 41° 9 N. Br. en 15° W. L. en had gedurende de gehele reis tegenwind en stilte gehad.


  JC - Javasche Courant

Rotterdam, 25 mei. Woensdag nademiddag is hier van ’s Lands werf met goed gevolg van stapel gelopen Zr.Ms. brik VENUS, van 18 stukken.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 12 september. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip SCHELDE, kapt. C.M. van Dijcke, vertrokken van Rotterdam de 1e juni.


17 september 1838


  ZP - Zeepost

Texel, 15 september. Het schip CHERIBON, kapt. A.C. van Braam Houckgeest, is heden van hier naar Batavia vertrokken. (opm: eerste reis van deze bark)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. J.E. Lublink, F. der Kinderen, H. Salm en C.F. Kopersmit, makelaars, zullen op maandag de 24ste september 1838, des avonds te 6 uur, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ, ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte, verkopen:
Een extra ordinair welbezeild gekoperd en met koperen bouten voorzien tweedeks fregat-schips-hol, genaamd RESOLUTIE, volgens Nederlands meetbrief lang 35 ellen 80 duimen, wijd 6 ellen 75 duimen, hol 5 ellen 47 duimen, benevens een aanzienlijke partij scheepsgereedschappen, bestaande in ankers, kabel-kettingen, touwen, zeilen, opstaand- en lopend want, tuigage, zee-instrumenten, kanonnen, watervaten, rondhouten, boten, sloepen en hetgeen verder te voorschijn zal worden gebracht.
Breder bij notitie en bericht bij bovengemelde makelaars.
(opm: zie ook AH 130838 en ZP 280838, nu onttakeld en voor sloop verkocht, zie terugzending zeebrief 4 oktober 1838).


18 september 1838


  ZP - Zeepost

De Nederlands-Indische bark SUMATRA, kapt. Ellis, de 8 maart van Amboina naar Menado vertrokken, is de 12 april op 13º44’ ZB 112º40’ OL door het Engelse schip PACIFIC ontmoet, in zee drijvende, daar door het overlijden van bovengemelde kapitein er niemand aan boord was, welke de navigatie verstond, en vervolgens door het schip PACIFIC de 21 april te Banjoewangie binnengebracht.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen. Binnengekomen: den 9 september het tjalkschip de OOSTERLING, kapt. B. Obbes, van Carolinerzijl (opm: Carolinensiel), het kofschip JOHANNES, kapt. A. Sluik jr, van Petersburg.
Den 10 dito de kofschepen de HOUTHANDEL, kapt. D.K. de Grooth, VROUW ANTJE, kapt. K.D. de Grooth en ARENDINA, kapt. H.D. de Grooth, alle drie van Christiaansand.
Den 11 dito het kofschip ANNETTE, kapt. M. Hendriksen, van Dantzig (opm: Gdansk).
Den 13 dito het kofschip VREDE EN VRIJHEID, kapt. T.A. Lammers, van Dantzig, het smakschip de BUITENWERF, kapt. A. Rozema, van Laurvig.
Den 14 dito het smakschip DOROTHEA MARIA, kapt. D.J. de Groot, van Drammen, het kofschip de HUNSE, kapt. H.J. Ketelaar, van Memel (opm: Klaipeda).
Den 15 dito het schoenerschip NORTHAM, kapt. D. Charrosin, van Londen, het brikschip ANNETTE, kapt. C.F. Maas, van Riga.
Uitgezeild: den 12 september het smakschip JETSKA CORNELIA, kapt. K.E. Vos, naar Schotland, de kofschepen de VREEDE, kapt. J.J. Greeven, naar Noorwegen, ANNA MARIA, kapt. J.H. Kramer, WILHELMINA, kapt. J.G. de Wall, beide naar Riga en EGBERTUS, kapt. K.H. Bakker, naar Noorwegen.
Den 13 dito het kofschip ZEELUST, kapt. R. Sluik, naar Memel.
Den 14 dito de schoenerschepen MONARCH, kapt. J. Manning en ORWELL, kapt. R. Cubitt, beide naar Londen.
Den 15 dito het tjalkschip de JONGE JAN, kapt. H.E. Pluktje, op avontuur.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop. In de maand augustus j.l. is de helft van een beurt- of veerschip van het Heerenveen op Leeuwarden en de Joure gepresenteerd (opm: zie LC 240838). Door deze wordt de wederhelft aangeboden ter verkoop bij de eigenaren P.O. de Jong, te Wolvega en G.A. Hempenius, te Heerenveen.


19 september 1838


  JC - Javasche Courant

Batavia, 16 september. De 14e dezer is hier aangekomen de Nederlandse bark ADELAAR, kapt. J.H. Bangma, vertrokken de 20e mei, en dito bark JAVA, kapt. H. Peters, met twee passagiers, vertrokken van Rotterdam de 10e juni.
Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip MERCURIUS, kapt. H.B. Esink, vertrokken van Middelburg de 17e mei; dito schip DE ONDERNEMING, kat. H.J. Klein, vertrokken van Amsterdam de 24e mei.


20 september 1838


  ZP - Zeepost

Den 17 september is bij ’t Vlie gestrand de Spaanse brik SAN LUIS, alias PRONTO. Kapt. Pedro Fereiros, van Riga met linnen naar Vigo, Pontevedra en Carilas. De kapitein en verdere equipage is gered. (opm: zie LC 191038 en ZP 220938)


  ZP - Zeepost

Advertentie. In het Oosterdok (opm: te Amsterdam) ligt in lading naar Batavia het nieuw gebouwd en gekoperd tweedeks barkschip JACOBA MAURINA, kapt. J.A. de Haas.
Adres bij Coopman & De Witt & Lenaertz, Van Olivier & Co, Hoyman & Schuurman en De Vries & Co. (opm: eerste reis)


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 19 september. Heden is op de werf de Walvisch van de scheepsbouwmeester J. Nuveen afgebouwd en gekoperd van stapel gelaten het schoenerschip EGMONT, vervaardigd voor rekening van de heer Jacob Hartsen.


21 september 1838


  RC - Rotterdamsche Courant

De 20e dezer is te Amsterdam van de werf de Oranjeboom, in de Groote Bikkerstraat, van stapel gelaten het door de scheepsbouwmeesters A. de Graaf en Zoonen gebouwde koopvaardij-fregatschip van ongeveer 800 tonnen grootte, genaamd NEHALENNIA, gevoerd zullende worden door kapt. F.T. Verster. (opm: vermoedelijk voor eigen rekening; in februari 1839 alsnog verkocht aan B.D. Bosscher en door deze in de vaart gebracht)


  RC - Rotterdamsche Courant

Te Capelle op den IJssel is, op woensdag namiddag den 19 dezer, van de werf van de scheepsbouwmeesters W. & J. Hoogendijk & Co, met het beste gevolg van stapel gelopen het barkschip, genaamd VROUW JOHANNA, groot 650 tonnen, aldaar gebouwd voor rekening van den heer D. Dunlop, te Rotterdam, en onmiddellijk daarna, op dezelfde werf, de kiel opgehaald voor een fregatschip, genaamd DILIGENCE, groot 1000 tonnen, voor rekening van den heer F.J. Loos, te Amsterdam.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De Noord-Hollandsche en Vriese Stoomschip-Associatie maakt hiermede bekend, dat, tot nadere aankondiging, de vaart tussen Londen en Harlingen, met de stoomboot ST. DAVID, wordt buiten werking gesteld.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris Waubert de Puiseau, in de Lemmer, zal, op zaterdagen den 22 en 29 september 1838, telkens des avonds te 6 ure, ten huize van Cornelis Thomas van der Pol, in het logement Het Wapen van Vriesland, in de Lemmer in het openbaar verkopen:
1. Een huizinge.
2. Een huizinge met erf.
3. Een overdekt Jagt, genaamd NOOIT GEDACHT, varende in de beurt van de Lemmer op Gorredijk, groot 20 tonnen, thans bevarende worden door Johannes Uilke de Jong, met zeil en treil en complete inventaris.
De verkoop voorwaarden zijn te vernemen bij den genoemde notaris.
(opm: 1 en 2 zijn niet relevant in deze kroniek en daarom sterk ingekort)


22 september 1838


  ZP - Zeepost

Volgens brief van kapt. J.C. Radeloff, voerende het schip SOPHIA CECILIA, den 31 juli van Suriname naar Amsterdam vertrokken, in dato 21 september, bevond hij zich toen op de hoogte van Calandsoog, moest wegens stilte ten anker gaan, doch hoopte diezelfde dag nog in Texel binnen te komen. Schip, equipage en passagiers waren allen in de beste orde.


  ZP - Zeepost

Aangaande de den 17 september bij ’t Vlie gestrande brik SAN LUIS, alias PRONTO, kapt. Fereiros wordt nog gemeld, dat het schip door de zware branding verbrijzeld en slechts een klein gedeelte der lading geborgen was.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Degenen welke iets te vorderen hebben van of verschuldigd zijn aan de nalatenschap van wijlen de op de reis van hier naar Nederland de 13e januari j.l. aan boord van het Nederlandse schip AZIA overleden heer A. Ritchie, gezagvoerder van genoemde bodem, worden bij deze beleefdelijk verzocht daarvan zo spoedig mogelijk opgave te doen aan Thompson, Roberts & Co.
Batavia, 17 september 1838


24 september 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Vlie, 20 september. Binnengekomen JONGE EGBERTUS, J.B. Mulder van Memel.


25 september 1838


  ZP - Zeepost

Volgens brief van Batavia in dato 6 juni is het schip DOROTHEA, kapt. Tholen, van Batavia naar Padang gedestineerd, na een lange reis aldaar ter rede teruggekomen zonder Padang te hebben bereikt. De lading was onbeschadigd gelost en het schip gerepareerd en nu gereed met laden om de reis (opm: opnieuw) te aanvaarden.


  DC - Dordtsche Courant

Rotterdam, 21 september. Gisteren morgen omstreeks 4 ure, is, door stilte en duisternis, de vrachtschuit de VROUW MARIA, schipper Van Vliet, met haar mast tegen de boegspriet van de nabij deze stad op stroom liggende oorlogsbrik de KEMPHAAN gedreven en daardoor gezonken. Door de spoedig en doelmatig aangebrachte hulp van het etat-major van gemelde brik zijn de vrouw en het kind van de schipper, benevens deze en twee knechten gered. Door de welwillendheid van de constructeur en de ijver der onder-constructeurs van de marine zijn dadelijk de nodige maatregelen in het werk gesteld tot het lichten van het vaartuig, waardoor men alle hoop heeft dat de schipper, de zijn ganse bezitting en bestaan in en door dit vaartuig heeft, niet geheel aan armoede zal zijn prijs gegeven.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen. Binnengekomen: den 16 september de smakschepen de VROUW JANTJE, kapt. J.E. Scherpbier en SICCOLIA HOITES, kapt. G.T. de Jong, beide van Dantzig (opm: Gdansk).
Den 17 dito het kofschip GEERDINA, kapt. G.E. Boer, van Dantzig.
Den 18 dito het brikschip ALEXANDRINA, kapt. C.K. Vagt, van Riga.
Den 19 dito de kofschepen ELIZABETH MARIA, kapt. J.A. Keun, van Brevig, COURIER, kapt. J.E. Schultze, van Newcastle en JAN FREERK, kapt. G.H. Smit, van Christiaansand, het schoenerschip UNION, kapt. H.B. Disneij, van Londen, de kofschepen HENRICUS, kapt. J.H. Wildeman, van Dantzig en de GOEDE WELVAART, kapt. J.G. Vos, van Droback.
Den 20 dito de kofschepen GEZIENA JOHANNA, kapt. Van Laurvig, de JONGE HENDRIK, kapt. B.H. Plukker, van Oudsoen en de JONGE DIRK, kapt. W.H. Mulder, van Holmstrand.
Den 21 dito de kofschepen CATHARINA ENGELINA, kapt. R.K. Visser, van Laurvig.
Den 22 dito de kofschepen FRAU FEMKE ENGELINA, kapt. J.W. Krije, van Dantzig en JAN FREDRIK, kapt. H.H. Kok, van Droback, het smakschip de VROUW ELIZABETH, kapt. J.H. Cappen, van Oostrisoer.
Uitgezeild: den 18 september het kofschip CONCORDIA, kapt. F.H. Straakholder, naar Riga.
Den 19 dito het kofschip de VROUW JANTINA, kapt. H.H. de Weerd, naar Noorwegen, het schoenerschip SARAH & HELEN, kapt. J. Atkins, naar Leith, de kofschepen de HOUTHANDEL, kapt. D.K. de Grooth, de VROUW ANTJE, kapt. K.D. de Grooth en ARENDINA, kapt. H.D. de Grooth, alle drie naar Noorwegen.
Den 21 dito de kofschepen de EENDRAGT, kapt. J.H. Hut, naar Noorwegen, ALIDA, kapt. K.H. Scholtens, naar Schotland, de JONGE BARENT, kapt. B.R. van Wijk, naar Memel (opm: Klaipeda), UNTERNEHMUNG, kapt. L.B. Jansen, naar Noorwegen en ANNETTA, kapt. M. Hendriksen, op avontuur, de schoenerschepen HOPE, kapt. W. Cousins, en NORTHAM, kapt. D. Charrosin, beide naar Londen.


26 september 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Verkoping van schepen op maandag 24 september in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ: een gekoperd met koperen bouten voorzien tweedeks fregatschipshol genaamd geweest RESOLUTIE, kapt. J.N. Schrader (opm: J.N. Schnijder): NLG 8.400, in slag NLG 25, koper Anthony Roos. (opm: voor de sloop, zie AH 130838, ZP 280838 en ZP 311238).


27 september 1838


  ZP - Zeepost

Advertentie. Te Amsterdam ligt in lading naar Suriname het nieuw gebouwd en gekoperd tweedeks brikschip NICKERIE PACKET (opm: eerste reis), kapt. C. Hofker.
Adres: Hoyman & Schuurman.


  DC - Dordtsche Courant

Brielle, 24 september. Kapt. Takenberg, gisteren in de bank aan de grond geraakt, is door assistentie van de loodsboot no. 6 en een schuit in vlot water gekomen.


  LP - Le Précurseur (Antwerpen)

Heden arriveerde een brief uit Smyrna (opm: Izmir) gedateerd 8 september, die melding maakt van een geval van bijzondere piraterij. De uit Rotterdam afkomstige brik HENDRIKA ELISABETH, onder kapitein Riedyk, van het handelshuis C. van Dam & Co, die reeds gedurende 15 jaar een geregelde dienst onderhoudt tussen Smyrna en Nederland, is tussen Scio en Ipsara geplunderd en daarna tot zinken gebracht. De kapitein en bemanning zijn gered. Een Amerikaanse brik zou door dezelfde piraten zijn geplunderd. (opm: zie o.a. ZZC 021038)


28 september 1838


  ZP - Zeepost

Zr.Ms. brik MERCUUR, commandant kapt.luit. Tuning, is den 2 september te Ourlac van Smirna (opm: Izmir) gearriveerd en heeft den 3 dito de reis naar Nederland voortgezet.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

’s-Gravenhage, 26 september. Den 24 dezer arriveerde te Helvoetsluis het schoonerschip ZEPHIR, kapt. J.M. Jansen, van Batavia, hetwelk den 26 maart jl. was in zee gezeild, en dus de reis naar Java en terug, in vijf maanden en 28 dagen heeft volbracht.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip HELENA, kapt. Greeven, van Schiedam naar Liverpool te Douvres binnen (opm: zie PGC 070938), heeft den 15 september de reis voortgezet.


  LC - Leeuwarder Courant

Maintz, 17 september. Van de nieuwe inrichting ener rechtstreekse stoomscheepvaart van hier naar Rotterdam, welke onlangs door de stoomboot maatschappij voor de Midden Rijn is daargesteld, verwacht men voor de koophandel onzer stad blijde, misschien te blijde, uitkomsten. Deze inrichting kan en zal, uithoofde van onze veelvuldige handelsbetrekkingen met Holland, nuttig wezen, doch het ware te wensen, dat onze schippers er aan dachten om zich kleine vaartuigen van 30 tot 50 last te verschaffen, die door stoomboten gesleept werden, ten einde op deze wijze onze producten, welke wij gewoon zijn naar Holland te verladen (als wijn, graan, klaverzaad, enz.) snel en veilig te verzenden. Overigens moet men erkennen, dat deze nieuwe stoomboot maatschappij voor haar kort bestaan reeds zeer veel verricht, en iedere vriend der onderneming moet het verblijden dat haar pogingen met goed gevolg bekroond worden. De maanden juli en augustus hebben wederom 37.000 thr. (opm: thaler) ontvangst opgeleverd.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een visaak, met zeil en twee fokken alsmede een zegen, of seine (opm: schip waarop men met de zegen vist; b.v. op de Zuiderzee t.b.v. de vangst op haring en ansjovis), groot ongeveer 150 vadem, 40 fuiken, en een taanbak enz.
Te bevragen bij de Weduwe A. Ruurds Visser, te Joure.


29 september 1838


  JC - Javasche Courant

Batavia, 27 september. De 25e dezer is hier aangekomen het Nederlandse schip CANTON, kapt. J. Lourens, met vier volwassenen en 2 kinderen als passagiers, vertrokken van Rotterdam de 1ste juni.
Gisteren zijn hier aangekomen het Nederlandse schip BATO, kapt. J. Keijser, met één passagier, vertrokken van Dordrecht de 10e juni; dito schip JOHANNA CORNELIA, kapt. H.F. Horneman, vertrokken van Rotterdam de 10de juni; dito brik DE KOCK, kapt. Schultz, vertrokken van Rotterdam, de 10e juni; en dito schip ADMIRAAL TROMP, kapt. P.J. Kerkhoven, met twee passagiers, vertrokken van Amsterdam de 1e juni.
Heden zijn hier aangekomen het Nederlandse schip DE VRIENDSCHAP, kapt. W.H. de Boer, vertrokken van Amsterdam de 1e juni, en dito schip NATALIE, kapt. E.J. Drent, vertrokken van Amsterdam de 10e juni.


01 oktober 1838


  ZP - Zeepost

Het schip EMILIE, kapt. Sikkes (opm: brik ÉMILE, Belgische vlag, kapt. Charles Sikkes), van Antwerpen naar Barcelona, laatst van Ostende, is den 25 september op 8 mijlen van Brest gezonken. Een gedeelte der equipage is door een loodsboot gered en te Brest aangebracht. Dezelve moesten quarantaine houden. Het schip zal geheel weg zijn. Men veronderstelt, dat hetzelve te zwaar geladen was. (opm: zie ZP 031038)


  ZP - Zeepost

Volgens bericht van Svaneke (Bornholm) van 17 september had het met schade aldaar binnengelopen schip de GOEDE HOOP, kapt. Oostra, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Rotterdam – zie ons nommer 160 – den 13 dito de reis weder vervolgd. Van de lading was beschadigd verkocht 27 vaten as en 94 tonnen (opm: vaten) tarwe, waarmede de averij-uitgaven bedekt zijn geworden.


  ZP - Zeepost

Het schip GESINA, kapt. Doorman, van Frasenburg (opm: waarschijnlijk Fraserburgh, Schotland) naar Hamburg, is bij Helgoland gezonken (opm: waarschijnlijk buitenlander). De equipage is gered en te Cuxhaven aangekomen.


  ZP - Zeepost

Aangaande het op de Memmert gestrande Amerikaanse brikschip BRAGANZA – zie onze nommer 175 en 179 – wordt van Emden van 25 september nog het volgende gemeld.
De verklaringen der alhier wegens muiterij in arrest genomen matrozen van de BRAGANZA komen hier op neder: zij moeten tot de muiterij gedreven zijn door de verregaande, aan wreedheid grenzende gestrengheid van de kapitein. Midden op de Oceaan, in een donkere nacht, is het oproer uitgebarsten. Weldra werd het scheepsvolk met de officieren handgemeen, waarbij met messen, bijlen en handspaken werd gevochten. Ten gevolge hiervan ontvingen de kapitein en de 1e stuurman gevaarlijke, enige matrozen lichte wonden. Deze laatste namen nu het besluit om de in hun bloed op de grond wentelende officieren over boord te werpen, hetgeen hun na een vreselijke worsteling ook gelukte, waarbij echter een der matrozen mede werd in zee gestort. Terwijl nu de muitelingen alle middelen in het werk stelden om hun kameraad te redden, gelukte het ook de beide officieren weder aan boord te komen. De 1e stuurman vluchtte in de kajuit, de kapitein daarentegen werd in weerwil van zijn smekingen andermaal over boord geworpen. Hij wist zich echter aan het schip vast te klemmen maar werd door de oproerlingen zo lang geslagen, dat hij in zee viel en spoedig verdronk. De 1e stuurman bleef in de kajuit en zou spoedig overleden zijn. De overige personen werden in de grote boot uitgezet en gered (zie ons nommer 176).
Men zei, dat er toebereidselen gemaakt werden hen naar Amerika uit te leveren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De veiling van het fregatschip de PLANTER van maandag 1 oktober zal geen voortgang vinden, zijnde dit schip uit de hand verkocht. (opm: nieuwe naam ANNA GEERTRUIDA, kapt. L.A.J. Boulet)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. H.J. Rietveld, P.H. Bodeman en D. Beth, makelaars, zullen op maandag de 15de oktober 1838, in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ, des avonds te 6 uur precies, verkopen: Het extra ordinair welbezeild Hollands gebouwd en gekoperd schoener-kofschip, genaamd LOUISA (opm: LOUISE, zie verder ZP 161038), gevoerd door kapt. P.L. Peters, gemeten op 57 lasten, met deszelfs inventaris breder bij de biljetten omschreven en nader bericht bij bovengemelde makelaars en de cargadoor E. Windhouwer.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te Schiedam ligt in lading naar Batavia, om op 15 oktober te Hellevoetsluis tot vertrek gereed te zijn, het nieuw gebouwd gekoperd tweedeks fregatschip WILLEM DE EERSTE, gevoerd door kapt. H. Poppen, bijzonder goed ingericht voor passagiers en voorzien van een bekwame scheepsdokter; diegenen welke daarvan voor de overtocht naar Java, of ter verzending van goederen, wensen gebruik te maken, gelieve zich te adresseren bij de cargadoors A. Prins & Co., en De Groot Roelants & Co. (opm: eerste reis).


02 oktober 1838


 ZZC - Zierikzeesche Courant

De brik HENDRICA ELISABETH (opm: bouwjaar < 1818), kapt. A. Riedijk, toebehorende aan de heren C.W. van Dam & Co te Rotterdam, is op de reis van Rotterdam, laatst van Triëst, naar Smyrna (opm: Izmir) den 1 september, in een stilte ten N.O. van het eiland Scio (opm: eiland Khíos, 38º22’ NB 26º08’ OL), door een vaartuig met twee masten gepraaid, in hetwelk naar het scheen, zich slechts twee man bevonden, die om water vroegen, doch uit welk vaartuig toen het nevens de brik gekomen was, tien gewapende rovers te voorschijn sprongen, die op de equipage hun schietgeweer losten, een matroos kwetsten, het schip enterden, alle man met geweld van het dek joegen, waarbij nog twee lieden gewond werden, de kapitein met veel bedreigingen zijn geld afpersten, zijn kist met kleren roofden en de lading, uit suiker en carotten bestaande, geheel uitplunderden, die goederen los in het ruim van hun vaartuig werpende (opm: zie ook LP 270938). Vervolgens probeerden zij het schip achter Scio in een bocht te brengen, doch dit gelukte niet, waarop ze naar Ipsara (opm: eiland Psará, 38º35’ N.B. 25º35’ O.L.) stuurden. Achter dit eiland lieten zij de brik naar zee drijven, roofden alles weg wat er nog overgebleven was, sloten het volk in het logies op, door het zwaar anker op de kap daarvan te zetten en bonden de kapitein de armen met koorden op het lijf en joegen hem in de kajuit, waarna zij het schip wilden doen zinkenen met dat oogmerk verscheidene gaten daarin boorden en kapten. Weldra kwam dan ook veel water in het ruim en geraakte de bodem in een zinkende staat, en nu verlieten de rovers het boord en koersten naar Ipsara. Kapitein Riedijk werd dit gewaar, begaf zich naar het logies en riep zijn volk toe, dat het zou beproeven om door het logies uit te breken, hetwelk aan drie man gelukte, die dadelijk de touwen met welk de kapitein zo stijf gebonden was, dat zijn armen geheel verdoofd waren, los sneden, vervolgens het anker van de kap afwentelden en ook hun makkers bevrijdden. Toen stond er reeds 2 el 51 duim water in het schip, en na vergeefs beproefd te hebben met pompen het vaartuig te behouden, verliet kapitein Riedijk met zijn volk in de grote boot het schip, dat zij spoedig daarna, bij of benoorden Scio, twee mijl van het land, zagen zinken. Den 3 september kwam Riedijk met de zijnen gelukkig te Smyrna aan, waar zij goed ontvangen werden, en de gekwetsten en zieken goede verpleging vonden. (opm: zie ZP 181038 en ZZC 041238).
De Nederlandse consul aldaar heeft bij de Franse admiraal Gallois en de Oostenrijkse commandore Bandiera van het voorgevallene kennis gegeven en hun bijstand ingeroepen; ook heeft hij de kanselier van het consulaat met hetzelfde oogmerk naar de kapitein-pacha gezonden, die nog met zijn vloot te Oulai ligt, en de volgende dag zijn een Franse en een Oostenrijkse brik, benevens een Turks fregat, naar Ipsara gestevend, om de rovers op te zoeken. Kapitein Riedijk heeft aan de heren C.W. van Dam & Co een verhaal van het gebeurde geschreven, waaruit bovenstaand een getrouw uittreksel is.

LC 021038
Uit Emden wordt het volgende geschreven: Dat het hier aanhangige rechtsgeding, wegens de samenzwering op het Amerikaanse schip BRAGANZA (zie no. 73 dezer Courant [opm: LC 110938]), het publiek uitermate bezig houdt, en dat de loop dezer zaak met de grootste belangstelling wordt gevolgd, laat zich verklaren door de bekentenissen van de vier gevangen genomen matrozen; de vijfde had zich, gelijk men weet, reeds in de eerste nacht na zijn arrestatie opgehangen. De verklaringen der beschuldigden komen hierop neder: zij moeten tot de muiterij zijn gedreven door de verregaande, aan wreedheid grenzende gestrengheid van de kapitein. Midden op de oceaan, in een donkere nacht, is het oproer uitgebarsten. Weldra is het scheepsvolk met de officieren handgemeen geworden, waarbij met messen, bijlen en handspaken werd gevochten; ten gevolge hiervan ontvingen de kapitein en de opper-stuurman gevaarlijke, enige matrozen lichte wonden. Deze laatste namen nu het besluit, om de in hun bloed op de grond liggende officieren over boord te werpen. Uit deze poging ontstond een vreselijke worsteling; de strijdenden hielden zich als een knoop aan elkander gehecht. Eindelijk werden wel de kapitein en de opper-stuurman over boord geschoven, doch een der matrozen werd hierbij mede in zee gestort.
Terwijl nu de oproerlingen alle middelen in het werk stelden, om hun ka¬meraad te redden, gelukte het ook de beide officieren, zich aan het schip vast te klampen en weder naar boven te klimmen. De opper-stuurman sprong in de kajuit, waar het overige scheepsgezelschap, de eigenaar van het vaartuig met zijn vrouw, de vrouw van de kapitein, de onder-stuurman, de kok en een neger bijeen verzameld waren. De kapitein daarentegen werd, zodra hij op het dek verscheen, door de woestaards weder aangegrepen, en, in weerwil van zijn smeekbeden en zijn verzekering, om het gebeurde te willen vergeven, andermaal over boord geworpen. Hij wist zich ook nu aan het schip vast te klemmen, doch de wreedaards sloegen hem met bijlen en knuppels zo lang op de handen, dat hij los moest laten. Hij zwom nog enige keren rondom het schip en zonk eindelijk, met de uitroep: “oh Mary, my dear Mary!” door vermoeid¬heid en bloedverlies uitgeput in de afgrond der baren. Een der matrozen moet na dit verhaal gezegd hebben, dat het hart hem bij dit moordtoneel meende te breken, en dat hij naar het voorste gedeelte des vaartuig was gesneld, om ten minste zo ver mogelijk van deze gruwel verwijderd te zijn.
Thans poogden de muiters zich ook van hun naar de kajuit gevluchte slachtoffers te ontdoen; zij hadden beproefd, hen door rook te doen stikken en tot dat einde een vuur van werk (opm: materiaal om mee te breeuwen) en einden touw aangestoken. De duivelse aanslag is hun echter niet gelukt; door het aanhoudende smeken der opgeslotene lieten zij zich veeleer bewegen, om hen in de grote boot in zee uit te zetten waarin zij ook eindelijk bewilligden. Hoe deze zes personen door een gelukkig toeval door het Engelse schip HEBDEN in zee drijvende gevonden, en bij Greenock, in Schotland, aan land gezet werden, mag men als bekend onderstellen. De opper-stuurman is in de kajuit gebleven en aldaar, zegt men, spoedig overleden, het blijkt echter niet, of zijn dood het gevolg was der vroeger bekomen wonden, dan of hij door het woeste scheepsvolk afgemaakt is.
Merkwaardig heeft zich bij deze gebeurtenis de vinger der Voorzienigheid, hier beschermend, daar wrekend geopenbaard. Men kent bereids de wonderdadige redding der ongelukkigen, die hulpeloos in een open boot, op 350 mijlen afstand van land, rond zwierven, prijsgegeven aan de golven van de grote oceaan, doch gelijk de misdaad in de storm gepleegd is, zo is ook de storm weder de verrader dezer misdaad geworden. De eerste verdenking viel namelijk op de matrozen, toen zij te 11 ure des avonds, ondanks een ontzettend onweder, hun vertrek van hier naar Drake (opm: mogelijk Brake) poogden te bespoedigen. Bij kalm weder zoude een zodanige nachtelijke reize geen opzien gebaard, en zij zouden zich spoedig in het binnenland bevonden hebben, alwaar de sporen ener misdaad, als de door hen gepleegde, bezwaarlijk zoude ontdekt zijn geworden. Al de gevangenen belijden thans hun wandaad, terwijl ook nu laatstelijk de waarschijnlijke belhamel, de Belg Verbrugge, zich tot de bekentenis heeft laten overhalen met te zeggen, dat hem toch niets ergers dan hangen kan gebeuren. Zij liggen in ketenen en zullen vermoedelijk naar Amerika uitgeleverd worden, althans meent men, dat daarvoor toebereidselen gemaakt worden.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De directie der Rijn en IJsel Stoomboot Maatschappij, waarvan de zetel te Deventer gevestigd is, heeft de eer te berichten, dat de vaart hunner ijzeren boten voor oktober bepaald is:
Dienst Amsterdam en Kampen het stoomschip ADMIRAAL VAN KINSBERGEN
Vertrek Amsterdam op: 2, 3, 5, 7, 10, 12, 14, 17, 19, 21, 24, 26, 28, 31, oktober te 6 uur naar Kampen,
Vertrek Kampen op: 4, 6, 9, 11, 13, 16, 18, 20, 23, 25, 27, 30, oktober te 6 uur naar Amsterdam.
Bij de aankomst van de stoomboot te Kampen vertrekt dadelijk een diligence naar Zwolle, welke ook weder op een geschikt uur van Zwolle afrijdt, om de reizigers voor het vertrek der stoomboot naar Amsterdam te Kampen te brengen.
Dienst Amsterdam – Keulen, het stoomschip DRUSUS.
Vertrek van Keulen op: 2, 9, 16,23, 30, oktober te 6 ure naar Arnhem.
Vertrek van Arnhem op: 7, 14, 21, 28 oktober te 6 ure naar Keulen.
Vertrek van Arnhem op: 3, 5, 10, 12, 17, 19, 24, 26, 31 oktober te 8 ure naar Kampen
Vertrek van Kampen op: 4, 6, 11, 13, 16, 20, 25, 27, oktober te 7 ure naar Arnhem.
Nadere informatie bij de directie en ten kantore van heren agenten.
NB. Wordt verzocht, zo mogelijk, het passagiersgoed (van aanbelang zijnde) één uur voor het vertrek der boten te doen bezorgen.
(opm: bewerkt en bekort)


03 oktober 1838


  ZP - Zeepost

Advertentie. Te Middelburg ligt in lading naar Batavia, om den 15 oktober te vertrekken, het nieuw gebouwd en gekoperd fregatschip WILHELMINA LUCIA, kapt. B.F. Ipsen.
Adres bij B.D. Bosscher. (opm: eerste reis)


  ZP - Zeepost

Aangaande het bij Brest verongelukte schip EMILIE (opm: brik ÉMILE), kapt. C. Sikkes, van Antwerpen naar Barcelona, wordt van Brest van 28 september gemeld, dat men van schip en lading niets heeft kunnen bergen en de equipage naar Havre was afgezonden, ten einde een scheepsgelegenheid naar Antwerpen af te wachten.


