Stichting Maritiem-Historische Databank
   
 

Probleemstelling

De maritieme geschiedenis wordt aanschouwelijk gemaakt in de diverse maritieme musea. Gegevens over schepen, scheepswerven en rederijen zijn hoofdzakelijk opgeslagen in particuliere databanken: in aantekeningen, op kaarten, in pc-bestanden enz. Foto's, tekeningen, knipsels, films en ander beeldmateriaal bevinden zich eveneens vooral in particuliere collecties.
Musea zijn primair ingericht op het tentoonstellen van objecten die de rijke maritieme geschiedenis van ons land tot leven brengen. Voor data-opslag bestaat - vooral vanwege de kosten van onderzoek en verwerking - veel minder belangstelling, waardoor de musea meestal niet over de volledige geschiedenis van een schip beschikken. Soms worden uit legaten particuliere collecties aan musea nagelaten, maar deze zijn er helaas niet meer op toegerust om deze collecties te bewaren of zelfs maar te verwerken, enkele uitzonderingen daargelaten. De kring van particuliere scheepvaartdocumentalisten wordt geleidelijk kleiner. Dit heeft tot gevolg dat jarenlang opgebouwde privé-collecties een onzeker lot is beschoren, tenzij familieleden interesse hebben in overname en voortzetting van een collectie. Dit houdt in dat diverse onderzoekers met belangrijke bestanden en uniek beeldmateriaal weten dat hun 'levenswerk' na hun dood zal verdwijnen. Een ander probleem vormt de tendens dat de belangrijke openbare archieven wegens ruimtegebrek hun oude bestanden digitaliseren en/of gedeeltelijk vernietigen, waardoor in veel gevallen de toegang wordt bemoeilijkt en gedetailleerd onderzoek praktisch onmogelijk wordt.

Doelstelling

Na een lange tijd van voorbereiding en ingewonnen advies van enkele maritieme musea is op 18 mei 2005 de Stichting Maritiem-Historische Databank, kortweg 'Marhisdata', opgericht. Op 21 januari 2010 vond een wijziging van de statuten plaats.
Het doel is onder meer het over de periode vanaf het jaar 1813 op verantwoorde wijze (doen) verzamelen, vastleggen en beheren van historische gegevens met betrekking tot alle onder de vlag van de Noordelijke- en Zuidelijke Nederlanden en de (voormalige) overzeese koloniën in de vaart gebrachte koopvaardijschepen.

De maritieme musea en wetenschappers erkennen de expertise van de bij Marhisdata betrokkenen en het complementaire karakter van het werk van de stichting. Vormen van samenwerking worden nog nader uitgewerkt. De onderzoekers (m/v) wonen over geheel Nederland verspreid en hebben allen vele jaren ervaring in gedegen archiefonderzoek. Daarnaast heeft een aantal van hen zeer gewaardeerde publicaties op zijn naam staan. Via contacten met gelijkgestemden in de voornaamste scheepvaartlanden worden op basis van wederkerigheid gegevens uitgewisseld. Bij het onderzoek naar de volledige levensloop van een schip – van kiellegging tot sloop of anderszins – wordt hoofdzakelijk uitgegaan van authentieke documenten, zoals bijlbrieven, eigendomsbewijzen, zeebrieven, notariële akten, het Kadaster en scheepvaartregisters. Belangrijke aanvullende informatie wordt geput uit contemporaine couranten, tijdschriften en andere goede naslagwerken. Veel schepen uit met name de negentiende eeuw zijn volkomen onbekend gebleven dan wel onvoldoende of zelfs foutief in kaart gebracht. inmiddels zijn door Marhisdata al honderden, tot dusverre onbekende, (zeil-)schepen ‘boven water’ gehaald.