Nieuwsbrief nr. 38, mei  2018

 

Research in de Groninger Archieven

-  Het bestuur is zeer verheugd, dat Rinze Mast zo goed is hersteld dat hij weer voor Marhisdata aan de slag kan. Hij heeft op zich genomen te vervolgen met het in de Groninger Archieven fotograferen van de repertoria van de stad-Groninger notariële akten. Aan de hand van deze ‘agenda’s’ kunnen we de notarieel gepasseerde akten selecteren voor zover deze schepen betreffen. Vervolgens worden de zo gevonden akten gefotografeerd, waarna de inhoud op een Word-formulier wordt verwerkt. Mede aan de hand van deze gegevens kunnen de researchers de scheepsbestanden samenstellen, waarna deze in de database worden ingevoerd. Voor de fotografie van de gelichte akten hebben zich Jan Tuil (Farmsum), Martin Strojenga (Groningen) en Jan Stolp (IJlst) beschikbaar gesteld; de laatste heeft het foto-project Tresoar in Leeuwarden tot een goed einde gebracht. 
Het verwerken van al deze aktes gebeurt thans alleen door Jouke van der Baan. Nu Groningen weer met kracht ter hand kan worden genomen, zou een tweede vrijwilliger (m/v) voor dit werk zeer welkom zijn.
In tegenstelling tot het gemeentebestuur van de stad Groningen heeft het provinciale bestuur geld gevoteerd om de notariële akten van notarissen uit de provincie te laten scannen. Op termijn zullen onze researchers deze notarisaktes van buiten de stad Groningen dus thuis via internet kunnen consulteren.

-  Zoals bekend is het onderzoek naar de Nederland-Indische schepen met een zeebrief begin dit jaar weer hervat. De lijsten met zeeschepen uit de Regerings Almanak voor Nederlandsch-Indie 1815-1913 zijn in de Koninklijke Bibliotheek gefotografeerd en vervolgens door Frans Mulder en Christa van Heck in spreadsheets verwerkt. 
Nadat in 2015 het onderzoek naar de uitgifte van zeebrieven in het archief van de Gouverneur-Generaal, welke zich in het Nationaal Archief bevinden, helaas moest worden gestaakt, is ook dit werk weer hervat. Regelmatig gaat Leo Johannes naar het NA om aan de hand van indexen deze Besluiten te fotograferen. Eerst wordt nu de periode 1816-1849 ter hand genomen, waarbij de foto’s door Marien Lindenborn in spreadsheets worden verwerkt. Piet en Christa van Heck maken vervolgens bestanden per schip met als bronnen de genoemde spreadsheets Regerings-Almanak en de Besluiten van de GG, aangevuld met berichten uit de Indische kranten (via Delpher). Er zijn inmiddels ongeveer 600 schepen in de Besluiten GG gelokaliseerd, waarbij nu eerst wordt uitgezocht in hoeverre dit z.g. eerste zeebrieven betreffen, dan wel verdopingen, verandering van eigenaren of vertuiging van b.v. bark tot driemastschoener waarvoor een nieuwe zeebrief nodig is. De eerste 20 schepen zijn als ‘uniek’ in de database gezet. 

-  Een apart verhaal vormen de Indische mechanisch voortgestuwde zeeschepen. Dit betreft niet alleen de schepen van de geregelde, deels gesubsidieerde, lijndiensten die in 1852 door Cores de Vries werden begonnen, in 1865 voortgezet door de Nederlandsch-Indische Stoomvaart-Maatschappij, en vanaf 1891 tot 1949 door de KPM, maar ook de vele tankschepen van de oliemaatschappijen. Zie hiervoor verder de komende Nieuwsbrief.