  AH - Algemeen Handelsblad

Heden is met goed gevolg van stapel gelaten het koopvaardij-fregatschip ANNA PAULOWNA, gebouwd op de werf De Walvisch in de Groote Bikkerstraat door de scheepsbouwmeester Jan Nuveen voor rekening van de heer W.P. Pook van Baggen c.s., gevoerd zullende worden door kapt. C. Jäger.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 1 oktober. De 29e september is hier aangekomen het Nederlandse schip PHENOMENE, kapt. S.T. Deinum, vertrokken van Rotterdam, de 27e mei.
Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark AUGUSTIN, kapt. L. Smit, vertrokken van Rotterdam de 6e juni.


04 oktober 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De 25ste oktober aanstaande zal in het Nieuw Diep tot vertrek gereed liggen naar Batavia het nieuw gebouwd gekoperd tweedeks fregatschip CHRISTINA AGATHA, kapt. G. Fabius, voorzien van ruime wel ingerichte kajuiten en voerende een bekwame scheepsdokter. Personen of families van deze gelegenheid voor de overtocht naar Java gebruik willende maken, of iemand goederen te verzenden hebbende, gelieven zich ten spoedigste te vervoegen ten kantore van de cargadoors J. Daniels & Zonen en Arbman, op de Singel bij de Lijnbaansteeg, te Amsterdam. (opm: eerste reis)


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Amsterdam ligt in lading naar Batavia, om 17 oktober in het Nieuwe Diep tot vertrek gereed te liggen, het Nederlands fregatschip JACOB CATS, kapt. W.B. Derks, hebbende uitmuntende inrichtingen voor passagiers. Adres voor passagiers of goederen bij de cargadoors J. Daniels en Zoon en Arbman te Amsterdam, of Visser en Muller te Dordrecht.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Dordrecht ligt in lading naar Batavia, voor passagiers en goederen, het gekoperd snelzeilend Nederlands fregatschip LOUSIA PRINSES DER NEDERLANDEN, kapt. E. Groeneveld Cadee, om 28 oktober aanstaande van Hellevoetsluis te vertrekken, hetzelve heeft zeer goede inrichting voor passagiers, en voert een bekwaam scheepsdokter. Adres bij de gezamenlijke cargadoors, te Dordrecht.


05 oktober 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 3 oktober. Heden te 12 uur heeft de nieuwe ijzeren stoomsleper op Fijenoord gebouwd, deszelfs eerste proefreis naar Keulen beproefd, slepende vier volgeladen schepen (men verzekert dat deze stoomsleper onderweg nog verscheidene andere schepen bij deze vier zal opslepen) van hier. Deze stoomsleper heeft, zo ik meen, 2 schoorstenen, is van 500 paardenkracht lage drukking. Bij de menigte van zo vele schepen, zo van Oost-Indië als andere gewesten, benevens zo vele stoomboten als thans in de Boompjes zijn liggende, dagelijks afvaren als: naar Nijmegen, Dordt, 's-Hertogenbosch, Den Briel, en de Moerdijk, en verscheidene dagen van de week Londen, Hull, Duinkerken, Havre, Middelburg en Arnhem, levert het Maasgezicht dagelijks een allerbelangrijkst gezicht, zo voor stadsbewoners als vreemdelingen.


06 oktober 1838


  DC - Dordtsche Courant

Naar men verneemt zullen te Hellevoetsluis met spoed worden gereed gemaakt de aldaar aan ’s Rijks werf liggende brikken van oorlog de BRAK en de GIER, met bestemming naar de Levant.


  AB - Avondbode

Vlissingen, 3 oktober. Uitgezeild GUSTAVE, kapt. L. Jepsen, naar Havana.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 2 oktober. Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark CASTOR, kapt. T. Collards, vertrokken van Amsterdam de 18e juni.


08 oktober 1838


  ZP - Zeepost

Van Elseneur (opm: Helsingör) wordt van 30 september gemeld, dat aldaar benoorden Kronborg circa 150 uit de Noordzee komende schepen liggen, welke alle op gunstige wind wachten.


  ZP - Zeepost

Van Tonningen (opm: Tönning) wordt van 4 oktober gemeld, dat door de Quarantaine-commissie in voorlopige quarantaine gelegd is het schip (opm: kof) VROUW STYNA, kapt. E.H. Bekkering, van Amsterdam naar Stettin (opm: Szczecin) met stukgoederen, waaronder zich tien balen boomwol (opm: katoen) bevond, waarvan geen certificaat van oorsprong voorhanden was. Men zou, indien het certificaat niet van Amsterdam ingeleverd werd, het schip van de Eider moeten terug wijzen. (opm: zie ook ZP 031138)


09 oktober 1838


  ZP - Zeepost

Te Amsterdam zijn den 8 oktober gearriveerd:
- De SNELLE ZEEPOST (opm: hoeker), kapt. K. Zwanenburg, van Smirna (opm: Izmir) met koopmanschappen, thans liggende in het Oosterdok.
- JANTINA ANNECHINA (opm: kof), kapt. H.G. Sap, van Sunderland met steenkolen en aardewerk, thans liggende in het Oosterdok.
- ANNA MARGARETHA, kapt. H. Niemann, van Riga met hout, thans liggende in het Oosterdok.
- ELISABETH JACOBA TROMP (opm: kof), kapt. P.Y. Jobs, van Memel (opm: Klaipeda) met hout, thans liggende in het Westerdok.


  AH - Algemeen Handelsblad

Schepen in lading te Amsterdam:
Batavia: het gekoperde tweedeks fregatschip HELENA, kapt. Willem Blom, adres bij Coopman & de Witt en Lenaerts, Van Olivier & Co, Hoyman & Schuurman en De Vries & Co.
Batavia: het gekoperde tweedeks fregatschip JEANNETTE PHILIPPINE, kapt. Nicolaas Rademaker, adres bij Coopman & de Witt en Lenaerts, Van Olivier & Co., Hoyman & Schuurman en De Vries & Co.
Batavia: het gekoperde tweedeks fregatschip ANNA EN LOUISA, kapt. J.K. de Jong, adres bij Coopman & De Witt en Lenaerts, Van Olivier & Co., Hoyman & Schuurman en De Vries & Co.
Batavia: het gekoperde tweedeks barkschip HENDRIK WESTER, kapt. Hendrik Deddes van Wyk, adres bij Kranenborg & Zonen en de wed. P. Poolman Jzn. & Zoon.
Batavia: het gekoperde tweedeks fregat OOST-INDIEN, kapt. Govert Blom, adres bij Coopman & De Witt en Lenaerts, Van Olivier & Co., Hoyman & Schuurman en De Vries & Co.
Batavia: het nieuw gebouwd en gekoperd tweedeks barkschip JACOBA MAURINA, kapt. J.A. de Haas, adres bij Coopman & De Witt en Lenaerts, Van Olivier & Co, Hoyman & Schuurman, en De Vries & Co.
Batavia: het gekoperde tweedeks fregatschip PALEMBANG, kapt. G.L.J. van der Hucht, adres bij Coopman & De Witt en Lenaerts, Van Olivier & Co., Hoyman & Schuurman en De Vries & Co.
Batavia: het gekoperde tweedeks fregatschip DE TWEE CORNELISSEN, kapt. Sybrand Veenstra, adres bij d’Arnaud & Co.
Batavia: het gekoperde tweedeks fregatschip MINERVA, kapt. P. S. Matsen, adres bij Coopman & De Witt en Lenaerts, Van Olivier & Co, Hoyman & Schuurman en De Vries & Co.
Te Zoutkamp: naar Batavia: het nieuw gebouwd en gekoperde tweedeks barkschip PRINS HENDRIK, kapt. Harmannus Klasen Dykhuis, adres bij Kranenborg & Zonen en de wed. P. Poolman Jzn. & Zoon.
Batavia: het gekoperde tweedeks fregatschip ELISABETH ANTHONIA, kapt. Simon Hendriks Veer, adres bij d’Arnaud & Co.
Batavia: het nieuw gebouwde en gekoperde tweedeks fregatschip CHRISTINA AGATHA, kapt. G. Fabius, adres bij J. Daniëls & Zoon en Arbman.
Batavia: het nieuwe gekoperde tweedeks fregatschip JACOB CATS, kapt. W.B. Dercks van Dordrecht, adres bij J. Daniëls & Zoon en Arbman.
Batavia: het gekoperde tweedeks fregatschip DE YSTROOM, kapt. Arend Fredrik Oosterloo, adres bij B.D. Bosscher.
Te Middelburg: Batavia: het nieuw gebouwde en gekoperde tweedeks fregatschip WILHELMINA LUCIA, kapt. Bandik Friedrich Ipsen, adres bij B.D. Bosscher. Vertrek 15 oktober.
Suriname: het gekoperde tweedeks galjootschip CONCORDIA, kapt. J.D. Diets, adres bij Hoyman & Schuurman en E. Windhouwer.
Suriname: het gekoperde tweedeks barkschip CATHARINA, ka[t. K.M. Hillers, adres bij Hoyman & Schuurman.
Suriname: het gekoperde tweedeks driemast galjootschip NICOLAAS WITZEN, kapt. Frederik Lange, adres bij B.D Bosscher.
Suriname: het gekoperde tweedeks fregatschip SURINAME, kapt. R. van der Mei, adres bij J. Corver & Co. Sluit 16 oktober.
Suriname: het Nederlandse gezinkte kofschip REMKE, kapt. G. R. Glim, adres bij B. D. Bosscher.
Suriname: het Nederlandse gezinkte kofschip ZAANDAM, kapt. Lambert H. Singer, adres bij Hoyman & Schuurman.
Suriname: Het kofschip HILLEGONDA IDA, kapt. Hendrik Ade Hendriks, adres bij Hoyman & Schuurman.
Suriname: het gezinkte schoenerkofschip DE ZEEVAART, kapt. Kryn Jans Haasnoot, adres bij Hoyman & Schuurman.
Suriname: het Nederlandse gezinkte schoenerkofschip SARA ANNA CORNELIA, kapt. N.K. Dykhuys, adres bij B.D. Bosscher.
Suriname: het gezinkte kofschip HELENA CATHARINA, kapt. J. Ysen, adres bij Hoyman & Schuurman.
Suriname: het nieuw gebouwde gekoperde tweedeks brikschip NICKERIE PACKET, kapt. Cornelis Hofker, adres bij Hoyman & Schuurman.
Suriname: het gekoperde tweedeks fregatschip SOPHIA CECILIA, kapt. J.C. Radeloff, adres bij B.D. Bosscher.
Suriname: het gekoperde tweedeks barkschip DE HAMRONIE, kapt. D. Spreeuw, adres bij B.D. Bosscher.
Suriname: het gezinkte schoenerkofschip WILHELMINA FREDERIKA, kapt. J.H. Bodeman, adres bij B.D. Bosscher.
Suriname: het gekoperde tweedeks fregatschip WILHELMINA EN MARIA, kapt. J.C. Atkes en de Vries & Co.
Havana: het Nederlandse brikschip DE VERWACHTING, kapt. Niels Marstrand Lindegaard, adres bij Canne & Balwé.
Havana: het gekoperde brikschip ALIDA, kapt. Klaas Haasnoot, adres bij B.J. van Hengel.
Havana: het gekoperde tweedeks barkschip ALCYON, kapt. H.G. Bergveld, adres bij B.J. van Hengel.
New York: het gekoperde tweedeks barkschip POMONA, kapt. N. Brewer van New York, adres bij d’Arnaud & Co, van Olivier & Co, en J. Corver & Co.
New York: het gekoperde brikschip DARIEN, kapt. Charles P. Buckley van New York, adres bij d’Arnaud & Co.
Rio de Janeiro: het gekoperde schoenerkofschip DE JONGE MARIA, kapt. J. E. van Hoogenhuyze, adres bij De Vries & Co., Jan Daniëls & Zonen en Arbman, Coopman & De Witt en Lenaerts, en Hoyman & Schuurman.
Bordeaux: het Nederlandse kofschip HENDRIKA ELISABETH, kapt. Jan Helmers, adres bij Van Ulphen & Ruys.
Genua en Livorno: het Nederlandse kofschip ALETTA, kapt. Frans R. Nepperus, adres bij Jan Corver & Co.
Genua en Livorno: de Nederlandse kof DE TWEELINGEN DANIEL EN WILCO, kapt. Haye Folkerts Klein, adres bij CI. De Grys & Zoon, en J. de Rooy.
La Rochelle: het Nederlandse gezinkte hoekerschip DE EENSGEZINDHEID, kapt. R.G. Flik, adres bij Van Ulphen & Ruys.
Livorno en Genua: het kofschip ANGELINA, kapt. H.H. Koop, adres bij van den Bey & Co, Nobel & Holtzapffel.
Marseille: het Nederlandse kofschip ANNA MARIA, kapt. Kryn Hoek, adres bij Jan Daniëls & Zonen en Arbman en Coopman & de Witt en Lenaerts.
Marseille: het Nederlandse kofschip DOURO, kapt. Hendrik de Haas, adres bij C.I. de Grijs & Zoon.
Marseille: het Nederlandse schoenerkofschip JOHANNA MARIA, kapt. W.K. de Grooth, adres bij Van den Beij & Co, en Nobel en Holzapffel.
Marseille: het Nederlandse gezinkte schoenerschip HENRIETTE, kapt. Thedorus Gerardus van Rhyn, adres bij Jan Corver & Co.
Triest: het Nederlandse gezinkte kofschip DE JONGE GERBRAND, kapt. B.F. Nepperus, adres bij Jan Corver & Co.
Bergen: het kofschip JACOB EN HERMAN, kapt. Jacob Serck, van Bergen, adres bij Canne en Balwé.
Bremen: het Nederlandse smakschip DE EENDRAGT, kapt. H. Drent, adres bij J. C. van Oven.
Bremen: het Nederlandse schip DE GOEDE VERWACHTING, kapt. W. A. de Boer, adres bij Blikman & Co.
Danzig: het Nederlandse kofschip CONCORDIA, KAPT. a. a. Borgman, adres bij Kranenborg & Zoon en de wed. P. Poolman Jzn. & Zoon.
Danzig: het Nederlandse smakschip DE VRIENDSCHAP, kapt. M. Wybes, adres bij de wed. J. Salm & Meyer en H. A. Hespe.
Flensburg: het galjasschip JOHANNA, kapt. S.A. Braren, van Flensburg, adres bij B.J. van Hengel.
Hamburg en Altona: het Nederlandse schip ONS GENOEGEN, kapt. Meint Douwes, adres bij de wed. J. Salm & Meyer.
Hamburg en Altona: het Nederlandse kofschip ANNA ELISABETH, kapt. Sietze Harkes, adres bij J. C. van Oven.
Hamburg en Altona: het Nederlandse kofschip ANNEGINA, kapt. R.H. Dokman, adres bij Blikman & Co.
Hamburg en Altona: het Nederlandse kofschip EUROPA, kapt. Koop Jans Scholtens, adres bij J.C. van Oven.
Koningsbergen: het Nederlandse smakschip DE HOOP, kapt. Pieke E. Mooi, adres bij Kranenborg & Zoon en de wed. P. Poolman Jzn. & Zoon.
Koningsbergen: het Nederlandse kofschip PIETERNELLA, kapt. Jan Abrahamsz. Schuring, adres bij de wed. Jan Salm & Meijer en H.A. Hespe.
Kopenhagen: het brikschip MARIE CATHARINE, kapt. M. Andersen, van Kopenhagen, adres bij B.J. van Hengel.
Kopenhagen: het sloepschip MARIA, kapt. Jacobus Jurgensen, van Kopenhagen, adres bij B.J. van Hengel.
Riga: het Nederlandse kofschip DE VROUW ALIDA, kapt. Benjamin Jans Jaski, adres bij de wed. Jan Salm & Meyer en H.A. Hespe.
Riga: het brikschip JEANNETTE, kapt. H.G. Winter, van Lübeck, adres bij F. der Kinderen.
Stettin: het Nederlandse smakschip DE EENSGEZINDHEID, kapt. H.D. Doewes, adres bij Blikman & Co.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen. Binnengekomen: den 23 september het schoenerschip FAME, kapt. W. Barfield, van Londen.
Den 24 dito het schoenerschip LIVELY, kapt. S.H. Finch, van Londen.
Den 28 dito het kofschip IJPEUS, kapt. H.H. de Weerd jr, van Droback, het galjootschip ENIGHEDEN, kapt. C. Lie, van Holmstrand, het kofschip MARGARETHA, kapt. T.K. Mulder, van Droback.
Den 29 dito het kofschip GEZIENA, kapt. B.A. Visser, van Laurvig.
Den 30 dito het brikschip HAABETS ANKER, kapt. C. Haagensen, van Droback, het galjasschip de KLEINE STEPHAN, kapt. J. Gall, van Riga, het kofschip de HOOP, kapt. S.E. Scherpbier, van Stettin (opm: Szczecin).
Den 1 oktober de kofschepen WILLEM, kapt. J.J. de Boer, van Holmstrand en de JONGE JAN, kapt. J.K. Bart, van Oudsoen, het smakschip de HOOP, kapt. L.S. de Vries, van Petersburg, het schoenerschip MONARCH, kapt. Jos. Manning, van Londen.
Den 2 dito de kofschepen de JONGE ANNA, kapt. H.J. Hubert, van Droback, EGBERTUS, kapt. K.H. Bakker, van Holmstrand, MARGARETHA, kapt. K.F. Harding, van Drammen en ANTINA, kapt. R.J. Schuring, van Stettin.
Den 4 dito het galjasschip DIE TAUBE, kapt. J. Hinzman, het brikschip ERNST & JULIE, kapt. J.H. Voss, en het galjasschip MAGDALENA, kapt. C. Konaw, alle drie van Riga, het schoenerschip ORWELL, kapt. J. Hall, van Londen, het kofschip ARENDINA, kapt. H.D. de Grooth, van Christiaansand.
Den 5 dito de kofschepen de HOUTHANDEL, kapt. D.K. de Grooth en VROUW ANTJE, kapt. W.J. de Grooth, beide van Christiaansand, het galjasschip SIRIUS, kapt. P. Fretwurst, van Riga.
Den 6 dito het kofschip MARTHA ALIDA, kapt. K.H. Plukker, van Sunderland.
Uitgezeild: den 23 september het kofschip JOHANNES, kapt. A. Sluik jr, naar de Oostzee, het smakschip de BUITENWERF, kapt. A. Rozema, naar Noorwegen.
De 24 dito het kofschip de HUNSE, kapt. H.J. Ketelaar, naar Noorwegen, het smakschip de VROUW JANTJE, kapt. J.E. Scherpbier, naar Newcastle.
Den 26 dito het kofschip VREEDE EN VRIJHEID, kapt. F.A. Lammerts, op avontuur, het brikschip ANNETTE, kapt. C.F. Maass, naar de Oostzee, de kofschepen GEERDINA, kapt. G.E. Boer, naar Memel en de JONGE HENDRIK, kapt. B.H. Plukker, naar Noorwegen.
Den 27 dito het tjalkschip de OOSTERLING, kapt. B. Obbes en het smakschip SICCOLINA HOLTES (opm: SIKKELINA HOOITES), kapt. G.T. de Jong, beide op avontuur, de kofschepen JAN FREERK, kapt. G.H. Smit en de JONGE DIRK, kapt. W.H. Mulder, beide naar Noorwegen, de schoenerschepen UNION. Kapt. H.B. Disneij en FAME, kapt. W. Barfield, beide naar Londen, het kofschip ILMINA, kapt. J.H. Buss, naar Hamburg.
Den 28 dito de kofschepen ELIZABETH MARIA, kapt. J.A. Keun, naar Noorwegen, COURIER, kapt. J.E. Schultze, naar Schotland en GEZINA JOHANNA, kapt. H.W. Lukens, naar Noorwegen.
Den 1 oktober de kofschepen HENDRIKUS, kapt. J.H. Wildeman, op avontuur, JAN FREDRIK, kapt. H.H. Kok en het smakschip de VROUW ELIZABETH, kapt. J.H. Cappen, beide naar Noorwegen.
Den 2 dito het brikschip ALEXANDRINE, kapt. C.K. Vagt, naar Wismar, het kofschip HARLINGEN, kapt. J.J. Dijk, naar Noorwegen.
Den 3 dito het kofschip ANNA ALIDA, kapt. G.J. Kortrijk, op avontuur.
Den 4 dito het tjalkschip VROUW BARBARA, kapt. R.J. Jonker, naar Hamburg.
Den 5 dito de schoenerschepen LIVELY, kapt. S.H. Finch en MONARCH, kapt. Jos. Manning, beide naar Londen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een fraai welbezeild overdekt jagt, volgens meetbrief lang 6 el 40 duim, wijd 1 el 85 duim, hol 90 duim, en geijkt op zeven ton, met grote en kleine zeilen, leggers, haken, enz.
Adres ten kantore van Mr. C. Wiersma, notaris te Huizum.


10 oktober 1838


  ZP - Zeepost

Het schip ANGELICA, kapt. Klein, van Nantes naar Noirmoutier om de lading voor Bergen te completeren, heeft volgens bericht van Noirmoutier van 1 oktober, op de rotsen gestoten en daardoor zware schade bekomen. Het zal moeten lossen om te repareren. (opm: volgens ZP 311238 van de sterkte afgevoerd; buitenlander)


  JC - Javasche Courant

Toen dezer dagen te Sumanap het gerucht liep, dat op het oostwaarts van dat eiland gelegen rif der Vier Gebroeders, een schip was gestrand, is Zr.Ms. stoomboot HEKLA, gecommandeerd door de luitenant der 2de klasse B.H. Staring, onverwijld derwaarts gestevend, ten einde desnoods en zo mogelijk hulp te verlenen, tot redding van de schipbreukelingen en tot behoud van schip en lading.
Bij de komst op de 19de september jl. van de stoomboot HEKLA in de nabijheid van het gemelde rif, werd aan de zuidwest zijde van hetzelve, werkelijk een verlaten wrak gevonden, tot aan het water geheel afgebrand en nog brandende. Het scheen een nieuw, 5 à 6 voeten diep gaand vaartuig, van Europese bouworde van omstreeks 250 à 300 lasten te zijn geweest. Een vrouwen boegbeeld, wit geschilderd en met enig verguldsel uitgemonsterd, werd onder anderen bij het wrak drijvende gevonden. Behalve een paar ankers en ankerkettingen, was van het wrak niets overig dan enige stukken hout, terwijl zich in hetzelve bevonden, bedorven rijst, victualie, afgebrande stukken touwwerk, enz., alles onder elkander in een onbruikbare staat.
De stoomboot HEKLA, welke omtrent het lot van de equipage geen juiste berichten had kunnen bekomen, heeft, na de voorschreven bevinding aan het rif, deszelfs nasporingen om redding van de schipbreukelingen voortgezet.
Volgens hier bekomen inlichtingen, is het bovengemelde gestrande schip THE JANE van Londen, die op Bali een lading rijst voor China bestemd, had ingenomen; terwijl het ons aangenaam is hier te kunnen bijvoegen, dat de gezaghebber en de equipage, tijdig de bodem verlaten hebbende, zonder verlies van een enkel persoon, dezer dagen te Soerabaja zijn aangekomen.


11 oktober 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 9 oktober. Naar men verneemt, heeft de ijzeren stoomsleper, welke de 3e dezer van hier vier volgeladen schepen naar diverse plaatsen aan de Rijn opgesleept heeft, nog zes andere Rijnschepen te Gorcum liggende en passant medegenomen en zal dus pl.m. 1.100 lasten Rijnwaarts op hebben gebracht.


12 oktober 1838


  ZP - Zeepost

Brielle, 11 oktober. Het stoomschip BATAVIER, kapt. D. Dunlop, gisteren van hier naar Londen vertrokken, is op de bank vastgeraakt, doch heden met adsistentie vlot geworden en wel in zee gekomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. H. Montauban van Swijndregt, F. van Dam en F.N. Montauban van Swijdregt, makelaars te Rotterdam, zijn van mening op dinsdag de 23e oktober 1838 in het lokaal op de hoek der Scheepsmakershaven en Bierstraat, wijk A, No. 458, publiek te veilen het Nederlands gebouwd, gekoperd en koper gebout tweedeks fregatschip PROSERPINE (opm: PROSERPINA, voormalig bombardier-korvet van de Koninklijke Marine, kapt. J. Smit), volgens meetbrief lang 36,10 ellen, wijd 5,25 ellen, hol 4,14 ellen, laatst gediend hebbende ter visserij in de Zuidzee, met al deszelfs staande en lopend want, ankers, touwen en verdere inventaris, zo als hetzelve thans is liggende in de Leuvehaven. De koper van het schip zal de visserij-gereedschappen en fust uit de hand kunnen kopen (opm: zie AH 271038).


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Naar Batavia zal tegen den 18de oktober aanstaande, in het Nieuwe Diep gereed liggen, het bijzonder snelzeilend, gekoperd fregatschip EUGÉNIE, gevoerd wordende door kapitein G.A. Klimp; diegenen welke mochten verlangen van deszelfs bijzonder goede inrichtingen voor passagiers tot de overvaart naar Java gebruik te maken, of goederen met hetzelve te verschepen, gelieven zich ten spoedigste aan te melden, ten kantore van Fredrik Smit, Buitenkant No. 18.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: het geoctroijeerd Veer- of Beurtschip van Wolvega op Leeuwarden vice versa, op gemakkelijke termijnen van betaling. Gegadigden vervoegen of adresseren zich franco bij Klaas Hoekstra, te Wolvega.


13 oktober 1838


  ZP - Zeepost

In de avond van den 11 oktober is bij Texel omgeslagen een Groenlandse sloep, te Huisduinen te huis behorende, met zeven mensen bemand, waarvan zes verdronken zijn. (opm: zie ZZC 161038)


  DC - Dordtsche Courant

Hellevoetsluis, 10 oktober. Gisteren namiddag arriveerde uit zee COMMERCE, kapt. W. Denneson, van Newcastle, welke met het naar binnen zeilen op het Pampus aan de grond geraakt is, hebbende assistentie aangenomen.
Den 11 dito. De brik COMMERCE gisteren gemeld is heden morgen vlot en op het kanaal ten anker gekomen.


15 oktober 1838


  ZP - Zeepost

Volgens brief van het Nieuwe Diep van den 13 oktober zoude de gepasseerde nacht op de Haaks verongelukt zijn een schoener of kof, de naam onbekend. Twee vaatjes nagelen waren aldaar ter rede opgevist en dreef er enig wrakhout rond hetwelk van een nieuw vaartuig scheen afkomstig te zijn.
Volgens brief van het Nieuwe Diep van 14 oktober is in de Eijerlandse Gronden aangedreven een klein kofschip, onderste boven, met een gedeelte van een naambordje, waarop in vergulde letters Wildervank.
Tussen den 13 en 14 oktober is in de Eijerlandse Buitengronden gestrand en onderste boven geslagen een tjalkschip of smak, blijkens een aangespoelde sloep afkomstig van H.J. Zant (opm: hektjalk HILLEGINA, in maart 1838 in de vaart gekomen, kapt. Heijo Jans Zant; zie ook ZP 161038 en 181038). De equipage is verdronken en men was bezig de lading, in machinerie en bindrotting bestaande, te bergen. (opm: PGC 231038 vult hierop nog aan op een gedeelte der aangedrevene sloep staat H.J. Zant en op een ander gedeelte Wildervank)
(Red: vermoedelijk het schip HILLEGINA, kapt. J.H. Zant, den 10 dezer uit Maassluis naar Hamburg gezeild; waarschijnlijk hetzelfde schip als hierboven.)
Ook wordt van het Nieuwe Diep nog gemeld, dat aldaar is opgevist een paar vaten kruidnagelen, een kajuitskap en een oude boot, een en ander vermoedelijk afkomstig van de tjalk de ONDERNEMING (opm: waarschijnlijk overboord gespoeld), van Londen verwacht wordende, waarschijnlijk het schip de ONDERNEMING, kapt. Houtsager (opm: smak, kapt. Jan Houtsaager; zie echter ZP 301038).


  AH - Algemeen Handelsblad

Het Hanovers schip MARGARETHA, kapt. Geerd Jans Teerling, met stukgoederen van Bremen naar Amsterdam, is de 18e september door de ambtenaren op het Uithuizerwad, als beschuldigd die inklaringspost te zijn voorbij gezeild zonder te hebben ingeklaard, in beslag genomen en vervolgens naar Zoltkamp opgebracht, alwaar hetzelve met de lading onder bewaring van de ontvanger der in- en uitgaande rechten is gesteld.


16 oktober 1838


  ZP - Zeepost

Aangaande het op de Eijerlandsche Gronden verongelukte schip HILLEGINA, kapt. H.J. Zant, van Rotterdam naar Hamburg – zie nommer 210 – wordt van Texel van 15 oktober nog gemeld, dat hetzelve geheel verbrijzeld is en een gedeelte der lading aldaar is aangebacht.
(opm: zie ook AH 161038)


  ZP - Zeepost

Brielle, 14 oktober. Het schip LAMBERTUS, kapt. J.J. Mushing, van Antwerpen naar Hamburg, als bijlegger wegens schade binnengekomen, is alhier op de haven gekomen (opm: zie ZP 201038).


  ZP - Zeepost

Verkoop van schepen te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ op maandag 15 oktober: het gekoperd schoener-kofschip LOUISE, kapt. P.L. Peters: NLG 10.300, in slag NLG 10, verkocht voor NLG 10.310. Koper D. Beth. (opm: een makelaar, tevens boekhouder; nieuwe naam HELENA, kapt. G.L. Swart)


  ZP - Zeepost

Het schip ANDRÉ, kapt. De Graeve (opm: kof, Belgische vlag, kapt. Jacques de Graeve), van Liverpool naar Ostende gedestineerd, is den 14 oktober met binnenkomen aldaar beoosten de haven gestrand. Het schip heeft zware schade bekomen. De lading zout zal geheel weg zijn; enige balen linnen en een gedeelte der tuigage is te Ostende geborgen. De equipage is gered. (opm: zie ZP 171038)


  ZP - Zeepost

Den 12 oktober is een half uur van Ter Heide verongelukt het schip REGENT FAYO, kapt. Meulenaer, van Stettin (opm: Szczecin) naar Antwerpen. Van de equipage is alleen de stuurman gered. De kapitein en vijf matrozen zijn verdronken. De lading lijnzaad zal geheel weg zijn, daar het schip reeds vol water was gelopen. (opm: zie volgend bericht)


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Een Groenlandse sloep van Huisduinen is, volgens een brief van het Nieuwediep, van den 11 september, die dag bij het aan boord varen naar het aldaar binnenkomende schip FRANCIA, kapt. J. Edwards, van New-York naar Amsterdam, omgeslagen en van de zeven aanboord zijnde personen, zes verdronken, nalatende vier weduwen, waaronder een zwangere vrouw en 15 kinderen. (opm: zie ZP 131038)


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Men meldt uit Keulen, dat de onlangs te Fijenoord gebouwde sleep-stoomboot de RHIJN, den 9 dezer, des namiddags tegen 4 uur, bij gemelde stad is aangekomen, slepende het schip GUNST EN VLIJT, kapt. H. Kock, met 5214 centenaars (opm: à 50 kg.) beladen, hetwelk nabij Wezel door de boot op sleeptouw werd genomen, terwijl zij op de Waal zeven andere vaartuigen gesleept had, met meer dan duizend lasten (opm: ca. 1.900 ton) beladen.
De RHIJN, welke aan de Nederlandsche Stoomboot Maatschappij toebehoort, is het grootste tot hiertoe bekende ijzeren stoomschip, gelijk zelfs Engeland er geen bezit. Het heeft twee machines, ieder van 250 paardekracht, elke waarvan een bijzonder rad drijft, zodat een der raderen voorwaarts gedreven kan worden, terwijl het andere achterwaarts werkt, waardoor het schip in de kleinste ruimte wenden kan. Het is meer dan 62 el lang, 9 el 41 duim breed en gaat slechts 1 el 57 duim diep; de raderen hebben 7 el 84 duim in doorsnede en zijn 3 el 76 duim breed.


  AH - Algemeen Handelsblad

Van het Nieuwe Diep wordt gemeld, dat aldaar is opgevist een paar vaten kruidnagelen, een kajuitskap en een oude boot, een en ander vermoedelijk afkomstig van de tjalk de ONDERNEMING, van Londen verwacht wordende, zijnde waarschijnlijk het schip ONDERNEMING, kapt. Houtsager, van Londen naar Amsterdam.
(opm: de kof ONDERNEMING, kapt. J. Houtzager, zal op 4 okt 1841 op Rügen verongelukken. Mogelijk zijn de in dit bericht aangehaalde zaken in stormweer over boord geslagen).


  AH - Algemeen Handelsblad

De 13e oktober is in de Eijerlandse buitengronden gestrand en daarna het onderste boven geslagen een smak of tjalkschip, vermoedelijk met stukgoederen geladen. Op een gedeelte der aangedreven sloep staat de naam van H.J. Zant, en op een ander gedeelte Wildervank. Van de equipage is niets bekend en vermoedelijk verongelukt. Van de lading werd geborgen.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Advertentie. Tot bewerking van de grond der aan te leggen werf, worden voor enige weinige dagen 12 arbeiders verlangd, die zich tot dat einde kunnen vervoegen bij W. van Vliet, aan deszelfs werkplaats op de Scheepstimmerdijk, op zaterdag den 20 oktober, ’s middags te één uur.


17 oktober 1838


  ZP - Zeepost

Aangaande het bij Ostende gestrande schip ANDRÉ, kapt. De Graeve, van Liverpool, wordt van 15 oktober nog gemeld, dat hetzelve door de zware oost-noord-oosten wind geheel verbijzeld is, en het wrak aldaar is aangedreven. Alleen het grootste gedeelte der tuigage en 27 balen wol zijn geborgen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Van Canton wordt d.d. 4 april gemeld, dat de Nederlandse bark MARIA FREDERIKA, kapt. De Weerd twee dagen na deszelfs vertrek van Lombok naar Canton door twee roverssloepen is uitgeplunderd. De equipage is vermoord. (opm: het schip bleef behouden en werd in 1839 in Amsterdam verkocht)


  AH - Algemeen Handelsblad

Texel, 15 oktober. Het gisteren in de Eijderlandse gronden omgeslagen tjalkschip is kapt. H.J. Zant. Hetzelve is verbrijzeld en een gedeelte der lading is te Texel aangebracht.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 15 oktober. Heden zijn hier aangekomen het Nederlandse schip PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN, kapt. P. Huidekoper, met vier passagiers, vertrokken van Amsterdam de 1e juli, en het dito schip KORTENAER, kapt. B.P. Martens, met één passagier, vertrokken van Hellevoetsluis de 1e juli.


18 oktober 1838


  ZP - Zeepost

Texel, 17 oktober. Zr.Ms. korvet AMPHITRITE, commandant kapt.luit. Tengbergen, is heden alhier van de kust van Guinea gearriveerd.


  ZP - Zeepost

Van het Nieuwe Diep wordt van 16 oktober gemeld, dat aldaar is aangedreven een lijk, waarschijnlijk dat van H.J. Zant. Ook had men nog in de kajuit van het gestrande schip HILLEGINA het lijk van een vrouw gevonden.


  ZP - Zeepost

Volgens brief van Smirna (opm: Izmir) van 25 september was de kruistocht tegen de rovers, welke het schip HENDRIKA ELISABETH beroofd hebben (opm: zie ZZC 021038) vruchteloos afgelopen en had men dezelve niet kunnen opsporen.


  ZP - Zeepost

Aan le Précurseur (opm: Antwerps dagblad) van den 15 oktober ontlenen wij het volgende:
De schipbreuk van het schip SIX SOEURS. Het vergaan van deze bodem is een der ontzettendste en treurigste gebeurtenissen van onze tijd. Het verhaal dat wij thans daarvan mededelen is door de heer Moreau, een der officieren van hetzelve opgemaakt.
Tegen het einde der maand juni vertrok de fraai gebouwde driemast goelet LES SIX SOEURS, onder Engelse vlag van Saint Anne (een der Seychelles eilanden) onder bevel van de kapt. Raymond Ladoul naar Isle de France; behalve de equipage, uit 22 man bestaande, nog aan boord hebbend 45, zo blanke als negerslaven, benevens 2 jonge kinderen met hun moeder mevrouw Malfille als ook mejuffrouw Palma.
Het weder was schoon, frisse Z.O. bramzeils koelte, had men de Kaap ten O.N.O. van zich en was overigens aan boord alles opgeruimd en in de beste staat, den 1 juli, na vijf dagen reis, waren wij op 02º18’ ZB 61º OL met stevige koelte, hoge zee en gereefde marszeilen en alzo het op het dek voorhanden water verbruikt was, moest er van beneden uit de aldaar zich bevindende voorraad verschaft worden.
Een der matrozen hiermee bezig, ontdekte enige rook aan de grote mast en begon brand te roepen, hetwelk terstond veel beweging, verwarring en schrik veroorzaakte; de ontwaakte passagiers kwamen ontsteld te voorschijn, doch alzo men wist dat de brand zich tot het ruim aan stuurboord-zijde bepaalde, scheen de orde zich enigszins te herstellen, men verzamelt de emmers, plaatste zich op een rij nevens elkander, geeft alzo het tot blussing bestemde water over en opende daarboven het grote luik, doch dit laatste verergerde het ongeval daar, als nu de lucht binnendringende, de brand heviger werd. De verschrikte matrozen wierpen met het water tevens de emmers in het vuur en verloren alle moed. Men begon nu met kookpannen en wat men verder bij de hand had het water te scheppen en er had een gehele wanorde plaats, de matroos herkent de stem zijner officieren niet meer, de kapitein wordt niet meer gehoorzaamd, ieder schreeuwt, loopt heen en weder en niemand weet wat te doen. De brand neemt hand over hand toe en heeft reeds het tussendek bereikt en zich tot aan het beschot van de kombuis verspreidt, vanwaar het zich spoedig tot dicht bij de kruitkamer voortzet. Het grote luik is een vuurspuwende berg gelijk, de lucht van het brandende teer en pik dreigt ons te verstikken, het is onmogelijk tot tussendeks te komen.
De kapitein geeft orders om het grote luik dicht te slaan ten einde de voortgang van de brand te stuiten, doch niemand geeft hem gehoor, Het gelukte hem evenwel een andere opening gesloten te krijgen, doch ook dit was alles wat hij vermocht, De overigen hangen benedenwaarts in het open ruim en het is onmogelijk om dezelve te bereiken om ze dicht te trekken.
Het roer is aan zich zelf overgelaten en alle scheepsdienst staat stil, het schip slaat van de ene naar de andere kant over en slingert geweldig, de sloep, onze enigste hoop tot redding is op het punt van in brand te geraken en daar de manschappen alle besef schier verloren hadden, hesen de kapitein en overige officieren dezelve uit het want en brachten die in zee. De equipage benevens de negerslaven, even goed als wij wetende dat de sloep het enigste reddingsmiddel was, sprongen in dezelve en maakte zich er meester van. Wij waren hierop voorbereid en op onze beurt in dezelve komende, spaarden wij onze slagen niet. Enigen sprongen vluchtend over boord, daarna hetzelve weder willende bereiken, vielen zij bij het opklimmen tussen het schip en de sloep in het water. Deze waren voortaan voor verder leed bewaard.
De wanorde was nu ten top, de vrouwen en passagiers dringen voor zo groot een onheil van schrik terug, de matrozen weten niet meer wat zij doen en roepen de hemel aan, het schip staat in volle vlam, de masten wankelen, men kan het aan boord niet langer uithouden en het wordt tijd hetzelve te verlaten.
Het schip loopt nog zeven knopen, de sloep raakt los, toen zoekt ieder zich te redden, de kapitein poogde de orde enigszins te herstellen, dit was echter onmogelijk; vrouwen, kinderen, passagiers, equipage, alles springt over de verschansing zonder te zien waar men neerkomt, zij vertreden elkander, enigen raken onder de voet, anderen vallen in zee! Men hoort niets dan het gekerm en het angst geschrei, de sloep is tot zinkens toe vol en raakt van het schip los en ziedaar die ongelukkigen aan de golven prijsgegeven zonder dat zij zich van het nodige konden voorzien om zee te kunnen bouwen. Er was evenwel nog volk aan boord, onder anderen een Maleisische matroos, die bij het verdrijven uit de sloep was gewond geraakt, deze zijn onvermijdelijk lot voor ogen hebbende, hield op de sloep aan met het oogmerk om dezelve te overzeilen, het schip komt voor de wind op ons aan, gelukkig voor ons was hij slechts alleen om alles te verrichten en kon hij alzo de razeilen niet uit elkander houden, waardoor die van de fokkemast geheel buiten werking blijven, zij moeten, wil hij ons bereiken, naar bakboord overslaan, hij nodigt zijn makkers uit hem te helpen maar niemand begrijpt zijn bedoeling. Het schip houdt deszelfs gang niet vol en gaat op tien vademen afstand de sloep voorbij en komen wij daar alzo met de schrik af.
Maar hoe is het nu in de sloep gesteld! Zij hadden niet dan de dood voor ogen, doch alhoewel dit gevaar voorbij is, zijn zij daarom nog niet gered, de dood volgt hun op de hielen. Zij bemerken dat de sloep zinkt en zien zich levendig onder de golven begraven, reeds is dezelve half vol water, het gekerm begint opnieuw, de ontsteltenis is op aller gelaat te lezen, de dood is onvermijdelijk, ieder doet daarom wat hem het best voor komt, de vrouwen vallen op de knieën en bidden, de verwarring is algemeen, de moedigsten scheppen met hun hoeden het water uit en zoeken het lek te stoppen. De kapitein, een oud zeeman en aller vertrouwen waardig, staat aan het roer en houdt voor de wind af om van de golven bevrijd te zijn. Er is evenwel een middel om althans een gedeelte der in de sloep zijnde mensen te redden, een dadelijk moedige, onrechtvaardige, wrede, onmenselijke maatregel is daartoe nodig, met opoffering van enigen kan men de overigen redden, dit middel wordt terstond aangewend, men geeft een teken en ogenblikkelijk wordt er een zestal over boord geworpen; daarop ontstaat een wezenlijke strijd, de sterken grijpen de zwakken aan, slaan hun of vermoorden ze. Er zijn reeds vijftien mensen in zee geworpen en de sloep is merkelijk hierdoor verlicht, er blijven echter nog twee neger-dienstboden (Lavallette en Marcelin genaamd en mevrouw Malfille toebehorend) over; dezen staat hetzelfde lot te duchten, ieder hunner houd een kind in de arm, maar het bloedbad heeft opgehouden en geen van allen, verschrikt over hetgeen hij bestaan heeft, durft de ogen op te slaan. Lafallette en Marcellin zijn gered! …
Waardige, twee waardige mannen, beiden een beter lot waardig, ziende hoe men hun makkers heeft geofferd en hoe hun meesters in de sloep blootgesteld zijn om van honger en gebrek om te komen, geven de kinderen aan hun moeder terug, kusten deze de voeten en wierpen zich voor onze ogen in zee, na nog alvorens voor hun behoud gebeden te hebben. Lafallette, die zeer goed kon zwemmen heeft zich lang boven water gehouden; Marcellin was reeds dood voor dat hij wegzonk; de sloep was van lijken omringd en van de vrouwen die nog hun kinderen toestaken, beproevende deze te redden. Vreselijk! Vreselijk! Afgrijselijk, de doodsangst van zo vele ongelukkigen.
Ons vaartuig was 20 voet lang en vijf voet breed, bij telling bevonden zich nog 38 personen in hetzelve, waaronder 4 kinderen; onze provisie bestond uit een schaap, een klein varken en een schildpad; deze dieren waren reeds in de sloep voor dat dezelve in zee werd gebracht, anders had men in de verwarring niet daaraan gedacht. De kapitein had zeer gelukkig in de boot een kompas, mijn sextant en tijdmeter geworpen. Wij waren op 180 mijlen afstands van land en zagen noch masten noch zeilen, noch enig teken van een schip; wij hadden de wind in ons voordeel en hadden ons een noodtuig verschaft, de zee stond de eerste nacht zeer hoog, de golven sloegen ieder ogenblik over ons heen en er was geen kans om de sloep te besturen. Wij hadden ons in twee partijen verdeeld, waarvan de ene op de banken der sloep sliep en de andere op de bodem die steeds met water bedekt was. De eerste vier dagen gebruikten wij geen voedsel, en drank ontbrak ons geheel; op de vijfde dag aten wij rauw schapenvlees, zijnde dit dier twee dagen bevorens gestorven, de vrouwen wilden daarvan niets nuttigen. Wij zeilden gedurende zes uren met harde wind voort en kregen eindelijk van de bodem der sloep een emmer water dat zwaar met pik vermengd was; om de mond vochtig te houden namen wij zilvergeld daarin; de zevende dag aten wij het varken rauw op. Het weder werd gunstiger, wij kregen hoop eindelijk aan land te zullen komen, maar wij versmachtten van dorst, twee kinderen en een man stierven op deze tocht.
De achtste dag vingen wij een vogel, dronken het bloed op en verdeelden dezelve onder ons; de volgende dag meenden wij land te zien, ijdele hoop. Op de tiende dag ten 8 ure zagen wij land! O vreugde, welk een onuitsprekelijk geluk, een man werd er krankzinnig van. Den 25 juli ten 4 uren namiddag kwamen wij op het eiland la Digne des Seychelles aan land (10 mijlen van waar wij vertrokken waren), wij genoten een goede ontvangst, de inwoners waren vrienden. Nog een man der equipage werd krankzinnig, de vorige was gedurende de nacht overleden.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Dordrecht ligt in lading naar Batavia, het te Dordrecht nieuw gebouwd, gekoperd en kopervast fregatschip ORION, kapt. J. van der Linden. Om in het begin der volgende maand te vertrekken. Hetzelve schip heeft uitmuntende inrichtingen voor passagiers, en is van een bekwaam scheepsdokter voorzien. Adres voor passagiers of goederen bij de cargadoors Visser en Muller, te Dordrecht, of bij de kapitein aan boord.


19 oktober 1838


  ZP - Zeepost

Helvoet, 18 oktober. Gisteren is alhier gearriveerd van de kust van Guinea Zr.Ms. transportschip MERWEDE, commandant luit. Stort.


  ZP - Zeepost

Den 15 oktober is bij ’t Vlie aan strand gespoeld een stuk wrakhout, behorende tot het achterschip van een tjalk, waaraan nog verbonden was een groen geverfd naambordje met zwarte randen, waarop met ingesneden witte letters de naam ALBERTUS. (opm: zie ook ZP 241038)


  ZP - Zeepost

Het schip JULIANA MARIA, kapt. Boye, van Rudkioping (opm: Rudkøbing) met raapzaad naar Hull, is den 15 oktober met schade te Harlingen binnengelopen. De lading is beschadigd geworden.


  ZP - Zeepost

Het schip DOROTHEA ELISABETH, kapt. Engelhard, van Hull naar Lübeck, is den 15 oktober lek uit zee te Hull teruggekomen.


  ZP - Zeepost

Volgens bericht van Hamburg van 16 oktober was het stoomschip BEURS VAN AMSTERDAM, kapt. Savert, voor de derde maal den 15 oktober des morgens ten 11 ure te Cuxhaven uit zee teruggekomen. Alles in goede staat.


  ZP - Zeepost

Van Elseneur (opm: Helsingör) wordt van 13 oktober gemeld: van den 11 tot den 12 oktober heeft hier een zware storm uit het zuid-westen en west-zuid-westen gewoed. Circa 300 schepen hebben daardoor schade bekomen, waaronder CIMBER, kapt. Mooy, van Apenrade (opm: Åbenrå) naar Cadix, met gebroken spil in de haven gekomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Volgens brief van Egmond aan Zee van de 16e oktober was een wrak tegen de buitenkant van de banken aldaar liggende. Ook was die nacht aldaar aangespoeld een balkje, vermoedelijk van over het roer ener tjalk, waarop H. Loop, van Leer – 1837, benevens twee van binnen groen en van buiten groen en zwart geschilderde luikjes of binnendeurtjes van een klein vaartuig, alsook een groene bootsriem met een wit blad, een vier-ijzerenbands eiken vaatje met lampolie zonder merk, en verscheidene stuwhouten.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Publieke verkoping op het eiland Vlieland.
Kapitein Pedro Ferreiros, gevoerd hebbende het te Vlieland gestrande Spaanse brikschip SAN LUIZ, alias PRONTO, komende van Riga en naar Vigo gedestineerd, presenteert, als daartoe behoorlijk geautoriseerd, op woensdag 24 oktober, op het eiland Vlieland, tegen contant geld, en door een bevoegd beambte, publiek te doen verkopen, de geborgen en door zeewater min en meerder beschadigde lading en tuigage, enz., bestaande in:
Een zeer grote partij vlas, en 51 stuks delen, van differente lengten,
benevens: 20 stuks differente zeilen, zo nieuwe als half gesleten, 1 kabelketting, 1 zwaar en werpanker, 2 trossen, 1 kabeltouw, want stagen en gekapt touwwerk, rondhouten, watervaten, koks comaliewand (opm: kommaliewant; tafel- en eetgerei aan boord van een schip), en hetgeen verder gepresenteerd zal worden.
Alle welke goederen van bovengemeld brikschip zijn geborgen en een dag voor en op de verkoopdag behoorlijk genummerd en gekaveld, voor een ieder zullen te zien zijn.
Terwijl nadere informaties zijn te bekomen te kantore van de heren C.J. de Grijs en Zoon en Kranenborg en Zonen te Amsterdam en bij Zunderdorp en Ran te Texel.
NB. Tot gerijf (opm: gerief) van de gegadigden zal op maandag 22 dezer, des morgens, een vaartuig te Texel gereed liggen, om naar Vlieland over te gaan, naar welks aankomst de verkoping zal worden opgehouden.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Londen, 13 oktober. Ten gevolge van de laatste storm is in het Kanaal nog een schip, de DRIE GEZUSTERS, gezonken. Eén man van de equipage heeft daarbij het leven verloren.


  LC - Leeuwarder Courant

Leeuwarden, 3 oktober. Naar men verneemt, is door enige vermogende ingezetenen van Zierikzee, bij inschrijving een aanzienlijk kapitaal bijeengebracht, tot het daarstellen ener commerciewerf en het aanbouwen van koopvaardijschepen voor de vaart op Oost-Indië.


  LC - Leeuwarder Courant

Leeuwarden, 3 oktober. De storm uit het noord westen heeft jongstleden vrijdag avond (opm: 28 september), een half uur afstand van het dorp Ter Heide, een vreemd (opm: buitenlands) vaartuig doen stranden. De equipage is, op de stuurman en een der matrozen na, verdronken. Dezelve had zich in de sloep begeven en kwam daarmede om. Zo deze ongelukkigen op het schip verbleven waren, zouden zij hun leven behouden hebben, maar de angst scheen hun te hebben overmeesterd, en deed hun de gelegenheid om van het schip gered te worden missen. Het schip, zijnde een schoener en genaamd de INSURGENT, kwam uit de Oostzee en was bestemd naar Antwerpen. De lading bestond uit lijnzaad; dezelve zal geheel verloren zijn, daar het schip reeds vol water is gelopen. De naam van de kapitein is Molenaar; hij is, met vijf matrozen, een prooi der golven geworden.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris F.IJ. de Boer te Makkum zal op maandagen den 29 oktober 1838 in de herberg Het Schippershuis te Makkum, en op den 5 november daaraanvolgende in het logement De Prins aldaar, telkens des namiddags ten 3 ure, publiek bij strijk- en verhooggelden verkopen: een nieuw, zeer schoon gebouwd en voor weinige dagen uitgehaald Hektjalkschip, bijzonder sterk en fraai betimmerd, met platte luiken, lang over de stevens 17 el en 4 duim, wijd over zijn berghouten 4 el 1 palm en 4 duim, en hol op zijn uitwatering 1 el en 7 palm, met al zijn mast- en touwwerk, nieuwe zeilen, ankers, bomen, en verdere toe-, aan- en bijbehorende goederen, gelijk als tot een complete scheeps-inventaris is behorende, en thans ter bezichtiging is liggende bij de scheepstimmerwerf van de heer H.O. Brouwer te Makkum.


20 oktober 1838


  ZP - Zeepost

In de morgen van 17 oktober is bij Harlingen verongelukt de beurtman, gevoerd door schipper Bouke R. van der Werf. Van de 27 personen, zo equipage als passagiers, zijn slechts de schippersknecht en 7 passagiers gered. (opm: zie ZP 221038, 241038 en LC 231038, 161138 en 041238)


  ZP - Zeepost

Volgens brief van het Nieuwe Diep van 19 oktober was tussen de Koog en de Wester gestrand en omgeslagen een driemast schip, de naam onbekend. Ook waren bij Huisduinen aangedreven enige Noorse spieren (opm: palen), waarschijnlijk behorende tot de deklast van een Noors schip.


  ZP - Zeepost

Volgens brief van Rotterdam van 19 oktober aangaande het den 16 dito te Brielle lek binnengelopen schip LAMBERTUS, kapt. Mushing, van Antwerpen naar Hamburg – zie nommer 211 – wordt gemeld, dat hetzelve zwaar lek is geworden en veel schade heeft bekomen, waardoor het zal moeten lossen om te repareren.


  ZP - Zeepost

Het schip (opm: fregat) JEANNETTE PHILIPPINE, kapt. N. Rademaker, van Amsterdam naar Batavia, is den 16 oktober ter rede van Duins (opm: The Downs) binnengelopen, hebbende op de hoogte van Dungeness een anker verloren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop het Nederlandse gekoperd en koper gebout tweedeks fregatschip MACASSAR, volgens meetbrief lang 38,40 el, wijd 6,92 el, hol 5,42 el, en alzo groot 640 tonnen, met deszelfs zeer complete inventaris. Te bevragen bij de heren J.B. Donnet & Co., en de makelaars Montauban van Swijndregt en F. van Dam, te Rotterdam.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. De ondergetekende, in het aanstaand jaar naar Europa willende vertrekken, biedt op voordelige voorwaarden te koop aan zijn scheepsbouwerij te Soerabaija met de aanhanden zijnde materialen, kiel-lichter, stoomboot en verdere toebehoren, etc. Voorts de bark HERMINA, metende 373 tonnen, zijnde gebouwd in 1836, en de bark ELISABETH, metende 193 tonnen en gebouwd in 1837, beide welke vaartuigen goed gebouwd en in de beste staat zijn.
Gadinghebbenden gelieven zich te adresseren te Batavia bij de heren Wilson, Smith & Co. of te Soerabaija bij:
J.G. Waller.


22 oktober 1838


  ZP - Zeepost

Volgens brief van Texel van 20 oktober is aldaar de vorige nacht achter de Wester gestrand een kofschip, waarvan de roef, de masten en gedeeltelijk het dek uit elkander zijn geslagen. Van de lading of equipage, welke waarschijnlijk verongelukt is, was niets bekend. Op een plankje, van het schip aangespoeld, stond de naam ‘D.J. Greven van de Pekel-A’ en op een ander aldaar aangedreven plankje ‘HELENA – 1838’. Vermoedelijk het schip HELENA, kapt. D.J. Greven (opm: kof, gebouwd in 1838, kapt. Derk Jans Greven), van Marennes naar Rotterdam.
Ook was aldaar nog aan strand gespoeld enig wrakhout, ogenschijnlijk afkomstig van een schoener, een ledig vat gemerkt ‘Rodaro’, in dubbele fust enige tarwe, alsmede enige kelders gemerkt ‘I.T.’


  ZP - Zeepost

Aangaande het in de avond van de 18 dezer bij Harlingen verongelukte beurtschip wordt van 20 oktober van daar nog gemeld, dat er zich 25 personen aan boord bevonden, waarvan slechts 9 gered zijn, zijnde de schippersknecht, vier Tiroler muzikanten, een matroos, een vrouw van Leeuwarden en twee onbekenden. De overige 16 personen zijn verdronken. De lading is gedeeltelijk geborgen, het schip zal geheel weg zijn.


  ZP - Zeepost

Volgens brief van Delfzijl van den 17 oktober rapporteert kapt. G.S. Brouwer, voerende het schip (opm: smak) de JONGE PIETER, den 16 oktober van Noorwegen te Termunterzijl gearriveerd, in de Ooster Eems tussen de 1e en de 2e zwarte ton gezien te hebben een schip met twee masten en vaste stengen, waarschijnlijk voor deszelfs ankers in de grond geslagen en vermoedelijk door het volk verlaten. Gemelde kapitein kon niet onderscheiden of het een kof of een smak was, echter aan de tuigage te zien zou het van Nederlands of Hannovers maaksel zijn.


  ZP - Zeepost

Van Elseneur (opm: Helsingör) wordt van 16 oktober gemeld, dat de vorige nacht aldaar een zware storm had gewoed waardoor de volgende schepen schade hadden bekomen: CONCORDIA, kapt. De Boer (opm: vermoedelijk kof, kapt. C.F. de Boer, zie ook ZP 231038 en 221238), van Riga naar Amsterdam, is gestrand, doch af en in de haven gebracht, het moet lossen om te repareren; en EMANUEL kapt. Maas, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Amsterdam, is tegen de rede aangedreven.


  ZP - Zeepost

Het schip de DORDTENAAR, kapt. Abbema, van Batavia naar Dordrecht, aan de Tafelbaai (Kaap de Goede Hoop) binnengelopen, was de 22 augustus aldaar nog onder reparatie liggende (opm: zie o.a. ZP 110838 en volgend bericht).


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, zaterdag, 20 oktober. Naar men verneemt zou eergisteren, de 18de oktober, het schip van schipper B.F. van der Werff, van Harlingen naar Amsterdam bestemd, in het gezicht van eerstgenoemde haven verongelukt zijn. Van de 27 aan boord zijnde personen zijn 16 passagiers, benevens de schipper en een zijner knechts verdronken, dus werden er slechts negen personen gered. Het vaartuig was reeds tot bij Workum genaderd, toen de schipper, om het slechte weer, besloot terug te keren; doch op de hoogte van Harlingen gekomen, werd het schip door de sterke stroom voorbij de haven gedreven en tegen het Stenen Hoofd geslagen en verbrijzeld.


23 oktober 1838


  ZP - Zeepost

Volgens brief van kapt. Abbema, voerende het schip de DORDTENAAR, van Batavia naar Dordrecht, in dato Simonsbaai 12 juli, had hij na de vorige expertises een nieuw onderzoek verzocht, hetwelk op den 11 juli had plaats gehad, waaruit bleek, dat, zo de bij de twee vorige expertises bevolen reparatiën zouden verricht zijn, het schip in staat zou wezen om de reis voort te zetten. Voorts beklaagt kapt. Abbema zich, dat door gebrek aan werkvolk de reparatie zeer langzaam voort ging en hij niet voor half augustus zou kunnen vertrekken.


  ZP - Zeepost

Aangaande het schip CONCORDIA, kapt. De Boer, van Riga naar Amsterdam, den 15 oktober bij Elseneur gestrand – zie nommer 216 – wordt nog gemeld, dat hetzelve, na in een hevige storm met meer andere schepen te zijn driftig geworden en na twee ankers verloren te hebben aan strand dreef, waardoor het roer werd afgestoten, echter, nadat de wind veranderde en het hoger water werd, weder vlot raakte en met adsistentie in de haven is gebracht. (opm: zie ZP 221238)


  ZP - Zeepost

Den 19 oktober is bij Petten verongelukt het schip MARIA BEERTHA, kapt. Tap (opm: kof MARIA BEERTA, kapt. Klaas Alberts Tap, lading zout), van Liverpool naar Rotterdam. De equipage is door de manschappen der Redding-Maatschappij gered. Het schip is in de namiddag totaal verbrijzeld. (opm: zie ook LC 261038)


  ZP - Zeepost

Van Salonica wordt van 25 september gemeld, dat aldaar in de nabijheid twee rover-vaartuigen, elk met 60 man equipage bemand en zwaar gewapend, alle schepen aanhielden, welke de Golf passeerden.


  ZP - Zeepost

Den 20 juli lagen te Montevideo in lading de schepen CAMILLE, kapt. Wagenaar, GUSTAPH ADOLPH, kapt. Arends, CAROLINA, kapt. Rickelsen, ELISABETH, kapt. Wolff, RIO JANEIRO PACKET, kapt. Hendrichsen en de SNELHEID, kapt. Haasnoot.


  ZP - Zeepost

Den 9 juli lagen te Havana in lading de schepen VIJF GEBROEDERS, kapt. Poodts, VAN SPEYK, kapt. Van der Wind, THETIS, kapt. Carst, WINDHOND, kapt. Ruurds, en DOROTHEA LOUISA, kapt. Hogeman.


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, maandag, 22 oktober. Men schrijft ons uit Harlingen, onder dagtekening van de 19de oktober, de volgende bijzonderheden omtrent de ramp, die de Harlinger beurtman de vorige dag heeft getroffen: Gistermorgen was de beurtman bij het ruwe weer blijven liggen, doch tegen de middag klaarde het weer op en te 1 uur vertrok dezelve met zes en twintig passagiers, benevens de schipper en twee knechts uit de haven. De wind veranderde enigszins en een eind weg zijnde, verloor het schip het zwaard en werkte in het water zwaar. De smekingen van de meeste passagiers zijn misschien de aanleiding geweest, dat de schipper de steven gewend, en niettegenstaande de woedende storm getracht heeft de haven opnieuw te bereiken. Te 7 uur 's avonds bevond het schip zich voor dezelve; doch mis zeilende, stiet het op een steengrond en verloor deszelfs roer, waarop, naar men zegt, de schipper over boord is geslagen. Enige ogenblikken daarna stiet het andermaal, en lag toen op een steenworp van onze wal af. Aan redding was niet te denken, ten minste naar de meesten zeiden. Akelig was het slaan van het water over de dijk, van waar men het schip, door het veelvuldig branden van teertonnen, telken reize kon zien. Te half twee in de nacht, was de nood ten top en hoorde men duidelijk de angstkreten van de ongelukkige, in doodsgevaar verkerende passagiers. Twee Engelse sloepen beproefden nog een poging tot redding, doch moesten dezelve opgeven. Eindelijk brak de morgen aan en werden er toen nog negen mensen gered; de overigen schijnen een prooi van de golven te zijn geworden. Van de lijken zijn er zeven reeds gevonden. Onder de geredden is een vrouw, die twee van haar kinderen aan boord heeft verloren. De gehele stad is over deze verschrikkelijke gebeurtenis diep getroffen.
Volgens de Kamper Courant was in diezelfde noodlottige nacht in de zeedijk bij Harlingen een gat geslagen en was men bezig met zeilen de verdere doorgang zo mogelijk tegen te houden. De stoomboot van Harlingen was uit hoofde van de felle storm die dag niet gevaren, doch vernemende dat een brik op de gronden raakte, is de stoomboot naar buiten gestoomd en heeft het schip gelukkig binnen gesleept.


  AH - Algemeen Handelsblad

Volgens bericht van Elseneur, d.d. 16 oktober, is de CONCORDIA, kapt. De Boer, met hout van Riga naar de Maas, aldaar aan de grond geraakt, doch weer afgekomen; het schip was lek en moest lossen.
De HIJLKE JANSZ, kapt. B.J. Siedzes, van Petersburg naar de Maas, is gestrand, doch met verlies van roer weer af en in de haven gebracht; de EMANUEL, kapt. Maas, van Danzig naar Amsterdam, is tegen de rede aangedreven.


  AH - Algemeen Handelsblad

Egmond aan Zee, 19 oktober. Hedenochtend om acht uur zagen wij een schip in strandings-nood; de reddingboot, onder het bestuur van de heer P. van Lienen, was dadelijk in gereedheid, doch het schip raakte Schoorl voorbij en strandde in de banne van Petten. Het was het kofschip MARIA BEERTA, gevoerd door kapt. K.A. Tap (opm: bouwjaar 1828; kapt. Klaas Alberts Tap), komende van Liverpool en gedestineerd naar Rotterdam, beladen met zout, katoen en ijzer. De equipage is gered. Het vaartuig is, vier uur daarna, totaal verbrijzeld.


  AH - Algemeen Handelsblad

Petten, 20 oktober. Gisternamiddag is alhier gestrand het kofschip MARIA BEERTA, kapt. K.A. Tap, komende van Liverpool en gedestineerd naar Rotterdam. De reddingboot van de Noord- en Zuid-Hollandsche Redding Maatschappij, onder het bestuur van de heer P. Langendijk, werd dadelijk aan het strand gebracht, op het vermoeden van de mogelijkheid van de stranding. De hevige winden belemmerden de boot, om dadelijk na de stranding, tijdig genoeg het wrak te kunnen bereiken, waarom de bootsgezellen, op hun scapshanders rekenende, eerst met een lijn de redding beproefden, met dat gelukkig gevolg, dat zij al de manschappen van de equipage aan wal brachten. Hetgeen des te gezegender is geweest, naardien het schip, onder het worstelen van de boot in de branding, reeds had kunnen verbrijzelen, zoals later werkelijk heeft plaats gehad, daar het in de namiddag reeds totaal verbrijzeld is.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te Dordrecht ligt in lading: Naar Batavia, het te Dordrecht nieuw gebouwd, gekoperd en kopervast fregatschip ORION, kapt. J. van der Linden, om in het begin van de volgende maand te vertrekken. Hetzelve schip heeft uitmuntende inrichtingen voor passagiers en is van een bekwame scheepsdokter voorzien. Adres voor passagiers of goederen bij de cargadoors Visser en Muller te Dordrecht, of bij de kapitein aan boord. (opm: eerste reis)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Te Delfzijl zijn den 21 oktober gearriveerd Van Kleininga, ANNA MARIA CATHARINA (opm: kof VROUW ANNA MARIA CATHARINA, kapt. W.D. Kleininga), van Havre-de-Grace naar Amsterdam bestemd, met lek schip en zeeschade binnen gebragt, en de CONCORDIA, van Maldon naar Newcastle, met verlies van de vleet, ankers en meerdere zeeschade binnen gebragt, en den 22 de VROUW ENGEL, Van der Horst (opm: buitenlander), van Bremen naar Groningen.