Vernieuwing website en database

Fase 1, de omzetting van de database naar nieuwe software, is grotendeels afgerond. Inmiddels is begonnen met het testen en zijn enkele gewenste aanpassingen al met de programmeur besproken. Fase 2, de volledige vernieuwing van de website en het aanzienlijk uitbreiden van zoekmogelijkheden, is ook in bewerking. De planning is nog steeds dat het project deze zomer wordt opgeleverd.
Per 10 mei bevat de Database 16240 schepen in diverse staten van onderzoek. Het aantal foto's, afbeeldingen van schilderijen, enz. bedraagt 30331.

Amerikaanse brik WILMOT / SARA / KONING DER NEDERLANDEN / PADANG - IDnr. 12868 (1813-1837) 

Bij het samenstellen van het scheepsbestand van de WILMOT > SARA enz. stuitten we in het koopcontract van 9 augustus 1820 op de uitdrukking ‘afgestaan voor een dollar’. De eigenaar van de WILMOT, Thomas Wright Jr., Savannah (USA), stond het schip op die datum af aan de FirmaMees, Boer & Moens, kooplieden te Rotterdam.
Overdenkende wat hiervan de achtergrond kon zijn kwamen we tot de volgende conclusie:  
De Amerikaanse brik WILMOT onder kapitein William Hathaway moet eind 1819 met een flinke zeeschade in Rotterdam zijn aangekomen. Om het schip te kunnen herstellen zal de kapitein geld hebben opgenomen, ongetwijfeld van zijn latere kopers.Na te zijn gerepareerd vertrok de WILMOT in februari 1820 onder kapt. Hathaway naar New York, waar het schip op 14 maart aankwam. Na aflevering van de lading (emigranten?) zal het schip ergens in de V.S. hebben geladen voor Rotterdam.
Daar teruggekeerd werd de WILMOT op 7 augustus 1820 aangekocht door Mees, Boer & Moens, Rotterdam, kreeg het schip de naam SARA en P. Landberg als kapitein. In de koopakte staat letterlijk afgestaan door Wright aan Mees, Boer & Moens voor de som van een dollar. Deze deal is waarschijnlijk reeds vóór vertrek in februari 1820 beklonken. De kopers waren naast kooplieden ook assuradeuren en financiers. De hier gebruikte uitdrukking afgestaanlijkt er op te duiden dat het schip begin 1820 onder bodemarij *) geld zal hebben opgenomen. Die lening diende volgens usance (en de ongetwijfeld opgemaakte maar nog niet gevonden akte) na behouden aankomst meteen te worden terugbetaald. In veel gevallen waarin een scheepseigenaar hiertoe niet in staat was werd het schip geveild. Bij de WILMOT zal men hebben besloten deze kosten te vermijden omdat de waarde van de brik bij terugkeer in Rotterdam mogelijk geringer zal zijn geweest dan de lening groot was, zodat Wright het schip eenvoudig afstond.

*) Bodemarij of bodemerij [van bodem = schip] omschrijft notaris Mr. J.A. Molster als eene overeenkomst tussen een geldschieter en een geldopnemer, waarbij eene som gelds wordt opgeschoten, met beding van premie en onder verband van schip of goed of beide, met dat gevolg, dat indien het verbondene, geheel of gedeeltelijk, door toevallen op zee vergaat of vermindert, de geldschieter zijn recht op de opgeschoten penningen en op de premie verliest, voor zoover dit een en ander niet op hetgeen overblijft kan worden verhaald; maar indien het verbondene schip behouden ter plaatse zijner bestemming aankomt, de hoofdsom, benevens de premie moet betaald worden.
Afhankelijk van het feit of het schip behouden op de bestemming aankomt of niet, is bodemarij óf een geldlening, die inclusief een vooraf bedongen zeer hoge rente moet worden terugbetaald, óf een vorm van verzekering. In het laatste geval behoeft de eigenaar onder het bodemarijcontract het opgeschoten geld namelijk niet terug te betalen. Was hij – al dan niet gedeeltelijk – verzekerd, bijvoorbeeld bij een Compact, dan staat niets die uitkering in de weg.

 

Het bestuur