  LC - Leeuwarder Courant

Leeuwarden, 22 oktober. Omtrent de ontzettende schipbreuk, van het Harlinger beurtschip (opm: zie o.a. ZP 201038), in de nacht tussen donderdag en vrijdag j.l. voorgevallen, waardoor zo vele families in rouw zijn gedompeld, en wij in deze stad behalve menig ander gevoelig verlies, in het bijzonder het gemis te betreuren hebben van de Heer Mr. W.J. Sijpkens, lid van de Arrondissement Rechtbank alhier, bemind en hoog geacht bij ieder die hem kende, zijn wij door onderscheidene verkregen berichten in staat gesteld, nevensgaand getrouw ver¬slag van het gebeurde mede te delen; overtuigd dat zulk geheel met de waar¬heid overeenkomende is, onthouden wij ons van het bijvoegen en vermelden van vele bijzonderheden en voorvallen welke in getale worden gehoord, doch waarvoor geen genoegzame grond van waarheid aanwezig is.
Harlingen, den 21 oktober. In de stormachtige avond en nacht van den 18 dezer, had in de nabijheid dezer stad een ramp plaats, waarvan de jaarboeken van dit gewest slechts nog één voorbeeld weten op te noemen, en die even noodlottig als zeld¬zaam is. De beurtschipper van Harlingen op Amsterdam, Bouke Foekes van der Werf, na donderdag j.l. lange tijd op bedaarder weer en gunstige wind gewacht te hebben, ondernam eindelijk de reis des namiddags ten half twee ure, hebbende aan boord, behalve zijn stuurman, en kok, naar men kan be¬rekenen, vier en twintig passagiers.
Tot op de hoogte der zogenaamde Boontjes (opm: vaarwater tussen Harlingen en de toenmalige Zuiderzee) gekomen zijnde, was de wind van lieverlede al sterker toegenomen niet alleen, maar ook hem vlak tegen gelopen, en had hij het ongeluk bij een wending één zijner zwaarden te verliezen, weshalve hij besloot terug te keren. Toen hij echter des avonds omstreeks ten half zeven ure, met een vliegende voor de wind, tot aan de mond des ha¬vens weder genaderd was, kwam hij ongelukkiglijk het juiste punt te missen, door een geweldig sterk gaand getij om de Noord, zodat de achtersteven op de stenen van het Noorderhoofd stiet, het roer uit de haken gelicht werd, en verloren ging, terwijl het nu geheel van stuur ontblote vaartuig, de haven voorbij en Noordwaarts opgedreven werd, toe op de zogenaamde Plaatjes, niet verre van deze stad, waar men het voor een kettingkabel ten anker wist te werpen; dan nu ontdekt men een belangrijk lek; met een bruisend ge¬weld stroomt het water binnen, en wel zo snel dat onderscheidene zich in de kajuit of kelder bevindende personen geen tijd hadden zich te redden. Nauwelijks was deze mare alhier verspreid, of alles stroomde naar het Noorder Bolwerk, van waar men de noodseinen en hulpkreten der bedreigde schepelingen niet onduidelijk gewaar kon worden.
Al dadelijk was men op middelen tot redding bedacht, en bemoeiden zich vele menslievenden, om hulp te verschaffen; eigenaardig sprak men daartoe de kapitein van de stoomboot PRINS FREDRIK DER NEDERLANDEN aan, om zo mogelijk bet schip in de haven te slepen of de passagiers over te nemen, doch deze verklaarde zich niet derwaarts te kunnen begeven, daar op hem de verantwoordelijkheid van het vaartuig rustte (opm: zie LC 301038). Daarop wendde men zich tot het personeel van de loodsdienst, liggende een der loodsvaartuigen buiten de sluizen gereed, en verzocht men de loodsen toch onverwijld alles in het werk te stellen, om de in nood zijnde mensen te redden; deze aanzoeken werden onmiddellijk achtervolgd door onderscheidene en belangrijke uitlovingen aan geld, solide garantie bovendien geboden voor het eventueel verlies of be¬schadigen van het loodsvaartuig, en alle aandrang en overreding gebezigd om de respectieve loodsen hoofd voor hoofd, en gezamenlijk over te halen met het bedoelde vaartuig uit de haven te gaan; terwijl men hen vruchteloos trachtte over te halen, boden zich een aantal menslievende en moedige varensgezellen uit deze stad vrijwillig, en zonder enige toezegging op beloning, tot redding aan, om, indien men hun slechts een geschikt vaartuig konde geven, alsdan de redding ten minne te beproeven. Doch door een toevallige en noodlottige samenloop van omstandigheden konden zij geen geschikt vaartuig mees¬ter worden, daar velen van oordeel waren, dat er met sloepen niets uit te voeren was, waartoe anders de Groenlandse sloepen, volgaarne werden aangeboden, daar ook de loodsen weigerden om hun boot tot dat menslievend einde af te staan; zij gelieten (opm: deden alsof) zich eindelijk als of zij zelven er op uit wilden zei¬len, zodra het weder en tij iets gunstiger en handzamer werden.
Inmiddels toonde men de gestadig om hulp roepende schepelingen door het ontsteken van teertonnen op de dijk, dat men hen opgemerkt had; dat men door een verlichting op een te verwachten stranding was voorbereid, en hield men door het gedurig voortgaan daarmede tevens hunne hoop en moed levendig.
Zo was het allengs middernacht geworden, maar nog ging de storm niet liggen, zodat het bij het voornemen der loodsen bleef.
Het was toen dat drie Engelse kapiteins, welke met hun schepen in de haven lagen, te weten Daniel Charrosin, James Atkins en Henry Disney (opm: resp. kapt. van de schonerschepen NORTHAM, SARAH AND HELEN en UNION), het edel en stoutmoedig besluit namen, om met twee hunner sloepen, de ene bemand met drie, de andere met vier hunner matrozen, de gevaarlijke tocht naar het gezonken schip te ondernemen. Kapitein D. Charrosin bereikte gelukkig zijn doel, doch vrezende een te groot aantal der nog op het wrak in leven zijnde passagiers tegelijkertijd op hen zouden aankomen, waardoor de sloep gevaar zou lopen van te zinken en allen alsdan hun dood in de golven zouden vinden, hielden iets af en wierpen in de nabijheid van het schip hun dreg uit, waarvoor zij bleven liggen tot dat de dageraad aanbrak, zonder ophouden de ongelukkige schipbreukelingen, die tot levensbehoud in want en mast geklommen waren, toeroepende om moed te houden tot dat men hun bij de naderenden dageraad te hulp zou komen. Tot vermeerdering der ramp scheurde reeds omstreeks 3 ure het voorwant in stukken en sleepte die slachtoffers mede, welke aldaar hun redding gezocht hadden. De andere boot zag zich genoodzaakt, om na vele vruchteloze pogingen tot ontdekking van het in zwarte duisternis gehulde schip weder naar de haven terug.
Eindelijk brak het zo vurig gewenste daglicht aan, maar barstte ook de storm, als met vernieuwde woede weder los. Desniettemin waagde het thans de manschap der eerste sloep, om te enteren, en was gelukkig genoeg, om drie der schipbreukelingen te verlossen van het wrak, en behouden in de haven te brengen. Nu wilden de edele vreemdelingen voort daarop een tweede reis beproeven, maar men wist hen te bewegen, om daar zij reeds de ganse nacht rusteloos hadden doorgebracht, hun grootse taak aan enige mensenvrienden over te dragen, die nog vers van krachten zijnde, tot voltooiing daarvan te beter in staat waren. Deze waagden dus met de twee sloepen een nieuwe poging, onder aanvoering van onze heldhaftige stadgenoten Simon van der Meer en Jacobus Willem Jager, beide bevaren en kloeke zeelieden, die zich in den beginne reeds bereid hadden verklaard om de reddende arm te bieden. Hun moge het gebeuren om de nog zes levend aanwezigen en twee lijken van de gezonken bodem aan wal te brengen. De overige passagiers, gelijk ook de beurtschipper en kok, waren reeds in de voornacht door de aanhoudende stortzeeën van boord geslagen of in het zinkend vaartuig jammerlijk omgekomen.
De lijken dezer ongelukkige zijn gedeeltelijk hier reeds aangebracht of aangespoeld en gedeeltelijk worden ze nog vermist.
Wat de geredden betreft, hun werd aanstonds huisvesting, geneeskundige hulp en alles verleend wat zij behoefden, terwijl voor de beklagenswaardige weduwen van de beurtschipper en kok en hun nagelaten kinderen, die door deze ramp ook tot een staat van volstrekte behoefte vervielen, een collecte werd be¬werkstelligd, waartoe wij alle onze menslievende landgenoten uitnodigen het hunne bij te dragen, zullende de Redactie dezer Courant zich gaarne willen belasten om deze liefdegaven vracht vrij toegezonden, aan hen over te maken, die alhier de directie over deze ingezamelde gelden wilden op zich nemen.
Zoverre het mogelijk is, laten wij hiermede de lijst volgen der geredde, verongelukt gevondene en vermiste personen:
Geredde personen: Jan Schieman, van Oost Friesland, Simon Jacob Pels, oud 20 jaren, van Emden, Maria Prins, van Leeuwarden, H.H. Dijkstra, van Niewolda in Groningerland, Michiel Philip Wagner, van Altona, oud 23 jaren,Tiroler zanger, Herr Lichtental, van Devenburg, oud 24 jaren, Tiroler zanger, Louis de Galles, van Hamburg, oud 24 jaren, Tiroler zanger, Jan Hendrik Melaas Monck, van Maastricht, Jan………….knecht op het beurtschip.
Namen en beschrijving der zes lijken te Harlingen aangebracht en aangespoeld:
Jacob Schuur of Scheer, oud 30 jaren, gehuwd, zonder beroep, te Leeuwarden in de Peperstraat, Gerben de Jong, vracht- en turf schipper, gehuwd, zonder vaste woonplaats, als wonende in het schip, Jette Vos, oud 20 jaren, geboren te Groningen, woonachtig te Leeuwarden bij Maria Prins, J.J. Lochman, Tiroler zanger, Simon Levij Bronkhorst, oud 22 jaren, diamantslijper te Amsterdam, Jochem Zijlstra, in de Pijlsteeg te Leeuwarden.
Onder de nog vermisten aan boord geweest zijnde personen worden de volgende opgegeven: B.F. van der Werf, de schipper, Feike Douma, de kok, Mr. W.J. Sijpkens, lid van de arrondissement-rechtbank te Leeuwarden, J.C. Post, boekhandelaar aldaar, Johannes Osseman, kleermaker aldaar, Trijntje de Jong, aldaar, A. Koppelaar, harpspeler bij de Tiroler zangers, van Aken, benevens nog 2 á 3 militairen.
Een duidelijker opgave is voor het tegenwoordige niet doenlijk, dewijl geen lijst der op het schip geweest zijnde passagiers aanwezig is.
(opm: zie ook PGC 301138)


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen. Binnengekomen: den 7 oktober de schoenerschepen HOPE, kapt. W. Cousins en NORTHAM, kapt. D. Charrosin, beide van Londen.
Den 11 dito het smakschip DOROTHEA MARIA, kapt. D.J. de Grooth, van Christiaansand, de kofschepen de VROUW JANTINA, kapt. H.H. de Weerd, van Oostrisoer en NIMPHUS, kapt. H.K. de Weerd, van Drammen, het schoenerschip SARAH & HELEN, kapt. J. Atkins, van Aberdour.
Den 14 dito het schoenerschip UNION, kapt. H.B. Disneij, van Londen.
Den 15 dito de kofschepen VRIESLAND, kapt. T.W. Stuit, van Liverpool en de JONGE DIRK, kapt. H.E. Vos, van Oudsoen.
Den 19 dito het schoenerschip FAME, kapt. W. Barfield, van Londen.
Den 20 dito de schoenerschepen LIVELY, kapt. S.H. Finch en MONARCH, kapt. Jos. Manning, beide van Londen.
Uitgezeild: den 9 oktober de kofschepen FRAU FENKE ENGELINA, kapt. J.W. Kreije en GEZIENA, kapt. B.A. Visser, beide naar Noorwegen, de tjalkschepen ALBERDINA, kapt. J.J. Joosten en de VROUW IJKEMA, kapt. D.L. Knoop, beide naar Hamburg.
Den 10 dito de kofschepen CATHARINA ENGELINA, kapt. E.H. de Groot, MARGARETHA, kapt. T.K. Mulder, MARGARETHA, kapt. K.F. Harding, IJPEUS, kapt. H. de Weerd jr, en het brikschip HAABETS ANKER, kapt. Haagensen, alle vijf naar Noorwegen. Deze laatste is 13 oktober na verlies van ankers en kabels, door een stoomboot uit Harlingen weder binnen gesleept.
Den 13 dito de schoenerschepen HOPE, kapt. W. Cousins en ORWELL, kapt. John Hall, beide naar Londen.


24 oktober 1838


  ZP - Zeepost

Verkoop van schepen te Rotterdam op 25 oktober 1838: het fregatschip PROSERPINA, kapt. Smith: NLG 19.600. Koper: de heer Burgmans te Vlissingen.


  ZP - Zeepost

Volgens brief van Ameland van 21 oktober was aldaar den 19 oktober aan het buitenstrand gedreven, met ander nieuw wrakhout, een stuk van een hekbalk, stuurboordskant, van een smak of hektjalk, van boven groen en van achteren wit geschilderd, waarop in zwarte cijfers het jaartal 1838. (opm: vergelijk ALBERTUS, ZP 191038; het schip is waarschijnlijk een buitenlander)


  ZP - Zeepost

De schepen ANNA MARIA CATHARINA, kapt. W.D. Kleyninga, van Havre naar Amsterdam, en CONCORDIA, kapt. Zeven (opm: mogelijk kof, kapt. C. Zeven), van Maldon naar Newcastle, zijn den 21 oktober, het eerste lek, en het laatste met verlies van de fleet (opm: vleet, d.w.z. zeilen, inclusief staand en lopend tuig), ankers en andere schade te Delfzijl binnengebracht.


  ZP - Zeepost

Het schip MARIA CAROLINA, kapt. Dircks (opm: buitenlander), van Hull naar Memel (opm: Klaipeda), is den 15 oktober op Burg bij Fehmarn gezonken. De equipage is gered.


  ZP - Zeepost

Harlingen, 21 oktober. De beurtschipper, van hier op Amsterdam, Bouke Foekes van der Werf, – zie nommers 215 en 216 (opm: en LC 231038) – na lange tijd op gunstige wind gewacht te hebben, ondernam eindelijk de reis den 18 oktober, des namiddags ten half twee ure, hebbende aan boord, behalve zijn stuurman en kok, naar men kan berekenen 24 passagiers. Tot op de hoogte der zogenaamde Boontjes (opm: vaargeul tussen Harlingen en Makkum) gekomen zijnde, wakkerde de wind al sterker en liep eindelijk geheel tegen, en verloor het schip bij een wending een der zwaarden, zodat men besloot terug te keren. Toen men echter des avonds omstreeks half zeven ure met vliegende wind de haven genaderd was, miste men door het geweldig sterk gaand getij om de Noord het juiste punt, zodat de achtersteven op het Noorderhoofd stiet en het roer verloren werd, waarna het nu geheel van stuur ontblote vaartuig de haven voorbij en Noordwaarts dreef, tot op de zogenaamde plaatjes, niet verre van deze stad, waar men het voor een kettingkabel ten anker wist te werpen. Dan nu ontdekte men een zwaar lek. Met bruisend geweld stroomde het water binnen, en wel zo snel, dat onderscheidene zich in de kajuit bevindende personen geen tijd overbleef om zich te redden. Na vruchteloze pogingen, ten einde de loodsen over te halen iets tot redding der schipbreukelingen te doen, aangewend te hebben, besloten drie Engelse kapiteins, Charrossin, Atkins en Disney, met twee hunner sloepen, de ene met drie en de andere met vier matrozen bemand, de gevaarlijke tocht te ondernemen. Kapt. Charrossin bereikte gelukkig zijn doel, doch vrezende, dat een te groot aantal passagiers in de boot zoude komen, waardoor men gevaar zoude lopen van zinken, hield iets af en (deze) wierpen in de nabijheid een dreg uit, waarvoor zij bleven liggen tot de dag aanbrak. Omstreeks twee ure in de nacht scheurde het voorwand (opm: voorwant), en sleepte die slachtoffers mede, welke aldaar hunne redding hadden gezocht. Met het aanbreken van de dag waagde de manschap der andere Engelse sloep te enteren en redde drie schipbreukelingen en bracht dezelve in de haven aan, waarna het S. van der Meer en J.W. de Jager met twee sloepen gelukte nog zes levende personen en twee lijken aan wal te brengen. De overige passagiers, als ook de beurtschipper en de kok waren reeds in de voornacht door aanhoudende stortzeeën van boord geslagen en verdronken.


  AH - Algemeen Handelsblad

Het door ons medegedeelde scheepsbericht betrekkelijk het plunderen van het schip MARIA FREDERIKA, kapt. De Weerd, is bij nader onderzoek gebleken geheel ongegrond te zijn geweest. Het onjuiste bericht was door ons uit de Antwerpse Le Précurseur getrokken. De MARIA FREDERIKA kapt. De Weerd, is de 17e augustus j.l. uit Texel naar Suriname gezeild.


PLDA - Public Ledger and Daily Advertiser, London

Liverpool, 22 oktober. Vertrokken FREDERICA (opm: Belgische schoenerkof), J. Bens, naar Oostende


  JC - Javasche Courant

Batavia, 22 oktober. De St. Helena’s List of Arrivals and Departures van den 12 juni 1838 meldt het volgende omtrent het vergaan van het Nederlandse schip (opm: bark) ZAANSTROOM:
De ZAANSTROOM, kapt. P.P. Middel, verliet Batavia den 3 maart, met tin, rijst, arak en kassia geladen en bestemd naar Amsterdam. Niets bijzonders gebeurde er voor den 3 mei, toen op 32º28’ ZB 29º06’ OL in een zware storm een gedeelte der verschansingen over boord ging en enige andere averij veroorzaakt werd. Gedurende de nacht van den 9 mei ondervonden zij een andere storm, in welke een hevige zee over het schip sloeg, die alles, wat op het dek was, met zich mede nam, het roer brak en het schip stuurloos en zeer lek maakte, zodat men onophoudelijk moest pompen. Den 13 kwam er een schip in het gezicht, hetwelk op het zien van een noodsein naar hem toe kwam. Het was de MIDDELBURG, kapt. Rickels, welke beloofde in de nabijheid te blijven en alle mogelijke hulp te verlenen. In de morgen van den 14 echter bemerkte men, dat het lek zeer verergerd was en dat het water in het schip aanmerkelijk veld won. Het werd alstoen nodig geoordeeld, ten einde het leven van de passagiers en equipage te behouden, om het schip te verlaten, hetwelk alstoen 10 voet water in het ruim had, en om aan boord van de MIDDELBURG over te gaan. De MIDDELBURG bereikte St. Helena de 3 juni en zeilde de 4 dito naar Middelburg. De passagiers van de ZAANSTROOM zijn allen wel. (opm: zie ZP 020838).


  JC - Javasche Courant

St. Helena, 12 juni. Zr.Ms. fregat BELLONA, aan boord hebbende Z.K.H. Prins Frederik Willem Hendrik, is den 8 juni te St. Helena gearriveerd en den 12 dito van daar vertrokken.


  JC - Javasche Courant

Soerabaija, 16 oktober. Heden is hier aangekomen de Nederlands-Indische brik FATHAL BERAKAT, kapt. The Kansoey, van Bali vertrokken de 10e oktober. De 9e dezer was het schip te Ampenan door een sloep, bemand met Boeginezen overvallen, waarbij de kapitein doorstoken, en met een inlandse matroos over boord gesprongen zijnde, verdronk.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 21 oktober. De 19e dezer is hier aangekomen het Nederlandse schip OLIVIER VAN NOORD, kapt. G. de Jong, vertrokken van Amsterdam de 24e juni.
Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip EMANUEL, kapt. F. Fleming, met één passagier, vertrokken van Rotterdam, de 13e juli.


26 oktober 1838


  ZP - Zeepost

Volgens brief van kapt. Döllner, voerende het schip JANUS, van Havana, den 24 oktober in Texel binnen, had hij den 4 september een hevige orkaan doorgestaan, waardoor het schip op zijde sloeg, bij gestadig pompen 5½ voet water in het ruim stond, en de zeilen weg sloegen.


  ZP - Zeepost

Den 7 juli lagen ter rede van Batavia de schepen ELISABETH, kapt. F. Fokkens, PHOENIX, kapt. H. Eeltjes (om den 9 juli te vertrekken), DIANA, kapt. Lindeman en AMALIA, kapt. Muller (opm: buitenlander).


  ZP - Zeepost

Het schip (opm: kof) AGATHA, kapt. K.L. Spijkman, van Petersburg naar Amsterdam, heeft, volgens bericht van Elseneur (opm: Helsingör) van 20 oktober, door aanzeiling zware schade bekomen en zoude moeten lossen om te repareren (opm: zie PGC 021138).


  ZP - Zeepost

Het schip GRYPHIA, kapt. Koop, van Greifswald naar Dundee, is den 2 oktober bij Dragoë (opm: Dragør) aan de grond geraakt, is echter den 10 dito met adsistentie weder vlot geworden en naar Kopenhagen gebracht.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Advertentie. Aanbesteding. Van de nodige gebouwen en omheiningen der Scheepstimmerwerf te Zierikzee, met de daartoe behorende materialen, op maandag 5 november 1838, ’s middags te 12 uur, bij J. Swarts, in het Logement van Zeeland, alwaar het bestek en de condities drie dagen te voren ter lezing zullen liggen.


  LC - Leeuwarder Courant

Aangaande het bij de Zwarte Haan aan de dijk liggend schip DIE 3 GEBRÜDER, kapt. Borchert Röfer, van Amsterdam naar Bremen, wordt van Harlingen gemeld, dat de lading overgenomen werd door het schip DIE BRUDERSCHAFT, kapt. J. Röfer, mede van Amsterdam naar Bremen, hetwelk onder Stavoren in goede staat de storm had afgereden, alsmede door nog een ander klein vaartuig, waarmede den 15 oktober reeds een aanvang was gemaakt.


  LC - Leeuwarder Courant

Met het transportschip MERWEDE hetwelk een deel heeft uitgemaakt van de expeditie naar de kust van Guinea, onder bevel van de generaal-majoor J. Verveer, en dat den 17 dezer te Hellevoetsluis is binnengelopen, heeft men de tijding ontvangen, dat de gemelde expeditie met een gunstige uitslag bekroond is. De opstand der Hantasche bevolking was geheel bedwongen; derzelver hoofd Bonsoe in handen der Nederlandse overheden gekomen, en, na door een krijgs¬raad ter dood veroordeeld te zijn, aan een hoge galg opgehangen, ter zelfder plaatse, waar in het vorige jaar de ambtenaar Cremer en de luitenant Maasen zo wreedaardig door hem vermoord waren. Men had bij het voorgevallene doorslaande bewijzen ontvangen van de gehechtheid en getrouwheid der andere neger¬bevolkingen aan de kust. De Nederlandse troepen hadden door de uitgestane vermoeienissen en het klimaat veel geleden, doch een groot deel derzelve was, met het schip (opm: fregat) RHOON EN PENDRECHT reeds verder naar Java vertrokken.
Een dag later kwam Zr.Ms. korvet AMPHITRITE, kapitein luitenant Tengbergen, mede tot de expeditie naar Guinea behorende, te Texel binnen, met het¬welk men hoopte, dat ook de commandant der expeditie, de generaal-majoor Verveer in het Vaderland zou teruggekeerd zijn. Die hoop is nochtans niet mo¬gen vervuld worden, daar men eergisteren alhier de treurige tijding ontving, dat genoemde generaal-majoor, na alleszins in zijn onderneming te zijn geslaagd, den 22 augustus, twee dagen nadat hij de kust van Guinea verlaten had, aan boord van de AMPHITRITE, ten gevolge van de landsziekte overleden was, tot grote teleurstelling zijner vrienden, en tot bittere droefheid zijner dochter, welke de terugkomst van haar vader in deze residentie reikhalzend ieder ogenblik tegemoet zag. De generaal-majoor Verveer heeft, gelijk men zich zal herinneren, behalve met het dempen van de boven vermelde opstand, aan het Vaderland vroeger nog een andere gewichtige dienst op de kust van Guinea bewezen, door het aanknopen van betrekkingen met de Koning der Ashantynen, die voor onze Oost-Indische bezittingen reeds nuttige gevolgen opgeleverd hebben. Uit hoofde daarvan en om andere redenen, behaagde het Z.M. de Koning aan de generaal-majoor Verveer de Militaire Willemsorde, en die van de Nederlandse Leeuw te schenken.


  LC - Leeuwarder Courant

Petten, 20 oktober. Opnieuw kunnen wij van hier weder een bewijs leveren, van de nuttigheid der reddingboten, als bijna zeker middel ter redding van schipbreukelingen. Gisteren namiddag is alhier gestrand het kofschip MARIA BARTA (opm: MARIA BEERTA, zie ook ZP 231038), kapt. K.A. Tap, komende van Liverpool en gedestineerd naar Rotterdam. De reddingboot der Noord- en Zuid-Hollandse redding maatschappij, onder het bestuur van de heer P. Langendijk, werd dadelijk naar het strand gebracht, op het vermoeden van de mogelijkheid der stranding. De hevige winden belemmerden de boot, om dadelijk na de stranding, tijdig genoeg het wrak te kunnen bereiken, waarom de bootsgezellen, op hun scaphanders (opm: Engels, reddinggordel) rekenende, eerst met een lijn de redding beproefden, met dat gelukkig gevolg, dat zij al de manschappen der equipage aan wal brachten. Hetgeen des te gezegender is geweest, naardien het schip, onder het worstelen der boot in de branding, reeds had kunnen verbrijzelen, zo als later werkelijk heeft plaatsgehad, daar het in de namiddag reeds totaal verbrijzeld is.


  LC - Leeuwarder Courant

De strandvonders van Westdongeradeel en Schiermonnikoog, zullen respectievelijk publiek, tegen contante betaling verkopen: de geborgen tuigage en scheepsgoederen van het verongelukte Engelse brikschip THE CHOICE (opm: zie o.a. ZP 180438).
Op donderdag den 1 november 1838, des voormiddag ten 10 ure, in het Moddergat onder Nes: 3 trossen, 2 kettingen, enige stukken gekapt want en blokken, 2 zeilen, 4 einden zwaar ankerketting, 1 ankertje, 1 kachel, 1 ijzeren rad.
Op zaterdag den 3 dito, des voormiddag ten 10 ure, op het eiland Schiermonnikoog: 10 stuks onderscheidene zeilen, enig gekapt lopend touw en want met blokken, een stuk der lier van de mast, 3 einden zwaar ankerketting, 1 anker van plm. 500 Ned. pond.
Zijnde alles zo goed als nieuw.
Voor de overvaart naar Schiermonnikoog, zal op vrijdag den 2 november e.k. des voormiddag ten 9 ure, te Oostmahorn gelegenheid zijn.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris C.J. Jorritsma, te Sneek, zal publiek, bij strijk en verhoog gelden, aan de meestbiedende ter verkoop presenteren een florissante scheepstimmerwerf, met nieuwe woonhuis, schuur en verdere gebouwen, staande aan het zomerrak te Sneek, bij A. Groenhof en P. Veltman in gebruik en de helft van een genoegzaam nieuwe trekschuit, met de gerechtigheid van het veer c. a, varende in de beurt van Sneek op Leeuwarden vice versa, bij H.P. Takelaar in gebruik.
Wie gading maakt, kome woensdagen den 14 en 28 november 1838, telkens des avonds ten 7 ure, bij de provisionele toewijzing in de Concertzaal op Leeuwenburg te Sneek, en bij de finale adjucatie in het lokaal der sociëteit de Uitspanning, bij Uffenk aldaar.
(opm: het veer c.s. omvat meestal het patent dat door de overheden is verleend, en bijvoorbeeld het proportionele deel van de veerhuizen met erf (weiland) onderweg langs de route, de stallen, trekpaarden, en wat verder nog aan roerende goederen aanwezig is, zoals waarloze materialen en/of voer voor de paarden)


27 oktober 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. H. Montauban van Swijndregt, F. van Dam en F.N. Montauban van Swijndregt, makelaars te Rotterdam, zijn van mening op dinsdag de 6de november 1838, des namiddags te 4 uur, in het lokaal op de hoek van de Scheepmakershaven en Bierstraat, Wijk A, No. 458, te veilen de Zuidzeevisserij gereedschappen van het schip PROSERPINE, bestaande in 225 ledige fusten, vijf sloepen, koperen koelers, ijzeren traanketels, lijnen, harpoenen, lensen enz., alsmede enige andere scheepsgereedschappen, als kettingen, ankers, sloepen enz., zoals alles gekaveld zal zijn liggende in en voor een pakhuis aan de Rotte, westzijde, even buiten de stad, Wijk Q, No. 177.


  DC - Dordtsche Courant

Ter Zierikzee zijn reeds tot daarstelling ener commercie-werf aan de Zuid-Zelke bij het eerste sas de 22e dezer de voorbereidende werkzaamheden begonnen, en heeft Z.M. niet alleen voor de kosten der werf een som van NLG 10.000,- renteloos, edoch onder beding van jaarlijkse aflossing, voorgeschoten, maar bovendien voor NLG 10.000,- deel genomen in het eerst aldaar voor de vaart op Oost Indië te bouwen schip.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 25 oktober. De 23e dezer is hier aangekomen het Nederlandse schip DE VIER GEBROEDERS, kapt. N.D. de Boer, vertrokken van Amsterdam de 24e juni.
Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip DE VRIENDEN, kapt. B.C. Jaski, vertrokken van Amsterdam de 24e juni.


29 oktober 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Wij vernemen, dat op aanstaande woensdag de 31e, des namiddags ten half twee ure, op de werf Hollandia aan het einde der Groote Wittenburgerstraat van stapel zal lopen het koopvaartdij-fregatschip SUSANNA CHRISTINA.


  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 24 oktober. Men verneemt, dat Zr.Ms. brikschepen de MEERMIN en de HAAI eerstdaags naar de West-Indiën zullen zeilen.


30 oktober 1838


  ZP - Zeepost

Texel, 29 oktober. De schepen NEPTHUNUS (opm: mogelijk kof), kapt. K.J. de Jong, en THETIS, kapt. C.P. Carts (opm: brik, kapt. J.P. Carst), beide van Havana, heden alhier binnengekomen, zijn door de wind tegen de stenen dam gedreven, doch met adsistentie weder in vlot water gebracht.


  ZP - Zeepost

Aangaande het schip ANDREIS, kapt. Tieman, den 29 dezer van New York in Texel binnen, wordt volgens brief uit het Nieuwe Diep van den 29 dito nog gemeld, dat hetzelve bij het inzeilen van het gat van Texel een stortzee over gekregen had, waardoor alles van het dek benevens de verschansingen weggeslagen zijn, en zat hetzelve nu met 6 voet water op de Zuidwal. De equipage, uitgezonderd de kapitein en twee man, heeft het schip moeten verlaten. Men zoude trachten dezelve te redden. (opm: zie ZP 311038 en 051138)


  ZP - Zeepost

Volgens brief van kapt. Abbema, voerende het schip de DORDTENAAR, van Batavia naar Dordrecht, in dato 26 september, bevond hij zich toen op 04º50’ Z.B. en 16º30’ W.L, en rapporteert, dat het schip 8 duim water in het uur maakte. Niettenstaande dit hoopte hij zonder verder enige haven aan te doen zijn bestemming te zullen bereiken.


  ZP - Zeepost

Een schip, den 24 oktober te Antwerpen gearriveerd, is gebleken te zijn de ONDERNEMING, kapt. Houtsager (opm: kapt. Jan Houtsaager), van Londen naar Antwerpen gedestineerd. Hier door vervalt de veronderstelling, dat hetzelve den 14 oktober bij Texel gestrand zoude zijn, zie nommer 210.


  ZP - Zeepost

Van de rede van Texel was den 29 dezer weggestormd de kof (opm: galjoot) de GOEDE TROUW, kapt. K.J. Masker, van Amsterdam naar Cardiff gedestineerd. (opm: zie ZP 311038)


  DC - Dordtsche Courant

Op de reis herwaarts (opm: Nederland) is door Zr.Ms. fregat DIANA gepraaid o.a. het schip DORTENAAR, hetwelk den 4e van de Kaap de Goede Hoop vertrokken was en zich in zeer lekke staat bevond. (N.B. niet duidelijk welke maand)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Volgens berigt van Elseneur d.d. 16 oktober, is de HIJLKE JANSZ, kapt. Sledzes (opm: kof HYLKE JANSZ, kapt. B.J. Siedzes), van Petersburg naar de Maas, gestrand, doch met verlies van roer weder af en in de haven gebragt.
De EMANUEL, kapt. Maas (opm: buitenlander, van Dantzig naar Amsterdam) is tegen de rede aangedreven.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het door ons medegedeelde scheepsbericht betrekkelijk het plunderen van het schip MARIA FREDERIKA, kapt. De Weerd (opm: zie PGC 231038) is bij nader onderzoek gebleken geheel ongegrond te zijn geweest. Het onjuiste berigt was uit de Antwerpse Precurseur (opm: nieuwsblad Le Précurseur) getrokken. De MARIA FREDERIKA, kapt. De Weerd, is den 17 augustus j.l. uit Texel naar Suriname gezeild.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Van Elseneur wordt van den 16 oktober gemeld, dat na dat van 300 aldaar ter rede liggende schepen den 14 dito ruim 20 naar de Noordzee vertrokken waren, den 15 dito aldaar een hevige storm uit Z.O. heeft gewoed, waarbij het schip CONCORDIA, kapt. C.T. de Boer, van Riga naar Amsterdam, bezuiden de haven was gestrand, doch weder vlot geworden en lek in de haven gekomen; moest lossen (opm: zie PGC 281238).


  LC - Leeuwarder Courant

Gaarne voldoen wij aan het verlangen van P. van Dijk, kapitein van de stoomboot, PRINS FREDRIK DER NEDERLANDEN, door de mededeling van onderstaande brief, en betuigen tevens, dat in geen opzicht de bedoeling is geweest, het gezag van gezegde kapitein te gispen, veel min een onmenslievende gezindheid (zo als dezelve de bedoelde woorden schijnt te hebben opgevat), ten zijnen aanzien te vermelden.
De redactie,
Leeuwarden, den 30 oktober 1838.
Harlingen, den 23 oktober 1838. Aan de Redactie van de Leeuwarder Courant.
In uw Courant van den 23 dezer is een verhaal te lezen van het vergaan der Harlinger beurtman, welke ongelukkige gebeurtenis op den 18 te voren, in het gezicht der stad heeft plaats gehad, en in welk verhaal onder anderen voorkomt, dat ik zoude verklaard hebben, mij, met de stoomboot PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN niet naar het in nood zijnde vaartuig te kunnen begeven, daar op mij de verantwoordelijkheid van gemelde stoomboot rustte. Indien men daar nu bijgevoegd had, dat door mij, juist om die reden, was aangeboden, om de aan mij vertrouwde boot, voor de te doene tocht, wegens verlies, te verzekeren, dan zoude het ten minsten de schijn niet hebben gehad, ik onmenslievend genoeg ge¬weest was, om mijn natuurgenoten, in dreigend levensgevaar, aan hun lot over te laten. Waarom genoemd door mij gedaan aanbod, om de boot voor verlies te verzekeren, niet is kunnen worden aangenomen, daarover zal of kan ik geen oordeel uitbrengen. Dat een tocht met de stoomboot naar het zinkende vaartuig niet zonder gevaar kon worden gedaan, zal wel niemand, getuige van dien stormachtige avond, betwijfelen. Mijn equipage was echter even bereid als ik de tocht te ondernemen. Maar over ons leven mochten wij beschikken, niet over het goed, ons, door hen, in wiens dienst wij staan, toevertrouwd.
Ik mag van uw onpartijdigheid, mijn heer de redacteur, een plaatsing van deze weinige regelen in uw eerst uitkomend nummer verwachten, en heb de eer zijn, de Kapitein van de stoomboot PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN, P. van Dijk.


  LC - Leeuwarder Courant

Volgens ontvangen berichten, bevond zich op den 11 juli j.l. in de Straat Sunda, Zr.Ms. fregat DE MAAS, onder bevel van de kapitein ter zee Van Maren, bestemd naar de Oost-Indiën, en aan boord hebbende schout bij nacht E. Lucas, benoemd tot inspecteur en commandant in de Nederlands Oost-Indische bezittingen (opm: zie ZP 240338). Alles bevond zich aan boord, volgens die berichten, in een goede welstand.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen. Binnengekomen: de 25 oktober het kofschip JAN FREERK, kapt. G.H. Smit, van Christiaansand, het schoenerschip FLORA, kapt. John Manning, van Londen, het kofschip ALIDA, kapt. K.H. Scholtens, van Leith.
De 26 dito het schoener schip MARY & ROSE, kapt. A. Reach, van Sunderland, het tjalkschip CATHARINA, kapt. H.R. Veling, van Hamburg, het kofschip VROUW JANTJE, kapt. G.A. Jonkhoff, van Christiaansand.
De 27 dito het kofschip de JONGE DIRK, kapt.W.H. Mulder, van Holmstrand.
Uitgezeild: den 21 oktober de schoenerschepen NORTHAM, kapt. D. Charrosin en UNION, kapt. H.B. Disneij, beide naar Londen, het kofschip MARTHA ALIDA, kapt. K.H. Plukker, en het smakschip de HOOP, kapt. L.S. de Vries, beide naar Schotland.
De 22 dito het galjootschip ENIGHEDEN, kapt. C. Lie, naar Noorwegen, de galjasschepen DIE KLEINE STEPHEN, kapt. J. Gall, DIE TAUBE, kapt. J. Hinzman, MAGDALENA, kapt. C. Konow, SIRIUS, kapt. P. Fretwurst en het brikschip ERNST EN JULIE, kapt. J.H. Vos, alle vijf naar de Oostzee, het kofschip ANTINA, kapt. R.J. Schuring, naar Newcastle.
De 24 dito het brikschip HAABETS ANKER, kapt. C. Haagensen, naar Droback.
De 26 dito het schoenerschip SARAH & HELEN, kapt. J. Atkins, naar Schotland.
De 27 dito de schoenerschepen FAME, kapt. W. Barfield en LIVELY, kapt. S.H. Finch, beide naar Londen, het kofschip H.Z, kapt. S.K. de Vries, naar Fernambrück (opm: Fernambucq of Pernambuco, thans Recife, zie ook LC 061138 en 041238).


31 oktober 1838


  ZP - Zeepost

De kof de GOEDE TROUW, kapt. K.J. Masker, naar Cardiff gedestineerd, in de morgen van de 29 oktober van de rede van Texel weggestormd – zie nommer 223 – is in de avond van 30 oktober met verlies van drie ankers, twee touwen en het bezaanszeil te Edam binnengelopen. Ook had dezelve op een bank de loze kiel afgestoten. Zou de ballast uitschieten, om het schip over de kant te halen en na te zien.


  ZP - Zeepost

Texel, 30 oktober. Het schip ANDREIS, kapt. Tiemann, van New York, hetwelk op de Zuidwal zit, is vol water en men is bezig de lading te lossen. (opm: zie ZP 301038 en 051138)


  ZP - Zeepost

Volgens bericht zoude bij Huisduinen drijvende gezien zijn een grote onderste boven liggend schip, de naam onbekend.


  ZP - Zeepost

Het schip DE VERWACHTING, kapt. H.K. Lindegaard (opm: brik, kapt. N.M. Lindegaard), van Amsterdam naar Havana, is den 26 oktober lek te Ramsgate binnengelopen.


  ZP - Zeepost

Van Helgoland wordt van den 17 gemeld, dat aldaar van de 14 tot den 17 oktober voortdurend een storm had gewoed. Een smak was aldaar ter rede liggende, waarschijnlijk de MARIA, kapt. Duit, van Rouen naar de Oostzee, welke den 20 dito naar de Eider was vertrokken.


  ZP - Zeepost

Het stoomschip de BEURS VAN AMSTERDAM, kapt. J.H. Savert, van Amsterdam naar Hamburg, is volgens telegrafisch bericht van Hamburg van 27 oktober die morgen ten 9½ ure te Cuxhaven aangekomen. Door het getij konde hetzelve niet voor ’s avonds 8 ure aldaar arriveren. De tijd van vertrek was nog niet bepaald.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 27 oktober. Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse bark WIJNHANDEL, kapt. Smit, vertrokken van Rotterdam de 30e juni, en de dito bark DE JONGE JAN, kapt. J. van Delft, met één volwassene en één kind als passagier, vertrokken van Rotterdam de 24e juni.


01 november 1838


  ZP - Zeepost

Kapt. W.J. Stuit, voerende het schip (opm: kof) WIEGERDINA, van Bordeaux den 30 oktober in Texel binnen, rapporteert gedurende deszelfs reis veel storm te hebben doorgestaan, waardoor hij schade aan zeilen heeft bekomen en een reling had verloren, en vreesde dat de lading beschadigd zoude zijn.


  ZP - Zeepost

Volgens brief van Harlingen in dato 30 oktober is de vorige dag gedurende een hevige storm op het Makkumerwaard gestrand het schip BENEFICIO, kapt. Frederico, den 27 oktober van Bremen in het Vlie binnengekomen. De equipage is gered. Ook zoude men trachten de lading te bergen, die evenwel grotendeels bedorven zal zijn, alzo het schip vol water gelopen is.


  ZP - Zeepost

Het schip H.Z. (opm: kof), kapt. S.K. de Vries, van Harlingen naar Fernambucq (opm: Pernambuco = Recife), op de rede van het Vlie gereed liggende, is van daar met verlies van de grote mast, kettingkabel en gebroken roer met adsistentie te Harlingen teruggekomen (opm: zie ZP 081138).


  ZP - Zeepost

Volgens brief van Pillau (opm: Baltiysk) in dato 22 oktober was het schip de NIJVERHEID, kapt. Hoveling, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Amsterdam, den 19 dito aldaar van voor twee ankers weg geslagen en aan de grond geraakt. Een gedeelte der lading is onmiddellijk in een ligter gelost, als wanneer het schip weder af en in de haven gebracht is. Hetzelve was, ofschoon zwaar gestoten hebbende, geheel dicht gebleven en zou alzo de lading weder innemen en met de eerste gelegenheid de reis weder aannemen. (opm: zie volgend bericht)


02 november 1838


  ZP - Zeepost

Het schip de NIJVERHEID, kapt. Hoveling, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Amsterdam, is den 26 oktober lek te Elseneur (opm: Helsingör) binnengelopen. Het moet lossen om te repareren. (opm: zie ZP 011138 en 071238)


  ZP - Zeepost

Het schip (opm: kof) ELISABETH, kapt. P. Pybes, van Rotterdam naar Dantzig (opm: Gdansk), is den 28 oktober met gebroken mast op de hoogte van Ameland gezien (opm: zie ZP 091138).


  ZP - Zeepost

Van Pillau (opm: Baltiysk) wordt van 22 oktober gemeld, dat den 19 dito circa 8 mijlen van Rixhöft (opm: thans Rozewie - Polen, positie 54º49’ NB 18º20’ OL) vol water is gelopen het schip GEZINA, kapt. Mulder (opm: smak VROUW GEZINA, kapt. Jan Harms Mulder Jr), van Dantzig (opm: Gdansk) naar Edam. De equipage, uit vier man bestaande, is gered (opm: volgens PGC 091138 door kapt. Doodt voerende het schip RICHARDT) en aldaar aangebracht. (opm: de overige opvarenden waren stuurman Menne Engels van der Veen, Farmsum, 30 jaar, matroos Albertus L. Sterenberg, Delfzijl, 19 jaar, en kok Freerk Alberts Hoff, Farmsum, 13 jaar)


  ZP - Zeepost

De kof ARENDINA MARIA, kapt. G.H. Boerhave (opm: bouwjaar 1828; kapt. Geert Hendriks Boerhave), van Pillau naar Dantzig (opm: van Baltiysk naar Gdansk) met een lading beenderen, is volgens bericht van Dantzig van 26 oktober den 21 dito in de Bocht van Held (opm: Bocht van Hel, thans Zatoka Pucka – Bocht van Puck, Polen, 54º38’ NB 18º45’ OL) gestrand. De equipage is gered. (opm: zie ZP 091138 en AH 101138).


  ZP - Zeepost

Den 26 oktober is op de hoogte van Ameland gezonken de nieuw gebouwde Engelse stoomboot EAGLE, bestemd op de vaart tussen Hamburg en Berlijn. De equipage is door een loodsboot gered en te Hamburg aangebracht. Dezelve was den 25 oktober van Yarmouth vertrokken en zo lek geworden, dat het vuur in het schip werd uitgeblust.


  AH - Algemeen Handelsblad

Zierikzee, 23 oktober. Met genoegen kunnen wij melden, dat het plan tot daarstelling ener commercie-werf alhier met een gewenste uitslag is bekroond geworden, en dat de voorbereidende werkzaamheden op de plaats harer oprichting aan de Zuid Zelke bij de eerste sas reeds gisteren zijn aangevangen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip (opm: kof) AGATHA, kapt. K.L. Spijkman, van Petersburg ter rede van Elseneur aangekomen is door een stoomschip in de haven geboegseerd, om gerepareerd te worden (opm: zie ZP 261038).


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip de VROUW HIEMKE, kapt. Wilters (opm: buitenlander), van Vlaardingen naar Hamburg, is den 18 oktober te Nes (Vriesland) met schade binnengelopen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Vlie, 5 oktober. Het schip ANTJE, kapt. Hazewinkel (opm: kof ANJA, kapt. A.C. Hazewinkel), alhier binnengelopen van Liverpool naar Zwolle, heeft door zware stortzeeën de boot, sloep en verschansingen verloren en zout gepompt en andere zeeschade bekomen; is naar Terschelling gezeild.


03 november 1838


  ZP - Zeepost

Het schip (opm: fregat) PHOENIX, kapt. H. Eeltjes, van Batavia ter rede van Vlissingen liggende, heeft in de storm van den 30 oktober aldaar een anker en ketting verloren en heeft naar de rede van Terneuzen verhaald.


  ZP - Zeepost

Kopenhagen, 23 oktober. Op den 1 dezer kwam een schip – zijnde het schip (opm: kof) VROUW STYNA, kapt. E.H. Bekkering – voor Tonningen (opm: Tönning, zie ook ZP 081038) met een lading stukgoederen, waar onder tien balen katoen van Amsterdam, bestemd naar Stettin (opm: Szczecin). Daar volgens de quarantaine-wetten in de Duitse staten katoen zonder certificaten van oorsprong onder besmette goederen behoort en de kapitein noch zulk een certificaat noch een verklaring onder ede dienaangaande kon geven, werd hij verplicht naar de quarantaineplaats Kyholm te zeilen zonder het kanaal van Holstein te passeren. Op de daartegen ingebrachte vertogen werden hem echter drie weken vergund ten einde aan de vereiste voorschriften te kunnen voldoen, doch daar het uit berichten van Amsterdam bleek, dat aldaar katoen uit Londen wordt aangebracht, zonder bewijs dat hetzelve van Amerika of Oost-Indië afkomstig is, kon de plaatselijke directeur daarmede geen genoegen nemen, waarop het algemene quarantainebestuur op een bij hetzelve ingediend verzoek heeft besloten het bestuur te Tonnningen aan te schrijven om aan de kapitein te vergunnen zijn reis door het kanaal naar Stettin voort te zetten, indien hij de tien balen katoen wilde uitladen en daarover beschikken, als hij in zijn belang, mits niet strijdig met de bestaande bepalingen, zou goedvinden. Daar men in de Russische en Pruissische havens de Levante en vooral de Egyptische katoenen als verdacht beschouwt en de Deense quarantaine-inrichtingen voor de gehele Oostzee zorgen, houdt men streng aan de quarantaine-wetten en is de behandeling in het onderhavige geval nog als de meest gunstige te beschouwen.


  AH - Algemeen Handelsblad

De 31ste oktober is op de werf van de scheepsbouwmeesters Blok & Co., genaamd Hollander, in de Groote Wittenburgerstraat alhier, met het beste gevolg van stapel gelaten het nieuw gebouwd tweedeks fregatschip SUZANNA MARIA, gevoerd zullende worden door kapt. B.M. Corbiere, gebouwd voor rekening van de heren G. Nolthenius en Luden en Van Geuns, en dadelijk daarop de kiel gelegd voor het fregatschip GEZINA, gevoerd zullende worden door kapt. C.L. Adboll, voor rekening van de heer J. Schutte Hoyman, alhier.


  AH - Algemeen Handelsblad

Dissolutie van Compagnieschap. Contract d.d. 26 oktober 1838, tussen de heren Jacob Saportas, als enig overgebleven lid en liquidateur van de gewezen firma S. & D. Saportas, Walrave van Heukelom voor de firma van Stadnitski en Van Heukelom, en Jan de Lanoy Abrahamsz. voor zijn firma van De Lanoy en Zonen, waarbij het administratiekantoor van Engelse fondsen in het jaar 1805 door de heren S. & D. Saportas, Stadnitski en Van Heukelom en Bremer, De Lanoy en De Neufville alhier opgericht, wordt verklaard te zijn ontbonden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Bij Koninklijk Besluit is bepaald, dat op de 15e november in dienst zullen worden gesteld, bestemd naar de West-Indiën, Zr.Ms. brikken van oorlog de GIER en de PELLIKAAN, resp. onder bevel van de luit.t.zee 1e klasse Galop en Zoutman. Tevens zullen met de 15e november in dienst worden gesteld Zr.Ms. brikken van oorlog de MEERMIN en de POSTILJON, reeds eerder gemeld.


  AH - Algemeen Handelsblad

Te Elseneur, 24 oktober, FORTUNA, F. Taay van Nerva naar Dordrecht.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 31 oktober. Gisteren zijn hier aangekomen het Nederlandse schip PETRUS, kapt. F.H. Trip, vertrokken van Amsterdam de 26e juni, het dito schip JOHANNA, kapt. R. Maalsteed, vertrokken van Amsterdam de 18e juli, en het dito schip MENADO, kapt. D. Charlou, met Zr.Ms. troepen, vertrokken van St. George d´Elmina de 15e augustus.
Heden zijn hier aan gekomen het Nederlandse schip HENRIETTE EN HENRI, kapt. C. Spiegelberg, vertrokken van Amsterdam de 13e juni, de dito brik WILLEM, kapt. A. Schaap, met een passagier, vertrokken van Rotterdam 24e juni, de dito schoener CATHARIN A CORNELIA, kapt. G. Taylor, met een passagier, vertrokken van China de 27e september, en de dito bark de STAD ROTTERDAM, kapt. C. Poort, met een passagier, vertrokken van Rotterdam de 1e juli.

ZP 051138
Het schip ANDREIS, kapt. Tiemann, van New York naar Amsterdam, den 29 oktober op de Zuidwal aan de grond geraakt, is volgens bericht van Texel van 3 november, na twee lichters gelost te hebben, weder vlot geworden en den 4 dito in het Nieuwe Diep gebracht.


05 november 1838


  ZP - Zeepost

Het schip HARMONIE, kapt. Halewyck, van Cette (opm: Sète) naar Havre, den 29 oktober te Ilfracombe van voor deszelfs ankers tot buiten de haven geslagen, heeft zware schade bekomen en moet lossen om te repareren.


  ZP - Zeepost

Volgens bericht van Thisted van 26 oktober was den 21 dito bij de kust aldaar (opm: Hjorring, westkust van Jutland) gestrand het schip (opm: kof) de EENDRAGT, kapt. J.H. Hut, met hout van Drammen naar Harlingen. De equipage en een gedeelte der lading is geborgen.


  ZP - Zeepost

Het schip HENDRIKA, kapt. Brahms (opm: waarschijnlijk buitenlander), van Newcastle naar Emden, is den 29 oktober bij Borkum gestrand. De equipage en de vleet (opm: zeilen, inclusief staand en lopend tuig) is geborgen. Schip en lading zal weg zijn.


06 november 1838


  ZP - Zeepost

Te Amsterdam zijn den 5 november gearriveerd, onder meer andere, de schepen:
- NEPTUNUS, kapt. K.D. de Jong, van Havana met suiker en sigaren, thans liggende in het Entrepotdok.
- NOORDSTAR, kapt. F.J. Borouwer, van Villanova met vijgen, thans liggende in het Westerdok.
- DANKBAARHEID, kapt. D.D. de Jonge, van Hull met steenkolen en aardewerk, thans liggende in het Entrepotdok.
- SIKKOLINA HOITES, kapt. G.T. de Jong, van Wismar met raapzaad, thans liggende in het Oosterdok.
- TWEE GEBROEDERS, kapt. Schröder, van Hamburg met raapzaad, thans liggende in het Oosterdok.
Den 6 november arriveerde alhier het schip MERCUUR, kapt. H.A. Brouwer, van Nantes met suiker, wijn, enz, thans liggende in het Oosterdok.


  LC - Leeuwarder Courant

Het Nederlands hoekerschip EENDRAGT, kapitein C. van Gelderen jr, is den 2 dezer ’s morgens vroeg naar Vlaardingen vertrokken.
Dat vaartuig is van een schone gezondheidpas voorzien geworden, daar er juist veertig dagen verlopen waren, dat er geen enkel pestgeval zich in deze stad geopenbaard had.
De nationale brik HESPERUS zal waarschijnlijk in het begin van de komende week naar Amsterdam onder zeil gaan.


  LC - Leeuwarder Courant

Het schip H.Z, kapt. Steven Klazen de Vries, van Harlingen naar Fernambucq (opm: Pernambuco, thans Recife), is, volgens brief van Harlingen den 31 oktober, na in den voormiddag van den 29 dito onder het Vlie (opm: Vlieland) de grote mast en het tuig gekapt te hebben, en een ketting te hebben laten slippen, de vorige dag met zware schade door vaartuigen te Harlingen terug gebracht (opm: zie LC 301038 en 041238).


  LC - Leeuwarder Courant

De Oostenrijkse brik BENEFICO, kapt. A.M. Fedrigo (opm: in latere berichten A.M. Fredrigo), met stukgoederen van Bremen naar Amsterdam, is, volgens brief van Harlingen van den 31 oktober, in de storm van den 29 dito op het Makkumerwaard gestrand en dadelijk in de grond gestoten, doch het volk door een vaartuig gered en te Harlingen aangebracht. Men had de volgende dag dadelijk een aanvang gemaakt met zo veel mogelijk van de lading, ofschoon geheel nat, te bergen, er werd nog steeds daarmede voortgegaan. (opm: zie LC 091138 en 131138)


  LC - Leeuwarder Courant

Volgens brief van Harlingen van den 29 oktober, lagen bezuiden die haven twee, en onder Kimswerd drie evers, als ook nog een iets meer om de noord, zo mede in de Jetting (opm: Gieting, vaargeul in de Zuiderzee) twee boter schoners (welke de volgende dag naar zee zijn gezeild) en een Noordse brik, vermoedelijk het schip VENUS, kapt. Torgim Hansen, van Drammen naar Harlingen.


  LC - Leeuwarder Courant

Volgens bericht van het Nieuwe Diep van den 29 oktober, was den 25 dito door de Texelse loodschipper J.P. Kuiper, voerende de Loodsboot No. 3, Kamperduin Z.O. van zich hebbende, twee of drie mijlen uit de wal, drijvende gezien een geheel op zijde liggende gekoperd schip, naar gissing 16 of 17 voeten hoog uit de kiel, hebbende aan het galjoen (opm: licht, ondersteunend deel van de boeg, waarop de boegspriet rust) een vrouwenbeeld, met een vooruitstekende arm en een kralensnoer om de hals; hetzelve niet hebbende kunnen bereiken en achterschip onder water liggende, had men geen naam kunnen ontdekken.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen. Binnengekomen: den 28 oktober het tjalkschip de VROUW GEZINA, kapt. H.J. Brunius, van Hamburg.
Den 2 november het schoenerschip UNION, kapt. H.B. Disneij, van Londen.
Den 3 dito het schonerschip NORTHAM, kapt. D, Charrosin, van Londen.
Uitgezeild: den 31 oktober het kofschip COURIER, kapt. J.E. Schultz, naar Schotland.
Den 3 november de schoenerschepen MONARCH, kapt. Jos. Manning, FLORA, kapt. John Manning, beide naar Londen en MARY & ROSE, kapt. A. Reach, naar Glasgow.


07 november 1838


  ZP - Zeepost

Delfzijl, 3 november. Het schip (opm: kof) JOSINA WILHELMINA, kapt. J.C. van der Veer, van St. Petersburg naar de Zaan, is met verlies van zwaarden, overgeworpen lading en meer andere schade ahier binnen gelopen.


08 november 1838


  ZP - Zeepost

Door de ambtenaren van ’t Vlie wordt van daar van 6 november gemeld, dat het bericht van kapt. De Vries, voerende het schip H.Z., van Harlingen naar Fernambucq, den 30 oktober met schade te Harlingen terug gekomen (opm: zie ZP 011138), als of dezelve ter rede van ’t Vlie had gelegen, abusief is, dewijl dezelve niet ter rede van ’t Vlie, maar in de Jetting (opm: destijds De Getting, thans De Gieting – vaargeul tussen het Griend en Harlingen) heeft gelegen en aldaar schade heeft bekomen, terwijl de gedurende de storm ter rede van ’t Vlie gelegen hebbende schepen in goede staat zijn gebleven als vroeger gemeld, echter hebben de Vlielander loodsen dezelve in de Jetting adsistentie verleend.


  DC - Dordtsche Courant

Ingevolge koninklijke machtiging, is bij ministeriële resolutie vastgesteld, dat, ter voorkoming van de vervoer van transito-goederen naar Suriname, strijdig met de bepalingen van art.75 der algemene wet van 26 augustus 1822 over de heffing der rechten van in- en uit- en doorvoer enz., de manifesten, voorgeschreven bij vroegere resolutie van het hoofdbestuur van 5 maart en 7 juli 1819 zullen moeten inhouden al de goederen waaruit de lading van het schip bestaat, onverschillig welke bestemming die mogen hebben of van waar die herkomstig zijn, en zulks onder een afzonderlijk rubriek, te weten:
onder a, de goederen direct naar de kolonie bestemd, waarvan de uitgaande rechten zijn betaald of waarvoor borg is gesteld;
b, dezulken welke naar elders zijn gedestineerd, en waarvan de uitgaande rechten zijn voldaan;
c, de transito-goederen, welke almede op een andere bestemmingsplaats dan Suriname zullen zijn aangegeven, waarvan de doorvoer- of vast recht is betaald, of welke uit de vrije entrepots zijn voortgekomen, voorts de merken en nummer der collis, alsmede de datums en nummers der gelichte documenten waarop de inlading heeft plaatsgehad.
Bij aankomst der schepen te Suriname zullen de aangebrachte ladingen met de manifesten worden vergeleken, en in geval daaronder naar elders bestemd transito of uit entrepot herkomstige goederen mochten worden gevonden, zullen deze dadelijk onder het beheer der bevoegde ambtenaren aldaar, ten koste van de schipper of gezagvoerder, worden opgeslagen, en tevens zorg worden gedragen dat de goederen weder aan boord van dezelfde schepen, waarmede die zijn aangebracht, worden ingenomen, onder de nodige maatregelen ter verzekering van de weder uitvoer uit de kolonie.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. H. Montauban van Swijndregt, F. van Dam en François Nicolaus Montauban van Swijndregt, makelaars te Rotterdam, zijn van mening op dinsdag 20 november 1838, des namiddags ten vier ure, in het Lokaal op de hoek der Scheepmakershaven en Bierstraat, wijk A no. 458, publiek te veilen het hol van het tweedeks gekoperde fregatschip de VROUW MARIA, volgens meetbrief lang 34 ellen, wijd 6,42 el, hol 5,34 el, en alzo groot 518 tonnen, benevens enige scheepsgereedschappen, liggende aan en op de Werf Rotterdamsch Welvaren, aan de Hooge Zeedijk, bij Rotterdam. (opm: de zeebrief van kapt. A.M. Noorbeek was op 14 juli reeds teruggezonden; ondanks bouwjaar 1830 maakten de slechte economische vooruitzichten het weinig zinvol om definitieve reparaties uit te voeren aan de tijdens de laatste reis opgelopen schade, zie eerdere berichten; een verkoop van het hol of het opnieuw in de vaart gaan is niet gevonden, zodat het casco na verloop van tijd op Van Hobokens eigen werf zal zijn gesloopt)


  DC - Dordtsche Courant

Naar men verneemt, zal het uit Oost-Indië teruggekomen fregat DIANA, thans liggende in het Nieuwe Diep, buiten dienst worden gesteld en opgelegd, en zullen de kapitein ter zee Koopman, dat fregat commanderende, alsmede de verdere daarop dienende officieren enz., op non activiteit gebracht worden; zullende over de equipage, voor zo verre haar tijd van dienst niet is geëindigd, of binnen kort zal komen te eindigen, zodanig worden beschikt als in het belang Zr.Ms. dienst nodig zal worden geacht.


09 november 1838


  ZP - Zeepost

Aangaande het schip ARENDINA MARIA, kapt. Boerhave, van Pillau (opm: Baltiysk) naar Hull, den 21 oktober bij Hela gestrand, wordt van Dantzig van 21 oktober nog gemeld, dat hetzelve wrak is geworden en dat de lading en inventaris geborgen en aldaar aangebracht zijn.


  ZP - Zeepost

Volgens bericht van Elseneur (opm: Helsingör) van 3 november zijn tussen Wrange en Titzlan nabij Gothenburg de volgende schepen gestrand:
- FERDINAND, kapt. Flinde, van Schiedam naar Rostock; de equipage was gered en men was bezig de inventaris, en men zoude trachten indien het weder bedaarde, de lading te bergen.
- JACOB PHILIP, kapt. Bruss, van Dordrecht naar dito. De equipage is gered, het schip is verbrijzeld en men was bezig de inventaris te bergen.
- GERMANIA, kapt. Spencer, van Londen naar St. Petersburg,
- CERES, kapt. Becker, van dito naar Pillau (opm: Baltiysk); de equipage is van beide gered.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Voor passagiers van Dordrecht naar Batavia.
Het nieuw gebouwd en gekoperd tweedeks fregatschip ADMIRAAL JAN EVERTSEN, gevoerd door kapt. Pieter Kraay, zal de 22ste november te Hellevoetsluis gereed liggen, om naar Batavia te vertrekken. Personen of families van deszelfs, bij uitnemendheid geschikte inrichtingen voor passagiers, voor de overtocht naar Java wensende gebruik te maken, gelieve zich ten spoedigste aan te melden, bij de cargadoor Floris der Kinderen te Amsterdam, of bij de kapitein aan boord van het gemelde schip, liggende voor als nog te Dordrecht. (opm: eerste reis).


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Zierikzee, 9 november. Naar aanleiding van een rapport van de heer De Lesseps, consul van Frankrijk te Rotterdam, heeft het Franse Gouvernement een som van 600 francs toegestaan, om te verdelen onder de schippers A. Visser Sr, I. de Waerd en verdere vissers, welke hun hebben bijgestaan in de gevaarvolle redding van de equipage van de Franse brik TITUS op 8 augustus j.l. Bovendien is aan gemelde schippers een erepenning geschonken en heeft de minister der marine van Frankrijk de Franse gezant te ’s-Gravenhage opgedragen, om de heer M.C. de Crane, burgemeester van deze stad, openlijk dank te betuigen voor de menslievende zorgen aan genoemde geredde equipage, gedurende haar verblijf hier, betoond. (opm: zie ZZC 100838, LC 140838 en ZZC 210539)


 ZZC - Zierikzeesche Courant

’s-Gravenhage, 7 november. Volgens de Antwerpse bladen zal, met de maand april aanstaande, een Engelse maatschappij de verlenging van de Belgische ijzeren spoorweg tot aan Oostende zich ten nutte willende maken, een dagelijkse stoomvaart tussen die stad en Ramsgate vestigen. De reizigers zullen op de daarvoor in dienst te brengen stoomboten slechts 6 schellingen (NLG 1,80) voor vracht behoeven te betalen. Ramsgate is de Britse zeehaven, die voor de gemeenschap met België het best gelegen is. De Engelse en Belgische posterijen zouden, in het belang van de handel, zich deze dienst ten nutte kunnen maken om door middel daarvan de brievenmalen te vervoeren.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De kapitein van een Engelse stoomboot te Hamburg aangekomen, rapporteert den 28 oktober op de hoogte van Ameland gepraaid te hebben de te Pekela te huisbehorende kof ELISABETH, zo verre men verstaan konde van Rotterdam naar Danzig bestemd, hebbende de fokkemast verloren. (Hoogstvermoedelijk dus het schip ELISABETH, kapt. G. Pijbes, van Rotterdam naar Danzig [opm: zie ZP 091138].)
Ook een den 28 oktober te Cuxhaven binnengelopen everschipper rapporteert op de hoogte van Ameland gezien te hebben een Hollandse kof, welke de grote mast verloren had. (Waarschijnlijk wel dezelfde kof ELISABETH)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris Wijma, te Harlingen, zal aldaar, ten verzoeke van Kapitein A.M. Fredrigo, gevoerd hebbende het op de Makkumerwaard verongelukte brikschip BENEFICO (opm: zie LC 061138 en 131138), en op rechterlijk autorisatie, in het openbaar, tegen contante betaling, verkopen:
Op maandag den 12 november 1838, des voormiddag te 11 ure precies, in de Herberg van Sijtse Beidschat, het uit voorschreven schip geborgen van de lading, bestaande in koffij, tabak, tabakstelen, koehaar, sigaren, pastel, enz, alles meer en min beschadigd, zo als genummerd ligt in het pakhuis bij de Westerkerk te Harlingen, en,
na afloop van voorgeschreven veiling, het Hol van gemelde schip, met hetgeen er nog van de lading in is, zo als het is zittende op de Makkumerwaard.
Voorts op dinsdag den 14 november 1838, des voormiddag ten 11 ure, alle de voorgeschreven schip geborgene tuigage, met de masten, van extra mooi Tirools hout, zo als genummerd ligt bij voorschreven pakhuis.
Alles te bezichtigen des maandags voornoemd, van 8 tot 11 ure des voormiddag, en nadere informatie te bekomen ten kantore van den heer Douwe Jans, zeilmaker, te Harlingen.


10 november 1838


  ZP - Zeepost

Volgens brief van Antwerpen van 9 november had men aldaar bericht ontvangen, dat het schip MARGARETHA, kapt. Strackholder, van Riga naar België, verongelukt was. (opm: onjuist, zie ZP 161138)


  AH - Algemeen Handelsblad

Men meldt van Tonningen dd. 4 november, dat het schip ELISABETH, kapt. G. Pybes, met stukgoederen van Rotterdam naar Danzig, aldaar door een loods-jacht van de Elbe en twee Helgolandse sloepen, zwaar lek, met verlies van de grote mast, zeilen, takelage, grote boot, boegspriet, zwaarden, beide ankers enz. is binnengebracht; een aanzienlijk gedeelte van de lading is beschadigd, voornamelijk de zich daaronder bevindende suiker. Het schip was circa 6 mijlen ten westen van Helgoland door het loods-jacht aangetroffen en op sleeptouw genomen, en vorderden de loodsen en Helgolanders voor hun hulp een som van 15.000 Mark; vermits deze som hun niet toegestaan is, zo zal daarover gerechtelijk beslist worden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Van Rendsburg wordt d.d. 2 november gemeld, dat op de Eider aangekomen is een Nederlandse smak met stukgoed van Rotterdam komende, met verlies van masten en met zware averij.


  AH - Algemeen Handelsblad

Volgens bericht van Gothenburg in dato 29 oktober is de JACOB PHILIP, kapt. Bruss, van Dordrecht naar Rostock, bij Fotö gestrand; de equipage is gered en het schip wrak, men was bezig de inventaris te bergen.
De FERDINAND, kapt. Flindt, van Schiedam naar Rostock, is tussen Wrange en Titzlan gestrand, men zou trachten mede de inventaris en lading te bergen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Het schip ARENDINA MARIA, kapt. G.H. Boerhave, met beenderen van Koningsbergen naar Hull, de 21ste oktober op Hela gestrand (opm: zie ZP 021138), is als wrak verklaard; de lading en inventaris zijn geborgen en te Danzig aangebracht.


  AH - Algemeen Handelsblad

Het Nederlandse schip FELIX, kapt. Smoor (opm: kof FELIX, kapt. A. Smeer), van Archangel met lijnzaad naar Rotterdam, is volgens bericht van eerstgenoemde plaats in dato 16 oktober, in de Witte Zee gestrand, en zou bezwaarlijk iets van de lading te bergen zijn; de equipage heeft zich aan de kust gered.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 6 november. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip HANDEL MAATSCHAPPIJ, kapt. W.H. Buijskes, vertrokken van Amsterdam de 23e juli.


11 november 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De notaris Wijma, te Harlingen, zal aldaar ten verzoeke van kapt. A.M. Fedrigo, gevoerd hebbende het op de Makkumerwaard verongelukte brikschip BENEFICO, en op rechtelijke autorisatie, in het openbaar tegen contante betaling, verkopen:
Op maandag 12 november 1838, 's voormiddags 11 uur precies, in de Herberg van Sijtse Beidschap, het uit voorschreven schip geborgen van de lading, bestaande in koffie, tabak, tabakstelen, koehaar, sigaren, pastel, enz.; alles meer of min beschadigd, zoals genummerd ligt in het pakhuis bij de Westerkerk te Harlingen; en, na afloop van voorschreven veiling, het hol van gemeld schip met hetgeen er nog van de lading in is, zoals het is zittende op de Makkumerwaard.
Voorts op dinsdag 13 november 1838, 's voormiddags 11 uur, alle de van voorschreven schip geborgen tuigage, met de masten, van extra mooi Tyrools hout, zoals genummerd ligt bij voorschreven pakhuis.
Alles te bezichtigen des maandags voornoemd van 8 tot 11 uur 's voormiddags, en nadere informaties te bekomen ten kantore van de heer Douwe Jans Zeilmaker te Harlingen.


12 november 1838


  ZP - Zeepost

Volgens brief van Ameland van 7 november had men aldaar bericht ontvangen, dat op de Engelsmanplaat gestrand was een Spaanse brik met stukgoederen en linnen van Hamburg naar West Indiën. De kapitein had alle adsistentie geweigerd. De equipage en een of twee passagiers bevonden zich nog aan boord. (red: waarschijnlijk het schip AURORA, kapt. Mendicolanda, van Hamburg naar Havana).


  ZP - Zeepost

Het schip MARGARETHA ELISABETH, kapt. Stehr Wilkens, van Amsterdam naar Hamburg, te Ameland binnengelopen, is volgens brief van daar van 7 november, den 4 dito aldaar tegen de Noordwal vastgeraakt en had een anker verloren. Het is echter, na de lading gelost te hebben, den 5 dito weder vlot geraakt en heeft, na dezelve weder onbeschadigd ingenomen te hebben en van een ander anker voorzien te zijn geworden, den 7 dito de reis voortgezet.


  ZP - Zeepost

Het schip ANNAGINA SOPHIA, kapt. H.P. Heeres (opm: tjalk ANNEGINA SOPHIA, kapt. Heerd Piers Heeres), van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Amsterdam, is den 7 november met verlies van zwaarden en schade aan tuigage te Rendsburg binnengelopen. (opm: zie ZP 161138)


  ZP - Zeepost

Volgens bericht van Bergen van 24 oktober is aldaar bij Bomelfjord (opm: waarschijnlijk Bömmelefjord, thans Børnlafjord – 59º35’ N.B. 05º15’ O.L.) gestrand en gezonken het schip de HARMONIE, kapt. Loets, van Lissabon naar Bergen.
Ook had men aldaar bericht ontvangen, dat bij Schuteness verongelukt was een Nederlands schip, de naam onbekend.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een buitengewoon welbezeild smakschip, groot omstreeks 60 rogge-lasten, varende onder Nederlandse vlag, voorzien van een complete inventaris en liggende voor deze stad.
Te bevragen bij de makelaars G.J. Roland Holst of Jan Corver te Amsterdam.


13 november 1838


  ZP - Zeepost

Texel, 12 november. Heden is van hier naar Batavia vertrokken het schip JACOBA MAURINA, kapt. J.A. de Haas (opm: bark, eerste reis, zie ZP 39 van 280338).
Mede is heden van hier naar Batavia vertrokken het schip CHRISTINA AGATHA, kapt. G. Fabius (opm: fregat, eerste reis, zie ZP 113 van 230638).


  ZP - Zeepost

Zr.Ms. brik VLIEGENDE VISCH, commandant Luit.t.zee 1e kl. Reuvers, is den 12 november van Texel naar Batavia gezeild (opm: zie LC 270738).


  ZP - Zeepost

Zr.Ms. korvet PANTHER, commandant kapt.luit. Vriese, is den 12 november van Helvoet naar Batavia gezeild (opm: zie LC 270738).


  ZP - Zeepost

Het schip met stukgoederen van Amsterdam, lek te Gulholm (Güllholmen, 58º10’ N.B. 11º23’ O.L.) binnengelopen, is volgens brief van Gothenburg van 4 november het schip FORTUNA, kapt. Studd, van Amsterdam naar Christinastad. Hetzelve was, na gestoten te hebben, zwaar lek te Gulholm binnengelopen. De lading was beschadigd geworden en zoude publiek verkocht worden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Schepen in lading te Amsterdam:
Batavia: het gekoperde fregatschip HELENA, kapt. Willem Blom, adres bij Coopman & de Witt en Lenaerts, van Olivier & Co., Hoyman & Schuurman en De Vries & Co.
Batavia: het gekoperde tweedeks barkschip HENDRIK WESTER, kapt. Hendrik Deddes van Wyk, adres bij Kranenborg & Zonen en de wed. P. Poolman Jzn. & Zoon.
Batavia: het gekoperde tweedeks fregat OOST-INDIEN, kapt. Govert Blom, adres bij Coopman & De Witt en Lenaerts, Van Olivier & Co., Hoyman & Schuurman en De Vries & Co.
Batavia: het nieuwe gebouwde en gekoperde tweedeks barkschip JACOBA MAURINA, kapt. J. A. de Haas, adres bij Coopman & De Witt en Lenaerts, Van Olivier & Co., Hoyman & Schuurman en De Vries & Co.
Batavia: het gekoperde tweedeks fregatschip PALEMBANG, kapt. G. L. J. van der Hucht, adres bij Coopman & De Witt en Lenaerts, Van Olivier & Co.
Batavia: het nieuwe gebouwde en gekoperde tweedeks fregat CHRISTINA AGATHA, kapt. G. Fabius, adres bij J. Daniëls & Zoon, en Arbman.
Batavia: het nieuwe gekoperde tweedeks fregatschip JACOB CATS, kapt. W.B. Dercks, van Dordrecht, adres bij J. Daniëls & Zoon en Arbman.
Batavia: het gekoperde tweedeks fregatschip YSTROOM, kapt. Arend Frederik Oosterloo, adres bij B. D. Bosscher.
Batavia: het gekoperde tweedeks barkschip ANNA GEERTRUIDA, kapt. L. A. J. Bonlet, adres bij Canne & Balwé en F. der Kinderen.
Batavia: het gekoperde tweedeks fregatschip NASSAU, kapt. Engelbert Visser, adres bij Coopman & De Witt en Lenaerts, Van Olivier & Co., Hoyman & Schuurman en De Vries & Co.
Batavia: het gekoperde tweedeks Fregatschip DE STAD UTRECHT, kapt. H. Rolff, adres bij Coopman & De Witt en Lenaerts, Van Olivier & Co., Hoyman & Schuurman en De Vries & Co.
Suriname: het gekoperde tweedeks galjootschip CONCORDIA, kapt. J.D. Diets, adres bij Hoyman & Schuurman.
Suriname: het gekoperde tweedeks fregat SOPHIA MARIA, kapt. Jens Andresen, adres bij Hoyman & Schuurman & E. Windhouwer.
Suriname: het gekoperde tweedeks barkschip CATHARINA, kapt. K.M. Hillers, adres bij Hoyman & Schuurman.
Suriname: het gekoperde tweedeks driemast galjootschip NICOLAAS WITZEN, kapt. Frederik Lange, adres bij B. D. Bosscher.
Suriname:het Nederlandse gezinkte kofschip REMKE, kapt. G.R. Glim, adres bij B. D. Bosscher.
Suriname: het Nederlandse gezinkte kofschip ZAANDAM, kapt. Lambert H. Singer, adres bij Hoyman & Schuurman.
Suriname: het gezinkte schoenerkofschip DE ZEEVAART, kapt. Kryn Jans Haasnoot, adres bij Hoyman & Schuurman.
Suriname: het Nederlandse gezinkte schoener kofschip SARA ANNA CORNELIA, kapt. N.K. Dykhuis, adres bij B.D. Bosscher.
Suriname: het gezinkte kofschip HELENA CATHARINA, kapt. J. Ynsen, adres bij Hoyman & Schuurman.
Suriname: het nieuwe gebouwde gekoperde tweedeks brikschip NICKERIE PACKET, kapt. Cornelis Hofker, adres bij Hoyman & Schuurman.
Suriname: het gekoperde tweedeks fregatschip SOPHIA CECILIA, kapt. J.C. Radeloff, adres bij B. D. Bosscher.
Suriname: het gekoperde tweedeks barkschip DE HARMONIE, kapt. D. Spreeuw, adres bij B.D. Bosscher.
Suriname: het gezinkte schoenerkofschip WILHELMINA FREDERIKA, kapt. J.H. Bodeman, adres bij B.D. Bosscher.
Suriname: het gekoperde tweedeks fregatschip WILHELMINA EN MARIA, kapt. J.C. Atkes,
adres bij Hoyman & Schuurman en De Vries & Co.
Suriname: het gekoperde tweedeks fregat NOORD-HOLLAND, kapt. H.K. Ruyl, adres bij Hoyman & Schuurman.
Suriname: het tweedeks brikschip PHOENIX, kapt. H.L. Kayser, adres bij B/D. Bosscher.
Suriname: het gekoperde tweedeks driemast galjootschip WEST-INDIEN, kapt. J.J. Boon, adres bij Hoyman & Schuurman.
Suriname: het nieuwe gekoperde tweedeks barkschip MERCURIUS, kapt. Claus Wessels, adres bij B.D. Bosscher.
Suriname: het gekoperde schoenerkofschip DE KOOPHANDEL, kapt. C. E. Hoeksma, adres bij B.D. Bosscher.
Suriname: het gezinkte kofschip HENDRIKA, kapt. H. K. Sietzema, adres bij B.D. Bosscher.
Suriname: het gekoperde tweedeks barkschip CATHARINA ANNA HELENA, kapt. Foeke Hiddes Zeylstra, adres bij Hoyman & Schuurman.
Suriname: het gekoperde tweedeks brikschip CLASINA ADRIANA, kapt. A.P. Havinga, adres bij Hoyman & Schuurman en De Vries & Co.
Baltimore (te Rotterdam): het fregatschip OCEAN, kapt. J. Higgens, adres bij d’Arnaud & Co.
Havana: het gekoperde tweedeks barkschip ALCYON, kapt. H.G. Bergveld, adres bij B.J. van Hengel.
New York: het gekoperde tweedeks barkschip POMONA, kapt. N. Brewer, van New York, adres bij d’Arnaud & Co., van Olivier & Co. en J. Corver & Co.
Rio de Janeiro: het gekoperde schoenerkofschip DE JONGE MARIA, kapt. J.E. van Hoogenhuyze, adres bij de Vries & Co., Jan Daniëls & Zonen en Arbman, Coopman & De Witt en Lenaerts en Hoyman & Schuurman.
Bordeaux: het Nederlandse kofschip DE JONGE JOHANNA, kapt. Gerrit van Yperen, adres bij H.A. Hespe.
Bordeaux: het Nederlandse gekoperde schoenerkofschip HELENA, kapt. G.L Swart, adres bij Van Ulphen & Ruys.
Bordeaux: het Nederlandse kofschip LISETTE CAROLINE, kapt. Timen Mennes Gnodde, adres bij Canne & Balwé.
Bordeaux: het Nederlandse kofschip HET JONGE REINTJE, kapt. R.W. Mellema, adres bij Van Ulphen & Ruys.
Bordeaux: het Nederlandse kofschip GESINA HERMINA, kapt. Jan Hendrik Jonker, adres bij Canne & Balwé.
Genua en Livorno: de Nederlandse kof DE TWEELINGEN DANIEL EN WILCO, kapt. Haye Folkerts Klein, adres bij C.I. de Grys & Zoon en J. de Rooy.
Gibraltar, Constantinopel en Odessa: het Nederlandse kofschip VREDE EN HOOP, kapt. Foppe Geerts Mellema, adres bij de wed. Jan Salm & Meyer.
La Rochelle: het Nederlandse gezinkte hoekerschip DE EENSGEZINDHEID, kapt. B. G. Flik, adres bij Van Ulphen & Ruys.
Lissabon: het Nederlandse gekoperde kofschip DE ONDERNEMING, kapt. J. Engelenberg, adres bij Daniëls & Zoon en Arbman, en Coopman & De Witt en Lenaerts.
Marseille: het Nederlandse kofschip ANNA MARIA, kapt. Kryn Hoek, adres bij Jan Daniëls & Zoon en Arbman, en Coopman & De Witt en Lenaerts.
Marseille: het Nederlandse kofschip DOURO, kapt. Hendrik de Haas, adres bij C.I. de Grys & Zoon.
Marseille: het Nederlandse schoenerkofschip JOHANNA MARIA, kapt. W.K. de Grooth, adres bij Van den Bey & Co., en Nobel & Holtzapffel.
Marseille: het Nederlandse kofschip DEBORA, kapt. S. Sakes, adres bij C.I. de Grys & Zoon.
Marseille: het Nederlands kofschip KLASINA THEODORA, kapt. P. Fyn, adres bij Van Ulphen en Ruys.
Nantes: het Nederlandse kofschip DE JONGE AGATHA, kapt. D.E. Jonker, adres bij de wed. Jan Salm & Meyer.
Rochefort: het Nederlandse kofschip DE JONGE JANTINA, kapt. Hinderk Derks Puister, adres bij Jan Corver & Co.
Bremen: het Nederlandse schip DE VROUW IDA, kapt. J.D. de Vries, adres bij Blikman & Co.
Friedrichstadt, Rendsburg en Kiel: het Nederlandse kofschip MEINSINA, kapt. W.T. Kuiper, adres bij J.C. van Oven.
Hamburg en Altona: het Nederlandse kofschip ANNA ELISABETH, kapt. S. Harkes, adres bij J.C. van Oven.
Hamburg en Altona: het Nederlandse schip LAMMEGINA, kapt. J. Prins, adres bij de wed. J. Salm & Meyer.
Kopenhagen: het sloepschip MARIA, kapt. Jacob Jurgensen, van Kopenhagen, adres bij B.J. van Hengel.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Te Amsterdam ligt in lading naar Batavia, om in het begin van december te vertrekken, het Nederlands fregatschip OUD-ALBLAS, kapt. J.E. Strumphler, hebbende uitmuntende inrichtingen voor passagiers, en zijnde van een bekwaam scheepsdokter voorzien. Adres voor passagiers en goederen bij de cargadoors J. Daniels & Zoon en Arbman te Amsterdam, of Visser en Muller te Dordrecht.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

’s-Gravenhage, 11 november. Men heeft tijdingen wegens de afloop van de in onze vroegere berichten vermelde expeditie van Zr.Ms. korvet BOREAS, vergezeld van de koloniale brik SIWA en twee kruisboten, tegen zeerovers op Flores. De hoofdkampong Goegé van de Radja van Larantoeka en nog zeven kampongs gelegen in de Baai van Endé, om de noord van Flores, waren ter ernstige bestraffing van hun zeeroverij en handel in slaven, vernield geworden. Te Endé had men, doch te vergeefs, nog vooraf de weg van onderhandeling beproefd. De tegenstand, welke men van de zijde van de bevolking en vooral van de daaronder aanwezige Boeginezen, ondervonden heeft, moet vrij sterk zijn geweest. Op de korvet BOREAS waren twee man gesneuveld en op de brik SIWA had men twee gekwetsten. Zr.Ms. ijzeren stoomboot HEKLA is, na verscheidene kruistochten te hebben afgelegd, alsmede naar de wateren van Bali en Lombok vertrokken.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Zierikzee, 12 november. Naar men verneemt wordt de betonning van het Brouwershavense Gat, ondanks het ruwe weer, met de meeste ijver voortgezet, en houdt men zich bezig te overleggen, om voor hetzelve drie loodsboten in dienst te stellen, waarvan er afwisselend een op de rede van Brouwershaven, een op de Springer voor Ouddorp en een voorgaats gestationeerd zou worden.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip HENDRIKA, kapt. Brahms (opm: buitenlander), van Newcastle naar Emden, is den 29 oktober op Borkum geheel verongelukt, doch de tuigagie geborgen en het volk gered.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen. Binnengekomen: den 6 november het brikschip VENUS, kapt. T. Hansen, van Drammen.
Den 9 dito de kofschepen de HUNZE, kapt. H.J. Ketelaar, van Droback en de VREEDE, kapt. J.J. Greeven, van Drammen.
Den 10 dito de kofschepen GEZINA JOHANNA, kapt. H.W. Lukens, van Oostrisoer en EETIENA, kapt. J.J. Mulder, van Dantzig (opm: Gdansk).
Uitgezeild: den 7 november het tjalkschip de VROUW GEZINA, kapt. H.J. Brunius, naar Hamburg.
Den 9 dito de schoenerschepen NORTHAM, kapt. D. Charrosin en UNION, kapt. H.B. Disneij, beide naar Londen


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De Grietman van Wonseradeel, belast met het beheer der Strandvonderij in dezelve Grietenij, zal, ten verzoeke van den rechthebbende, op vrijdag den 16 november e.k, des voormiddag 11 ure, te Makkum bij de Hoofdwacht, publiek bij gerede betaling, presenteren te verkopen de te Makkum aangebrachte goederen uit het gestrande brikschip BENEFICO (opm: zie LC 061138 en 091138), bestaande in een grote Barkas, 1 Chaloup met riemen, 2 ankers, lopende trossen, gekapt touwwerk, zeilen en enige koks en kajuit gereedschappen.
Bolsward, den 10 november 1838, de Grietman voornoemd, C. Binkes.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een welbezeild schuiteschip, genaamd de JONGE ROELOF, lang 19 el 5 duim, wijd 3 el 4 palm 5 duim, en hol 1 el 6 palm 7 duim, metende 73 ton, en dat met zijn rondhout, opstaand en lopend want, ankers en touwen, zeil en treil, en verder daarbij zijnde goederen en gereedschappen; terstond vrij te aanvaarden. Te bevragen bij de Weduwe Lijkle Freerks de Boer, op de Noorderhaven te Harlingen.


14 november 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Dordrecht, 12 november. Gisteren voormiddag omstreeks half 12 ure is van deze stad naar Hellevoetsluis vertrokken en aldaar des namiddags ten half 5 ure bij de Hoofden ten anker gekomen het naar Batavia bestemde fregatschip ORION, kapt. J. van der Linden, gesleept wordende door een sleepboot der Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 12 november. Gisteren is hier aangekomen het Nederlandse schip ZEEMANSHOOP, kapt. C.P. Kuijper, vertrokken van Amsterdam de 28 juli.
Heden zijn hier aangekomen de Nederlandse bark BANTAM, kapt. Schoewert, met twee passagiers, vertrokken van Rotterdam de 12 juli, en dito schip DE ZWAAN, kapt. C.J van Driesten, vertrokken van Amsterdam, de 12 mei.


15 november 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Binnengekomen. Helvoetsluis, 13 november FORTUNA, F. Taay van Nerva.


16 november 1838


  ZP - Zeepost

Lijst der uitgevoerde goederen van Archangel in het jaar 1838:
Naar Amsterdam in 25 schepen: 22.735 zetw. (opm: tschetwert, oude Russische inhoudsmaat, vooral gebruikt voor graan; 22735 tsch. = ca. 51000 hectoliter) lijnzaad, 11.163 zetw. rogge, 3.184 ton teer, 2.355 ton (opm: vaten) pik, 82.760 st. matten, 1.515 pud (opm: ook poed, Russisch gewicht van 15,38 kg.) talk, 2.311 pud potas, 14.049 pud traan, 151 pud talkkaarsen.
Naar Zaandam in twee schepen: 5.051 zetw. lijnzaad en 3.700 st. matten.
Naar Rotterdam in 14 schepen: 7.294 zetw. lijnzaad, 12.925 zetw. rogge, 954 ton teer, 900 ton pik, 55.015 st. matten, 2.004 pud talk en 4.484 pud traan.
Naar Dordrecht in drie schepen: 1.120 zetw. lijnzaad, 1.245 ton teer, 915 ton pik, 10.500 st. matten en 1.016 pud talk.
Naar Schiedam in twee schepen: 721 zetw. lijnzaad, 2.392 zetw. rogge en 5.670 st. matten.
Naar Delfzijl: een schip met 1.720 zetw. lijnzaad, 4.000 st. matten en 123 pud hennep.
Naar Vlaardingen in een schip: 875 ton teer en 150 ton pik.
(opm: ongetwijfeld kon deze lijst over 1838 reeds in november worden opgemaakt, omdat sindsdien Archangel wegens ijs was gesloten; bij ‘ton’ wordt vat bedoeld)


  ZP - Zeepost

Kapt. N.A. Smaal, voerende het schip (opm: kof) LAMORAAL ULBO, van Petersburg te Helvoet binnen, rapporteert den 31 oktober op 57º13’ NB 06º10’ OL drijvende gezien te hebben het Noorse galjas NORDSTIERNEN, met hout van Laurvig naar Harlingen. Hetzelve had de grote mast benevens de boegspriet verloren. De equipage was verdronken, uitgezonderd de kapitein en twee man, die het aanbod van kapt. Smaal om hen op te nemen afsloegen, alzo zij zich aan boord van een zich in hun nabijheid bevindende Noorse, mede van Laurvig komende, brik zouden overgaan.


  ZP - Zeepost

Aangaande het schip ANNAGINA SOPHIA, kapt. Heeres, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Amsterdam, te Rendsburg met schade binnengelopen – zie ons nommer 234 – wordt van daar van 11 november gemeld, dat hetzelve de geleden schade had hersteld en die dag met alle de aldaar gelegen naar de Noordzee bestemde schepen de reis heeft voortgezet.


  ZP - Zeepost

Het schip MARGARETHA, kapt. Strackholder, van Riga naar Leer, is den 9 november de Sond gepasseerd. Hierdoor vervalt het bericht als of hetzelve zoude verongelukt zijn.


  AH - Algemeen Handelsblad

Volgens particulier bericht is de 13e november van Middelburg vertrokken het schip WILHELMINA LUCIA, kapt. B.F. Ipsen, naar Batavia (opm: eerste reis).


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip (opm: smak) HARMINA, kapt. P.S. Brouwer, met steenkolen van Burnt Island naar Amsterdam, is volgens brief van Delfzijl van den 4 november, na op zijde gelegen te hebben, die dag met verlies van zwaard en andere schade aldaar binnengelopen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notarissen Hanekuik en Wijma, te Harlingen, zullen aldaar, op woensdag den 26 november 1838, des middag 12 uur precies, bij de Westerkerk, tegen gereed geld, publiek veilen: ankers, touwen, kettingen, zeilen, mast en verder rondhout, en hetgeen meer genummerd zal liggen, afkomstig van het Beurtschip van B.F. van der Werff, en des namiddag ten 2 ure, ten huize van Sijtze Beidschat: het Hol van gemeld beurtschip, zo als het is zittende op de helling van D. en L. Alta. (opm: zie o.a. ZP 201038 en LC 041238)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: het koffeschip FREDERICA, wordende bevaren bij kapitein Johannes Barends, lang 20 el, wijd 5 el, en hol advenant; met een complete inventaris, liggende bij Den Grote Stat, te Workum. Te bevragen bij de secretaris A.L. Postma, aldaar, en wel voor 1 januari 1839 (opm: zie LC 041238).


17 november 1838


  ZP - Zeepost

Volgens brief van Ameland van 15 november was aldaar in de morgen op de buitenkant van het Bornrif gestrand het schip (opm: fregat) GLORIA, kapt. F. Söderland, van Björneborg, laatst van Arendahl, naar Londen. De equipage is met levensgevaar zo door de reddingboot, als door particuliere boten gered. De vleet (opm: zeilen, inclusief staand en lopend tuig) en tuigage is weggeslagen, het schip is gebarsten en men vreest, dat men van hetzelve en van de lading niets zal kunnen bergen. (opm: zie LC 231138, ZZC 271138, ZP 171238 en LC 050339)


  ZP - Zeepost

Het schip VIGILANT, kapt. Ellingsen, van Gothenburg te Antwerpen gearriveerd, heeft den 4 november op de hoogte van Schouwen door aanzeiling schade aan bakboordszijde bekomen.


  ZP - Zeepost

Van het den 26 oktober van Sunderland naar Amsterdam vertrokken schip AURORA, kapt. Hasewinkel (opm: smak, kapt. C.A. Hazewinkel), heeft men sedert niets vernomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Brielle, 15 november. De stoomboot BATAVIER, kapt. Dunlop, naar Londen, is door dikte van mist aan de grond geraakt, doch heden nacht met assistentie vlot en wel in zee gekomen.


19 november 1838


  ZP - Zeepost

Volgens bericht van Helvoet van 17 november is den 15 dito op de Hunderd (opm: de Hinder) aan de grond geraakt de kof JONKVROUW CATHARINA, kapt. G.H. Schwenn, van Libau (opm: Liepaja) met rogge naar de Maas. De equipage en de inventaris is door de Loodsboot No. 4 geborgen en te Helvoet aangebracht. Men had van daar vaartuigen afgezonden ten einde zo veel mogelijk van de lading en het schip te bergen.


  ZP - Zeepost

Volgens bericht van Constantinopel (opm: Istanbul) van 27 oktober zoude in de Zee van Azof verongelukt zijn het schip PHILOMÈNE, kapt. Dallaburas (opm: Belgische schoener, kapt. J. Dobbelaer, zie ook ZP 061238 en 141238), van Tangarok (opm: Taganrog, Zee van Azov) naar Antwerpen.


  ZP - Zeepost

Het schip (opm: kof) CERES, kapt. J. Noord, van Greenock naar Rotterdam, is den 14 november met verlies van anker en touw en meer andere schade te Cowes binnengelopen.


  ZP - Zeepost

Het schip MARIA CATHARINA, kapt. Scheepers (opm: Belgische schoenerbrik, kapt. J. Schaeper), van Liverpool naar Antwerpen, is den 15 november met schade te Cowes binnengelopen.


  ZP - Zeepost

Het schip HERCULES, kapt. Meijer, van Rotterdam naar Stettin (opm: Szczecin), is volgens bericht van Elseneur (opm: Helsingör) van 13 november bij Anholt aan de grond vastgeraakt, echter, na 22 vaten siroop en 55 vaten haringen over boord geworpen te hebben, weder vlot en waarschijnlijk zonder schade aldaar ter rede gekomen.


  ZP - Zeepost

Den 11 november lagen te Tonningen (opm: Tönning) de volgende schepen wegens tegenwind: PIETERDINA, kapt. Duit, GEERTRUIDA, kapt. Mellema, VIER GEBROEDERS, kapt. Fokkes, GESINA, kapt. De Beer, OP HOOP VAN FORTUIN, kapt. Visker, MIJN GENOEGEN, kapt. Sap, alle van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Nederland, HENDRIKA, kapt. Leuning, PETRONELLA, kapt. De Boer, beide van Wismar naar dito, HENDRIKA, kapt. Boiten, van Anklam, MEINSINA, kapt. Klontje, van Lübeck, VROUW ANTJE, kapt. Ekamp, van Dantzig (opm: Gdansk), ALBERDINA, kapt. Venema, van Kiel, ALIDA, kapt. Jurjes, TWEE GEBROEDERS, kapt. J.H. de Boer, beide van Rostock, alle naar Amsterdam, en de VROUW ALIDA, kapt. Hund, van Stettin (opm: Szczecin) naar Groningen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Men zal op woensdag de 21e november 1838, des voormiddags ten elf ure, voor het magazijn van de heer opperstrandvonder der gemeente en heerlijkheid Petten in het openbaar presenteren te verkopen 86 balen en een partij losse katoen, alles minder of meerder door zeewater beschadigd en geborgen uit het op de 19e oktober j.l. te Petten gestrande kofschip MARIA BEERTA, gevoerd geweest bij kapt. K.A Tap, komende van Liverpool en gedestineerd geweest naar Rotterdam.
De voormelde katoen is te bezichtigen op de dag der verkoping van des morgens 8 tot 11 ure.


20 november 1838


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip de TWEE GEBROEDERS, kapt. H.H. Sprik, van Drammen naar Amsterdam en de DRIE GEZUSTERS (opm: kof), kapt. P.P. Dijkstra, van Liverpool naar Harlingen, zijn den 25 oktober te Arendal binnengelopen, het laatste met schade en verlies van een man der equipage.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip (opm: kof) BOUGINA, kapt. R.J. de Jonge, van Petersburg te Amsterdam gearriveerd, heeft gedurende de reis veel schade aan het schip en de lading bekomen.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen. Binnengekomen: den 13 november de kofschepen JOHANNES, kapt. A. Sluik jr, van Memel (opm: Klaipeda), WILLEM OLIVIER, kapt. G.J. Koster, van Stettin (opm: Szczecin), JAN FREDRIK, kapt. H.H. Kok, van Larwig, HARLINGEN, kapt. J.J. Dijk, van Oostrisoer, CORNELIUS DASSE VICTOR, kapt. H.H. Bosker, van Drammen en LUDOLF THEODOOR, kapt. J.A. Zijl, van Dantzig (opm: Gdansk), de schonerschepen FLORA, kapt. J. Manning en FAME, kapt. S. Holeman, beide van Londen.
Den 15 dito de kofschepen VRIENDSCHAP, kapt. K.J. Klazen, van Memel en de JONGE HENDRIK, kapt. B.H. Plukker, van Droback, het schonerschip SARAH & HELEN, kapt. J. Atkins, van Londen.
Den 16 dito de kofschepen ELISABETH MARIA, kapt. J.A. Keun, van Larwich en FRAU FENKE ENGELINA, kapt. G.W. Kreije, van Droback.
Den 17 dito het smakschip JETSKA CORNELIA, kapt. K.E. Vos, van Arendahl, de kofschepen de JONGE BAREND, kapt. B.R. van Wijk, van Memel en ZEELUST, kapt. R. Sluik, van Dantzig.
Uitgezeild: den 16 november het brikschip VENUS, kapt. T. Hansen, naar Noorwegen, de schonerschepen FLORA, kapt. S. Holeman, beide naar Londen.


21 november 1838


  ZP - Zeepost

De Belgische schoener REMBRAND, kapt. Christensen (opm: dit is een ander schip, dat verward wordt met de Belgische REMBRANDT kapt. Christen), is, volgens brief van Constantinopel (opm: Istanbul) van 27 oktober, tussen Caffa (opm: Kaffa, thans Feodosija – 45º02’ NB 35º22’ OL) en Kertch (opm: Kertsj, 45º20’ NB 36º27’ OL) met man en muis verongelukt.


  ZP - Zeepost

Het schip VROUW PIETJE, den 8 november van Flensburg te Arbroath gearriveerd, heeft op die reis veel slecht weder doorgestaan, waardoor hetzelve lekkage bekomen en men verplicht was een gedeelte der lading over boord te werpen. Het overige is zwaar beschadigd gelost.


22 november 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 19 november. Uitgezeild ADÈLE (opm: Belgische brik, ex-ESTELLE), kapt. L.F. Mussche, van Antwerpen naar Konstantinopel.


23 november 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Het schip ANNA CLARA, kapt. A.T. Ekamp, van Genua naar Amsterdam, laatst van Cuxhaven, is volgens brief van Metslawier van 17 november na het doorstaan van hevige stormen met verlies van een anker, touw, zwaarden en andere zware schade door een schuit te Ezumazijl binnengebracht. Het moest lossen om te repareren.


  AH - Algemeen Handelsblad

De schepen de ONDERNEMING, kapt. G. Detmers, van Rotterdam naar Stettin, en VROUW IKINA, kapt. H.G. Postema, van Rotterdam naar Rostock, beide de 24e oktober van Maassluis naar zee gezeild, waren de 15e november nog niet te Rndsburg aangekomen en ook nog niets dienaangaande vernomen geworden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een welbezeild kofschip, groot 180 tonnen, genaamd CONCORDIA, gevoerd zijnde door kapt. H.B. Drok, liggende in de Zuiderhaven te Harlingen. Te bevragen bij de Wed. B. van Loon & Zoon aldaar.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De brik REGINA, kapt. Kruse (opm: buitenlander), van Gothenburg naar Oost-Indiën, is na in het Kanaal gestoten en een gedeelte der lading over boord geworpen te hebben, den 7 november te Gothenburg zwaar lek uit zee teruggekomen, moest lossen.


  LC - Leeuwarder Courant

Ameland, 14 november. In de avond van den 11 dezer, strandde op de zeer gevaarlijke zandplaat het Bornrif genaamd, nabij den dorpe Hollum, het Russisch Fregatschip GLORIA, kapitein F. Söderland met hout van Biörneborg (opm: Pori, Finland) naar Londen gedestineerd (opm: zie ZP 171138, ZZC 271138 en ZP 171238).
Zodra men alhier de volgende morgen kennis van die stranding ontving werd een te Hollum aanwezige boot op strand en in zee gebracht, ten einde, zo mogelijk de equipage te redden, doch, niet tegenstaande men, tot dat de invallende avond zulks verder verhinderde, met die boot en met de, inmiddels, onder toezicht van de Secretaris der Grietenij aangebrachte kleine redding boot van Nes alle pogingen aanwendde, konden die boten, als te klein en te ongeschikt, om de bij het schip lopende zware branding te weder staan, het schip niet naderen.
Gedurende de nacht werd de grote reddingboot uit het twee een tweede uur van de stranding plaats verwijderde dorp Nes, door de zorg van de heren Grietman van Ameland, welke zich met de Assessor (opm: hier toegevoegd lid van de Grietenij) Scheltema steeds op strand bevond, aangevoerd en met het aanbreken van de dag, door aanmoediging en medewerking van de heren Grietman in zee gebracht. Het gelukte deze boot, bemand met Roelof Schenkell, Job Tjeerd Visser (beide hoog bejaard), Job Dirks Visser, Arend en Sypt Klazen Wijnberg, IJnze Jans de Jongen en Kieuwe Lap, allen inwoners van dit eiland, het reeds mastloze en geheel reddeloze schip te naderen, acht man van de equipage voor te nemen en aan strand ie brengen. Een dadelijk daarop gevolgde poging, om het nog aan boord ge¬bleven gedeelte der equipage, ten getale van 13 personen, te redden, was, door het verlopen van het getij, vruchteloos, zo dat men genoodzaakt werd, hiertoe het meer gunstige namiddag getij af te wachten.
Des namiddags gereed zijnde met de boot in zee te steken, ontdekte men ech¬ter, dat een kaagschip en een visser vaartuig, het eerste bevaren door Foeke Cornelis de Jong en het andere door Cornelis Harmens Visser, beide Amelanders in de nabijheid van het schip waren geankerd en met behulp van een sloep en van lijnen, de bovengemelde 13 personen in hun vaartuigen overnamen, welke des avonds mede te Hollum werden aan wal gezet.
Mocht men alzo opnieuw het grote nut van geschikte reddingboten ontwa¬ren, zo valt het niet te betwijfelen, van hoe veel belang het is, dat te Hollum een grotere en meer geschikte boot, gelijk aan die te Nes, werd aangesteld.


24 november 1838


  ZP - Zeepost

In de nacht van den 20 november is ten noordwesten van Terschelling gestrand en verbrijzeld de Deense schoener JUNO, kapt. Mohrberg, met stukgoederen van Hamburg naar Kaap Haïti en Havana. Van de lading zijn enige balen tabak aan land gespoeld. De equipage en passagiers hebben zich in de sloep gered en zijn aldaar aan land gekomen.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 23 november. Morgen ochtend, tegen 10 ure, indien alsdan het water de vereiste hoogte bereikt, zal van de werf De Merwede, van de scheepsbouwmeesters C. Gips en Zonen, te water gelaten worden het fregatschip de STAD TIEL.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Op de vendutie van vrijdag de 30e november zal voor rekening van J.M. Tissot en A.B.D. Lagnier verkocht worden de schoener genaamd DIANA, groot omtrent 65 lasten, met diens inventaris, zo als dezelve thans alhier (opm: Batavia) ter rede is liggende.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 22 november. Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark STRAAT SUNDA, kapt. G. Mulder, vertrokken van Amsterdam de 24e juli.


25 november 1838


  LP - Le Précurseur (Antwerpen)

Deal, 22 november. De Belgische (opm: ex-Zuid-Nederlandse) kof JEUNE CAROLINE, kapt. J. Vatrien, de 14e dezer van Hull vertrokken naar Antwerpen, is nabij Grimsby op een modderbank aangetroffen met verlies van zijn bezaanmast en andere schaden..


26 november 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Binnengekomen. Terschelling 20 november. HILLEGINA CHRISTINA (opm: kof HILLECHIENA CHRISTINA), kapt. G.E. Broekema, van Dantzig. (opm: Gdansk).


 BWM - Bell's Weekly Messenger, Londen

Ramsgate, 21 november. De CHARLES (opm: Belgische ex-Zuid-Nederlandse brik), kapt. B. Briex, van Oostende naar Liverpool, alhier op 3 november in lekke toestand binnengelopen, ligt haar beschadigde lading te lossen.


  CM - Caledonian Mercury (Edinburgh)

St. Agnes Head (opm: Cornwall), 19 november. Een hoeveelheid dekplanken, dekbalken, delen van een hut, evenals een boot met de naam FREDERICA in gele en rode letters, welke kennelijk slechts een korte tijd in het water hebben gelegen, is een week of twee geleden nabij dit dorp opgevist.
(opm: de Belgische, ex-Nederlandse schoenerkof FREDERICA, bouwjaar 1827, kapt. Joseph Bens, was op 22 oktober van Liverpool naar Oostende vertrokken)


27 november 1838


  ZP - Zeepost

De … november is te Baltishport (opm: Paldiski, 59º20’ NB 24º03’ OL) lek en met overgeworpen lading binnengelopen het schip (opm: kof) CORNELIUS STAR, kapt. P.T. Kramer, van St. Petersburg naar Amsterdam.


  ZP - Zeepost

Volgens brief van Zoltkamp (opm: Zoutkamp) van 21 november is die dag aldaar, na in het Friesche Gat zwaar gestoten en de kiel verloren te hebben, door twee vaartuigen lek binnengebracht het schip MARGINA MARGARETHA (opm: smak MARGINA MARGRIETA), kapt. H.J. Oortjes, met steenkolen en aardewerk van Newcastle naar Groningen.
Ook waren den 24 dito aldaar wegens vorst als bijlegger binnengelopen de schepen de JONGE JACOB, kapt. De Vries, de VIER GEZUSTERS, kapt. Dublinga, beide van Hamburg, en BEERENDINA, kapt. Schoemaker, van Bremen, alle naar Amsterdam gedestineerd.


  DC - Dordtsche Courant

Zaterdagmorgen, omstreeks half 10 ure, is alhier van de werf De Merwede, van de scheepsbouwmeesters C. Gips en Zonen, met het beste gevolg te water gelaten het fregatschip de STAD TIEL, van ongeveer 600 lasten; en is onmiddellijk daarna de kiel gelegd voor twee schepen, de IDA WILLEMINA, en de SAMARANG, het eerste voor rekening der heren Klerk en Voogd, te Dordrecht, het laatste voor rekening der heren Serruys en Comp., te Rotterdam.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Uit Ameland wordt den 13 dezer bericht, dat een schip op de buitengronden was vervallen en dadelijk te half twee de wagen met de kleine boot van de Noord- en Zuid Hollandsche Redding Maatschappij, onder leiding van de heer R. Schenkel van Nes, langs het noorderstrand tot aan Hollum reden, waar zij ’s morgens om half zes aankwamen. Men moest de ochtenschemering afwachten en bespeurden toen op nog wel een uur afstand, dat in het Borremer Rif (opm: Bornrif, zie ook ZP 171138 en LC 231138), een groot schip in de branding lag. Te half zeven was de inmiddels ook aangekomen grote reddingboot, in zee en was een uur later bij het schip, die de GLORIA bleek te zijn, kapt. F. Söderlund, beladen met hout van Finland met bestemming Londen. De equipage bestond uit 20 man, waarvan men er 8 overnam, omdat ze zonder gevaar niet meer personen kon bevatten. Zij ging naar het strand en verwachtten dadelijk de andere opvarenden te halen, maar door het vallen van het water liep de branding zo hoog, dat er direct niet aan terugkeer te denken was en men het hoog tij van de middag moest afwachten. Inmiddels gelukte het een zeilvaartuig en een visaak, komende uit het Amelander Gat, het schip te bereiken en de nog overige 13 personen over te nemen en daarmee behouden de wal te bereiken.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De schepen de ONDERNEMING, Detmers (opm: kof, b.j. 1836, kapt. Geuchien Detmers), van Rotterdam naar Stettin en de VROUW IKINA, Postema (opm: kof, b.j. 1836, kapt. Gerrit Jans Postema), van Rotterdam naar Rostock, beide den 24 oktober van Maassluis naar zee gezeild, waren den 15 november nog niet te Rendsburg aangekomen en ook nog niets dienaangaande vernomen.


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen. Binnengekomen: den 19 november het schoenerschip LIVELY, kapt. S.H. Finch, van Londen.
Den 20 dito het smakschip de HOOP, kapt. L.S. de Vries, van Newcastle.
Den 21 dito het smakschip HET TOEVAL, kapt. H.H. Ebes, van Nerva.
Den 23 dito de schoenerschepen UNION, kapt. H.B. Disney en NORTHAM, kapt. D. Charrosin, beide van Londen.
Uitgezeild: den 23 november het schoenerschip LIVELY, kapt. S.H. Finch, naar Londen.


28 november 1838


  ZP - Zeepost

Het schip de VROUW TIETJE, kapt. G.J. Visser, van Hamburg naar Amsterdam, is volgens brief van Delfzijl van 25 november in de nabijheid aldaar ingevroren.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 24 november. De 23e dezer is hier aangekomen het Nederlandse schip OCEAAN, kapt. P. Zunderdorp, met twee passagiers, vertrokken van Amsterdam de 15e augustus.
Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip ABEL TASMAN, kapt. H.H. Zeijlstra, met meerdere passagiers, vertrokken van Amsterdam de 24e juli.


  JC - Javasche Courant

Batavia. Invoer uit Nederland per CAROLINA EN JOHANNA, Matzen, met 6 kisten Edammer kazen en ijzerballast.


30 november 1838


 PGC - Provinciale Groninger Courant

(opm: terzake de scheepsramp met het Harlinger beurtschip [zie ZP 201038 en 241038] stond in PGC 301138 een artikel identiek aan dat in LC 231038; daarnaast stond in de PGC onderstaand bericht, terwijl in LC 301038 een ingezonden stuk van soortgelijke strekking is opgenomen)
Volgens een bij ons binnengekomen berigt, moet de kapitein der stoomboot PRINS FREDERIK aangeboden hebben, om met dezelve uit te gaan, ter redding der schipbreukelingen, wanneer men hem het verlies der stoomboot waarborgde, en verklaard hebben, dat hij zonder die cautie het hem aanvertrouwde aanzienlijke vaartuig niet mogt wagen. Indien dit zo is, komt de kapitein in beter daglicht voor, dan de loodsschippers in bovenstaand relaas. Volgens de Kamper Courant was de stoomboot van Harlingen, op de dag voor die noodlottige nacht, uit hoofde van de felle storm, niet gevaren, doch naar buiten gestoomd, om een brik, die op de gronden zoude vervallen, op sleeptouw te nemen en had dezelve dit schip behouden binnengebracht.


  ZP - Zeepost

De sloep de VOLHARDING, met 10 man equipage, is den 26 november wegens smokkelen te Yarmouth opgebracht. (opm: zie ZZC 111238)


  ZP - Zeepost

Het schip de WELVAART, kapt. Bette, van Hamburg naar Riga, heeft den 15 november op de kust van Libau (opm: Liepaja) ankers en touw verloren, en is die dag lek te Libau binnengelopen. Men wist nog niet of hetzelve de lading zoude moeten lossen om te repareren. (opm: zie ZP 101238)


  ZP - Zeepost

Den 25 november lagen wegens ijs te Tonningen (opm: Tönning) de schepen EMELIE, kapt. Breckwoldt, van Randers naar Zaandam, ALIDA, kapt. Karst, van Rostock naar Rotterdam, HENDRIKA, kapt. Sap, van dito naar Amsterdam, en EENDRAGT, kapt. Kolder, van Lübeck naar Bremen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Bij de verkoping van een Huizinge, te houden op zaterdag den 1 december 1839, door de notaris W. Kuipers, te Vrouwen Parochie, voorkomend op pag. 1 van het bijvoegsel, moet worden gevoegd, dat alsdan mede provisioneel zal worden verkocht:
de helft over hoog en laag in een snikschip, gebruikt wordende tot een veerschip, varende van Vrouwen Parochie op Leeuwarden et vice versa, met al deszelfs toe en aanbehoren, zodanig hetzelve door Willem Jurjens de Jong als huurder wordt bevaren; 12 mei 1839 te aanvaarden.


01 december 1838


  ZP - Zeepost

Volgens brief van de Zoltkamp (opm: Zoutkamp) van den 28 november is op het Groninger Wad, achter Hornhuizen, in het ijs bezet geraakt het schip HARMONIE, kapt. Wiethorn, van Bremen naar Amsterdam. Indien de vorst aanhield, zou men de lading lossen.


  ZP - Zeepost

Volgens bericht van Metslawier van 26 november, was de lading van het te Ezumazijl met schade binnengelopen schip ANNA CLARA, kapt. A.T. Ekamp, van Genua naar Amsterdam, aldaar beschadigd gelost en te Ezumazijl opgeslagen.


  ZP - Zeepost

Kopenhagen, 17 november. Het Koninklijk Quarantaine-bestuur heeft onder dagtekening van den 2 dezer de volgende bekendmakingen gedaan:
De landen, steden en eilanden, die ten gevolge van de bij het bestuur ingekomen berichten als door de pest besmet worden aangemerkt, zijn de volgende: New Orleans, Mobile in Alabama, Charlestown in Zuid-Carolina, Tripoli, Alexandrië, Damiette, Constantinopel (opm: Istanbul), Tunis, Marocco, Smirna (opm: Izmir) en het eiland Candia.
Als verdachte havens worden opgegeven: alle Turkse en Griekse havens, met uitzondering van de hierboven vermelde besmette; de overige Barbarijse havens en steden; de West-Indische eilanden, doch de van de Deense West-Indische eilanden komende schepen zullen niet aan quarantaine onderworpen worden wanneer zij, behalve de gewone gezondheidspas, een attest meebrengen van de daartoe bevoegde autoriteiten; de overige Noord-Amerikaanse havens, doch de van daar komende schepen worden van de quarantaine vrijgesteld wanneer zij, behalve de gewone gezondheidspas, een attest overleggen van de Deense consul of vice-consul uit de haven van waar zij komen.
Alle andere havens en eilanden, in of buiten Europa, worden voor onbesmet gehouden.
(opm: de Deense quarantaine-inrichtingen zorgden voor de gehele Oostzee, zie ZP 031138)


  DC - Dordtsche Courant

Volgens bericht van Dartmouth van de 24e dezer, is aldaar daags tevoren in lekke en beschadigde staat binnengelopen het fregatschip DORTENAAR, kapt. Abbema, komende van Batavia, laatst van de Kaap de Goede Hoop.


  LP - Le Précurseur (Antwerpen)

Dartmouth. De DORTENAER, onderweg van Batavia naar Rotterdam, is vanwege oostelijke winden op 23 november Dartmouth aangelopen. Aan boord bevindt zich een volledige collectie levende exotische dieren, waaronder een slang van 20 meter lengte.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. De Schout-bij-Nacht, commandant van Zr.Ms. zeemacht in Oost-Indië en inspecteur der marine, brengt bij deze ter kennis van het algemeen, dat op de 14e december a.s. te Soerabaija publiek en zonder reserve aan de meestbiedende zal worden verkocht de tot de timmerwerf aldaar behorende grote kielllichter, ontdaan van deszelfs inventarisgoederen, ankers, kettingen, touwen, enz. en dus zo als die bodem is liggende te Soerabaija, waaromtrent nadere informatiën bij de haven- en equipagemeester te dier plaatse en ook bij het hoofd-departement te Batavia kunnen worden ingewonnen.
Batavia, 28 november 1838, de Schout-bij-Nacht voornoemd E. Lucas.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. In de loop van de volgende maand zullen publiek worden geveild de bark REMBANG, varende onder Nederlandse vlag, gebouwd te Rembang in 1835, groot 90 lasten, en de bark RADJA WALIE, mede varende onder Nederlandse vlag, het laatst gekoperd in 1836, groot 98 lasten.
Inmiddels zijn deze vaartuigen uit de hand te koop en te bevragen bij de eigenaar.
Batavia, 29 november, G. Ingram
(opm: zie ook JC 121238; de bark REMBANG, kapt. P. Lunel, was de 29e november te Batavia aangekomen van Jeboes, van waar ze op 17 november was vertrokken, en de bark RADJA WALIE, kapt. J.T. Anderson, 2e december, eveneens te Batavia van Soerabaija, van waar ze de 19e november was vertrokken)


03 december 1838


  ZP - Zeepost

Volgens brief van het Nieuwe Diep van den 2 december is die morgen onder Calandsoog gestrand de Engelse brik EXPERIMENT, kapt. Blok, van Londen naar Hartlepool. De equipage is gered, het schip zal weg zijn. Men zoude trachten zo veel mogelijk van de tuigage te bergen.


  ZP - Zeepost

Het schip SOPHIA, kapt. Haak, van Lissabon naar Landscrona, den 26 november te Dartmouth binnengelopen, is lek.


  ZP - Zeepost

Het schip ZEELUST, kapt. Horstman, van Riga naar Bremen, is den 27 november na een anker en touw verloren te hebben, bij Wremen (opm: 6.3 mijl NNW van Bremerhaven – 53º39’ NB 08º30’ OL) gestrand. Men zoude de lading lijnzaad lossen.


  ZP - Zeepost

Van het schip (opm: mogelijk een tjalk) de DRIE GEBROEDERS, kapt. Jan Remts, in oktober van Amsterdam naar Lübeck vertrokken, heeft men sedert niets vernomen.


  ZP - Zeepost

Het schip JENA (opm: Belgische brik IÉNA), kapt. Van den Broeke, van Antwerpen, is volgens brief van Montevideo van 31 augustus, den 26 dito met verlies van anker en touw en grote steng ter rede van Montevideo gearriveerd.


04 december 1838


  ZP - Zeepost

Terschelling, 26 november. De schepen de JONGE HYLKE TROMP (opm: kof), kapt. F. Oldendorp, komende van Drammen, en de VROUW ELISABETH, kapt. J.H. Cappen (opm: smak, kapt. J.H. Kappen), komende van Drobach (opm: Drøbak), zijn heden alhier wegens het ijs in de haven gekomen. (opm: de VROUW ELISABETH, kapt. Kappen, is den 1 december naar Harlingen opgezeild).


  ZP - Zeepost

Het schip OCTAVIA (opm: Belgische schoener OCTAVIE), kapt. B.D. Klein, van Maranham, na van voor deszelfs ankers gedreven te zijn en op het Zuidgat bij Vlissingen vastgeraakt, is na weder vlot te zijn geworden en een anker bekomen te hebben, op de rivier van Antwerpen gearriveerd.


  ZP - Zeepost

Aangaande het schip (opm: fregat) DE DORDTENAAR, kapt. J.F.P.A. Abbema, van Batavia naar Dordrecht, te Dartmouth lek binnengelopen, wordt volgens brief van daar van den 25 november gemeld, dat hetzelve, in de haven liggende, nog 14 duim water in het uur maakte. Men had die nacht, om het volk enige rust te verschaffen, tien pompers van de wal gehad. De kapitein zoude op order van Dordrecht wachten om de reis te vervolgen of te Dartmouth het schip te repareren. (opm: zie ZP 071238, 111238 en 141238)


  ZP - Zeepost

Van Dartmouth wordt in dato 29 november gemeld, dat in de baai van Bigbury (opm: Bigbury-on-Sea, 50º16’ NB 03º52’ WL) onderstboven op strand gedreven is het schip GOUVERNEUR GENERAAL DE BAILLET, kapt. Valck, van Ostende naar Batavia. (opm: onjuist, zie ZP 061238 en 071238)


  ZP - Zeepost

Den 29 november is bij Thurlestone (opm: in Devon, 50º16’ NB 03º51’ WL) aan strand gespoeld een tot de spiegel van een schip behorende plank, waarop EUPHRASIE D’OSTENDE, zijnde misschien het schip EUPHRASIE, kapt. Valck, den 19 oktober van Marseille naar Antwerpen vertrokken. (opm: zie ZP 061238)


  AH - Algemeen Handelsblad

Rio de Janeiro, 1 september. Uitgezeild CAROLINA EN JOHANNA (opm: brik), Matzen naar Batavia.


  DC - Dordtsche Courant

In een vergadering van de deelnemers der Rijn- en IJsselstoomboot-Maatschappij, den 24 te Deventer gehouden, is tot de aanbouw van een tweede rivierboot besloten. De beide boten, ADMIRAAL VAN KINSBERGEN en DRUSUS, zijn reeds aldaar teruggekeerd, om te overwinteren.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De smak DE TWEE GEBROEDERS, de Boer (opm: kapt. Jan Hindriks de Boer), met raapzaad van Rostock naar Amsterdam, is volgens brief van Ameland van den 20 november de vorige dag op het Bornrif gestrand en de volgende nacht verbrijzeld (opm: wrak nr. 349 Hydr. Dienst); de equipagie heeft zich met de boot gered, doch van het schip of van de lading was niets geborgen.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Van Smyrna (opm: Izmir) wordt van den 10 november gemeld, dat die morgen aldaar in de haven, op bevel van Hussein-bey, in beslag genomen is een verdacht vaartuig, waarvan men aan boord een zekere hoeveelheid wapens gevonden heeft. Er waren nog drie personen aan boord, die als zeerovers herkend zijn en die terstond in verzekerde bewaring zijn genomen. Men veronderstelde dat deze behoorden tot de bemanning van het roverschip, welke enige tijd geleden, de Nederlandse brik HENDRICA ELISABETH, kapt. Riedijk, geplunderd en genomen heeft. (opm: zie ZZC 021038 en ZP 181038)


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen. Binnengekomen: den 26 november de kofschepen MARGARETHA, kapt. K.F. Harding, van Oostrisoer en MARTHA ALIDA, kapt. K.H. Plukker, van Stockton.
Den 1 december het kofschip COURIER, kapt. J.E. Schultz, van Newcastle.
Uitgezeild: den 25 november het kofschip NEPTUNUS, kapt. K.D. de Jong, naar Engeland, het schonerschip SARAH AND HELEN, kapt. J. Atkins, naar Schotland.
Den 29 dito het schonerschip NORTHAM, kapt. D. Charrosin, naar Londen, het kofschip H.Z, kapt. S.K. de Vries, naar Pernambucq (opm: zie LC 301038 en 061138).


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notarissen Hanekuijk en Wijma, zullen, op woensdag den 19 december 1838, des middag 12 ure, in de herberg van Sijtse Beidschat aldaar, bij open water (opm: onder de voorwaarde dat er geen ijs ligt) publiek veilen: het beurtschip van Bauke van der Werff, zo als het thans gerepareerd te water ligt bij de werf van D. en L. Alta, te Harlingen, en van onderen bekwaam gemaakt en als compleet dicht schip te kunnen worden bevaren. Daarna de geborgen tuigage van het gemeld schip.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Het Koffeschip FREDERICA reeds verkocht zijnde, moet de advertentie (opm: LC 161138) ter verkoop aanbieding gehouden worden voor vervallen. (opm: de kof, bouwjaar 1803, kreeg zijn laatste eigenaar; de scheepsnaam werd JONGE DIRK, kapt. J. Visser, en het schip werd eind 1841 / begin 1842 gesloopt, zie AH 160941)

ZP 051238
Volgens brief van Ameland van 30 november was den 24 dito in het Vriesche Gat verongelukt een tjalk, naar Groningen gedestineerd, de naam onbekend. De equipage was daarbij verdronken. (opm: zie ZP 111238)
Ook wordt van daar gemeld, dat de schepen VROUW PETRONELLA (opm: kof), kapt. J.A. de Boer, en MEINSINA (opm: smak), kapt. D.D. Klontje, van Lübeck, beide met raapzaad naar Amsterdam, de lading wegens broeiing hebben moeten lossen en door gebrek aan lichters dezelve in twee pakhuizen te Ballum hebben doen opslaan en verwerken. (opm: zie ZP 081238)


05 december 1838


  ZP - Zeepost

Het schip KAREL, kapt. Nieberding, van Antwerpen naar Genua, heeft den 2 december ter rede van Terneuzen een anker en ketting verloren.


  ZP - Zeepost

Het schip AGATHA CATHARINA, kapt. Moller, van Flensburg naar Porto, is den 17 november met schade te Mandahl binnengelopen.


  ZP - Zeepost

Het schip MERCUUR, kapt. Steltjes, van Port au Prince, lag volgens bericht van Bremen van 30 november, met nog drie ra-schepen en twee galjoten bij Wremen (opm: 6.3 mijl NNW van Bremerhaven; pos.: 53º39’ NB 08º30’ OL) ten anker. Echter konden dezelve wegens veel drijfijs op de Wezer nog niet binnenkomen.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 1 december. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip PRINS VAN ORANJE, kapt. P. de Boer, met meerdere passagiers, vertrokken van Rotterdam de 29e augustus.


06 december 1838


  ZP - Zeepost

Den 7 november is te Constantinopel (opm: Istanbul) aangekomen een matroos, behoord hebbende tot de equipage van het in de Zwarte Zee verongelukte schip PHILOMÈNE, kapt. Dobbelaere (opm: Belgische schoener, kapt. Jan Dobbelaer), van Tangarok (opm: Taganrog) naar Antwerpen. (opm: zie ZP 191138 en 141238)


  ZP - Zeepost

Aangaande het schip EUPHRASIE, kapt. Valck (opm: schoener, Belgische vlag, kapt. Valcke), van Marseile naar Antwerpen – zie nommer 253 – wordt van Salcombe in dato 29 november nader gemeld, dat hetzelve die nacht in de Bigbury baai (opm: Bigbury-on-Sea, 50º16’ NB 03º52’ WL), bij het eiland Borough, onderste boven aan strand gedreven en geheel in stukken geslagen en de equipage hoogstdenkelijk daarbij verdronken is, hebbende van dezelve sedert niets vernomen.
Het bericht aangaande het schip GOUVERNEUR GRAAF DE BAILLET, kapt. Valck (opm: fregat, kapt. L. Valk), van Ostende naar Batavia, hetwelk mede in de Bigbury baai onderste boven zoude zijn aangedreven – zie ons nommer 253 (opm: 041238, en zie ook ZP 071238) – is vermoedelijk geheel onjuist en verward met bovenstaande tijding opzichtens het schip EUPHRASIE, hebbende kapt. Valck vroeger het schip GOUVERNEUR GRAAF DE BAILLET gevoerd, doch is hetzelve na sedert de naam van GOUVERNEUR gehad te hebben, thans onder die van EGMOND, kapt. L. Vink, bekend en ligt voor deze stad (opm: Amsterdam) in het Westerdok. Enige papieren van kapt. Valck, nog zijn vroeger schip voerende en zich nu aan boord der EUPHRASIE bevindende, hebben waarschijnlijk deze verwarring doen ontstaan.


07 december 1838


  ZP - Zeepost

In de Lloyd’s lijst van 3 december wordt van Dartmouth van den 1 dito thans het bericht van het verongelukken van het schip GOUVERNEUR GRAAF DE BAILLET ingetrokken, als hebbende die tijding betrekking – zo als bereids in ons nommer van gisteren is gemeld – op het schip EUPHRASIE, kapt. Valck.


  ZP - Zeepost

Te Amsterdam zijn den 6 december gearriveerd, onder meer andere, de schepen:
- WELVAART, kapt. R.F. Fenninga, van Cardiff met ijzer, thans liggende in het Oosterdok.
- CATHARINA, kapt. J.B. Mulder, van Newcastle met steenkolen, thans liggende in het Oosterdok.
- SCHIEDAM, kapt. J. Wheatley, van Sunderland met steenkolen, thans liggende in het Westerdok.
- AGATHA, kapt. K.L. Spijkman, van St. Petersburg met rogge, lijnzaad en kousen, thans liggende in het Westerdok.
- VARNA, kapt. J. Hubert, van dito met rogge, thans liggende in het Westerdok.
- MARGARETHA HENDRIKA, kapt. G.J. Munneke, van Rostock met raapzaad, thans liggende in het Oosterdok.
- VROUW ALIDA, kapt. P.T. Swiers, van dito met raapzaad, thans liggende in het Oosterdok.
- CATHARINA, kapt. J. Jansen, van Vegesack met rogge en boekweit, thans liggende in het Oosterdok.
- VROUW MARIA, kapt. D.J. Aden, van Gravelines met rogge en boekweit, thans liggende in het Oosterdok.
- DIANA, kapt. T.H. Bruns, van Cuxhaven met glas, spijkers, klompen enz, thans liggende bij de Nieuwe Brug.
En op den 7 dito:
- ROELFINA, kapt. J.K. Bolhuis, van Cardiff met ijzer, thans liggende in het Oosterdok.
- VROUW IKINA, kapt. D.L. Knoop, van Hamburg met hout, thans liggende in het Westerdok.


  ZP - Zeepost

Volgens brief van Rotterdam van den 6 december is de stoomboot BATAVIER, kapt. Dunlop, in de namiddag van die dag naar Dartmouth vertrokken om het schip de DORDTENAAR, kapt. Abbema, van Batavia naar Rotterdam, aldaar binnengelopen, naar Helvoet op te slepen. (opm: zie ZP 110838 en latere berichten)


  ZP - Zeepost

Het schip (opm: hoeker) VROUW MARGARETHA, kapt. W. de Zeeuw Bagghus, van Vlaardingen naar Gibraltar, is den 3 december lek te Dover binnengelopen. (opm: zie ZP 101238)


  ZP - Zeepost

Volgens brief van Newhaven van den 2 december was die nacht bij Brighton aan strand gedreven een masteloze en door het volk verlaten Nederlandse galjoot, met ballast.


  ZP - Zeepost

Kapitein J.C. Ludders, voerende het kofschip ODESSA, meldt uit Penzance in dato 2 december, dat hij 28/29 november op 48º50’ NB 07º14’ WL door een orkaan uit het west-zuid-westen met geweldig hoge zeeën overvallen werd. Des morgens ten 7 ure kreeg het schip een zware brekende storting over, welke hetzelve plat op zijde en de lading over wierp, het zeil, stormzeil en boom, sloep, boot, boegspriet, zeilen, en alles wat op het dek was, weg sloeg, de kapitein en de stuurman over boord wierp – welke echter door de overige equipage gered werden – en men genoodzaakt was om het schip te lichten en de ra’s met toebehoren weg te kappen. Het schip had 3½ voet water in het ruim. Hij hield bij de wind af en kwam gelukkig te Penzance aan. Het moet lossen om te repareren. (opm: zie ZP 101238, 141238 en 110139)


  ZP - Zeepost

De brik EQUATOR, kapt. J. van der Kolff, van Rotterdam te New York gearriveerd, is volgens bericht van New York van den 14 november, den 8 dito op Squam Beach (opm: 41º18’ NB 69º59’ WL) vastgeraakt, is echter na de lading gelost te hebben zonder veel schade vlot geworden (opm: zie ook AH 081238).


  ZP - Zeepost

Het schip JULIE, kapt. N.N. (opm: brik, bouwjaar 1800, Belgische [ex-Zuid-Nederlandse] vlag, kapt. Carolus Blankeman), van Brugge, is volgens brief van Liverpool in dato 1 december, den 28 november bij Douglas (eiland Man) totaal verongelukt en de equipage daarbij omgekomen.


  ZP - Zeepost

Het bij Kemptown gestrande schip JOHANNA, kapt. Gweetman, van Ostende naar Messina, is, volgens brief van Brighton van 4 december, de vorige nacht geheel verbrijzeld.


  ZP - Zeepost

Een van Antwerpen naar Llanelly en Braziliën bestemde brik, hoogstwaarschijnlijk het schip de HOOP, kapt. van den Broek, van Antwerpen naar Llanelly en Bahia, den 22 november te Llanelly gearriveerd, is volgens brief van Pembray van 28 november, bij de North Pool tegen het strand rijdende gezien.


  ZP - Zeepost

Het schip (opm: kof) de NIJVERHEID, kapt. E.E. Hoveling, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Amsterdam, met schade te Elseneur (opm: Helsingör) binnengelopen (opm: zie o.a. ZP 071138), heeft na volbrachte reparatie den 1 december van daar de reis weder voortgezet.


  ZP - Zeepost

Het schip (opm: fregat) JACOB CATS, kapt. W.B. Dercks, van Amsterdam naar Batavia, is in de eerste dagen van december met verlies van zeilen en gebroken fokkemast te Cowes binnengelopen. (opm: zie ZP 081238, 111238 en 110239)


  ZP - Zeepost

Den … december is met schade aan tuigage en lek de Gironde binnengelopen het schip EENSGEZINDHEID, kapt. van Santen, van Antwerpen naar Bayonne.


  AH - Algemeen Handelsblad

Groningen, 1 december. Gistermorgen liep van de Noorderwerf van de scheepsbouwmeester H.J. Limborgh alhier met het beste gevolg van stapel het barkschip, genoemd ADOLF VAN NASSAU, groot circa 400 tonnen, bestemd voor de vaart op Oost-Indië, zullende bevaren worden door kapt. J.H. Brandt, onder directie van de heer Mr. C.M. Nap alhier. Dit is het derde voor diezelfde vaart gebouwde schip, hetwelk sedert de 22ste maart 1837 van die werf van stapel is gelopen, en ware de aanvoer van hout door de vroeg ingevallen winter niet verhinderd, dan zou onmiddellijk na de afloop de kiel zijn gelegd geworden voor een vierde bodem, onder dezelfde directie, mede voor de vaart op Oost-Indië bestemd, en waaraan de naam RABENHAUPT zal worden gegeven.

PGC 071238
Kapt. Berghuis, van Cardiff te Helvoetsluis gearriveerd, rapporteert den 14 november op de hoogte van Lezard (opm: The Lizard) gezien te hebben, een schip tonende Rotterdamse nummero vlag met 132, zijnde die van kapt. F.W.E. Schuchard voerende het schip (opm: bark) KOLONEL KOOPMAN; een schip tonende Amsterdamse nummero vlag met 347, zijnde die van kapt. Teunissen (opm: kapt. T.B. Teuneszen), voerende het schip de JONGE JAN, beide van Rotterdam naar Batavia, en den 15 een kof met de Amsterdamse nummero vlag 338, zijnde die van kapt. van Hoogenhuyzen (opm: kapt. J.E. van Hoogenhuyze), voerende het schip (opm: kof) de JONGE MARIA, van Amsterdam naar Rio Janeiro. Allen in goede staat met Oostwind zeilende.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip MARTHA CATHARINA, Legger (opm: smak, kapt. Harm Roelfs Legger), van Brevig (opm: Brevik) in Texel binnen, heeft den 27 november aldaar ter rede door zware ijsgang een anker en touw verloren, doch is de volgende dag in het Nieuwe Diep gekomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip de VRIENDSCHAP, W.J. de Vries, van Hamburg naar Amsterdam, is volgens brief van Alkmaar van den 29 November in het Groot Noord-Hollandsche-Kanaal, bij Koedijk ingevrozen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Te Tonningen liggen ingevrozen de schepen, HENDRIKA, Sap, ALIDA, Kars, en de EENDRAGT, Kolder, en te Rendsburg DE JONGE ROSE, Reinders (opm: buitenlander), en de AURORA, Scheepsma.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris J.C. Kutsch, te Leeuwarden, zal, op dinsdag den 18 december 1838, bij Nauta, in de Roskam alhier, ten 4 ure, verkopen de gerechte helft in een trekveerschip, no. 4, met toe- en aanbehoren, met de gerechtigheid van veer, van Leeuwarden op Harlingen varende en terug, bij de eigenaar F. Hoekstein in gebruik; den 1 mei 1839 te aanvaarden. (opm: in LC 281238 bleek op het schip geboden NLG 1.839)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris P. Steensma, te Harlingen, zal, op zaterdag den 15 december 1838, ten huize van Sjoerd Zuidema, kastelein aldaar, des namiddag ten 4 ure, tegen genot van strijk en verhoog gelden presenteren te verkopen de helft in een snik of veerschip, met toebehoren, varende in de beurt van Minnertsga op Leeuwarden, Harlingen en Franeker en vice versa, zodanig hetzelve door Feico de Valk als huurder wordt bevaren; den 12 mei 1839 te aanvaarden. Nadere informatie bij de notaris voormeld.


08 december 1838


  ZP - Zeepost

Aangaande het te Cowes met schade binnengelopen schip JACOB CATS, kapt. Dercks, wordt volgens brief van Dordrecht gemeld, dat hetzelve reeds op de hoogte van Kaap Finisterre was geweest, doch met verschrikkelijke stormen was teruggedreven en den 3 december met gebroken fokkemast, verlies van zeilen en beschadigd want, enz. gelukkig te Cowes binnen kwam. Ook meldt men, dat kapt. Dercks de kinderziekte had gekregen, maar dat men hoopte, dat hij spoedig weder hersteld zou zijn.


  ZP - Zeepost

Het schip LOUISA, kapt. J. Nielsen, van Altona naar Rye en St. Miguel, is den 5 december lek te Terschelling binnengelopen.


  ZP - Zeepost

Volgens brief van Ameland van 3 december zouden de schepen de VROUW PETRONELLA, kapt. De Boer, van Wismar, en MEINSINA, kapt. Klontje, van Lübeck, beide naar Amsterdam (opm: zie ZP 051238), zo mogelijk binnen twee dagen de reis met behulp van een lichter voortzetten.


  ZP - Zeepost

Het Russische schip GLORIA, bij Ameland gestrand (opm: zie ZP 171138), was op het strand bij Hollum geraakt. Men was bezig de lading te bergen.


  ZP - Zeepost

Volgens bericht van Carolinerzijl (opm: Carolinensiel) van 2 december was aldaar wegens ijs in de haven liggende het schip CATHARINA MARGARETHA, kapt. Behrens, naar Gend gedestineerd.


  AH - Algemeen Handelsblad

Een Nederlands galjoot, genaamd JOANNA, is de 2e december op 7 mijlen afstands van Newhaven gestrand. Van de equipage had men niets vernomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Het schip EQUATOR, kapt. Van der Kolff, van Rotterdam naar New York, is de 8e november bij Squam Beach aan de grond geraakt, doch na weder vlot geworden te zijn, de 12e te Swanage binnengebracht. Het schip scheen weinig te hebben geleden.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 6 december. Uitgezeild CAROLINA EN JOHANNA, F.A. Matzen naar Amsterdam.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Op de vendutie van maandag de 10e dezer bij E.S. Voute & Co. zal verkocht worden het barkschip KONGSENG, groot circa 83 lasten, hebbende een dek en drie masten, lang circa 71 voeten en circa 18 voeten breed, met deszelfs inventaris, zo als dezelve op de rede alhier (opm: Batavia) is liggende.


10 december 1838


  ZP - Zeepost

Helvoet, 9 december. Heden vertrokken van hier Zr.Ms. brik DE GIER, commandant luit.1e klasse Galup, naar West-Indiën, en Zr.Ms. transportschip DORDRECHT, commandant kapt.luit Koops, naar dito.


  ZP - Zeepost

Het den 7 december van Antwerpen naar Bordeaux vertrokken schip JULIE, kapt. Couteau, is die dag op de zandplaat Capelle bij Oedekerken (opm: Hoedekenskerke) op de Schelde vastgeraakt is echter, na vlot te zijn geworden, weder op dezelfde plaats vastgeraakt en de volgende dag zwaar lek weder vlot geworden en in de haven te Antwerpen gebracht om te repareren. Bovengemelde kapitein rapporteert, dat hij door vriendelijke adsistentie van de kanonneerboten No. 34 en No. 91 tot aan de voorposten, en hij vervolgens door adsistentie van de Belgische marine te Antwerpen voor de stad is gebracht. (opm: zie ZP 111238)


  ZP - Zeepost

Het schip VROUW MARGARETHA, kapt. de Zeeuw Bagghus, van Vlaardingen naar Gibraltar, lek te Dover binnen – zie nommer 256 – moet lossen om te repareren.


  ZP - Zeepost

Kapt. B.F. Ipsen, voerende het schip (opm: fregat) WILHELMINA LUCIA, van Middelburg naar Batavia, rapporteert volgens brief in dato Cowes 6 december, den 4 dito met verlies van grote kruis en bramsteng met deszelfs zeilen en tuig, en verstopte pompen aldaar te zijn binnengelopen. Hetzelve had den 27 november op 42º NB 11º48’ WL aanhoudende zware stormen doorgestaan, waarna hij den 30 dito met zwaar weder afhield en waarna hij den 3 december tussen Torbay en Portland twee loodsen aan boord kreeg, welke hem den 4 dito te Cowes binnenbrachten. (opm: zie ZP 171238).


  ZP - Zeepost

Het schip (opm: kof) ALLETTA, kapt. B.F. Nepperus, van Amsterdam naar Genua, is den 5 december met schade aan zeilen en tuigage te Cowes binnengelopen.


  ZP - Zeepost

Den 5 december is met gebroken masten en lek te Plymouth binnengelopen het schip CLARA, kapt. Dam, van St. Thomas naar Amsterdam. Het moet lossen om te repareren.


  ZP - Zeepost

Van Falmouth wordt van 3 december gemeld, dat door het aldaar binnengekomen schip TAGUS den 27 november 8 mijlen ten noorden (van) de rots van Lissabon gepraaid is de stoomboot LIVERPOOL, op sleeptouw hebbende het schip (opm: fregat) BANCA, kapt. B.C. ten Ham, van Rotterdam naar Batavia, welk laatstgemelde de fokkemast verloren en nog meer andere schade bekomen had. (opm: zie ZP 171238 en 221238)


  ZP - Zeepost

Het schip ODESSA, kapt. Ludders, van Amsterdam naar Marseille, te Penzance binnen – zie nommer 256 – moet lossen om te repareren.


  ZP - Zeepost

Het schip HERMAN JULIUS, kapt. Stenman, van Lissabon naar Elseneur (opm: Helsingör), bij Highcliff gestrand, is volgens brief van Lymington van 4 december die nacht geheel verbrijzeld.


  ZP - Zeepost

Volgens bericht van Croonstadt (opm: Kronsjtadt) van 26 november was de haven aldaar vol met ijs. De van daar vertrokken doch bij de haven geankerde schepen HOOP (opm: smak), kapt. J. Butijn, en CAROLINA, kapt. Muggenberg, beide naar Rotterdam gedestineerd, waren in de haven weder binnengebracht.


  ZP - Zeepost

Aangaande het te Libau (opm: Liepaja) lek binnengelopen schip WELVAART, kapt. Bette, van Hamburg naar Riga zie nommer 250 – wordt van Libau (opm: Liepaja) van 30 november gemeld, dat hetzelve de lading had moeten lossen en bezig was te repareren. (opm: zie ook ZP 050139)


11 december 1838


  ZP - Zeepost

De redactie acht zich verplicht haar geëerde abonnenten bij deze te verzoeken de misstellingen van kapiteins- en scheepsnamen goedgunstiglijk te willen verschonen, daar zij meer dan eens, bij de buitengewone spoed waarmede de Zeepost moet afgedrukt worden om aan de beurs te worden uitgegeven, in de onmogelijkheid is de proef ter correctie behoorlijk na te zien.


  ZP - Zeepost

Den 9 december is op de hoogte van Helvoetsluis gezonken het schip de STAD LINGEN, kapt. Lucas, van Riga met lijnzaad naar Rotterdam. De equipage is door kapt. P. Romijn, voerende het schip (opm: bark) JACOBUS, gered en den 10 dito te Helvoet aangebracht. (opm: waarschijnlijk een Duits schip. De naam wordt in de verlieslijst gespeld als STADT LINGEN)


  ZP - Zeepost

Volgens brief van Groningen van den 7 december was de in het Friesche Gat verongelukte tjalk genaamd ANNAGINA SOPHIA, kapt. H.P. Heeres (opm: ANNEGINA SOPHIA, kapt. Heerd Piers Heeres), van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Amsterdam gedestineerd.


  ZP - Zeepost

Volgens brief van Delfzijl van 8 december is op Borkum verongelukt het schip FRANZ WILKENS, kapt. De Boer (opm: kof FRANS WILKENS, kapt. Klaas Abraham de Boer), van Noorwegen naar Delfzijl. (opm: zie ook ZP 241238 en PGC 281238 en ZP 050139)


  ZP - Zeepost

Volgens bericht van Antwerpen van 10 december was de lading van het aldaar lek teruggekomen schip JULIE, kapt. Couteau gelost. Een gedeelte derzelve was beschadigd geworden.


  ZP - Zeepost

Volgens brief van kapt. Abbema, voerende het schip de DORDTENAAR, van Batavia naar Rotterdam, in dato Dartmouth 5 december, maakte het schip toen 8 duim water in het uur – 6 duim minder dan den 25 november – hetwelk men toeschreef aan het dikke, modderige water in de haven aldaar. De kapitein geloofde, dat bij gunstige wind het schip de reis naar Helvoetsluis wel zoude kunnen maken, ofschoon zich bij enige van de equipage daartegen gemor begon te openbaren. (Red: hetzelve zal door de stoomboot de BATAVIER gesleept worden) (opm: zie ZP 110838 en latere berichten).


  ZP - Zeepost

Volgens brief van kapt. Dercks, voerende het schip JACOB CATS, van Amsterdam naar Batavia, te Cowes met schade binnengelopen, door een zijner stuurlieden geschreven, doch door hem ondertekend, meldt hij uit Cowes in dato 5 december, dat hij, na vier dagen in zee te zijn geweest, op de hoogte van Kaap Finisterre door de kinderziekte is een hevige graad werd aangetast, waardoor hij gedurende 12 dagen van alle bewustzijn beroofd was. Van de aanvang zijner ziekte af had men alle dagen de verschrikkelijkste stormen doorgestaan, welke den 23 november tot een orkaan oversloeg, waardoor de fokkemast gebroken, de boegspriet ontzet en het tuig zwaar beschadigd werd. Na de mast zo veel mogelijk gesteund te hebben, werd er bij scheepsraad besloten tot herstel der schade en doordien de wind dagelijks zuidwest en noordwest woei, een Engelse haven binnen te lopen. Intussen bleef de storm voortdurend aanhouden, en verhief zich den 27 en 28 november wederom tot een orkaan, waardoor het want op nieuw beschadigd en de verschansing ingeslagen werd, het potdeksel scheurde en de luiken, niettegenstaande dezelve geschalkt en gespijkerd waren, afsloeg, waardoor men veel water in het schip kreeg. Den 2 december op de hoogte van Kaap Lezard (opm: Lizard) deed wederom een nieuwe bui het grote marszeil en de bezaan – alhoewel dichtgereefd – bersten. Eindelijk kwam men den 3 dito des namiddags gelukkig te Cowes ten anker met een nog zieke kapitein en verscheidene geblesseerden. Den 6 dito is het schip uit de quarantaine ontslagen. De kapitein was enigszins beter.


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht, 14 december. Volgens een uit Cowes van den 6 was toen de JACOB CATS uit de quarantaine ontslagen, en die dag te Cowes ook met verlies van stengen en andere schade aldaar binnen gekomen het op 13 november van Middelburg naar Batavia gezeilde schip WILHELMINA LOUISA, kapt. Ipsen.


  DC - Dordtsche Courant

Advertentie. Naar Batavia zal 24 december aanstaande tot vertrek in het Nieuwe Diep gereed liggen, het Nederlands fregatschip GENERAAL BARON VAN GEEN, kapt. J.J. Kortrijk; diegenen welke van deszelfs goede inrichtingen gebruik zouden gelieven te maken, of enige goederen in hetzelve wensen te laden, worden verzocht zich te vervoegen bij de cargadoors Coopman den De Witt en Lenaertz, te Amsterdam.


 ZZC - Zierikzeesche Courant

Volgens een brief van Yarmouth van den 26 november, was een te Vlissingen thuis behorende sloep, genaamd DE VOLHARDER, met een bemanning van 9 koppen, waaronder 2 Engelsen, als verdacht van smokkelarij, door de Engelse kotter THE BADGER, luitenant Perceval, aldaar opgebracht. (opm: zie ZP 301138)


  LC - Leeuwarder Courant

Harlingen. Binnengekomen: den 2 december de kofschepen de DRIE GEZUSTERS, kapt. P.P. Dijkstra en WIETZINA, kapt. D.D. Greeven, beide van Liverpool, de schoenerschepen FAME, kapt. S. Holeman en FLORA, kapt. J. Manning, beide van Londen.
Den 3 dito het tjalkschip VROUW JANTINA, kapt. J.K. Mandema, van Hamburg.
Den 8 dito het smakschip VROUW ELISABETH, kapt. J.H. Cappen, van Droback.
Uitgezeild: den 7 december het galjasschip ANNA ELISABETH, kapt. H. Schultz, naar Hamburg.
Den 8 dito de kofschepen MARTHA ALIDA, kapt. K.H. Plukker en COURIER, kapt. J.E. Schultz, beide naar Schotland, de schoenerschepen ORWELL, kapt. John Hall en UNION, kapt. H.B. Disneij, beide naar Londen.


12 december 1838


  ZP - Zeepost

Het schip THERESE, kapt. Rentzman, van Bordeaux naar Antwerpen, is den 4 december met zware schade aan tuigage te Bordeaux uit zee teruggekomen.


  ZP - Zeepost

Den 1 december is met verlies van zeilen, anker en ketting te Liverpool binnengekomen het schip INDUSTRIE, kapt. van Duin, van Amsterdam.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Publieke verkoping te Callandsoog op vrijdag de 14e december 1838, des morgens ten elf ure, van het hol of casco van het Engelse brikschip EXPERIMENT, kapt. Wm. Box, benevens van de daar af geborgen tuigage en inventaris.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 9 december. Heden zijn hier aangekomen het Nederlandse schip HENDRIK JAN, kapt. H.B.C.H. Ruijsch, vertrokken van Rotterdam, de 4e september; dito schip HOLLAND, kapt. A. Nanninga, vertrokken van /Amsterdam de 3e augustus; dito schip NEPTUNUS, kapt. W.K. Warnsinck, vertrokken van Amsterdam de 17e augustus; dito bark MARGARETHA CATHARINA, kapt. J.H. Schipper, vertrokken van Amsterdam de 24e juli; dito de Nederlandse brik JOHANNA, kapt. F. Guijt, vertrokken van Rotterdam de 19e augustus; dito schip JAPAN, kapt. P.H. Willers, met twee passagiers, vertrokken van Amsterdam de 25e augustus.


13 december 1838


  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 11 december. Heden namiddag, omstreeks twee uur, is van de werf De Zwarte Rave, aan het einde van de Kleine Kattenburgerstraat, alhier, met het beste gevolg van stapel gelopen, het voor rekening van de heren Trakranen en Co., alhier, door de scheepsbouwmeester J. Knol, nieuw gebouwd koopvaardij-fregatschip, genaamd PRINS HENDRIK, groot circa 500 lasten, hetwelk gevoerd zal worden door kapt. J.G. Veening, en bestemd is voor de vaart op Oost-Indië.
Tevens zijn op voornoemde werf de kielen opgehaald voor twee schepen, ieder groot circa 500 Java-lasten, het ene genaamd AMBARAWA, voor rekening van hetzelfde huis van negotie, het andere genaamd CLARA HENRIETTE, voor rekening van de Nederlandsche Scheepsreederij, gevestigd alhier.


14 december 1838


  ZP - Zeepost

Helvoet, 15 december. Heden arriveerde alhier het schip de DORDTENAAR, kapt. P.F.A. Abbema, van Batavia. Dezelve is door de stoomboot BATAVIER, kapt. D. Dunlop, van Dartmouth alhier binnengebracht.


  ZP - Zeepost

Volgens bericht uit Curaçao van … september is aldaar gearriveerd Zr.Ms. schip WINDHOND, commandant kapt.luit. Kist, van Bonaire, laatst van Porto Allegro.


  ZP - Zeepost

Aangaande het schip REMKO (opm: kof, REMKE), kapt. G.R. Glim, van Amsterdam naar Suriname, wordt in de Lloyd’s List van 10 december gemeld, dat hetzelve op den 6 dito met schade te Falmouth is binnengelopen. Men was reeds begonnen de lading te lossen. (opm: zie ook ZP 040339)


  ZP - Zeepost

Volgens bericht van Penzance van 9 december had het aldaar met schade binnengelopen schip ODESSA, kapt. Ludders, van Amsterdam naar Marseille – zie de nommer 256 en 258 – bijna geheel gelost en zoude in het dok gehaald worden om te repareren.


  ZP - Zeepost

Het schip EMANUEL, kapt. Haar, van Riga naar Amsterdam, is volgens bericht van Stavanger van 27 november lek in één der havens van Egersund binnengelopen.


  ZP - Zeepost

Aangaande het verongelukken van het schip PHILOMÈNE, kapt. Dobbelaere (opm: schoener, bouwjaar 1834, Belgische vlag; kapt. Jan Dobbelaere), van Tangarok (opm: Taganrog) naar Antwerpen (opm: zie ZP 191138 en 061238), wordt volgens brief van Constantinopel (opm: Istanbul) van 19 november het volgende gemeld: Den 19 september vertrok van Tangarok (opm: Taganrog, Zee van Azov) het schip PHILOMÈNE, kapt. Dobbelaere, naar Antwerpen. Den 24 dito op 150 mijlen van Crimee (opm: het schiereiland Krim) met goede wind zeilende, werd hetzelve door een hevige windvlaag op zijde geworpen, waarop hetzelve enige ogenblikken daarna, doordien de lading mede over geworpen was, geheel omsloeg en zonk De kapitein, deszelfs twee zoons en twee matrozen kwamen daarbij om. Alleen een Belgische matroos en een Griekse loods gelukte het zich op een plank te redden, waarop zij verscheidene uren doorbrachten alvorens de sloep te kunnen bereiken, waarin zij zeven dagen en zeven nachten zonder enig voedsel en van al het nodige ontbloot doorbrachten, toen zij eindelijk op de hoogte van Anatolie door een Turks vaartuig gered en den 8 november te Constantinopel aangebracht werden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Een galjoot, acht weken reis hebbende, van Amsterdam naar Suriname (red.: misschien het galjoot WILHELMINA, kapt. J.N. Klint) is de 6e december met gescheurde masten en gesjord met een ketting onder het schip door, ter vervanging van een der weggeslagen rusten te Falmouth binnengelopen. (opm: REMKE, zie AH 171238)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

De schepen de HERSTELLING, E.H. Drent, HILLEGINA (opm: HILLECHIENA), H.H. Brakke, beide van Rotterdam naar Belfast en de PELIKAAN, Douwes (opm: buitenlander), van Antwerpen naar Teignmouth, zijn den 1 december te Ramsgate binnengelopen, het eerste met schade aan de zeilen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip CLASINA MARGARETA (opm: kof CLASINA EN MAGRETA), J.R. Schippers, van Newport naar Amsterdam, is den 29 november te Plymouth binnengelopen, met gescheurde bezaanmast en verlies van een anker en ketting.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip (opm: kof) de JONGE LOUIS, kapt. T.M. Mulder, van Cardiff naar Amsterdam, is den 2 december met schade te Plymouth binnengelopen; zou vermoedelijk niet behoeven te lossen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

’s Gravenhage, 9 december. Z.M. heeft, onder betuiging van Hoogstdeszelfs tevredenheid wegens de menslievende handelingen der equipage van twee vissersschepen, behorende, aan de schippers A. Visser en J. de Weerd, bij gelegenheid van het verongelukken aan de kusten van het eiland Schouwen, in de maanden april, juli en augustus j.l, van de schepen de ZEEUW, de EURIDICE en TITUS, aan ieder der gemelde schippers doen uitreiken de zilveren medaille van de tweede grootte, benevens een loffelijk getuigschrift en overigens aan de manschappen van ieder hunner vaartuigen een gratificatie van NLG100.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip METTINA JANTINA, H.H. Koster (opm: kof, bouwjaar 1835; kapt. Hendrik Harms Koster), met zout en mahagonyhout (opm: mahoniehout), van Liverpool naar Rotterdam, is volgens brief van Boulogne van den 2 december, de vorige nacht te Pouquet (opm: Le Touquet) bij Étaples gestrand, doch het volk gered; van de lading hoopte men ook het mahagonyhout te zullen bergen (opm: zie AH 201238, PGC 281238 en ZP 110239).


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Zunderdorp en Ran, als last hebbende van hunne principalen, zijn van mening, op vrijdag den 21 december a.s, des morgens elf ure, in het logement Het Amsterdams Koffijhuis, op het eiland Terschelling, door een bevoegd beambte, om contant geld, publiek te verkopen:
- 9488 stuks eiken Memelse Pijpenstaven, lang 1 el 884 strepen.
- 557 dito Oxhoofdstaven, lang 1 el 239 strepen.
Beide breed 153 á 166 streep, dik 77 en 84 streep. Afkomstig en geborgen uit het in augustus j.l. zonder equipage op Terschelling aangedreven en gestrande Engelse brikschip SARA AND ELIZA, gevoerd geweest bij kapt. J. Marshall, komende van Memel (opm: Klaipeda) naar Port-á-Port gedestineerd. Zullende gemelde staven, twee dagen voor en op de verkoopdag, aan kavelingen behoorlijk te zien zijn, doch bij onverhoopte invallende vorst, die de communicatie met gemeld eiland zoude doen stremmen, zal deze verkoping geen voortgang hebben.
Nadere informatie zijn te bekomen bij Zunderdorp en Ran, scheepsagenten te Texel en bij Zunderdorp, jr, te Terschelling.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De secretaris A.L. Potma, te Workum, zal door het ministerie van notaris J.C. Mann, residerende aldaar, op vrijdag den 21 december 1838, des namiddag ten 2½ uur, ten huize van Douwe Nauta, in De Gouden Leeuw, te Workum, finaal, bij verhoog geld, presenteren te verkopen: de huizing en scheepstimmerwerf, staande en gelegen bij de Nonnebrug, te Workum, bij Johannes S. Schotsman met de dood ontruimd, waarop geboden is de zo geringe som van NLG 291.


15 december 1838


  ZP - Zeepost

Volgens brief in dato Plymouth 6 december van kapt. F.F. Lange, voerende het schip NICOLAAS WITZEN (opm: galjoot NICOLAAS WITSEN), van Amsterdam naar Suriname, te Plymouth met schade binnen, had hij, na van den 12 tot den 17 november vrij goede wind gehad te hebben, van die dag af tot den 23 dito op 47º NB 10º WL à 43º NB 17º WL zware stormen doorgestaan, waardoor het marszeil stuk geslagen werd. Den 26, 27 en 28 dito sloeg de storm tot een orkaan uit het zuidwesten en westen over, met hoge zeeën en het schip werkte zwaar. Ofschoon men gedurig pompte, kon men hezelve niet lens houden. De morgen van den 27 dito sloeg het voorstagzeil weg en in de namiddag werden door een stortzee de bakboordsverschansing van de grote tot de fokkemast, met stutten en relings, de sloep, vleet (opm: zeilen, inclusief staand en lopend tuig) en rondhouten stuk en over boord geslagen en het potdeksel opengescheurd. Het schip lag onder water, waardoor men het kajuitsschut moest wegslaan en besluiten af te houden om een haven op te zoeken, waarna men onder gedurig pompen en met het schip onder water den 6 december gelukkig Plymouth bereikte. Het gehele bovenschip is uit deszelfs verband gerukt, het schip zwaar lek en de lading geheel nat geworden. Hetzelve zoude, alvorens zee te kunnen bouwen, een zware reparatie moeten ondergaan.


  ZP - Zeepost

Het schip HELENA, kapt. Adena (opm: buitenlander), van Horumerzijl (opm: Horumersiel) naar Antwerpen, is volgens brief van Carolinerzijl (opm: Carolinensiel) van 4 december met behulp van loodsen en lichterschepen aldaar zwaar lek binnengebracht. Men was bezig de lading, welke geheel door zeewater scheen beschadigd te zijn, te lossen.


  ZP - Zeepost

Volgens brief van kapt. Van den Broek, voerende het schip de HOOP, van Antwerpen naar Llanelly en Bahia, bij Pembray aan de grond geraakt – zie nommer 256 – was het schip zonder schade weder vlot geworden en men bezig de ankers en kettingen op te vissen, waarvan hij berekende, dat de kosten GBP 7 à 8 zouden bedragen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Volgens bericht van Stavanger d.d. 27 november is de EMANUEL, kapt. Haars, van Dantzig naar Amsterdam, in een der omliggende havens van Eggersund lek binnengelopen.


  JC - Javasche Courant

Advertentie. Op zaterdag de 22e december 1838, ten elf ure precies, zal op publieke vendutie bij E.S. Voute & Co. verkocht worden het barkschip RADJA WALIE, groot 98 lasten, in het jaar 1836 gekoperd, met deszelfs complete inventaris, zo als hetzelve thans ter rede Batavia uit zee komende is liggende.


  JC - Javasche Courant

Batavia, 13 december. De 11e dezer is hier aangekomen de Nederlandse bark HOLLAND, kapt. R. Dekker, vertrokken van Amsterdam de 19e augustus.
Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip HENDRIKA, kapt. J. Admiraal, met meerdere passagiers, vertrokken van Rotterdam de 4e september.


17 december 1838


  ZP - Zeepost

Het schip (opm: fregat) BANCA, kapt. B.C. ten Ham, van Rotterdam naar Batavia, is volgens brief van Lissabon van 30 november aldaar door de stoomboot LIVERPOOL binnengebracht. (opm: zie ZP 101238 en 221238)


  ZP - Zeepost

Volgens brief van kapt. Ipsen, voerende het schip WILHELMINA LUCIA, van Middelburg naar Batavia, in dato Cowes 13 december (opm: zie ZP 101238), was hij bezig de geleden schade te herstellen en dacht, zonder verhindering, over tien dagen daarna gereed te worden.


  ZP - Zeepost

Het schip BABETTE, kapt. Koning, van Riga naar de Maas, is den 10 december lek te Elseneur (opm: Helsingör) binnengelopen. Het moet lossen om te repareren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Het galjoot, van Amsterdam naar Suriname, te Falmouth binnen – zie ons nummer van 14 december – is volgens nader bericht gebleken te zijn het schip REMKE, kapt. G.R. Glim, van Amsterdam naar Suriname, hebbende 24 dagen en niet acht weken reis. Dezelve was de 2e december bezig met lossen.